CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage-3 toelichting-model-raadsbesluit-legesverordening

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 bij ledenbrief Wijziging modelverordening leges Toelichting op het Model Raadsbesluit wijziging legesverordening Verordening Artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit Artikel 2 Belastbaar feit Het bestaande tweede lid over de vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod is geschrapt. In onderdeel 1.2.6 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel is daarvoor een (maximum)tarief opgenomen. Dat is hetzelfde (maximum)tarief als voor een Nederlandse identiteitskaart voor personen jonger dan 18 jaar zoals dat vanaf 1 januari 2021 geldt. Artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden In onderdeel b is de verwijzing naar de leges akten burgerlijke stand verwijderd, omdat deze ook uit de tarieventabel is verwijderd. Artikel 3, tweede lid, van de Wet rechten burgerlijke stand bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de rechten heft en invordert (attributie). Dat is een afwijking van de belastingbepalingen in de Gemeentewet. De bedragen staan in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Zie ook de toelichting op hoofdstuk 1 (Burgerlijke stand) van titel 1.

Tarieventabel Titel 1 Algemene dienstverlening Artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand Er zijn drie tariefbepalingen geschrapt: - De tariefbepaling over het verstrekken van lijsten van geborenen, overledenen, ondertrouwde of getrouwde paren of geregistreerde partners is geschrapt omdat hieraan in de praktijk (nagenoeg) geen toepassing meer wordt gegeven, mede gelet op de Algemene verordening gegevensbescherming (was onderdeel 1.1.6). - De tariefbepaling over het sluiten van een abonnement op de hiervoor bedoelde gegevens is om dezelfde reden geschrapt (was onderdeel 1.1.7). - De tariefbepaling met verwijzing naar het Legesbesluit akten burgerlijke stand is geschrapt (was onderdeel 1.1.8). Artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand is de grondslag voor het heffen van rechten voor afschriften van of uittreksels uit akten van de burgerlijke stand. In het Legesbesluit akten burgerlijke stand staan de tarieven hiervoor vermeld. Afwijking daarvan is niet mogelijk. Artikel 3, tweede lid, van de Wet rechten burgerlijke stand bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de leges heft en invordert. Dat is dus een afwijking van de belastingbepalingen in de Gemeentewet. Zie ook de toelichting op artikel 10 van de verordening en de uitspraak van Hof ‘s-Hertogenbosch 27-05-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2100.

Voor de rechtsbescherming zijn de bepalingen over bezwaar en beroep in de Awb van toepassing.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

vng.nl

Er zijn drie tariefbepalingen toegevoegd die veel gemeenten al in hun legesverordening hebben opgenomen: Onderdeel 1.1.6 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Deze bepaling ziet op gevallen waarin partners vragen om voor hun huwelijksvoltrekking of registratie van het partnerschap een bepaalde, vaak hen bekende persoon als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen (zie artikel 16, tweede en derde lid, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Er zijn twee tarieven, afhankelijk van het feit of al beëdiging bij de rechtbank heeft plaatsgevonden (artikel 16, vierde lid, Boek 1 BW). Als dat niet het geval is, heeft de gemeente er meer werk aan, wat een hoger tarief rechtvaardigt. Onderdeel 1.1.7 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is het verplicht om ten minste twee getuigen te hebben bij de huwelijksvoltrekking of registratie van het partnerschap (artikel 63, eerste lid, en artikel 80a, vijfde lid, Boek 1 BW). Het komt voor dat toekomstige partners aan de gemeente vraagt om getuigen beschikbaar te stellen. Hiervoor is een tarief opgenomen.

Onderdeel 1.1.8 Annuleren of wijzigen datum Partners maken het voornemen om in het huwelijk te treden of het geregistreerd partnerschap aan te gaan doorgaans ruim van tevoren kenbaar aan de ambtenaar van de burgerlijke stand (vergelijk artikel 46, artikel 62, eerste lid, en artikel 80a, vijfde lid, Boek 1 BW). De dienstverlening waarvoor leges worden geheven zijn de voltrekking van het huwelijk of de registratie van het partnerschap. De gemeente en de ambtenaar van de burgerlijke stand treffen de nodige voorbereidingen. Het is dan uiterst vervelend als kort voor de bewuste datum de (aanstaande) partners de gemeente verzoeken om een gereserveerde datum te annuleren of te wijzigen. Voor de gemeente brengt dat kort voor de gereserveerde datum kosten met zich. Daarom is een tariefbepaling voor dit soort verzoeken opgenomen. De hoogte van het tarief kan mede dienen om annuleringen en wijzigingen te ontmoedigen (mits de tarieven op verordeningenniveau niet meer dan 100% kostendekkend zijn). De tariefbepaling is alleen van toepassing als de annulering of wijziging plaatsvindt binnen een door de gemeente in te vullen termijn vóór de gereserveerde datum. Als voorbeeld hebben wij veertien dagen opgenomen. Dat is ook de minimale termijn die geldt voor de aankondiging van het voornemen (artikel 62, eerste lid, en artikel 80a, vijfde lid, Boek 1 BW).

Artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart In onderdeel 1.2.5 zijn de maximumtarieven van de Nederlandse identiteitskaart opgenomen zoals deze in de loop van 2021 gaan gelden. De tussentijdse verhoging houdt verband met de introductie van de vingerafdruk op de Nederlandse identiteitskaart. Hiervoor wordt het Besluit paspoortgelden gewijzigd. Het maximumtarief wordt verhoogd met € 3,55. Deze verhoging komt ten goede aan het gemeentelijke kostendeel. De inwerkingtreding is afhankelijk van de inwerkingtreding van de Rijkswet tot wijziging van de Paspoortwet in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2019/1157 betreffende de versterking van de beveiliging van identiteitskaarten (Kamerstukken II 2019/20, 35552 (R2148), nr. 2). Het wetsvoorstel daarvoor is nu nog in behandeling. Op grond van genoemde verordening moeten vanaf 2 augustus 2021 vingerafdrukken worden opgenomen op de Nederlandse identiteitskaart. Als de rijkswet op dat moment nog niet in werking is getreden, kunnen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/4

gemeenten nog niet het verhoogde tarief in rekening brengen en zal naar verwachting op andere wijze compensatie plaatsvinden. In onderdeel 1.2.6 is een (maximum)tarief opgenomen voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod. Het maximumtarief zoals dat vanaf 1 januari 2021 geldt voor een Nederlandse identiteitskaart voor personen jonger dan 18 jaar blijft ook na inwerkingtreding van de wijziging van de Paspoortwet op hen van toepassing, omdat bij hen geen vingerafdrukken worden verwerkt. Er stond eerder een verwijzing in artikel 2, tweede lid, van de modelverordening. De onderdelen 1.2.6 en 1.2.7 zijn vernummerd tot 1.2.7 en 1.2.8 en de verwijzingen in die onderdelen zijn aangepast. Artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit Dit onderdeel betreft een redactionele verbetering in het opschrift van hoofdstuk 4 en in de onderdelen 1.4.1 en 1.4.3. Artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie Bij de plan- en kaartinformatie (onderdeel 1.8.1) is het tarief voor een lichtdruk vervangen door een tarief voor formaat A2 of groter. Lichtdruk komt eigenlijk niet meer voor. De huidige techniek is een plottertechniek. Met een plotter is het mogelijk om tekeningen op groter formaat af te drukken. Ook is een tariefbepaling voor verstrekking in digitale vorm opgenomen.

Voor de tariefstelling is van belang op welke (papier)formaten de gemeente de gevraagde informatie verschaft. Gemeenten kunnen zelf een verdere differentiatie aanbrengen en kunnen bijvoorbeeld alle A-formaten (A0 t/m A10) afzonderlijk benoemen. Die keuze hebben wij niet gemaakt. De genoemde formaten zijn de meest voorkomende. Met A4 of kleiner, A3, A2 of groter dekken we alle A-formaten. Bij de digitale vorm is een differentiatie mogelijk naar het medium waarop de informatie wordt geplaatst. Daarvoor hebben we ook niet gekozen, maar een gemeente kan dat natuurlijk wel doen. Artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit Hoofdstuk 19 Diversen In onderdeel 1.19.2.2 is ook een tarief voor verstrekking in formaat A2 of groter en voor verstrekking in digitale vorm opgenomen. Zie de toelichting op hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie. Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit Hoofdstuk 1 Horeca In dit hoofdstuk is ‘Drank- en Horecawet’ telkens vervangen door ‘Alcoholwet’. De naam van de Drank- en Horecawet wordt naar verwachting per 1 juli 2021 gewijzigd in ‘Alcoholwet’ (artikel I, onderdeel EE, van de Wet van 16 december 2020 tot wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met het Nationaal Preventieakkoord en evaluatie van de wet, Stb. 2021, 26).

Zie de ledenbrief 20/032 van 4 mei 2021.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

Artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014 Aan dit hoofdstuk is een tariefbepaling toegevoegd (onderdeel 3.4.6) in verband met de mogelijkheid om een vergunning of ontheffing te verlenen om woonruimte voor toeristische verhuur in gebruik te geven als bedoeld in artikel 23c, eerste en tweede lid, van de Huisvestingswet 2014. Op 1 januari 2021 is de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) in werking getreden (Stb. 2020, 566). Deze wet wijzigt de Huisvestingswet 2014. Op grond van artikel 51, tweede lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 vervallen vóór 1 januari 2021 bestaande regels over de toeristische verhuur van woonruimte op 1 januari 2022. Gemeenten die in hun huisvestingsverordening de toeristische verhuur van woonruimte (opnieuw) hebben gereguleerd, kunnen daarin het in gebruik geven van woonruimte voor de toeristische verhuur zonder vergunning of ontheffing verbieden (artikel 23c Huisvestingswet 2014). Artikel II van het wijzigingsbesluit Het eerste lid voorziet in een (algemene) inwerkingtreding op de [eerste] dag na die van de bekendmaking. Dat is ook de datum van ingang van de heffing. De oude bepalingen blijven van toepassing op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Het tweede lid wijkt alleen voor de datum van inwerkingtreding en ingang van de heffing af van het eerste lid.

De woorden ‘in zoverre’ betekenen dat de laatste zinsnede van het eerste lid (‘met dien verstande dat …’) ook geldt voor het tweede lid. Onderdeel a betreft de wijzigingen die verband houden met de vingerafdrukken op de Nederlandse identiteitskaart. De inwerkingtreding daarvan is afhankelijk van de inwerkingtreding van de Rijkswet tot wijziging van de Paspoortwet (Kamerstukken 35552 (R2148)). Het is nog onduidelijk wanneer dat is. Onderdeel b betreft de wijziging van de naam ‘Drank- en Horecawet’ in ‘Alcoholwet’ (Stb. 2021, 26) die waarschijnlijk op 1 juli 2021 in werking treedt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10238660/1