CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bevindingenrapport november 2020

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Restauratie kademuren Oude Haven (368043 ) Diverse Thema's9.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bevindingen rapport Een analyse van het in opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland uitgevoerde onderzoek voor de renovatie van de kademuur van de Oude Haven in Zierikzee Opgesteld door ing. E. van Uffelen Ir. L. Bijlsma

Zierikzee November 2020

Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................ 3 1 Inleiding ................................................................................................................................. 6 2 Beoordeling onderzoek........................................................................................................... 7 2.1 Hoofddocument ...................................................................................................................................... 7 2.2 Inventarisatiestudie ................................................................................................................................. 8 2.3 Belastingen op de kademuren ................................................................................................................. 9 2.4 Onderzoek kwaliteit houten fundering ................................................................................................... 9 2.5 Onderzoek kwaliteit metselwerk............................................................................................................. 9 2.6 Onderzoek grondwater- en waterpeilhoogten .......................................................................................

9 2.7 Explosieven .............................................................................................................................................. 9 2.8 Duikinspecties.......................................................................................................................................... 9 2.9 Doorsnedeprofielen................................................................................................................................. 9 2.10 Proefsleuven ........................................................................................................................................ 10 2.12 Constructieve toets kademuren .......................................................................................................... 11

3 Constructief herstel Kademuren ............................................................................................13 3.1 Herstelvoorstel Walhout I ..................................................................................................................... 13 3.3 Herstelvoorstel Walhout II .................................................................................................................... 15 3.4 Herstelvoorstel Leenhouts A ................................................................................................................. 16

4 Bewezen sterkte ....................................................................................................................18 5 Projectbeheersing .................................................................................................................20 5.1 Sturing, risico’s en kwaliteitsborging ..................................................................................................... 20 5.2 Chronologisch overzicht ........................................................................................................................ 20

Geraadpleegde Documenten ....................................................................................................23

2

Samenvatting Een onafhankelijke analyse van het in opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland uitgevoerde onderzoek voor de renovatie van de kademuur van de Oude Haven in Zierikzee. Aanleiding 1 Het begon met de vraag “wat is de noodzaak voor het kappen van de bomen langs de Oude Haven”. Voor het beantwoorden van die vraag zijn stukken over de renovatie van de kademuur van de Oude Haven opgevraagd bij de gemeente. Deze stukken roepen de nodige vragen op en dat leidt tot een nadere analyse van het onderzoek en de daaraan ten grondslag liggende deelonderzoeken. Op basis van de analyse van deze stukken kunnen we een aantal conclusies trekken. Deze conclusies leiden vervolgens naar een inzicht en een advies. We baseren ons op de documenten die we van de gemeente hebben ontvangen dan wel die gepubliceerd zijn bij de omgevingsvergunning. Rekentoets 2 Centraal in de door de gemeente gezochte oplossingen staat de toets-berekening die leidt tot de conclusie dat de huidige kadeconstructie niet stabiel is en daardoor niet voldoet. Als maatgevend bezwijkmechanismen zijn de horizontale afschuiving en het kantelen van de kademuren genomen. Andere bezwijkmechanismen zijn niet in de beschouwing meegenomen. Bij de toets-berekening zijn twee zaken van belang. Op de eerste plaats de belasting op de kademuur en op de tweede plaats de sterkte of weerstand van de kademuur.

De schematisatie van deze rekensom kent een aantal aannames, zowel voor de belasting als de sterkte. De inschatting van belasting en sterkte wordt gevoed door de uitgevoerde deelonderzoeken, althans dat is wat je zou verwachten. In het onderhavige geval is die koppeling zwak. Randvoorwaarden en schematisatie 3 Zo wordt er gesteld dat de belasting van de kade is toegenomen, terwijl de huidige functies voetpad en

parkeren juist zouden doen veronderstellen dat de boven-belasting is afgenomen ten opzichte van de functie afmeren en laden en lossen. Ook de getijdewerking in de Oude Haven is aanzienlijk afgenomen door de bouw van de Keersluis in het Havenkanaal en de verhoogde drempel in de mond. Een boven-belasting van 1.5 ton per m2 is in onze ogen aan de hoge kant. De randvoorwaarden met betrekking tot de waterdruk achter de kade zijn te zwaar in relatie tot de gemeten grondwaterstanden. De sterkte en weerstand van de kadeconstructie is geminimaliseerd door te weinig rekening te houden met de grote consolidatie van de grond achter de kade en onder de kade en de aanwezige houten fundering, steunberen, ankers en de achterliggende oude kademuur niet in rekening te brengen. De kade is stuk gerekend. Norm voor faalkans 4 Het is niet duidelijk welke eisen worden gesteld aan de faalkans van de kadeconstructie. De gevolg-

schade van het lokaal afschuiven van de kademuur maakt wel degelijk uit in de te stellen eisen. Het falen van een primaire waterkering bijvoorbeeld heeft heel andere gevolgen dan het afschuiven van een deel van de onderhavige kade. De kade is weliswaar het begin van de secundaire waterkering echter de waterkering in dit gebied is een groot grondmassief van straat en woningen. Ook de standzekerheid van de gebouwen is niet in het geding. Bewezen sterkte 5 Het is tegenwoordig gebruikelijk voor oude constructies waarover niet alles bekend is te redeneren van-

uit bewezen sterkte. Het grootste deel van de kademuur stamt uit 1880 en is ongeveer 140 jaar oud. Een kleiner deel is in 1949 gerenoveerd. Het onderzoek geeft aan dat er recent geen beweging is gemeten in de kademuur, geen zettingen of verplaatsingen. Er staat ook geen spanning op de nog aanwezige verankering. Het onderzoek naar de bouwkundige staat, houten palen en metselwerk van de muur geeft aan dat deze constructief voldoende is. 3

Zienswijze 6 De aan ons beschikbaar gestelde onderzoeksresultaten en documenten geven voor ons geen aanleiding

tot de veronderstelling dat de huidige kade qua sterkte niet voldoet en nog vele jaren zal blijven voldoen. Opgemerkt wordt dat er ook herstelwerkzaamheden zijn voorzien voor een gedeelte met betonnen funderingspalen dat volgens de gemaakte berekening voldoet en dat de vleugel muren naar en onder het witte bruggetje nauwelijks in het onderzoek en de berekeningen aan bod komen. Alternatief 7 De zienswijze leidt tot het definiëren van een alternatief namelijk het alternatief wegwerken achterstal-

lig onderhoud. De waterkant van de kademuren dient gerepareerd te worden zodat het metselwerk en voegwerk weer in orde is. De ontbrekende grondankers kunnen opnieuw worden aangebracht. De bodeminsluiting is in de huidige situatie voldoende. Gezien de bodemligging kan het voorgestelde scherm achterwege worden gelaten. Het is bovendien ontsierend. De voorgestelde nieuwe drainage brengt nieuwe risico’s met zich mee en kan beter geheel achterwege blijven. Het alternatief ligt in het verlengde van het ‘Herstelvoorstel Walhout 2’, het herstelvoorstel conform de aanbesteding. Het verschil is dat vermindering van de belasting op de kademuur door het aanbrengen van Geogrid achterwege wordt gelaten in verband met de bewezen sterkte en grote consolidatie van de grond achter de kade. Beheer en onderhoud 8 Essentieel is dat voor de toekomst een inspectie-, onderhoud- en beheerplan wordt opgesteld. Gekozen alternatief 9 Het door de gemeente gekozen alternatief is de aanbieding ‘versterking met geboorde stalen palen’.

Daarbij wordt de gemetselde constructie met stalen palen in de ondergrond verankerd. De kademuur wordt doorboord met een grote diameter en de stalen paal met grout aan de muur verankerd. Deze methode creëert naar ons inzicht aanzienlijke nieuwe risico’s. De kade wordt bij deze methode als stabiele gewichtsmuur omgevormd naar een constructie die aan palen hangt. Bij zettingen zal dit tot vervormingen van de oude constructie kunnen leiden. Er is niet veel ervaring met deze uitvoeringsmethode. Het is onzeker hoe de constructie zich na verloop van tijd zal gaan gedragen. Terwijl deze methode rekenkundig sterker lijkt kan het zijn dat de kade na uitvoering van de werkzaamheden toch zwakker blijkt. Langdurig verlagen waterpeil 10 Voor het uitvoeren van de werkzaamheden wordt het waterpeil in de Oude Haven langdurig verlaagd.

Dit zal gevolgen hebben voor de grondwaterstanden achter de kademuren. Hierdoor kunnen zettingen optreden in de funderingen van de woningen en het vormt een groot risico voor het overleven van de bomen. Bomen 11 Het door ons aangedragen alternatief heeft geen consequenties voor het grondmassief achter de kade en de bomen kunnen dan blijven staan. Het is wenselijk een bomen-onderhoudsplan op te stellen als onderdeel van het beheerplan Oude Haven. Enkele zieke bomen moeten worden vervangen en bestaande gaten kunnen worden opgevuld. Financiën 12 Het alternatief leidt tot een aanzienlijke kostenbesparing, geeft minder overlast in de omgeving en de

kademuur wordt zo veel mogelijk in originele staat behouden. Bovendien blijven de bomen onaangetast. Los van het aanbrengen van het Geogrid zijn de risico’s van het alternatief gelijk aan die van het “Verbetervoorstel Walhout 2”.

4

Advies 13 Ons advies is het alternatief te onderzoeken en een second opinion op te vragen bij een organisatie met kennis van oude kadeconstructies en bewezen sterkte. Het ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam lijkt daarvoor een goede kandidaat. Wij zijn bereid een voorstel te doen voor de vraagstelling van een second opinion.

5

1 Inleiding In verband met de voorgenomen bomenkap rondom de Oude Haven hebben wij onze zorgen geuit aan de gemeenteraad en stukken opgevraagd om te kunnen beoordelen of bomenkap voor de uitvoering van de werkzaamheden aan de kademuur nodig is. De Oude Haven “uitzonderlijk rijksmonument, uniek in Europa” is een juweel voor Zierikzee. Herstel en restauratie dienen uiteraard met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd te worden. Bij het doornemen van de documenten zijn wij geschrokken. Niet zozeer over het al dan niet nodig zijn van het kappen van de bomen. Het is vooral de onderbouwing van de noodzaak tot herstel van de constructie van de kademuren en de voorgenomen herstelwijzen. Het is evident dat de kademuren dringend onderhoud nodig hebben. Echter de conclusie dat de constructie aangepakt moet worden kunnen wij niet aan de hand van de beschikbaar gestelde documenten ondersteunen. Sterker nog, wij verwachten aanzienlijke risico’s bij herstel van de kademuur met de voorgestelde methoden. De door de gemeente aan ons beschikbaar gestelde documenten zijn in de bijlage weergegeven. We gaan ervan uit dat er geen essentiële aanvullende informatie beschikbaar is. Voor de restauratie en het funderingsherstel is in juli 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd en in oktober 2020 verstrekt.

De aanbesteding is gestart in het najaar van 2019 en in maart 2020 zijn de voorstellen voor herstel ingediend. De onderzoeken naar de kaden zijn uitgevoerd door Walhout Civil uit Ridderkerk en verschillende andere bedrijven. Walhout heeft naar aanleiding hiervan een inventarisatiestudie gemaakt op basis waarvan twee voorstellen voor herstel zijn gedaan. Voor één van de voorstellen, Herstelvoorstel Walhout 1, is een omgevingsvergunning aangevraagd. Gelijktijdig is met het tweede voorstel, Herstelvoorstel Walhout 2, de aanbestedingsprocedure doorlopen. Hiervoor is door de gemeente een zogenaamd “hoofddocument” opgesteld. Bij de aanbestedingsprocedure is aan de aannemers gevraagd om alternatieven aan te bieden. De firma Leenhouts uit Oostburg heeft hier gebruik van gemaakt met het Herstelvoorstel Leenhouts. De belangrijkste documenten voor deze beschouwing zijn: • Inventarisatiestudie Walhout bestaande situatie en de beschikbare onderliggende rapporten; • Hoofddocument Gemeente, restauratie kademuren; • Herstelvoorstel Walhout 1, verificatieblad 06, herstelmaatregelen kademuur conform aanvraag omgevingsvergunning; • Herstelvoorstel Walhout 2, DRA 008, schetsontwerp principevoorstel kadeherstel hoofddocument aanbesteding; en • Herstelvoorstel Leenhouts, conform tekening 001-DO-TBR van 11 september 2020.

Het restauratievoorstel voor herstel van het metselwerk van de kademuren is in deze beoordeling buiten beschouwing gelaten. Wij bevelen aan dit meer gedetailleerd te beoordelen wanneer in de uitvoering een deel van de muur is drooggezet voor restauratie en steigers zijn aangebracht. Pas dan kunnen in overleg met de aannemer per onderdeel de definitieve maatregelen worden bepaald. Regelmatig toezicht en overleg is hierbij essentieel. We plaatsen kanttekeningen bij de methode en duur van het droogzetten van een deel van de kade ten behoeve van de restauratie. Dit is voor de omgeving een belangrijk punt van aandacht.

Erik van Uffelen, Nieuwe Bogerdstraat 25, erik@zumm.nl Luitzen Bijlsma, Nieuwe Bogerdstraat 56, luitzenbijlsma@gmail.com

6

2 Beoordeling onderzoek We hebben de hoofddocumenten ‘Restauratie Museumhaven Zierikzee' en 'Onderzoek kademuren Museumhaven Zierikzee, inventarisatiestudie bestaande situatie’ met de onderliggende stukken beoordeeld. De rapporten kennen een aantal inconsistenties waarvan de belangrijkste is dat de hoofdconclusie niet logisch volgt uit de bevindingen van de deelonderzoeken.

2.1 Hoofddocument In het hoofddocument opgesteld door de gemeente, Walhout en Bouwwinkel Zeeland staat het herstel- en restauratieplan beschreven en bevat een toelichting over onder meer de achtergronden en uitgangspunten. Als aanleiding voor het opstellen van het hoofddocument wordt genoemd dat de kadeconstructie meerdere zichtbare gebreken vertoont. Het herstel is nodig omdat:

“Op basis van meerdere inspecties en onderzoeken is vastgesteld dat er herstel en restauratiewerken uitgevoerd dienen te worden om de stabiliteit en duurzaamheid van de kademuren nu en in de toekomst te kunnen garanderen” Verwacht mag worden dat aan de hand van de inspecties en onderzoeken conclusies worden getrokken op basis waarvan keuzes kunnen worden gemaakt. In het onderliggend onderzoeksrapport ‘Inventarisatie bestaande situatie’, waarin alle deelonderzoeken worden geïntegreerd, worden echter geen conclusies getrokken, noch aanbevelingen gedaan. De vaststelling tot noodzaak van herstel is hiermee onvoldoende onderbouwd. We hebben hierover vragen aan de gemeente gesteld, echter geen aanvullende stukken ontvangen waaruit een goede beoordeling van de onderzoeken blijkt. De beschikbaar gestelde documenten zijn in de Appendix opgenomen. We gaan ervan uit dat er geen essentiële aanvullende informatie beschikbaar is. Op de vraag waarom er over is gegaan tot constructief herstel hebben we op 2 november het volgende antwoord gekregen; “In de onderzoeken staat vermeld dat de U.C. groter zijn dan 1,00. Dit conform de Eurocodes (Europese norm voor het toetsen van de constructieve veiligheid) Omdat de constructie niet voldoet aan de constructieve veiligheid is overgegaan tot de renovatie van de kademuren.

Voor alle duidelijkheid het betreft hier een regionale waterkering, waarborging van de constructieve veiligheid is voor de gemeente essentieel.“ Aan de basis van de door de gemeente gezochte oplossingen staat de toets-berekening die leidt tot de conclusie dat de huidige kadeconstructie niet stabiel is en daardoor niet voldoet. Als maatgevend bezwijkmechanismen zijn horizontale afschuiving en kanteling van de kade genomen. Andere bezwijkmechanismen zijn niet in de beschouwing meegenomen. Bij de toets-berekening zijn twee zaken van belang. Op de eerste plaats de belasting op de kademuur en op de tweede plaats de opneembare sterkte van de kademuur. De verhouding tussen die twee is de zogenaamde Unity Check (UC). Is de UC kleiner dan 1 dan is de opneembare sterkte groter dan de optredende belasting en voldoet de constructie voor deze belasting. Voor de schematisatie van deze rekensom zijn in het onderzoek een aantal aannames gedaan, zowel voor de belasting als de sterkte. De inschatting van belasting en sterkte wordt gebaseerd op de uitgevoerde deelonderzoeken, althans dat is wat je zou verwachten. In het onderhavige geval is die koppeling zwak. Het hoofddocument gaat verder niet in op de afwegingen over noodzaak en de risico’s van de aanpak van de huidige kademuren.

Er wordt alleen benoemd dat de kademuren na herstel moeten voldoen aan de “vigerende regelgeving waaronder bouwbesluit 2011 en de erfgoedwet, alsmede de van toepassing zijnde normen en Europese richtlijnen”.

Dat de kaden hier onder andere niet aan voldoen omdat ze gerealiseerd zijn in een periode met andere of vervallen wet- en regelgeving is niet concreet genoeg. Omschreven dient te worden waar de kademuur precies op wordt beoordeeld. Als doel van de restauratie is omschreven: “Het primaire doel van de restauratie is het beschermen van de cultuurhistorische waarde van de kademuren. Secundair dienen de kademuren dusdanig robuust te worden gerenoveerd dat de totale stabiliteit en

7

kerende hoogte van de kademuren gewaarborgd zijn, met het oog op de functie als secundaire waterkering”. Verder gaat het hoofddocument niet in op de toestand van de huidige situatie en de risico’s hiervan. De vraag reist of de onderzoeken ook waren uitgevoerd als er geen zichtbare gebreken waren geconstateerd en of het een verplichting is alle bestaande constructies te berekenen en constructieve maatregelen te treffen als deze niet meer voldoen aan de huidige regelgeving. Hier wordt in het rapport niet op ingegaan.

2.2 Inventarisatiestudie De inventarisatiestudie omvat de bevindingen van de uitgevoerde onderzoeken naar de kademuren en constructieve controleberekeningen. In de onderzoeken zijn de verschillende kaden onderverdeeld in vijf beheersgebieden.

• • • • •

Beheersgebied I, Haven Noodzijde. Beheersgebied II, Kraanplein. Beheersgebied III, Haven zuidzijde (west). Beheersgebied IV, Haven zuidzijde (oost). Beheersgebied V, Haven Oostzijde (Witte bruggetje, Noord- en Zuidhavenpoort), ontbreekt in hoofddocument.

Er is onderzoek gedaan naar de constructieve aspecten van de kademuur, de fundering en stabiliteit. In paragraaf 4.3, Schadebeelden staat:

“Het metselwerk van de gewichtsmuur verkeert in redelijk Indeling Oude Haven gebied in Beheergebieden goede staat. Verzakking van het maaiveld, verplaatsing van objecten of scheefstand van de kademuren is niet waargenomen, waardoor niet hoeft te worden getwijfeld aan de stabiliteit en functionaliteit van de kademuur en de fundering.” Als er geen reden tot twijfel is ligt nader onderzoek niet voor de hand. Enkel de overgangsconstructies ter plaatse van de kop van de oude haven (overgang I-II en overgang II-III) geven volgens de inventarisatie reden tot twijfel. Aangegeven wordt dat dit pas in kaart kan worden gebracht als de voormuur is verwijderd. Hier wordt verder in het rapport niet op ingegaan. Tijdens de uitvoering van het herstel van het metselwerk kan dit goed worden bekeken. Ondanks dat aangegeven is dat er geen reden tot twijfel is over de stabiliteit en functionaliteit kunnen wij ons toch heel goed voorstellen dat er onderzoek naar de fundering wordt gedaan gegeven het belang van dit bouwwerk voor het stadsgezicht en het bewaren van het erfgoed. Op basis van de bevindingen en een risicoanalyse kan dan een goed gewogen afweging worden gemaakt. De kans op het afglijden van een stuk kademuur dient voldoende klein te zijn ook al zijn de gevolgrisico’s hiervan, behalve bij beheergebied V, beperkt.

Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd om de staat van de constructie te achterhalen. We constateren dat deze niet allemaal even nauwkeurig zijn uitgevoerd, zoals het graven van proefsleuven. Daarnaast sluiten de bevindingen in de inventarisatiestudie niet allemaal even goed aan bij de onderliggende rapporten. Een aantal onderzoeken is summier uitgevoerd zoals het onderzoek van boorkernen en het onderzoek naar de staat van de houten palen. De bevindingen aan de hand van de uitgevoerde duikinspecties worden niet benoemd. Ook bevat het onderzoek slordigheden als het verwisselen van onderzochte locaties en doorsneden. Uit de verschillende onderzoeken en berekeningen worden in de inventarisatiestudie geen conclusies getrokken of aanbevelingen gedaan. Het beoordelen van de constructie is een complexe afweging, waarbij kosten en baten, omgevingsfactoren en effecten, en risico-inventarisaties een rol spelen. Hierover vinden we in de rapporten weinig terug. Kostenramingen zijn niet beschikbaar en risicoanalyses ontbreken

8

2.3 Belastingen op de kademuren In de inleiding wordt gesteld dat de monumentale gemetselde kademuren een grote zorg zijn als het gaat om het huidige gebruik versus het oorspronkelijke ontwerp. Dat de muren destijds zijn ontworpen voor significant lichtere belastingen is naar ons idee niet juist. De huidige functies ‘voetgangersgebied en parkeren’ ten opzichte van oorspronkelijke functies ‘aanmeren, laden en lossen van goederen’ zal eerder minder belasting opleveren dan meer. Er is niet geconstateerd dat de sterkte van de kademuur verminderd is in de loop der jaren. Bij gelijke of mindere belasting zal de kademuur niet zomaar bezwijken.

2.4 Onderzoek kwaliteit houten fundering Op één van de proeflocaties is de paalfundering onderzocht, hieruit kan worden geconcludeerd dat deze in goede staat is, de aantasting van de palen in de loop der jaren is minimaal. De exacte paalposities zijn niet in beeld gebracht. De vraag waarom dit maar op één locatie is onderzocht wordt niet beantwoord.

2.5 Onderzoek kwaliteit metselwerk Er zijn drie kernboringen op druk getest. Op welke locaties deze boringen zijn genomen blijkt niet uit het onderzoek ‘verificatieblad 002, kernboringen’. Het aantal testen is klein in relatie tot de omvang en complexiteit van de kademuur.

2.6 Onderzoek grondwater- en waterpeilhoogten In een aantal peilbuizen zijn gedurende enige tijd de grondwaterstanden en peilhoogten gemeten. In de berekening zijn andere waarden aangehouden. De voorgestelde maatregelen zou je niet verwachten bij interpretatie van de meetwaarden.

2.7 Explosieven Er wordt gewezen op verhoogde trefkans op explosieven, hiermee wordt met het uitvoeringsvoorstel geen rekening gehouden in de vorm van een risicoanalyse.

2.8 Duikinspecties Er zijn duikinspecties uitgevoerd, verwijzing hiernaar en de resultaten hiervan komen in de inventarisatie niet aan bod. Onderloopsheid van de kademuur is in het rapport niet benoemd. Toch worden er maatregelen voorgesteld om dit tegen te gaan en die zijn niet zonder risico’s.

Beheergebied IV

Beheergebied II

Beheergebied I

2.9 Doorsnedeprofielen Er worden een aantal doorsneden geschetst van de kademuren, de aangeduide locaties komen niet overeen Beheergebied V Beheergebied V met de aangegeven beheersgebieden. Dit wekt verwarring en heeft mogelijk mede geleid tot verkeerde inzichten en herstelvoorstellen. Niet van alle doorsneden zijn profielen getekend. Beheersgebied III ontbreekt en V ontbreekt gedeeltelijk. Bovendien zijn niet alle aanwezige profielen onderzocht. Bij de doorsneden van beheersgebied V, het Witte Bruggetje, staat aangegeven dat deze niet maatgevend zijn. Volgens deze redenering zou deze constructie 9

voldoen als van de andere constructies aangetoond is dat deze voldoen. De vraag waarom dit zo is wordt niet beantwoord.

2.10 Proefsleuven De proefsleuven die zijn gegraven geven volgens de inventarisatiestudie het beeld dat de uitvoering overeenkomt met de archieftekeningen. Er worden weinig bijzonderheden gemeld, behalve de aanwezigheid van een historische kademuur achter de huidige kademuur aan de noordzijde. Dit wordt niet genoemd in het hoofddocument en is niet aangeduid op tekeningen van de omgevingsvergunning en van de aanbesteding. Dit is essentiële informatie en het is de vraag waarom hier niets mee is gedaan. Het graven van de proefsleuven was lastig, gedeeltelijk zijn de graafwerkzaamheden bij hoog water uitgevoerd waardoor er veel last was van grondwater en de inspecties niet goed konden worden uitgevoerd. De omschrijving van twee locaties komt niet overeen met de aanduiding op de tekeningen en lijken verwisseld. Dit kan hebben geleid tot verkeerde conclusies. In het verificatieblad 003, “Proefsleuven” staat de opmerking dat de kademuur bij proefsleuf 3 (moet zijn 2) op veengrond staat. Dit lijkt zeer onwaarschijnlijk. Er zijn geen goede foto’s van deze locatie gemaakt en er is geen tekening gemaakt.

In het rapport wordt aan de hand van de proefsleuven het volgende geschreven: “Mogelijk zijn bepaalde delen van de kademuren niet op palen gefundeerd maar op staal, er kon echter vanwege het grondwater en de beperkt ruimte vaak niet dieper worden gegraven om de gehele fundering bloot te leggen” Veronderstelt wordt dat er plaatselijk geen palen onder de fundering aanwezig zouden kunnen zijn. Het kan zijn dat een deel van de muur op staal is gefundeerd, dit is ‘zonder palen op stevige ondergrond’. In ieder geval is geconstateerd dat de aanlegdiepte van de kademuren dieper is dan werd verondersteld. Dit is geen reden tot zorg, de hele binnenstad is op staal gefundeerd. Dat de kademuur op veengrond staat is onmogelijk. Dit blijkt ook uit de sonderingen. Van de kademuren in beheersgebied IV en V zijn geen proefsleuven gemaakt. De vraag is waarom niet? Bij de proefsleuven wordt het volgende gerapporteerd: Proefsleuven 1 en 2, Beheersgebied I, Haven Noordzijde, doorsnede C Bevindingen proefsleuven memo 12 juni 2019: Oude kademuur aangetroffen achter kademuur verder geen relevante opmerkingen en bijzonderheden. De tekst proefsleuf 2 en 3 is verwisseld op de plattegrond. Er is naar aanleiding van de proefsleuven niet gerapporteerd over een blijk van twijfel over de aanwezigheid van een paalfundering bij deze kademuur.

Waarschijnlijk is dit idee ontstaan door de verwisseling van de bevindingen. Of is dit omdat er bij de duikinspecties geen palen zijn aangetroffen, De kademuur is in ieder geval aangetroffen tot een diepte van 6,04m (duikinspectie A), 5,79m (duikinspectie B) en 4,75m (duikinspectie C). Mogelijk is de kademuur nog dieper. De hart op hart afstand van de steunberen bij proefsleuf 1 schatten we op basis van de foto’s op c.a. 2 meter. Proefsleuf 4, Beheersgebied II, Kraanplein, doorsnede B Bevindingen proefsleuven memo 12 juni 2019: Geen bijzonderheden, fundering van hout is aangetroffen. Er is een paalfundering aangetroffen en de houtmonsters vanuit de duikinspectie zijn in goede staat. Proefsleuf 3, Beheersgebied III, Haven zuidzijde; (west), geen doorsnedetekening Bevindingen proefsleuven memo 12 juni 2019: “Muur staat op veengrond, o.k. 5,6 - mv, verder geen opmerkingen. De Bevindingen van proefsleuf 2 en 3 zijn verwisseld. Bij de duikinspectie van Nebest is gegraven tot een diepte van 5,05 meter onder het maaiveld. Dat de muur daadwerkelijk op veengrond staat is zeer onwaarschijnlijk. Dan waren er zeker zettingen opgetreden.

10

2.12 Constructieve toets kademuren In de hoofddocumenten ‘Restauratie Museumhaven Zierikzee' en 'Onderzoek kademuren Museumhaven Zierikzee, inventarisatiestudie bestaande situatie’ zijn een aantal berekeningen uitgevoerd naar de stabiliteit van de kademuren. Kademuur beheersgebied I Haven noordzijde, houten palen of op staal gefundeerd, doorsnedeberekening C Voor deze berekening is het uitgangspunt gehanteerd dat de kade niet op palen staat. Men heeft echter zowel met de proefsleuven als de duikinspectie niet diep genoeg kunnen graven. De diepte van de kademuur is in ieder geval veel dieper dan de gehanteerde waarde die in de berekening is aangehouden. In de berekeningen is de aanwezigheid van steunberen en verankeringen niet meegerekend en zijn de waterhoogten bij laag water te laag en grondwaterstanden juist te hoog aangehouden. Daar bovenop is de gehanteerde veranderlijke belasting op het maaiveld hoog genomen, 1500 kg/m2. Ter vergelijk voor mensenmassa’s wordt een veranderlijke belasting van 500 kg/m2 gehanteerd, voor parkeergarages 200 kg/m2. Uiteraard is daarbovenop ook gerekend met hoge veiligheidsfactoren. In de berekening blijkt dat op deze manier geschematiseerd, de belasting 3 tot 5 keer hoger is dan de sterkte. De kademuur schuift af of kantelt en kan in de huidige situatie niet bestaan. De kade is stuk gerekend.

Er zijn geen vraagtekens gezet bij deze berekening die, gegeven de bewezen sterkte van de kade, naar onze mening essentieel zijn. Het vervolg had moeten zijn een grondiger analyse van de sterkte en de belasting. In plaats daarvan is besloten tot constructieve maatregelen. Dit is de kern. Op basis van een discutabele berekening is besloten tot constructieve herstelmaatregelen. Het nut en de noodzaak van deze constructieve herstelmaatregelen wordt door ons sterk betwijfelt. In het hoofddocument van de gemeente, verbetervoorstel Walhout 2, wordt de druk op de kademuur verminderd door het aanbrengen van kunststof netten, ‘Geogrid’. Dit leidt tot een grootschalige ontgraving achter de kade waarbij het kappen van de bomen noodzakelijk is. Daarbij wordt ontgraven tot een diepte waar de krachten op de fundering in het geheel niet meer voorkomen. De bodem heeft door jarenlange inklinking en belasting een zeer compacte en samenhangende structuur die er voor zorgt dat er minder zijdelingse krachten op de damwand worden uitgeoefend. Dit wordt ook in het rapport genoemd. Aan de noordzijde vangen de nog aanwezige historische kademuren achter de huidige kademuren de grondbelasting al voor een groot deel op waardoor de werkelijke belasting op de kademuur minder is.

In de praktijk zullen de werkelijke krachten op de muur nog minder zijn doordat de aanwezige boomwortels een ‘natuurlijk geogrid’ in de grond vormen waardoor de samenhang van de grond wordt vergroot. Kademuur beheersgebied II Kraanplein, houten palen, doorsnedeberekening B Als uitgangspunt voor de berekeningen van deze kademuur wordt gehanteerd dat de kademuren “vermoedelijk niet op palen zijn gefundeerd”. Daarnaast is in de berekeningen de aanwezigheid van steunberen en verankeringen niet meegerekend en zijn de waterhoogten bij laag water te laag en grondwaterstanden juist te hoog aangehouden. Terwijl hier met zekerheid is geconstateerd dat er houten funderingspalen aanwezig zijn. Verder geldt voor deze muur hetzelfde als voor de kademuur in beheersgebied I. Tevens is in deze berekening het niveau van het maaiveld te hoog aangehouden. Ook is er in het vereenvoudigd model geen rekening gehouden met het licht achterover hellen van de muur. Dit is gunstig voor de krachtafdracht. Bovendien zijn de kademuren aan de bovenzijde breder en dus sterker dan getekend in het vereenvoudigd model. Bij dit deel is geen oude kademuur aangetroffen.

Kademuur beheersgebied III Haven zuidzijde west, geen tekening, geen berekening Voor dit deel zijn geen berekeningen uitgevoerd, het voornemen is wel om hier constructieve herstelwerkzaamheden uit te voeren. Onduidelijk is op basis waarvan. Kademuren beheersgebied IV Haven zuidzijde oost, doorsnede berekening A De berekening van het deel van de kademuur dat op betonpalen is gefundeerd voldoet volgens de berekening. Hier bevinden zich twee rijen betonpalen onder de fundering met een hart op hart afstand van 90 cm 11

in combinatie met schoorpalen. Toch is het voornemen om ook hier constructieve herstelwerkzaamheden uit te voeren. Onduidelijk is op basis waarvan. Kademuren beheersgebied V, Haven oostzijde, houten palen, op doorsnedetekening aangegeven als beheersgebied IV in plaats van V De staat van de kademuren ter plaatse van de Noord- en Zuidhavenpoort en het Witte Bruggetje is beperkt onderzocht en er is geen berekening van gemaakt. Deze wordt als “niet maatgevend” beoordeeld. Er worden wel herstelmaatregelen aan de constructie uitgevoerd. Het deel aan de oostkant, van de brug kent visueel een aantal aandachtspunten maar deze zijn niet onderzocht. De vraag is waarom dit buiten de scope valt.

12

3 Constructief herstel Kademuren Voor herstel zijn door Walhout een aantal opties aangedragen. Twee daarvan zijn uitgewerkt tot een schetsontwerp. Met het ‘herstelvoorstel Walhout 1 versterken van de constructie’ is de omgevingsvergunning aangevraagd met het andere ‘herstelvoorstel Walhout 2 wegnemen belasting’ is de aanbestedingsprocedure doorlopen. Waarom ervoor is gekozen voor een verschil hiertussen is niet bekend. Bij de aanbestedingsprocedure is de aannemers de mogelijkheid geboden om alternatieven aan te dragen, aannemer Leenhouts heeft hier gebruik van gemaakt en heeft twee alternatieven aangeboden waarvan alternatief A de voorkeur heeft van de gemeente, ‘herstelvoorstel Leenhouts A aanbrengen geboorde palen’. • Herstelvoorstel Walhout 1; herstelvoorstel conform aanvraag omgevingsvergunning • Herstelvoorstel Walhout 2; herstelvoorstel hoofddocument aanbesteding • Herstelvoorstel Leenhouts A, conform tekening 001-DO-TBR van 11 september 2020 Naast het in beeld brengen van de sterkte en risico’s van de huidige situatie dienen ook de sterkte en risico’s die de herstelwerkzaamheden met zich meebrengen in beeld gebracht te worden. Zowel voor de uitvoering als voor de uiteindelijke situatie. Deze gegevens zijn niet beschikbaar gesteld. Overigens is door de gemeente bevestigd dat de herstelvoorstellen alle drie voldoen. Achtereenvolgens bespreken we de drie herstelvoorstellen.

3.1 Herstelvoorstel Walhout I Het voorstel is om achter de huidige kademuren om de 5 a 6 meter steunberen aan te brengen die de kademuren gaan dragen. Deze worden geplaatst op een nieuwe onderheide funderingsstrook. Aan de voorzijde rust de kademuur op een kunststof damwand van circa 4 meter lang. Achter de kademuur vindt grondverbetering plaats. Hoe is nog niet bekend, zoals aangegeven in verificatieblad 006. Dit voorstel van Walhout is niet verder uitgewerkt, technische onderbouwing, berekening en risicoafweging zijn in de ontvangen documenten en vergunningaanvraag niet aanwezig. De huidige vergunning is gebaseerd op deze methode zonder duidelijk beeld van de werkzaamheden te geven. In de vergunningaanvraag is de herstelmethode van ‘Leenhouts’, waarvan het voornemen is deze uit te voeren niet opgenomen.

De uitvoeringsmethode Walhout 1 is niet realistisch. Het is niet mogelijk de kademuur te laten dragen op de voorgestelde kunststof damwand, deze zou bezwijken. Daarnaast is het ook onmogelijk om de kademuur op te hangen aan de voorgestelde steunberen. Dit zal desastreuze krachten in het metselwerk tot gevolg opleveren. De krachtwerking is bovendien verkeerd geïnterpreteerd door schoorpalen toe te passen naar de verkeerde kant.

Doorsnede Herstelvoorstel Walhout 1

Hoe om te gaan met de aanwezige gemetselde steunberen, die in de weg zitten voor de voorgestelde constructie en met de aanwezige oude kademuur aan de noordzijde wordt niet omschreven bij dit voorstel en in de vergunningaanvraag. Deze informatie staat enkel vermeld in de foto-documenten van de proefsleuven en in het inventarisatierapport. Hiernaast dienen bij deze methode ook de volgende risico’s te worden gewogen: Risico’s droogzetten Oude Haven en bemalen bouwput • Door het langdurig wegnemen van de waterdruk ontstaat spanning op de kademuren. • Eenzijdige waterdruk op brughoofden. • Risico op houtrot van palen en houten fundering kademuren en brughoofden. 13

• Risico houtrot van palen onder omliggende woningen en risico op zetting van en scheurvorming in de omliggende woningen. • De bomen verdrogen en sterven af. Risico’s indringing zout water Het voorgestelde drainagesysteem voor ontlasting van de waterdruk aan de achterzijde is hoger getekend dan de hoogst gemeten grondwaterstand en zal hierdoor eerder een nadelig effect hebben dan een positief effect. Maar ook als het lager wordt aangebracht achten we dit niet zinvol en mogelijk zelfs risicovol om aan te brengen. De positieve bijdrage van deze voorziening is moeilijk te bepalen en de voorziening is onderhouds- en faalgevoelig. Het te maken drainagesysteem achter de kademuren als deze niet goed wordt onderhouden of faalt voor extra zoutbelasting aan de achterzijde van de kademuur zorgen. Dit kan de kademuur zelf aantasten en zorgt voor extra infiltratie van zout water in de bodem. De bomen zullen hier last van krijgen en mogelijk afsterven. Het effect hiervan is niet onderzocht. Ook kunnen de openingen zorgen voor uitspoelen van de grond bij het kapot gaan van het drainagekanaal. Risico’s die nu niet aanwezig zijn worden toegevoegd. De kademuur staat al 140 jaar zonder drainage.

Risico’s aanbrengen damwand Bij het aanbrengen van de damwand tegen onderloopsheid voorlangs de constructie bestaat het risico dat de betonnen en houten palen of de mogelijk aanwezige houten damwanden worden geraakt. Bij de betonpalen zit het snijpunt al op een paar meter diepte. Ook kan op explosieven of steenresten worden gestuit met trillingen en schade tot gevolg. De bodemligging is in de huidige situatie hoger dan vroeger als laad en loskade. Er zijn overigens geen sporen van grondverlies, ‘sinkholes of piping’. Gevolgen woongenot en toerisme Het woongenot zal langdurig minder zijn en ook het toerisme zal last hebben van de werkzaamheden. Risico’s economisch en juridisch Grote kans op tegenvallers door: schademeldingen, munitie, archeologie en economische schade voor ondernemers en waardedaling huizen rondom de Oude Haven. De schade door juridische geschillen met aannemer, omwonenden en verzekeraars met langdurige stagnaties en oplopende kosten tot gevolg is niet ondenkbaar. Een post onvoorzien van 3% zoals aangehouden is niet realistisch en véél te laag. Er ontbreekt een risicoanalyse, waarbij de risico’s ook monetair zijn uitgedrukt. Een besluit tot het uitvoeren kan niet worden genomen zonder een getoetste risicoanalyse daarbij te betrekken.

Gevolgen klimaat en natuur • Het herstel heeft een grote milieu-impact door gebruik van grote hoeveelheden beton, staal en inzet van materieel voor aanleg en transport. • Gepaard gaand met navenant hoge CO2 en Stiktofuitstoot. • De bomen kunnen met de methode Walhout niet gehandhaafd blijven, het is de vraag of er voldoende ruimte voor de wortels is in de nieuwe situatie tot volle wasdom te komen. • Er wordt veel kunststof gebruikt bij herstel, dit is een lelijk zicht en komt uiteindelijk gedeeltelijk of geheel in het milieu. Kunststof is daarnaast verouderingsgevoelig.

14

3.3 Herstelvoorstel Walhout II In dit voorstel wordt de constructie van de kademuur niet veranderd maar zijn de werkzaamheden gericht op het verminderen van gronddruk. Hiervoor is een gat voorzien achter de damwand met een diepte van 4,5 meter en een breedte van 9,5 meter! De grond wordt verwijderd en daarna in lagen teruggebracht, voorzien van ‘Geogrid’ ten behoeve van extra stabiliteit. Het geogrid verzorgt hierbij samenhang tussen de grondlagen. Dit wordt tot een afstand van de kademuur gedaan dat ver buiten het van invloed zijnde krachtenveld ligt. De werkzaamheden zijn hierdoor onnodig ingrijpend. Daarnaast wordt een drainagebuis achter de kademuur aangelegd en een kunststof damwand aan de voorzijde aangebracht om uitspoeling van grond te voorDoorsnede kade Herstelvoorstel Walhout 2 komen, zodat de oude haven kan worden uitgediept. Deze werkmethode is ingrijpend en brengt grote risico’s met zich mee. Naast de risico’s zoals genoemd bij de methode Walhout I heeft deze uitvoeringsvariant vanwege de omvang wat een werk nog een aantal extra risico’s. Risico’s graafwerkzaamheden • Het te graven gat achter de kademuren is zo groot met een diepte van 4,5 meter en een breedte van 9,5 meter dat dit vrijwel onherroepelijk aanvullende schade veroorzaakt.

• Spanningsveranderingen in de grond waardoor het risico op zakkingen en zettingen juist groter zal worden in plaats van kleiner, een averechts effect. Risico’s door transport Trillingen met mogelijk schade tot gevolg door zeer veel zwaar transport door de binnenstad. Zoals aangegeven moet bij deze methode circa 50.000 m3 grond worden verzet. Dit komt neer op circa 2500 vrachtwagenritten met 20 m3 per keer, aan en afvoer. Dit veroorzaakt veel trillingen en overlast. Volgens de omschrijving wordt de grond tijdelijk in depot gezet. Risico vervuilde grond en terug aanbrengen grond De kans dat de grond deels vervuild is is aannemelijk. Wanneer dit afgevoerd moet worden brengt dit extra kosten met zich mee. De vraag is ook of alle grond zand en klei geschikt om terug aan te brengen en te verdichten. Lukt het met deze methode om de grond daadwerkelijk “neutraal aan te brengen”?

15

3.4 Herstelvoorstel Leenhouts A Het herstelvoorstel Leenhouts A omvat het aanbrengen van stalen buispalen door en deels achter de kademuur. Door de kademuur wordt om de circa 2 meter een stalen paal geboord met een boorkop met een diameter van circa 45 cm, om en om verticaal en schuin. Hierdoor worden stalen buispalen ‘Tubexpalen’ geboord. De palen worden verankerd aan de kadeMethode Leenhouts A muur door ze rondom te voorzien van een laag groutbeton. Dit groutbeton vormt de verbinding tussen het metselwerk en de paal. Aan de voorzijde wordt een stalen damwand geplaatst, afgedekt met een laag beton. Ter plaatse van de kademuur met betonnen palen, beheersgebied IV, worden de Tubexpalen achter de kademuur geplaatst. Deze werkzaamheden worden niet uitgevoerd in beheersgebied V, dit wordt door de aannemer aangeduid als “nader te bepalen”. Ook bij het voorstel van Leenhouts worden drainagevoorzieningen aangebracht achter de kademuur. Los van nut en noodzaak, kent de uitvoeringsmethode Leenhouts een aantal voordelen ten opzichte van die van Walhout. De ontgraving achter en voor de kade is niet of minder nodig, waardoor er veel minder overlast en verkeersbewegingen zijn. Of de bomen kunnen blijven staan hangt af van het materieel en het al dan niet droogzetten van de haven. Ogenschijnlijk zijn de risico’s bij deze methode minder groot. Dit blijkt echter niet uit een risicoanalyse.

De gevolgen van de nieuwe palen op de bestaande constructie moeten goed onderzocht worden. Een vergelijkbare methode werd in Den Haag door ingenieursbureau Amsterdam en ingenieursbureau Rotterdam als te risicovol beschouwd en afgeraden. Zijn de risico’s voldoende afgewogen en door deskundigen beoordeeld? Hebben Leenhouts en adviesbureau DVA voldoende ervaring met deze uitvoeringsmethode onder deze omstandigheden? De hoogte en dikte van de muur, getij en zout water zijn bijzonder. De situatie in Schiedam en Sluis zijn anders dan de Oude Haven. In Schiedam is door Boskalis met advies van DVA een “tafelconstructie” aangebracht met palen voor en achter de kademuur. Echter met veel kleinere palen, die bovendien voornamelijk verticaal belast worden, wat was de rol van Leenhouts bij dit werk of betreft het referentieproject een ander werk in Schiedam? De volgende risico’s moeten in acht worden genomen: • Het metselwerk van de kademuur kan ernstig worden beschadigd bij het boren van palen met deze omvang. • De kademuur gaat bij enige zetting op termijn “hangen” aan de nieuwe constructie. Dit geeft nieuwe spanningen in het metselwerk waardoor dit deels op trek belast kan worden en kan gaan scheuren. • Onvoldoende hechting van het grout rondom de palen aan het metselwerk, met moeilijk herstelwerk nadien.

Is het metselwerk aan voor en achterzijde overal dik genoeg? Hoe wordt het grout aangebracht (water en grond spoelen in de gaten) en hoe wordt de dekking en kwaliteit gecontroleerd? • De steunberen achter de kademuren worden niet apart ondersteund en gaan hangen aan de kademuur. • De huidige paalfundering wordt onherstelbaar beschadigd door de boorwerkzaamheden en verliest daardoor zijn dragende functie. • De palen zijn van staal, door corrosie en bij onvoldoende dekking of slechte verdichting van het beton zal schade ontstaan. 16

• Schade door trillingen, heiwerk, graafwerk, damwanden en transport. Bij de grootte diameter zal materieel vanaf de wal moeten worden gemobiliseerd. • Bij het aanbrengen van de damwand voorlangs de constructie bestaat het risico dat de betonnen en houten palen worden geraakt. Bij de betonpalen zit het snijpunt al op een paar meter diepte. Ook kan op explosieven of steenresten worden gestuit met trillingen en schade tot gevolg. • Spanningsgeschillen met aansluitende niet nieuw onderheide kademuren nabij het bruggetjes. • Risico’s op indringing zout water in de grond achter de kade net als bij methode Walhout. • Er wordt veel staal en beton gebruikt bij het herstel, dit levert een hoge milieubelasting op in de vorm van CO2 en Stikstof. • Stagnatie in de uitvoering door onvoorziene omstandigheden en tegenvallers in de uitvoering of schade, juridische conflicten, langdurige stagnatie etc. • Het metselwerk moet worden hersteld en daarvoor wordt de Oude haven drooggezet. Risico’s als hiervoor bij Walhout. • Er is onvoldoende ervaring met deze methode, niet eerder op deze manier toegepast. • Is de uitvoering van de werkzaamheden en zijn de omgevingsrisico’s beoordeeld door de verzekeraar? Bij kadeherstel van de Toussaintkade in Den Haag is een vergelijkbare herstelmethode kritisch beoordeeld door de ingenieursbureaus van de gemeente Amsterdam en Rotterdam.

Citaat uit het rapport van de ingenieursdienst Amsterdam: “De bestaande constructie is een gewichtsmuur welke door zijn eigen gewicht tegendruk geeft aan de horizontale belasting. In de nieuwe situatie gaat het metselwerk “hangen” aan de palen en is daarmee geen gewichtsmuur constructie meer. Hierdoor neemt de horizontale belasting op de kademuur toe. De horizontale krachten moeten opgevangen worden middels groutankers. Op enig moment worden in ontwerp IbR de groutankers overgepakt van de bestaande kademuur op de nieuwe constructie (uitgaande van gording die verdekt weg gewerkt wordt in het metselwerk). Gezien dikte van het metselwerk lijkt dit niet uitvoerbaar. Waarschijnlijk moeten er groutankers bijgeplaatst worden. De plek van de huidige groutankers is niet gekoppeld aan de locatie van de palen. De bestaande kade werkt nu als gewichtsmuur op de fundering. In het nieuwe ontwerp gaat het metselwerk “hangen” aan de nieuwe fundering (in plaats van steunen op de houten vloer en fundering). Dit proces zal geleidelijk plaatsvinden aangezien de bestaande houten fundering nog draagt en naar alle waarschijnlijkheid langzaam gaat bezwijken waarna het metselwerk aan de nieuwe fundering gaat “hangen”. Tijdens dit proces zal door overgang van gewichtsmuur naar “hangen” de horizontale kracht op de constructie toe nemen.

Door de horizontale kracht moet er in het metselwerk gewelfwerking gaan plaats vinden. Door de overgang naar “hangen” is de hechting van de paal aan het bestaande metselwerk essentieel in samenspel met toenemende horizontale kracht op het metselwerk. Dit is ons inziens een risico volle situatie aangezien onbekend is hoe het metselwerk zich hierbij houdt – uitgaande van samenhangend metselwerk – en dit ook daadwerkelijk gaat lukken. Dit is vooraf niet te voorspellen, laat staan wat de restlevensduur van de constructie dan is. Hoe de constructie reageert op bijvoorbeeld ongelijke zettingen in combinatie met ‘hangen’ aan de palen en horizontale kracht opname maakt dit alternatief twijfelachtig. Dit in combinatie met te weinig ‘vlees’ van het metselwerk rond de palen resulteert in een verwachting van een beperkte levensduur.”

17

4 Bewezen sterkte Het SBR-CURnet rapport “Binnenstedelijke kademuren” geeft handvatten voor oude kade constructies. De handleiding stelt ten aanzien van bewezen sterkte het volgende: “Veel constructies functioneren al vele jaren naar behoren. Veelal zal wel sprake zijn degradatie van constructieonderdelen. Ook is de belasting van deze kades vaak in de loop der jaren aangepast. Zo is in oude binnensteden de verkeersbelasting in de jaren vaak toegenomen. Echter in oude stadshavens is de kadebelasting veelal afgenomen: vroeger was hier sprake van opslag van goederen en nu is de kade een wandelpromenade of parkeerterrein voor personenwagens. In het laatste geval is het mogelijk een methode ‘bewezen sterkte’ toe te passen. Het is echter nodig inzicht te hebben in de historische belastingen (oppervlak, statisch/dynamisch, duur, etc.), tussentijdse wijzigingen aan de constructie en de huidige staat en het gedrag van de constructie. Als een kademuur bij een beoordeling volgens nieuwe richtlijnen niet voldoet, kan op basis van bewezen sterkte toch worden goedgekeurd indien:  de maatgevende belastingen, met name kerende hoogte, extreme (grondwaterstanden) en bovenbelasting in het verleden eerder heeft kunnen weerstaan;  er bij deze extreme situatie geen noemenswaardige schade is opgetreden;  de kadeconstructie geen (nadelige) veranderingen heeft ondergaan.

Hierbij valt te denken aan degradatie als gevolg van corrosie; en  al deze gegevens met voldoende betrouwbaarheid kunnen worden vastgesteld”. Achtereenvolgens kunnen hierbij de volgende opmerkingen worden gemaakt.

Weerstaan maatgevende belastingen Ten aanzien van de vroegere en huidige belastingen van de kademuur kan het volgende worden gesteld. De functies van de kademuur zijn in de loop der jaren veranderd. Historisch zijn de functies aanmeren, laden en lossen en opslag van goederen. De huidige functies betreffen voetpad en parkeerplaats voor de bewoners. Met behulp van de beeldbank kunnen een aantal extreme belastingsituaties worden gereconstrueerd. Ten aanzien van de druk als gevolg van verschillen in waterstanden voor en achter de kade kan het volgende worden gesteld. Voor de bouw van de keersluis in het Havenkanaal was bij een hoog springtij het getijverschil, het verschil tussen hoog- en laagwater, circa 4 meter. De ligging van de drempel in de mond van de Oude Haven is circa 0.60 meter onder NAP. Dit is aangeduid met laagst gemeten waterstand op Bijlage A van het rapport “Onderzoek kademuren Museumhaven Zierikzee”, RAP 003. Met de keersluis en de drempel is het getijverschil nu 2.50 meter. De component getij in de belasting van de kade door het grondwater is in de huidige situatie een factor 0.625 kleiner. Schade onder extreme situaties Van de huidige kademuur zijn ons geen grote schades bekend zijn ons geen grote schades bekend. Gegevens uit het historisch onderzoek kademuren geven hierover geen nadere informatie.

Geen nadelige veranderingen De kade kent omvangrijk achterstallig onderhoud. Wanneer dit wordt weggewerkt en geërodeerde ankers weer worden aangebracht is de kade in een conditie die vergelijkbaar is met de jaren na de bouw. In het verleden werd het onderhoud aan voeg- en metselwerk uitgevoerd door de firma van Velthoven. Er zijn ons verder geen modificaties bekend, die van invloed zijn op de bewezen sterkte.

18

Opslag betonblokken 1953 X-0664

Springtij omstreeks 1956 O-1090

Laden, lossen en opslag omstreeks 1886 ZS-1191

Instorting deel kade 1949Bouwtechnisch Onderzoek 2020

Omgewaaide boom 1911 ZG-0083

Opslag brandstof op de kade 1953 ZS-1243

Belgische vissersvloot 1916 ZG-0210

Afmeren, laden en lossen 1930 ZZE-0180

19

5 Projectbeheersing 5.1 Sturing, risico’s en kwaliteitsborging Risicomanagement In de beoordeelde documenten wordt weinig vermeld over de risico’s. Er is geen risico-inventarisatie aan ons beschikbaar gesteld. Wel is ons medegedeeld dat een risicoverdeling is gemaakt met de beoogde aannemer voor het maken van een definitief ontwerp. Dit doet vermoeden dat voor een dergelijk project geen systematische risico-inventarisatie is gemaakt en bijgehouden door de gemeente gedurende de verschillende projectfasen. Dit roept vragen op met betrekking tot de sturing en projectbeheersing. Gebruikelijk is bij de start van een complex project de risico’s te inventariseren en die ook monetair te kwantificeren (kans keer gevolg). Een risico beschrijft een gebeurtenis met de kans van optreden. De gevolgen wanneer het risico zich voordoet worden in beeld gebracht met de (financiële) consequenties. Vervolgens wordt in de risico-inventarisatie aangegeven hoe het risico kan worden beheerst en wie daarvoor aan de lat staat. De raming van de kosten van het project wordt in elke fase opnieuw gemaakt inclusief een nieuwe bijgestelde risico-inventarisatie. De risicoanalyse wordt bijgehouden in alle projectfasen en uiteindelijk wordt de realisatie met het bijbehorende risicoprofiel opgenomen in de beheer- en onderhoudsfase.

Een onderbouwde inschatting van de totale kosten komen zo in beeld en kunnen steeds worden vergeleken met de begroting. In de begroting dient een reële post onvoorzien te zijn opgenomen. Normaal gesproken verminderen de risico’s in de loop van het project van initiatie, programma van eisen, voorlopig ontwerp naar definitief ontwerp en realisatie. Er is door de gemeenteraad een financieel plafond aangegeven voor dit project. Er wordt nu vooral gestuurd op ‘het binnen het plafond blijven’, terwijl je zou verwachten dat gestuurd wordt op de meeste kwaliteit (ook voor de omgeving) voor de laagste kosten, waarbij voortdurend het risicoprofiel in beeld is. Alternatieve verbetervoorstellen verschillen in kwaliteit, omgevingseffecten, een verschillende raming en een verschillend risicoprofiel. De keus tussen de alternatieven is niet een technische maar een bestuurlijke keus. Tot slot, elk project heeft management nodig en sturing. De bestuurlijke opdrachtgever is de gemeenteraad en het college. Wie de principaal van de projectmanager is onduidelijk. Elke projectfase dient door de principaal in formele zin te worden afgesloten en een nieuwe fase gestart. Nu wordt de indruk gewekt dat in de projectfasen financiële aspecten geen rol spelen “als we maar binnen het gestelde financiële plafond blijven”.

Kwaliteitsborging Van groot belang is kwaliteitsborging in het proces van projectbeheersing. Elke fase in het ontwikkeling van het project wordt afgesloten met een aantal sleutel documenten zoals bijvoorbeeld een programma van eisen, vergunningen of het definitief ontwerp. Van de documenten dient duidelijk te zijn wie het heeft opgesteld, wie heeft getoetst en wie het heeft vrijgegeven. Wanneer een document cruciaal is en er bijvoorbeeld onzekerheden in het spel zijn, dan is een onafhankelijke toetsing gewenst. Bij elke fase overgang ligt een raming risicoanalyse voor. In geval van een complex project wordt de raming en risicoanalyse onafhankelijk getoetst. Een grote valkuil is het door enthousiasme alvast starten met de volgende fase terwijl de lopende fase nog niet is afgerond. Dit kan grote nieuwe risico’s oproepen, tot grote vertragingen leiden en verlies aan vertrouwen in de omgeving.

5.2 Chronologisch overzicht 6 aug 2013 Het college besluit extern advies in te winnen voor het in beeld brengen van het onderhoud kades. 16 mei 2014 Westenberg, Rapport Functionele inspectie havens, beperkt aantal kanttekeningen Oude Haven. 11 maart 2015 Raadsbesluit, instemmen planmatig cyclisch beheer en onderhoud kademuren. Gekozen wordt voor onderhoudsniveau 3, extra dotatie € 2.970.000 in verband met achterstallig onderhoud: 20

“Er dienen prioriteiten gesteld te worden om de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk te besteden en daarbij zoveel mogelijk te voldoen aan intern en extern gestelde voorwaarden (wetgeving, normen, etcetera). Het rationeel plannen van kosten en activiteiten richt zich vooral op het zoeken naar de balans tussen het risico van (norm)falen en de kosten van onderhoud. Op basis van het onderhoudsniveau 3 zijn de inspecties uitgevoerd en de onderhoudsgegevens in een onderhoudsprogramma ingevoerd. In een later stadium worden deze onderhoudsgegevens opgenomen in het beheerssysteem Obsurv naar analogie van riool- en wegbeheer. Op deze wijze is het planmatig onderhoud en budgetbeheer, het borgen van het cyclisch beleid, belegd conform riool- en wegbeheer. Conform overige (onderhouds-)voorzieningen hanteren we een planperiode van 10 jaar, met een actualisatie over 5 jaar.

Onderhoudsniveau 3/conditiescore 3: Redelijk, verouderingsproces is plaatselijk op gang gekomen Met onderhoud op niveau 3 wordt ervoor gezorgd dat een onderdeel, constructie of installatie zijn functie niet verliest. Bouw- en installatiedelen vertonen plaatselijk gebreken aan afwerklagen, materialen, onderdelen en constructies. Het functioneren van de installaties kan een enkele keer worden verstoord. Bij dit scenario komt een aantal onderhoudsprojecten met betrekking tot de toonbaarheid te vervallen, waardoor gebreken, in de vorm van verwering enz., plaatselijk tot regelmatig kunnen voorkomen. Bij onderhoudsprojecten met betrekking tot de duurzaamheid worden lagere frequenties gehanteerd dan bij niveau 2. Door lagere frequenties te hanteren wordt voor bepaalde onderdelen een verslechtering van de onderhoudstoestand geaccepteerd, echter de gebreken hebben geen invloed op het functioneren van een bouw- of installatiedeel”. 15 juni 2017 NEN inspectie Walhout: “Beheersgebied 1: bovenbouw 4, fundering (kespen) 4, bodembesch. 5, oplegging 2 (Kespen (niet zichtbaar) vallen onder fundering) Beheersgebied 2: bovenbouw 4, fundering (kespen) 3, bodembesch. 5, oplegging 2 Beheersgebied 3,4: bovenbouw 3, fundering 3, bodembesch. 5 Beheersgebied 5, niet beoordeeld” 30 okt 2017 Rapport 002 Walhout, Adviesplan herstel kademuren en Spaanse trap.

Herstelvoorstellen metselwerk en voorstellen nieuwe kademuren. Geen werkzaamheden aan fundering omschreven. Dit rapport is later grotendeels opgegaan in RAP 001.

12 juli 2018 Onderzoek Kademuren Nebest, Duikinspectie en visuele inspectie. 4 april 2019 Rapport 001 Walhout, Adviesrapport Onderzoek kademuren. In paragraaf 1.2 staat bij doelstellingen: “dat in de rapportage adviezen en aanbevelingen worden gepresenteerd die de basis vormen voor de besluitvorming van de gemeente SD”. De adviezen en aanbevelingen ontbreken echter in dit rapport. Het rapport is later grotendeels opgegaan in RAP003. 26 juni 2019 Rapport 003 Walhout, Inventarisatiestudie. In dit rapport zijn 3 berekeningen gemaakt. Het rapport 001 en 002 zijn opgegaan in dit rapport. In dit rapport ontbreken conclusies en aanbevelingen. Dit is het sleutelrapport waarop besluiten zijn genomen. 10 juli 2019 Aanvraag omgevingsvergunning, Methode Walhout 1. 10 september 2019 Hoofddocument ten behoeve van de aanbesteding door de gemeente, Methode Walhout 2. 21

Sep 2019? Budget ten behoeve van restauratie Oude Haven via programmabegroting verhoogd naar €4.981.000,19 november 2019 Raadsvoorstel Wijziging budgettering onderhoud havens. Geen vermelding Oude Haven en onderhoudsniveau ongewijzigd. Maart 2020 Aanbesteding, keuze voor aanbieding Leenhouts A of B. Er is door de gemeente gekozen voor Verbetervoorstel Leenhouts A. 25 aug 2020 Raadsvoorstel Financiële consequenties herinrichting Oude Haven, meevaller in verband met aanbesteding en subsidie, verlenging afschrijvingstermijn investering naar 50 jaar. Een afschrijvingstermijn van 50 jaar voor een investering in de fundering van de kademuur lijkt ons reëel. Maar voor het herstel van het metselwerk is dit te lang. Regelmatig inspectie en onderhoud blijft nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9562887/1