Begroting 2022 Obase naar GMR en RvT
Tekst van het document
Begroting OBASE 2022
Procedure: Voorgenomen besluit CvB Ter informatie naar GMR Auditcommissie RvT Behandeling RvT
22-11-2021 22-11-2021 13-12-2021 20-12-2021
0
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Inleiding
2
Hoofdstuk 2
Koersplan, uitgangspunten en financiële risico´s
3
Hoofdstuk 3
Begroting 2022
10
Hoofdstuk 4
Financiële positie
20
1
1. Inleiding Dit document bevat de begroting van OBASE voor het begrotingsjaar 2021. De begroting 2022 wordt in december 2021 aan de Raad van Toezicht voorgelegd, waarbij de Raad van Toezicht goedkeuring wordt gevraagd tot uitvoering van deze begroting door het bestuur.
2
2. Koersplan, uitgangspunten en financiële risico´s In dit hoofdstuk wordt de uitgangspunten behandeld en toegelicht die zijn gebruikt bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Daar waar van toepassing zijn tevens de financiële risico’s benoemd.
2.1 Koersplan Obase In het koersplan van Obase zijn vier speerpunten opgenomen. In de begroting is rekening gehouden met de uitvoering hiervan. Hieronder worden deze kort toegelicht. 2.1.1. Speerpunt 1: Hoe maken we ons onderwijs toekomstbestendig? 2.1.1.1. Domein kwalificatie Op alle Obase scholen wordt gepersonaliseerd onderwijs het uitgangspunt van ons handelen. We hebben in 2019 gekozen hier invulling aan te geven door gebruik te maken van de digitale platformen Gynzy en Snappet. Daarnaast zijn alle leerlingen van Obase uitgerust met een device in de vorm van een Chromebook of tablet. In de periode 2021-2023 zal een verdere verdieping in het gebruik van deze platformen plaatvinden om het gepersonaliseerd onderwijs verder en beter vorm te geven, maar ook te borgen in ons onderwijs. 2.1.1.2. Domein persoonsvorming In schooljaar 2019-2020 heeft een groot deel van het onderwijspersoneel deelgenomen aan een introductiescholing persoonsvorming (Bloeitraining 1/The Move). Deze scholing is in 2021 herhaald voor degenen die dit nog niet hebben gevolgd. In 2022 komt er een vervolg op deze scholing: Bloeitraining 2. Deze training is gebaseerd op een wetenschappelijk kader dat is ontwikkeld door een expertteam. Daarnaast gaat in 2022 een werkgroep aan de slag met het ontwikkelen van een praktische toolkit persoonsvorming voor in de klas.
Voor het wetenschappelijk kader en de scholing zal externe inhuur worden ingezet. De werkgroep wordt bekostigd vanuit taakuren personeel. 2.1.2. Speerpunt 2: Hoe zorgen we voor onze leerkrachten? De scholing op het domein persoonsvorming heeft een tweeledig effect, het is 1) toe te passen in de klas, maar vergroot 2) ook het werkgeluk, de passie, de veerkracht en de weerbaarheid van de leerkracht zelf. Daarnaast worden extra middelen die binnenkomen (zoals extra kleine scholentoeslag, werkdrukmiddelen) structureel ingezet op schoolniveau om de werkdruk te verlagen door het verkleinen van de groepen. 2.1.3. Speerpunt 3: Wat doen we met onze schoolgebouwen? In 2022 lopen drie IHP-projecten, namelijk nieuwbouw de Meie, project Regioschool Cluster West en (nieuw) Regioschool Cluster Oost. Het schoolgebouw van De Meie wordt in het voorjaar opgeleverd. De twee regioschoolprojecten zitten beiden in een verkennende fase. Is er draagvlak voor een regioschool of niet? De verwachting is dat hier in 2022 voor beide projecten meer duidelijkheid over komt. Betrokken directeuren en teamleden die deelnemen aan project- en werkgroepbijeenkomsten doen dit vanuit taakuren. De werkzaamheden die buiten de onderwijsinhoud vallen, worden bekostigd uit het budget “Voorziening procesgelden huisvesting” van de gemeente Schouwen-Duiveland. 2.1.4.
Speerpunt 4: Met welke organisaties kunnen we samenwerken? Voor intensieve samenwerking met de kinderopvang (als opmaat naar een Integraal Kind Centrum) is een werkgroep actief die, samen met de gemeente en andere schoolbesturen, een plan heeft ontwikkeld voor een goed en rijk naschools aanbod voor het hele eiland. Afgevaardigden vanuit
3
Obase voor deze werkgroep worden bekostigd vanuit de taakuren. De bedoeling is om de coördinatie en ontwikkeling van dit aanbod vanuit het NPO budget van de gemeente te bekostigen.
2.2
Indexering
De begroting is opgesteld zonder indexering. Reden hiervoor is dat ervan uit wordt gegaan dat premiewijzigingen en wijziging in regelgeving worden gecompenseerd. Ook vindt jaarlijks indexering plaats op de rijksbijdrage materiële instandhouding.
2.3 Leerlingprognoses De leerlingaantallen vormen de basis van de bekostiging. Voor 2022 is uitgegaan van de gerealiseerde teldatum per 1-10-2021. De leerlingaantallen voor de jaren 2022 tot en met 2025 zijn geprognosticeerd op basis van het huidige leerlingenbestand en de leerlingprognoses ontvangen van de gemeente Schouwen-Duiveland (opgesteld door bureau Pronexus). Het leerlingaantal per t-1 geldt voor het schooljaar t. Daarom zijn de leerlingprognoses gemaakt tot en met 2025 omdat deze telling geldt voor het schooljaar 2025-2026. Realisatie: 1-10-2020 Obs Duiveland 108 Obs Theo Thijssen 257 Obs De Oosterburcht 79 Obs 't Kofschip 137 Obs De Schoener 42 Obs Binnen de Veste 186 Obs Stapelhof 67 Obs De Klimop 68 Obs De Kirreweie 107 Obs De Meerpaal 138 totaal basisscholen 1189 SBO De Meie 52 totaal Obase 1241 Mutatie
Prognose: 1-10-2021 109 263 72 151 39 190 74 66 100 142 1206 47 1253
1-10-2022 103 261 74 144 43 185 68 60 93 137 1168 48 1216
1-10-2023 105 272 74 150 39 174 66 60 96 143 1179 48 1227
1-10-2024 99 276 81 156 43 182 67 60 98 138 1200 48 1248
1-10-2025 100 267 79 150 43 186 71 56 99 144 1195 48 1243
12
-37
11
21
-5
Deze prognose is in de meerjarenbegroting 2022-2026 verwerkt. Met de telling van 1-10-2022 wordt een forse daling verwacht, daarna gaat het leerlingaantal weer stabiliseren. Deze forse daling heeft pas effect op schooljaar 2023-2024, zijnde effect in de kalenderjaren 2023 en 2024.
2.4 Uitgangspunten en aanzien van de baten 2.4.1 Rijksbijdrage Personele bekostiging Depersonele bekostiging is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2021-2022 gepubliceerd in de Staatscourant van 6 juli 2021. De personele bekostiging gaat naar de formatie van de scholen, waarbij een afdracht wordt gerekend voor frictie, duurzame inzetbaarheid, eigen rekening A-pool en bovenschoolse medewerkers.
4
2.4.2 Personeels- en arbeidsmarktbeleid De rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2021-2022 gepubliceerd in de Staatscourant van 6 juli 2021. In de rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid is de bijdrage van € 259 per leerling voor het tegengaan van werkdruk opgenomen. Voor Sbo-school De Meie is deze bijdrage € 388 conform de Staatscourant. Met de formatieplanning bepalen de scholen hun inzet van deze middelen.
2.4.3 Materiële instandhouding De materiele instandhouding is berekend op basis van de normen van de materiële instandhouding over 2022.
2.4.4 Vereenvoudiging bekostiging PO In 2021 is het wetsvoorstel Vereenvoudiging bekostiging Primair Onderwijs aangenomen. Vanaf kalenderjaar 2023 zal deze wet worden uitgevoerd. De vereenvoudingsmaatregelen houden het volgende in: - Afschaffen van de gewogen gemiddelde leeftijd - Geen onderscheid meer in een onderbouw- of bovenbouwleerling. - Het samenvoegen van de personele en materiële bekostiging naar één vast bedrag per leerling en één vast bedrag per school. - De teldatum verandert van 1 oktober t-1 naar 1 februari t-1. Op landelijk niveau zal de doorvoering van deze nieuwe wet resultaatneutraal verlopen. Wel heeft de nieuwe wet gevolgen voor de verdeling over de besturen in Nederland, de zogenaamde herverdeeleffecten. Uit voorlopige berekeningen zal het effect voor Obase zijn dat er structureel € 200.000 minder aan inkomsten ontvangen zal worden. Om stapsgewijs naar deze nieuwe bekostiging toe te groeien, heeft het Ministerie OCW een overgangsregeling van drie jaar ingesteld. Dit betekent dat de korting ten opzichte van 2022 in 2023 € 50.000 bedraagt (25%), in 2024 € 100.000 (50%), in 2025 € 150.000 (75%) en in 2026 zal de volledige korting gehanteerd worden. Hierbij moet opgemerkt worden dat de voorgestelde bedragen geschat zijn op basis van de huidig beschikbare informatie.
De effecten van de vereenvoudiging bekostiging en de overgangsregeling zijn in de jaren 2023 tot en met 2026 verwerkt in de meerjarenbegrotingen. Een ander effect van de wet Vereenvoudiging bekostiging is het wegvallen van de vordering OCW die ontstond door het betaalritme. In de huidige bekostiging wordt in de maanden augustus tot met december 35% van de personele lumpsum uitbetaald, terwijl in de exploitatierekening vijf maanden worden verantwoord (42%). Het verschil van 7% komt jaarlijks op de balans en wordt in de loop van januari-juli ontvangen. In de jaarrekening 2020 bedroeg deze balanspost € 408.000. Door wijziging van schooljaar naar kalenderjaar is er in de nieuwe bekostiging geen balanspost meer, en dit betekent dat eind 2022 de balanspost van € 408.000 afgeboekt wordt ten laste van de exploitatie, waardoor uiteindelijk de algemene reserve met deze bedrag daalt.
2.4.5 Rijksbijdrage Prestatiebox De Rijksbijdrage prestatiebox liep tot 1 augustus 2021. Obase besteedde deze middelen aan versterking cultuureducatie, het hoogbegaafdheidsonderwijs, digitale middelen en ondersteuning van directies in kwaliteit en opbrengstgericht werken. In de loop van 2021 is duidelijk geworden dat de regeling niet werd verlengd dat vanaf 1 augustus 2021 een deel van deze prestatiebox toegevoegd werd aan de lumpsum (Personeels- en arbeidsmarktbeleid). Daarnaast is een nieuwe regeling gemaakt, namelijk de regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders. Aangezien de begroting 2021 was vastgesteld en uitgaven liepen, bestond er binnen Obase geen mogelijkheid om op deze nieuwe regeling te anticiperen. In de begroting 2022 en verder worden de lasten aan versterking cultuureducatie, het hoogbegaafdheidsonderwijs en digitale
5
middelen vanuit de toevoeging aan de lumpsum gefinancierd. De ondersteuning van directies wordt gefinancierd uit de nieuwe regeling.
2.4.6 Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders Per 1 augustus 2021 is de nieuwe regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders in het leven geroepen op basis van de ‘oude’ prestatieboxgelden. Vanuit deze regeling zal de ondersteuning van de directies in de vorm van de coördinator kwaliteitszorg plaatsvinden. Daarnaast wordt uit deze middelen de personele lasten gefinancierd, die samenhangen met het coachen van startende leerkrachten, het ondersteunen van leerkrachten op individuele basis en het ondersteunen in de groepen.
2.4.7 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging Op 1 augustus 2016 is basisschool ’t Stoofje te Ouwerkerk opgeheven en samengegaan met basisschool Duiveland te Nieuwerkerk. Vanwege deze samenvoeging heeft het ministerie een bijdrage toegekend van zes schooljaren. In schooljaar 2021-2022 ontvangt Obase voor het laatste schooljaar deze bijzondere bekostiging. Jaarlijks was dit een bedrag van circa € 195.000. In de paragraaf maatregelen is aangegeven hoe het wegvallen van deze inkomsten vanaf augustus 2022 opgevangen worden.
2.4.8 Bijzondere bekostiging wegens opvang vreemdelingen Bijzondere bekostiging kan aangevraagd worden bij het ministerie OCW als de stichting leerlingen heeft die korter dan 1 jaar in Nederland wonen en de vreemdelingenstatus hebben. Ook kan bekostiging aangevraagd worden voor leerlingen met een vreemdelingenstatus die tussen 1 en 2 jaar in Nederland wonen. Voor de aanvragen van de bekostiging zijn specifieke eisen gesteld. Indien deze middelen worden ontvangen, worden ze aangewend ter dekking van de kosten van het Taalexpertisecentrum.
2.4.9 Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 worden incidenteel middelen ontvangen in het kader van de opgelopen vertragingen in het onderwijs door de corona-pandemie. Voor schooljaar 20212022 is dit circa € 700 per leerling en de voorlopige berichten zijn dat voor schooljaar 2022-2023 minimaal € 500 per leerling zal worden ontvangen, afhankelijk van de tussentijdse evaluatie door Ministerie. Deze bedragen zijn in de meerjarenbegroting opgenomen.
2.4.10 Rijksbijdrage eenmalig In de begroting 2022 is geen rekening gehouden met eenmalige subsidies. Bij toekenning van dergelijke subsidies zal de verantwoording resultaatneutraal verlopen.
2.4.11 Bijdragen vanuit SWV Passend Onderwijs Obase ontvangt bijdragen vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 en bijdragen van de Stichting Auris. Voor bijdrage in de interne zorgstructuur keert het samenwerkingsverband Kind op 1 een vergoeding van € 83 per leerling uit. Vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 kunnen zorgarrangementen worden ontvangen voor de cluster 3 en 4-leerlingen. De bijdrage is € 64 per leerling. Vanaf 2021 wordt vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 een bijdrage voor het hoogbegaafdheidsonderwijs verstrekt. Bij de organisatie Auris kunnen zorgarrangementen worden aangevraagd voor cluster 2-leerlingen.
6
2.4.12 Overige baten Vanaf 2018 heeft Obase een samenwerking met Stichting OcTHO op het gebied van de financiële administratie en de personeels- en salarisadministratie. Onderling zijn afspraken gemaakt over de verrekening van kosten. Onder de overige baten is de bijdrage van OcTHO opgenomen. Tijdens het opstellen van de meerjarenbegroting 2022-2026 zijn Obase en OcTHO de afspraken opnieuw aan het herijken. De kosten van het Taalexpertisecentrum worden gezamenlijk gedragen door de scholen van Schouwen-Duiveland en de gemeente Schouwen-Duiveland. Obase ontvangt als penvoerder hiervoor de bijdragen van de andere scholen van het eiland.
2.5
Uitgangspunten ten aanzien van de lasten
2.5.1 Personele lasten In de begroting zijn de personele lasten gebaseerd op het huidige personeelsbestand. Verondersteld is dat eventuele premiestijgingen worden gecompenseerd door het ministerie door aanpassing van de lumpsumbedragen. Compensatie van de personele lasten gebeurt op basis van de referentiesystematiek. De referentiesystematiek houdt in dat de ontwikkeling van de arbeidskosten in de marktsector wordt door vertaald naar de collectieve sector, waar het primair onderwijs onder valt. Daarnaast is rekening gehouden met de jaarlijkse stijging in schaalindeling, zolang het maximum van het personeelslid niet is bereikt. In de begroting zijn de personele lasten gepresenteerd o.b.v. het formatieplan 2021-2022 en doorgetrokken naar de volgende begrotingsjaren. Hierbij wordt uitgegaan van de regel dat de personele inkomsten gelijk zijn aan de personele uitgaven. Indien dit niet het geval is, wordt gekeken naar het natuurlijk verloop en de grootte van de vervangingspool, om de personele lasten te laten dalen. Gezien het lerarentekort is het streven om voldoende fte in de vervangingspool te houden, om zoveel mogelijk ziektegevallen op te kunnen vangen. Daarnaast is de verwachting dat het huidig personeel niet tot de AOW-datum doorwerkt, gemiddeld genomen gaan personeelsleden met 65 jaar met pensioen.
Om knelpunten gedurende het kalenderjaar op te kunnen vangen, is jaarlijks rekening gehouden met € 50.000 aan onvoorziene personele lasten. Obase heeft 4,5 fte in de vervangerspool geplaatst, dit is 7% van het onderwijzend personeel. De norm van het TCOZ is om 3 % aan te houden, met mogelijke boventalligheid van 5%. Het streven van Obase is om de 5% aan te houden. Voor scholing zijn drie verschillende budgetten aanwezig; budget voor scholing directeuren, budget voor individuele scholing OP en OOP en budget teamscholing. Het budget scholing directeuren en individuele scholing OP en OOP wordt bovenschools beheerd. Voor 2022 is dit € 108.000, die in 2022 voor een groot deel zal worden ingezet voor de bloeitraining deel 2 (€ 80.000), daarnaast is nog scholing ingezet voor directeuren en de ib-dag (€ 18.000). Voor individuele scholing resteert voor 2022 nog een bedrag van € 10.000, die op verzoek van de schooldirecteuren kan worden ingezet. Het budget van de teamscholing bedraagt voor 2022€ 31.000 die toegekend zijn aan de schoolbegrotingen.
7
2.5.2 Afschrijvingen Bij de afschrijvingen is rekening gehouden met vervangingsinvesteringen.
2.5.3 Huisvestingslasten Het buitenonderhoud en aanpassing van schoolgebouwen is vanaf 1 januari 2015 een taak van het schoolbestuur. Voor het buitenonderhoud vormt Obase een voorziening om de onderhoudslasten gelijkmatig in de exploitatie te laten verlopen. De systematiek tot het bepalen van de voorziening onderhoud is gewijzigd. Tot en met boekjaar 2022 mag de oude systematiek gehanteerd worden. In de loop van 2022 wordt bezien welke aanpassing noodzakelijk is. In 2021 zijn extra hygiënemaatregelen getroffen als gevolg van de corona-pandemie. In het oorspronkelijk contract voor de schoonmaak werden de scholen op vier dagen schoongemaakt. Bij de opening van de scholen na de eerste lockdown heeft het bestuur besloten om ook op de woensdag de scholen te laten schoonmaken. Dit is voortgezet in 2021. In de jaarrekening 2021 zal een bestemmingsreserve gevormd worden vanuit de rijksbijdrage Extra hulp in de Klas van € 59.000. In 2022 zal deze reserve worden ingezet om geheel 2022 nog extra schoonmaak op de woensdagen te verzorgen. Vanaf 2023 wordt de schoonmaak weer terug gebracht naar vier dagen per week.
2.5.4 Overige instellingslasten In 2022 is een bedrag van € 16.000 voor het uitvoeren van een tevredenheidsonderzoek opgenomen. Het tevredenheidsonderzoek wordt 2-jaarlijks uitgevoerd. De vergoeding van de Raad van Toezicht is begroot op drie leden.
2.5.5 Financiële baten Gezien het rentepercentage op uitstaande middelen een negatieve rente heeft voor middelen boven de € 100.000 zijn geen rentebaten opgenomen.
2.5.6 Financiële lasten Bij de financiële lasten zitten de rentelasten van de lease van de touchscreens. Daarnaast is een schatting opgenomen voor de negatieve rente.
2.6 Risico’s 2.6.1 Bijzondere bekostiging samenvoeging ’t Meetje-Schoener De samenvoeging van ’t Meetje met De Schoener heeft per 1-8-2015 plaatsgevonden. In eerste instantie was een bijzondere bekostiging wegens samenvoeging vanaf schooljaar 2015-2016 toegekend. In juni 2018 was een terugvordering ingesteld door de inspectie OCW omdat de inspectie van mening was dat Obase deze gelden onterecht heeft gekregen. Na een gerechtelijke procedure heeft in november 2019 de rechtbank uitspraak gedaan, waarin Obase in het gelijk gesteld is. In Nederland dienden een aantal gelijksoortige procedures. In januari 2020 werd bekend dat bij een aantal besturen, die in een gelijksoortige situatie zitten als Obase, alsnog bij de Raad van State in het ongelijk werden gesteld. De zaak van Obase moet nog steeds plaatsvinden, maar gezien de uitspraken bij de andere besturen, verwacht Obase dat de rijksbijdrage teruggevorderd zal worden. In de jaarrekening 2020 is deze post als schuld opgenomen en deze bedroeg toen € 768.000. Omdat de bekostiging nog steeds ontvangen werd tot en met juli 2021, is inmiddels deze schuld opgelopen naar € 878.000. De liquide middelen om deze schuld terug te betalen worden aangehouden, zodat aan de terugbetalingsverplichting kan worden voldaan.
8
2.6.2 Modernisering participatiefonds Obase is verplicht deelnemer van het participatiefonds. Het participatiefonds is een uitvoeringsorgaan die beoordeelt of uitkeringskosten van ontslagen personeel voor vergoeding in aanmerking komt. Per 1 augustus 2022 wordt een nieuwe manier van vergoeden van uitkeringskosten ingevoerd. Dit wordt de modernisering van het participatiefonds genoemd. Concreet betekent dit dat uitkeringskosten slechts voor 50% vergoed worden, tenzij de onderwijsorganisatie kan aantonen dat het ontslag onvermijdelijk was. Als Obase aan die verplichtingen en grondslagen voldoet, kan de vergoeding tot 90% verhoogd worden. Er blijft dus altijd 10% van de uitkeringskosten voor eigen rekening. Vooralsnog is in de meerjarenbegroting jaarlijks een eigen bijdrage in de uitkeringskosten van € 10.000 opgenomen. De praktijk moet leren of dit voldoende is.
9
3
Begroting 2022
3.1. Exploitatiebegroting 2022 Op basis van de uitgangspunten is de volgende begroting opgesteld: Stichting OBASE Baten 1.1 . 1.2. 1.3. 1.4.
Lasten 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.
Begroting 2022 *
Rijksbijdrage OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Vrijval 1e activering mva
9.319.168 78.264 180.584 22.330
9.840.221 78.944 101.339 20.966
Totaal baten
9.600.346
10.041.470
Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten
7.973.051 184.118 706.065 764.612
8.102.193 180.284 827.720 900.146
Totaal lasten
9.627.846
10.010.343
-27.500
31.127
0 4.500
0 11.700
-4.500
-11.700
-32.000
19.427
-32.000
-408.000 -59.000 486.427 19.427
Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten 3.1. Financiële baten 3.2. Financiële lasten Saldo financiële baten en lasten Resultaat uit gewone bedrijfsvoering Resultaatbestemming: Algemene reserve Reserve coronamaatregelen Reserve NPO / werkdrukmiddelen Mutaties reserves
NB: *
Begroting 2021
-32.000
= de rijksbijdrage over 2022 minus de afboeking van de vordering van € 408.000
Het saldo van begroting 2022 is € 19.427 inclusief de vrijval 1e activering. Dit resultaat wordt bestemd via:
10
Door het wegvallen van het betaalritme bij de vereenvoudiging bekostiging zal de vordering op OCW eind 2022 afgeboekt worden ten laste van de algemene reserve. Dit is in de meerjarenbegroting verwerkt op de rijksbijdrage. Voor de inzet van het personeel zal dit geen invloed hebben op de formatie, omdat de afboeking vanuit de algemene reserve wordt gefinancierd. In 2022 besteedt Obase € 59.000 voor extra hygiënemaatregelen in de vorm van extra schoonmaak op de woensdag en verstrekken van desinfectiematerialen. Deze kosten worden vanuit de bestemmingsreserve coronamaatregelen gefinancierd, omdat in 2021 hiervoor extra middelen zijn ontvangen. De rijksbijdragen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) worden ontvangen voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023. In 2021-2022 is € 700 per leerling ontvangen, naar verwachting wordt in schooljaar 2022-2023 € 500 per leerling ontvangen. Na deze periode worden hiervoor geen inkomsten meer ontvangen. Naar verwachting wordt in kalenderjaar 2022 € 486.427 gereserveerd voor volgende jaren.
11
3.2. Toelichting op exploitatiebegroting 2022
1.1
Rijksbijdragen Begroting 2021 EUR
1.1.1
Begroting 2022 EUR
8.395.191
Rijksbijdrage OCW
9.093.487
1.1.2.1 Geoormerkte OCW-subsidies
20.000
-
1.1.2.2 Niet-geoormerkte OCW-subsidies
447.140
241.428
-
-
1.1.2.3 Toerekening investeringssubsidies OCW
1.1.2
Overige subsidies OCW
467.140
241.428
1.1.4
Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV
456.838
505.306
9.319.169
9.840.221
Totaal rijksbijdragen OCW
Toelichting Rijksbijdrage OCW
Begroting 2021 EUR Personele lumpsum
Begroting 2022 EUR
5.693.610
5.785.116
-
-408.000
Afboeking vordering personele lumpsum Onderwijsachterstanden
96.413
78.290
Materiële instandhouding
1.209.516
1.255.487
Personeels- en arbeidsmarktbeleid
1.395.652
1.574.173
Nationaal Programma Onderwijs
-
808.421
8.395.191
9.093.487
Toelichting Niet-geoormerkte subsidies
Begroting 2021 EUR
Begroting 2022 EUR
Prestatiebox
253.005
-
Samenvoeging scholen
184.135
114.000
Bijzondere bekostiging vreemdelingen 2e jaar
10.000
10.000
-
117.428
447.140
241.428
Bijzondere bekostiging professionalisering
12
Toelichting ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV: begroting 2021
begroting 2022
Zorgformatie
95.520
98.000
Arrangementen gedrag en leren
63.263
75.000
Arrangementen fysiek medisch
34.659
35.000
SWV Kind op 1:
Arangementen SBO De Meie
72.947
75.000
SBO de Meie basis- en ondersteuningsbekostiging
149.207
188.700
Hoogbegaafdheidsonderwijs
15.000
9.800
Detacheringen
14.242
11.806
444.838
493.306
Arrangementen Auris
12.000
12.000
Totaal doorbetalingen SWV:
456.838
505.306
Subtotaal SWV Kind op 1: Auris:
1.2
1.2.1 1.2.2
Overige overheidsbijdragen en -subsidies Begroting 2021
Begroting 2022
EUR
EUR
Gemeentelijke bijdragen Overige overheidsbijdragen
53.264
78.944
0
0
Totaal overige overheidsbijdragen
53.264
78.944
Gemeentelijke bijdragen
Begroting 2021 EUR
Begroting 2022 EUR
Loonkostensubsidie Zuidhoek
16.264
16.264
Schoolbegeleiding
37.000
36.000
Bijdrage Taalexpertisecentrum
25.000 78.264
26.680 78.944
Totaal
13
1.3
Overige baten Begroting 2021
Begroting 2022
EUR
EUR
1.3.1
Verhuur/medegebruik
88.500
79.500
1.3.2 1.3.6
Detachering personeel Overige
9.641 82.443
9.839 12.000
Totaal overige baten
180.584
101.339
Toelichting verhuur De verhuur/medegebruik bestaat uit € 34.100 bijdrage Kibeo en € 35.200 bijdrage OcTHO aan bestuurskantoor. In 2021 was dit begroot als € 65.000 bijdrage Kibeo en € 23.500 bijdrage OcTHO. In 2021 is meer zicht gekomen op de overeenkomst met Kibeo en OcTHO. Beide overeenkomsten zijn nog in concept. Toelichting overige baten In 2021 was een bedrag van € 72.543 begroot voor de bijdrage aan de personele lasten van de samenwerking. Met de afspraken in de nieuwe overeenkomst zal dit € 6.000 bedragen. Verder zijn er diverse kleinere incidentele baten.
2
Lasten
2.1
Personeelslasten
2.1.1
Begroting 2021
Begroting 2022
EUR
EUR
Lonen en salarissen
8.104.416
8.189.391
Dotaties personele voorzieningen
26.800
Personeel niet in loondienst
143.250
52.100
Overig
262.314
256.495
13.200
2.1.2
Overige personele lasten
432.364
321.795
2.1.3
Af: Uitkeringen
-563.729
-408.993
Totaal personeelslasten
7.973.051
8.102.193
14
Overige personeelskosten
Begroting 2021 EUR
Begroting 2022 EUR
De overige personeelskosten bestaan uit de volgende posten: Nascholingskosten
136.757
121.820
Koffie en theevoorziening
8.250
9.500
Activiteiten tbv personeel
27.450
28.700
Jubilea en afscheid
7.700
8.250
Arbozorg (inclusief trajecten)
25.000
30.000
Externe deskundigheid/ interventies
25.000
25.000
Werving personeel (o.a. VOG)
7.200
7.300
Overige kosten
24.957
25.925
262.314
256.495
Uitkeringen
Begroting 2021 EUR
Bijdragen vervangingsfonds
Begroting 2022 EUR
-523.729
Bijdragen UWV ZW uitkeringen
-368.993
-40.000
-40.000
-563.729
-408.993
Huisvestingslasten
Huur en medegebruik Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige
Totaal huisvestingslasten
Begroting 2021
Begroting 2022
EUR
EUR 42.900
54.000
246.570
253.200
170.500
193.000
196.415
274.920
27.830
33.600
21.850
19.000
706.065
827.720
In de begroting 2022 van de schoonmaakkosten zit een incidentele post van € 59.000 die gefinancierd wordt uit de bestemmingsreserve die in 2021 is opgebouwd.
15
Overige instellingslasten Begroting 2021
Begroting 2022
EUR
EUR
Administratie- en beheerslasten Inventaris, apparatuur en leermiddelen Overige
184.514
212.449
455.408
505.568
124.690
182.129
Totaal overige instellingslasten
764.612
900.146
De overige instellingslasten worden vervolgens per paragraaf toegelicht. Toelichting administratie- en beheerslasten
Begroting 2021 EUR
Begroting 2022 EUR
Kantoorbenodigdheden
2.850
2.400
Telefoon- en faxkosten
17.729
17.800
Drukwerk- en reproductiekosten scholen
2.000
2.000
Portikosten
3.855
3.867
Bankkosten
3.280
3.482
Salarisverwerking
30.000
30.000
Deskundigenadvies
59.400
84.400
Accountantskosten
20.000
23.000
Kosten Raad van Toezicht
30.400
30.500
PR & Marketing Obase niveau
15.000 184.514
15.000 212.449
Toelichting Inventaris, apparatuur en leermiddelen
Begroting 2021 EUR
Begroting 2022 EUR
Leermiddelen
318.233
364.254
Ict-kosten
136.025
140.514
Kosten inventaris
1.150
800
455.408
505.568
De leermiddelen betreffen zowel het fysieke leermateriaal als de digitale leermiddelen. Ten opzichte van 2021 is circa € 44.000 meer aan kosten voor de licenties van de digitale leermiddelen, omdat meer scholen digitaal zijn gaan werken.
16
Toelichting Overige instellingslasten
Begroting 2021 EUR
Begroting 2022 EUR
Contributies en bijdragen
52.190
54.275
Verzekeringen
6.220
9.360
Medezeggenschap en ouderraad
18.640
18.528
Culturele vorming
8.882
8.484
Kickoff en Keiconferentie Innovatie en ontwikkelingsbudget
-
15.000
32.500
50.000
-
20.000
Opvang Kibeo Overige
3
3.1 3.2
6.258
6.482
124.690
182.129
Financiële baten en lasten Begroting 2021
Begroting 2022
EUR
EUR
Rentebaten Rentelasten /leaseverplichtingen
-
-
4.500
11.700
Saldo financiële baten en lasten
-4.500
-11.700
In de rentelasten is een post opgenomen voor de aangegane leaseverplichtingen voor de touchscreens op de scholen. Daarnaast zijn negatieve rentebaten begroot, omdat het banksaldo boven de € 100.000 uitkomt.
17
3.3
Balans begroting 2022
In onderstaande balans is de verwerking van de exploitatiebegroting van paragraaf 3.1 meegenomen. Activa
Jaarrekening 2020
Prognose 2021
Begroting 2022
Vaste activa
1.405.424
1.432.961
1.442.677
Vlottende activa
2.561.134
2.788.677
2.690.164
Totaal
3.966.558
4.221.638
4.132.841
Passiva
Jaarrekening 2020
Prognose 2021
Begroting 2022
Reserves
1.295.368
1.482.038
1.480.498
632.331
639.600
552.343
Kortlopende schulden
2.038.859
2.100.000
2.100.000
Totaal
3.966.558
4.221.638
4.132.841
Voorzieningen
De vaste activa bevat de materiële vaste activa en financiële vaste activa. Onder de vaste activa zijn de verwachte investeringen voor 2022 verwerkt. Het verloop van de materiële en financiële vaste activa is voor de begroting 2022 als volgt: Materiele vaste activa Stand per 1-1-2021 Investeringen 2021 Afschrijvingen 2021 Stand per 31-12-2021 Investeringen 2022 Afschrijvingen 2022 Stand per 31-12-2022
1.370.950 200.000 -184.118 1.386.832 190.000 -180.284 1.396.548
Financiële vaste activa Stand per 1-1-2021 Mutaties 2021 Stand per 1-1-2021 Mutaties 2022 Stand per 31-12-2022
34.474 11655 46.129 0 46.129
18
Het verloop van de reserves met verwerking van het begrote resultaat 2022 is als volgt: Reserves Algemene reserve
Saldo 1-1-2022 Resultaat 2022 Saldo 31-12-2022
Reserve 1e waardering mva
1.128.399 -408.000 720.399
Bestemmings- Bestemmingsreserve corona- reserve NPO/ maatregelen werkdruk 144.638 59.000 150.000 -20.966 -59.000 486.427 123.672 636.427
Totaal
1.482.037 -1.539 1.480.498
In de balans zijn ook de dotaties ten laste van de voorzieningen begroot. Het verloop van de voorzieningen is als volgt:
Voorzieningen Personele voorzieningen Stand per 1-1-2021 Dotaties Onttrekkingen Stand per 1-1-2022 Dotaties Onttrekkingen Stand per 31-12-2022
182.123 31.700 -28.833 184.990 13.200 -13.700 184.490
Voorziening Totaal buitenonderhoud voorzieningen
450.208 65.000 -60.598 454.610 65.000 -151.757 367.853
632.331 96.700 -89.431 639.600 78.200 -165.457 552.343
De personele voorzieningen bevatten een voorziening jubilea ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de CAO dienen te worden betaald. En een voorziening vanwege sparen van duurzame inzetbaarheid. De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het buitenonderhoud. De voorziening is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplanning. Vierjaarlijks zal een nieuwe schouwing van de gebouwen plaatsvinden, waaruit een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan uit voort vloeit.
19
4
Financiële positie
4.1. Vermogensbeheer Het vermogensbeheer wordt beoordeeld aan de hand van twee kengetallen met signaleringsgrenzen, namelijk solvabiliteit en weerstandsvermogen. De solvabiliteit is de mate waarin voldaan kan worden aan alle verplichtingen. M.a.w. het geeft inzicht in de vraag of Obase voldoende eigen vermogen heeft om op langere termijn voort te bestaan. Dit kengetal kan op twee manieren gezien worden exclusief voorzieningen (solvabiliteit 1) en inclusief voorzieningen (solvabiliteit 2). De streefwaarde die Obase hanteert is 0,50 voor solvabiliteit 2. Obase valt met de begroting 2022 net onder deze grens. De Inspectie van het Onderwijs heeft als ondergrens 0,30 gesteld. Aan deze grens voldoet Obase ruim. Het weerstandsvermogen wordt uitgerekend door het totaal aan vrij aanwendbare reserves uit te drukken als percentage van de totale exploitatie. Het weerstandsvermogen geeft aan het vermogen om niet-voorziene, tot de reguliere bedrijfsvoering behorende risico’s op te vangen. Bij toepassing en verankering van het risicomanagement in de organisatie en het goed functioneren van de planning & controlcyclus blijven altijd restrisico’s achter. Voor het opvangen van de mogelijke financiële effecten moet de stichting voldoende weerstandsvermogen hebben of opbouwen. Obase heeft een minimumgrens geformuleerd van 0,15. Voor de begroting 2022 zit Obase op de zelf gestelde grens van 0,15.
De inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringsgrens van kleiner dan 0,05. Hier blijft Obase ruim boven.
Solvabiliteit 1 Solvabiliteit 2 Weerstandsvermogen
Jaarrekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 0,33 0,32 0,36 0,49 0,48 0,49 0,13 0,12 0,15
4.2. Budgetbeheer Het budgetbeheer wordt beoordeeld aan de hand van twee kengetallen met signaleringsgrenzen, namelijk liquiditeit en rentabiliteit. Het kengetal liquiditeit geeft aan of het bevoegd gezag in staat is op korte termijn alle kortlopende schulden te kunnen betalen. Het kengetal (current ratio) wordt gedefinieerd als: vlottende activa t.o.v. kortlopende schulden. De onderwijsinspectie hanteert een signaleringswaarde kleiner dan 0,75. Obase hanteert een liquiditeit van 1,0. Obase blijft met de begroting 2022 binnen deze gestelde normen. De rentabiliteit geeft de mate aan waarin het weerstandsvermogen op peil kan worden gehouden. Het kengetal wordt gedefinieerd als: resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering t.o.v. baten uit gewone bedrijfsuitvoering. Obase heeft als norm 0 als meer gesteld. De Inspectie van het Onderwijs hanteert voor 1-jarig resultaat een signaleringsgrens van kleiner dan -0,10. Obase voldoet aan deze normen.
Liquiditeit Rentabiliteit
Jaarrekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 1,26 1,33 1,28 -0,03 0,00 0,00
20
4.3. Treasury Het beleid rond het beleggen en belenen van middelen is vastgelegd in het treasurystatuut. Volgens dit statuut moet het treasuryplan deel uitmaken van de begrotingsstukken. Het plan bestaat uit de onderwerpen: liquiditeitsprognose, rentevisie van de bank, renterisico, geld- en marktpartijen. De hoofdrekening van Obase is de ABN-AMRO. Op korte termijn overtollige middelen worden op de ABN-AMRO spaarrekening gezet. De rentevisie van de bank is dat de rente over deze middelen 0.0% is, en zelfs een negatieve rente bij een banksaldo van meer dan € 100.000. Het renterisico is niet van toepassing. Er zijn geen leningen bij banken aanwezig. Obase zal middelen niet gaan beleggen in de begrotingsperiode, maar wegzetten op een zakelijke spaarrekening.
21
De liquiditeitsprognose behorend bij de begroting 2022 is als volgt: Stichting OBASE
Begroting 2022
Baten 1.1 .
Rijksbijdrage OCW
9.840.221
1.2.
Overige overheidsbijdragen
78.944
1.3.
Overige baten
101.339
1.4.
Vrijval 1e activering mva
-
Totale inkomsten
10.020.504
2.1.
Personele lasten
8.088.994
2.2.
Afschrijvingen
2.3.
Huisvestingslasten
762.720
2.4.
Overige instellingslasten
900.146
Lasten
Totale uitgaven Mutatie liquide middelen excl. financieel saldo
-
9.751.860 268.644
Financiële baten en lasten 3.1.
Financiële inkomsten
3.2.
Financiële uitgaven
11.700
-
Saldo financiële inkomsten en uitgaven
11.700-
Mutatie liquide middelen nav exploitatie
256.944
Uitgaven als gevolg van investeringen
190.000-
Uitgaven door onttrekking voorziening
165.457-
Mutatie liquide middelen (exploitatie en investeringen)
98.513-
22
Bijlage 1 : Begroting 2022 verdeeld in budgetten in bedragen en gemiddelde fte Begroting 2022 Obase
Personele lumpsum Onderwijsachterstanden Personeel- & arbeidsmarktbeleid Materiële instandhouding Bijz. bek samenvoeging Bijz. bek NPO Bijz. bek professionalisering Rijksbijdrage 1e en 2e jr in NL Doorbetaling SWV Kind op 1 Arrangementen Gemeente bijdragen Detacheringen Vrijval ZNEB Medegebruik Overige baten
Personeel 5.377.115 78.290 706.735 -
Bijz bek samenvoeging
NPO
TEC
Schoolbegrotingen
PAB Collectief
51.737 316.226
489.006
ICT
Meubilair
Personeel bedrijfsvoering
Schoolbegeleiding gemeente
276.695 71.657
6.000 354.352
Totaal 5.377.115 78.290 1.574.173 1.255.485 114.000 808.422 117.428 10.000 383.307 122.000 36.000 78.944 9.839 20.967 79.500 12.000 36.000 10.041.470
45.523 -
324.352
3.000
45.523
354.352
8.961
-
695.386
50.000 139.399
32.817
69.300
5.700
20.967 700
764.686
195.099
54.484
61.981 825.100 1.400 888.481
32.034 160.100 3.700 195.834
-123.795
-735
114.000 808.422 117.428 10.000 378.903 122.000 16.264 9.839
4.404 26.680
3.800 1.000 493.806
5.000 6.811.574
114.000
808.422
36.680
372.367
Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten Rentelasten
7.153.749
49.000
321.995
35.980
65.825
700
22.829 40.297 2.620 306.621
Totale lasten
7.219.574
65.000 114.000
321.995
36.680
372.367
191.289 448 237.500 8.000 437.237
Resultaat
-408.000
-
486.427
-
-
56.569
Totale baten
Huisvesting
30.000
8.102.194 180.283 827.720 900.146 11.700 36.000 10.022.043
33.000
-
19.427
-59.000
Gemiddelde begrote fte 2022: Scholen: Directeur bestuurder Directeur Leerkracht L10 Leerkracht L11 Leerkracht poolers Onderwijsassistent Adm medew./concierge scholen Orthopedagoog school Bovenschoolse medewerkers: Orthopedagoog Coördinator kwaliteitszorg Medwerker ict Medewerker huisvesting Medewerkers bedrijfsvoering: Controller Coördinator personeel Medewerker financiën Managementassistent Totaal
Personeel 1,00 8,47 47,60 15,61 4,55 12,23 3,14 0,46
Bijz bek samenvoeging
NPO
TEC
Schoolbegrotingen
PAB Collectief
Huisvesting
ICT
Meubilair
Medewerkers bedrijfsvoering
Schoolbegeleiding gemeente
1,00 8,82 48,31 15,99 4,55 14,57 3,14 0,46
0,35 0,71 0,38 2,30
0,04
0,44
0,44 1,40 0,93 1,00
1,40 0,93 1,00
96,38
0,35
3,01
0,38
-
0,47
Totaal
-
-
-
0,80 0,90 1,06 1,00 3,76
-
0,80 0,90 1,06 1,00 104,35
23