CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

BEGROTING 2021

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Begroting OBASE 2021

Procedure: Voorgenomen besluit CvB Ter informatie naar GMR Goedkeuring RvT

23-11-2020 23-11-2020 10-12-2020

0

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1

Inleiding

2

Hoofdstuk 2

Koersplan, uitgangspunten en financiële risico´s

3

Hoofdstuk 3

Begroting 2021

8

Hoofdstuk 4

Financiële positie

18

1

1. Inleiding Dit document bevat de begroting van OBASE voor het begrotingsjaar 2021. De begroting 2021 wordt in december 2020 aan de Raad van Toezicht voorgelegd, waarbij de Raad van Toezicht goedkeuring wordt gevraagd tot uitvoering van deze begroting door het bestuur.

2

2. Koersplan, uitgangspunten en financiële risico´s In dit hoofdstuk wordt de uitgangspunten behandeld en toegelicht die zijn gebruikt bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Daar waar van toepassing zijn tevens de financiële risico’s benoemd.

2.1 Koersplan Obase In het koersplan van Obase zijn vier speerpunten opgenomen. In de begroting is rekening gehouden met de uitvoering hiervan. Hieronder worden deze kort toegelicht. 2.1.1.

Speerpunt 1: Hoe maken we ons onderwijs toekomstbestendig?

2.1.1.1. Domein kwalificatie Op alle Obase scholen wordt gepersonaliseerd onderwijs het uitgangspunt van ons handelen. We hebben in 2019 gekozen hier invulling aan te geven door gebruik te maken van de digitale platforms Gynzy en Snappet. Daarnaast zijn alle leerlingen van Obase uitgerust met een device in de vorm van een Chromebook of tablet. In 2021 zal een verdere verdieping in het gebruik van deze platformen plaatvinden om het gepersonaliseerd onderwijs verder vorm te geven. 2.1.1.2. Domein persoonsvorming In schooljaar 2019-2020 heeft een groot deel van het onderwijspersoneel deelgenomen aan een introductiescholing persoonsvorming (The Move). Deze scholing wordt in 20121 herhaald voor degenen die dit nog niet hebben gevolgd. Daarnaast komt er een vervolg op deze scholing: Persoonsvorming 2. Ook gaat een werkgroep/ontwikkelteam zich buigen over het ontwikkelen van een toolkit voor in de klas. Voor de scholing op het domein persoonsvorming zal externe inhuur worden ingezet. Het verder uitnutten van de platforms gepersonaliseerd onderwijs zal vanuit taakuren personeel tot stand komen. 2.1.2. Speerpunt 2: Hoe zorgen we voor onze leerkrachten? De scholing en persoonlijke ontwikkeling op het domein persoonsvorming heeft een tweeledig effect, het is 1) toe te passen in de klas, maar vergroot 2) ook het werkgeluk, de passie en de weerbaarheid van de leerkracht zelf.

Daarnaast worden extra middelen die binnenkomen (zoals extra kleine scholentoeslag, werkdrukmiddelen) structureel ingezet op schoolniveau om de werkdruk te verlagen. 2.1.3. Speerpunt 3: Wat doen we met onze schoolgebouwen? In 2021 lopen drie IHP-projecten, namelijk nieuwbouw de Meie, project Regioschool Cluster West en (nieuw) Regioschool Cluster Oost. Voor de twee regioschoolprojecten worden teambijeenkomsten gehouden over het inhoudelijke regioschoolconcept. Dit valt binnen de begroting van Obase door middel van taakuren. De werkzaamheden die buiten de onderwijsinhoud vallen, worden bekostigd uit het budget “Voorziening procesgelden huisvesting” van de gemeente Schouwen-Duiveland. 2.1.4. Speerpunt 4: Met welke organisaties kunnen we samenwerken? Voor samenwerking in de vorm van een Integraal Kind Centrum (IKC) wordt een werkgroep geformeerd die een plan van aanpak gaat opstellen over de invoering van een IKC binnen Obase. Deelname aan de werkgroep wordt gedaan vanuit de taakuren personeel.

3

2.2 Indexering De begroting is opgesteld zonder indexering. Reden hiervoor is dat ervan uit wordt gegaan dat premiewijzigingen en wijziging in regelgeving worden gecompenseerd. Ook vindt jaarlijks indexering plaats op de rijksbijdrage materiële instandhouding.

2.3 Leerlingprognoses De leerlingaantallen vormen de basis van de bekostiging. Voor 2021 is uitgegaan van de gerealiseerde teldatum per 1-10-2020. De leerlingaantallen voor de jaren 2021 tot en met 2024 zijn geprognosticeerd op basis van het huidige leerlingenbestand en de leerlingprognoses ontvangen van de gemeente Schouwen-Duiveland (opgesteld door bureau Pronexus). Het leerlingaantal per t-1 geldt voor het schooljaar t. Daarom zijn de leerlingprognoses gemaakt tot en met 2024 omdat deze telling geldt voor het schooljaar 2025-2026. Realisatie: 1-10-2019 Obs Duiveland 102 Obs Theo Thijssen 245 Obs De Oosterburcht 82 Obs 't Kofschip 145 Obs De Schoener 40 Obs Binnen de Veste 195 Obs Stapelhof 71 Obs De Klimop 65 Obs De Kirreweie 109 Obs De Meerpaal 140 totaal basisscholen 1194 SBO De Meie 50 totaal Obase 1244 Mutatie

Prognose: 1-10-2020 108 257 79 137 42 186 67 68 107 138 1189 52 1241

1-10-2021 97 267 87 148 35 191 67 62 110 142 1206 50 1256

1-10-2022 91 264 87 142 39 183 62 56 103 137 1164 50 1214

1-10-2023 93 275 92 148 35 168 59 58 105 147 1180 50 1230

1-10-2024 88 280 98 154 40 168 61 59 106 143 1197 50 1247

-3

15

-42

16

17

Met de telling van 1-10-2022 wordt een forse daling verwacht, daarna gaat het leerlingaantal weer stabiliseren. Deze forse daling heeft pas effect op schooljaar 2023-2024, zijnde effect in de kalenderjaren 2023 en 2024. De leerlingprognoses zijn de basis voor de berekeningen van de rijksbijdrage. De rijksbijdrage is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2020-2021, welke zijn gepubliceerd in de Staatscourant van september 2020. De materiële instandhouding is berekend op basis van de normen van de materiële instandhouding over 2021.

4

2.4 Uitgangspunten en aanzien van de baten 2.3.1 Rijksbijdrage Personele bekostiging De personele bekostiging is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2020-2021 gepubliceerd in de Staatscourant van september 2020. De personele bekostiging gaat naar de formatie van de scholen, waarbij een afdracht wordt gerekend voor frictie, duurzame inzetbaarheid, eigen rekening A-pool en bovenschoolse medewerkers.

2.3.2 Personeels- en arbeidsmarktbeleid De rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2020-2021 gepubliceerd in de Staatscourant van september 2020. In de rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid is de bijdrage van € 251 per leerling voor het tegengaan van werkdruk opgenomen. Voor Sbo-school De Meie is deze bijdrage € 377 conform de Staatscourant. Met de formatieplanning bepalen de scholen hun inzet van deze middelen.

2.3.3 Materiële instandhouding De materiele instandhouding is berekend op basis van de normen van de materiële instandhouding over 2021.

2.3.4 Rijksbijdrage Prestatiebox De middelen van de prestatiebox moeten besteed worden voor het realiseren van de afspraken ten aanzien van de vier actielijnen uit het bestuursakkoord en in het kader van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Binnen Obase worden de middelen besteed aan versterking cultuureducatie, het hoogbegaafdheidsonderwijs, kwaliteit en opbrengstgericht werken, het eventuele restant voor de bekostiging van de personele lasten voorvloeiend uit de formatie.

2.3.5 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging Op 1 augustus 2016 is basisschool ’t Stoofje te Ouwerkerk opgeheven en samengegaan met basisschool Duiveland te Nieuwerkerk. Vanwege deze samenvoeging heeft het ministerie een bijdrage toegekend van zes schooljaren. In schooljaar 2021-2022 zal voor de laatste keer deze bijzondere bekostiging ontvangen worden. Jaarlijks was dit een bedrag van circa € 180.000. Het wegvallen van deze inkomsten zal vanaf 2022 opgevangen moeten worden.

2.3.6 Bijzondere bekostiging wegens opvang vreemdelingen Bijzondere bekostiging kan aangevraagd worden bij het ministerie OCW als de stichting leerlingen heeft die korter dan 1 jaar in Nederland wonen en de vreemdelingenstatus hebben. Ook kan bekostiging aangevraagd worden voor leerlingen met een vreemdelingenstatus die tussen 1 en 2 jaar in Nederland wonen. Voor de aanvragen van de bekostiging zijn specifieke eisen gesteld. Indien deze middelen worden ontvangen, worden ze aangewend ter dekking van de kosten van het Taalexpertisecentrum.

2.3.7 Rijksbijdrage eenmalig In de begroting 2021 is geen rekening gehouden met eenmalige subsidies. Bij toekenning van dergelijke subsidies zal de verantwoording resultaatneutraal verlopen.

2.3.8 Bijdragen vanuit SWV Passend Onderwijs Obase ontvangt bijdragen vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 en bijdragen van de Stichting Auris.

5

Voor bijdrage in de interne zorgstructuur keert het samenwerkingsverband Kind op 1 een vergoeding van € 80 per leerling uit. Vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 kunnen zorgarrangementen worden ontvangen voor de cluster 3 en 4-leerlingen. Vanaf 2019-2020 is de bekostiging vanuit Kind op 1 veranderd. Er zal vooraf een bedrag per leerling worden toegekend waarmee de ondersteuning binnen de scholen geregeld dient te worden. Het samenwerkingsverband heeft een overgangsregeling opgesteld, waarbij de bijdrage per leerling uiteindelijk naar € 64 per leerling zal uitkomen. Aanvragen voor zware ondersteuning kunnen nog steeds op basis van open-einde-regeling bij het samenwerkingsverband gedaan worden. Vanaf 2021 zal vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 een bijdrage voor het hoogbegaafdheidsonderwijs verstrekt worden. Bij de organisatie Auris kunnen zorgarrangementen worden aangevraagd voor cluster 2leerlingen.

2.3.9 Overige baten Vanaf 2018 heeft Obase een samenwerking met Stichting OcTHO op het gebied van de financiële administratie en de personeels- en salarisadministratie. Onderling zijn afspraken gemaakt over de verrekening van kosten. Onder de overige baten is de bijdrage van OcTHO opgenomen. De kosten van het Taalexpertisecentrum worden gezamenlijk gedragen door de scholen van Schouwen-Duiveland en de gemeente Schouwen-Duiveland. Obase ontvangt als penvoerder hiervoor de bijdragen van de andere scholen van het eiland.

2.4 Uitgangspunten ten aanzien van de lasten 2.4.1 Personele lasten In de begroting zijn de personele lasten gebaseerd op het huidige personeelsbestand. Verondersteld is dat eventuele premiestijgingen worden gecompenseerd door het ministerie door aanpassing van de lumpsumbedragen. Compensatie van de personele lasten gebeurt op basis van de referentiesystematiek. De referentiesystematiek houdt in dat de ontwikkeling van de arbeidskosten in de marktsector wordt door vertaald naar de collectieve sector, waar het primair onderwijs onder valt. Daarnaast is rekening gehouden met de jaarlijkse stijging in schaalindeling, zolang het maximum van het personeelslid niet is bereikt. In de begroting zijn de personele lasten gepresenteerd o.b.v. het formatieplan 2020-2021 en doorgetrokken naar de volgende begrotingsjaren. Hierbij wordt uitgegaan van de regel dat de personele inkomsten gelijk zijn aan de personele uitgaven. Indien dit niet het geval is, wordt gekeken naar het natuurlijk verloop en de grootte van de vervangingspool om de personele lasten te laten dalen. Gezien het lerarentekort is het streven om voldoende fte in de vervangingspool te houden, om zoveel mogelijk ziektegevallen op te kunnen vangen. Daarnaast is de verwachting dat het huidig personeel niet tot de AOW-datum doorwerkt, gemiddeld genomen gaan personeelsleden met 65 jaar met pensioen.

Om knelpunten gedurende het kalenderjaar op te kunnen vangen, is in de begroting rekening gehouden met € 50.000 aan onvoorziene personele lasten.

6

2.4.2 Afschrijvingen Bij de afschrijvingen is rekening gehouden met vervangingsinvesteringen.

2.4.4 Overige instellingslasten In 2021 is een bedrag van € 16.000 voor het uitvoeren van een tevredenheidsonderzoek opgenomen. Het tevredenheidsonderzoek wordt 2-jaarlijks uitgevoerd. De vergoeding van de Raad van Toezicht is begroot op drie leden.

2.4.5 Financiële baten Gezien het rentepercentage op uitstaande middelen een negatieve rente heeft voor middelen boven de € 500.000 zijn geen rentebaten opgenomen.

2.4.6 Financiële lasten Bij de financiële lasten zitten de rentelasten van de lease van de touchscreens.

2.5. Risico’s 2.5.1 Bijzondere bekostiging samenvoeging ’t Meetje-Schoener De samenvoeging van ’t Meetje met De Schoener heeft per 1-8-2015 plaatsgevonden. In eerste instantie was een bijzondere bekostiging wegens samenvoeging vanaf schooljaar 2015-2016 toegekend. In juni 2018 was een terugvordering ingesteld door de inspectie OCW omdat de inspectie van mening was dat Obase deze gelden onterecht heeft gekregen. Na een gerechtelijke procedure heeft in november 2019 de rechtbank uitspraak gedaan, waarin Obase in het gelijk gesteld is. In Nederland dienden een aantal gelijksoortige procedures. In januari 2020 werd bekend dat bij een aantal besturen, die in een gelijksoortige situatie zitten als Obase, alsnog bij de Raad van State in het ongelijk werden gesteld. De zaak van Obase moet nog plaatsvinden, maar gezien de uitspraken bij de andere besturen, verwacht Obase dat de rijksbijdrage teruggevorderd zal worden. In de jaarrekening 2019 is deze post als schuld opgenomen en deze bedroeg toen € 586.000. Omdat de bekostiging nog steeds ontvangen wordt, is inmiddels deze schuld opgelopen naar € 768.000. De liquide middelen om deze schuld terug te betalen worden aangehouden, zodat aan de terugbetalingsverplichting kan worden voldaan.

7

3.

Begroting 2021

3.1. Exploitatiebegroting 2021 Op basis van de uitgangspunten is de volgende begroting opgesteld: Stichting OBASE

Begroting 2020

Begroting 2021

8.990.632

9.319.168

Baten 1.1 .

Rijksbijdrage OCW

1.2.

Overige overheidsbijdragen

78.264

53.264

1.3.

Overige baten

175.533

205.584

1.4.

Vrijval 1e activering mva

25.381

22.330

Totaal baten

9.269.811

9.600.346

2.1.

Personele lasten

7.562.509

7.973.051

2.2.

Afschrijvingen

174.338

184.118

2.3.

Huisvestingslasten

718.758

706.065

2.4.

Overige instellingslasten

807.606

764.612

9.263.211

9.627.846

6.600

-27.500

Lasten

Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten 3.1.

Financiële baten

0

0

3.2.

Financiële lasten

6.600

4.500

Saldo financiële baten en lasten

-6.600

-4.500

0

-32.000

Resultaat uit gewone bedrijfsvoering

De begroting 2021 heeft een verwacht negatief resultaat van € 32.000. Het bestuursformatieplan 2020-2021, welke in mei 2020 door de GMR is behandeld, resulteert in een tekort van € 55.000. Doordat dit voor een schooljaar besloten is, heeft dit effect op de eerste 7 maanden van 2021. Het 7/12 deel van het tekort is als negatief resultaat in de begroting 2021 opgenomen.

8

3.2. Toelichting op exploitatiebegroting 2021

Rijksbijdragen Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR 8.061.947

Rijksbijdrage OCW Geoormerkte OCW-subsidies Niet-geoormerkte OCW-subsidies Toerekening investeringssubsidies OCW

8.395.191

-

20.000

603.672

447.140

-

-

Overige subsidies OCW

603.672

467.140

Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV

325.013

456.838

8.990.632

9.319.169

Totaal rijksbijdragen OCW

Toelichting Rijksbijdrage OCW

Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Personele lumpsum

5.432.334

5.693.610

Onderwijsachterstanden

115.156

96.413

Materiële instandhouding

1.202.427

1.209.516

Personeels- en arbeidsmarktbeleid

1.312.030

1.395.652

8.061.947

8.395.191

Toelichting Niet-geoormerkte subsidies

Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Prestatiebox

245.326

253.005

Samenvoeging scholen

349.346

184.135

Bijzondere bekostiging vreemdelingen 2e jaar

9.000

10.000

603.672

447.140

9

Toelichting ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV: begroting 2020

begroting 2021

Zorgformatie

95.520

95.520

Arrangementen gedrag en leren

50.110

63.263

Arrangementen fysiek medisch

45.000

34.659

Arangementen SBO De Meie

34.358

35.920

SBO de Meie basis- en ondersteuningsbekostiging

40.000

149.207

SBO de Meie ondersteuning kleuterobservatiegroep

37.000

37.027

-

15.000

11.025

14.242

313.013

444.838

Arrangementen Auris

12.000

12.000

Totaal doorbetalingen SWV:

325.013

456.838

SWV Kind op 1:

Hoogbegaafdheidsonderwijs Detacheringen Subtotaal SWV Kind op 1: Auris:

Overige baten Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Verhuur

10.000

65.000

Detachering personeel Overige

42.451 123.082

9.641 129.943

Totaal overige baten

175.533

204.584

Toelichting overige baten De overige baten bestaan uit bijdrage andere besturen aan Taalexpertisecentrum € 34.400 en de bijdrage van OcTHO aan de gemeenschappelijke kosten van de samenwerking € 96.043 en diverse kleinere incidentele baten € 500.

10

Lasten Personeelslasten Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Lonen en salarissen

7.429.261

8.104.416

Dotaties personele voorzieningen

22.100

26.800

Personeel niet in loondienst

234.275

143.250

Overig

239.339

262.314

Overige personele lasten

495.714

432.364

Af: Uitkeringen

-362.466

-563.729

Totaal personeelslasten

7.562.509

7.973.051

Overige personeelskosten

Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

De overige personeelskosten bestaan uit de volgende posten: Nascholingskosten

125.112

136.757

Koffie en theevoorziening

9.000

8.250

Activiteiten tbv personeel

27.450

27.450

Jubilea en afscheid

8.025

7.700

Arbozorg (inclusief trajecten)

25.000

25.000

Externe deskundigheid/ interventies

25.000

25.000

Werving personeel (o.a. VOG)

7.185

7.200

Overige kosten

12.567

24.957

239.339

262.314

Uitkeringen

Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Bijdragen vervangingsfonds

-322.466

-523.729

Bijdragen UWV ZW uitkeringen

-40.000

-40.000

-362.466

-563.729

11

Huisvestingslasten Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Huur en medegebruik

33.220

42.900

Onderhoud

244.554

246.570

Energie en water

205.000

170.500

Schoonmaakkosten

190.073

196.415

Heffingen

30.531

27.830

Overige

15.380

21.850

Totaal huisvestingslasten

718.758

706.065

Overige instellingslasten Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Administratie- en beheerslasten

232.670

184.514

Inventaris, apparatuur en leermiddelen

400.290

455.408

Overige

174.646

124.690

Totaal overige instellingslasten

807.606

764.612

De overige instellingslasten worden vervolgens per paragraaf toegelicht.

12

Toelichting administratie- en beheerslasten

Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Kantoorbenodigdheden

3.005

2.850

Telefoon- en faxkosten

17.647

17.729

Drukwerk- en reproductiekosten scholen

2.000

2.000

Portikosten

4.793

3.855

Bankkosten

3.220

3.280

Salarisverwerking

30.000

30.000

Deskundigenadvies

103.000

59.400

Accountantskosten

18.000

20.000

Kosten Raad van Toezicht

33.780

30.400

PR & Marketing Obase niveau

17.225 232.670

15.000 184.514

De kosten van deskundigenadvies zijn in 2021 afgenomen omdat in 2020 kosten voor advisering en implementatie voor een mogelijke samenwerking met OcTHO per januari 2021 (€ 50.000) was opgenomen.

Toelichting Inventaris, apparatuur en leermiddelen

Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

Leermiddelen

273.805

318.233

Ict-kosten

125.695

136.025

790

1.150

400.290

455.408

Kosten inventaris

Toelichting Overige instellingslasten

Contributies en bijdragen

Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR 45.330

52.190

Verzekeringen

6.220

6.220

Medezeggenschap en ouderraad

18.583

18.640

Culturele vorming

10.805

8.882

Onderzoek samenwerking

35.000

-

Innovatie en ontwikkelingsbudget

50.000

32.500

Overige

8.708

6.258

174.646

124.690

13

3

Financiële baten en lasten Begroting 2020

Begroting 2021

EUR

EUR

3.1

Rentebaten

-

-

3.2

Rentelasten /leaseverplichtingen

6.600

4.500

Saldo financiële baten en lasten

-6.600

-4.500

In de rentelasten is een post opgenomen voor de aangegane leaseverplichtingen voor de touchscreens op de scholen.

14

3.3

Balans begroting 2021

In onderstaande balans is de verwerking van de exploitatiebegroting van paragraaf 3.1 meegenomen. Activa

Jaarrekening 2019

Prognose 2020

Begroting 2021

Vaste activa

1.434.466

1.425.939

1.526.821

Vlottende activa

2.374.853

2.121.230

1.978.920

Totaal

3.809.319

3.547.169

3.505.741

Passiva

Jaarrekening 2019

Prognose 2020

Begroting 2021

Reserves

1.558.418

1.162.767

1.108.437

600.995

564.402

577.304

Kortlopende schulden

1.649.906

1.820.000

1.820.000

Totaal

3.809.319

3.547.169

3.505.741

Voorzieningen

Onder de materiële vaste activa zijn de verwachte investeringen voor 2021 verwerkt. Het verloop van de materiële vaste activa is voor de begroting 2021 als volgt:

15

Materiele vaste activa Stand per 1-1-2020 Investeringen 2020 Afschrijvingen 2020 Stand per 31-12-2020 Investeringen 2021 Afschrijvingen 2021 Stand per 31-12-2021

1.402.392 180.000 -188.527 1.393.865 285.000 -184.118 1.494.747

Financiële vaste activa Stand per 1-1-2020 Mutaties 2020 Stand per 1-1-2021 Mutaties 2021 Stand per 31-12-2021

32.074 0 32.074 0 32.074

16

Het verloop van de reserves met verwerking van het begrote resultaat 2021 is als volgt:

Reserves Algemene reserve Saldo 1-1-2021 Resultaat 2021

Reserve 1e waardering mva

Totaal

997.868 -32.000

164.899 -22.330

1.162.767 -54.330

965.868

142.569

1.108.437

Vrijval voorziening onderhoud Saldo 31-12-2021

In de balans zijn ook de dotaties ten laste van de voorzieningen begroot. Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

Voorzieningen

Personele voorzieningen Stand per 1-1-2020 Dotaties Onttrekkingen Stand per 1-1-2021 Dotaties Onttrekkingen Stand per 1-1-2022

159.798 30.600 -22.100 168.298 26.800 -18.300 176.798

Voorziening Totaal buitenonderhoud voorzieningen

441.197 65.000 -110.093 396.104 65.000 -60.598 400.506

600.995 95.600 -132.193 564.402 91.800 -78.898 577.304

De personele voorzieningen bevatten een voorziening jubilea ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de CAO dienen te worden betaald. En een voorziening vanwege sparen van duurzame inzetbaarheid. De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het buitenonderhoud. De voorziening is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplanning. Vierjaarlijks zal een nieuwe schouwing van de gebouwen plaatsvinden, waaruit een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan uit voort vloeit.

17

4.

Financiële positie

4.1. Vermogensbeheer Het vermogensbeheer wordt beoordeeld aan de hand van twee kengetallen met signaleringsgrenzen, namelijk solvabiliteit en weerstandsvermogen. De solvabiliteit is de mate waarin voldaan kan worden aan alle verplichtingen. M.a.w. het geeft inzicht in de vraag of Obase voldoende eigen vermogen heeft om op langere termijn voort te bestaan. Dit kengetal kan op twee manieren gezien worden exclusief voorzieningen (solvabiliteit 1) en inclusief voorzieningen (solvabiliteit 2). De streefwaarde die Obase hanteert is 0,50 voor solvabiliteit 2. Obase valt met de begroting 2021 net onder deze grens. De Inspectie van het Onderwijs heeft als ondergrens 0,30 gesteld. Aan deze grens voldoet Obase ruim. Het weerstandsvermogen wordt uitgerekend door het totaal aan vrij aanwendbare reserves uit te drukken als percentage van de totale exploitatie. Het weerstandsvermogen geeft aan het vermogen om niet-voorziene, tot de reguliere bedrijfsvoering behorende risico’s op te vangen. Bij toepassing en verankering van het risicomanagement in de organisatie en het goed functioneren van de planning & controlcyclus blijven altijd restrisico’s achter. Voor het opvangen van de mogelijke financiële effecten moet de stichting voldoende weerstandsvermogen hebben of opbouwen. Obase heeft een minimumgrens geformuleerd van 0,15.

Voor de begroting 2021 gaat Obase onder de zelf gestelde grens van 0,15. De inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringsgrens van kleiner dan 0,05. Hier blijft Obase ruim boven.

Solvabiliteit 1 Solvabiliteit 2 Weerstandsvermogen

Jaarrekening 2019 0,41 0,57 0,19

Prognose 2020 0,33 0,49 0,13

Begroting 2021 0,32 0,48 0,12

4.2. Budgetbeheer Het budgetbeheer wordt beoordeeld aan de hand van twee kengetallen met signaleringsgrenzen, namelijk liquiditeit en rentabiliteit. Het kengetal liquiditeit geeft aan of het bevoegd gezag in staat is op korte termijn alle kortlopende schulden te kunnen betalen. Het kengetal (current ratio) wordt gedefinieerd als: vlottende activa t.o.v. kortlopende schulden. De onderwijsinspectie hanteert een signaleringswaarde kleiner dan 0,75. Obase hanteert een liquiditeit van 1,0. Obase blijft met de begroting 2020 binnen deze gestelde normen. De rentabiliteit geeft de mate aan waarin het weerstandsvermogen op peil kan worden gehouden. Het kengetal wordt gedefinieerd als: resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering t.o.v. baten uit gewone bedrijfsuitvoering. Obase heeft als norm 0 als meer gesteld. De Inspectie van het Onderwijs hanteert voor 1-jarig resultaat een signaleringsgrens van kleiner dan -0,10. Obase voldoet aan deze normen.

18

Liquiditeit Rentabiliteit

Jaarrekening 2019 1,44 -0,02

Prognose 2020 1,17 -0,04

Begroting 2021 1,09 0,00

4.3. Treasury Het beleid rond het beleggen en belenen van middelen is vastgelegd in het treasurystatuut. Volgens dit statuut moet het treasuryplan deel uitmaken van de begrotingsstukken. Het plan bestaat uit de onderwerpen: liquiditeitsprognose, rentevisie van de bank, renterisico, geld- en marktpartijen. De hoofdrekening van Obase is de ABN-AMRO. Op korte termijn overtollige middelen worden op de ABN-AMRO spaarrekening gezet. De rentevisie van de bank is dat de rente over deze middelen 0.0% is, en zelfs een negatieve rente bij een banksaldo van meer dan € 500.000. Het renterisico is niet van toepassing. Er zijn geen leningen bij banken aanwezig. Obase zal middelen niet gaan beleggen in de begrotingsperiode, maar wegzetten op een zakelijke spaarrekening.

19

De liquiditeitsprognose behorend bij de begroting 2021 is als volgt: Stichting OBASE

Begroting 2021

Baten 1.1 .

Rijksbijdrage OCW

1.2.

Overige overheidsbijdragen

53.264

1.3.

Overige baten

205.584

1.4.

Vrijval 1e activering mva

9.319.168

-

Totale inkomsten

9.578.016

2.1.

Personele lasten

7.946.251

2.2.

Afschrijvingen

2.3.

Huisvestingslasten

641.065

2.4.

Overige instellingslasten

764.612

Lasten

Totale uitgaven Mutatie liquide middelen excl. financieel saldo

-

9.351.928 226.088

Financiële baten en lasten 3.1.

Financiële inkomsten

3.2.

Financiële uitgaven

4.500

Saldo financiële inkomsten en uitgaven

4.500-

Mutatie liquide middelen nav exploitatie

221.588

Uitgaven als gevolg van investeringen

285.000-

Uitgaven door onttrekking voorziening

78.898-

-

Mutatie liquide middelen (exploitatie en investeringen)

142.310-

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9768954/1