BEGROTING 2021
Tekst van het document
Begroting OBASE 2021
Procedure: Voorgenomen besluit CvB Ter informatie naar GMR Goedkeuring RvT
23-11-2020 23-11-2020 10-12-2020
0
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Inleiding
2
Hoofdstuk 2
Koersplan, uitgangspunten en financiële risico´s
3
Hoofdstuk 3
Begroting 2021
8
Hoofdstuk 4
Financiële positie
18
1
1. Inleiding Dit document bevat de begroting van OBASE voor het begrotingsjaar 2021. De begroting 2021 wordt in december 2020 aan de Raad van Toezicht voorgelegd, waarbij de Raad van Toezicht goedkeuring wordt gevraagd tot uitvoering van deze begroting door het bestuur.
2
2. Koersplan, uitgangspunten en financiële risico´s In dit hoofdstuk wordt de uitgangspunten behandeld en toegelicht die zijn gebruikt bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Daar waar van toepassing zijn tevens de financiële risico’s benoemd.
2.1 Koersplan Obase In het koersplan van Obase zijn vier speerpunten opgenomen. In de begroting is rekening gehouden met de uitvoering hiervan. Hieronder worden deze kort toegelicht. 2.1.1.
Speerpunt 1: Hoe maken we ons onderwijs toekomstbestendig?
2.1.1.1. Domein kwalificatie Op alle Obase scholen wordt gepersonaliseerd onderwijs het uitgangspunt van ons handelen. We hebben in 2019 gekozen hier invulling aan te geven door gebruik te maken van de digitale platforms Gynzy en Snappet. Daarnaast zijn alle leerlingen van Obase uitgerust met een device in de vorm van een Chromebook of tablet. In 2021 zal een verdere verdieping in het gebruik van deze platformen plaatvinden om het gepersonaliseerd onderwijs verder vorm te geven. 2.1.1.2. Domein persoonsvorming In schooljaar 2019-2020 heeft een groot deel van het onderwijspersoneel deelgenomen aan een introductiescholing persoonsvorming (The Move). Deze scholing wordt in 20121 herhaald voor degenen die dit nog niet hebben gevolgd. Daarnaast komt er een vervolg op deze scholing: Persoonsvorming 2. Ook gaat een werkgroep/ontwikkelteam zich buigen over het ontwikkelen van een toolkit voor in de klas. Voor de scholing op het domein persoonsvorming zal externe inhuur worden ingezet. Het verder uitnutten van de platforms gepersonaliseerd onderwijs zal vanuit taakuren personeel tot stand komen. 2.1.2. Speerpunt 2: Hoe zorgen we voor onze leerkrachten? De scholing en persoonlijke ontwikkeling op het domein persoonsvorming heeft een tweeledig effect, het is 1) toe te passen in de klas, maar vergroot 2) ook het werkgeluk, de passie en de weerbaarheid van de leerkracht zelf.
Daarnaast worden extra middelen die binnenkomen (zoals extra kleine scholentoeslag, werkdrukmiddelen) structureel ingezet op schoolniveau om de werkdruk te verlagen. 2.1.3. Speerpunt 3: Wat doen we met onze schoolgebouwen? In 2021 lopen drie IHP-projecten, namelijk nieuwbouw de Meie, project Regioschool Cluster West en (nieuw) Regioschool Cluster Oost. Voor de twee regioschoolprojecten worden teambijeenkomsten gehouden over het inhoudelijke regioschoolconcept. Dit valt binnen de begroting van Obase door middel van taakuren. De werkzaamheden die buiten de onderwijsinhoud vallen, worden bekostigd uit het budget “Voorziening procesgelden huisvesting” van de gemeente Schouwen-Duiveland. 2.1.4. Speerpunt 4: Met welke organisaties kunnen we samenwerken? Voor samenwerking in de vorm van een Integraal Kind Centrum (IKC) wordt een werkgroep geformeerd die een plan van aanpak gaat opstellen over de invoering van een IKC binnen Obase. Deelname aan de werkgroep wordt gedaan vanuit de taakuren personeel.
3
2.2 Indexering De begroting is opgesteld zonder indexering. Reden hiervoor is dat ervan uit wordt gegaan dat premiewijzigingen en wijziging in regelgeving worden gecompenseerd. Ook vindt jaarlijks indexering plaats op de rijksbijdrage materiële instandhouding.
2.3 Leerlingprognoses De leerlingaantallen vormen de basis van de bekostiging. Voor 2021 is uitgegaan van de gerealiseerde teldatum per 1-10-2020. De leerlingaantallen voor de jaren 2021 tot en met 2024 zijn geprognosticeerd op basis van het huidige leerlingenbestand en de leerlingprognoses ontvangen van de gemeente Schouwen-Duiveland (opgesteld door bureau Pronexus). Het leerlingaantal per t-1 geldt voor het schooljaar t. Daarom zijn de leerlingprognoses gemaakt tot en met 2024 omdat deze telling geldt voor het schooljaar 2025-2026. Realisatie: 1-10-2019 Obs Duiveland 102 Obs Theo Thijssen 245 Obs De Oosterburcht 82 Obs 't Kofschip 145 Obs De Schoener 40 Obs Binnen de Veste 195 Obs Stapelhof 71 Obs De Klimop 65 Obs De Kirreweie 109 Obs De Meerpaal 140 totaal basisscholen 1194 SBO De Meie 50 totaal Obase 1244 Mutatie
Prognose: 1-10-2020 108 257 79 137 42 186 67 68 107 138 1189 52 1241
1-10-2021 97 267 87 148 35 191 67 62 110 142 1206 50 1256
1-10-2022 91 264 87 142 39 183 62 56 103 137 1164 50 1214
1-10-2023 93 275 92 148 35 168 59 58 105 147 1180 50 1230
1-10-2024 88 280 98 154 40 168 61 59 106 143 1197 50 1247
-3
15
-42
16
17
Met de telling van 1-10-2022 wordt een forse daling verwacht, daarna gaat het leerlingaantal weer stabiliseren. Deze forse daling heeft pas effect op schooljaar 2023-2024, zijnde effect in de kalenderjaren 2023 en 2024. De leerlingprognoses zijn de basis voor de berekeningen van de rijksbijdrage. De rijksbijdrage is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2020-2021, welke zijn gepubliceerd in de Staatscourant van september 2020. De materiële instandhouding is berekend op basis van de normen van de materiële instandhouding over 2021.
4
2.4 Uitgangspunten en aanzien van de baten 2.3.1 Rijksbijdrage Personele bekostiging De personele bekostiging is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2020-2021 gepubliceerd in de Staatscourant van september 2020. De personele bekostiging gaat naar de formatie van de scholen, waarbij een afdracht wordt gerekend voor frictie, duurzame inzetbaarheid, eigen rekening A-pool en bovenschoolse medewerkers.
2.3.2 Personeels- en arbeidsmarktbeleid De rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid is berekend op basis van de normbedragen voor schooljaar 2020-2021 gepubliceerd in de Staatscourant van september 2020. In de rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid is de bijdrage van € 251 per leerling voor het tegengaan van werkdruk opgenomen. Voor Sbo-school De Meie is deze bijdrage € 377 conform de Staatscourant. Met de formatieplanning bepalen de scholen hun inzet van deze middelen.
2.3.3 Materiële instandhouding De materiele instandhouding is berekend op basis van de normen van de materiële instandhouding over 2021.
2.3.4 Rijksbijdrage Prestatiebox De middelen van de prestatiebox moeten besteed worden voor het realiseren van de afspraken ten aanzien van de vier actielijnen uit het bestuursakkoord en in het kader van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Binnen Obase worden de middelen besteed aan versterking cultuureducatie, het hoogbegaafdheidsonderwijs, kwaliteit en opbrengstgericht werken, het eventuele restant voor de bekostiging van de personele lasten voorvloeiend uit de formatie.
2.3.5 Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging Op 1 augustus 2016 is basisschool ’t Stoofje te Ouwerkerk opgeheven en samengegaan met basisschool Duiveland te Nieuwerkerk. Vanwege deze samenvoeging heeft het ministerie een bijdrage toegekend van zes schooljaren. In schooljaar 2021-2022 zal voor de laatste keer deze bijzondere bekostiging ontvangen worden. Jaarlijks was dit een bedrag van circa € 180.000. Het wegvallen van deze inkomsten zal vanaf 2022 opgevangen moeten worden.
2.3.6 Bijzondere bekostiging wegens opvang vreemdelingen Bijzondere bekostiging kan aangevraagd worden bij het ministerie OCW als de stichting leerlingen heeft die korter dan 1 jaar in Nederland wonen en de vreemdelingenstatus hebben. Ook kan bekostiging aangevraagd worden voor leerlingen met een vreemdelingenstatus die tussen 1 en 2 jaar in Nederland wonen. Voor de aanvragen van de bekostiging zijn specifieke eisen gesteld. Indien deze middelen worden ontvangen, worden ze aangewend ter dekking van de kosten van het Taalexpertisecentrum.
2.3.7 Rijksbijdrage eenmalig In de begroting 2021 is geen rekening gehouden met eenmalige subsidies. Bij toekenning van dergelijke subsidies zal de verantwoording resultaatneutraal verlopen.
2.3.8 Bijdragen vanuit SWV Passend Onderwijs Obase ontvangt bijdragen vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 en bijdragen van de Stichting Auris.
5
Voor bijdrage in de interne zorgstructuur keert het samenwerkingsverband Kind op 1 een vergoeding van € 80 per leerling uit. Vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 kunnen zorgarrangementen worden ontvangen voor de cluster 3 en 4-leerlingen. Vanaf 2019-2020 is de bekostiging vanuit Kind op 1 veranderd. Er zal vooraf een bedrag per leerling worden toegekend waarmee de ondersteuning binnen de scholen geregeld dient te worden. Het samenwerkingsverband heeft een overgangsregeling opgesteld, waarbij de bijdrage per leerling uiteindelijk naar € 64 per leerling zal uitkomen. Aanvragen voor zware ondersteuning kunnen nog steeds op basis van open-einde-regeling bij het samenwerkingsverband gedaan worden. Vanaf 2021 zal vanuit het Samenwerkingsverband Kind op 1 een bijdrage voor het hoogbegaafdheidsonderwijs verstrekt worden. Bij de organisatie Auris kunnen zorgarrangementen worden aangevraagd voor cluster 2leerlingen.
2.3.9 Overige baten Vanaf 2018 heeft Obase een samenwerking met Stichting OcTHO op het gebied van de financiële administratie en de personeels- en salarisadministratie. Onderling zijn afspraken gemaakt over de verrekening van kosten. Onder de overige baten is de bijdrage van OcTHO opgenomen. De kosten van het Taalexpertisecentrum worden gezamenlijk gedragen door de scholen van Schouwen-Duiveland en de gemeente Schouwen-Duiveland. Obase ontvangt als penvoerder hiervoor de bijdragen van de andere scholen van het eiland.
2.4 Uitgangspunten ten aanzien van de lasten 2.4.1 Personele lasten In de begroting zijn de personele lasten gebaseerd op het huidige personeelsbestand. Verondersteld is dat eventuele premiestijgingen worden gecompenseerd door het ministerie door aanpassing van de lumpsumbedragen. Compensatie van de personele lasten gebeurt op basis van de referentiesystematiek. De referentiesystematiek houdt in dat de ontwikkeling van de arbeidskosten in de marktsector wordt door vertaald naar de collectieve sector, waar het primair onderwijs onder valt. Daarnaast is rekening gehouden met de jaarlijkse stijging in schaalindeling, zolang het maximum van het personeelslid niet is bereikt. In de begroting zijn de personele lasten gepresenteerd o.b.v. het formatieplan 2020-2021 en doorgetrokken naar de volgende begrotingsjaren. Hierbij wordt uitgegaan van de regel dat de personele inkomsten gelijk zijn aan de personele uitgaven. Indien dit niet het geval is, wordt gekeken naar het natuurlijk verloop en de grootte van de vervangingspool om de personele lasten te laten dalen. Gezien het lerarentekort is het streven om voldoende fte in de vervangingspool te houden, om zoveel mogelijk ziektegevallen op te kunnen vangen. Daarnaast is de verwachting dat het huidig personeel niet tot de AOW-datum doorwerkt, gemiddeld genomen gaan personeelsleden met 65 jaar met pensioen.
Om knelpunten gedurende het kalenderjaar op te kunnen vangen, is in de begroting rekening gehouden met € 50.000 aan onvoorziene personele lasten.
6
2.4.2 Afschrijvingen Bij de afschrijvingen is rekening gehouden met vervangingsinvesteringen.
2.4.4 Overige instellingslasten In 2021 is een bedrag van € 16.000 voor het uitvoeren van een tevredenheidsonderzoek opgenomen. Het tevredenheidsonderzoek wordt 2-jaarlijks uitgevoerd. De vergoeding van de Raad van Toezicht is begroot op drie leden.
2.4.5 Financiële baten Gezien het rentepercentage op uitstaande middelen een negatieve rente heeft voor middelen boven de € 500.000 zijn geen rentebaten opgenomen.
2.4.6 Financiële lasten Bij de financiële lasten zitten de rentelasten van de lease van de touchscreens.
2.5. Risico’s 2.5.1 Bijzondere bekostiging samenvoeging ’t Meetje-Schoener De samenvoeging van ’t Meetje met De Schoener heeft per 1-8-2015 plaatsgevonden. In eerste instantie was een bijzondere bekostiging wegens samenvoeging vanaf schooljaar 2015-2016 toegekend. In juni 2018 was een terugvordering ingesteld door de inspectie OCW omdat de inspectie van mening was dat Obase deze gelden onterecht heeft gekregen. Na een gerechtelijke procedure heeft in november 2019 de rechtbank uitspraak gedaan, waarin Obase in het gelijk gesteld is. In Nederland dienden een aantal gelijksoortige procedures. In januari 2020 werd bekend dat bij een aantal besturen, die in een gelijksoortige situatie zitten als Obase, alsnog bij de Raad van State in het ongelijk werden gesteld. De zaak van Obase moet nog plaatsvinden, maar gezien de uitspraken bij de andere besturen, verwacht Obase dat de rijksbijdrage teruggevorderd zal worden. In de jaarrekening 2019 is deze post als schuld opgenomen en deze bedroeg toen € 586.000. Omdat de bekostiging nog steeds ontvangen wordt, is inmiddels deze schuld opgelopen naar € 768.000. De liquide middelen om deze schuld terug te betalen worden aangehouden, zodat aan de terugbetalingsverplichting kan worden voldaan.
7
3.
Begroting 2021
3.1. Exploitatiebegroting 2021 Op basis van de uitgangspunten is de volgende begroting opgesteld: Stichting OBASE
Begroting 2020
Begroting 2021
8.990.632
9.319.168
Baten 1.1 .
Rijksbijdrage OCW
1.2.
Overige overheidsbijdragen
78.264
53.264
1.3.
Overige baten
175.533
205.584
1.4.
Vrijval 1e activering mva
25.381
22.330
Totaal baten
9.269.811
9.600.346
2.1.
Personele lasten
7.562.509
7.973.051
2.2.
Afschrijvingen
174.338
184.118
2.3.
Huisvestingslasten
718.758
706.065
2.4.
Overige instellingslasten
807.606
764.612
9.263.211
9.627.846
6.600
-27.500
Lasten
Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten 3.1.
Financiële baten
0
0
3.2.
Financiële lasten
6.600
4.500
Saldo financiële baten en lasten
-6.600
-4.500
0
-32.000
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
De begroting 2021 heeft een verwacht negatief resultaat van € 32.000. Het bestuursformatieplan 2020-2021, welke in mei 2020 door de GMR is behandeld, resulteert in een tekort van € 55.000. Doordat dit voor een schooljaar besloten is, heeft dit effect op de eerste 7 maanden van 2021. Het 7/12 deel van het tekort is als negatief resultaat in de begroting 2021 opgenomen.
8
3.2. Toelichting op exploitatiebegroting 2021
Rijksbijdragen Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR 8.061.947
Rijksbijdrage OCW Geoormerkte OCW-subsidies Niet-geoormerkte OCW-subsidies Toerekening investeringssubsidies OCW
8.395.191
-
20.000
603.672
447.140
-
-
Overige subsidies OCW
603.672
467.140
Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV
325.013
456.838
8.990.632
9.319.169
Totaal rijksbijdragen OCW
Toelichting Rijksbijdrage OCW
Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Personele lumpsum
5.432.334
5.693.610
Onderwijsachterstanden
115.156
96.413
Materiële instandhouding
1.202.427
1.209.516
Personeels- en arbeidsmarktbeleid
1.312.030
1.395.652
8.061.947
8.395.191
Toelichting Niet-geoormerkte subsidies
Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Prestatiebox
245.326
253.005
Samenvoeging scholen
349.346
184.135
Bijzondere bekostiging vreemdelingen 2e jaar
9.000
10.000
603.672
447.140
9
Toelichting ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV: begroting 2020
begroting 2021
Zorgformatie
95.520
95.520
Arrangementen gedrag en leren
50.110
63.263
Arrangementen fysiek medisch
45.000
34.659
Arangementen SBO De Meie
34.358
35.920
SBO de Meie basis- en ondersteuningsbekostiging
40.000
149.207
SBO de Meie ondersteuning kleuterobservatiegroep
37.000
37.027
-
15.000
11.025
14.242
313.013
444.838
Arrangementen Auris
12.000
12.000
Totaal doorbetalingen SWV:
325.013
456.838
SWV Kind op 1:
Hoogbegaafdheidsonderwijs Detacheringen Subtotaal SWV Kind op 1: Auris:
Overige baten Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Verhuur
10.000
65.000
Detachering personeel Overige
42.451 123.082
9.641 129.943
Totaal overige baten
175.533
204.584
Toelichting overige baten De overige baten bestaan uit bijdrage andere besturen aan Taalexpertisecentrum € 34.400 en de bijdrage van OcTHO aan de gemeenschappelijke kosten van de samenwerking € 96.043 en diverse kleinere incidentele baten € 500.
10
Lasten Personeelslasten Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Lonen en salarissen
7.429.261
8.104.416
Dotaties personele voorzieningen
22.100
26.800
Personeel niet in loondienst
234.275
143.250
Overig
239.339
262.314
Overige personele lasten
495.714
432.364
Af: Uitkeringen
-362.466
-563.729
Totaal personeelslasten
7.562.509
7.973.051
Overige personeelskosten
Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
De overige personeelskosten bestaan uit de volgende posten: Nascholingskosten
125.112
136.757
Koffie en theevoorziening
9.000
8.250
Activiteiten tbv personeel
27.450
27.450
Jubilea en afscheid
8.025
7.700
Arbozorg (inclusief trajecten)
25.000
25.000
Externe deskundigheid/ interventies
25.000
25.000
Werving personeel (o.a. VOG)
7.185
7.200
Overige kosten
12.567
24.957
239.339
262.314
Uitkeringen
Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Bijdragen vervangingsfonds
-322.466
-523.729
Bijdragen UWV ZW uitkeringen
-40.000
-40.000
-362.466
-563.729
11
Huisvestingslasten Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Huur en medegebruik
33.220
42.900
Onderhoud
244.554
246.570
Energie en water
205.000
170.500
Schoonmaakkosten
190.073
196.415
Heffingen
30.531
27.830
Overige
15.380
21.850
Totaal huisvestingslasten
718.758
706.065
Overige instellingslasten Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Administratie- en beheerslasten
232.670
184.514
Inventaris, apparatuur en leermiddelen
400.290
455.408
Overige
174.646
124.690
Totaal overige instellingslasten
807.606
764.612
De overige instellingslasten worden vervolgens per paragraaf toegelicht.
12
Toelichting administratie- en beheerslasten
Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Kantoorbenodigdheden
3.005
2.850
Telefoon- en faxkosten
17.647
17.729
Drukwerk- en reproductiekosten scholen
2.000
2.000
Portikosten
4.793
3.855
Bankkosten
3.220
3.280
Salarisverwerking
30.000
30.000
Deskundigenadvies
103.000
59.400
Accountantskosten
18.000
20.000
Kosten Raad van Toezicht
33.780
30.400
PR & Marketing Obase niveau
17.225 232.670
15.000 184.514
De kosten van deskundigenadvies zijn in 2021 afgenomen omdat in 2020 kosten voor advisering en implementatie voor een mogelijke samenwerking met OcTHO per januari 2021 (€ 50.000) was opgenomen.
Toelichting Inventaris, apparatuur en leermiddelen
Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
Leermiddelen
273.805
318.233
Ict-kosten
125.695
136.025
790
1.150
400.290
455.408
Kosten inventaris
Toelichting Overige instellingslasten
Contributies en bijdragen
Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR 45.330
52.190
Verzekeringen
6.220
6.220
Medezeggenschap en ouderraad
18.583
18.640
Culturele vorming
10.805
8.882
Onderzoek samenwerking
35.000
-
Innovatie en ontwikkelingsbudget
50.000
32.500
Overige
8.708
6.258
174.646
124.690
13
3
Financiële baten en lasten Begroting 2020
Begroting 2021
EUR
EUR
3.1
Rentebaten
-
-
3.2
Rentelasten /leaseverplichtingen
6.600
4.500
Saldo financiële baten en lasten
-6.600
-4.500
In de rentelasten is een post opgenomen voor de aangegane leaseverplichtingen voor de touchscreens op de scholen.
14
3.3
Balans begroting 2021
In onderstaande balans is de verwerking van de exploitatiebegroting van paragraaf 3.1 meegenomen. Activa
Jaarrekening 2019
Prognose 2020
Begroting 2021
Vaste activa
1.434.466
1.425.939
1.526.821
Vlottende activa
2.374.853
2.121.230
1.978.920
Totaal
3.809.319
3.547.169
3.505.741
Passiva
Jaarrekening 2019
Prognose 2020
Begroting 2021
Reserves
1.558.418
1.162.767
1.108.437
600.995
564.402
577.304
Kortlopende schulden
1.649.906
1.820.000
1.820.000
Totaal
3.809.319
3.547.169
3.505.741
Voorzieningen
Onder de materiële vaste activa zijn de verwachte investeringen voor 2021 verwerkt. Het verloop van de materiële vaste activa is voor de begroting 2021 als volgt:
15
Materiele vaste activa Stand per 1-1-2020 Investeringen 2020 Afschrijvingen 2020 Stand per 31-12-2020 Investeringen 2021 Afschrijvingen 2021 Stand per 31-12-2021
1.402.392 180.000 -188.527 1.393.865 285.000 -184.118 1.494.747
Financiële vaste activa Stand per 1-1-2020 Mutaties 2020 Stand per 1-1-2021 Mutaties 2021 Stand per 31-12-2021
32.074 0 32.074 0 32.074
16
Het verloop van de reserves met verwerking van het begrote resultaat 2021 is als volgt:
Reserves Algemene reserve Saldo 1-1-2021 Resultaat 2021
Reserve 1e waardering mva
Totaal
997.868 -32.000
164.899 -22.330
1.162.767 -54.330
965.868
142.569
1.108.437
Vrijval voorziening onderhoud Saldo 31-12-2021
In de balans zijn ook de dotaties ten laste van de voorzieningen begroot. Het verloop van de voorzieningen is als volgt:
Voorzieningen
Personele voorzieningen Stand per 1-1-2020 Dotaties Onttrekkingen Stand per 1-1-2021 Dotaties Onttrekkingen Stand per 1-1-2022
159.798 30.600 -22.100 168.298 26.800 -18.300 176.798
Voorziening Totaal buitenonderhoud voorzieningen
441.197 65.000 -110.093 396.104 65.000 -60.598 400.506
600.995 95.600 -132.193 564.402 91.800 -78.898 577.304
De personele voorzieningen bevatten een voorziening jubilea ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de CAO dienen te worden betaald. En een voorziening vanwege sparen van duurzame inzetbaarheid. De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het buitenonderhoud. De voorziening is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplanning. Vierjaarlijks zal een nieuwe schouwing van de gebouwen plaatsvinden, waaruit een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan uit voort vloeit.
17
4.
Financiële positie
4.1. Vermogensbeheer Het vermogensbeheer wordt beoordeeld aan de hand van twee kengetallen met signaleringsgrenzen, namelijk solvabiliteit en weerstandsvermogen. De solvabiliteit is de mate waarin voldaan kan worden aan alle verplichtingen. M.a.w. het geeft inzicht in de vraag of Obase voldoende eigen vermogen heeft om op langere termijn voort te bestaan. Dit kengetal kan op twee manieren gezien worden exclusief voorzieningen (solvabiliteit 1) en inclusief voorzieningen (solvabiliteit 2). De streefwaarde die Obase hanteert is 0,50 voor solvabiliteit 2. Obase valt met de begroting 2021 net onder deze grens. De Inspectie van het Onderwijs heeft als ondergrens 0,30 gesteld. Aan deze grens voldoet Obase ruim. Het weerstandsvermogen wordt uitgerekend door het totaal aan vrij aanwendbare reserves uit te drukken als percentage van de totale exploitatie. Het weerstandsvermogen geeft aan het vermogen om niet-voorziene, tot de reguliere bedrijfsvoering behorende risico’s op te vangen. Bij toepassing en verankering van het risicomanagement in de organisatie en het goed functioneren van de planning & controlcyclus blijven altijd restrisico’s achter. Voor het opvangen van de mogelijke financiële effecten moet de stichting voldoende weerstandsvermogen hebben of opbouwen. Obase heeft een minimumgrens geformuleerd van 0,15.
Voor de begroting 2021 gaat Obase onder de zelf gestelde grens van 0,15. De inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringsgrens van kleiner dan 0,05. Hier blijft Obase ruim boven.
Solvabiliteit 1 Solvabiliteit 2 Weerstandsvermogen
Jaarrekening 2019 0,41 0,57 0,19
Prognose 2020 0,33 0,49 0,13
Begroting 2021 0,32 0,48 0,12
4.2. Budgetbeheer Het budgetbeheer wordt beoordeeld aan de hand van twee kengetallen met signaleringsgrenzen, namelijk liquiditeit en rentabiliteit. Het kengetal liquiditeit geeft aan of het bevoegd gezag in staat is op korte termijn alle kortlopende schulden te kunnen betalen. Het kengetal (current ratio) wordt gedefinieerd als: vlottende activa t.o.v. kortlopende schulden. De onderwijsinspectie hanteert een signaleringswaarde kleiner dan 0,75. Obase hanteert een liquiditeit van 1,0. Obase blijft met de begroting 2020 binnen deze gestelde normen. De rentabiliteit geeft de mate aan waarin het weerstandsvermogen op peil kan worden gehouden. Het kengetal wordt gedefinieerd als: resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering t.o.v. baten uit gewone bedrijfsuitvoering. Obase heeft als norm 0 als meer gesteld. De Inspectie van het Onderwijs hanteert voor 1-jarig resultaat een signaleringsgrens van kleiner dan -0,10. Obase voldoet aan deze normen.
18
Liquiditeit Rentabiliteit
Jaarrekening 2019 1,44 -0,02
Prognose 2020 1,17 -0,04
Begroting 2021 1,09 0,00
4.3. Treasury Het beleid rond het beleggen en belenen van middelen is vastgelegd in het treasurystatuut. Volgens dit statuut moet het treasuryplan deel uitmaken van de begrotingsstukken. Het plan bestaat uit de onderwerpen: liquiditeitsprognose, rentevisie van de bank, renterisico, geld- en marktpartijen. De hoofdrekening van Obase is de ABN-AMRO. Op korte termijn overtollige middelen worden op de ABN-AMRO spaarrekening gezet. De rentevisie van de bank is dat de rente over deze middelen 0.0% is, en zelfs een negatieve rente bij een banksaldo van meer dan € 500.000. Het renterisico is niet van toepassing. Er zijn geen leningen bij banken aanwezig. Obase zal middelen niet gaan beleggen in de begrotingsperiode, maar wegzetten op een zakelijke spaarrekening.
19
De liquiditeitsprognose behorend bij de begroting 2021 is als volgt: Stichting OBASE
Begroting 2021
Baten 1.1 .
Rijksbijdrage OCW
1.2.
Overige overheidsbijdragen
53.264
1.3.
Overige baten
205.584
1.4.
Vrijval 1e activering mva
9.319.168
-
Totale inkomsten
9.578.016
2.1.
Personele lasten
7.946.251
2.2.
Afschrijvingen
2.3.
Huisvestingslasten
641.065
2.4.
Overige instellingslasten
764.612
Lasten
Totale uitgaven Mutatie liquide middelen excl. financieel saldo
-
9.351.928 226.088
Financiële baten en lasten 3.1.
Financiële inkomsten
3.2.
Financiële uitgaven
4.500
Saldo financiële inkomsten en uitgaven
4.500-
Mutatie liquide middelen nav exploitatie
221.588
Uitgaven als gevolg van investeringen
285.000-
Uitgaven door onttrekking voorziening
78.898-
-
Mutatie liquide middelen (exploitatie en investeringen)
142.310-
20