CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

aanvulling RMS samenwerking def

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Regionale Mobiliteitsstrategie Zeeland (493648)1.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANVULLENDE NOTITIE REGIONALE MOBILITEITSSTRATEGIE rollen in deze interbestuurlijke samenwerking

Uit het verslag van de commissie R&E van 10 januari De heer Lievense vraagt of de wethouder wil aangeven welke taken bij de Provincie Zeeland behoren en welke taken bij de gemeente. De wethouder verwijst naar pagina 47 van het rapport maar is bereid nog een aanvulling op papier te zetten. Rollen In de Regionale Mobiliteitsstrategie (p.47) is onderstaande tekst en tabel opgenomen om de hoofdlijnen met betrekken tot verantwoordelijkheden weer te geven.

In de strategie zijn als basis vier spelregels toegevoegd, als basis voor de uitwerking van de governance: 1) Gemeenten besluiten over doelgroepenvervoer. 2) Gemeenten en provincie besluiten gezamenlijk over fijnmazige mobiliteit. 3) Provincie besluit over snelle bussen. 4) Stijging van organisatiekosten vraagt unanieme besluitvorming van partijen wiens begroting dit raakt. 1

Rollen in het proces van opstellen RMS tot nu toe Het opstellen van de RMS is in hoge mate van co-productie door alle betrokken stakeholders tot stand gekomen. Daarbij is door de provincie alle ruimte tot inbreng van suggesties, ideeën en oplossingen geboden. Het voorliggende concept is in lijn met de landelijke beleidslijn tot het inrichting van meer flexibel openbaar vervoer met meer ruimte voor maatwerk voor de individuele reiziger en de keuze van de vormen van vervoer die het meest passend zijn voor de reiziger voor de af te leggen afstanden tijdens de reis. In andere regio’s in het land is een vergelijkbare opzet van het mobiliteitsconcept zoals nu neergelegd voor Zeeland in ontwikkeling en gedeeltelijk in uitvoering. De inbreng door de gemeente heeft er al toe geleid dat er op een andere manier naar de inzet van buurtbussen, haltetaxi en WMO- c.q. regiotaxi wordt gekeken, er ruimte is voor particuliere initiatieven voor mobiliteit die een door onze inwoners zeer gewaardeerde bijdrage van meer ervaren leefbaarheid leveren en de inbreng van snelle busverbindingen in de concessie (hoogfrequent snelle busverbinding Rotterdam – Gent en Rotterdam – Middelburg (via BurghHaamstede). De provincie hoeft deze onderdelen strikt genomen niet mee te nemen in de aanbesteding van een concessie.

Rollen in het vervolg (uitwerking) Tot nu toe zijn alle onderdelen van de RMS in coproductie door provincie, gemeenten en overige stakeholders als belangenorganisaties, vervoerders en wegbeheerders ontwikkeld. Gelet op de beantwoording van Gedeputeerde Staten van diverse wensen en bedenkingen op het vervolg die is vastgesteld door Provinciale Staten geldt dit ook voor de verdere uitwerking en invoering. Dit blijkt onder andere uit de antwoorden over de bepaling van de locaties en functionaliteiten van de te realiseren haltes en hubs, de inrichting van het fijnmazig vervoer en de bepaling van de routes voor de “grote” bus en eisen waaraan de buslijnen moeten voldoen. Op de vraag wie de regie (onafhankelijk) gaat voeren over de diverse vormen van mobiliteit luidt het antwoord: De mobiliteitscentrale geeft beleidsadvies op basis van monitoring/dataverzameling, zodat gemeenten en provincie samen kan besluiten welke aanpassingen nodig zijn. Gemeenten besluiten over doelgroepenvervoer. Provincie en gemeenten besluiten samen over inzet op fijnmazige mobiliteit. Provincie is verantwoordelijk voor de grote bus.

Zie voor het complete overzicht van antwoorden op de ingediende wensen en bedenkingen: https://www.zeeland.nl/sites/default/files/digitaalarchief/IB21_9e977690.pdf Rollen gemeente door de verschillende hoofdstukken van de strategie heen Raadslid Lievense vroeg naar waar de onderdelen waar de gemeente strikt genomen over gaat en dat om dat in een lijstje te zetten. Dat lijstje is hieronder aangegeven: 1. Duurzame mobiliteit: op grond van de Regionale Energiestrategie heeft de gemeente zich verbonden om zero emissie te stimuleren met in acht neming van de doelstellingen van het Klimaatakkoord. a. Voorbeeldfunctie eigen wagenpark ten behoeve van CO2-reductie; b. Vergunningverlening laadinfrastructuur op logische plekken, borging door afspraken en contracten met providers. 2

2. Mix van mobiliteit: Provincie gaat over grote bussen, buurtbus en haltetaxi via OV-concessie (vorm te geven naar snelle grote bussen, flexibusjes en flexitaxi’s). Gemeente(n) gaat(n) over WMO-vervoer en doelgroepenvervoer via gezamenlijke aanbesteding en aansturing via gemeentevervoerscentrale. Strikt genomen hoeft de gemeente hier geen aanvullende taken of rollen in uit te oefenen. Nadelen daarvan: a. Het mobiliteitsplatform SD op Weg, de onder deze paraplu actieve vrijwilligersinitiatieven en de coördinerende stichting SD op Weg voelen zich niet gesteund door de lokale politiek; b. Geen invloed op aanvullend te realiseren synergievoordelen (meer maatwerk, meer vraag-gestuurd, meer mobiliteit voor zelfde geld), minder invloed op in te zetten vervoersmiddelen waaronder zero-emissie, grotere afhankelijkheid OV-concessie en door de provincie gecontracteerd fijnmazig vervoer. 3. Opstappunten, haltes, hubs: gemeente gaat strikt genomen over ruimtelijke inpassing en vergunningverlening op basis van ro-principes. Daarnaast stukje cofinanciering. Nadelen: a. Gemeente praat in strikte benadering niet mee over de locaties van de opstappunten, haltes en hubs want die horen bij concessie OV; b. Geen invloed op inrichten fijnmazig vervoer (opstap 500 m. binnen bebouwde kom en 2,5 km.

Buiten bebouwde kom ook ’s avonds) en slim en beter voor inwoners aanwenden van de fijnmazige vervoermiddelen van flextaxi en flexbus i.c.m. lokale initiatieven; 4. Mobiliteitscentrale: strikt genomen heeft gemeente alleen een rol voor het invullen van de mobiliteitsvragen WMO- en doelgroepenvervoer vanuit de gemeente zelf. Nadelen: a. minder integrale benadering over gemeentegrenzen en provinciegrens heen; b. efficiency- en effectiviteitsverlies inzet vervoermiddelen (meer km’s “leeg”); c. minder aandacht voor andere doelgroepen als verblijfsrecreanten en dagtoeristen; d. minder besparingsmogelijkheden voor meer vraaggerichte inzet. 5. Data: gemeente levert al data aan in huidig samenwerkingsverband wegbeheer. Aanvullende data is nodig om app’s en telefonische ondersteuning van de reiziger goed vorm te geven. a. Nadeel bij onvoldoende samenwerking bij data: minder adequate reizigersondersteuning in onze gemeente. b. Geen invloed op doorstroommogelijkheden met bijvoorbeeld intelligente verkeersregelinstallaties; c. Onvoldoende data over wegen en weggebruik voor introductie autonoom vervoer (pilot in landelijke mobiliteitsinnovatie) 6. Living Lab: strikt genomen heeft de gemeente geen rol in Living Lab Slimme Mobiliteit. a. Niet meedoen betekent nieuwe ontwikkelingen, verbeterkansen en aanvullende financiering missen.

Ingediende projecten zijn deelfietsen en e-bikes voor scholen en voor toeristen, pilot autonoom rijden Brouwershaven – Zierikzee, ondersteuning extra deelauto-concepten gecombineerd met sociaal vervoer, hub-ontwikkeling Burgh-Haamstede; 7. Monitoring en sturing: strikt genomen hoeft de gemeente alleen te monitoren en eventueel bij te sturen om WMO- en doelgroepenvervoer voor gemeente zelf. Nadelen: a. Geen invloed op het monitoren en bijsturen van het vervoers- en mobiliteitsconcept als geheel; b. Niet of beperkt meedelen in synergievoordelen van het concept als geheel vanwege het door de overige betrokken stakeholders gevoelde mindere politieke commitment;

3

c. Later aanhaken op de landelijke en regionale innovaties in het kader van mobiliteit, nieuwe vormen van vervoer, ook door gebrek aan eigen voldoende personeel zonder de kwalificaties om dit door te voeren (beroep op provinciaal en nationaal human capital voor deze specialistische taken).

Wat gebeurt er als gemeenteraad besluit om RMS niet vast te stellen Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten hebben de RMS al vastgesteld. De colleges van burgemeester en wethouders van de colleges van de Zeeuwse gemeenten zullen ook doen en het ligt in de lijn der verwachting dat alle overige Zeeuwse gemeenteraden dit ook doen. Het college van onze gemeente zal in dat geval ook meewerken aan de verdere uitwerking en verdere uitvoering van de RMS. Echter, omdat er door de overige betrokken stakeholders niet voluit steun wordt ondervonden vanuit Schouwen-Duiveland, zal waarschijnlijk terughoudender op initiatieven en pilots vanuit onze gemeente worden gereageerd en zullen initiatieven uit onze gemeente zich minder breed gesteund voelen. Opmerkingen vanuit de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland over de verdere uitwerking en uitvoering van de RMS zullen door de overige partijen minder zwaar gewogen worden in de uitwerking van de RMS als geheel.

Aard en inhoud van besluitvorming Uit de beraadslaging over het voorstel aan Provinciale Staten tot vaststelling van de RMS tijdens de vergadering van 17 december 2021 is duidelijk naar voren gekomen dat ook Provinciale Staten de opgave tot realiseren van een duurzaam, haalbaar, houdbaar en tegelijkertijd meer op de reizigersvraag toegesneden mobiliteitsconcept voor Zeeland alleen mogelijk is in een zo goed, effectief en efficiënt mogelijke samenwerking tussen de betrokken stakeholders waarvan de provincie en de Zeeuwse gemeenten vanwege hun taken de meest belangrijke zijn. De opgave om Zeeland als provincie en de kernen in Zeeland onderling goed bereikbaarheid te houden is groot, daarnaast komen er aanzienlijke technologische ontwikkelingen op ons af die intensief samenwerken noodzakelijk maken, vanwege zowel het gebrek aan human capital als ook het slim omgaan met alle mogelijke vervoersconcepten voor onze inwoners en reizigers Uit het door Provinciale Staten aangenomen voorstel blijkt de aanpak op basis van gelijkwaardigheid en afstemming op provinciale, regionale en lokale schaal waarbij wel duidelijk is kaart is gebracht welke partij voor welk onderdeel verantwoordelijk is voor uitvoering en implementatie.

Gelet op het bovenstaande is daar bestuurlijk maar ook politiek commitment voor nodig van alle Zeeuwse overheden om goede mobiliteit haalbaar en betaalbaar te houden met maatwerk voor de vraag van de reizigers/inwoners. Dat is ook de reden waarom gehecht wordt aan het onderschrijven van deze strategie door Provinciale Staten én gemeenteraden. Zie voor de gebruikte formuleringen het Statenvoorstel: https://www.zeeland.nl/sites/default/files/digitaalarchief/IB21_766dcebf.pdf Bestuurlijke opvatting college van burgemeester en wethouders/collegiale Zeeuwse verantwoordelijkheid Het college van burgemeester en wethouders meent dan ook dat er juist door het gezamenlijk vaststellen van de RMS door Provinciale Staten en Zeeuwse gemeenteraden onder de uitgangspunten zoals hierboven benoemd juist een speelveld ontstaat voor gezamenlijke sturing op 4

een mobiliteitsconcept dat zo goed mogelijk in de vraag van de Zeeuwse reiziger en overige doelgroepen voorziet, uitgaat van vraaggestuurd in plaats van aanbodgericht en het comfort van de reis wordt verhoogd. Dat kan alleen als de middelen op een efficiënte, slimme en doelgerichte wijze bij elkaar worden gebracht en hieruit synergievoordelen met meerwaarde voor de reiziger ontstaan. Daarbij blijft de eigen verantwoordelijkheid/aanspreekbaarheid op uitvoering maar wel op basis van een gezamenlijk commitment aan te bereiken doelstellingen voor onze Zeeuwse inwoner.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11062198/1