CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

995441 Bijlage 4 SLZ advieslijst assortiment

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Beleids- en beheerplan Groen (995441)3.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies assortiment van bomen en struiken door de SLZ Via SLZ worden jaarlijks vele honderden bomen en struiken in het landschap aangeplant. Dat gebeurt vanuit een visie. De uitgangspunten daarbij worden hier beschreven. Daarna volgt een overzichtstabel met de eigenschappen per boom/struiksoort, een advies voor opname op de bestellijst, en eventueel de afweging daarbij. Uitgangspunten sortimentskeuze bij aanplant bomen en struiken Uitgangspunten zijn ecologie, cultuurhistorie en landschap. Ze worden eerst hieronder kort toegelicht. Ecologie Bij ecologie kan je denken aan de waarde van het assortiment voor A, de overige biodiversiteit en B, het behoud van de autochtone populaties bomen en struiken zelf. Bij A, de waarde voor de biodiversiteit geldt dat alle inheemse soorten relaties hebben met overige organismen. De een wat meer dan de ander, maar dat is van nature zo. Daarbij geldt dat onder de soorten met minder talrijke relaties, er voor de regio wel heel typerende zijn. Bij B, de autochtone restpopulaties geldt dat een groot deel daarvan inmiddels sterk bedreigd is. Dat oa. door biotoopvernietiging, maar ook door aanplant van niet steekeigen materiaal. Dat kan bestaan uit exoten, die soms een sterk vermogen tot vermeerdering hebben en dan dus lastig zijn, maar ook door aanplant van wel inheemse soorten maar van een uitheemse herkomst.

De herkomstregio die per soort nog acceptabel is, is per soort discutabel. Cultuurhistorie Bomen en struiken die al in de streek aanwezig waren, werden in het verleden op een typerende manier gebruikt (leibomen, knotbomen) en er werden daarvoor ook uitheemse soorten ingevoerd. Er werden door kruisingen en klonen ook nieuwe groeivormen ontwikkeld (bv. Italiaanse populier) die door eeuwenlang gebruik streekeigen werden. Enkele van die rassen/klonen dragen namen van de kwekers (Populier Vereecken) of regio waar ze ontstaan zijn (walnoot Axel). Ook het gebruik van een soort op een plaats kan typerend zijn (Grauwe els als windscherm rond boomgaarden). Zowel inheemse als uitheemse soorten kunnen al langere periode in gebruik zijn. Hoe lang de soort in gebruik is vaak niet precies bekend. Hoe lang een soort in gebruik moet zijn om als cultuurhistorisch waardevol beoordeeld te worden, is te bediscussiëren. Doorgaans gaat men uit van enkele eeuwen. Bij Landschapsbeheer gaat het met name om de landschappelijke omgeving (dus niet de stedelijke, waaronder stadswallen, tuinen, ed, wel boerderijtuinen). Landschap Bij landschappelijke waarden gaat het in dit verband vooral om de verschillende typen beplanting, het visuele aspect, om de groene uitstraling van een gebied, de groene dooradering en het evenwicht tussen groen en rood.

De sortimentskeuze wordt doorgaans afgewogen op streekeigenheid (cultuurhistorie) en ecologie. Er zijn veel verschillende vormen van landschappelijke beplantingen. Een groengordel om een bedrijventerrein is totaal verschillend van de beplanting in een natuurgebied. Hieraan zijn dan ook verschillende eisen te stellen. Hier worden de verschillende typen in een zevental eenheden geclusterd, waaraan in toenemende mate strenge criteria gelden: 1, solitairen, lanen, boomgroepjes e.d. op erven 2, groengordels om bedrijventerreinen in stedelijk gebied ,3, groengordels om loodsen e.d. in landschappelijk gebied, 4 dijken 5, kleine bosjes 6, Beplanting van natuurgebieden 7, Typisch Zeeuwse beplantingseenheden als Zeeuwse hagen. De verschillende typen landschappelijke beplantingen zijn in de assortimentstabel daarvoor in een aparte kolom opgenomen. Wanneer een storend object (bv. nieuwe loods) in het landschap wat groen moet worden ingepast, is het niet handig daar een niet streekeigen sortiment voor te gebruiken. Door dat afwijkende sortiment trekt het element dan juist de aandacht, i.p.v. dat het minder opvallend wordt. Wanneer in Nederland inheems, maar op de locatie niet autochtoon assortiment wordt gebruikt, verschuift daardoor ook het landschappelijke beeld (al zal dat vooral de landschapsdeskundigen opvallen).

Definities en eigenschappen assortiment Termen als inheems, autochtoon en streekeigen worden voordurend door elkaar gebruikt en het is voor de helderheid belangrijk om de begrippen eenduidig af te bakenen. Hieronder een aantal begrippen: *Inheems: de soort is van oorsprong en van nature in NEDERLAND aanwezig *Autochtoon: de soort heeft nog oorspronkelijke populaties in de streek (op te vatten als Zeeland, en de randen van het direct aangrenzend gebied)

*Streekeigen: gebruiksvorm van een al aanwezige soort (bv. knot/ leivorm) of uitheemse soort die al langere tijd in de streek aanwezig is *Uitheems/exoot: soort die van oorsprong en nature niet in NEDERLAND aanwezig is *Invasieve exoot: exoot die een sterk verbreidingsvermogen en een negatief ecologisch effect heeft Soorten kunnen dus verschillende eigenschappen hebben, hier een paar voorbeelden: Inheems, autochtoon én streekeigen: (geknotte) schietwilg Inheems, niet autochtoon: Taxus Niet inheems, wel streekeigen: Walnoot Niet inheems, niet streekeigen: Witte kornoelje Invasieve exoot: Amerikaanse eik, Robinia, Rimpelroos Voorbeeld: de inheemse en autochtone zomereik en rode kornoelje worden niet alleen verdrongen door de Amerikaanse eik en de uit Canada afkomstige Witte kornoelje, maar ook door zomereiken en rode kornoeljes van niet autochtone herkomst Discussie Het is merkbaar dat over deze problematiek binnen SLZ, net zoals binnen overige organisaties die zich bezig houden met inrichting en beheer van het landschap, verschillend wordt gedacht. De verschillende functies van een beplanting kunnen elkaar ook wel eens wat bijten bv. cultuurhistorie versus ecologie (Marilandica populier beschaduwt poel met boomkikker...). Ieder heeft zijn eigen accenten en legt de meetlat, per deelonderwerp, op een andere hoogte.

Daarbij neemt de detailkennis steeds verder toe en hebben we te maken met “voortschrijdend inzicht”, ook op landelijk niveau. Je kunt bv. de aanwezigheid van een soort als de Hulst in onze bossen verschillend beoordelen: Negatief: want hoort niet in de PNV (van de Zeeuwse bossen), en/of is niet autochtoon. Of positief: want is inheems en/of verdingt geen autochtone restpopulatie. Keuzemogelijkheden Voordat een keuze gemaakt kan worden is het van belang om over een aantal uitgangspunten eens te zijn: *SLZ draagt een verantwoordelijkheid in het zorgvuldig omgaan met landschappelijke aspecten, autochtone restpopulaties en bewaren van cultuurhistorisch gebruik *SLZ probeert daarbij zoveel mogelijk één lijn met de overige (landschappelijke) organisaties te trekken *Inheemse soorten planten we bij voorkeur niet uit buiten de regio waar ze van oudsher voorkomen (bv. geen egelantiers in het midden en oosten van de Provincie). *In de omgeving van nog bestaande autochtone restpopulaties gaan we terughoudend om met aanplant van dezelfde soorten en hanteren we als strikte voorwaarde dat deze van een dichtbije locatie afkomstig zijn. *Soorten die door ziekten actueel een risico vormen zetten we niet op de lijst (paardenkastanje: bloedingsziekte), Iepen (anders dan Fladderiep) : iepziekte, Plataan: Massaria.

Opmerkingen bij de beoordeling van enkele soorten: *Esdoorn wordt door Weeda opgevat als Recent gearriveerd, is dus nu inheems, wel terughoudend gebruiken ivm verbreidingsvermogen *Paardenkastanje, heeft cultuurhistorische waarde, kan uitgebreider op de lijst als probleem met bloedingsziekte verholpen is *Es, zolang essentaksterfte heerst, beperkt toepasbaar, alleen in bosjes, niet in lijnvormige beplantingen *Plataan, ouder gebruik meestal niet in landschappelijke gebieden, maar in stedelijk gebied. Heeft meestal eerder negatief ecologisch effect. In toenemende mate vatbaar voor Massaria. Door Massaria is toekomst onzeker. *Zwarte populier, hebben als inheemse (en deels zelfs autochtone) soort een ecologische meerwaarde boven de Canada’s *Steriele hybriden zijn minder een probleem, dan vormen die zich wel kunnen voortplanten. Vandaar een positief advies bij de Canada hybriden, en een overwegend negatief advies bij de cultuurvariëteiten van de Schietwilg. *Klonen Canada’s: Marilandicas zijn al honderden jaren aanwezig, ook enkele andere klonen zijn streekeigen. Hebben als voordeel dat ze nagenoeg steriel zijn (in toenemende mate blijken wel kruisingen met Zwarte p. te worden aangetroffen) *Klonen wilgen: cultuurhistorisch gebruik vooral in grienden, echter weinig in Zeeland. De klonen op onze bestellijst hebben het nadeel dat ze niet steriel zijn.

*(Micro)soorten rozen: soorten als Heggenroos en Beklierde heggenroos zijn nog voldoende talrijk aanwezig. Andere soorten hebben veel kleinere restpopulaties. Het kan zijn dat deze juist beschadigd worden door inmenging van materiaal van buitenaf. Een studie vooraf naar deze problematiek lijkt noodzakelijk. Microsoorten alleen via aparte projecten De sortimentstabel *Niet opgenomen zijn overige (micro)soorten rozen. Deze zijn soms wel beschikbaar. *Niet opgenomen is duindoorn (alleen duinachtige natuurlijke groeiplekken waar de soort zich voldoende voortplant). *Niet opgenomen zijn fruitrassen (deze worden later toegevoegd). Interpretatie van de sortimentstabel *Wanneer een soort een J (Ja) in de tabel heeft wordt er positief over geadviseerd (om op de bestellijst te houden). Dat betekent nog niet dat deze soort dan overal in Zeeland kan worden toegepast. Bv. een soort met cultuurhistorische waarde moet alleen in de lijn der traditie worden aangeplant. *Er zijn inheemse soorten waarvan er geen autochtone populaties gevonden zijn, én die geen natuurlijke actuele populaties hebben. Ze zouden dus eigenlijk niet in Zeeland thuis horen. Sommige van die soorten zijn echter, door massale uitplant in het verleden, inmiddels zo talrijk verspreid door het Zeeuwse landschap, dat het geen zin meer heeft om ze vanaf nu te weren.

Als het dan om inheemse soorten gaat (zoals Rode kornoelje) kan aanplant in de meeste beplantingstypen wel. Het zou echter goed zijn om authentieke Zeeuwse beplantingselementen, zoals Zeeuwse hagen (Landschapscategorie 7), daarvan te vrijwaren. In de tabel hebben die soorten een B, (beperkt). *Een aantal zeer algemeen verspreide inheemse soorten, zoals Zwarte els en Zomereik, waarvan er wel autochtone populaties zijn gevonden, hebben in Maes 2006 geen verspreidingskaartje, terwijl Zeeland ook niet in de tekst vernoemd wordt. Gezien de aanwezigheid van die autochtone populaties en de ruime verspreiding kunnen we ervan uitgaan dat Zeeland zeker wel in het natuurlijke verspreidingsgebied ligt, en wordt positief over aanplant geadviseerd. Literatuur: Er is veel literatuur. Hier is vooral gebruikt: *Maes B. en Rovekamp C. 1995, Genetische kwaliteit inheemse bomen en struiken Deelproject Zeekleigebied van Zeeland en aangrenzende gebieden *Maes B. et al, 2006 Inheemse bomen en stuiken in Nederland en Vlaanderen. *Moens et al. 2000, Bomen en mensen, Een oeroude relatie, Bomenstichting, *Weeda E.

Ecologische Flora deel 1-5 Specifiek voor Duinen: *Haperen van, 2010, Een wereld van verschil Sortimentstabel Is in hieronder ivm breedte in twee delen opgeknipt, origineel in Excel beschikbaar Bij de kolommen (zie ook Literatuur) Inheems/exotisch: I= inheems, E= Exotisch daarbij 1= niet voortplantend, niet dominant, 2= matig voortplantend niet dominant, 3= veel voortplantend soms dominant, 4= invasieve exoot, H=hybride soort, C= Cultuurvariëteit Maes 1995: Geeft een overzicht van nog aangetroffen restpopulaties van autochtone soorten in Zeeland, met cijfer voor waarschijnlijkheid. Aangegeven wordt hoogste waarschijnlijkheid A= grote Mate van waarschijnlijkheid, B= vrij waarschijnlijk, C= mogelijk Maes 2006: Geeft een overzicht van het actuele natuurlijke verspreidingsgebied van de soorten Landschap, in de kolom wordt per soort het maximale cijfer gegeven: o 1, solitairen, lanen, boomgroepjes ed. op erven. o 2, groengordels om bedrijventerreinen, o 3, groengordels om loodsen ed in landschappelijk gebied, o 4, dijken o 5, kleine bosjes: dan ook PNV gebruiken (gescreend op Zeeuwse soorten) o 6, Beplanting van natuurgebieden, o 7, Typisch Zeeuwse beplantingseenheden als Zeeuwse hagen.

Wanneer een soort niet in een van de rapporten van Maes wordt genoemd, krijgt het in de kolom Landschap maximaal een 4 Streekeigen: een X voor cultuurhistorisch gebruik Advies gebruik: J= Ja, W= weinig, terughoudend, B= met beperking, B,W = terughoudend in Zeeuwse beplantingstypen, T= Twijfel, N=Nee

Acer pseudoplatanus

esdoorn

Aesculus hippocastanum

paardenkastanje

Alnus glutinosa *

zwarte els

Betula pendula

ruwe berk

Betula pubescens

zachte berk

Carpinus betulus

haagbeuk

Castanea sativa

tamme kastanje

Cornus sanguinea *

rode kornoelje

Corylus avellana

hazelaar

Crataegus monogyna *

éénstijlige meidoorn

Euonymus europaeus *

kardinaalsmuts

Fagus sylvatica*

beuk (groen)

Fraxinus excelsior *

gewone es

Ilex aquifolium

hulst

Ligustrum ovalifolium

haagliguster

Ligustrum vulgare

gewone liguster

Platanus acerifolia

plataan

Pop. Marilandica

Marilandica pop.

Pop. Robusta

Robusta pop.

Populus alba

witte abeel

Populus canadensis

grauwe abeel

Populus nigra

zwarte populier

Populus tremula

esp, ratelpopulier

Prunus avium

zoete kers

Prunus padus

vogelkers

Prunus spinosa *

sleedoorn

Quercus robur *

zomereik

Rhamnus cathartica *

wegedoorn

Rhamnus frangula

vuilboom

Robinia pseudoacacia

acacia

Rosa canina *

hondsroos

Rosa rubiginosa *

egelantier

Salix alba

schietwilg

Salix alba 'Chermesina'

schietwilg, rood

I I

X

B, W

X

B, W

E2-3 I I I

C

X

N

X

J

C C

N X

B B, W

I

W

E3

B,W

I

B

I I I

A

X

C

X

X

B C

X

I

X

J

X

B, W N

E2 I

A

j

H H H E X

? I

?

N

X

J

X

J

X

N

X

J

C

J N

I I

C

I I I

B

J X

J

X

J

A

X X

I I

I I C

J J

B

J N

E3 I

J j

I I

Advies gebruik

veldesdoorn

Cultuurhistorie

Acer campestre

Actueel Versp. Maes 2006

Nederlandse naam

Inheems/ Exotisch

Naam wetenschappelijk

Autochtoon In Zeeland, Maes 1995

Assortimentstabel (deel 1)

A

X

J

C

X

T

B

X

X

j N

Salix alba 'Lievelde'

schietwilg

Salix alba 'Rockanje'

schietwilg, geel-groen

Salix alba 'Vitellina'

schietwilg, geel

Salix aurita

geoorde wilg

Salix caprea

boswilg

Salix cinerea

grauwe wilg

Salix fragilis

kraakwilg

Salix purpurea

bittere wilg

Salix triandra

amandelwilg

Salix viminalis

katwilg

Sambucus nigra

gewone vlier

Sorbus aucuparia

lijsterbes

Tilia cordata

Winterlinde

Tilia x vulgaris 'Pallida'

Hollandse linde

Ulmus laevis*

steeliep

Viburnum opulus

gelderse roos

N

C

N

C

N

C

B,W

I

J

I I I I I

B

X

J

C

X

J

C

J

B

J J

I I I

B

J

C

J

I C

X

J

X

J J

I

B,W

I

Assortimentstabel (deel 2) Nederlandse naam

Opmerking

Autochtoon gevonden in Regio

Advies, Regio van aanplanten, Beperkingen

veldesdoorn

Kop Schouwen

Kleigebied

esdoorn

Walcheren

paardenkastanje zwarte els

Komt voorlopig niet op de lijst Cultuurh: Elzenmeten

Zeeland

ruwe berk Duin en dekzand

haagbeuk

Alleen als hoogstamfruit

rode kornoelje

Kleigebied, snel dominant

hazelaar

Kleigebied Cultuurh: Hagen

kardinaalsmuts

Geen regionale beperking West Zeeland

gewone es

Wel Hist. Groeipl, v Haperen Cultuurh: Hakhout

hulst

Dekzand: Hulsthagen

haagliguster

Tuinsoort, exoot

gewone liguster Niet voortplantend

Marilandica pop.

Streekeigen, niet voortplantend Streekeigen, niet voortplantend

Kleingebied, terughoudend Vooral op dekzand Alleen erven ed. Vooral westelijk deel provincie Voorlopig niet Vooral westelijk deel provincie Geen regionale beperking, dijken

witte abeel

Vooral westelijk deel provincie

grauwe abeel

Duin Walcheren

zwarte populier

Domburg

esp, ratelpopulier zoete kers

Vooral westelijk deel Provincie Op dekzand en buitenplaatsen

West Zeeland

plataan

Robusta pop.

Alleen duin en dekzand Terughoudend in open gebieden

tamme kastanje

beuk (groen)

Geen regionale beperking, vochtlievend Geen aanplant

zachte berk

éénstijlige meidoorn

Kleigebied. Wordt snel dominant

Geen regionale beperking Klonen Niet. Redt het makkelijk op eigen kracht

Hulst

Kleigebied

vogelkers

Walch. Sschouwen

sleedoorn

Cultuurh: Hagen

zomereik

Cultuurh: Hakhout

wegedoorn

Bijna heel Zeeland

Kleigebied Geen regionale beperking

West Zeeland

vuilboom

Kleigebied Zand, niet in polders

acacia hondsroos

Geen regionale beperking

Van de lijst gehaald Cultuurh: Hagen

egelantier

Geen regionale beperking West Zeeland

Alleen dicht bij kust

schietwilg

Cultuurh: Knotwilgen

schietwilg, rood

Wel voortplantend

schietwilg

Wel voortplantend

schietwilg, geel-groen

Wel voortplantend

Geen regionale beperking Solitairen, lanen

schietwilg, geel

Wel voortplantend

Vooral rond urbaan gebied

Geen regionale beperking Vooral rond urbaan gebied

geoorde wilg

Dekzand

boswilg

Geen regionale beperking

grauwe wilg

Geen regionale beperking

kraakwilg

Geen regionale beperking

bittere wilg

Geen regionale beperking

amandelwilg

Axel

katwilg

Geen regionale beperking Geen regionale beperking

gewone vlier

Niet. Redt het op eigen kracht

lijsterbes

Vooral op zand

winterlinde

Lei en grensbomen

Hollandse linde

Lei en grensbomen

steeliep gelderse roos

Bosjes. Kleigebied Niet in bosjes. Geen regionale beperking Enig alternatief voor iepen Geen regionale beperking

Assortimentslijst, welke soort waar te gebruiken Beplantingsvormen o 1, solitairen, lanen, boomgroepjes ed. op erven. o 2, groengordels om bedrijventerreinen, o 3, groengordels om loodsen ed in landschappelijk gebied, o 4, dijken o 5, kleine bosjes: dan ook PNV gebruiken (gescreend op Zeeuwse soorten) o 6, Beplanting van natuurgebieden, o 7, Typisch Zeeuwse beplantingseenheden als Zeeuwse hagen. Landschapstypen o A, Kleilandschap o B, Kustlandschap o C, Pleistoceen dekzand X = toepasbaar, B = beperkt toepasbaar, geen aanduiding = niet toepasbaar. Assortimentstabel (deel 1)

6, Natuurgebieden

X

X

B

B

X

Acer pseudoplatanus

Esdoorn

X

X

X

Aesculus hippocastanum

paardenkastanje

X

Alnus glutinosa *

zwarte els

X

Betula pendula

ruwe berk

Betula pubescens

zachte berk

X

X

X

B

Carpinus betulus

haagbeuk

X

X

B

B

Castanea sativa

tamme kastanje

X

Cornus sanguinea *

rode kornoelje

X

X

X

B

X

B

Corylus avellana

hazelaar

X

X

X

X

X

X

B

X

Crataegus monogyna *

éénstijlige meidoorn

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Euonymus europaeus *

kardinaalsmuts

B

B

B

B

X

X

B

X

X

Fagus sylvatica*

beuk (groen)

X

X

X

Fraxinus excelsior *

gewone es

X

X

X

Ilex aquifolium

hulst

X

X

X

Ligustrum ovalifolium

haagliguster

X

B

Ligustrum vulgare

gewone liguster

X

X

Platanus acerifolia

plataan

B

Pop. Marilandica

Marilandica pop.

X

X

X

X

X

Pop. Robusta

Robusta pop.

X

X

X

X

X

Populus alba

witte abeel

X

X

X

Populus canadensis

grauwe abeel

X

X

X

X

Populus nigra

zwarte populier

X

X

X

X

Populus n. Italica

Italiaanse populier

X

X

X

Populus vereecken

Vereecken populier

X

X

X

Populus tremula

esp, ratelpopulier

X

X

X

Prunus avium

zoete kers

X

X

X

Prunus padus

vogelkers

X

X

Prunus spinosa *

sleedoorn

X

Quercus robur *

zomereik

Rhamnus cathartica *

Pleistoceen dekzand

5, Kleine bosjes

X

Kustlandschap

4, Dijken

veldesdoorn

Kleilandschap

3, Groengordels om loodsen ed in landschappelijk gebied

Acer campestre

7, Typisch Zeeuwse hagen

Nederlandse naam

1, Solitairen, rijen, erven 2, Groengordels om berdrijventerreinen

Naam wetenschappelijk

X

X

X

X

B

X X

X

X

B

X

X

X X

B

X

X

X

X

X

B

X

B X

X

X

B

X X

X X

B

X

B X

B X

X

X

B

B

X

X

B X X X B

X

X

X

X

X

X

X

X X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

B

X

X

X

X

X

X

X

X

X

wegedoorn

X

X

X

X

X

X

X

X

Rhamnus frangula

vuilboom

X

X

X

X

X

Robinia pseudoacacia

acacia

X

X

X

X

X

Rosa canina *

hondsroos

X

X

X

X

X

X

Rosa rubiginosa *

egelantier

B

B

B

B

B

B

Salix alba

schietwilg

X

X

X

X

X

X

Salix alba 'Chermesina'

schietwilg, rood

B

B

B

X

Salix alba 'Lievelde'

schietwilg

B

B

B

X

Salix alba 'Rockanje'

schietwilg, geelgroen

B

B

B

X

Salix alba 'Vitellina'

schietwilg, geel

B

B

B

X

Salix aurita

geoorde wilg

B

B

Salix caprea

boswilg

X

X

X

Salix cinerea

grauwe wilg

X

X

Salix fragilis

kraakwilg

B

Salix purpurea

bittere wilg

Salix triandra

X

X

X X

X

X

B

B

B

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

B

B

B

B

B

X

B

B

B

B

B

X

amandelwilg

B

B

B

B

B

X

Salix viminalis

katwilg

B

B

B

B

B

X

X

Sambucus nigra

gewone vlier

X

X

X

X

X

X

X

X

Sorbus aucuparia

lijsterbes

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Tilia cordata

winterlinde

X

X

X

X

X

B

X

B

Tilia x vulgaris 'Pallida'

Hollandse linde

X

X

X

X

X

B

Ulmus laevis*

steeliep

X

X

X

X

X

Viburnum opulus

gelderse roos

X

X

X

X

B

X

X

X B

X

X

B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13681008/1