995441 Bijlage 4 SLZ advieslijst assortiment
Tekst van het document
Advies assortiment van bomen en struiken door de SLZ Via SLZ worden jaarlijks vele honderden bomen en struiken in het landschap aangeplant. Dat gebeurt vanuit een visie. De uitgangspunten daarbij worden hier beschreven. Daarna volgt een overzichtstabel met de eigenschappen per boom/struiksoort, een advies voor opname op de bestellijst, en eventueel de afweging daarbij. Uitgangspunten sortimentskeuze bij aanplant bomen en struiken Uitgangspunten zijn ecologie, cultuurhistorie en landschap. Ze worden eerst hieronder kort toegelicht. Ecologie Bij ecologie kan je denken aan de waarde van het assortiment voor A, de overige biodiversiteit en B, het behoud van de autochtone populaties bomen en struiken zelf. Bij A, de waarde voor de biodiversiteit geldt dat alle inheemse soorten relaties hebben met overige organismen. De een wat meer dan de ander, maar dat is van nature zo. Daarbij geldt dat onder de soorten met minder talrijke relaties, er voor de regio wel heel typerende zijn. Bij B, de autochtone restpopulaties geldt dat een groot deel daarvan inmiddels sterk bedreigd is. Dat oa. door biotoopvernietiging, maar ook door aanplant van niet steekeigen materiaal. Dat kan bestaan uit exoten, die soms een sterk vermogen tot vermeerdering hebben en dan dus lastig zijn, maar ook door aanplant van wel inheemse soorten maar van een uitheemse herkomst.
De herkomstregio die per soort nog acceptabel is, is per soort discutabel. Cultuurhistorie Bomen en struiken die al in de streek aanwezig waren, werden in het verleden op een typerende manier gebruikt (leibomen, knotbomen) en er werden daarvoor ook uitheemse soorten ingevoerd. Er werden door kruisingen en klonen ook nieuwe groeivormen ontwikkeld (bv. Italiaanse populier) die door eeuwenlang gebruik streekeigen werden. Enkele van die rassen/klonen dragen namen van de kwekers (Populier Vereecken) of regio waar ze ontstaan zijn (walnoot Axel). Ook het gebruik van een soort op een plaats kan typerend zijn (Grauwe els als windscherm rond boomgaarden). Zowel inheemse als uitheemse soorten kunnen al langere periode in gebruik zijn. Hoe lang de soort in gebruik is vaak niet precies bekend. Hoe lang een soort in gebruik moet zijn om als cultuurhistorisch waardevol beoordeeld te worden, is te bediscussiëren. Doorgaans gaat men uit van enkele eeuwen. Bij Landschapsbeheer gaat het met name om de landschappelijke omgeving (dus niet de stedelijke, waaronder stadswallen, tuinen, ed, wel boerderijtuinen). Landschap Bij landschappelijke waarden gaat het in dit verband vooral om de verschillende typen beplanting, het visuele aspect, om de groene uitstraling van een gebied, de groene dooradering en het evenwicht tussen groen en rood.
De sortimentskeuze wordt doorgaans afgewogen op streekeigenheid (cultuurhistorie) en ecologie. Er zijn veel verschillende vormen van landschappelijke beplantingen. Een groengordel om een bedrijventerrein is totaal verschillend van de beplanting in een natuurgebied. Hieraan zijn dan ook verschillende eisen te stellen. Hier worden de verschillende typen in een zevental eenheden geclusterd, waaraan in toenemende mate strenge criteria gelden: 1, solitairen, lanen, boomgroepjes e.d. op erven 2, groengordels om bedrijventerreinen in stedelijk gebied ,3, groengordels om loodsen e.d. in landschappelijk gebied, 4 dijken 5, kleine bosjes 6, Beplanting van natuurgebieden 7, Typisch Zeeuwse beplantingseenheden als Zeeuwse hagen. De verschillende typen landschappelijke beplantingen zijn in de assortimentstabel daarvoor in een aparte kolom opgenomen. Wanneer een storend object (bv. nieuwe loods) in het landschap wat groen moet worden ingepast, is het niet handig daar een niet streekeigen sortiment voor te gebruiken. Door dat afwijkende sortiment trekt het element dan juist de aandacht, i.p.v. dat het minder opvallend wordt. Wanneer in Nederland inheems, maar op de locatie niet autochtoon assortiment wordt gebruikt, verschuift daardoor ook het landschappelijke beeld (al zal dat vooral de landschapsdeskundigen opvallen).
Definities en eigenschappen assortiment Termen als inheems, autochtoon en streekeigen worden voordurend door elkaar gebruikt en het is voor de helderheid belangrijk om de begrippen eenduidig af te bakenen. Hieronder een aantal begrippen: *Inheems: de soort is van oorsprong en van nature in NEDERLAND aanwezig *Autochtoon: de soort heeft nog oorspronkelijke populaties in de streek (op te vatten als Zeeland, en de randen van het direct aangrenzend gebied)
*Streekeigen: gebruiksvorm van een al aanwezige soort (bv. knot/ leivorm) of uitheemse soort die al langere tijd in de streek aanwezig is *Uitheems/exoot: soort die van oorsprong en nature niet in NEDERLAND aanwezig is *Invasieve exoot: exoot die een sterk verbreidingsvermogen en een negatief ecologisch effect heeft Soorten kunnen dus verschillende eigenschappen hebben, hier een paar voorbeelden: Inheems, autochtoon én streekeigen: (geknotte) schietwilg Inheems, niet autochtoon: Taxus Niet inheems, wel streekeigen: Walnoot Niet inheems, niet streekeigen: Witte kornoelje Invasieve exoot: Amerikaanse eik, Robinia, Rimpelroos Voorbeeld: de inheemse en autochtone zomereik en rode kornoelje worden niet alleen verdrongen door de Amerikaanse eik en de uit Canada afkomstige Witte kornoelje, maar ook door zomereiken en rode kornoeljes van niet autochtone herkomst Discussie Het is merkbaar dat over deze problematiek binnen SLZ, net zoals binnen overige organisaties die zich bezig houden met inrichting en beheer van het landschap, verschillend wordt gedacht. De verschillende functies van een beplanting kunnen elkaar ook wel eens wat bijten bv. cultuurhistorie versus ecologie (Marilandica populier beschaduwt poel met boomkikker...). Ieder heeft zijn eigen accenten en legt de meetlat, per deelonderwerp, op een andere hoogte.
Daarbij neemt de detailkennis steeds verder toe en hebben we te maken met “voortschrijdend inzicht”, ook op landelijk niveau. Je kunt bv. de aanwezigheid van een soort als de Hulst in onze bossen verschillend beoordelen: Negatief: want hoort niet in de PNV (van de Zeeuwse bossen), en/of is niet autochtoon. Of positief: want is inheems en/of verdingt geen autochtone restpopulatie. Keuzemogelijkheden Voordat een keuze gemaakt kan worden is het van belang om over een aantal uitgangspunten eens te zijn: *SLZ draagt een verantwoordelijkheid in het zorgvuldig omgaan met landschappelijke aspecten, autochtone restpopulaties en bewaren van cultuurhistorisch gebruik *SLZ probeert daarbij zoveel mogelijk één lijn met de overige (landschappelijke) organisaties te trekken *Inheemse soorten planten we bij voorkeur niet uit buiten de regio waar ze van oudsher voorkomen (bv. geen egelantiers in het midden en oosten van de Provincie). *In de omgeving van nog bestaande autochtone restpopulaties gaan we terughoudend om met aanplant van dezelfde soorten en hanteren we als strikte voorwaarde dat deze van een dichtbije locatie afkomstig zijn. *Soorten die door ziekten actueel een risico vormen zetten we niet op de lijst (paardenkastanje: bloedingsziekte), Iepen (anders dan Fladderiep) : iepziekte, Plataan: Massaria.
Opmerkingen bij de beoordeling van enkele soorten: *Esdoorn wordt door Weeda opgevat als Recent gearriveerd, is dus nu inheems, wel terughoudend gebruiken ivm verbreidingsvermogen *Paardenkastanje, heeft cultuurhistorische waarde, kan uitgebreider op de lijst als probleem met bloedingsziekte verholpen is *Es, zolang essentaksterfte heerst, beperkt toepasbaar, alleen in bosjes, niet in lijnvormige beplantingen *Plataan, ouder gebruik meestal niet in landschappelijke gebieden, maar in stedelijk gebied. Heeft meestal eerder negatief ecologisch effect. In toenemende mate vatbaar voor Massaria. Door Massaria is toekomst onzeker. *Zwarte populier, hebben als inheemse (en deels zelfs autochtone) soort een ecologische meerwaarde boven de Canada’s *Steriele hybriden zijn minder een probleem, dan vormen die zich wel kunnen voortplanten. Vandaar een positief advies bij de Canada hybriden, en een overwegend negatief advies bij de cultuurvariëteiten van de Schietwilg. *Klonen Canada’s: Marilandicas zijn al honderden jaren aanwezig, ook enkele andere klonen zijn streekeigen. Hebben als voordeel dat ze nagenoeg steriel zijn (in toenemende mate blijken wel kruisingen met Zwarte p. te worden aangetroffen) *Klonen wilgen: cultuurhistorisch gebruik vooral in grienden, echter weinig in Zeeland. De klonen op onze bestellijst hebben het nadeel dat ze niet steriel zijn.
*(Micro)soorten rozen: soorten als Heggenroos en Beklierde heggenroos zijn nog voldoende talrijk aanwezig. Andere soorten hebben veel kleinere restpopulaties. Het kan zijn dat deze juist beschadigd worden door inmenging van materiaal van buitenaf. Een studie vooraf naar deze problematiek lijkt noodzakelijk. Microsoorten alleen via aparte projecten De sortimentstabel *Niet opgenomen zijn overige (micro)soorten rozen. Deze zijn soms wel beschikbaar. *Niet opgenomen is duindoorn (alleen duinachtige natuurlijke groeiplekken waar de soort zich voldoende voortplant). *Niet opgenomen zijn fruitrassen (deze worden later toegevoegd). Interpretatie van de sortimentstabel *Wanneer een soort een J (Ja) in de tabel heeft wordt er positief over geadviseerd (om op de bestellijst te houden). Dat betekent nog niet dat deze soort dan overal in Zeeland kan worden toegepast. Bv. een soort met cultuurhistorische waarde moet alleen in de lijn der traditie worden aangeplant. *Er zijn inheemse soorten waarvan er geen autochtone populaties gevonden zijn, én die geen natuurlijke actuele populaties hebben. Ze zouden dus eigenlijk niet in Zeeland thuis horen. Sommige van die soorten zijn echter, door massale uitplant in het verleden, inmiddels zo talrijk verspreid door het Zeeuwse landschap, dat het geen zin meer heeft om ze vanaf nu te weren.
Als het dan om inheemse soorten gaat (zoals Rode kornoelje) kan aanplant in de meeste beplantingstypen wel. Het zou echter goed zijn om authentieke Zeeuwse beplantingselementen, zoals Zeeuwse hagen (Landschapscategorie 7), daarvan te vrijwaren. In de tabel hebben die soorten een B, (beperkt). *Een aantal zeer algemeen verspreide inheemse soorten, zoals Zwarte els en Zomereik, waarvan er wel autochtone populaties zijn gevonden, hebben in Maes 2006 geen verspreidingskaartje, terwijl Zeeland ook niet in de tekst vernoemd wordt. Gezien de aanwezigheid van die autochtone populaties en de ruime verspreiding kunnen we ervan uitgaan dat Zeeland zeker wel in het natuurlijke verspreidingsgebied ligt, en wordt positief over aanplant geadviseerd. Literatuur: Er is veel literatuur. Hier is vooral gebruikt: *Maes B. en Rovekamp C. 1995, Genetische kwaliteit inheemse bomen en struiken Deelproject Zeekleigebied van Zeeland en aangrenzende gebieden *Maes B. et al, 2006 Inheemse bomen en stuiken in Nederland en Vlaanderen. *Moens et al. 2000, Bomen en mensen, Een oeroude relatie, Bomenstichting, *Weeda E.
Ecologische Flora deel 1-5 Specifiek voor Duinen: *Haperen van, 2010, Een wereld van verschil Sortimentstabel Is in hieronder ivm breedte in twee delen opgeknipt, origineel in Excel beschikbaar Bij de kolommen (zie ook Literatuur) Inheems/exotisch: I= inheems, E= Exotisch daarbij 1= niet voortplantend, niet dominant, 2= matig voortplantend niet dominant, 3= veel voortplantend soms dominant, 4= invasieve exoot, H=hybride soort, C= Cultuurvariëteit Maes 1995: Geeft een overzicht van nog aangetroffen restpopulaties van autochtone soorten in Zeeland, met cijfer voor waarschijnlijkheid. Aangegeven wordt hoogste waarschijnlijkheid A= grote Mate van waarschijnlijkheid, B= vrij waarschijnlijk, C= mogelijk Maes 2006: Geeft een overzicht van het actuele natuurlijke verspreidingsgebied van de soorten Landschap, in de kolom wordt per soort het maximale cijfer gegeven: o 1, solitairen, lanen, boomgroepjes ed. op erven. o 2, groengordels om bedrijventerreinen, o 3, groengordels om loodsen ed in landschappelijk gebied, o 4, dijken o 5, kleine bosjes: dan ook PNV gebruiken (gescreend op Zeeuwse soorten) o 6, Beplanting van natuurgebieden, o 7, Typisch Zeeuwse beplantingseenheden als Zeeuwse hagen.
Wanneer een soort niet in een van de rapporten van Maes wordt genoemd, krijgt het in de kolom Landschap maximaal een 4 Streekeigen: een X voor cultuurhistorisch gebruik Advies gebruik: J= Ja, W= weinig, terughoudend, B= met beperking, B,W = terughoudend in Zeeuwse beplantingstypen, T= Twijfel, N=Nee
Acer pseudoplatanus
esdoorn
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
Alnus glutinosa *
zwarte els
Betula pendula
ruwe berk
Betula pubescens
zachte berk
Carpinus betulus
haagbeuk
Castanea sativa
tamme kastanje
Cornus sanguinea *
rode kornoelje
Corylus avellana
hazelaar
Crataegus monogyna *
éénstijlige meidoorn
Euonymus europaeus *
kardinaalsmuts
Fagus sylvatica*
beuk (groen)
Fraxinus excelsior *
gewone es
Ilex aquifolium
hulst
Ligustrum ovalifolium
haagliguster
Ligustrum vulgare
gewone liguster
Platanus acerifolia
plataan
Pop. Marilandica
Marilandica pop.
Pop. Robusta
Robusta pop.
Populus alba
witte abeel
Populus canadensis
grauwe abeel
Populus nigra
zwarte populier
Populus tremula
esp, ratelpopulier
Prunus avium
zoete kers
Prunus padus
vogelkers
Prunus spinosa *
sleedoorn
Quercus robur *
zomereik
Rhamnus cathartica *
wegedoorn
Rhamnus frangula
vuilboom
Robinia pseudoacacia
acacia
Rosa canina *
hondsroos
Rosa rubiginosa *
egelantier
Salix alba
schietwilg
Salix alba 'Chermesina'
schietwilg, rood
I I
X
B, W
X
B, W
E2-3 I I I
C
X
N
X
J
C C
N X
B B, W
I
W
E3
B,W
I
B
I I I
A
X
C
X
X
B C
X
I
X
J
X
B, W N
E2 I
A
j
H H H E X
? I
?
N
X
J
X
J
X
N
X
J
C
J N
I I
C
I I I
B
J X
J
X
J
A
X X
I I
I I C
J J
B
J N
E3 I
J j
I I
Advies gebruik
veldesdoorn
Cultuurhistorie
Acer campestre
Actueel Versp. Maes 2006
Nederlandse naam
Inheems/ Exotisch
Naam wetenschappelijk
Autochtoon In Zeeland, Maes 1995
Assortimentstabel (deel 1)
A
X
J
C
X
T
B
X
X
j N
Salix alba 'Lievelde'
schietwilg
Salix alba 'Rockanje'
schietwilg, geel-groen
Salix alba 'Vitellina'
schietwilg, geel
Salix aurita
geoorde wilg
Salix caprea
boswilg
Salix cinerea
grauwe wilg
Salix fragilis
kraakwilg
Salix purpurea
bittere wilg
Salix triandra
amandelwilg
Salix viminalis
katwilg
Sambucus nigra
gewone vlier
Sorbus aucuparia
lijsterbes
Tilia cordata
Winterlinde
Tilia x vulgaris 'Pallida'
Hollandse linde
Ulmus laevis*
steeliep
Viburnum opulus
gelderse roos
N
C
N
C
N
C
B,W
I
J
I I I I I
B
X
J
C
X
J
C
J
B
J J
I I I
B
J
C
J
I C
X
J
X
J J
I
B,W
I
Assortimentstabel (deel 2) Nederlandse naam
Opmerking
Autochtoon gevonden in Regio
Advies, Regio van aanplanten, Beperkingen
veldesdoorn
Kop Schouwen
Kleigebied
esdoorn
Walcheren
paardenkastanje zwarte els
Komt voorlopig niet op de lijst Cultuurh: Elzenmeten
Zeeland
ruwe berk Duin en dekzand
haagbeuk
Alleen als hoogstamfruit
rode kornoelje
Kleigebied, snel dominant
hazelaar
Kleigebied Cultuurh: Hagen
kardinaalsmuts
Geen regionale beperking West Zeeland
gewone es
Wel Hist. Groeipl, v Haperen Cultuurh: Hakhout
hulst
Dekzand: Hulsthagen
haagliguster
Tuinsoort, exoot
gewone liguster Niet voortplantend
Marilandica pop.
Streekeigen, niet voortplantend Streekeigen, niet voortplantend
Kleingebied, terughoudend Vooral op dekzand Alleen erven ed. Vooral westelijk deel provincie Voorlopig niet Vooral westelijk deel provincie Geen regionale beperking, dijken
witte abeel
Vooral westelijk deel provincie
grauwe abeel
Duin Walcheren
zwarte populier
Domburg
esp, ratelpopulier zoete kers
Vooral westelijk deel Provincie Op dekzand en buitenplaatsen
West Zeeland
plataan
Robusta pop.
Alleen duin en dekzand Terughoudend in open gebieden
tamme kastanje
beuk (groen)
Geen regionale beperking, vochtlievend Geen aanplant
zachte berk
éénstijlige meidoorn
Kleigebied. Wordt snel dominant
Geen regionale beperking Klonen Niet. Redt het makkelijk op eigen kracht
Hulst
Kleigebied
vogelkers
Walch. Sschouwen
sleedoorn
Cultuurh: Hagen
zomereik
Cultuurh: Hakhout
wegedoorn
Bijna heel Zeeland
Kleigebied Geen regionale beperking
West Zeeland
vuilboom
Kleigebied Zand, niet in polders
acacia hondsroos
Geen regionale beperking
Van de lijst gehaald Cultuurh: Hagen
egelantier
Geen regionale beperking West Zeeland
Alleen dicht bij kust
schietwilg
Cultuurh: Knotwilgen
schietwilg, rood
Wel voortplantend
schietwilg
Wel voortplantend
schietwilg, geel-groen
Wel voortplantend
Geen regionale beperking Solitairen, lanen
schietwilg, geel
Wel voortplantend
Vooral rond urbaan gebied
Geen regionale beperking Vooral rond urbaan gebied
geoorde wilg
Dekzand
boswilg
Geen regionale beperking
grauwe wilg
Geen regionale beperking
kraakwilg
Geen regionale beperking
bittere wilg
Geen regionale beperking
amandelwilg
Axel
katwilg
Geen regionale beperking Geen regionale beperking
gewone vlier
Niet. Redt het op eigen kracht
lijsterbes
Vooral op zand
winterlinde
Lei en grensbomen
Hollandse linde
Lei en grensbomen
steeliep gelderse roos
Bosjes. Kleigebied Niet in bosjes. Geen regionale beperking Enig alternatief voor iepen Geen regionale beperking
Assortimentslijst, welke soort waar te gebruiken Beplantingsvormen o 1, solitairen, lanen, boomgroepjes ed. op erven. o 2, groengordels om bedrijventerreinen, o 3, groengordels om loodsen ed in landschappelijk gebied, o 4, dijken o 5, kleine bosjes: dan ook PNV gebruiken (gescreend op Zeeuwse soorten) o 6, Beplanting van natuurgebieden, o 7, Typisch Zeeuwse beplantingseenheden als Zeeuwse hagen. Landschapstypen o A, Kleilandschap o B, Kustlandschap o C, Pleistoceen dekzand X = toepasbaar, B = beperkt toepasbaar, geen aanduiding = niet toepasbaar. Assortimentstabel (deel 1)
6, Natuurgebieden
X
X
B
B
X
Acer pseudoplatanus
Esdoorn
X
X
X
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
X
Alnus glutinosa *
zwarte els
X
Betula pendula
ruwe berk
Betula pubescens
zachte berk
X
X
X
B
Carpinus betulus
haagbeuk
X
X
B
B
Castanea sativa
tamme kastanje
X
Cornus sanguinea *
rode kornoelje
X
X
X
B
X
B
Corylus avellana
hazelaar
X
X
X
X
X
X
B
X
Crataegus monogyna *
éénstijlige meidoorn
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Euonymus europaeus *
kardinaalsmuts
B
B
B
B
X
X
B
X
X
Fagus sylvatica*
beuk (groen)
X
X
X
Fraxinus excelsior *
gewone es
X
X
X
Ilex aquifolium
hulst
X
X
X
Ligustrum ovalifolium
haagliguster
X
B
Ligustrum vulgare
gewone liguster
X
X
Platanus acerifolia
plataan
B
Pop. Marilandica
Marilandica pop.
X
X
X
X
X
Pop. Robusta
Robusta pop.
X
X
X
X
X
Populus alba
witte abeel
X
X
X
Populus canadensis
grauwe abeel
X
X
X
X
Populus nigra
zwarte populier
X
X
X
X
Populus n. Italica
Italiaanse populier
X
X
X
Populus vereecken
Vereecken populier
X
X
X
Populus tremula
esp, ratelpopulier
X
X
X
Prunus avium
zoete kers
X
X
X
Prunus padus
vogelkers
X
X
Prunus spinosa *
sleedoorn
X
Quercus robur *
zomereik
Rhamnus cathartica *
Pleistoceen dekzand
5, Kleine bosjes
X
Kustlandschap
4, Dijken
veldesdoorn
Kleilandschap
3, Groengordels om loodsen ed in landschappelijk gebied
Acer campestre
7, Typisch Zeeuwse hagen
Nederlandse naam
1, Solitairen, rijen, erven 2, Groengordels om berdrijventerreinen
Naam wetenschappelijk
X
X
X
X
B
X X
X
X
B
X
X
X X
B
X
X
X
X
X
B
X
B X
X
X
B
X X
X X
B
X
B X
B X
X
X
B
B
X
X
B X X X B
X
X
X
X
X
X
X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
B
X
X
X
X
X
X
X
X
X
wegedoorn
X
X
X
X
X
X
X
X
Rhamnus frangula
vuilboom
X
X
X
X
X
Robinia pseudoacacia
acacia
X
X
X
X
X
Rosa canina *
hondsroos
X
X
X
X
X
X
Rosa rubiginosa *
egelantier
B
B
B
B
B
B
Salix alba
schietwilg
X
X
X
X
X
X
Salix alba 'Chermesina'
schietwilg, rood
B
B
B
X
Salix alba 'Lievelde'
schietwilg
B
B
B
X
Salix alba 'Rockanje'
schietwilg, geelgroen
B
B
B
X
Salix alba 'Vitellina'
schietwilg, geel
B
B
B
X
Salix aurita
geoorde wilg
B
B
Salix caprea
boswilg
X
X
X
Salix cinerea
grauwe wilg
X
X
Salix fragilis
kraakwilg
B
Salix purpurea
bittere wilg
Salix triandra
X
X
X X
X
X
B
B
B
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
B
B
B
B
B
X
B
B
B
B
B
X
amandelwilg
B
B
B
B
B
X
Salix viminalis
katwilg
B
B
B
B
B
X
X
Sambucus nigra
gewone vlier
X
X
X
X
X
X
X
X
Sorbus aucuparia
lijsterbes
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Tilia cordata
winterlinde
X
X
X
X
X
B
X
B
Tilia x vulgaris 'Pallida'
Hollandse linde
X
X
X
X
X
B
Ulmus laevis*
steeliep
X
X
X
X
X
Viburnum opulus
gelderse roos
X
X
X
X
B
X
X
X B
X
X
B