CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

995441 Bijlage 2 Soortentabel irt KLIMAAT Wageningen University and Research

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Beleids- en beheerplan Groen (995441)2.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting soortentabel Groen in de stad Grootte

beperking van de opwarming van de stad is beoordeeld als hoog voor grote bomen met een brede en dichte kroon; als

 zeer grote boom: > 15 m (boom 1e grootte)

matig voor minder grote bomen of grote bomen met een open



grote boom: 10 - 15 m (boom 2e grootte)

of relatief smalle kroon; en als klein voor kleine boompjes



kleine boom: 6-10 m (boom 3e grootte)

of bomen met een zeer smalle zuilvormige kroon (Samson

struiken en zeer kleine boompjes: < 6 m

et al. 2017). Experimentele gegevens op dit terrein ontbreken

Soortentabel In deze soortentabel is de positieve bijdrage van ruim 100 boomsoorten aan klimaat, waterhuishouding, luchtkwaliteit

vrijwel volledig, daarom is uitgegaan van het geschatte effect Veel van de effecten van bomen zijn gerelateerd aan de

voor volwassen bomen met goede groeiomstandigheden. Het

grootte (omvang kroon, totale bladoppervlak). Daarnaast is

effect kan sterk afnemen wanneer de bomen te maken hebben

de ruimte in het stedelijk gebied vaak een beperkende factor

met waterstress.

en biodiversiteit in de stad in beeld gebracht. De tabel is onderdeel van een serie rondom de positieve effecten van groen in de stad. Vier aanvullende factsheets gaan dieper in op de onderwerpen klimaat, waterhuishouding,

bij de keuze van de te planten soorten. Daarom is in de eerste

luchtkwaliteit en biodiversiteit. De factsheets en de tabel zijn het resultaat van een project uitgevoerd door

kolom een globale aanduiding opgenomen van de grootte van de volwassen boom, aansluitend bij de in Nederland

Klimaat: Interceptie neerslag Wageningen University & Research met medewerking van studenten van Hogeschool Van Hall Larenstein in opdracht van

gebruikelijke indeling in bomen van de 1e, 2e en 3e grootte. Overigens zijn dit maximale maten onder optimale



groeiomstandigheden in het natuurlijke verspreidingsgebied.



matige interceptie

In de stad zijn de omstandigheden vaak niet optimaal en

geringe interceptie

sterke interceptie van neerslag

de Gemeente Den Haag, Stichting De Groene Stad en Royal FloraHolland met financiële ondersteuning van de topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en bijdragen van Perennial Power, i-Bulb, Van den Berk Boomkwekerijen, Boot & Dart

blijven bomen meestal kleiner. Daarnaast is niet alleen de hoogte van belang, maar vooral ook de breedte van de kroon

Interceptie van neerslag door boomkronen (en andere

die per cultivar sterk kan verschillen. De vermelde gegevens

vegetatie) draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast

zijn vooral gebaseerd op Roloff & Bärtels (2014), waar nodig

bij zware buien. Een deel van de neerslag blijft achter op blad,

aangevuld met gegevens uit andere bronnen.

takken en stam en kan vandaar weer verdampen. Hierdoor,

Boomkwekerijen, Boomkwekerij Ebben en Boomkwekerij M. van den Oever & Zonen. Tekst: Jelle Hiemstra (jelle.hiemstra@wur.nl). Foto’s: Bovengenoemde bedrijven en diverse bronnen uit het publiek domein.

en doordat het overige water vertraagd via de stam naar de grond vloeit (stemflow) of van het blad afdruipt (throughfall),

Groenblijvend ( )

Het project is onderdeel van het programma de Groene Agenda; meer informatie hierover en meer achtergrondinformatie

worden neerslag pieken afgevlakt. De mate waarin bomen water vasthouden is afhankelijk van omvang en dichtheid van

Groenblijvende bomen hebben het hele jaar door min of meer

de kroon, bladeigenschappen en schorstype. De capaciteit van

hetzelfde effect op luchtkwaliteit, waterberging en klimaat

bomen hiervoor is het hoogst voor grote bomen met een dichte

in de stad. Bladverliezende bomen hebben in de periode

altijd groene kroon en weinig stemflow (bijv. Picea abies),

zonder blad veel minder effect op de luchtkwaliteit (sterk

veel minder voor kleinere bomen of grote bomen met een

verminderde filterwerking voor fijnstof, geen filterwerking

relatief open kroon (bijv. Populus) en het geringst voor kleine

meer voor gasvormige verontreinigingen, geen productie

bomen en bomen met een relatief smalle of zuilvormige kroon

van VOS), waterberging (sterk verminderde interceptie van

en een gladde bast (bijv. Cercidiphyllum). De indeling in de

neerslag) en het klimaat in de stad (veel minder schaduw, geen

verschillende klassen is gebaseerd op een inschatting (expert

verdamping). Het gedurende de winter verminderde effect op

knowledge) en moet gezien worden als een indicatie (bron.

klimaat van bladverliezende bomen (beperken opwarming)

Samson et al. 2017) vanwege het ontbreken van experimentele

is onder Nederlandse omstandigheden niet erg belangrijk,

gegevens. De waardering verwijst naar het effect van

maar met name voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en

volwassen bomen, jonge pas geplante bomen hebben een veel

waterhuishouding zijn groenblijvende bomen over het jaar

beperkter effect.

is te vinden in het kennisportaal Groen & Welzijn op www.groenkennisnet.nl of via de auteur.

heen effectiever dan bladverliezende bomen.

Waterberging: verdraagt zeer natte/droge periode Winterhardheid Gebruikte codes kolom ‘Verdraagt zeer natte periode' 



zeer winterhard; minstens winterhardheidzone 6



Echte moeras of oever plant

(verdraagt min. temp. -17.8 tot – 23.3 °C)

Tolereert zeer natte locaties/kan tijdelijk onder water staan

goed winterhard; winterhardheidzone 7 (verdraagt min. temp. – 12.3 tot -17.7 °C)

Gebruikte codes kolom ‘Verdraagt droge periode'

redelijk winterhard; winterhardheidzone 8



Verdraagt sterke droogte

(verdraagt min. temp. – 6.7 tot -12.2 °C)

Verdraagt gemiddelde droogte

In de stad is het gewoonlijk warmer dan in de gebieden

Het groen in de stedelijke omgeving wordt steeds vaker

daarbuiten, de extremen in de zomer liggen hoger en de

mede benut om bij piekneerslagen een deel van het water

minima in de winter zijn ook minder laag. Daarnaast stijgt in

tijdelijk te bergen (wadi’s, verlaagde delen voor waterberging,

Nederland de gemiddelde jaartemperatuur als gevolg van de

waterpleinen, etc.). Bomen die in dergelijke gebieden

klimaatverandering. Hierdoor lijken er meer mogelijkheden

worden gebruikt moeten enerzijds bestand zijn tegen korte

te komen voor soorten uit warmere streken. Echter de minima

(zeer) natte perioden en aan de andere kant veel drogere

in de winter blijven nog steeds ruim onder nul, ook in de stad.

omstandigheden in de periodes daartussen verdragen. Deze

Om die reden moeten stadsbomen nog steeds bestand zijn

kolommen geven voor een aantal voor deze situaties relevante

tegen lage wintertemperaturen. De mate van winterhardheid

bomen de mate weer waarin ze deze twee omstandigheden

verwijst naar de capaciteit van planten om periodes met lage

verdragen (Bron: Hoffman & Hop 2012).

temperaturen te doorstaan. Dit wordt gewoonlijk gerelateerd aan de klimaatzones waarbinnen een plant van nature groeit, samengevat in klimaatzones begrenst door lijnen met de

Luchtkwaliteit: Wegvangen fijnstof (PM)

plaatselijke jaarlijkse minimum temperaturen. Op basis van deze klimaatzones is in de tabel een indicatie gegeven van

 zeer grote wegvangcapaciteit

de winterhardheid van de opgenomen soorten. De vermelde



gegevens zijn gebaseerd op Roloff & Bärtels (2014).



matige wegvangcapaciteit

een (vaak groot) deel van de omgezette CO2 voor langere tijd

overgevoeligheid oproepen als ze in contact komen met delen

geringe wegvangcapaciteit

vastleggen in hout. Alleen de CO2 in het overblijvende (houtige)

van die planten. Met name stuifmeel leidt vaak tot dit soort

deel van bomen en struiken is daarom relevant als het gaat

reacties (“hooikoorts”). De reactie wordt veroorzaakt door

Er zijn slechts weinig concrete (meet)gegevens beschikbaar

om CO2-vastlegging. Voor het inschatten van de hoeveelheid

eiwitten in de wand van de stuifmeelkorrels waarop gevoelige

van de wegvangcapaciteit van individuele soorten. Bovendien

vastgelegde CO2 is ervan uitgegaan dat hoe meer volume hout

personen reageren met allergische reacties. Bij sommige

Droogte tolerantie

grote wegvangcapaciteit



hoge tolerantie tegen droogte

zijn de actuele weggevangen hoeveelheden verontreiniging

een plant heeft, hoe meer CO2 is vastgelegd. Gebaseerd op de

soorten (bijv. Platanus) kunnen ook fijne haren afkomstig



matige tolerantie tegen droogte

afhankelijk van de mate van verontreiniging in de lucht

groeisnelheid en de capaciteit om CO2 vast te leggen in boven-

van het blad tot zulke reacties leiden. Deze kolom geeft de

lage tolerantie tegen droogte

en de plaatselijke meteorologische omstandigheden (m.n.

en ondergrondse delen is een inschatting gemaakt in vier

mate van allergeniteit van het stuifmeel van de verschillende

geen tolerantie tegen droogte

windsnelheid en –richting), de plaats van de boom (solitair

categorieën waarbij kleine bomen en struiken in de laagste

soorten gebaseerd op een systeem ontwikkeld door Cariñanos

of in een beplanting) en de toestand en omvang van de

categorie vallen en grote bomen met uitgebreide kronen

et al. (2016) waarbij het eindcijfer een combinatie is van drie

Droogtetolerantie verwijst naar de mate waarin een plant

boom. Hoe fijner vertakt de structuur in de boomkroon is,

en wortelstelsels in de hoogste categorie. De gegevens zijn

onderdelen; de wijze van verspreiding van het stuifmeel

perioden met verminderde beschikbaarheid van water kan

hoe effectiever fijnstof wordt afgevangen. Naaldbomen zijn

gebaseerd op Hoffman (2009) en waar nodig aangevuld.

(wind/insecten/beide), de lengte van de periode waarin het

doorstaan. In de stad waar de groeiomstandigheden, zeker

daardoor effectiever dan loofbomen en bij de loofbomen zijn

voor straatbomen, vaak suboptimaal zijn is deze eigenschap

de soorten met veel kleine blaadjes effectiever dan soorten

van groot belang. Over het algemeen is het zo dat bomen met

met groot blad. Verder zijn soorten met ruwe, kleverige of

kleine blaadjes en bomen met dik leerachtig blad of een dikke

harige bladeren effectiever dan soorten met gladde platte

waslaag beter bestand zijn tegen droogte dan bomen met groot

bladeren. Op basis van deze structuur kenmerken is een

 zeer hoge waarde

en dun blad. In de tabel is een indicatie weergeven van de

inschatting gemaakt van het relatieve potentiële effect van



mate waarin de soorten bestand zijn tegen droogte gebaseerd

de verschillende soorten. De waarderingen in deze kolom zijn



matige waarde



op de in de literatuur beschikbare informatie zoals die is

een synthese van op deze manier geproduceerde ranglijsten

geringe waarde



matige emissie van VOS

samengevat in Samson et al. 2017. Voor een aantal soorten is dit

in Hiemstra et al. 2008, Hoffman, 2009 en Samson et al. 2017.

geen waarde

lage emissie van VOS

aangevuld met praktijkinformatie zoals vermeld in vdBerk

Omdat de uiteindelijk weggevangen hoeveelheid afhankelijk

(2004). Overigens gelden de vermelde categorieën alleen voor

is van het volume van de kroon zijn bomen dus effectiever

Wereldwijd hebben bijen en andere insecten het moeilijk.

De relatie tussen planten, vluchtige organische stoffen

bomen die al enige jaren op hun plaats staan. Voor net geplante

dan struiken, al is het wel zo dat vele kleine bomen (struiken)

Vanwege hun belang als bestuivers en ook voor de

(VOS) en ozon is complex. VOS versterken, met name onder

bomen blijft het belangrijk om ze bij droogte van water te

hetzelfde effect kunnen hebben als één grote boom.

biodiversiteit in het algemeen is de aandacht voor bijen

warme omstandigheden, de vorming van ozon (O3). Bomen

en andere bestuivers sterk toegenomen. Deze insecten zijn

nemen zowel ozon als VOS op en verbeteren daardoor de

afhankelijk van voldoende stuifmeel en nectar in de omgeving.

luchtkwaliteit. Daar staat tegenover dat sommige bomen

Deze twee kolommen geven de waarde van de genoemde

zelf ook VOS produceren. Over het algemeen is de balans

boomsoorten voor bestuivers door middel van een waardering

op stadsniveau weliswaar gunstig (meer VOS weggevangen

van de mate van productie van nectar en stuifmeel. De

dan geproduceerd) maar het is verstandig om geen grote

voorzien, ook wanneer het om droogte resistente bomen gaat.

Strooizout tolerantie

Luchtkwaliteit: Wegvangen NOx/O3  zeer grote wegvangcapaciteit

stuifmeel vrij komt en de mate waarin dat stuifmeel allergeen is.

Biodiversiteit: Nectar- / Stuifmeelbron voor insecten Emissie van VOS

hoge waarde hoge emissie van VOS

Tolerant



grote wegvangcapaciteit

informatie is afkomstig van lijsten samengesteld door het

aantallen van soorten die VOS produceren bijeen te planten

Gevoelig



matige wegvangcapaciteit

Duitse GALK Arbeitskreis Stadtbäume (zie www.galk.de) en de

om de bevordering van de vorming van zomersmog

geringe wegvangcapaciteit

Belgische Imkersbond (van Hoorde et al., 2004). De waardering

te voorkomen. In deze kolom is de VOS-emissie van de

in de tabel is op soortniveau; cultivars binnen de soort kunnen

verschillende soorten weergegeven in 3 klassen, gebaseerd

In het stedelijk gebied krijgen bomen vaak te maken met strooizout. In deze kolom is daarom een indicatie gegeven

Gasvormige verontreinigingen worden via de huidmondjes

onderling verschillen in geschiktheid als nectar of pollen

op literatuurgegevens voor zover beschikbaar en interpolatie

voor de gevoeligheid voor strooizout, voor zover die

in het blad opgenomen en daar verwerkt door de

leverancier; met name dubbel- of gevuld bloemige cultivars

van die gegevens naar verwante soorten zoals samengevat in

informatie beschikbaar is. De gegevens in de literatuur

stofwisselingsprocessen in het blad. Loofbomen zijn door

dienen voor dit doel vermeden te worden omdat die meestal

Samson et al. (2017).

zijn incompleet, niet allemaal even “hard” en spreken

hun bladstructuur effectiever dan naaldbomen, en binnen

steriel zijn. Bovendien is de productie van nectar en stuifmeel

elkaar soms tegen zoals blijkt uit een overzicht van alle

de categorie van loofbomen zijn bomen met grote gladde

ook afhankelijk van de lokale omstandigheden en de groei

beschikbare wetenschappelijke publicaties en publicaties in

bladeren effectiever dan die met klein, ruw of behaard blad.

van de betreffende boom. De waarden moeten daarom gezien

vaktijdschriften (Hop, 2012). Daarom zijn in deze kolom de

Ook voor deze gasvormige vormen van luchtverontreiniging

worden als een indicatie van wat mogelijk is.

gegevens betreffende gevoelige soorten zoals vermeld door

geldt dat het totale afgevangen volume afhankelijk is van het

Hop aangevuld met de vermeldingen van tolerante soorten

kroonvolume en de totale bladoppervlakte. Op basis van deze

zoals vermeld door vdBerk (2004). Voor de soorten waarachter

structuurkenmerken is in deze kolom een indicatie gegeven

geen code is opgenomen ontbreken gegevens.

van het relatieve belang van de verschillende soorten. De

hoge bijdrage aan beperking opwarming



matige bijdrage aan beperking opwarming

lage bijdrage aan beperking opwarming

Cariñanos et al. (2016). Characterization of Allergen Emission Sources

gegevens zijn gebaseerd op Hoffman (2009) en waar nodig

Van de hogere diersoorten zijn met name de vogels aanwezig

aangevuld.

in het groen in de stad. Deze kolom geeft een aantal soorten

Hiemstra et al. (2008). Bomen een verademing voor de stad. Brochure

aan die van belang zijn voor vogels omdat ze voedsel bieden in

PPH/VHG 36 p.

de vorm van bessen, zaden en noten. Overigens is dit ook voor

Hoffman (2009). Planten en luchtkwaliteit. Dendroflora 46:25-49. Hoffman & Hop (2012). Planten voor natte locaties. Dendroflora 49:4-16. Hop (2012). Zoutgevoeligheid van boomkwekerijgewassen.

Klimaat: Beperking opwarming 

Bronnen Voedselbron voor vogels

Luchtkwaliteit: Vastleggen CO2

een aantal kleine zoogdieren een bron van voedsel.

http://edepot.wur.nl/199315.

 zeer veel vastlegging 

veel vastlegging

Deze kolom geeft een indicatie van de mate waarin de



matige vastlegging

betreffende soort kan bijdragen aan het beperken van de

geringe vastlegging

opwarming van de lucht in de stad. Dit verloopt via twee

in Urban Areas. J. Environ. Qual. 45:244–252.

Allergeniteit

Roloff & Bärtels (2014). Flora der Gehölzer. Ulmer Verlag. Samson et al. (2017). Species-Specific Information for Enhancing



hoog

Ecosystem Services. Blz. 111-144 in: Pearlmutter et al. (eds.), The Urban



matige

Forest, Future City 7, Springer International Publishing.

gering

Van Hoorde et al. (2004). Bijenplantengids. Koninklijke Vlaamse

mechanismen: opvangen van een deel van de inkomende

Alle planten leggen CO2 vast via de fotosynthese. Wanneer

stralingsenergie (schaduw) en afkoeling als gevolg van de

plantendelen afsterven en verteren (afgevallen blad, vruchten,

verdamping van water. Beide processen zijn gekoppeld aan

afgestorven wortels) komt die CO2 weer vrij. Alleen houtige

Allergeniteit verwijst naar de eigenschap dat sommige

Van den Berk Boomkwekerijen (2004). Van den Berk over Bomen. 2e

de hoeveelheid bladmassa van een boom. De bijdrage aan de

gewassen hebben een netto-effect op jaarbasis doordat zij

planten bij een deel van de bevolking symptomen van

herziene druk.

Imkersbond.

ALGEMENE KENMERKEN

GROOTTE

GROENBLIJVEND

WINTERHARDHEID

BIJDRAGE AAN ECOSYSTEEMDIENSTEN

TOLERANTIE DROOGTE

TOLERANTIE STROOIZOUT

BEPERKEN OPWARMING

INTERCEPTIE NEERSLAG

WETENSCHAPPELIJKE NAAM Acer buergerianum







Acer campestre







VERDRAAGT ZEER NATTE PERIODE

VERDRAAGT DROGE PERIODE

NADELIGE EIGENSCHAPPEN

WEGVANGEN NOX/O3

VASTLEGGEN CO2

NEKTARBRON INSECTEN



























 



STUIFMEELBRON INSECTEN

WEGVANGEN FIJNSTOF

VOEDSELBRON VOGELS

ALLERGENITEIT

EMISSIE VOS

Acer negundo













Acer platanoides

























Acer pseudoplatanus

























Acer rubrum

















 (afh. van cv)



Acer saccharinum





































Aesculus hippocastanum

















Aesculus x carnea













Acer tataricum ssp. Ginnala























Alnus cordata



















Alnus glutinosa











































Alnus incana









Alnus spaethii









Amelanchier arborea













Amelanchier lamarckii



























Betula nigra





Betula papyrifera







Betula pendula











Betula pubescens









Betula utilis























































































  



Carpinus betulus









Castanea sativa

























Catalpa bignonioides





Cedrus atlantica = C. libani ssp. Atlantica







Cedrus deodara













Cedrus libani



















Celtis australis







Celtis occidentalis







Cercidiphyllum japonicum





Cercis canadensis





Cercis siliquastrum







Chamaecyparis lawsoniana Cornus mas Corylus colurna





























































 

















Crataegus x lavallei











Crataegus monogyna













Elaeagnus angustifolia















Crataegus coccinea

Fagus sylvatica



 







































 

Fraxinus angustifolia





















Fraxinus excelsior



















Fraxinus ornus





















Fraxinus pennsylvanica





Ginkgo biloba







Gleditsia triacanthos var. inermis







Gymnocladus dioicus





































































 

Ilex aquifolium













Juglans nigra

















Juglans regia















Larix decidua









Liquidambar styraciflua









Liriodendron tulipifera







Magnolia grandiflora







Koelreuteria paniculata







































  

  

  



  

  

  

Malus baccata









Malus tschonoskii





Malus cv's

  



Metasequoia glyptostroboides







Morus alba







Morus nigra







Parrotia persica









Paulownia tomentosa





Picea abies





Picea pungens



Pinus nigra



Pinus strobus



Pinus sylvestris



Platanus occidentalis







Magnolia spp.

















 







































































































Platanus orientalis











Platanus x acerifolia = P. x hispanica











Populus alba











Populus nigra











Populus tremula

















 ( plant)



















 







































 







 

 (afh. van cv)



 ( plant)









Populus x canadensis















Populus x canescens

















Prunus avium







































Prunus cerasifera





 ( rassen)















Prunus cerasus





Prunus maackii







Prunus padus















Prunus sargentii















Prunus serrulata











Prunus spinosa















Prunus virginiana 'Shubert'







Pyrus calleryana























































Quercus cerris







Quercus coccinea















Quercus frainetto



































Quercus ilex



Quercus palustris



Quercus petraea









Quercus robur











Quercus rubra







Robinia pseudoacacia









Salix alba































Sophora japonica (Styphnolobium jap.)







Sorbus aria









Sorbus aucuparia





Sorbus intermedia





Sorbus latifolia





Sorbus x thuringiaca





Tamarix gallica







Taxodium distichum











Taxus baccata











Salix babylonica Salix x sepulcralis Sambucus nigra



























































 ( plant)













 ( plant)











 ( plant)















 

























































































 ( plant)





Thuja occidentalis















Thuja plicata















Tilia americana





















Tilia cordata





















Tilia platyphyllos





















Tilia tomentosa























Tilia x europaea

























  



































Ulmus cv's Ulmus laevis

  





  









Ulmus pumila







Zelkova serrata









 





De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13681009/1