CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

990260 Bijlage 4 a - Uitgebreide inleiding en context bij het Raadsvoorstel

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vorming regiobudget en partnerschapsafspraken inkoop BW MO en VO 2024 (990260)970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgebreide inleiding en context bij het Raadsvoorstel. Sinds de invoering van de 'nieuwe' Wmo in 2015 is de bekostiging van het beschermd wonen (BW) en de maatschappelijke en vrouwenopvang (MO en VO) door het Rijk opgedragen aan de 34 centrumgemeenten. In de provincie Zeeland is Vlissingen de centrumgemeente. In 2020 maakte het Rijk kenbaar om per 2021 te starten met een doordecentralisatie van het beschermd wonen. Hierbij zou iedere gemeente in Nederland niet alleen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering maar hier zelf ook de middelen voor ontvangen. Voorwaarde hiervoor was de ontwikkeling van een objectief verdeelmodel van de middelen die het Rijk hiervoor verstrekt, een wettelijke regeling van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen en de totstandkoming van een regiovisie met een niet-vrijblijvende 'Norm voor Opdrachtgeverschap' die de gemeenten in een regio met elkaar afspreken. Zoals bekend is de doordecentralisatie enkele malen vooruitgeschoven door landelijke ontwikkelingen en de noodzakelijke wetswijziging voor de invoering van het woonplaatsbeginsel. Het voorstel hiervoor is controversieel verklaard. De laatste stand van zaken is dat een nieuw kabinet zal besluiten over invoering en de start van de doordecentralisatie in 2025.

De Zeeuwse gemeenten hebben in 2022 ingestemd met de Regiovisie 2022-2025 (bijlage 2 bij dit voorstel) Hierin staan afspraken over gezamenlijke beleidsontwikkeling en aanbesteding en inkoop van beschermd wonen en opvang staan, de zogenaamde Norm voor Opdrachtgeverschap. In dit kader is ook de Regiovisie Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Zeeland opgesteld (bijlage 3 bij dit voorstel). Vanwege de Artikel-12 status van de gemeente Vlissingen stelt de Inspecteur namens de Fondsbeheerders (de Ministeries van BZK en Financiën) hierbij een voorwaarde op voorhand. De afspraken tussen de gemeenten in Zeeland over de inrichting en het beheer van de middelen moeten juridisch afdwingbaar zijn. Dit betekent concreet dat de gemeenten met elkaar en met de centrumgemeente een contract moeten sluiten. Daarbij is van belang dat de gemeente Vlissingen gevrijwaard is van (financiële) risico's zoals budgetoverschrijdingen, calamiteiten of gevolgen van het uittreden van een of meer gemeenten uit de afspraken. Tot dusver ontbreekt een dergelijk contract. De partnerschapsafspraken die nu zijn gemaakt (bijlage 1 bij dit voorstel) voorzien in deze voorwaarde. Aanvullend hierop zijn twee risicotaxatie-onderzoeken uitgevoerd. Eén door AEF in opdracht van de dertien Zeeuwse gemeenten en de ander door Adlasz in opdracht van de centrumgemeente. Dit laatste onderzoek is nog niet afgerond.

De Inspecteur weegt de partnerschapsafspraken zoals deze nu voorliggen, en de uitkomsten van beide risicotaxatie-onderzoeken, af tegen het belang van de Fondsbeheerders. Daarom worden de partnerschapsafspraken na goedkeuring door de gemeenten wel nog aan de Inspecteur ter accordering voorgelegd en zijn ze nu onder voorbehoud. De voorgestelde partnerschapsafspraken gaan uit van de vorming van een gezamenlijk regiobudget vanuit het principe 'samen uit, samen thuis'. Regionale solidariteit is het uitgangspunt zowel bij meevallers als bij tegenvallers. Om dit te waarborgen is tussen de gemeenten ook eenheid van beleid nodig in de toegang (zie bijlage 5 bij dit voorstel), over in- en uitstroom, over financiële discipline over het voorkómen van beschermd wonen door preventie in het voorveld en over huisvesting na uitstroom. Eenheid van beleid laat onverlet dat afzonderlijke gemeenten beleidsvrijheid behouden bij het uitvoering geven aan de afspraken. De partnerschapsafspraken zijn een logische voortzetting en concretisering van de afspraken die tussen de Zeeuwse gemeenten zijn opgesteld in de ‘Samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen 2023’. Deze overeenkomst is niet in werking getreden omdat de doordecentralisatie niet is doorgegaan.

Bijlage 4 b bij dit voorstel geeft een overzicht van de belangrijkste veranderingen van de huidige partnerschapsafspraken ten opzichte van de samenwerkingsovereenkomst. De samenwerking in het sociaal domein wordt hier zeker erder versterkt. Het sluitstuk hiervan ligt in het regelen van de 'governance' Dit is het eigenaarschap van en de besluitvorming over het gemeenschappelijke regiobudget. De inrichting hiervan in een gemeenschappelijke regeling wordt in 2024 voorbereid. Deze maakt geen deel uit van dit voorstel. Zolang deze gemeenschappelijke regeling niet voor dit doel is ingericht, zijn de partnerschapsafspraken van kracht maar blijft het gemeentebestuur van Vlissingen eigenaar van en bevoegd voor het regiobudget en. de centrumgemeentemiddelen. De gemeente Vlissingen treedt op als 'kassier' van het regiobudget; de partnerschapsafspraken regelen ook de afstemming hierover tussen Vlissingen en de overige gemeenten in het OZO.

Deze partnerschapsafspraken zullen opgaan in de (op- of in te richten) gemeenschappelijke regeling zodra deze wettelijk is ingesteld. Tot die tijd blijft de huidige centrumgemeente-constructie van kracht, met dien verstande dat Vlissingen conform de partnerschapsafspraken met de Zeeuwse gemeenten afstemt over het regiobudget en het opstellen van de begroting. De partnerschapsafspraken zien niet op de bestemming van de 'historische reserve' die bij Vlissingen is ontstaan door overschotten op de BW-uitkering in de jaren tot en met 2023 . Hierover maken Vlissingen en de overige gemeenten separate afspraken en doen zij voorstellen aan de Fondsbeheerders. In de partnerschapsafspraken is wel een regeling opgenomen voor het bestemmen van een nieuw gevormde reserve vanaf 2024. De normen die de Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) opstelt – bijvoorbeeld over de maximale hoogte van de algemene reserve – zijn van niet van toepassing op deze partnerschapsafspraken. Dit is zolang de gemeenschappelijke regeling voor de inkoop van jeugd en beschermd wonen en opvang nog niet is ingericht. Rijk en VNG streven naar voortzetting van het huidige beleid. Uitgangspunt hiervan is de landelijke beweging van 'beschermd wonen' naar 'beschermd thuis' en de doordecentralisatie van de geldmiddelen naar alle gemeenten via het Gemeentefonds door middel van een objectief verdeelmodel.

De Zeeuwse gemeenten volgen deze lijn in de Regiovisie. Ook als een nieuw Kabinet zou besluiten de doordecentralisatie verder te temporiseren of af te blazen wensen de Zeeuwse gemeenten dit partnerschap in stand te houden. Dit ter bestendiging van de zorg voor onze inwoners die op beschermd wonen of maatschappelijke of vrouwenopvang zijn aangewezen. De partnerschapsafspraken zijn opgesteld door de huisadvocaat van de gemeente Vlissingen (Justion) in nauwe samenwerking met de ambtelijke werkgroep 'partnerschap' van de Zeeuwse gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13393537/2