CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

983745 Bijlage 1a Toelichting op de acties

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Agenda klimaatadaptatie Schouwen-Duiveland 2024-2028 (983745)6.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Projectenlijst agenda klimaatadaptatie Schouwen-Duiveland 2024-2028 Toelichting is op alfabetische volgorde van de projectnummering van de agenda

ALGEMEEN A1 Tegelwip actie De tegelwip actie is gericht op het fysiek verwijderen van verharding en het aanbrengen van meer groen in de buitenruimte. De actie draagt bij aan de bewustwording, biodiversiteit en de infiltratie van regenwater in de bodem. De actie is gekoppeld aan een landelijke wedstrijd/actie. De gemeente voert op bepaalde tijden gewipte tegels af (tegeltaxi). Doel: Kans op wateroverlast verkleinen door inwoners te stimuleren minder verharding (en meer groen) in tuin te hebben. A2 Uitvoeren lokale klimaatdialoog Als gemeente gaan we bij omvangrijke projecten met de omgeving in dialoog over de te nemen klimaatmaatregelen. Welke maatregelen kunnen we nemen om de omgeving beter geschikt te maken om klimaatveranderingen op te kunnen vangen en minder effect te hebben van de gevolgen van klimaatverandering. Jaarlijks stellen we hier een lijst voor op wanneer we in welke buurt een klimaatdialoog gaan houden. De eerste lijst wordt gemaakt voor 2024. Doel: Bewustwording met betrekking tot de effecten van klimaatverandering vergroten door het informeren en in gesprek gaan met omwonende en belanghebbende. A3 Natuurinclusieve leefomgeving Meer natuur in dorpen en steden maakt de leefomgeving gezonder en draagt bij aan een klimaatadaptieve inrichting van ons eiland.

Dit is een algemene opgave voor alle betrokkenen en vraagt een andere manier van werken en daarmee de nodige aandacht. Doel: Door natuur met de thema’s wateroverlast, verdroging, hitte te combineren een omgeving klimaatbestendig te maken die bijdraagt aan de versterking van de biodiversiteit. A4 Regentonactie Het opvangen en bergen van regenwater ook op privéterrein draagt bij aan een klimaat adaptieve inrichting van de buitenruimte. Om dit te stimuleren worden door de gemeente vouchers verstrekt. Deze voucher geeft je het recht op vergoeding van € 50 als je een regenton aanschaft. In juni 2023 kunnen 200 inwoners van Schouwen-Duiveland in 2023 een voucher aanvragen om een bijdrage van €50 te krijgen voor de aanschaf van een regenton. De 1e reeks was een succes er wordt gekeken naar een verlenging. Doel: Inwoners financieel steunen met de aanschaf van een regenton. Inwoners bewust maken dat een regenton het gebruik van drinkwater verminderd en het riool ontlast.

A5 Afwegingskader klimaatbestendig waterrobuust Zeelandbreed is afgesproken dat er een systematiek wordt ontwikkeld waaraan ruimtelijke plannen kunnen worden getoetst op hoe klimaatadaptief ze zijn/welke bijdrage ze leveren aan het vergroten van de klimaatadaptieve inrichting van een gebied. Vertrekpunt is een inventarisatie van de huidige situatie. Dit uitgedrukt in een bepaald label. De labels bepalen hoe klimaatbestendig een bepaalde plek of gebied is. Dit wordt de labelsystematiek genoemd. Inzet is dat bij grotere ingrepen het label van het gebied wordt verbeterd. In het afwegingskader worden ook de uitzonderingen genoemd voor het verplicht klimaatbestendig en waterrobuust uitvoeren van vernieuwings- en vervangingsprojecten van de Zeeuwse overheden en stakeholders. Doel: Met zo’n afwegingskader kunnen ontwikkelingen getoetst worden of ze klimaatbestendig en waterrobuust worden ontwikkeld. Dat is namelijk het uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. A6 Klimaat in dorpsplannen In meerdere dorpen is of wordt gewerkt aan dorpsplannen. Inzet is om in overleg met dorpsraden klimaatadaptatie een vaste plek te geven in de plannen. Gekeken wordt of afgeronde dorpsplannen

nog getoetst en zo nodig klimaatadaptiever kunnen worden. Deze actie kan gecombineerd worden met een locale klimaatdialoog (actie A2) Doel Het onderwerp klimaatadaptatie meenemen in dorpsplannen zodat deze hieraan getoetst en uitgevoerd kunnen worden, waardoor de nieuwe ontwikkelingen uit het plan vooraf al rekening houden met de klimaatverandering. A7 Spelregels en beleid klimaatadaptatie in omgevingsplan De nieuwe Omgevingswet biedt meerdere mogelijkheden om klimaatadaptatie op te nemen in het Omgevingsplan. We gaan onderzoeken welke maatregelen voor Schouwen-Duiveland passend zijn. Doel: Klimaatadaptatie opnemen in het omgevingsplan. A8 Integreren klimaatadaptatie in de omgevingsvisie en strategische visie De gemeente gaat de strategische visie herijken en een Omgevingsvisie opstellen. Uitgangspunten ten aanzien van klimaatadaptatie en de doelstellingen uit de Zeeuwse Klimaatadaptatie strategie is dat deze stevig verankerd worden in deze visies zodat we als gemeente in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht. Doel: Klimaatadaptatie opnemen in de omgevingsvisie A9 Klimaatkennisbank Schouwen-Duiveland De digitale klimaatkennisbank Schouwen-Duiveland (https://klimaatkennisbanksd.nl/) bevat veel informatie over de gevolgen van klimaatverandering op Schouwen-Duiveland. We brengen het bestaan van de kennisbank verder onder de aandacht.

We zorgen voor een groot bereik en houden deze actueel. De kennisbank gebruiken we bij het toetsen van het onderdeel ruimtelijke adaptatie bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Doel: Met deze databank kan iedereen zelf achterhalen wat de effecten zijn van klimaatverandering voor zijn eigen omgeving, en kan daar eventueel op anticiperen bij het zelf nemen van maatregelen. Daarnaast levert de databank ook de gemeente meer gedetailleerde informatie waardoor meer inzicht ontstaat welke maatregelen noodzakelijk zijn om de buitenruimte klimaatbestendig en waterrobuust te krijgen.

A10 Uitvoeren stresstesten Periodiek wordt onderzocht waar welke effecten van klimaatverandering zijn te verwachten. De zogenaamde stresstesten. Op die manier ontstaat er een beeld van de ernst van de situatie en de werkload die er is om uiteindelijk als gemeente klimaatbestendig ingericht te zijn. Door tussentijdse aanpassingen en ontwikkelingen wordt dit periodiek herhaald. In 2024 volgt weer een nieuwe ronde. Doel: Het blijft belangrijk om zogenaamde klimaatstresstesten periodiek uit te voeren. Zo weten we wat de actuele klimaatprognoses voor effecten kunnen hebben op ons eiland en hoe we ons hier zo goed mogelijk op kunnen voorbereiden. Mede aan de hand van deze stresstesten kunnen we ons uitvoeringsprogramma opstellen.

A11 Opstellen van een gemeentelijk hitteplan De gemeente start in 2024 met het opstellen van een gemeentelijk hitteplan. Daarin wordt aangegeven welke zaken en personen in onze gemeente bij hitte extra aandacht behoeven en welke maatregelen genomen kunnen worden om de effecten van extreme hitte zo goed mogelijk te kunnen weerstaan. Het hitteplan van de gemeente Middelburg zal de leidraad zijn voor ons gemeentelijk hitteplan. Na de start in 2024 wordt het in 2025 opgeleverd/vastgesteld. Doel: Voorbereid zijn en weten welke maatregelen genomen moeten worden bij extreme hitte.

A12 Het uitwerken van het begrip klimaatrechtvaardigheid Klimaatrechtvaardigheid is het streven naar gelijkheid bij het aanpakken van de gevolgen van klimaatverandering en extreem weer. Rechtvaardige klimaatadaptatie betekent dat iedereen, ongeacht handelingsperspectief, beperkingen of privileges, in staat moet zijn zich- of haarzelf te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering en extreem weer. Hoe we daar in onze gemeente mee omgaan , gaan we uitwerken in 2024-2025. Denk bijvoorbeeld aan de impact van klimaatverandering op kwetsbare groepen of hoe benader je mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Doel: Op een eerlijke wijze de gevolgen van klimaatverandering aanpakken.

BEBOUWD GEBIED B1 Aanvragen en uitvoeren maatregelen met TIK Het rijk heeft een Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptieve maatregelen opgesteld voor de versnelling van uitvoeringsprojecten. In 2023 is de laatste mogelijkheid om projecten hiervoor aan te leveren. Voor 1 juli 2023 zijn diverse subsidies aangevraagd. Het rijk betaald 33% van de kosten van de uitvoering bij toekenning. Voor 2027 moeten de projecten uitgevoerd zijn. Nog niet bekend is of ze worden toegekend. Doel: Door deze extra subsidie is er meer budget beschikbaar voor het uitvoeren van klimaatadaptieve maatregelen binnen projecten. B2 Groene revolutie/schoolpleinen en schooltuinen De raad heeft gevraagd te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om versneld de schoolpleinen te vergroenen. Hiervoor is nu een concreet projectvoorstel binnengekomen. In 3 fases worden alle schoolpleinen vergroend en krijgen de scholen schooltuinen. Wel zullen hiervoor geldmiddelen van de gemeente nodig zijn, naast geldmiddelen die van derden komen. Dit project zal voorgelegd worden aan de gemeenteraad of ze daar de daarvoor gevraagde geldmiddelen beschikbaar willen stellen. Doel: Het verkrijgen van voldoende financiële middelen voor het vergroenen van speelplaatsen en schooltuinen.

Naast het goede effect op gebied van het klimaat (hitte, wateroverlast), stimuleert het de kinderen om te bewegen, leert het kinderen meer over de natuur en verbetert het gedrag van kinderen in de klas. B3 Opstellen waterkaart zoetwater verhard oppervlakte We hebben onderzoek gedaan naar de hoeveelheden hemelwater dat vrijkomt van verhard oppervlak via hemelwaterrioleringen. Met het opstellen van een waterkaart is in beeld op welke locatie er hoeveel regenwater gemiddeld per jaar vrijkomt. Aan de hand van die kaart en de behoefte aan zoet water kan besloten worden om te onderzoeken of het opvangen van dit water voor hergebruik mogelijkheden biedt. Bij een concrete vraag van zoet water kan dit eventueel een bijdrage leveren. Eventueel kan bij het vrijkomen van veel zoet water ook gekeken worden of we als gemeente dit water willen bufferen. Doel: Hergebruik van regenwater stimuleren door in beeld te brengen waar en hoeveel water er vrijkomt. B4 Opstellen beleidsregels natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen betekent dat er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd op, aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving, zodat er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. Uitgangspunten en ambities kunnen en moeten worden vertaald in beleidsregels.

Doel: Ambitieniveau en regels rondom natuurinclusief bouwen vastleggen, zodat deze getoetst kunnen worden bij het uitvoeren van plannen en projecten. B5 Opstellen beleidsplan openbare ruimte en materialen boek Afdeling openbare werken actualiseert in 2023 het beleidsplan openbare ruimte. Dit geactualiseerde beleidsplan vormt een belangrijke pijler voor onze ambities en het beleid ten aanzien van het ‘Klimaatadaptatief inrichten en beheren van ons eiland. Klimaatadaptatie en biodiversiteit worden stevig verankerd in het beleidsplan/beleid. In het boek worden de materialen genoemd die gebruikt worden bij onze werken. Doel: Ambitieniveau en regels rondom de thema;s materiaalgebruik en biodiversiteit in de openbare ruimte vastleggen, zodat deze gebruikt kunnen worden bij het uitvoeren van plannen en projecten. B6 Opstellen altijd goed maatregelenpakket Bij werkzaamheden aan de openbare ruimte zijn er mogelijk maatregelen die altijd goed zijn en bijdragen aan een grote klimaatbestendigheid van de openbare ruimte en geen nadelen met zich meebrengen. Als een dergelijk pakket er komt, kunnen deze maatregelen in principe altijd meegenomen bij werkzaamheden waardoor de openbare ruimte steeds meer ingericht wordt om effecten van klimaatverandering op te vangen en te verwerken.

Doel: Acties en werkzaamheden vastleggen die altijd een positief effect hebben binnen het thema klimaatadaptatie in de openbare ruimte. B7 Beheren van de zoet water voorraad Op het moment dat er een zoet water voorraad gerealiseerd wordt, is het van belang dat deze ook duurzaam beheerd wordt. Daar zal ook een goede regeling voor gemaakt moeten worden. Voor wie is het? Hoeveel is er beschikbaar? Wanneer komt het beschikbaar e.d. zodat het water wat beschikbaar komt optimaal ingezet kan worden. Doel: Er worden regels opgesteld ten behoeve van het opslaan van zoet water. B8 Klimaatbestendig maken openbare ruimte Een klimaatadaptieve inrichting van ons eiland krijgt vorm door het uitvoeren van concrete projecten. Deze projecten kunnen vanuit klimaatadaptatie worden geagendeerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de (her)inrichting van de groene schoolpleinen. Veelal echter zal worden meegelift met andere projecten. Dit kan gaan om nieuwbouw, herinrichtingen of herstructureringen. Uitgangspunt is dat klimaatadaptatieve maatregelen een vast onderdeel is van de planvorming en planuitvoering. Doel: voorkomen van hittestress, wateroverlast, overstroming of verdroging door het uitvoeren van klimaatadaptieve maatregen binnen (gemeentelijke) projecten.

B9 Onderzoeksprogramma opstellen klimaatopgave Zeeuwland In overleg met woningbouwvereniging Zeeuwland brengen we in kaart welke klimaatopgave op de woningbouwcorporatie afkomen. We brengen in beeld welke koppelkansen er zijn met andere opgaven zoals herstructureringen, herinrichtingen en infrastructurele projecten. Doel: In beeld brengen wat er vanuit de woningbouwvereniging speelt op gebied van klimaatadaptatie zodat we gemeentelijke projecten af kunnen stemmen op deze klimaatopgave. B10 In beeld brengen knelpunten aan de hand van labelkaart Dit jaar zal er ook voor onze bebouwde gebieden een labelkaart beschikbaar komen. Met kleuren valt af te lezen hoe de lokale situatie is ten opzichte van een situatie van klimaat bestendig en waterrobuust. Op die manier is helder te zien welke gebieden nog niet voldoen en hoe ernstig de situatie ter plaatse is. Aan de hand van dit inzicht kan bepaald worden of dat reden is om de aanpak

van die buitenruimte met prioriteit te programmeren in de meerjarenplanning onderhoud openbare ruimte. Doel: Visueel inzichtelijk krijgen in de klimaatbestendigheid per gebeid. B11 Grondwateroverlast in beeld brengen/monitoren Door droogte en door hevige regenbuien is de kans op grondwaterproblemen steeds groter. Om hier inzicht in te krijgen brengen we de grondwateroverlast in beeld en monitoren deze om aan de hand hiervan te anticiperen en deze mogelijke overlast tijdig aan te kunnen pakken. Doel: Voorkomen van grondwaterproblemen door het monitoren van grondwater. B12 Actualiseren beleidsregels afvoer hemel- en grondwater Als het regent, verdwijnt in de gemeente Schouwen-Duiveland het meeste hemelwater vanaf verhardingen en daken in de (gemengde) riolering en wordt direct afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om al dat relatief schone hemelwater te transporteren en te zuiveren, zijn kostbare voorzieningen nodig en dat kost geld en energie. Door de verandering van het klimaat wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op (grond-)wateroverlast toe. Anderzijds zijn er langere droge perioden met kans op verdroging. Door langdurige droogte lopen oude panden het risico op funderingsschade.

Het is nodig dat ook particulieren een bijdrage leveren aan het vasthouden van regenwater op het eigen terrein. Tijdens de bouw van nieuwe woningen en/of vernieuwbouw zijn waterbergingsvoorzieningen immers makkelijk in te passen. Doel: Voorwaarden stellen (actualiseren beleidsregels) voor het opvangen van regenwater (op eigen terrein) waardoor het riool minder belast wordt.

COMMUNICATIE C1 opstellen communicatiestrategie/kalender Communicatie en bewustwording blijft een aandachtspunt. Bewustwording heeft ook alles te maken met het bieden van handelingsperspectief hoe een bijdrage te leveren aan het klimaatadaptief inrichten en beheren van ons eiland. Met dit doel wordt een communicatiestrategie uitgewerkt. Samen met partners en andere partijen wordt jaarlijks een communicatiekalender opgesteld. Doel: een samenhangend communicatieverhaal te kunnen vertellen door het jaar heen. C2 bewustwording onderwijs/ groene speelplaatsen Het doel is om iedere leerling van de basisschool onderricht te geven over het onderhouden van een schooltuin. Het doel is om de jeugd van vandaag op te laten groeien waarin ze meer aandacht hebben voor het aanwezige groen en daar bij het ouder worden meer rekening houden met het voordeel van groen. Daarnaast kan via de leerling de kennis ook doorgegeven aan de ouders, zodat er ook direct al een grotere bewustwording bij onze inwoners ontstaat van de meerwaarde van extra groen(te). Doel: Jeugd al vroeg kennis leren maken met de voordelen van groen in de leefomgeving en met kennis over de teelt en productie van ons eten.

C3 kennisdag duurzaamheid/klimaatadaptatie Om onze kennis actueel te houden, elkaar te inspireren en meer verbonden te raken met elkaar wordt jaarlijks in de week van de duurzaamheid (eind oktober/november) een “kennis en inspiratiedag” georganiseerd rondom het thema duurzaamheid, klimaatverandering en klimaatadaptatie. Doel: extra aandacht vragen aan onze inwoners om te participeren in de verduurzaming van onze gemeente.

C4 stimuleringsacties particulieren In navolging van de actie tegelwippen en de regentonactie wordt gekeken naar andere acties die particulieren en ondernemers helpen een bijdrage te leveren aan een klimaatadaptieve inrichting van ons eiland. Doel: met gerichte acties voor onze inwoners het bewustzijn vergroten en de effecten van de klimaatverandering verkleinen. C5 opstellen draaiboek lokale klimaatdialoog Klimaatdialogen gaan we vooral voeren op het moment dat er concrete projecten en opgaven spelen in de directe woonomgeving. Dit vraagt om interne afstemming (welke projecten koppelen we aan een dialoog) en het opstellen van een draaiboek. Daarbij komen vragen aan de orde als wat gaan we dan doen, hoe, met wie en met welk doel. Doel: Te komen tot een structurele aanpak voor onze lokale klimaatdialogen.

LANDBOUW L1 Uitvoeren livinglab zoet water In het Living Lab Schouwen-Duiveland wordt hard gewerkt aan het vinden van oplossingen voor het zoetwatertekort op Schouwen-Duiveland en de actuele klimaatproblemen op ons eiland. We continueren de samenwerking en de inzet. Doel: Door in het livinglab oplossingen te vinden, proberen we onze landbouwers meer perspectief te bieden op een gezonde toekomst door aan te geven op welke wijze de zoetwaterbeschikbaarheid door de agrariërs vergroot kan worden. Door het aanbieden van een menukaart met mogelijkheden kan de landbouwer zelf bepalen wat voor hem de beste oplossing is op te zorgen dat er geen wateroverlast ontstaat, maar ook bij langdurige droogte voldoende zoet water beschikbaar blijft voor de gewassen. L2 Uitvoeren broedplaats zoetwater De broedplaats zoetwater is een uitvoeringsprogramma voor het vergroten van de zoetwater beschikbaarheid op Schouwen-Duiveland. Deze broedplaats kent zijn eigen uitvoeringsprogramma. Eind 2024 zal dit programma aflopen en zal tijdig gezocht moeten worden hoe de werkzaamheden na 2024 kunnen doorlopen.

Doel: De zoetwaterbeschikbaarheid vergroten door middel van onderzoek en bodem- en watercoaching L3 Zoet waterlobby De beschikbaarheid van zoetwater is van essentieel belang voor de toekomst van SchouwenDuiveland.We maken dat onze zorgen, belangen en oplossingen gehoord worden en een plaats krijgen op de politieke agenda, regionaal en nationaal. Doel: Bij de politiek en bij het ministerie openingen proberen te creëren waardoor een externe aanvoer van zoet water van uit het Haringvliet naar Schouwen-Duiveland op de politieke agenda komt en daardoor mogelijk ook gerealiseerd wordt. L4 Verbeteren bodem/bodemcoaching Bodem en de kwaliteit van de bodem is nauw verbonden met het verbeteren van de productieomstandigheden maar ook met klimaatadapatie (waterberging). Om de kennis rondom de

verbetering van de wateropname van de bodem bij agrariërs te vergroten wordt gewerkt met de inzet van een bodemcoach. Doel: De bodemcoach kan in overleg met de agrariër adviezen geven waardoor de bodem vruchtbaarder wordt en meer water kan vasthouden. Hierdoorzal er minder snel verdroging van de bodem optreden. L5 LN 2050 LN 2050 is een verkenning die gericht is op hoe we vanuit het perspectief van de landbouw Schouwen-Duiveland in 2050-2100 klimaatbestendig en water robuust hebben ingericht. Niet alleen de vraag hoe kan Schouwen-Duiveland er dan uitzien maar ook hoe komen we daar staat daarbij centraal. De verkenning wordt uitgevoerd samen met kennisinstituten en ZLTO/Agrarisch SchouwenDuiveland. De verkenning wordt mede mogelijk gemaakt door een substantiële bijdrage van het Rijk waarbij wordt afgestemd met 2 andere regio’s in Nederland. Doel: Inzicht verkrijgen in de toekomst van landbouw zodat deze klimaatbestendig en water robuust kan worden ingericht. L6 Onderzoek hergebruik effluent RWZI vervolg RWZI's Binnen het fieldlab Burghsluis wordt onderzoek gedaan naar hergebruik van effluent van de RWZI Westerschouwen. Daarnaast zijn er nog 2 andere RWZI’s op Schouwen-Duiveland namelijk het Mastgat bij Bruinisse en Verseput aan de Verseputseweg in Kerkwerve. Ook daar komt effluent vrij en dat wordt afgevoerd naar de Oosterschelde.

Ook hier kan onderzoek plaatsvinden of het effluent nog een nuttig gebruik kan krijgen binnen onze gemeente. Als het voldoende zoet is, kan het mogelijk extra gezuiverd worden en kan het zoete water gebruikt worden om gewassen er mee te bevloeien. Mocht het water wel zoet zijn, maar niet schoon genoeg, dan kan het nog dienst doen voor de tegendruk van de zoete kwel en kan het zoete water ervoor zorgen dat er minder zoute kwel naar boven komt. Dit is het onderzoeken meer dan waard. Doel: De zoetwaterbeschikbaarheid vergroten door onderzoeken te doen of effluent water voldoende aanwezig en geschikt is voor het gebruik van gewas bevloeiing en andere doelen. L7 Combinatie water en stikstofopgave Binnen het Nationaal Programma Landelijk Gebied komt geld vrij om de stikstofuitstoot aan te pakken. Het is daarom goed om te kijken of we deze opdracht kunnen koppelen aan het vergroten van de zoetwaterbeschikbaarheid. Stikstof toedienen in zoet water schijnt de groei te stimuleren en de uitstoot van de stikstof te beperken. Dan wordt het hebben van extra zoet water een kans om de stikstofuitstoot terug te dringen. Doel: Door de combinatie te leggen proberen we meer geldmiddelen beschikbaar te krijgen om zoet water maatregelen te nemen die naast dat de stikstofuitstoot afneemt, de zoetwaterbeschikbaarheid vergroot en er meer zoet water beschikbaar is bij langdurige droogte.

L8 Stimuleren transitie landbouw naar nieuwe teelten Klimaatadaptatie vraagt om het verkennen en inzetten van nieuwe teelten en teeltplannen. Inzet is om kennisontwikkelingen en initiatieven op dit gebied actief te stimuleren. Doel: Door teelten te stimuleren die beter tegen de klimaatverandering kunnen en minder zoet water nodig hebben, kunnen ook bij droogte de boeren voldoende opbrengsten genereren om een gezond bestaan te hebben en is er minder zoet water nodig in tijden van droogte. L9 Natuurinclusieve landbouw / KPI's Natuurinclusieve landbouw is ook een meer klimaatadaptieve landbouw. We zetten ons daarvoor in. We ontwikkelen kennis en goede voorbeelden op dit gebied. Actief volgen we de mogelijkheden om met het systeem van “kritieke prestatie indicatoren” een bijdrage te leveren aan een meer

natuurinclusieve landbouw. Dit uiteraard in combinatie met de belangen van en de verdienmodellen in de landbouw Doel: de landbouw alternatieven te bieden bij een veranderend klimaat. Die minder effect ervaren van het veranderende klimaat van onder andere de grotere weersextremen. L10 Betere monitoring watergegevens. Onttrekkingen/zoutgehalte Om optimaal gebruik te maken van het beschikbare zoet water is het noodzakelijk dat er een goede monitoring komt. De watergangen zijn namelijk niet altijd zoet of zout, maar dat schommelt gedurende het jaar. Als er veel neerslag valt, wordt het water zoeter. En bij droogte heb je meer last van zoute kwel en wordt het water brakker. Met een goed monitoringssysteem kan je dus precies weten wanneer je zoet water uit de watergang kan halen om bijvoorbeeld je waterbassin te vullen. Doel: Meer inzicht krijgen wanneer er zoet water beschikbaar is, zodat dit water opgeslagen kan worden om bij droogte te kunnen gebruiken. L11 Aanpassen watersystemen extremen en zoet water / kreekrugggen Om een robuust watersysteem te krijgen moet dit toegerust zijn om ook te blijven functioneren bij weersextremen. Dat betekent bij extreme neerslag moet het watersysteem voldoende water kunnen afvoeren (naar wateropvang/retentiegebieden) zodat er bij langdurige droogte tegenwicht gegeven kan worden aan de zoutdruk van de zoute kwel.

Daarnaast zal het systeem zodanig ingericht moeten zijn dat het beschikbare zoete water niet brak wordt doordat er zout water door de watergangen door een zoet gebied geleid wordt. Ook diepe sloten door kreekruggen heen kunnen zorgen dat er zoet water ‘weg loopt’ door de drainerende werking van een dergelijke sloot. Ook dat wil je voorkomen. Een onderzoek naar een optimaal watersysteem kan aangeven hoe het beter kan, waarna er mogelijk naar toegewerkt kan worden om dit dan ook te realiseren. Onder andere de ligging, de breedte en diepte van de sloten zullen beter afgestemd moeten worden op de waterfuncties. Doel: Een aangepast watersysteem is klimaat robuuster en zal minder effect hebben van de klimaatverandering, kan mogelijk de kwelstroom verkleinen en het oppervlaktewater op het eiland zoeter houden waardoor er meer zoet water beschikbaar is bij langdurige droogte. Daarnaast kan een dergelijk nieuw watersysteem de extreme neerslag beter verwerken waardoor er minder kans is op wateroverlast. L12 NPLG inclusief Gebiedsaanpak Kop van Schouwen De uitwerking en implementatie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) vraagt veel aandacht en tijd. We werken aan een meer gebiedsgerichte aanpak voor het landelijk gebied van Schouwen-Duiveland. Klimaatadapatie is daarbij een centraal thema.

De Kop van Schouwen heeft daarbij vanwege de stikstofopgave maar ook de economische betekenis en andere duurzaamheidsopgaven primaire aandacht. Inzet is dat we daarbij ook kijken naar kansen. Doel: Alle nieuwe ontwikkelingen moeten klimaatbestendig en waterrobuust worden uitgevoerd. Dat geldt dan ook voor die activiteiten die in het kader van de gebiedsaanpak Kop van Schouwen worden opgepakt. L13 grootschalige zoetwater opslag in bodem De gemeente heeft geen aanvoer van zoet water, anders dan via het hemelwater. In de regel wordt het meeste water dat er valt afgevoerd en komt dan via een pompgemaal in de Oosterschelde of Grevelingen. Bij langdurige droge periodes is dan zoet water te kort. In plaats van het buiten het eiland brengen is het beter om water dat afgevoerd wordt juist in de bodem te brengen, zodat het later bij droogte weer opgepompt kan worden en gebruikt kan worden voor onder andere landbouwdoeleinden. Onderzoek naar grootschalige opslag in de bodem kan daar een bijdrage aan leveren. Doel: Vergroten van de zoetwaterbeschikbaarheid door te onderzoeken of zoet water met grote hoeveelheden in de kleibodem kan worden vastgehouden.

L14 Uitvoeren Deltaplan Agrarisch Waterbeheer De landbouwers hebben aangegeven dat ze zelf ook een bijdrage kunnen en willen leveren om de waterkwaliteit in de sloten te verbeteren. Alle mogelijk te nemen acties zijn opgenomen in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Omdat zij een grote bijdrage kunnen leveren is het belangrijk dat veel agrariërs hier vrijwillig mee aan de gang mee gaan. Dit levert een bijdrage aan het terugdringen van de stikstof uitstoot en het vergroten van kwalitatief goed water in de watergangen. Doel: Via het Deltaplan agrarisch waterbeheer levert de landbouw een bijdrage aan het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, het tegengaan van verdroging en het verminderen van het hitte gevoel,

NATUUR N1 onderzoek behoefte (zoet) water Er is onderzoek gedaan naar de behoefte van zoetwater voor de natuur in het plan DORSD van Agrarisch Schouwen-Duiveland. Dit heeft toen niet geleid tot een concrete zoet water vraag voor de natuur. De vraag om water voor de natuur draait echter niet alleen om zoet water. In sommige gevallen is er ook behoefte aan zout water, als er door verdamping en verdroging de omgeving van de broedeilanden dreigen droog te vallen. Mogelijk dat de landbouw en de natuur elkaar hiermee kunnen helpen doordat zout water in het landbouwgebied meer opgevangen kan worden in de zoute natuurgebieden. Onderzoek naar mogelijke kansen worden onder andere opgepakt in het fieldlab Dijkwater. Doel: Inzicht in de zoet water behoefte, waardoor er meer inzicht ontstaat in de totale zoet water behoefte van onze gemeente. Dan weten we beter wat de behoefte van zoet water is bij hitte en verdroging en welke zoetwatervoorraad nodig is. N2 landschappelijke inpassing 150 kV-station Op dit moment wordt gewerkt aan de plannen van de landschappelijke inpassing van het 150 kV Hoogspanningsstation (HSS). Dit zal kansen gaan bieden voor het versterken van de biodiversiteit in de directe omgeving.

Maar ook op de locatie zelf kan met kruidenmengsels en andere planten het aanzicht van een dergelijk station veel groener worden, en kan dan een bijdrage leveren aan het versterken van de biodiversiteit. Doel: Door een goede landschappelijke inpassing kan een bijdrage geleverd worden om de effecten van verdroging en gevolgen van hitte te verminderen. Door meer groen en minder verharding zal de bodem minder snel verdrogen waardoor er een grotere kans bestaat dat de nieuwe aanplant aanslaat en kan uitgroeien tot een volwaardige groene inpassing van het 150 kV-station. Daarnaast kan het een bijdrage leveren aan het versterken van de biodiversiteit. N3 inbeeld brengen locaties voor versterking biodiversiteit We maken een overzicht van locaties waar versterking van de biodiversiteit kansrijk is en kijken ook waar ontwikkelingen op dit gebeid een toegevoegde waarde kunnen hebben voor het versterken van het natuurnetwerk Zeeland. Doel: Inzichtelijk maken van de locaties waar het aanbrengen van groen (en daardoor het versterken van de biodiversiteit) kansrijk is. N4 overzicht plantensoorten voor groen toekomst We brengen in beeld welke plantensoorten geschikt zijn om te gebruiken met het oog op het veranderende klimaat (droogte en hitte bestendig). Bomen die we nu planten moeten ook over 50 jaar nog geschikt zijn voor het dan aanwezige klimaat.

Doel: Klimaatverandering zorgt voor meer extreme weersituaties. Daar kan je met een andere beplanting op inspelen. Over 30 jaar wordt hier het weer verwacht van Zuid Frankrijk nu. Het planten van nieuwe bomen die nu hier leven is daarom niet verstandig. Er is dan een grote kans dat ze door de gewijzigde weersomstandigheden al eerder doodgaan en minder goed zich kunnen aanpassen aan het gewijzigde klimaat. N5 calamiteitenplan natuurbrand In overleg met de veiligheidsregio, de natuur en recreatiesector en andere belanghebbenden wordt een calamiteitenplan natuurbranden opgesteld. Doordat de kans op langere drogere periode toeneemt, wordt de kans op een natuurbrand ook groter. We moeten daarom nu weten wat er allemaal moet gebeuren als er een dergelijke brand ontstaat. Doel: Door klimaatverandering en de effecten van langdurige droogte en hoge temperaturen maakt de kans op een natuurbrand groter. Het blussen van een dergelijke brand kan bij een tekort aan zoet water problemen geven. Door daar nu naar te kijken, kunnen plannen gemaakt worden wat te doen in een dergelijke situatie. Waar is bluswater voorradig en hoe kunnen we de bluswatervoorraad vergroten. N6 invulling bosvisie Schouwen-Duiveland In de bosvisie is opgenomen waar Schouwen-Duiveland kan vergroenen door meer bosaanplant.

Inzet is om ook rond de kernen meer groenelementen te realiseren die gebruikt kunnen worden als uitloopen schaduwplek. Dit kan mogelijk gecombineerd worden met acties N8 en R5 Doel: Tegengaan van hitte en verdroging door het aanplanten van bos en groenelementen. N7 onderzoek naar schorren en CO2 In het kader van de verkenning van de Kennis Community Oosterschelde wordt onderzoek gedaan naar de betekenis en mogelijkheden van CO2 opslag in schorren. De gemeente faciliteert deze verkenning. Doel: Om klimaatverandering tegen te gaan moet de opwarming van de aarde stoppen. CO2 en andere broeikasgassen zorgen voor deze verhoging. Vermindering van CO2 uitstoot is daarom belangrijk. Maatregelen om CO2 vast te leggen helpen daarbij. Mogelijk kan het uitbreiden van ons schorrengebied hieraan bijdragen. Daarom is het belangrijk te weten of het een goede manier is om CO2concentratie in de lucht door onze uitstoot bij verbranding van fossiele brandstoffen te verlagen en de opwarming van de aarde te vertragen N8 ecorasters / versterken landschap In het kader van het versterken van de structuren van de biodiversiteit op ons eiland heeft de gemeenteraad de opdracht gegeven hier meer onderzoek naar te doen (ecorasters). Meer ruimte voor dieren en planten is ook een belangrijke opgave vanuit klimaatadaptatie.

Meekoppel kansen voor waterberging, schaduwplekken en andere klimaatadaptieve maatregelen worden hierbij meegenomen. Doel: de groenstructuren te versterken waardoor de dieren beter kunnen migreren, en het landschap aantrekkelijker wordt, minder verdroging optreedt en waardoor meer schaduw aanwezig is langs fietsroutes e.d. N9 Fieldlab Dijkwater In het Fieldlab Dijkwater onderzoeken we de mogelijkheid dat landbouw en natuur elkaar helpen om jaarrond het benodigde zoete water beschikbaar te krijgen. Doel: Onderzoeken of er mogelijkheden zijn om effecten van verdroging tegen te gaan en de zoetwaterbeschikbaarheid te vergroten voor zowel de natuur als de landbouwsector.

N10 We stellen een visie biodiversiteit op. De gemeente gaat in 2024 samen met het platform biodiversiteit een visie biodiversiteit opstellen voor de gemeente. Daarin worden aangegeven de doelstellingen van de gemeente op biodiversiteit. Er wordt in aangegeven op welke wijze we de biodiversiteit in onze gemeente kunnen behouden, verrijken en versterken. Biodiversiteit raakt onze economie, voedselzekerheid, gezondheid en kwaliteit van leven. Bij het opstellen van deze visie betrekken we onze partners die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de natuur en het landelijk gebied. Maar ook de biodiversiteit in de bebouwde gebieden komt aan bod . Doel: Met deze visie hebben we een handvat hoe we het thema biodiversiteit moeten oppakken. Een thema dat nauw verwant is aan de groeninvulling bij klimaatadaptatie.

OVERSTROMINGEN O1 onderzoek waterkerende landschappen Het is waardevol om nieuwe vormen van waterkerende landschappen te onderzoeken. Zo bereiden we ons voor op zeespiegelstijging. De Kennis Community Oosterschelde voert in dit kader een verkenning uit voor het dijkvak Zierikzee-Bruinisse en een zeewaartse kustverdediging voor de kust van Schouwen (De Banjaard). De gemeente faciliteert deze verkenning. Een op proces en inhoud vernieuwende aanpak. Doel: Overstromingsrisico's verkleinen door onderzoek te doen naar nieuwe vormen van waterkerende landschappen. O2 participeren Zuidwestelijke Delta Binnen de Zuidwestelijke Delta (ZWD) werken Rijk en regionale overheden samen met ondernemers en maatschappelijke partijen aan één doel. Een veilig, economisch aantrekkelijk en gezond deltagebied met voldoende zoetwater, nu en in de toekomst. Dit is vooral ook de context waarbinnen we reeds jaren actief meewerken aan – en nadenken over de waterveiligheid van ons eiland nu en in de toekomst. Doel: Een veilig, economisch aantrekkelijk en gezond deltagebied met voldoende zoetwater, nu en in de toekomst realiseren. O3 calamiteitenplan / evacuatieplan In het kader van de meerlaagse veiligheid werken we in samenwerking met de Veiligheidsregio aan het opstellen van een calamiteiten/evacuatieplan.

Wanneer het onverhoopt toch mis gaat dan weten inwoners wat er van hen verwacht wordt/weten de instanties wat te doen. Doel: Veiligheid van inwoners waarborgen door het opstellen van een calamiteitenplan/evacuatieplan bij overstromingen.

RECREATIE R1 uitvoeringsprogramma recreatiezandsuppleties De Zeeuwse gemeenten hebben een zandfonds ingesteld om daarmee recreatieve strandsuppleties te kunnen bekostigen. Rijkswaterstaat suppleert de stranden alleen voor de waterveiligheid/overstromingsgevaar te beperken. Bij gebrek aan droogstrand voor de recreant doen ze niets. Met het zandfonds kunnen ook deze stranden gesuppleerd worden, zodat er voldoende droog strand beschikbaar blijft. Nu er duidelijkheid gekomen is dat Rijkswaterstaat aan de voorbereidingen van dergelijke suppleties wil meewerken, kan er een uitvoeringsprogramma voor deze suppleties opgesteld worden. Hierbij dient aangehaakt te worden aan het suppletieprogramma van Rijkswaterstaat. Het gaat dus vooral om de vraag mag het ietsje meer zijn, of kan het ietsjes eerder, waarvan wij de meerkosten moeten betalen. Jaarlijks kan dan Zeeuws breed bepaald worden

hoe de planning van de verschillende stranden eruit komt te zien en waar recreatief gesuppleerd kan worden. Doel: Door middel van zandsuppletie voldoende droog strand voor recreatief gebruik realiseren. De kosten hiervan dekken via het Zeeuws zandfonds. R2 informatie weerextremen toeristen/ondernemers Weersextremen worden niet altijd heel ruim van tevoren opgemerkt. Daardoor kunnen recreanten vaker onwetend met zo’n weersextreem te maken krijgen. Omdat ze vaak een andere taal spreken en de omgeving minder goed kennen zijn ze geholpen als ze goede informatie in eigen taal kunnen krijgen wat ze dan moeten doen. Daar kan de ondernemer een rol in spelen, maar ook digitaal is er vaak veel mogelijk. Zeeuws breed wordt bekeken op welke wijzen de juiste informatie het beste bij de recreant aankomt, waarna we een dergelijk systeem mogelijk kunnen realiseren/inbouwen in bestaande apps. Doel: Onderzoeken hoe recreanten het beste geïnformeerd kunnen worden over weersextremen. R3 strategie bewustwording/actie recreatieondernemer De recreatiesector is een sector die constant door vernieuwd. Het is daarom heel belangrijk om de recreatieondernemers te overtuigen dat ze bij een eerstvolgende vernieuwing ook de adaptatie van hun terrein voor klimaatverandering moeten meenemen.

Daardoor verwachten we dat de recreatiesector in een tiental jaar al veel gerealiseerd kan hebben en goed op weg is om klimaatbewust en waterrobuust te zijn ingericht. Doel: Recreatieondernemers stimuleren om klimaatadaptieve maatregelen toe te passen bij vernieuwingen of grootschalig onderhoud. R4 aanpassing standaard voorschriften evenementen Zeker bij weersextremen die steeds vaker optreden, is het belangrijk dat hier bij het organiseren van evenementen rekening mee wordt gehouden. Daarom dienen de standaard voorschriften aangepast te worden. Zodat de evenementen niet plaatsvinden op het heetst van de dag. Dat er nagedacht is wat te doen bij extreme neerslag, hitte maar ook hevige wind. In zo’n situatie kan de temperatuur opeens enorm dalen en een schuilplek tegen de zon of de regen is dan wel essentieel. Zeeland breed wordt gekeken hoe de voorschriften er dan uit moeten zien van evenementen, waarna ze Zeeuws breed kunnen worden uitgerold. Doel: Veiligheid bij evenementen vergroten door weersextremen standaard op te nemen in de voorschriften. R5 klimaatbestendig maken fietspaden/halteplaatsen Naast het prettig maken van de buitenruimten en de recreatieve verblijfsaccommodatie, zal ook buiten het bedrijf nagedacht moeten worden dat er voldoende schaduwplekken zijn, of slechtweerplaatsen.

Zeker in het buitengebied, waar nog weinig schaduw is, zullen hier voorzieningen moeten worden aangebracht voor de fietser en wandelaar, zodat er ook in het landelijk gebied voldoende schaduwrijke rustplaatsen zijn. Doel; Tegen gaan van hitte / realiseren koelte plaatsen door het creëren van schaduwplekken langs fietspaden in het buitengebied. R6 opstellen maatregelenpakket recreatie Evenals voor bebouwd gebied zal er ook voor recreatie een altijd goed maatregelpakket worden samengesteld die je altijd kan laten uitvoeren als ondernemer. Op die manier wordt de recreatieondernemer geholpen met de keuze van voorzieningen die hij in het kader van klimaatverandering moet doorvoeren.

Doel: Acties en werkzaamheden vastleggen die altijd een positief effect hebben binnen het thema klimaatadaptatie binnen de recreatiesector. R7 stimulering klimaatadaptieve inrichting Na 2050 moet de hele omgeving klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht. Dat geldt ook voor de recreatieve inrichtingen. Om de ondernemers te stimuleren om hier niet tot 2049 mee te wachten, maar dit zo snel mogelijk op te pakken, moet er ook iets te ‘winnen’ zijn voor de ondernemer. Dit zou een vermelding/vignet kunnen zijn waardoor meer toeristen er op af komen. Daar wil je bij horen, en als voorwaarde moet je dan aan bepaalde eisen/voorwaarden voldoen die er toe bijdragen dat het terrein klimaatadaptief wordt. Een dergelijk systeem wordt ontwikkeld. Doel: Recreatieondernemers stimuleren om snel aan de slag te gaan met het nemen van klimaadaptieve maatregelen door bijvoorbeeld een punten, eisen of vignet systeem. R8 Toetsen recreatieplannen aan klimaatadaptatie Nieuwe , gewijzigde en uitbreidingsplannen voor de recreatie gaan we toetsen aan klimaatadaptatie. De plannen dienen rekening te houden met de effecten van het veranderend klimaat. Denk daarbij bijvoorbeeld aan voldoende schaduwplekken, en ruimte voor water. Doel: Bij realisatie en wijziging van recreatieplannen wordt rekening gehouden met de effecten van het veranderd klimaat,

SAMENWERKING S1 interne afstemming Klimaatadaptatie is van en voor ons allemaal. Dit geldt voor ook voor alle afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie. In sommige gevallen vraagt dit om een andere wijze van werken en klimaatadaptatie meenemen als vast onderdeel van de werkzaamheden. Dit vraagt aandacht (bewustzijn), aanpassingen, inspiratie en het uitwisselen van goede voorbeelden. Het team milieu neemt het voortouw in het afstemmen met collega’s en afdelingen. Doel: Een optimaal resultaat voor het onderwerp klimaatadaptatie in onze werkzaamheden. S2 vergroten eilandelijke samenwerking klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is van en voor ons allemaal. We zoeken de samenwerking en afstemming met organisaties buiten de gemeentelijke organisatie. We brengen in beeld wat er allemaal al gebeurt en versterken de afstemmingen en samenwerking. De communicatiekalender wordt mede met dit doel opgesteld. We onderzoeken samen met NME in hoeverre een platform (energie en) klimaatadaptatie een toegevoegde waarde heeft en ook een plek behoeft. Doel: De inwoners ook medeverantwoordelijk maken voor het realiseren van een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente. S3 interne borging in processen Naast het meer zoeken naar interne samenwerking borgen we klimaatadaptatie ook in werkprocessen en beleid en regelgeving.

Klimaatadaptatie wordt een vaste toets bij bouw, inrichtings- en herstructureringsplannen. Zie ook A6. Doel: Het automatisch meenemen van het thema klimaatadaptatie in onze dagelijkse werkzaamheden. S4 opstellen en evalueren klimaatagenda De eerste eilandelijke agenda vormt ons vertrekpunt hoe we voor 2050 Schouwen-Duiveland Klimaatbestendig maken. Jaarlijks evalueren we de uitvoering van de klimaatagenda en houden we

vinger aan de pols. We monitoren de voortgang, stellen doelen bij of scherpen deze aan en agenderen nieuwe acties. Doel: inzicht krijgen in vorderingen van de uitvoering van de klimaatagenda. S5 verkennen subsidiekansen Jaarlijks verkennen we de subsidiemogelijkheden voor bewustwording en concrete acties op het gebied van klimaatadaptatie. Doel: Zoveel mogelijk gebruik maken van externe middelen naast onze eigen middelen om daardoor meer te kunnen doen. S6 platform biodiversiteit opzetten en beheren Om de samenwerking op het gebied van natuur- en biodiversiteit meer vorm en inhoud te geven wordt het platform biodiversiteit opgericht. De gemeente neemt daartoe het initiatief en betrekt relevante partijen bij dit platform. Gedacht wordt daarbij in eerste instantie aan de beheerders van het landschap, zoals provincie, Rijkswaterstaat, waterschap, maar ook de agrariërs (akkerranden), natuuren vogelwacht, SLZ en Zeeuwland zijn mogelijke deelnemers. Daarnaast willen we ook een structureel overleg opstarten met de grote beheerders van onze natuurgebieden (o.a. Staatsbosbeheer en Vereniging Natuurmonumenten) om overleg te hebben over onze behoud en versterking van onze natuurwaarden. Doel: Het versterken van de biodiversiteit is een belangrijk meerwaarde bij het nemen van klimaatadaptieve maatregelen.

Door het platform is er meer plaatselijke kennis en draagvlak voor deze maatregelen, waardoor de uitvoering sneller kan. S7 gezamenlijke uitvoering Klimaatadaptatie Strategie Zeeland (KaSZ) De Zeeuwse overheden hebben afgesproken ook bij de uitvoering van de KaSZ te blijven samenwerken. Schouwen-Duiveland ziet deze samenwerking als waardevol en levert hieraan een actieve bijdrage. Doel: de gezamenlijke uitvoering van het uitvoeringsprogramma van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland zorgt dat niet iedere gemeente het wiel hoeft uit te vinden, maar dat er, door gebruik te maken van het voorwerk van anderen in de samenwerking, meer acties opgepakt en uitgewerkt kunnen worden.

VITALE EN KWETSBARE INFRASTRUCTUUR V1 klimaatadaptief uitvoeren 150 kV-station Het is belangrijk dat vitale infrastructuur zo lang mogelijk intact blijft bij een calamiteit. Daarom is het ook belangrijk dat het nieuw te bouwen 150 kV station intact blijft bij onder meer een overstroming. Daar moet de gekozen locatie op getest worden en indien noodzakelijk dienen daar maatregelen genomen te worden dat deze vitale infrastructuur zo lang mogelijk intact zal blijven. Vooralsnog zal de bodem onder het station iets verhoogd worden. Dit zal door de landschappelijke inpassing nauwelijks te zien zijn. Doel: Maatregelen treffen om de vitale infrastructuur en het 150 kV station te beschermen tegen overstromingen. V2 uitvoeren stresstesten elektriciteit en telecom Betrokken bedrijven voeren een stresstest elektriciteit en telecom uit. Relevante conclusies en acties worden in overleg met de gemeente geagendeerd. Doel: Op basis van de stresstesten wordt inzichtelijk gemaakt wat de negatieve gevolgen en zwakke plekken zijn door klimaatverandering voor het onderdeel elektriciteit en telecom.

V3 uitvoeren stresstesten waterleiding Evides voert een stresstest drinkwater uit. Relevante conclusies en acties worden in overleg met de gemeente geagendeerd. Doel: Op basis van de stresstesten wordt inzichtelijk gemaakt wat de negatieve gevolgen en zwakke plekken zijn door klimaatverandering voor ons drinkwater, wat ons weer helpt om hierop te anticiperen. V4 actieplan/calamiteitenplan vitale en kwetsbare infrastructuur Op basis van de stresstesten wordt een actieplan vitale infrastructuur Schouwen-Duiveland opgesteld. Hierin staat opgenomen hoe we negatieve gevolgen van klimaatverandering voor vitale en kwetsbare infrastructuur kunnen beperken/voorkomen. Doel: Op basis van de stresstesten wordt inzichtelijk gemaakt wat de negatieve gevolgen van klimaatverandering voor vitale en kwetsbare infrastructuur zijn en hoe we deze kunnen beperken/voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13706463/1