CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

981116 Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Nieuwbouw sociale huurwoningen Bernhardstraat Julianastraat Burgh-Haamstede (981116)36.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het is niet kosteneffectief om al het materieel elektrisch in te zetten. Er is gekozen om de mobiele kraan, de mobiele midikraan en knikmops elektrisch uit te voeren. In deze situatie is er sprake van een toename van 0,03 mol/ha/j (1 hexagoon), een toename van 0,02 mol/ha/j (4 hexagonen) en een toename van 0,01 mol/ha/j (12

Juust

22

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

hexagonen). Om aan te tonen dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van de Natura 2000-gebieden is er een ecologische onderbouwing opgesteld door Tauw (zie Bijlage 6). In de 'voortoets stikstofdepositie' wordt verwezen naar de Omgevingswet. Op de betreffende aanvraag omgevingsvergunning is de Wet ruimtelijke ordening nog van toepassing. In het kader van de uitvoerbaarheidstoets moet er getoetst worden aan de geldende natuurwetgeving. De kaders van de voorheen geldende Wet natuurbescherming zijn niet gewijzigd onder de Omgevingswet. De stikstofberekening wijst uit dat het project leidt tot een toename van stikstofdepositie op 2 habitattypen. Voor habitattype H2180B Duinbossen (vochtig) is er geen sprake van een (naderend) overbelaste situatie. Negatieve effecten op dit habitattype als gevolg van stikstofdepositie zijn daarom op voorhand uitgesloten. Het habitattype wordt daarom niet nader beschouwd. Habitattype H2180C Duinbossen (binnenduinrand) is wel overbelast. Significant negatieve effecten zijn daarom niet op voorhand uitgesloten. Een te hoge stikstofdepositie is slechts een versnellende factor van het grootste knelpunt (verdroging) en niet de hoofdoorzaak van de bedreiging van de kwaliteit van het habitattype duinbossen binnenduinrand.

Stikstofdepositie is niet de belemmerende factor voor het toereikend houden van de kwaliteit van het habitattype. Aangezien de stikstofdepositie ten gevolge van het voornemen slechts klein en tijdelijk (max 0,03 mol/ha/jaar gedurende één jaar) is en de stikstofdepositie autonoom afneemt tot onder de kritische depositiewaarde voor 99% van het habitat in 2030 (AERIUS monitor, 2023) zal de kleine en tijdelijke stikstofdepositie geen significante gevolgen hebben voor het habitattype Duinbossen binnenduinrand die in de huidige situatie een overwegend goede kwaliteit heeft. Soortenbescherming Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten (dieren en planten). Er zijn geen sloopactiviteiten voorzien wel worden er bomen en struiken gerooid. De woningen worden gebouwd op een locatie die momenteel fungeert als grasveld en er zal een bomenrij gerooid worden, het kan zijn dat daardoor beschermde soorten worden gestoord. Een quickscan Wet natuurbescherming is benodigd. Door MaGRID is in augustus 2023 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 7). In de quickscan zijn de effecten van de planologische ontwikkeling op de dieren en planten binnen het plangebied in beeld gebracht.

Vogels Een negatief effect op beschermde nesten, leefgebied, rust- of voortplantingslocaties van (al dan niet wettelijk beschermde) vogels kan redelijkerwijs worden uitgesloten, mits aan de hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan. De aanwezigheid van broedvogels in het plangebied maken een start van de uitvoering van de bouwwerkzaamheden tijdens de broedtijd onwenselijk. Dit betekent dat de werkzaamheden ‘veilig’ kunnen worden gestart in de periode 15 augustus - 1 maart. Indien er eenmaal geregeld activiteiten zijn, kunnen deze ook in de broedtijd worden voortgezet. Kap van bomen en struiken dient per definitie plaats te vinden buiten de broedtijd, dus wél in de periode 15 augustus - 1 maart. Vleermuizen Een significant negatief effect op leefgebied, rust- of voortplantingslocaties van (wettelijk beschermde) vleermuizen kan worden uitgesloten. Er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Aandachtspunten bij uitvoering Aan de westzijde van het plangebied is de Japanse Duizendknoop waargenomen. De Japanse Duizendknoop is een invasieve exoot. Hiervan zijn meerdere forse planten aanwezig als ondergroei van de bomenrij. Bovendien is een ‘haard’ van enkele vierkante meters aanwezig in het gemaaide grasveld op het westelijke deel van de bouwkavel.

Dit verdient zeker aandacht bij graafwerkzaamheden: voorkom verdere verspreiding en probeer de plant plaatselijk ‘uit te roeien’. Dit voorkomt dat de soort later opduikt in tuinen en schade kan toebrengen aan bestrating en leidingen. Met in achtneming van het ecologisch werkprotocol vormt het aspect 'natuur' geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling. Bij de uitvoering dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de Japanse Duizendknoop en het kappen van bomen en struiken buiten de

Juust

23

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

broedtijd.

4.11

Niet gesprongen explosieven

De gemeente Schouwen-Duiveland beschikt over een nota en beleidskaart met hierin de locaties waar mogelijk niet gesprongen explosieven (NGE’s) in de bodem kunnen voorkomen. De kaart is opgesteld op basis van historisch onderzoek en wordt regelmatig geactualiseerd.

Afbeelding 6 | NGE kaart (bron: Gemeente Schouwen-Duiveland; bewerking: Juust B.V.) Het plangebied ligt binnen de gele en oranje zone en daarmee binnen een gebied met een verlaagde en verhoogde trefkans (zie afbeelding 6). Gelet op de grondroeringen die reeds hebben plaatsgevonden binnen het plangebied met het slopen van de gymzaal en slopen van de bedrijfsbebouwing is onderzoek naar niet gesprongen explosieven niet benodigd.

4.12

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. De gemeente kent een eigen verkeer- en vervoersplan 'Integraal Verkeer- en Vervoerplan Schouwen-Duiveland (IVVP 2017)'. De IVVP 2017 is een mobiliteitsplan waarin op hoofdlijnen is vastgesteld wat de gemeente op het gebied van verkeer en vervoer wil bereiken. Het verkeersbeleid is vastgelegd en is aan de hand van een aantal thema's vertaald in concrete doelen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Daarnaast heeft de gemeente een eigen parkeerbeleid 'Parkeerbeleid 2017-2020 Schouwen-Duiveland'. In het parkeerbeleid worden diverse aspecten rondom het parkeren in Schouwen-Duiveland behandeld, zoals parkeerregulering en de toegankelijkheid en het kwaliteitsniveau van

Juust

24

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

parkeerplaatsen. Parkeren De parkeernormen van de gemeente Schouwen-Duiveland zijn opgenomen in het gemeentelijk parkeerbeleid 2017-2020. De normen zijn gebaseerd op de gemiddelde parkeerkencijfers van het CROW. Hierbij zijn de kenmerken 'weinig stedelijk' en 'rest bebouwde kom' gehanteerd. De woningen vallen binnen de categorie sociale huur. Hiervoor wordt een gemiddelde parkeerbehoefte van 1,6 parkeerplaatsen per woning gehanteerd. In het 'parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland' is opgenomen dat bij nieuwbouw en/of uitbreiding van gebouwen op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid dient te worden voorzien en in stand te worden gehouden, overeenkomstig het 'Parkeerbeleid 2017-2020' of het daarvoor in de plaats tredende parkeerbeleid. Hierbij wordt de parkeernorm berekend over het nieuw te bouwen of het te wijzigen gedeelte. Van bovenstaande kan afgeweken worden indien op een andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien, in het geval dat de noodzakelijke parkeergelegenheid in onvoldoende mate op eigen terrein kan worden gerealiseerd. Op basis van de kencijfers is er een parkeerbehoefte van 12,8 (=13) parkeerplaatsen, waarvan 2,4 parkeerplaatsen voor bezoekers zijn. Gelet op de maatschappelijke opgave om meer sociale huurwoningen en het relatief kleine plangebied kan de parkeeropgave niet op eigen terrein worden ingevuld.

Binnen het plangebied zijn 8 parkeerplaatsen voorzien. Binnen het plangebied ontstaat daarmee een theoretisch tekort van 5 parkeerplaatsen. Aan de overzijde van het plangebied is een openbaar parkeerterrein met 25 parkeerplaatsen gesitueerd. Daarnaast zijn er direct tegenover het plangebied 9 langsparkeerplaatsen langs de Bernhardstraat gelegen. In totaal zijn er 34 openbare parkeerplaatsen in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig. In het gebied wordt overwegend ten behoeve van wonen geparkeerd. De bezetting is, zo blijkt uit luchtfoto's (Street View) uit 2014, 2022 en 2023 relatief laag. De maximum bezetting op het moment van de luchtfoto's varieert tussen de 2 en 14 geparkeerde auto's. Aannemelijk is dat de luchtfoto's op een doordeweekse dag overdag zijn genomen. Het aanwezigheidspercentage voor woningen in de avond- en nachturen en in het weekend ligt hoger, echter niet zodanig hoog dat daarmee de 34 beschikbare parkeerplaatsen volledig bezet zouden zijn. Daarmee is voldoende aannemelijk dat de 34 parkeerplaatsen kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte om de parkeerbehoefte van de resterende 5 parkeerplaatsen op te vangen. Overigens kunnen bezoekers (2,4 parkeerplaatsen) ook nog op grotere afstand van het plangebied parkeren indien nodig, de maximale loopafstand van bezoekers is groter.

Er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen, het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is eveneens uitgegaan van de kenmerken 'weinig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Er wordt een gemiddelde verkeersgeneratie van 5,6 per woning gehanteerd. De totale verkeersgeneratie voor het plangebied komt daarmee op 45 voertuigbewegingen per dag. Ontsluiting vindt plaats op de Bernhardstraat. De verkeersintensiteit op de Bernhardstraat bedraagt circa 2.500 motorvoertuigen per etmaal. Met het realiseren van de woningen is er sprake van een toename van 1,8% tot circa 2.545 motorvoertuigen per etmaal ten opzichte van de huidige situatie. De Bernardstraat is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met gemengd verkeer (fietsers op de rijbaan). Een verkeersintensiteit van 3.000 tot 4.000 motorvoertuigen is acceptabel voor dit type wegen. Naar verwachting zorgt de ruimtelijke ontwikkeling daarom niet voor verkeersoverlast of -onveiligheid. Daarnaast vervallen mogelijke verkeersbewegingen voor bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen. Het aspect verkeersgeneratie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Juust

25

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

4.13

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen.

Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in nabijheid van een Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening waterkering en dus ook niet binnen de houden met de daarvoor benodigde ruimte. beschermingszone van de waterkering. Voorkomen overlast door oppervlaktewater Er wordt in totaal verhard: Het plan biedt voldoende ruimte voor het 8 woningen * 80 m2 = 640 m2 vasthouden, bergen en afvoeren van water. 8 percelen * 40 m2 = 320 m2 Waarborgen van voldoende bouwpeil om Bestrating a 500 m2 overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening Totaal ca. 1.460 m2 extra verharding. De wens van het houden met de gevolgen van klimaatverandering en de waterschap om deze extra verharding te compenseren kans op extreme weersituaties. met 75mm waterberging wordt overgenomen waardoor er in totaal (1.460 m2 * 75mm =) 109,5 m3 waterberging gerealiseerd dient te worden. Deze waterberging wordt gevonden op locatie 1 of 2 in samenhang met twee andere ontwikkelingen B en C. Hierover is contact geweest met het waterschap (Wolfert Schwartz) en zal in samenwerking met de gemeente worden uitgewerkt. Het water van onderhavige ontwikkeling dient af te voeren op de secundaire watergang aan de Bernhardstraat.

Deze dient echter in het veld opnieuw geschouwd te worden om de afvoer naar de beoogde waterberging te kunnen borgen.

Juust

26

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het huishoudelijk afvalwater (DWA) wordt gescheiden Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ van het hemelwater (HWA) afgevoerd naar de RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. bestaande riolering van de Bernhardstraat en Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in Julianastraat. Hiervoor wordt een aparte verband met de reductie van hydraulische belasting van huisaansluiting voor vuilwater op de gemeentelijke de RWZI, het transportsysteem en het beperken van riolering aangebracht. Hemelwater wordt geloosd in de overstorten. sloot aan de noordwestzijde van het plangebied. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden Behoud of realisatie van een goede geen uitlogende materialen gebruikt. Er zijn (daardoor) grondwaterkwaliteit. Denk aan geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te grondwaterbeschermingsgebieden. verwachten. Oppervlaktewaterkwaliteit Er is geen sprake van oppervlaktewater. Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem.

Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid De volksgezondheid is niet in het geding. Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Niet van toepassing. Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Er is geen sprake van natte natuur. Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Aan de noordwestzijde van het plangebied is een Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden secundaire watergang gelegen waarop het hemelwater worden. Rekening houden met obstakelvrije afgevoerd dient te worden. Beheer van deze watergang onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande lijkt nu al een uitdaging i.v.m. particuliere percelen en (hout)beplanting. bereikbaarheid. Het functioneren van de watergang dient geborgd te zijn voor aanvang van de werken. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Juust

Niet van toepassing

27

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

Wegen in beheer bij het waterschap Niet van toepassing (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.14

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de dremeplwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is de volgende activiteit opgenomen: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (D.11.2).

De bijbehorende drempelwaarde is: a) een oppervlakte van 100 hectare of meer, b) een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer, of c) 200.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte of meer. Activiteit D11.2 is van toepassing. De gewenste ontwikkeling valt ver onder de bijbehorende drempelwaarden. Het gewenste plan is een stedelijk ontwikkelingsproject gezien de aard en omvang (zie voorgaande paragrafen). Een vormvrije m.e.r-beoordeling is noodzakelijk. Hiervoor is een aanmeldnotitie opgesteld (zie bijlage 8). Op basis van deze notitie (en voorgaande paragrafen) is gebleken dat het gewenste plan niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

4.15

Conclusie

De milieu- en andere sectorale aspecten ten aanzien van het onderhavige plan zijn onderzocht en hierboven toegelicht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

28

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

De gemeente voert de grondexploitatie voor zijn rekening en draagt het risico. De gemeente verkoopt de bouwgrond aan Zeeuwland. Het kostenverhaal van de verplicht te verhalen kosten verdisconteerd de gemeente in de grondprijs. Uit de grondexploitatie zal blijken dat de te maken kosten niet volledig worden gedekt uit de grondopbrengsten. Er is dus sprake van een tekort dat de gemeente voor zijn rekening neemt. De gemeente sluit dus feitelijk geen anterieure overeenkomst om kosten te verhalen. Eventuele planschade is volgens afspraak wel voor rekening van Zeeuwland.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzage legging omgevingsvergunning Het ontwerpbesluit wordt, tezamen met de aanvraag en de daarbij behorende stukken, zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen worden ingediend.

Juust

29

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

Juust

30

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

Bijlagen

Juust

31

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

Bijlage 1 Onderzoek windhinder

Juust

32

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

Notitie betreft:

Invloed bouwplan Bernhardstraat op windvang molen BurghHaamstede

datum:

20 oktober 2023 OO/JGZ/ /O 17038-2-NO

referentie:

1 Inleiding

Op de hoek tussen de Julianastraat en de Bernhardstraat te Burgh-Haamstede zijn acht woningen gepland. De geplande bouwhoogte is 7,5 meter. De planlocatie bevindt zich in de molenbiotoop van molen de Graanhalm. In het bestemmingsplan is een vrijwaringszone - molenbiotoop opgenomen, met de maximale bouwhoogte van 7 meter. De maximale overschrijding is 7,5 – 7 = 0,5 meter. Om vast te stellen in hoeverre deze overschrijding van de bouwhoogte effect heeft, is op indicatieve wijze inzichtelijk gemaakt wat de mogelijke invloed van de geplande bebouwing op de windvang van molen de Graanhalm is. 2 Situatie

Tussen molen de Graanhalm en de planlocatie bevindt zich bestaande bebouwing met een bouwhoogte van 10 meter, en bestaande bomen met een hoogte van circa 12 meter. Een hoogtekaart van de huidige bebouwingssituatie is te zien in f 2.1. De geplande hoogte van het plan is met 7,5 meter vergelijkbaar met de hoogte van de nabijgelegen bestaande bebouwing.

peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015

O 17038-2-NO 1

geplande bouwhoogte 7,5m

Bomen h=12m Bomen h=12m bestaand h=10m

molen

f 2.1 Hoogtekaart via AHN. 3 Windklimaat op de locatie

Voor de beschouwing van het windklimaat op de locatie van de molen wordt gebruik gemaakt van een windstatistiek volgens de NPR 6097:2006 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van de bijbehorende software wordt voor de specifieke locatie een windstatistiek berekend op basis van meteogegevens van een groot aantal meteostations en gegevens omtrent terreinruwheden tot 6 km afstand van de molen. De terreinruwheden van het omliggende gebied worden per categorie weergegeven in f 3.1. De kleur geeft de terreinruwheid aan. Rood staat bijvoorbeeld voor bebouwd gebied, met een zogeheten ruwheidslengte z 0 van 1,6 meter en blauw voor water met een z 0 van 0,001 meter.

O 17038-2-NO 2

f 3.1 Terreinruwheid tot 6 km afstand volgens NPR 6097 In f 3.2 wordt de windroos, gebaseerd op de middels de NPR 6097 berekende windstatistiek op 60 meter hoogte boven de molen, weergegeven. In de windroos wordt de kans op het voorkomen van wind uit een bepaalde richting aangegeven alsmede de verdeling van windsnelheden binnen de betreffende richtingen. Zoals te verwachten treden bij alle windrichtingen hoge windsnelheden op. De zuidwestenwind is op deze locatie het meest voorkomend. Met deze gegevens wordt rekening gehouden bij de beoordeling.

O 17038-2-NO 3

f 3.2 Windroos locatie molen volgens NPR 6097

f 3.3 Windstatistiek van de molenlocatie volgens NPR 6097 (60 meter hoogte)

O 17038-2-NO 4

4 Bepaling invloed windvang

Aan de hand van de windstatistiek zoals bepaald met de NPR 6097 is het potentiële windaanbod bij de molen berekend voor de sector corresponderend met de geplande bebouwing. Hiermee kan inzicht worden verkregen in de mogelijke invloed op het functioneren van de molen. Doordat de windstatistiek geldt voor 60 meter hoogte, wordt rekening gehouden met het windsnelheidsverloop met de hoogte. Het verloop wordt afhankelijk van de terreinruwheid berekend met de zogenaamde logwet. De terreinruwheid is op basis van gegevens zoals weergegeven in figuur 2.1 voor de sector overeenkomend met de planlocatie over een afstand tot 6 km ingeschat op een gemiddelde ruwheidslengte van 0,3 meter. In de omgeving is bij windrichtingen over bebouwing uitgegaan van een ruwheidslengte van 0,5 meter. Uitgangspunt is dat de molen kan functioneren bij uurgemiddelde windsnelheden tussen 5 m/s en 15 m/s op de askophoogte van de molen. Volgens de gegevens van deze molen op molendatabase.nl is de stellinghoogte van de molen 6 meter, en de vlucht 23,60 meter. De askophoogte is zodoende 23,60 / 2 + 6 = 17,80 meter. Door het windsnelheidsverloop met de hoogte komt dit overeen met een windsnelheidsbereik van 6,7 tot 19,5 m/s op de referentiehoogte van de windstatistiek. Het aantal uren binnen dit windsnelheidsbereik in de windstatistiek wordt gezien als de theoretisch bruikbare wind.

In f 4.1 is de hoeksector waarin de geplande bebouwing een belemmering voor de windaanvoer kan geven inzichtelijk gemaakt. Voor de bepaling van de hoeksector wordt worst-case uitgegaan van de uiterste punten van de horizontaal staande wiek.

O 17038-2-NO 5

Omgeving 45,2% van de tijd 96,4% van de capaciteit

Plan 1,7% van de tijd 3,6% van de capaciteit

omgeving

plan molen

f 4.1 Overzicht windaanbod bij de molen

Te zien is dat de geplande bebouwing een belemmering van de windaanvoer kan geven bij wind uit het noordoosten, in de hoeksector 31°-51°. Aan de hand van de windstatistiek is vastgesteld dat 4,9% van de tijd wind uit deze hoeksector komt. Doordat bij deze windrichting relatief lage windsnelheden optreden, valt gemiddeld slechts 35% van deze wind binnen het vermelde windsnelheidsbereik van de molen. Dit geeft theoretisch 1,7% van de tijd voor de molen bruikbare wind uit deze sector. Gedurende deze tijd, overeenkomend met 149 uren per jaar, is een niet nader bepaalde mate van verstoring van de windstroming te verwachten. De rest van de tijd, 98,3% van het aantal uren per jaar, komt de wind uit een andere richting, of valt de windsnelheid buiten het gehanteerde windsnelheidsbereik van de molen.

O 17038-2-NO 6

Om het genoemde percentage van 1,7% in perspectief te zetten is tevens gekeken naar het bruikbare windaanbod bij overige windrichtingen in de biotoop. In f 4.1 en t 4.1 zijn de resultaten samengevat.

t 4.1Samenvatting windaanbod molenbiotoop hoeksector

percentage van de tijd bruikbare wind

percentage t.o.v. totale capaciteit

plan 31° - 51°

1,7%

3,6%

overige windrichtingen

45,2%

96,4%

totaal 0 – 360°

46,9%

100%

Volgens de gehanteerde methode kan de molen per jaar theoretisch 46,9% van de tijd de wind benutten. 3,6% van deze capaciteit komt uit de richting van het bouwplan, 96,4% van de capaciteit is gerelateerd aan andere windrichtingen, waarbij geen wijziging zal optreden. De werkelijke invloed van realisatie van de geplande bebouwing valt hiermee in het bereik van 0,0% tot 1,7% van de tijd of 0,0% tot 3,6% van de theoretisch bruikbare wind. Hierbij moet worden opgemerkt dat in de theoretische bepaling globaal rekening gehouden wordt met de aanwezige belemmeringen middels de locatie specifieke windroos, maar geen rekening gehouden is met de zeer plaatselijke omstandigheden. Bij een maximale invloed zou de windvang uit de richting van de geplande bebouwing volledig wegvallen ten opzichte van de theoretische situatie. Door bestaande belemmeringen in de vorm van de aanwezige 10 meter hoge bebouwing en bomen met een hoogte van circa 12 meter, zal het windpotentieel uit deze windrichting ook in de bestaande situatie niet volledig benut kunnen worden. Dit dempt eventuele negatieve effecten ten gevolge van de nieuwbouw van 7,5 meter hoogte aanzienlijk. Het effect van het plan op de windvang van de molen de Graanhalm zal zodoende laag in de bandbreedte zijn.

Deze notitie bevat 7 pagina’s

O 17038-2-NO 7

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek

Juust

40

Bernhardstraat/Julianastraat Burgh-Haamstede

Akoestisch onderzoek Nieuwbouwplan Bernhardstraat/ Julianastraat Te Burgh-Haamstede

Projectnummer

: BP.2345.R01

Revisie

:2

Rapportdatum

: 1 december 2023

Auteur

: D. Kraaij

Opdrachtgever

: Juust Goessestraatweg 17a 4421 AD Kapelle

Contactpersoon

: De heer R. Lobbezoo

Kraaij Akoestisch Adviesbureau Frisodonk 5 4707 VG Roosendaal T: 0165-544833 M: 06-10078854 E: info@kraaijbv.nl

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 3

2

BEOORDELINGSKADER WEGVERKEERSLAWAAI ......................................................................................... 4 2.1 2.2

3

ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 4 GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING ........................................................................................................................ 4

UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING ................................................................................. 5 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 5 NIEUWBOUWPLAN ......................................................................................................................................... 5 VERKEERSGEGEVENS ....................................................................................................................................... 6 REKENMETHODE ............................................................................................................................................ 7 MODELLERING .............................................................................................................................................. 7

4

REKENRESULTATEN EN BEOORDELING GELUIDBELASTING ........................................................................ 9

5

INDUSTRIELAWAAI .................................................................................................................................. 11 5.1 TOETSINGSKADER......................................................................................................................................... 11 5.2 BEOORDELING WOON- EN LEEFKLIMAAT ........................................................................................................... 11 5.2.1 Uitgangspunten ............................................................................................................................... 11 5.2.2 Modellering...................................................................................................................................... 12 5.3 REKENRESULTATEN....................................................................................................................................... 12 5.3.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ........................................................................................... 12 5.3.2 Maximaal geluidniveau ................................................................................................................... 12

6

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 14 6.1 6.2 6.3

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 14 AKOESTISCH WOON- EN LEEFKLIMAAT/GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING .................................................................. 14 INDUSTRIELAWAAI........................................................................................................................................ 14

Bijlagen

Bijlage I : Bijlage II : Bijlage III : Bijlage IV : Bijlage V : Bijlage VI : Bijlage VII:

Figuren

Figuur 1 : Figuur 2 : Figuur 3 : Figuur 4 :

BP.2345.R01.rev2

Modelgegevens wegverkeerslawaai model Rekenresultaten wegverkeerslawaai Bronvermogens per vierkante meter Aanvullende brongegevens industrielawaai model Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Rekenresultaten maximaal geluidniveau Aanvullende brongegevens en rekenresultaten maximaal geluidniveau incl. scherm

Overzicht modellering Weergave ligging toetspunten Weergave industrielawaai model Situering geluidscherm

pagina 2

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

1

INLEIDING

In opdracht van Juust is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting op twee bouwblokken met maximaal 8 woningen op de kruising van de Bernhardstraat en de Julianastraat in Burgh-Haamstede. Het perceel is op dit moment een groenstrook en heeft een maatschappelijke bestemming. Om het nieuwbouwplan mogelijk te maken dient het perceel van een woonbestemming te worden voorzien. Hiervoor dient een uitgebreide Omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Het akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van deze procedure. Op basis van de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting op nieuwe bestemmingen, welke binnen de geluidzone van een weg of spoorweg zijn gelegen, worden bepaald. De berekende geluidbelasting wordt daarbij getoetst aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder (Wgh). Het nieuwbouwplan ligt niet binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein. Toetsing aan de normen aan de Wet geluidhinder is dus niet noodzakelijk. Voor de wegen in de directe omgeving van het plangebied, de Bernhardstraat en de Julianastraat, geldt een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk de geluidbelasting van dergelijke wegen te beschouwen, als de geluidbelasting vanwege deze wegen relevant geacht wordt voor de beoogde ontwikkeling. Aan de zuidwestkant van de onderzoekslocatie bevindt zich een dorpshuis en kinderopvang. Voor een dorpshuis en een kinderopvang (milieucategorie 2) geldt een richtafstand van 30 meter. Indien binnen die richtafstand woningen worden gerealiseerd, dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidbelasting en dient een beoordeling van het woon- en leefklimaat plaats te vinden. Het akoestisch onderzoek heeft dus tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai en het geluid van het dorpshuis en de kinderopvang te bepalen en te toetsen aan de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening. De genoemde geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai in dit rapport zijn inclusief aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder, tenzij anders is vermeld. Deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.

Voor onderhavig onderzoek is gebruikt gemaakt van de volgende informatie: • Digitale ondergrond van het onderzoeksgebied, gedownload via de website van het kadaster/Georegister; • Google Earth/Google Streetview; • AHN-viewer; • Ruimtelijke plannen; • Verkeersgegevens Bernhardstraat, aangeleverd door de opdrachtgever; • Verkavelingsstudie Bernhardstraat-Julianastraat Burgh-Haamstede d.d. 14-6-2023; • Informatie omtrent het gebruik van het dorpshuis en het kinderdagverblijf, aangeleverd door de opdrachtgever; • Dataset met panden uit het 3D omgevingsmodel voor geluid van het kadaster, gedownload van PDOK; • Dataset met bodemgebieden van BGT, gedownload van PDOK.

Leeswijzer De hoofdstukken 2 tot en met 4 hebben betrekking op het wegverkeerslawaai aspect. De uitgangspunten en resultaten van de industrielawaai berekeningen zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 omvat tenslotte de conclusie.

BP.2345.R01.rev2

pagina 3

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

2

BEOORDELINGSKADER WEGVERKEERSLAWAAI 2.1

Algemeen

Conform de Wet geluidhinder worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of het doorlopen van een uitgebreide Omgevingsvergunningsprocedure de waarden van de geluidbelasting van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, in acht genomen. Op grond van artikel 74 lid 2 van de Wet geluidhinder hebben wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied of waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/ uur geen zone. Dit betekent ook dat de Wet geluidhinder dan niet van toepassing is. Het plangebied ligt weliswaar in stedelijk gebied, maar dit betreft een 30 km/u gebied, waardoor in onderhavige situatie voor het nieuwbouwplan het normenhuis van de Wet geluidhinder dus niet van toepassing is. 2.2

Goede ruimtelijke ordening

De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/u-wegen, omdat er aldaar geen zones gelden. Deze wegen veroorzaken meestal geen geluidbelastingen boven de voorkeurswaarde. Dat kan wel voorkomen bij een klinkerweg of een weg met relatief veel verkeer. In de jurisprudentie is om deze reden bepaald dat een akoestische afweging bij het opstellen van een ruimtelijk plan nodig is met een verwijzing naar een goede ruimtelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat, wordt de geluidbelasting vanwege de meest nabij gelegen wegen berekend. Dit betreffen de Bernhardstraat en de Julianastraat. Buiten de twee genoemde wegen worden de wegen in de onderzoeksomgeving buiten beschouwing gelaten, omdat zij op grotere afstand liggen, nagenoeg volledig worden afgeschermd door bebouwing en/of een lage verkeersintensiteit kennen. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting is aangesloten bij de benaderingswijze zoals de Wgh deze hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wgh als maximaal aanvaardbare waarde.

Hierbij zal, in lijn met de Wgh, eveneens een aftrek van 5 dB worden toegepast. De geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai is tevens kwalitatief beoordeeld volgens de MilieuKwaliteitsMaat, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Hierbij wordt geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. Tabel 2.1: Milieukwaliteitsmaat gecumuleerde geluidbelasting (bron: Miedema) Geluidbelasting Kwalificatie < 45 dB

Zeer goed

46 - 50 dB

Goed

51 – 55 dB

Redelijk

56 – 60 dB

Matig

61 – 65 dB

Tamelijk slecht

66 – 70 dB

Slecht

>70 dB

Zeer slecht

Bovendien kan er voor een goed akoestisch klimaat naar gestreefd worden dat bij elke woning een geluidluwe gevel aanwezig is of, indien dat niet mogelijk is, er tenminste een geluidluwe buitenruimte is.

BP.2345.R01.rev2

pagina 4

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

3

UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING 3.1

Algemeen

Het nieuwbouwplan is gelegen in het centrum van Burgh-Haamstede, aan de noordwestzijde van de kruising van de Bernhardstraat en de Julianastraat. Het perceel is kadastraal bekend met nummers WTS00-C-660 en WTS00-C-3142 bij de voormalige gemeente Westerschouwen (nu Schouwen-Duiveland). De percelen zijn thans een groenstrook. Ten noordwesten van het plangebied bevinden zich de tuinen van de woningen aan de Burghseweg. Aan de noordoostzijde wordt het plangebied begrensd door de Bernhardstraat. Aan dit gedeelte van de Bernhardstraat bevinden zich enkele vrijstaande woningen. Aan de zuidoostzijde wordt het plangebied begrensd door de Julianastraat. Aan de zuidzijde van de Julianastraat bevinden zich vrijstaande woningen. Ten zuidwesten van het plangebied bevinden zich het dorpshuis “De Schutse” en kinderopvang Wiedewei. De Julianastraat loopt dood op een parkeerterrein. Dit parkeerterrein wordt gebruikt voor de aanliggende basisscholen “Onder de Wieken” en “Kirreweie”. In onderstaande figuur is het onderzoeksgebied weergegeven, met daarin de onderzoekslocatie rood gekleurd.

De Wiedeweie

De Schutse

Figuur 3.1 Weergave onderzoeksgebied en ligging onderzoekslocatie.

3.2

Nieuwbouwplan

Het plan is om op de onderzoekslocatie maximaal 8 levensloopbestendige woningen te bouwen. De woningen zijn met de voorgevel gericht naar de Bernhardstraat of de Julianastraat. Aan de noordzijde wordt een in- en uitrit gerealiseerd voor de ontsluiting van een parkeerterrein met minimaal 8 parkeerplaatsen aan de westzijde van de onderzoekslocatie. Er wordt vanuit gegaan dat de woningen maximaal 7,5 meter hoog worden. In onderstaande figuur is een plattegrond van de nieuwe situatie opgenomen.

BP.2345.R01.rev2

pagina 5

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

Figuur 3.2: Weergave situatie en bestemming planlocatie (bron: Verkavelingsstudie WTS Architecten).

3.3

Verkeersgegevens

Voor de berekening van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is het noodzakelijk de samenstelling van het verkeer (lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen 1) en de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00 - 19.00 uur), de avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) te kennen. In het rekenmodel is uitgegaan van verkeerscijfers voor het prognosejaar 2033, minimaal 10 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. De Bernhardstraat wordt beheerd door de gemeente Schouwen-Duiveland. Namens de gemeente is door de opdrachtgever aangegeven dat voor de Bernhardstraat een etmaalintensiteit van maximaal 2500 mtv/ etmaal kan worden aangehouden voor het prognosejaar 2033. Van de Julianastraat zijn geen verkeersgegevens beschikbaar. Omdat de Julianastraat als ontsluitingsroute van de twee basisscholen (bij elkaar ca. 200 leerlingen) fungeert, er langs de Julianastraat nog negen woningen liggen en het verkeer langs deze kant niet richting de Margrietstraat kan vanwege het ingestelde éénrichtingsverkeer, is een prognose van 1000 mtv/etmaal aannemelijk. Voor de etmaal- en voertuigverdeling is voor de Bernhardstraat uitgegaan van een wijkverzamelweg en voor de Julianastraat van een buurtverzamelweg.

1

Onder lichte motorvoertuigen worden motorvoertuigen op drie of meer wielen verstaan, met uitzondering van de in categorie ’middelzwaar’ en ‘zwaar’ bedoelde motorvoertuigen. Middelzware motorvoertuigen zijn gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd. Zware motorvoertuigen zijn gelede motorvoertuigen, alsmede voertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.

BP.2345.R01.rev2

pagina 6

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

In het onderzoek is ervan uitgegaan dat de huidige wegdekverharding, verkeerssnelheid en voertuigverdeling op de wegen eveneens van toepassing blijft op de toekomstige situatie. De wegdekverharding bestaat uit dichtasfalt beton (DAB, W0 referentiewegdek in het rekenmodel), met uitzondering van de kruising van de Bernhardstraat met de Julianastraat. De kruising is verhard met klinkers in keperverband (W9a in het rekenmodel). 3.4

Rekenmethode

In onderhavige situatie is de maximale snelheid op de betrokken wegen 30 km/uur en is het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 niet van toepassing. Er is daarom gerekend volgens de CROW publicatie 965 “Handreiking berekenen wegverkeerslawaai bij 30 km/uur”. Bij de berekening van de geluidbelastingen volgens standaard-rekenmethode II is gerekend met één reflectie en een sectorhoek van twee graden. 3.5

Modellering

Ten behoeve van de berekeningen is een driedimensionaal computersimulatie model opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het door DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V. ontwikkelde computerprogramma "GEOMILIEU”, versie 2023.1. Voor het tot stand komen van het model is gebruik gemaakt van kadastrale kaarten uit het Georegister, het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), een geïmporteerde dataset met bodemgebieden van BGT, een geïmporteerde dataset met panden van het 3D Omgevingsmodel voor Geluid van het Kadaster, informatie van de opdrachtgever en Google-Earth/Streetview. Alle gebouwen zijn als reflecterende objecten ingevoerd (reflectiefactor = 0,8). De gebouwen binnen het onderzoeksgebied zijn overgenomen uit de verkavelingsstudie, waarbij uit is gegaan van de maximale variant van acht woningen. Als hoogte voor de woningen is uitgegaan negen meter (maximaal drie bouwlagen). De omgeving kenmerkt zich door de aanwezigheid van relatief grote tuinen rondom het onderzoeksgebied. De bodemfactor van het rekenmodel staat daarom standaard op een zachte, absorberende ondergrond (Bf=1). De wegen in het onderzoeksgebied zijn als harde, reflecterende bodemgebieden ingevoerd (Bf =0). De planlocatie is ingevoerd als een half hard bodemgebied (Bf =0,5). Dit is gedaan, omdat de tuin van de toekomstige woning zal worden ingericht met borders en gras, afgewisseld met bestrating.

De bouwvlakken zijn als object in het rekenmodel ingevoerd met een hoogte van 9 meter. Verdeeld over de randen van de bouwvlakken zijn toetspunten gemodelleerd, waarmee de geluidbelasting per bouwlaag kan worden berekend. De eerste toetshoogte ligt op 1,5 meter boven maaiveld, overeenkomend met stahoogte vanaf de vloer op de begane grond. Bovendien is ook nog een toetshoogte ingevoerd op stahoogte vanaf beide verdiepingsvloeren. Zodoende is bij de nieuwbouwwoning gerekend met toetspunten op 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter boven maaiveld. Op deze manier is het verloop in geluidbelasting op de gevels inzichtelijk gemaakt, zonder rekening te houden met een mogelijke indeling van de woningen. In de omgeving van het onderzoeksgebied is geen significant hoogteverschil aanwezig en daarom ook niet in de modellering opgenomen. Het rekenmodel heeft standaard een maaiveldhoogte van 1 meter + NAP, overeenkomstig de gemiddelde maaiveldhoogte in het onderzoeksgebied. Het gemotoriseerd verkeer op de wegen is als een rijlijn per weg in het rekenmodel ingevoerd. Hiermee wordt de geluidemissie als gevolg van de voertuigen op de weg berekend. De bronhoogte van de weg is 0,75 meter. Figuur 1 geeft een overzicht van de modellering van de wegen, bodemgebieden en de gebouwen weer. Langs de wegen zijn de wegnummers opgenomen. Deze corresponderen met de wegnummers in bijlage I.

In figuur 2 is ingezoomd op de planlocatie en omvat de weergave van de toetspunten.

BP.2345.R01.rev2

pagina 7

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

In bijlage I zijn alle modelgegevens in numerieke vorm opgenomen. Onderstaande figuur geeft de modellering in 3D weer.

Figuur 3.3: 3D weergave modellering (bron: rekenmodel)

BP.2345.R01.rev2

pagina 8

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

4

REKENRESULTATEN EN BEOORDELING GELUIDBELASTING

De geluidbelasting op de bouwblokken als gevolg van de Julianastraat en de Bernhardstraat is berekend in Lden en met 5 dB aftrek in navolging van artikel 110g van de Wet geluidhinder. De rekenresultaten zijn in bijlage II in numerieke vorm opgenomen en grafisch weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 4.1: Rekenresultaten 30 km/u wegen met aftrek van 5 dB.

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten hoogste 52 dB bedraagt op de noordoostelijke rand van het bouwblok langs de Bernhardstraat en de zuidoostelijke rand van het bouwblok langs de Julianastraat. Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat niet wordt voldaan aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. Wel wordt voldaan aan de maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB in lijn met de Wgh. Aangezien er geen sprake is van toetsing aan de Wet geluidhinder, is geen sprake van relevante blootstelling aan één of meerdere geluidbronnen en kan op basis van de Wgh een cumulatieberekening achterwege blijven. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat is een cumulatieberekening echter wel het uitgangspunt. De gecumuleerde geluidbelasting is in dit geval gelijk aan de hierboven berekende geluidbelasting, maar dan zonder aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande figuur is de gecumuleerde geluidbelasting zonder aftrek weergegeven.

BP.2345.R01.rev2

pagina 9

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

Figuur 4.2: Gecumuleerde rekenresultaten wegverkeerslawaai, zonder aftrek.

De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 57 dB op de naar de weg gerichte gevels. Het woon- en leefklimaat is hier “matig”. Op de achtergevels varieert de gecumuleerde geluidbelasting van 32 tot 50 dB. Het woon- en leefklimaat is hier “zeer goed” tot “goed”. Op de zijgevels is sprake van een groot verschil in geluidbelastingen. Voor het noordelijke bouwblok langs de Bernhardstraat bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting op de zijgevels 52 tot 53 dB, hetgeen overeenkomt met een “redelijk” woon- en leefklimaat. Op het zuidelijke bouwblok langs de Julianastraat bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting op de zuidwestelijke zijgevel 47 dB, hetgeen overeenkomt met een “goed” woon- en leefklimaat. Op de noordoostelijke zijgevel is de gecumuleerde geluidbelasting 57 dB, hetgeen overeenkomt met een “matig” woon- en leefklimaat.

BP.2345.R01.rev2

pagina 10

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

5

INDUSTRIELAWAAI 5.1

Toetsingskader

Bij wijziging van een bestemmingsplan moet aangetoond worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor het aspect ‘geluid’ zijn in de VNG brochure “Bedrijven en Milieuzonering” richtafstanden opgenomen voor bedrijvigheid ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. De richtafstanden zijn afhankelijk van de milieucategorie van de bedrijven en de gebiedstypering. Als de richtafstanden worden gerespecteerd is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het is mogelijk om een ontwikkeling binnen de richtafstanden planologisch mogelijk te maken, mits aangetoond wordt dat aan bepaalde geluidrichtlijnen wordt voldaan. Gebiedstypering De VNG-brochure onderscheidt twee gebiedstyperingen: 1. Rustige woonwijk en rustig buitengebied 2. Gemengd gebied Een “rustige woonwijk en rustig buitengebied” is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van enkele wijk gebonden voorzieningen zijn er vrijwel geen andere functies. Er is weinig storend verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype is een rustig buitengebied (inclusief eventueel verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een “gemengd gebied” is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen kunnen winkels, horeca of kleine bedrijven voorkomen.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere activiteiten kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het gemengd gebied. De directe omgeving van het plangebied is te kenmerken als een “rustige woonwijk”. Milieucategorie en richtafstand Een kinderdagverblijf en een dorpshuis hebben een richtafstand van 30 meter (milieucategorie 2) volgens de VNGpublicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Geluidrichtlijn Voor de gebiedstypering “rustige woonwijk” geldt op grond van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” een richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 65 dB(A) in de dag-, 60 dB(A) in de avond- en 55 dB(A) in de nachtperiode voor het maximaal geluidniveau. 5.2

Beoordeling woon- en leefklimaat

Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt ervan uitgegaan dat zich elk willekeurig milieucategorie 2 bedrijf hier kan vestigen in een “planologisch maximaal scenario”. 5.2.1 Uitgangspunten Voor het bepalen van de geluidsuitstraling van een milieucategorie 2 bedrijf is uitgegaan van richtafstanden voor geluid, zoals opgenomen in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, zie ook hoofdstuk 2. Deze richtafstanden zijn omgezet naar een geluidsemissie per vierkante meter (kental). Deze kengetallen zijn ontleend aan een studie die is uitgevoerd door DGMR 2. De bronvermogens, gerelateerd aan het perceel oppervlak, zijn opgenomen in bijlage III. De bedrijfsbestemming heeft een oppervlakte van ca. 5600 m2. Het bijbehorend bronvermogen bedraagt 53 dB(A) per vierkante meter, zie ook bijlage III. 2

Zie bestemmingsplan “Havens” gemeente Schiedam.

BP.2345.R01.rev2

pagina 11

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

5.2.2 Modellering In een kopie van het wegverkeerslawaai model is de bebouwing op het perceel van het dorpshuis en de kinderopvang verwijderd en op het perceel een oppervlaktebron met een bronvermogen van 53 dB(A) per vierkante meter gemodelleerd. Op de rand van het gebied zijn op diverse posities geluidbronnen gemodelleerd met een bronvermogen van 100 dB(A). Deze bron is representatief voor bijvoorbeeld een roepend kind of een startende auto. Deze kortstondige verhoging van het geluidniveau veroorzaakt een piekgeluid of te wel een maximaal geluidniveau bij de woningen. Deze bron is dus representatief voor het optredend maximaal geluidniveau. Het onderliggend bodemgebied van de maatschappelijke bestemming is al akoestisch half hard beschouwd (afwisselend groen en bestrating). De aanvullende modelgegevens zijn opgenomen in bijlage IV. De modellering is grafisch weergegeven in figuur 3. 5.3

Rekenresultaten

5.3.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau De rekenresultaten van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau zijn opgenomen in bijlage V en grafisch weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 5.1.: Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten hoogste 45 dB(A) etmaalwaarde bedraagt op het meest zuidelijke bouwblok. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A() etmaalwaarde. 5.3.2 Maximaal geluidniveau De rekenresultaten van het maximaal geluidniveau zijn opgenomen in bijlage VI. De rekenresultaten van het maximaal geluidniveau kunnen vanwege software technische redenen niet grafisch worden weergegeven.

BP.2345.R01.rev2

pagina 12

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

Het maximaal geluidniveau bedraagt ten hoogste 62 dB(A) op het meest zuidelijke bouwblok. De richtwaarde van 65 dB(A) in de dagperiode wordt niet overschreden. De richtwaarde van 60 dB(A) in de avondperiode wordt alleen overschreden op toetspunt T_09. Dat is de zijgevel (zuidelijke gevel) van het meest zuidelijke bouwblok. De richtwaarde van 55 dB(A) wordt in de nachtperiode overschreden op de oostelijke (zij)gevel en een gedeelte van de zuidelijke (achter)gevel van het noordelijke bouwblok en op de zuidelijke (zij)gevel en een gedeelte van de westelijke (achter)gevel van het zuidelijke bouwblok. In onderstaande figuur zijn de overschrijdingen in kleur weergegeven. De groene lijn betekent een overschrijding van de richtwaarde in de nachtperiode en de blauwe lijn een overschrijding in de avond- én nachtperiode.

Figuur 5.2: Weergave overschrijdingen richtwaarde maximaal geluidniveau

BP.2345.R01.rev2

pagina 13

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

6

CONCLUSIE EN ADVIES 6.1

Algemeen

In opdracht van Juust is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting op twee bouwblokken met maximaal 8 woningen op de kruising van de Bernhardstraat en de Julianastraat in Burgh-Haamstede. Het perceel is op dit moment een groenstrook en heeft een maatschappelijke bestemming. Om het nieuwbouwplan mogelijk te maken dient het perceel van een woonbestemming te worden voorzien. Hiervoor dient een uitgebreide Omgevingsvergunning procedure te worden doorlopen. Het akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van deze procedure. Het nieuwbouwplan ligt niet binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein. Toetsing aan de normen aan de Wet geluidhinder is dus niet noodzakelijk. Voor de wegen in de directe omgeving van het plangebied, de Bernhardstraat en de Julianastraat, geldt een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel de geluidbelasting van deze wegen onderzocht en is een kwalitatieve beoordeling van het woon- en leefklimaat uitgevoerd. Aan de zuidwestkant van de onderzoekslocatie bevindt zich een dorpshuis en kinderopvang. Voor een dorpshuis en een kinderopvang (milieucategorie 2) geldt een richtafstand van 30 meter.

De planontwikkeling vindt plaats binnen de richtafstand. Daarom is een geluidonderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege de milieucategorie 2 bestemming, op basis van de maximaal planologische situatie. 6.2

Akoestisch woon- en leefklimaat/Goede ruimtelijke ordening

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten hoogste 52 dB bedraagt op de noordoostelijke rand van het bouwblok langs de Bernhardstraat en de zuidoostelijke rand van het bouwblok langs de Julianastraat. Er wordt niet geheel voldaan aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. Wel wordt voldaan aan de maximale waarde van 63 dB voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 57 dB op de naar de weg gerichte gevels. Het woon- en leefklimaat is daar “matig”. Op de achtergevels varieert de gecumuleerde geluidbelasting van 32 tot 50 dB. Het woon- en leefklimaat is hier “zeer goed” tot “goed”. Aangezien er sprake is van een “zeer goed” tot “goed” woon- en leefklimaat ter plaatse van de achtergevels van de bouwblokken, is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gevels en buitenruimtes aan deze zijden zijn immers geluidluw. 6.3

Industrielawaai

Er wordt voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Er is dus sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanuit oogpunt van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. De richtwaarde van 65 dB(A) in de dag-, 60 dB(A) in de avond- en 55 dB(A in de nachtperiode wordt overschreden op een gedeelte van de bouwblokken. De overschrijding vindt alleen in de avond- en nachtperiode plaats. Deze conclusie is gebaseerd op de maximaal planologische situatie, indien de geluidbron zich precies op de rand van de maatschappelijke bestemming bevindt.

BP.2345.R01.rev2

pagina 14

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

Om te kunnen voldoen aan de richtwaarde van 60 dB(A) in de avond- en 55 dB(A) in de nachtperiode wordt geadviseerd om: 1. De zuidwestelijke gevel van het bouwblok bij toetspunt 9 uit te voeren als een “dove” gevel. Een “dove” gevel is een gevel zonder te openen delen. Er mag dus wel een raam in zitten, maar die moet niet te openen zijn. De “dove” gevel dient planologisch te worden vastgelegd. Door dit geveldeel als “dove” gevel uit te voeren, hoeft deze gevel niet in de toetsing te worden betrokken en vervalt de overschrijding van de richtwaarde; 2. Op de erfgrens met de maatschappelijke bestemming dient een geluidscherm geplaatst te worden met een schermhoogte van 3 meter. Het scherm is weergegeven in figuur 4 bij deze rapportage. Voor de berekening van de juiste schermhoogte zijn nog extra geluidbronnen ingevoerd, zie eveneens figuur 4. De brongegevens van de extra toegevoegde geluidbronnen en de rekenresultaten van het maximaal geluidniveau na toepassing van het scherm zijn opgenomen in bijlage VII. Uit de rekenresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de richtwaarde van 65 dB(A) in de dag-, 60 dB(A) in de avond- en 55 dB(A) in de nachtperiode, met uitzondering van toetspunt 9 waarvoor verwezen wordt naar punt 1.

BP.2345.R01.rev2

pagina 15

01-12-2023

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

BIJLAGEN

Akoestisch onderzoek Bernhardstraat/ Julianastraat te Burg-Haamstede

BIJLAGE I Modelgegevens wegverkeerslawaai model

Bijlage I Modelgegevens Model: Groep: Naam 1 2 3 4 5

eerste model versie van Burgh-Haamstede - Burgh-Haamstede (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Bernhardstraat Bernhardstraat Bernhardstraat Julianastraat Julianastraat

Wegdek W0 W9a W0 W9a W0

V(LV(D)) 30 30 30 30 30

V(LV(A)) 30 30 30 30 30

V(LV(N)) 30 30 30 30 30

V(MV(D)) 30 30 30 30 30

V(MV(A)) 30 30 30 30 30

Geomilieu V2023.1 Licentiehouder: Kraaij Akoestisch Adviesbureau

V(MV(N)) 30 30 30 30 30

V(ZV(D)) 30 30 30 30 30

V(ZV(A)) 30 30 30 30 30

V(ZV(N)) 30 30 30 30 30

Totaal aantal 2500,00 2500,00 2500,00 1000,00 1000,00

%Int(D) 6,54 6,54 6,54 6,54 6,54

%Int(A) 3,76 3,76 3,76 3,76 3,76

%Int(N) 0,81 0,81 0,81 0,81 0,81

%LV(D) 93,46 93,46 93,46 94,59 94,59

%LV(A) 93,46 93,46 93,46 94,59 94,59

24-10-2023 14:30:33

Bijlage I Modelgegevens Model: Groep: Naam 1 2 3 4 5

eerste model versie van Burgh-Haamstede - Burgh-Haamstede (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %LV(N) 93,46 93,46 93,46 94,59 94,59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14032082/1