981108 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
26
Figuur 7
Uitsnede Atlas leefomgeving
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik van een bijgebouw bij een woning als kleinschalige B&B. De afstand tot objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt is voldoende groot. De veiligheid voor nieuwe gebruikers is geborgd. De bereikbaarheid van de besluitlocatie voor hulpdiensten en de beschikbaarheid van blusmiddelen worden in het kader van het vooroverleg beoordeeld door de veiligheidsregio.
4.12 Vormvrije MER-beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moeder-besluit. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Ingeval de vormvrije m.e.r.-beoordeling als resultaat heeft dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten moet die conclusie door het bevoegd gezag worden opgenomen in de tekst van het uiteindelijke besluit in de moederprocedure.
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
27
Besluitgebied Onderliggende onderbouwing maakt geen ontwikkelingen mogelijk die zijn opgenomen in bijlage II van het Besluit m.e.r.. De milieugevolgen ten gevolge van de geplande ontwikkeling zijn onderzocht in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. Uit de beoordeling van het effect van de ontwikkeling op het milieu, blijkt dat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling zonder significante milieueffecten. Onderliggende paragraaf met bijbehorende bijlagen kan worden aangemerkt als een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Conclusie Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is het opstellen van een milieueffectbeoordeling niet noodzakelijk gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het besluitgebied is gelegen en het gebied waarop het effect zou kunnen hebben.
4.13 Water Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Het besluitgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Visie Waterbeheer 2050. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) wat betreft het bereiken van een Goed Ecologisch potentieel. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • • • •
Waarborgen van waterveiligheid; Zorgen voor mooi en schoon water; Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie; Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving;
• •
Verduurzaming van het watergebruik; Onderhoud van waterschapswegen.
In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1 van het Bro is vastgelegd dat bij het opstellen van het bestemmingsplan overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. 4.13.1 Watertoets Het waterschap heeft een Handreiking watertoets opgesteld met daarin een watertoetstabel. Aan de hand van deze tabel kan het waterschap nagaan of het plan past binnen de waterdoelstellingen. In de beoogde situatie neemt het bebouwd oppervlak niet toe ten opzichte van de uitgangssituatie. Ten aanzien van het huidige gebruik verandert alleen de vestiging van een kleinschalige B&B in een vrijstaand bijgebouw bij een woning.
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
28
Veiligheid waterkeringen Het besluitgebied bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Er is geen effect op de waterveiligheid. In de directe omgeving van de besluitlocatie bevindt zich geen watergang of bijbehorende beschermingszone die wordt beschermd op basis van de Keur. Er is geen effect op de waterhuishoudkundige situatie. Voorkomen van overlast door oppervlaktewater Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de plannen niet toe. Er verdwijnt geen open water door de ontwikkeling. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater Het schone hemelwater wordt afgekoppeld en zo veel mogelijk ter plaatse geïnfiltreerd. Hergebruik van hemelwater ter plaatse is in beperkte mate mogelijk door middel van opvang in regentonnen. Het huishoudelijk afvalwater wordt reeds afgevoerd via het gemeentelijk riool. Er is geen nieuwe aansluiting nodig. Aangezien met de ontwikkeling geen toename aan bebouwing wordt mogelijk gemaakt, zijn er geen belemmeringen voor de bestaande waterbergingscapaciteit. Grondwaterkwantiteit en verdroging De locatie ligt in duingebied. In de omgeving van het besluitgebied is geen sprake van grondwateroverlast. Er is ook in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater.
De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de hoeveelheid grondwater. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Het overtollige hemelwater wordt zoals in de uitgangssituatie geïnfiltreerd op het perceel. Grondwaterkwaliteit De ontwikkeling betreft ander gebruik van bestaande bebouwing. Er vindt geen uitbreiding van bebouwd oppervlak plaats. De locatie ligt in een natuurgebied, binnen een bufferzone voor grondwater ter bescherming van het omliggende natuurgebied. Er worden geen grondwateronttrekkingen mogelijk gemaakt door de ontwikkeling. Een kleinschalige B&B heeft geen effect op de kwaliteit van het grondwater. Oppervlaktewaterkwaliteit Er is geen sprake van (bouw) activiteiten met een risico op verontreiniging van het oppervlaktewater. Volksgezondheid De beoogde heroprichting van bebouwing en kleinschalige uitbreiding van de bezoekerscapaciteit met 5 gasten heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur De locatie grenst niet aan natte natuurgebieden. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde kleinschalige ontwikkelingen binnen een bestaand woonperceel.
Onderhoud oppervlaktewater
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
29
De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op primaire watergangen en de daarbij behorende noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. Er zijn geen primaire of secundaire waterlopen binnen het perceel aanwezig. Belangen waterbeheerder Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn. De aanliggende wegen waaronder de Luieweg en de toerit tot het perceel zijn niet in beheer bij het waterschap. Conclusie De invloed van de ontwikkeling op de waterhuishoudkundige situatie is vergelijkbaar met de uitgangssituatie. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op watergangen, waterkeringen of het watersysteem ter plaatse. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Hergebruik van hemelwater kan beperkt plaatsvinden door middel van gietwater. Het vuile water wordt binnen het perceel opgevangen in een IBA. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. Het Waterschap Scheldestromen zal in het kader van het vooroverleg om advies worden gevraagd.
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
30
5.
UITVOERBAARHEID
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de ontwikkeling van één of meer woningen of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Een exploitatieplan is noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. De beoogde ontwikkeling vindt plaats op basis van bestaande bebouwing. Er is sprake van een private ontwikkeling. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Met onderhavige ontwikkeling is geen sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro zal tussen gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst voor de grondexploitatie worden gesloten.
Het risico van de ontwikkeling wordt gedragen door de initiatiefnemer. Kosten zullen worden verhaald in de vorm van leges. In de anterieure overeenkomst zijn bepalingen met betrekking tot planschade opgenomen. Gewaarborgd is hiermee dat eventuele planschade niet voor rekening van de gemeente is, maar wordt verhaald op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten van grondexploitatie voldoende verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor de voorbereiding van de omgevingsvergunning (artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3) zal de uitgebreide inspraakprocedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb worden gevolgd. De ontwerp omgevingsvergunning met bijbehorende stukken, wordt gedurende 6 weken, xxx, ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zal eenieder een zienswijze kenbaar kunnen maken. Tevens is gedurende de voorbereiding van de procedure, wordt vooroverleg gevoerd met de wettelijke overlegpartners conform artikel 3.1.1 Bro. De reacties worden toegevoegd in de bijlage van de onderbouwing. PM resultaat vooroverleg
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
31
6.
CONCLUSIE
Om het beoogde gebruik van een bestaand bijgebouw bij een woning als kleinschalige B&B mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Uit hoofdstuk 4 blijkt dat er geen milieukundige belemmeringen bestaan en dat omliggende activiteiten niet worden gehinderd. Er is ook in de beoogde situatie sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
32
BIJLAGEN
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
33
BIJLAGE 1 Beoogde situatie Inrichtingstekening en plattegrond Erik van den Bos Architecten d.d. 25 oktober 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
34
BIJLAGE 2 Rapportage stikstof en depositieberekening S&W Bouwkundig Ingenieurs d.d. 15 november 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Luieweg 8 - Renesse
35