CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

973309 Bijlage Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve mei 23

Commissie Ruimte en Economie 9 oktober 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning Kievitsweg 1 Kerkwerve (973309)8.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunningaanvraag Oprichten opslagschuur Kievitsweg 1 Kerkwerve Gemeente Schouwen- Duiveland

Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling –

Tel 06 466 27 079

–

www.burokours.nl

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

Titel

: Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunningaanvraag Oprichten opslagschuur ‘Kievitsweg 1 Kerkwerve’

Versiedatum

: 1 Mei 2023

Zaaknummer

: 770501

Kenmerk

: 2023. 234. 01

Gemeente

: Schouwen- Duiveland

Auteur

: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

-INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING................................................................................................. 6

1.1 1.2 1.3 1.4 2.

AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 6 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ....................................................... 6 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ................................................................... 7 LEESWIJZER ............................................................................................. 8 PLANBESCHRIJVING .................................................................................. 9

2.1 2.2 3.

GEBIEDSOMSCHRIJVING ............................................................................ 9 BESTAANDE EN BEOOGDE SITUATIE ............................................................ 9 BELEIDSKADER ........................................................................................ 11

3.1 3.2 3.3 4.

RIJKSBELEID........................................................................................... 11 PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 12 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 13 RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN ......................................... 16

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

BODEM ................................................................................................... 16 ARCHEOLOGIE ........................................................................................ 16 CULTUURHISTORIE .................................................................................. 17 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 17 AKOESTIEK ............................................................................................. 19 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 19 MOBILITEIT EN PARKEREN ........................................................................ 20 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 21 GEURHINDER .......................................................................................... 22 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 22

4.11 4.12

VORMVRIJE MER-BEOORDELING ................................................................ 24 WATER ................................................................................................... 24

5.

UITVOERBAARHEID ................................................................................. 29

5.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID............................................................ 29

5.2 5.3

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID..................................................... 29 PROCEDURE ............................................................................................ 29

BIJLAGEN ........................................................................................................... 30 1. Inrichtingstekening

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

5

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Aan de Kievitsweg 1 in Kerkwerve is het gemengde agrarische bedrijf van de initiatiefnemer gevestigd. De bedrijfsvoering bestaat uit een akkerbouwtak en een grondgebonden vleesveetak. Doelstelling van het bedrijf is het produceren van lokaal kwaliteitsvlees volgens het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming. De bedrijfsvoering gaat uit van kringlooplandbouw. De dieren worden zo veel mogelijk gevoerd met mais en tarwe van eigen akkers, het resterende stro wordt gebruikt in de stallen, de mest die over de akkers wordt uitgereden komt van eigen dieren. De initiatiefnemer beoogt om binnen het bestaande bouwvlak een nieuwe opslagschuur op te richten. Op basis van het geldende wijzigingsplan ‘Kievitsweg 1 Kerkwerve’ (vastgesteld 6 mei 2021) beschikt de locatie over de bestemming ‘Agrarisch’ met een bouwvlak van 2 hectare. Ter hoogte van de beoogde schuur is de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch- kuilvoeropslag’ toegekend. In de regels van het geldende wijzigingsplan is geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan het oprichten van een schuur binnen de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarischkuilvoeropslag’ mogelijk wordt gemaakt. Om de beoogde schuur te kunnen realiseren zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken.

De beoogde afwijking is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Voor het beoogde projectafwijkingsbesluit is medewerking nodig van de gemeente SchouwenDuiveland. De motivering van het besluit dient een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten. Door de initiatiefnemer wordt hiermee aangetoond dat met de ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging en kadastrale begrenzing

De besluitlocatie bevindt zich in het buitengebied van de kern Kerkwerve in de gemeente SchouwenDuiveland. Kadastraal is de locatie bekend als Middenschouwen, sectie H, nummers 1259, 1260, 1157 en 418. Op onderstaande kaarten wordt de afbakening van het besluitgebied en de kadastrale situatie weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

6

Figuur 1

1.3

Begrenzing besluitgebied

Vigerend bestemmingsplan

Voor de locatie geldt op basis van het wijzigingsplan ‘Kievitsweg 1 Kerkwerve’ (vastgesteld op 6 mei 2021) de bestemming ‘Agrarisch’ en ‘Groen’ met de functieaanduidingen ‘Specifieke vorm van Agrarisch- Kuilvoeropslag’ en ‘Specifieke vorm van Agrarisch- Plattelandswinkel’ ten behoeve van het gevestigde agrarische bedrijf van de initiatiefnemer. De locatie beschikt over een bouwvlak van 2 hectare. Binnen een agrarisch bedrijfsperceel is een bedrijfswoning toegestaan en aanwezig. De activiteiten van het agrarische bedrijf bestaan uit akkerbouw en veeteelt. Binnen de veehouderijtak worden deels zoogkoeien met jongvee en deels vleesvee gehouden. Doordat weidegang essentieel is voor de gehouden dieren op basis van het Beter leven concept is volgens de begripsbepalingen van het bestemmingsplan sprake van een volledig grondgebonden agrarische bedrijfsvorm. De verkoop van streekproducten, de slagerij met vleesverwerking binnen een gebouw van 500m2 zijn al aanwezig en toegestaan op basis van het bestemmingsplan uit 2009. In de geldende planregels is geen afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan het oprichten van een schuur binnen de aanduiding ‘Specifieke vorm van AgrarischKuilvoeropslag’ mogelijk is. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een projectafwijkingsbesluit.

Ter plaatse is tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland’ van toepassing. In het gemeentelijke parapluplan zijn de gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen verankerd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen tevens te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen perceel. In paragraaf 4.7 is een afweging opgenomen ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

7

Figuur 2

1.4

Uitsnede wijzigingsplan ‘Kievitsweg 1 Kerkwerve’ 2021

Leeswijzer

Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en doelstelling van het project nader toegelicht. In hoofdstuk 2 is een uitgebreide beschrijving opgenomen. Hoofdstuk 3 beoordeelt het project binnen het ruimtelijk beleidskader van de verschillende overheidslagen. De ruimtelijke en milieukundige randvoorwaarden zijn nader beschouwd in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

8

2.

PLANBESCHRIJVING

2.1

Gebiedsomschrijving

De locatie ligt in het buitengebied van Kerkwerve, ten noordwesten van de kern. De omgeving van het bedrijf bestaat uit open buitengebied. Het besluitgebied ligt op een relatief grote afstand van andere functies. In de omgeving bevinden zich agrarische productiepercelen, een aantal vrijstaande woningen en andere agrarische bedrijven. Het perceel wordt ontsloten via de Kievitsweg. De Kievitsweg sluit via de Florisweg en de Taaijersweg aan op de regionale Heuvelsweg (N655), de Provincialeweg N59 en de Rijksweg N65.

2.2

Bestaande en beoogde situatie

Aan de Kievitsweg 1 in Kerkwerve is het gemengde agrarische bedrijf van de initiatiefnemer gevestigd. De bedrijfsvoering bestaat uit een akkerbouwtak en een grondgebonden vleesveetak. Binnen het bedrijf wordt al geruime tijd vleesvee gehouden. In de huidige samenleving wordt meer belang gehecht aan een energiezuinige, diervriendelijke en een meer op kringloop gerichte manier van landbouw. Het bedrijf verandert mee met de samenleving en is recent overgeschakeld naar een huisvestingssysteem voor rundveehouderij zoals wordt aanbevolen door de dierenbescherming. In 2021 is een wijzigingsplanprocedure doorlopen op basis waarvan binnen het Beter Leven concept, meer vloeroppervlakte voor de dieren is gerealiseerd. Binnen het bedrijfsterrein is tevens een nevenactiviteit gevestigd bestaande uit detailhandel met streekproducten en vleesverwerking. Het slachten zelf vindt plaats in een lokaal slachthuis. In de slagerij vindt ambachtelijke vleesverwerking plaats. In de boerderijwinkel worden behalve het vlees van eigen bedrijf ook andere producten uit de streek verkocht. Doelstelling van het bedrijf is het produceren van lokaal kwaliteitsvlees volgens het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming. De dieren beschikken over weidegang, meer ruimte op stal, afleidingsmateriaal en daarmee meer mogelijkheden voor het uiten van natuurlijk gedrag.

De koeien met jongvee worden tevens ingezet voor extensieve begrazing als onderdeel van het beheer van natuurgebieden. De bedrijfsvoering gaat uit van kringlooplandbouw. De dieren worden zo veel mogelijk gevoerd met mais en tarwe van eigen akkers, het resterende stro wordt gebruikt in de stallen, de mest die over de akkers wordt uitgereden komt van eigen dieren. -

Binnen het besluitgebied is bebouwing aanwezig in de vorm van een bedrijfswoning (ca 120 m2), een drietal veestallen (ca 4130m2) en vrijstaande bebouwing voor de detailhandel (verkoop vlees en streekproducten) met slagerij/ productielocatie vleesverwerking waaronder worstenmakerij (ca 500m2 totaal);

-

Binnen het besluitgebied zijn voorzieningen aanwezig in de vorm van kuilvoeropslag, parkeerplaatsen voor bezoekers van de winkel en afschermende landschapselementen; In de beoogde situatie is extra ruimte nodig voor de opslag van werktuigen en

-

landbouwproducten. Aan de noordzijde van het bouwvlak, tussen de bestaande opslagloods en de afschermende beplanting, wordt hiertoe een nieuwe schuur opgericht (ca. 20m x 50m); De nieuwe bebouwing bevindt zich binnen het bestaande bouwvlak, echter ter hoogte van grond die is toegewezen aan kuilvoeropslag;

-

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van het aantal dieren binnen het bedrijf of een verandering van de wijze van huisvesting; De agrarische bebouwing en voorzieningen op het perceel zijn reeds landschappelijk ingepast. Deze landschapselementen blijven ook in de nieuwe situatie behouden.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

9

Hooiopslag Machineberging Veestal Verkoop streekproducten/ worstenmakerij/ slagerij/ vleesverwerking Figuur 5

Bestaande en beoogde situatie Kievitsweg 1 Kerkwerve (Erik van den Bos Architect B.V. d.d.

Mei 2023)

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

10

3.

BELEIDSKADER

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 NOVI Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen en geeft richting ten aanzien van vier prioritaire opgaven. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Besluitgebied Het realiseren van een opslagschuur bij een bestaand grondgebonden agrarisch bedrijf is een kleinschalige ontwikkeling die niet strijdig is met het rijksbelang. Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan het verder verduurzamen van de agrarische sector.

Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.

3.1.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening stelt de minister regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Deze zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een aantal nationale belangen nadere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Conclusie Het besluitgebied bevindt zich binnen radarverstoringsgebied behorende bij radarstation Wemeldinge. De beoogde ontwikkeling maakt geen bouwwerken mogelijk met een hoogte die van invloed kan zijn op de werking van het station. Voor het besluitgebied zijn er geen nationale belangen in het geding.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat een Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

11

ontwikkeling die voorziet in niet meer dan 11 woningen of bij een ontwikkeling die een stedelijke voorziening met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2 mogelijk maakt, niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt kan worden. Met de ladder voor stedelijke ontwikkeling wordt beoogd om nieuw ruimtebeslag zo veel mogelijk te concentreren binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van bedrijfslocaties mag op regionale schaal niet tot leegstand elders leiden. Hergebruik van bestaande terreinen heeft daarbij de voorkeur boven het realiseren van nieuwe bedrijfsbebouwing. Besluitgebied De beoogde ontwikkeling betreft de oprichting van een schuur van ca 20m x 50m binnen een bouwvlak bij een reeds gevestigd agrarisch bedrijf. In de huidige regeling zijn de bouwrechten ter hoogte van de kuilvoeropslag beperkt. Om de schuur op de beoogde positie te kunnen realiseren is een afwijking nodig van het geldende bestemmingsplan. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1 lid 6 Bro. De agrarische opslagschuur is geen stedelijk bouwwerk. Met de bouw van de schuur wordt een gevestigd gemengd bedrijf dat recent is omgeschakeld naar een meer duurzame en diervriendelijke productiewijze ondersteund in zijn behoefte aan opslagruimte. De bestaande bebouwing is reeds geconcentreerd binnen een bouwvlak. Dit blijft ook in de beoogde situatie het geval.

Het bouwvlak is groen ingepast met landschapselementen op de perceelsgrenzen. Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan duurzaam ruimtegebruik. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuw gebouw van meer dan 500m2 mogelijk gemaakt. Er is echter geen sprake van een uitbreiding van bedrijfsruimte met een invloed op de regionale behoefte aan bedrijfslocaties zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van een beperkte uitbreiding aan opslagruimte ten behoeve van het eigen gemengde agrarische bedrijf en van een concentratie van bebouwing binnen een bestaand bouwvlak. Met de ontwikkeling wordt invulling gegeven aan duurzaam ruimtegebruik.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsbeleid Provincie Zeeland 2018 In november 2021 is door provinciale Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategisch lange termijn kader waarin de lange termijn ambities tot 2050 en de Zeeuwse kernkwaliteiten zijn weergegeven. Deel A omvat de beleidsdoelstellingen bestaande uit vier ambities en 27 bouwstenen. In deel B is het uitvoeringsprogramma opgenomen. De vier centrale ambities tot 2050 zijn geformuleerd als: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; -

Balans in de grote wateren en het landelijk gebied;

-

Een duurzame en innovatie economie; Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.

De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze de karakteristieke eigenheid van het landschap niet mogen aantasten. Tot de kernkwaliteiten van het Zeeuwse landschap behoren combinaties van functies waar zowel economische, natuurlijke als culturele elementen deel van uitmaken. Het uitdragen van de Zeeuwse identiteit draagt bij aan het versterken van het vestigingsklimaat en een aantrekkelijke woonomgeving. De juridische vertaling van het ruimtelijke provinciale beleid vindt plaats in de Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018. De Omgevingsverordening is op 21 september 2018

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

12

vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en is vervolgens een aantal maal op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging is vastgesteld op 5 juli 2022. In het bijbehorende Omgevingsplan staan de vier belangrijkste strategische opgaven tot 2040 centraal. De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening. De strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: Duurzame en concurrerende economie: kerndoelstellingen zijn hierbij onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van de vrijetijdssector en het ontwikkelen van natuurbeleving. Ruimtelijke ontwikkelingen vinden zo veel mogelijk plaats binnen de begrenzing van de bestaande stedelijke structuur; Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: de Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie). Verdichting van de bestaande stedelijke structuur biedt mogelijkheden voor verduurzaming van de woningvoorraad; Waardevolle leefomgeving: hierin staan de provinciale ambities met betrekking tot behoud en versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik centraal.

Ontwikkelingen dienen een bijdrage te leveren aan het versterken van het Zeeuwse landschap en de Zeeuwse identiteit; Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving: Transformatie van leegstaande bebouwing, de herontwikkeling van cultureel erfgoed en het tegengaan van verval van bebouwing door leegstand zijn belangrijke ruimtelijke opgaven. Een vitale, grondgebonden agrarische sector is de drager van het landelijk gebied. Op basis van de Omgevingsverordening dient nieuwe agrarische bebouwing te worden geconcentreerd binnen een bouwvlak. Besluitgebied De besluitlocatie bevindt zich binnen het landelijk gebied. Het stimuleren van een vitale grondgebonden veehouderij is een belangrijke doelstelling vanuit het provinciaal beleid binnen de strategische opgave ‘Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving’. Het ondersteunen van de onderhavige kleinschalige uitbreiding van een bestaand grondgebonden en duurzaam agrarisch bedrijf past binnen de lange termijnvisie van de provincie. De beoogde opslagschuur wordt gerealiseerd binnen het bestaande bouwvlak. De huidige erfbeplanting blijft hierbij gehandhaafd. De ontwikkeling leidt niet tot een vergroting van het bouwvlak of tot een toename van het aantal dieren. Ook in de nieuwe situatie is sprake van een goede landschappelijke inpassing en zorgvuldig ruimtegebruik.

Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische opgaven zoals vastgelegd in het omgevingsbeleid van de Provincie Zeeland.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. Deze strategische visie stelt voor de gemeente Schouwen- Duiveland de opgave centraal om als vakantieeiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen die een duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten. Voor de landbouwsector is het uitgangspunt dat ruimte wordt gegeven voor verduurzaming en nieuwe economische dragers in het buitengebied.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

13

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient zorgvuldig omgegaan te worden met de landschappelijke kwaliteiten. Onderdeel hiervan is dat bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd. Besluitgebied Op de besluitlocatie is een gemengd agrarisch bedrijf gevestigd met akkerbouw, een grondgebonden veehouderijtak en een winkel met streekproducten. Recent is het huisvestingssysteem van de dieren aangepast naar een meer duurzaam en diervriendelijk concept. Met de beoogde opslag wordt voorzien in de lange termijn behoefte aan opslag van eigen producten van het bedrijf. Door de kleinschalige uitbreiding van het bedrijf binnen het bestaande bouwvlak wordt bijgedragen aan het versterken van een vitale en duurzame landbouwsector. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische doelstellingen van de structuurvisie.

3.3.3 Gemeentelijk milieu- en duurzaamheidsbeleid De gemeente heeft haar beleid omtrent milieukwaliteit en duurzaamheid vastgelegd in het Milieubeleidsplan 2008-2010. Het milieubeleidsplan is opgebouwd uit verschillende modules. De Energie-agenda 2018-2023 en de Klimaatadaptiestrategie vervangen de modules Energie en Klimaat uit het Milieubeleidsplan. Kringloopeconomie Centraal in het milieubeleid staat het streven naar een circulaire economie. Het uitgangspunt hierbij is dat producten en grondstoffen binnen het economische systeem zo veel mogelijk worden hergebruikt en daardoor waarde behouden. Dit in tegenstelling tot een lineaire economie waarbij het uitgangspunt is dat grondstoffen in waarde afnemen en aan het einde van de levensduur van een product worden vernietigd. Geluid en stilte Binnen het algemene streven naar zo veel mogelijk rust en stilte is voor het woonklimaat relevant dat overlast wordt voorkomen. Dit betekent onder meer dat nieuwe wegen op voldoende afstand van woningen worden gesitueerd en dat geluidsoverlast door evenementen bijzondere aandacht heeft. Licht en duisternis De algemene doelstelling van de gemeente is om slechts te verlichten wanneer dit echt nodig is. Dit betekent onder meer dat openbare verlichting, terreinverlichting en veldverlichting zo gericht mogelijk worden ingezet. Luchtkwaliteit De regionale luchtkwaliteit is goed.

Het streven is dit zo te houden door autoverkeer zo veel mogelijk te minimaliseren. Bodem Door de kwaliteit van de ondergrond bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium in beeld te brengen, worden toekomstige kosten vroegtijdig in beeld gebracht en kan deze onderdeel uitmaken van de afwegingen. Zeeuwse Regionale Energie Strategie In navolging van het Klimaatakkoord van Parijs worden voor de 30 RES-regio’s in Nederland Regionale Energie strategieën opgesteld op basis waarvan in 2050, 95% van de uitstoot aan Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

14

broeistofgassen (CO2) zal worden gereduceerd. De Zeeuwse Regionale Energie-agenda is in november 2020 vastgesteld door de Zeeuwse gemeenten, het waterschap en de Provincie. De agenda geeft de regionale ambities weer ten aanzien van energiegebruik, energiebesparing en de omschakeling naar duurzame energie. De Zeeuwse regio streeft naar volledige energieneutraliteit in 2030, duurzame energieopwekking van 3 TWh, CO2-besparing van 49% binnen de mobiliteitssector en een CO2-besparing van 34% binnen de gebouwde omgeving. Klimaatadaptiestrategie Op basis van het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptie is in samenwerking tussen overheden, private partijen en maatschappelijke organisaties afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water-robuust is ingericht. Dit betekent dat alle partijen zich inzetten om schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen wordt geminimaliseerd. Beoordeling en conclusie In het onderliggende onderbouwing zijn tevens de waarden zoals geformuleerd in het milieu- en duurzaamheidsbeleid beoordeeld. De wijze waarop de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het behouden van een goed woon- en leefklimaat, het voorkomen van overlast, hydrologisch neutraal bouwen en duurzaam bouwen zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

15

4.

RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN

4.1

Bodem

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Er dient te worden beoordeeld of de bodem geschikt is voor de beoogde functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Een eventueel aanwezige bodemverontreiniging kan van belang zijn voor de toepassingsmogelijkheid van bepaalde bestemmingen en voor de uitvoerbaarheid van het project. Beoordeling en conclusie Ter hoogte van de beoogde schuur is de bodem in gebruik als kuilvoeropslag. De bodem van de opslagvoorziening is volledig verhard. Ook de ondergrond van de beoogde schuur wordt volledig verhard. De schuur wordt gebruikt voor opslagdoeleinden. Binnen de schuur zullen geen mensen voor een periode langer dan 2 uur per dag verblijven. Op voorhand is duidelijk dat de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem geen belemmering vormt voor het beoogde gebruik.

4.2

Archeologie

De bescherming van archeologisch erfgoed is sinds de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 hoofdzakelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het Verdrag van Malta (1992) is gericht op de bescherming van archeologische waarden, bij voorkeur door behoud in de bodem. Met de Wet archeologische monumentenzorg (Wamz) heeft Nederland het Verdrag van Malta in de wetgeving verankerd. Deze verplichting is vastgelegd in de huidige Erfgoedwet (2016). Het gemeentelijk archeologiebeleid is sinds 2008 vastgelegd in ‘Beleidsplan Archeologie’. In de bijbehorende beleidskaart is de archeologische verwachtingswaarde per gebiedstypologie vertaald in drempelwaarden voor de oppervlakte en bewerkingsdiepte van bodemingrepen. Per archeologische verwachtingswaarde is aangegeven vanaf welke oppervlakte en bewerkingsdiepte een vergunningplicht geldt. Besluitgebied De archeologische verwachtingswaarden voor de besluitlocatie zijn vertaald in de geldende bestemmingsplannen en worden tevens weergegeven in de Provinciale Kaart Cultuurhistorie Zeeland. Het besluitgebied heeft een (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde. Ter plaatse is de dubbelbestemming ‘Waarden- Archeologisch onderzoeksgebied B’ van kracht en geldt een onderzoeksplicht naar archeologische waarden bij bodemingrepen vanaf 5000m2 bij een bewerkingsdiepte vanaf 50 cm -mv.

Er vinden door uitvoering van de plannen geen grondbewerkingen plaats boven deze vrijstellingsgrens. Nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Toevalsvondsten dienen te worden gemeld bij het bevoegd gezag volgens artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Conclusie De beperkte schaal van de ontwikkeling vormt geen bedreiging voor het bodemarchief ter plaatse. Nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

16

4.3

Cultuurhistorie

Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden vindt er steeds meer een verschuiving plaats van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten. Hiermee wordt de koers die met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg 2009 (MoMo) is ingegaan verder doorgezet. De moderne monumentenzorg heeft twee uitgangspunten: van objectgericht naar omgevingsgericht en van conserverend naar ontwikkelend. Dit vertaalt zich in een beleid met minder regels, het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening en meer mogelijkheden voor het herbestemmen van gebouwen. Sinds de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 januari 2012, dienen cultuurhistorische en archeologische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen of bij het nemen van een projectafwijkingsbesluit. Rijksbelang Volgens het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (versie 25 juni 2021) is het besluitgebied niet gelegen in een gebied waarvoor een bijzonder cultuurhistorisch Rijksbelang geldt. Provinciale belangen De cultuurhistorische belangen van de Provincie Zeeland zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening 2018 en de Cultuurhistorische kaart.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen volgens artikel 2.28 van de Omgevingsverordening 2018 te voorkomen dat landschap en erfgoed significant worden aangetast of dat er een significante vermindering van oppervlakte of aantasting van de samenhang tussen gronden of elementen optreedt. De bedrijfswoning betreft een woonboerderij van het kop-romptype met volgens de Provinciale cultuurhistorische kaart een bijzondere cultuurhistorische waarde en in een nog relatief authentieke staat. De beoogde opslagschuur wordt op het achtererf gerealiseerd en heeft geen invloed op de waardering of het aanzicht van de boerderij. De besluitlocatie is volgens de provinciale cultuurhistorische waardenkaart gelegen binnen een gebied met aardkundig waardevolle poelgronden. Dit betreffen laaggelegen kleigronden binnen jong zeekleigebied. Met de bouw van een opslagschuur op een agrarisch erf, aansluitend aan bestaande bebouwing en binnen een bouwvlak, is er geen sprake van een nadelig effect op de herkenbaarheid van de aanwezige aardkundige waarden in het gebied. De beoogde schuur vervangt bovendien deels een ander bouwwerk. Ter hoogte van de besluitlocatie zijn geen overige cultuurhistorisch waardevolle landschappen, landschapselementen of cultuurhistorische elementen aanwezig die provinciale bescherming hebben.

Gemeentelijk beleid De gemeente heeft in 2012 de nota Integraal erfgoedbeleid 2012-2018 vastgesteld. In deze nota is het erfgoedbeleid op hoofdlijnen vastgelegd. De belangrijkste uitgangspunten zijn vertaald in het vigerende bestemmingsplan. Binnen het besluitgebied zijn geen gemeentelijke monumenten aanwezig welke planologische bescherming behoeven. Ter hoogte van het besluitgebied zijn geen aanduidingen of dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Conclusie De beoogde realisatie van een agrarische opslagschuur binnen een bestaand bouwvlak in achtererfgebied en ter vervanging van een bestaande opslagsilo, past binnen de bestaande karakteristiek van een boerenerf en heeft geen effect op cultuurhistorische waarden in de omgeving.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

17

richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Indien aan de richtafstand kan worden voldaan, kan op voorhand worden aangenomen dat er geen onaanvaardbare milieuhinder zal optreden. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNGhandreiking zijn gebaseerd op een omgevingskwaliteit vergelijkbaar met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. In de te bepalen afstand wordt ook de maximale planologische ruimte meegenomen. De systematiek van richtafstanden vormt een indicatie voor de te verwachten milieuhinder van een activiteit op basis van een gemiddelde bedrijfsvoering. Van de richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Gebiedstypering Het besluitgebied maakt onderdeel uit van het open buitengebied. In de directe omgeving van het besluitgebied komen andere functies voor waaronder burgerwoningen en andere agrarische bedrijven. Tussen de verschillende percelen zit een ruime afstand.

Het omgevingstype van het besluitgebied kan door de zeer open structuur en de grote afstand tussen functies worden aangemerkt als een rustig buitengebied met een geringe menging van functies. Tabel 1 Richtafstandenlijst VNG 2009 Milieucategorie

Richtafstand omgevingstype woonwijk in meters

tot rustige

Richtafstand omgevingstype gebied in meters

1

10

0

2

30

10

3.1

50

30

3.2

100

50

4.1

200

100

tot gemengd

Woon- en leefklimaat Een veehouderij is een activiteit met een milieu-uitstoot naar de omgeving. De meest nabij gelegen gevoelige bestemmingen zijn woonfuncties op een afstand van meer dan 200 meter van het bouwvlak. De beoogde opslagschuur wordt opgericht binnen het bestaande bouwvlak. De bedrijfsactiviteiten in de schuur bestaan uit het stallen van werktuigen en landbouwproducten voor de eigen bedrijfsvoering. De nieuwe schuur vervangt een bestaande open opslagvoorziening (kuilvoeropslag). De ontwikkeling is kleinschalig en leidt niet tot een significante toename van de milieu-uitstraling van het bedrijf ten opzichte van de bestaande situatie. De afstand tussen de bedrijfsactiviteiten en de omliggende gevoelige bestemmingen verandert niet als gevolg van de ontwikkeling. De afstand tussen het bouwvlak en omliggende gevoelige bestemmingen is voldoende groot om hinder te voorkomen. Conclusie Gezien de beperkte schaal en aard van de ontwikkeling is op voorhand duidelijk dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omgeving. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak. De afstand tussen omliggende woningen en het landbouwbedrijf is voldoende groot om hinder te voorkomen.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

18

4.5

Akoestiek

Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer en bedrijfsmatige activiteiten. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. De geluidsbelasting op gevels van voor geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Besluitgebied De locatie wordt ontsloten via de Kievitsweg. Dit is een lokale weg welke via de Florisweg en Taaijersweg aantakt op de regionale en nationale infrastructuur. Ter hoogte van het besluitgebied geldt een maximumsnelheid van 60 km/ uur. Een opslagschuur is niet bedoeld voor langdurig verblijf en betreft geen geluidgevoelig object zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. De opslag van werktuigen en landbouwproducten is geen activiteit waar een grote geluiduitstraling van uitgaat. Het extra verkeer ten behoeve van de opslagschuur is relatief beperkt en gaat op in het heersende verkeersbeeld. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de akoestische situatie volgens de uitgangspunten van de Wet geluidhinder.

Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de oprichting van de agrarische schuur ten aanzien van het milieuaspect geluid.

4.6

Flora en fauna

De bescherming van natuurgebieden en soorten is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze regelt onder meer de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Met de Wet natuurbescherming worden de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Bescherming natuurgebieden Ruimtelijke ontwikkelingen dienen in het kader van de bescherming van de Europese vogelrichtlijnen habitatrichtlijngebieden aan te tonen dat ze geen significant negatieve effecten veroorzaken. Deze plantoets geldt ook voor ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden in de omgeving van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het Vogel- en habitatrichtlijngebied de Oosterschelde op ca 1,6 kilometer afstand. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient tevens te worden onderzocht of er sprake is van een effect op het nationaal beschermde Natuur Netwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het meest nabij gelegen onderdeel van het Natuurnetwerk is de ecologische verbinding langs de Delingsdijk op circa 1 kilometer afstand ten noorden van de besluitlocatie.

Bescherming soorten Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op in en om het besluitgebied aanwezige beschermde soorten. Activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten zijn in principe verboden. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

19

Besluitgebied In de huidige situatie is het besluitgebied in gebruik als bedrijfsperceel bij een agrarisch bedrijf. De besluitlocatie bevindt zich niet binnen of aansluitend aan een beschermd natuurgebied. De nieuwe schuur wordt opgericht binnen het bestaande bouwvlak. In de uitgangssituatie is de grond bedrijfsmatig in gebruik voor de opslag van kuilvoer. Met de beoogde opslagschuur neemt de gebruiksintensiteit van het perceel niet toe. Binnen de nieuwe schuur worden werktuigen en landbouwproducten van het eigen bedrijf opgeslagen. Er vindt in de beoogde situatie een zeer beperkte toename plaats van verkeersbewegingen. Gezien de afstand tot natuurgebieden, het huidige gebruik en de kleine schaal van de ontwikkeling zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van onder meer versnippering, verstoring en licht- en geluidseffecten uitgesloten. Bij bouwactiviteiten en verkeersbewegingen komt stikstof vrij. De beoogde situatie mag niet leiden tot een toename van stikstofdepositie op voor vermesting gevoelige natuurgebieden. De beoogde aanleg- en gebruiksactiviteiten zijn kleinschalig van aard waardoor op voorhand voldoende aannemelijk is dat deze niet leiden tot een te hoge stikstofbelasting.

In samenhang met de bouw van de schuur zal geen gebouw worden gesloopt dat als mogelijke verblijfplaats voor beschermde soorten kan dienen, noch wordt opgaande beplanting gerooid. Op basis van de aard en schaal van de ontwikkeling zullen er naar verwachting geen effecten op beschermde soorten optreden. Ten aller tijden geldt de algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. In het algemeen geldt dat de uitvoering van werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats dient te vinden (ca half maart tot ca half juli). Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor beschermde soorten of natuurgebieden in de omgeving. Er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.

4.7

Mobiliteit en parkeren

De gemeente Schouwen-Duiveland heeft het parkeerbeleid vastgelegd in het ‘Parapluplan parkeernomen’ (vastgesteld 27 september 2018). Op basis van het parapluplan is bij nieuwbouw en/of uitbreiding van gebouwen op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dienen de uitgangspunten uit de geldende parkeernota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ te worden gevolgd. In de actuele gemeentelijke parkeernota zijn voor een beperkt aantal gebieden parkeernormen opgenomen. Overige ontwikkelingen worden getoetst aan de landelijke parkeernormen zoals vastgelegd door het CROW (Kencijfers parkeren: publicatie 381). Voor de hele gemeente wordt uitgegaan van een ‘weinig stedelijk gebied’ en voor de besluitlocatie geldt de gebiedstypering ‘buitengebied’. Besluitgebied Bij de bouw van een opslagloods bij een agrarisch bedrijf is volgens de parkeernota sprake van een arbeidsextensieve en bezoekersextensieve bedrijfsvoering met een te verwachten parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats per 100m2 bvo. In de praktijk leidt de opslag van werktuigen en landbouwproducten afkomstig van het eigen bedrijf niet tot extra werknemers. Er is geen sprake van een toename van de parkeervraag. Er kan op eigen terrein ruimschoots invulling worden gegeven aan de parkeerbehoefte. De locatie wordt ontsloten door middel van een inrit op de Kievitsweg.

Dit is een lokale ontsluitingsweg met een beperkte verkeersintensiteit. Door de nieuwe schuur zal de verkeersintensiteit ter plaatse niet toenemen. De verkeersbewegingen zijn goed inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

20

Figuur 6

4.8

Ontsluiting besluitgebied

Luchtkwaliteit

Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor een aantal inrichtingen zijn getalsmatige grenzen opgesteld waarbinnen op voorhand duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Voor de uitbreiding of oprichting van een akkerbouwbedrijf geldt op basis van de Regeling NIBM dat deze per definitie voldoet aan de NIBM-grens. In Atlas Leefomgeving laat de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen ter plaatse zien. Uit de monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het besluitgebied in 2020 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen.

De concentraties liggen dicht tegen de WHO-advieswaarde van 15 microgram per kubieke meter lucht.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

21

Conclusie De beoogde oprichting van een agrarische opslagschuur leidt niet tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en NO2. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.9

Geurhinder

Op 1 januari 2007 is de nieuwe Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. De wet vormt het toetsingskader voor de beoordeling van geurhinder afkomstig van veehouderijen. Via de Wgv worden gevoelige bestemmingen beschermd tegen geurhinder van veehouderijen. De Wgv omschrijft een geurgevoelig object als een “gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt”. Een opslagschuur is geen geurgevoelig object als bedoeld in deze wet. Besluitgebied Binnen het besluitgebied worden zoogkoeien met jongvee en vleesvee gehouden. Vanuit het bedrijf vindt uitstoot plaats van geur afkomstig van zowel dieren waarvoor een vaste afstand is vastgesteld als dieren waarvoor een emissiefactor per dier geldt. Met de oprichting van een opslagschuur binnen het bouwvlak neemt het aantal dieren binnen het bedrijf niet toe. Omliggende geurgevoelige objecten liggen op grote afstand van het besluitgebied. De geuremissie in de beoogde situatie is gelijk aan de uitgangssituatie. Ook verandert de afstand tussen dierenverblijven en geurgevoelige objecten niet. Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een verandering in de geuruitstoot en heeft daarmee geen effect op het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen.

4.10 Externe veiligheid Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Besluitgebied Een agrarische opslagschuur voor werktuigen en landbouwproducten is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Binnen de schuur worden geen gevaarlijke stoffen opgeslagen. Binnen het besluitgebied is reeds een agrarisch bedrijf gevestigd. Dit blijft ook in de beoogde situatie het geval.

Volgens de Risicokaart bevinden zich in de directe omgeving van het besluitgebied geen inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De meest nabij gelegen inrichting met een installatie waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt is een bovengrondse propaantank met een veiligheidsafstand van 20 meter ter hoogte van de Heuvelsweg (Loonbedrijf van de Velde) op circa 1,4 kilometer afstand ten zuiden van het

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

22

besluitgebied. Deze afstand is voldoende groot. De installatie vormt geen beperking voor de ontwikkeling ter hoogte van het besluitgebied. Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het besluitgebied.

Op een afstand van 1,8 kilometer ten zuidwesten van het besluitgebied bevindt zich de Provincialeweg N59. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg is echter beperkt. Voor de weg is geen externe plaatsgebonden risicocontour PR 106 vastgesteld. Het groepsrisicoplafond GR bedraagt 73m. Voor de weg geldt geen plasbrandaandachtsgebied. De afstand van het besluitgebied tot de weg is voldoende groot. De beoogde oprichting van een opslagschuur leidt tot een toename van het aantal personen binnen het besluitgebied. De ontwikkeling is kleinschalig en heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Het maatgevende scenario voor een calamiteit op een transportroute betreft een incident waarbij een toxische wolk vrijkomt. De beoogde schuur is geen gebouw waar mensen gedurende langere tijd in verblijven. Het besluitgebied is in geval van een calamiteit voldoende bereikbaar voor hulpdiensten via de aanliggende wegen. Conclusie De afstand van het besluitgebied tot omliggende activiteiten met een veiligheidsrisico is voldoende groot. In de schuur zullen geen mensen gedurende langere tijd verblijven. De schuur zal voldoen aan de geldende voorschriften wat betreft brandveiligheid. Op basis van de regels uit het Bouwbesluit worden voldoende veiligheidsmaatregelen getroffen in de vorm van de installatie van rookmelders en blusmiddelen.

Hiermee is de veiligheid van gebruikers voldoende gewaarborgd. De veiligheidsparagraaf wordt voor advies en ter beoordeling aangeboden aan de veiligheidsregio.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

23

4.11 Vormvrije MER-beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moeder-besluit. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. In geval de vormvrije m.e.r.-beoordeling als resultaat heeft dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten moet die conclusie door het bevoegd gezag worden opgenomen in de tekst van het uiteindelijke besluit in de moederprocedure. Besluitgebied Het projectafwijkingsbesluit waar onderhavige ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uitmaakt, maakt in afwijking van de geldende planologische regeling de oprichting van een schuur ter hoogte van een deel van het bouwvlak met bouwbeperkingen mogelijk. De ontwikkeling vindt plaats binnen een bestaand agrarisch bouwvlak. In geval van stedelijke ontwikkelingen wordt getoetst aan activiteit D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze activiteit is m.e.r.beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer betreft. De activiteit blijft qua omvang en oppervlakte ver onder de drempelwaarden. Er is derhalve geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.. Alle relevante omgevingsaspecten ten gevolge van de geplande ontwikkeling zijn onderzocht in hoofdstuk 3.

Uit deze beoordeling blijkt dat de beoogde situatie inpasbaar is in de omgeving. Er is sprake van een kleinschalige activiteit zonder significante verandering van de milieubelasting ten opzichte van de bestaande situatie. Conclusie De conclusie is dat geen milieueffectbeoordeling behoeft te worden opgesteld. De activiteit is kleinschalig van aard en inpasbaar in de omgeving. Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen, is er geen milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk.

4.12 Water Het besluitgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Visie Waterbeheer 2050. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

24

de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) wat betreft het bereiken van een Goed Ecologisch potentieel. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • Waarborgen van waterveiligheid; • Zorgen voor mooi en schoon water; • Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie; • Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving; • Verduurzaming van het watergebruik; • Onderhoud van waterschapswegen. In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de motivering van een ruimtelijk besluit dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat hierbij tevens overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van maatregelen (Waterwet, art. 9a).

De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 is vastgelegd hoe de gemeente uitvoering geeft aan de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater. Afstromend schoon hemelwater wordt zoveel mogelijk vertraagd zodat het ter plaatse kan infiltreren in de bodem en daarmee in perioden van droogte een buffer vormt. Voor de afvoer van hemelwater geldt de trits: schoonhouden, scheiden en zuiveren (waterkwaliteit) en vasthouden, bergen en afvoeren (waterkwantiteit). Het waterschap toetst in het kader van het vooroverleg of het plan past binnen de waterdoelstellingen. Veiligheid waterkeringen Het besluitgebied bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Er is geen effect op de waterveiligheid.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

25

Figuur 7

Uitsnede Legger waterkeringen 2022

Voorkomen van overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is het besluitgebied ter hoogte van het bouwvlak reeds volledig verhard met bedrijfsbebouwing en terreinverharding. De beoogde schuur vervangt een kuilvoeropslag met verharde ondergrond. Het netto areaal verharding neemt door de ontwikkeling niet toe. Er verdwijnt geen open water door de nieuwe planologische mogelijkheden. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater Het schone hemelwater wordt in de nieuwe situatie gescheiden van het bedrijfsmatig afvalwater en infiltreert ter hoogte van het agrarisch productieperceel. Het afstromend hemelwater wordt niet geloosd op omliggende leggerwateren. Hergebruik van hemelwater ter plaatse is in beperkte mate mogelijk door middel van opvang in regentonnen. Het afvalwater wordt via de bestaande aansluitingen afgevoerd via het gemeentelijke rioleringsstelsel (drukriolering). Deze situatie verandert niet als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Grondwaterkwantiteit en verdroging Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Het overtollige regenwater infiltreert ter plaatse zoals in de bestaande situatie het geval is. Grondwaterkwaliteit De beoogde bouwmogelijkheden hebben geen effecten op de grondwaterkwaliteit ter plaatse.

Tijdens de bouw wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van niet uitlogende materialen.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

26

Oppervlaktewaterkwaliteit De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit. Het buitenterrein wordt zodanig ingericht dat afstromend hemelwater niet verontreinigd kan raken. Perssappen afkomstig van ruwvoeropslag wordt op het terrein reeds opgevangen en gescheiden van hemelwater. Volksgezondheid De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Binnen of direct aanliggende aan het besluitgebied bevindt zich geen natte natuur. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Onderhoud oppervlaktewater Langs de Kievitsweg bevindt zich een B-watergang die wordt beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. De watergang heeft een beschermingszone van 7 meter gemeten vanaf de insteek. De beoogde schuur bevindt zich buiten de beschermingszone. Belangen waterbeheerder De Kievitsweg weg is in beheer bij het waterschap. De beoogde schuur leidt niet tot een significante toename van verkeersbewegingen over waterschapswegen. Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn.

Figuur 8

Uitsnede Legger Oppervlaktewaterlichamen 2022

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

27

Conclusie Met de oprichting van een agrarische opslagschuur zijn er geen effecten te verwachten op de waterhuishouding. De ontwikkeling heeft geen invloed op de omliggende watergangen of het watersysteem ter plaatse. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Hergebruik van hemelwater kan beperkt plaatsvinden door middel van gietwater voor de tuin. Het vuile water wordt ook in de nieuwe situatie afgevoerd via het gemeentelijke rioolstelsel. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. De voor de ontwikkeling uitgevoerde watertoets wordt voor advies voorgelegd aan Waterschap Scheldestromen.

Ruimtelijke onderbouwing Kievitsweg 1 Kerkwerve

28

5.

UITVOERBAARHEID

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient tevens de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente dient bij het nemen van een projectafwijkingsbesluit tevens een exploitatieplan vast te stellen. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de bouw van één of meer woningen of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Tevens is een exploitatieplan noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. Het verhaal van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13177398/1