CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

926431 Bijlage 4B Rapport Crux

Gemeenteraad 21 juni 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Restauratie kademuren Oude Haven Zierikzee (926431)3.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

CRUX Engineering BV Pedro de Medinalaan 3c NL-1086 XK Amsterdam +31(0)20 494 30 70 info@cruxbv.nl

Gemeente Schouwen-Duiveland mevr. S. Nouwens / dhr. J. Maaskant Postbus 5555 4300 JA Zierikzee

cruxbv.nl

Notitie – Onderwerp Analyse

1 Inleiding In opdracht van Gemeente Schouwen-Duiveland heeft CRUX een geohydrologische analyse opgesteld om de representatieve grondwaterstanden en stijghoogten in de directe omgeving van de haven van Zierikzee te bepalen. De representatieve waarden zijn benodigd als input voor het ontwerp van de reconstructie van de kademuren van de Oude Haven van Zierikzee. Op basis van de representatieve waarden kunnen in een vervolgfase afhankelijk van het ontwerpdoeleind rekenwaarden van de waterstanden worden bepaald. De grondwaterdynamiek in de haven van Zierikzee is een samenstelling van neerslag, verdamping en getijdewerking in de Oosterschelde (Nieuwe Haven en de Oude Haven). Van de grondwaterstanden en stijghoogten zijn representatieve waarden benodigd, waarvoor een peilbuismonitoring wordt gebruikt (sinds 6-juli 2021) middels 10 peilbuizen in de haven van Zierikzee. In deze notitie worden de gemeten grondwaterstanden en stijghoogten vertaald in representatieve grondwaterstanden (extreem lage en hoge waarden op basis van verschillende overschrijdingskansen).

(grond)waterstanden Zierikzee Projectnummer 22308 Ons kenmerk NT22308a2 Versie 2 Datum 6 december 2022 Pagina’s 13 Opgesteld dr. T. Sweijen

1.1 Versiegeschiedenis

Gecontroleerd

In Tabel 1 is de versiegeschiedenis van deze notitie getoond.

R. Brugman MSc Vrijgave

Tabel 1 Versiegeschiedenis

Versie

Toelichting

Datum

1

1e uitgave

22-07-2022

2

Aanvulling o.b.v. opmerkingen Gemeente Schouwen-Duivenland

06-12-2022

ir. G. Meinhardt Bijlagen Aantal bijlagen: 4

Formulier NT-010

2 Uitgangspunten

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

2.1 Documenten De volgende documenten zijn gehanteerd bij het opstellen van dit rapport: [1] Avalon; grondwaterstandsmonitoring; URL: https://www.ellitrack.nl/. [2] HBO Kennisbank; Gedempt getij in haven Zierikzee; d.d. 23-03-2017. [3] Waterschap Scheldestromen; Waterinfo; URL: https://webviewer.hkvfewsscheldestromen.nl/waterinfoscheldestromen/. [4] BMNED en GSNED; Geotechnisch bodemonderzoek G17308 Oude Haven te Zierikzee; d.d. 02-06-2017. [5] DVA engineering BV; Ontwerpuitgangspunten reconstructie kademuren Zierikzee Oude Haven; 0570-RAP-001; d.d. 05-06-2020. Naast bovenstaande documenten wordt tevens gebruik gemaakt van enkele informatiebronnen welke veelal digitaal worden geraadpleegd: [6] Dinoloket; Hydrogeologisch model REGISII; versie 2.2; URL: https://dinoloket.nl/. [7] Pastas; python pakket voor geohydrologische tijdseries analyses; URL https://pastas.readthedocs.io/. [8] Rijkswaterstaat; waterdata; URL: https://waterinfo.rws.nl/. [9] KNMI; dagwaarden Vlissingen (310); URL: https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/daggegevens.

2.2 Projectlocatie De projectlocatie betreft de Oude Haven, te Zierikzee. Op de projectlocatie is een reconstructie van de kademuur voorzien, waarvoor een peilbuismonitoring is ingericht. Rondom de Oude Haven zijn 10 peilbuislocaties aanwezig (zie Figuur 1) en zijn 3 sonderingen genomen. Van de peilbuislocaties is ook een boorbeschrijving beschikbaar.

Drempel

Figuur 1 Locatie van peilbuizen en sonderingen [1]. De locatie van de drempel naar de Oude Haven is ook aangegeven.

Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 2/13

2.3 Bodemopbouw en maaiveld

CRUX Engineering BV

De bodemopbouw op de projectlocatie is bepaald op basis van het geohydrologisch ondergrondmodel REGIS II en project-specifieke boringen en sonderingen [4]. Lokaal varieert met name het niveau van de bovenkant van de deklaag.

cruxbv.nl Ons kenmerk NT22308a2 Pagina

Tabel 2 De bodemopbouw op projectlocatie.

3/13

Formatie

Grondlaag

Bovenkant grondlaag [m NAP]

Ophoog laag (freatisch pakket)

Zand

+3,00

Deklaag*

Klei afgewisseld met zandinsnijdingen en veen afzettingen/.

1,00 á +2,00

Eerste watervoerende pakket

Formatie van Peize

-7,0

2.4 (Grond)waterstanden 2.4.1 Algemeen Het grondwatersysteem bestaat uit twee watervoerende lagen, namelijk een freatisch pakket dat voornamelijk (fijn)zandig is, met lokale kleiige afzettingen en het watervoerend pakket. De deklaag op de projectlocatie heeft een dikte van ca. 8 á 9meter waardoor het freatisch pakket en het watervoerend pakket gescheiden zijn. In algemene zin geldt dat een freatisch pakket met name beïnvloed wordt door:  lokale neerslag;  lokale verdamping;  drainagesystemen;  waterstand in de Oude Haven en Nieuwe Haven en de geohydrologische weerstand van de kademuur;  aanwezigheid van bebouwing en openbaar groen. Het watervoerend pakket wordt met name beïnvloed door:  getijde werking in de Oude Haven, Nieuwe Haven en de Oosterschelde;  gemiddelde neerslag en verdamping in de omgeving van Zierikzee. 2.4.2 Waterstand De projectlocatie is gelegen in het beheersgebied van Waterschap Scheldestromen aan de Oude Haven dat onderhevig is aan getijde werking [2][3]. Het gemiddelde niveau bedraagt ca. NAP 0,0m met een gemiddeld hoge waterstand van NAP +1,52m en een gemiddelde lage waterstand van NAP 1,34m [5].

2.4.3 Laagwater In 2018 is een drempel geplaatst in de toegang tot de Oude Haven zodat een minimale waterstand van NAP -0,60m aanwezig blijft in de haven ten tijde van eb (zie de locatie in Figuur 1). De representatieve lage waterstand wordt hiermee verhoogd ten opzichte van de natuurlijke lage waterstand tot ca. NAP -0,60m, de representatieve, gemiddelde en hoge waterstand blijven echter onveranderd1.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 4/13

Tijdens laagwater is de waterstand dusdanig laag (NAP -0,60m of lager) dat het freatisch pakket afwatert naar de Oude Haven of Nieuwe Haven. De invloed van de drempel op de stijghoogte in het watervoerend pakket is beperkt omdat de stijghoogte bepaald wordt door een samenspel van waterstanden in de regio. De drempel heeft uitsluitend invloed op de Oude Haven en daardoor maar beperkt invloed op de stijghoogte. 2.4.4 Hoogwater De keersluis van Zierikzee sluit bij een hoogwaterniveau van NAP +1,85m (waterstand tijdens een springtij) [2]. Dit betekent dat de waterstand gedurende springtij niet (ver) boven de gemiddeld hoge waterstand in de Oude Haven uit komt. Bijvoorbeeld, op 10-02-2020 is de Oosterschedekering dicht gegaan vanwege hoogwater (dit is bij verwachte waterstanden boven NAP +3,0m). Tijdens dit hoogwater is de Keersluis Zierikzee meermaals dichtgegaan, zoals terug te vinden in de waterstanden Figuur 2 waar het hoogwater op ca. NAP +1,85m is gelimiteerd.

Figuur 2 Waterstand Nieuwe Haven bij de keersluis Zierikzee [3]

Daarnaast zijn er stormen geweest op 21-10-2014 en op 03-01-2018 waar de stormvloedkering Oosterschelde is dichtgegaan. Deze hoogwater situaties hebben geen zichtbare invloed gehad op de stijghoogte gemeten tijdens de monitoring van Zierikzee (zie Figuur 3). Geconcludeerd wordt dat de stijghoogte rond de projectlocatie geconditioneerd wordt door de Keersluis Zierikzee en de Oosterscheldekering. Hierdoor worden extreem hoge stijghoogten door hoogwater niet verwacht, waardoor korte duur peilbuismonitoring een goed inzicht kan geven over de ontwerpwaarden voor de kadereconstructie. 1 De representatieve waterstand in meetpunt Stavenisse [8]is NAP +1,65m (95% percentiel), NAP -

0,06m (50%) en NAP -1,42m (5%). Wanneer de drempel een minimale waterstand van NAP -0,60m hanteert, wordt de representatieve waterstand: NAP +1,65m (95%), NAP -0,06m (50%) en NAP 0,60m (5%).

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 5/13

Figuur 3 Stijghoogte en grondwatermonitoring tussen 2013 en 2018 [4] (rode lijn: freatisch pakket, groene lijn: stijghoogte)

2.5 Methodiek De representatieve stijghoogten zijn bepaald aan de hand van tijdreeksanalyses in de open-source software Pastas [7]. In deze software zijn de tijdsreeksen van de grondwaterstanden en stijghoogten getoetst op invloed van:  Getijdewerking in de Oosterschelde. Hiervoor wordt meetpunt Stavenisse van Rijkswaterstaat als representatieve tijdreeks aangehouden. De tijdsreeks vanaf 2017 t/m 10-07-2022 is gedownload van de website [8].  Neerslag en verdamping. De dagwaarden van KNMI meetstation Vlissingen zijn hiervoor gebruikt [9]. Middels toets-functies wordt een correlatie bepaald voor getijde, neerslag en verdamping met de tijdreeksen van stijghoogten en grondwaterstanden. Op basis van de toetsfuncties wordt onderscheidt gemaakt tussen peilbuizen met een tijdsreeks van de freatische grondwaterstand en peilbuizen met een tijdsreeks van het watervoerend pakket. Vervolgens worden de representatieve stijghoogten/grondwaterstanden uit de gemeten tijdsreeksen bepaald. Daarna worden de toetsfuncties gebruikt om een reconstructie van stijghoogten te maken van 2017 t/m 10-07-2022.

3 Grondwaterstandsanalyse

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

3.1 Algemeen In Tabel 3 zijn de representatieve grondwaterstanden weergegeven op basis van de meetreeksen. Hieruit volgt een duidelijk onderscheidt tussen freatische grondwaterstanden en stijghoogten in het watervoerend pakket: 1. Freatische grondwaterstand, met een gemiddelde van NAP +1,19m. 2. Stijghoogte in het watervoerend pakket, met een gemiddelde van NAP -0,87m. Tabel 3 Representatieve grondwaterstanden/stijghoogten o.b.v. de meetreeksen Peilbuis

Maximum

95%

Gemiddeld

5%

Minimum

1,57

1,53

1,12

-0,28

-0,36

PB09

1,65

1,57

1,16

0,06

0,04

PB10

1,90

1,57

1,32

1,00

0,93

Freatisch pakket PB06

PB12

Niet representatief

PB14

1,46

1,35

1,19

1,06

1,02

PB15

1,33

1,28

1,18

1,05

0,98

1,90

1,57

1,19

-0,28

-0,36

PB01

-0,49

-0,68

-0,94

-1,18

-1,25

PB02

-0,08

-0,63

-0,91

-1,15

-1,22

PB08

-0,15

-0,58

-0,84

-1,07

-1,13

PB13

-0,24

-0,46

-0,78

-1,06

-1,12

-0,08

-0,46

-0,87

-1,18

-1,25

Representatief: Watervoerend pakket

Representatief:

3.2 Stijghoogte De representatieve stijghoogten zijn bepaald voor de 4 peilbuizen PB01, PB02, PB08 en PB13 op basis van de gemeten tijdsreeksen. In deze analyse worden de herhalingstijden bepaald op basis van de meetreeks. Hierin is (nog) niet expliciet rekening gehouden met de oorsprong van de signalen, zoals beschreven in hoofdstuk 2.4.1. De invloed van bijvoorbeeld getijde is wel impliciet in het resultaat verwerkt omdat deze ook een onderdeel zijn van de meetreeks. Lage stijghoogten: De representatieve lage stijghoogten zijn weergegeven in Tabel 4. Uit deze data volgt dat de representatieve stijghoogte vrijwel gelijk is in alle peilbuizen, daarom ligt het voor de hand om één set representatieve stijghoogten te bepalen voor de Oude Haven. PB01 heeft de laagste waarden en wordt daarom als representatief gehouden. Hoge stijghoogten: De representatieve hoge stijghoogte zijn weergegeven in Tabel 4. Hieruit volgt dat de hoge stijghoogte tot ca. 25cm tussen de peilbuizen. Door het beperkte verschil wordt één representatieve hoge stijghoogte gedefinieerd.

Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 6/13

Tabel 4 Representatieve hoge- en lage stijghoogten Peilbuis

methode fitting

1 jaar

CRUX Engineering BV

10 jaar

50 jaar

100 jaar

Hoge stijghoogte

cruxbv.nl Ons kenmerk

PB01

Gumbel_r

-0,72

-0,59

-0,50

-0,47

PB02

Gumbel_r

-0,66

-0,53

-0,44

-0,40

PB08

Pearson 3

-0,62

-0,48

-0,38

-0,34

PB13

Pearson3

-0,55

-0,39

-0,29

-0,24

Hoogste waarde:

-0,55

-0,39

-0,29

-0,24

PB01

Gumbel_r

-1,15

-1,20

-1,22

-1,23

PB02

Gumbel_r

-1,12

-1,17

-1,19

-1,19

PB08

Gumbel_l

-1,02

-1,13

-1,21

-1,24

PB13

Pearson3

-1,00

-1,14

-1,24

-1,28

Laagste waarde:

-1,15

-1,20

-1,24

-1,28

NT22308a2 Pagina 7/13

Lage stijghoogte

3.3 Freatisch pakket Van de freatische grondwaterstand zijn geen herhalingstijdens bepaald, omdat de verdeling niet goed gefit kan worden door één van de standaardverdeling (de meetreeks is hiervoor te kort voor een goede fit op verdamping/neerslag en dient minimaal 1-2 jaar te geworden gemeten). In Tabel 3 zijn de representatieve grondwaterstanden weergegeven.

3.4 Samenvatting meetreeksen De gemeten grondwaterstanden en stijghoogten resulteren de representatieve waarden die in Tabel 5 zijn weergegeven. Tabel 5 Samenvatting herhalingstijden (laag en hoog) berekende stijghoogten Grondwaterstand [m NAP]

Stijghoogte [m NAP]

Gemiddeld hoge stijghoogte (95%)

1,57

-0,46

Gemiddelde stijghoogte

1,19

-0,87

Gemiddeld lage stijghoogte (5%)

-0,28

-1,18

Parameter

Meetreeks

1 jaar Herhalingstijd o.b.v. meetreeks (laag á hoog)

10 jaar 50 jaar 100 jaar

-1,15 á -0,55 Meetreeks te kort voor betrouwbare reconstructie

-1,20 á -0,39 -0,29 á -1,24 -0,24 á -1,28

4 Gemodelleerde stijghoogten en grondwaterstanden

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk

4.1 Decompositie meetreeksen

NT22308a2

In elke peilbuis is de meetreeks een combinatie van signalen: getijdewerking (maandelijks, jaarlijks, etc), neerslag, verdamping en ruis. Ruis is een opsomming van processen die niet verklaard kunnen worden maar wel invloed hebben op de metingen hebben. Een voorbeeld is een beregeningsput die niet bekend is.

Pagina 8/13

De meetreeks is middels het programma Pastas onderverdeeld in de vier signalen. De relatieve verhouding is weergegeven in Tabel 6. Tabel 6 Interpretatie meetreeksen peilbuizen. Invloed van signaal op de meetreeks. Peilbuis

Getijdewerking

Neerslag

Verdamping

Niet verklaard

Type peilbuis (o.b.v. meetdata)

Freatisch pakket (grondwaterstand) PB06

0,1%

22,1%

55,9%

22,0%

Freatisch

PB09

2,4%

21,3%

66,0%

10,3%

Freatisch

PB10

Geen goede fit verkregen

Freatisch

PB12

Geen goede fit verkregen

Freatisch

PB14

8,2%

16,4%

35,0%

40,4%

Freatisch

PB15

0,7%

13,0%

33,5%

53,8%

Freatisch

Watervoerend pakket (stijghoogte) PB01

43,4%

11,8%

25,8%

19,0%

WVP

PB02

45,5%

8,1%

19,7%

26,8%

WVP

PB08

37,2%

9,7%

23,1%

30,0%

WVP

PB13

49,7%

10,0%

17,8%

22,5%

WVP

De peilbuizen worden onderverdeeld in twee categorieën: 1. Freatische grondwaterstand die bepaald wordt door neerslag, verdamping en peilbeheer. De invloed van getijde is zeer beperkt. 2. Stijghoogte in het watervoerend pakket die bepaald wordt door een combinatie van getijdewerking, neerslag en verdamping. In totaal zijn 4 peilbuizen in het watervoerend pakket gelegen, dit betreffen PB01, PB02, PB08 en PB13.

4.2 Meetreeksen (freatische) grondwaterstand De decompositie van de meetreeks in het freatisch pakket duidt erop dat neerslag en verdamping de fluctuaties in de grondwaterstand grotendeels bepalen. Getijdewerking heeft maar beperkt effect op de grondwaterstandsfluctuatie (max. 8% van het signaal is getijdewerking). Omdat neerslag en verdamping bepalend zijn voor de representatieve freatische grondwaterstand, zijn de bestaande meetreeksen te kort om een reconstructie te maken. Voor peilbuizen PB06 en PB09 is een goede fit verkregen van de meetreeksen, echter voor peilbuizen PB10, PB12, PB14 en PB15 bevat de reconstructie relatief veel ruis en kon daarom niet verklaard worden met een achterliggend proces. Vermoedelijk staan deze peilbuizen in een kleiige afzetting waardoor deze niet (sterk) reageren op neerslag, verdamping en getijdewerking.

Geadviseerd wordt om voor de representatieve grondwaterstanden de waarden te gebruiken die bepaald zijn op basis van de 5- en 95percentielwaarden van de bestaande reeks. Deze zijn in Tabel 3 en Tabel 5 gerapporteerd.

4.3 Reconstructie stijghoogten tussen 2017 en 2022 De stijghoogte in peilbuizen PB01, PB02, PB08 en PB13 zijn gereconstrueerd tot 5 jaar terug met behulp van meetreeksen van neerslag, verdamping en waterstanden in de Oosterschelde. De reconstructie is uitgevoerd middels de toetsfuncties die zijn bepaald in hoofdstuk 4.1. In de reconstructie is geen ruis meegenomen. In Figuur 4 zijn de reconstructies weergeven. In de figuren is duidelijk zichtbaar dat de stijghoogte een seizoensgebonden fluctuatie vertonen, in de winter hoger is dan in de zomer als gevolg van verhoogde neerslag (en verminderde verdamping). Getijdewerking is getransponeerd op de seizoensfluctuatie.

Figuur 4 Reconstructie stijghoogten in PB01, PB02, PB08 en PB13.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 9/13

4.4 Gemodelleerde en gemeten stijghoogten In Figuur 5 zijn de gemodelleerde en gemeten stijghoogten voor PB01, PB02, PB08 en PB13 weergegeven. De gemodelleerde reeks volgt de gemeten waarden over het algemeen goed. De afwijkingen zichtbaar in de figuren zijn het gevolg van ruis.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 10/13

Figuur 5 De simulatie versus metingen van PB01, PB02, PB08 en PB13.

4.5 Bepaling representatieve stijghoogte: hoogwater Op basis van de reconstructie is een verdeling van stijghoogten gemaakt voor de vier peilbuizen. De verdeling zijn gefit met een Gumbel verdeling, omdat deze statistisch de beste score heeft (zie Figuur 6).

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 11/13

Figuur 6 Distributie reconstructie stijghoogten

Op basis van deze verdeling is vervolgens de herhalingstijden van de stijghoogten bepaald (zie 7).Dit is vergelijkbaar aan paragraaf 2.4.3, maar met een langere meetreeks waardoor onder andere rekening wordt gehouden met meer diversiteit in zomer/winter. Bijvoorbeeld de droge zomer van 2018. In 7 zijn de herhalingstijden van de gereconstrueerde stijghoogten vergeleken met die van de meetreeksen. Hieruit volgt dat de hoge stijghoogten van de reconstructie en meetreeksen vergelijkbaar zijn. De lage stijghoogten worden juist lager ingeschat door de reconstructie. In 7 is een afwijking van ±0,20m toegevoegd op basis van de ruis in de metingen. De afwijking is in Bijlage 4 bepaald. Tabel 7 Representatieve stijghoogten op basis van de reconstructie en gemeten stijghoogten. Stijghoogte [m NAP]

1 jaar

10 jaar

50 jaar

100 jaar

PB01

-0,75 (±0,20)

-0,67 (±0,20)

-0,63 (±0,20)

-0,61 (±0,20)

PB02

-0,93 (±0,20)

-0,90 (±0,20)

-0,89 (±0,20)

-0,89 (±0,20)

PB08

-0,70 (±0,20)

-0,65 (±0,20)

-0,63 (±0,20)

-0,62 (±0,20)

PB13

-0,54 (±0,20)

-0,43 (±0,20)

-0,39 (±0,20)

-0,37 (±0,20)

Representatief

-0,54 (±0,20)

-0,43 (±0,20)

-0,39 (±0,20)

-0,37 (±0,20)

-0,55

-0,39

-0,29

-0,24

PB01

-1,24 (±0,20)

-1,55 (±0,20)

-1,76 (±0,20)

-1,85 (±0,20)

PB02

-1,10 (±0,20)

-1,21 (±0,20)

-1,29 (±0,20)

-1,32 (±0,20)

PB08

-1,00 (±0,20)

-1,20 (±0,20)

-1,33 (±0,20)

-1,39 (±0,20)

PB13

-1,14 (±0,20)

-1,53 (±0,20)

-1,79 (±0,20)

-1,91 (±0,20)

Representatief

-1,24 (±0,20)

-1,55 (±0,20)

-1,79 (±0,20)

-1,91 (±0,20)

-1,15

-1,20

-1,24

-1,28

Hoogste waarden

Hoogste waarde (o.b.v. meetreeks par. 2.4.3) Laagste waarden

Laagste waarde (o.b.v. meetreeks par. 2.4.3)

5 Conclusie

CRUX Engineering BV

In deze notitie is een geohydrologische analyse opgesteld om de representatieve grondwaterstanden en stijghoogten in de directe omgeving van de Oude Haven van Zierikzee op basis van overschrijdingskansen te bepalen. De representatieve waarden zijn benodigd voor de reconstructie van de kademuren van de Oude Haven van Zierikzee. Op basis van de representatieve waarden kunnen in een vervolgfase afhankelijk van het ontwerpdoeleind rekenwaarden van de waterstanden worden bepaald.

cruxbv.nl Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 12/13

De meetreeksen van de stijghoogte zijn geanalyseerd, in componenten opgedeeld (getijde, neerslag, verdamping en ruis) en “gekoppeld” aan de beschikbare metingen van neerslag/verdamping (KNMI) en waterstand open water (Rijkswaterstaat). Omdat de neerslag/verdamping en het open water al zeer lang worden gemeten is het mogelijk om de meetreeksen middels een tijdreeksanalyse te verlengen. Door het verlengen van de meetreeks wordt de nauwkeurigheid van de bepaling van representatieve waterstanden vergroot. Uit deze analyse wordt het volgende geconcludeerd 

De stijghoogte in het watervoerend pakket wordt bepaald door getijdewerking in de Oude Haven, Nieuwe Haven én de Oosterschelde evenals door neerslag en verdamping. De representatieve stijghoogten zijn vrij uniform in de 4 peilbuizen waarin deze gemonitord worden (PB01, PB02, PB08 en PB13). Dit betekent dat binnen het project van de Oude Haven één set van representatieve stijghoogten benodigd is. De invloed van stormen en hoogwater op de stijghoogte is gering, omdat de Keersluis van Zierikzee het hoogwater in de Oude Haven limiteert tot NAP +1,85m. De representatieve freatische grondwaterstand wordt grotendeels bepaald door neerslag/verdamping en maar zeer beperkt door het open water (getijde). Aangezien neerslag/verdamping een jaarritme kent is de beschikbare meetreeks te kort om een betrouwbare reconstructie uit te voeren en de meetreeks te verlengen middels de beschreven methode. Geadviseerd wordt om de 5 en 95-percentiel reeks aan te houden als representatieve waarden. De meetreeksen van PB01, PB02, PB08 en PB13 zijn gereconstrueerd voor een data set van 5 jaar. De representatieve hoge stijghoogten zijn vrijwel gelijk aan die van de meetreeks zelf, terwijl de lage stijghoogten lager zijn in de reconstructie.

De volgende representatieve waarden worden geadviseerd: Parameter Meetreeks

Herhalingstijd o.b.v. reconstructie (±0,20m) (laag á hoog)

Grondwaterstand [m NAP]

Stijghoogte [m NAP]

Gemiddeld hoge waarde (95%)

1,57

-0,46

Gemiddelde waarde

1,19

-0,87

Gemiddeld lage waarde (5%)

-0,28

-1,18

1 jaar 10 jaar 50 jaar 100 jaar

-1,24 á -0,54 Meetreeks te kort voor betrouwbare reconstructie

-1,55 á -0,43 -1,79 á -0,39 -1,91 á -0,37

Indien gewenst kan onderscheidt gemaakt worden per locatie van de werkzaamheden, waar de dichtstbijzijnde peilbuis gehanteerd wordt als representatieve peilbuis (met uitzondering van PB10 en PB12 omdat deze niet verklaard kunnen worden en dus niet representatief zijn). De grondwaterstanden zijn weergegeven in Tabel 3 en de stijghoogten in Tabel 3 en Tabel 5.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT22308a2 Pagina 13/13

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Inhoudsopgave bijlagen Peilbuismonitoring Uitdraai grondwaterstatistiek Pastas Bepaling herhalingstijden Bepaling ruis

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Peilbuismonitoring

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Uitdraai grondwaterstatistiek Pastas

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bepaling herhalingstijden

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bij l age (n ) N T 2 23 0 8 a 1

Bepaling ruis In de meetreeksen is een ruis aanwezig van ±0,20m (Figuur 7 en Figuur 8). Deze ruis is het verschil tussen de gemodelleerde stijghoogten die in hoofdstuk 4 nader toegelicht worden. In Figuur 7 en Figuur 8 is de ruis weergegeven, wat het verschil tussen de gemeten- en gemodelleerde tijdsreeksen verklaart. In peilbuis PB01 is met name in de winter meer ruis zichtbaar terwijl in PB13 juist meer ruis in de zomer wordt teruggevonden. De ruis is normaal verdeelt en wordt afgerond op een onzekerheid van de meting van ±0,20m.

Figuur 7 Ruis tussen gemodelleerde en gemeten stijghoogten PB01

Figuur 8 Ruis tussen gemodelleerde en gemeten stijghoogten PB13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12764984/2