926431 Bijlage 0 Toelichting op alle bijlagen
Tekst van het document
Toelichting Bijgevoegde bijlagen, documenten en rapporten
Deze toelichting geeft een omschrijving van de bijlagen, documenten en rapporten die in beslispunt staan vermeld.
Geohydrologisch onderzoek Op basis van het amendement zoals vastgesteld op 1 juli 2021 is gedurende vier seizoenen (één jaar) een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 4. Het uitvoeren van een geohydrologisch onderzoek is gebaseerd op de aanbeveling 2, 3 en 4 uit het rapport van de TU Delft: 2. Het wordt aanbevolen om enkele extra peilbuizen te plaatsen in de ondiepe grondlagen nabij de kademuur en de fundaties van de woningen. 3. Er wordt geadviseerd om een geohydrologisch en/of bemalingsadvies op te stellen, waarbij in meer detail naar het beïnvloeden van de freatische grondwaterstand op de omgeving worden gekeken. Denk hierbij aan de fundaties van de gebouwen, maar ook aan de stabiliteit van het landhoofd van ‘t Witte bruggetje. De studie kan uitsluitsel geven over de beïnvloeding tijdens de bouw, en ook in de gerede toestand. 4. Het wordt aanbevolen om in het bouwteam samen met de ontwerper van de kademuren nogmaals kritisch naar de aan te houden waterstanden, grondwaterstanden, belastingen en waterbodemdieptes te kijken. Het wordt aanbevolen om daarna een ontwerp te maken zonder drainage systeem. In het amendement is hieromtrent het volgende vermeld: “Wat de onder 3 vermelde aanbeveling voor een geohydrologisch onderzoek betreft kan een nauwkeurige analyse alleen plaatsvinden na peilbuis monitoring gedurende de vier seizoenen”.
Er zijn twaalf extra peilbuizen geplaatst door Quattro Expertise. Voor een overzicht van de peilbuizen rond en in de omgeving van de Oude Haven, zie bijlage 5. CRUX heeft de peilbuismonitoring geïnterpreteerd en een tweetal adviezen opgesteld. Te weten een analyse van de (grond)waterstanden en een geohydrologisch advies. Deze adviezen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van september 2022, destijds beschikbare gegevens c.q. documentatie en uitvoeringsmethodiek stabilisatie kademuren en restauratie metselwerk. Door CRUX is op 14 december 2022 een presentatie van het geohydrologisch onderzoek gegeven aan de klankbordgroep. De twee eerder genoemde onderzoeken zijn door CRUX samengevat in een voorlichtingsnotitie om deze materie toegankelijk te maken. Deze documenten zijn beschikbaar via de website van het project maar ook als bijlage bij dit advies gevoegd. Samengevat is de conclusie van CRUX als volgt: De werkzaamheden worden in verschillende fases uitgevoerd waarvan het leegpompen van de haven de grootste invloed heeft op de omgeving, namelijk 10 a 15 cm verlaging van de grondwaterstand onder de panden. Bij deze beperkte verlaging wordt geen schade aan omliggende panden verwacht. De verlaging kan wel volledig worden gemitigeerd met het inlaten van water in een drain achter (landzijde) van de kade.
De eigenschappen van de drain en het waterniveau zijn berekend door CRUX, maar een monitoring van de grondwaterstand wordt ter controle van berekeningen uitgevoerd.
1/6
De werkzaamheden aan de kademuren zijn geohydrologisch beschouwd en getoetst. Dit houdt in dat CRUX de volgende werkzaamheden heeft uitgevoerd op basis van recente onderzoeksresultaten en inzichten: • Interpretatie peilbuismonitoring • Bepaling maatgevende grondwaterstanden • Geohydrologische toetsing van het VO/DO • Opstellen monitoringsplan • Interpretatie van de monitoringsgegevens Op basis van de uitkomsten van recente onderzoeksuitkomsten, wordt een andere uitvoeringsmethodiek geadviseerd. Hierdoor zijn de eerder uitgewerkte scenario’s in het rapport niet langer van toepassing.
Risicodossier (RISMAN methode) Door Bouwrisk is een integraal risico-dossier opgesteld (RISMAN methode) Het opstellen van een risico-dossier is gebaseerd op aanbeveling 5 uit het rapport van de TU Delft: 5. Het opstellen en onderhouden van een integraal risicodossier is zeer aan te bevelen. Naast de risico’s die reeds gesignaleerd zijn in dit project wordt aanbevolen de input van de TU Delft alsmede de risico’s genoemd in het handboek Binnenstedelijke kademuren hierbij mee te nemen. In het amendement is hierover het volgende opgenomen: “Het college van burgemeester en wethouders verder te verzoeken op basis van een bewezen methodiek, zoals bijvoorbeeld de RISMAN methode een uitgebreid en zorgvuldig opgebouwd risicodossier voor dit project op te stellen, waarin een grondige analyse is opgenomen en de wijze waarop de risico’s kunnen worden voorkomen dan wel verminderd”. Bij de restauratie van de kademuren wil de gemeente uiteraard het risico op beschadiging van de (monumentale) panden zoveel als mogelijk voorkomen. Ook in het coalitieakkoord is dit specifiek benoemd. Bouwrisk begeleidt het project op het gebied van risicomanagement (volgens de RISMAN methode) en zorgen voor een integraal risico-dossier. Dit betreft een dynamisch document en de inhoudelijke memo daaromtrent is toegevoegd als bijlage 6.
De risicoanalyse wordt gebruikt voor een betere beheersing van de projectrisico’s in zijn algemeenheid en het onderbouwd nemen van technische beslissingen. De risicoanalyse is gericht op het beheer aspect ‘Kwaliteit’ en ‘Veiligheid’. De informatie die gebruikt wordt voor de risicoanalyse en het risicomanagement zijn: • Toestandsgegevens van de huidige kademuur • Toestandsgegevens van de objecten in de omgeving • Uitkomsten van de risicosessies • Uitvoeringsmethode welke beperkt is tot herstel van het metselwerk • Second opinion rapport van TU Delft met als onderwerp Renovatie Kademuren Oude Haven Zierikzee
Notitie MUC inzake uitvoeringsmethodiek MUC heeft als constructeur/adviseur van de gemeente een notitie Afweging bestaande situatie handhaven opgesteld op basis van de (recente) onderzoeksresultaten en daarbij geadviseerde uitvoeringsmethodiek. Sinds 2017 is er ten aanzien van de Oude Haven een monitoringsprogramma, door middel van deformatiemetingen. Deze worden regelmatig uitgevoerd. De uitkomsten zijn en worden geanalyseerd. De notitie is bijgevoegd in bijlage 7.
2/6
Definitieve uitwerking van de aanbevelingen vanuit de second opinion zoals opgesteld door de TU Delft De TU Delft heeft een aantal aanbevelingen geformuleerd, op basis van (recente) onderzoeksresultaten is een definitieve uitwerking van de aanbevelingen opgesteld. De second opinion van de TU Delft is gebaseerd op de methode die aannemingsbedrijf Leenhouts in de aanbesteding heeft aangeboden. Deze methode is een combinatie van constructieve werkzaamheden (stabiliseren van de kademuren door middel van palen) en de restauratie van het metselwerk. Destijds zijn de aanbevelingen op basis van deze methodiek uitgewerkt en bijgevoegd bij het raadsvoorstel van 1 juli 2021 (zaaknummer 444507). Ten aanzien van de belangrijke herijking van de uitvoeringsmethodiek, dienen de aanbevelingen van de TU Delft nog steeds als basis en uitgangspunt. Echter krijgen deze aanbevelingen logischerwijze wel een andere tendens binnen het project. Dat heeft er ook toe geleid dat de TU Delft is gevraagd om mee te kijken naar de onderzoeksresultaten en advisering voor de nieuwe uitvoeringsmethodiek. Voor de volledigheid zijn de aanbevelingen definitief uitgewerkt op basis van de uiteindelijke uitvoeringsmethodiek, zie bijlage 8.
Het verzoek aan de TU Delft op basis van geadviseerde uitvoeringsmethodiek en het advies van de TU Delft Op basis van de second opinion van de TU Delft en de geformuleerde aanbevelingen is aan de hand van de (recente) onderzoeksresultaten en berekeningen een verzoek gedaan aan de TU Delft om het advies en voorgestelde uitvoeringsmethodiek te beoordelen. De onderzoeksresultaten en berekeningen zijn tweemaal besproken en toegelicht aan de heer D.J. Peters van de TU Delft. Als gevolg van de second opinion en de stappen die daarna zijn doorlopen, is het van belang dat de TU Delft de uiteindelijke uitvoeringsmethodiek beoordeelt. Deze beoordeling is in de volgende vraagstelling verwoord: “Op basis van recent duikonderzoek in de Oude Haven is gebleken dat in de rechtstand aan de noord- en zuidzijde van de Oude Haven geen houten paalfundering is aangetroffen. De inspectie door duikers is tot half onder de kade uitgevoerd en dat betekent dat de kademuren op staal gefundeerd moeten zijn. Vanuit de historische en recente monitoringsgegevens blijkt dat de kademuren weinig tot geen vervormingen ondergaan gedurende de jaren en daarmee stabiel zijn. Deze conclusies zijn verder onderbouwd met drie Plaxis berekeningen, te weten noordzijde, zuidzijde en Kraanplein.
Onderschrijft de TU Delft deze conclusies?” De TU Delft komt tot de volgende beoordeling: “Onze algemene indruk is dat er veel tijd is geïnvesteerd in gedegen onderzoek. Daarmee is er op alle belangrijke punten opvolging gegeven aan de aanbevelingen gedaan in ons second opinion rapport van april 2021. Meer specifiek is het resultaat van het onderzoek dat kan worden geconstateerd dat de kademuren aan de noord- en zuidzijde van de haven niet rusten op houten paalfunderingen. Daarmee vervalt een belangrijk zorgpunt over de eindige levensduur van de fundering. Tevens vervalt de noodzaak om de fundering te renoveren.
3/6
Het projectteam concludeert dat renovatie van het metselwerk van de kademuren volstaat. TU Delft onderschrijft deze conclusie. Ook kunnen wij ons vinden in de voorgestelde aanpak om de kademuren in de toekomst periodiek te monitoren om daarmee te voldoen aan de gebruikelijke verplichtingen voor onderhoud en instandhouding van bestaande constructies (e.e.a. conform de normen NEN 8700 en 8707).”
In bijlage 9 is het verzoek aan de TU Delft toegevoegd, in bijlage 10 is de beoordeling van de TU Delft terug te vinden.
Rapport Participatie en Rapport Bezoek Wethouder In het kader van dit project heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden conform de wens en het besluit van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft in het amendement het volgende gesteld: “Het college van burgemeester en wethouders ten slotte te verzoeken een voorstel op te stellen over de wijze waarop de betrokkenheid / participatie van de belanghebbenden in de aanloop naar de voorbereiding van een nieuw voorstel aan de gemeenteraad vorm wordt gegeven. In de achterliggende tijd zijn ook opmerkingen ontvangen over de betrokkenheid / participatie van de belanghebbenden in dit dossier. Gelet op deze signalen is het van belang dat nog een keer wordt gekeken of de wijze waarop dit nu gestalte is gegeven bijstelling behoeft.” De verantwoordelijk portefeuillehouder heeft aangegeven een nieuwe start te willen maken en heeft dit in kennismakingsgesprekken met de huidige leden van de klankbordgroep besproken. Het was daarbij van belang om het participatieproces opnieuw inhoud te geven waarin eenieder zich kon vinden. We menen daarbij de strekking van het amendement als zodanig goed begrepen te hebben. De wijze waarop de participatie is vormgegeven en feitelijk is uitgevoerd staat beschreven in het document Participatie. Dit document is opgesteld in overleg met de onafhankelijk voorzitter.
Omdat duidelijk is gebleken dat het proces ten aanzien van participatie na de nieuwe start naar tevredenheid verliep, is niet eerst een nieuw voorstel aan de raad aangeboden zoals het amendement stelt. Samen met de onafhankelijk voorzitter was er voldoende vertrouwen voor de portefeuillehouder om de raad gelijktijdig met dit voorstel een beschrijving van het doorlopen proces aan te bieden. De goede samenwerking met onafhankelijk voorzitter en klankbordgroep hebben dat comfort gegeven. Het document Participatie is te vinden in bijlage 11 en het rapport Bezoek wethouder in bijlage 12.
Advies van de onafhankelijk voorzitter van de klankbordgroep Omdat het hier een advies betreft van de onafhankelijk voorzitter, wordt hier enkel verwezen naar de inhoud van bijlage 13.
Besluit van de RCE inzake de verleende subsidie voor dit project In het vierde kwartaal van 2022 hebben we ambtelijk overleg gevoerd met de RCE inzake de verleende subsidie en het feit dat de uiterste opleverdatum van 31 december 2023 niet gehaald zou worden. Overigens hebben wij de RCE gedurende de voorliggende periode tot hedenperiodiek op de hoogte gesteld van de processtappen binnen dit dossier.
4/6
Door het college is een formeel verzoek tot uitstel ingediend. Als reden voor uitstel hebben wij de volgende onderbouwing gegeven: “Naar aanleiding van een bezwaarprocedure en op basis van een second opinion opgesteld door de TU Delft, heeft de gemeente besloten een geohydrologisch onderzoek te laten uitvoeren en nog geen besluit te nemen omtrent de start van de werkzaamheden. Ter bevestiging van uw uitstelverzoek vraagt u de RCE nu om een schriftelijke reactie waarin de termijn voor de planuitwerking en uitvoering wordt gewijzigd naar 1 september 2023.”
Memo inzake omgekeerde bewijslast van Ten Holter Noordam Op basis van het gestelde in het coalitieakkoord is het principe van omgekeerde bewijslast juridisch getoetst en uitgewerkt. Wij hebben Ten Holter Noordam gevraagd om een notitie die antwoord geeft op de vraag om de zorgen van de bewoners(-commissie) omtrent de afwikkeling bij eventuele bouwschade en de mogelijke/gewenste invulling aan de ‘bewijslastomkering’ als verwoord in het coalitieakkoord. Zie bijlage 14 (geheim). “Door het treffen van verschillende maatregelen anticipeert de Gemeente deugdelijk om enerzijds bouwschade te voorkomen en anderzijds te voorkomen dat de oorzaak van de schade en het gevolg een lang traject gaat innemen. Met deze maatregelen geeft de Gemeente genoegzaam een ondersteunende invulling aan de bewijspositie van bewoners als verwoord in het coalitieakkoord”.
Procedure Monitoring en schadeprotocol ten aanzien van dit project In tegenstelling tot het toepassen van zogenaamde omgekeerde bewijslast, is een procedure Monitoring en schadeprotocol opgesteld. De restauratie van de kademuren van de Oude Haven in Zierikzee is ingrijpend voor de directe omgeving. Wij realiseren ons dat het project de nodige hinder met zich meebrengt. Uiteraard proberen wij er alles aan te doen om de hinder te minimaliseren. Hiervoor zijn ook strenge voorwaarden meegegeven aan de aannemer. Voorwaarden die ervoor moeten zorgen dat de buurt bereikbaar, leefbaar en veilig blijft. Wij begrijpen ook de zorgen van pandeigenaren/bewoners over bouwschade. De meeste panden aan de Oude Haven, Kraanplein en Havenpark zijn (Rijks-)monumenten. De funderingen zijn vanwege hun leeftijd gevoelig voor veranderingen in de ondergrond. Daarom is een procedure Monitoring en schadeprotocol opgesteld. In dit document staat welke monitoring plaatsvindt en hoe gemeente Schouwen-Duiveland omgaat met schadeclaims met betrekking tot beschadigingen van gebouwen. Ons uitgangspunt is het risico op beschadiging van (monumentale) panden te minimaliseren. Zie bijlage 15. We voldoen daarbij ook aan het gestelde in het coalitieakkoord. De monitoring en schadeprotocol treden in werking vanaf het moment de (voorbereidende) werkzaamheden in en ronde de Oude Haven starten.
5/6
Advies inzake aanbesteding van Ten Holter Noordam De wijziging qua uitvoeringsmethodiek leidt tot een toetsing wat betreft aanbestedingsrecht. Wij hebben Ten Holter Noordam gevraagd om met betrekking tot de opdracht voor de restauratie van de kademuren van de Oude Haven in Zierikzee een aanbestedingsrechtelijke toets te verrichten. Zie bijlage 16 (geheim).
6/6