8a1 20210311 Bestuursvoorstel Begroting 2022
Tekst van het document
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
Bestuursvoorstel Algemeen Bestuur Onderwerp
Programmabegroting 2022
Status
Besluitvormend
Gevraagd besluit
Het Algemeen Bestuur wordt gevraagd:
1.
2.
3. 4.
Intrekken van eerdere besluitvorming Bijlagen
In te stemmen met de programmabegroting 2022. De begroting 2022 is sluitend indien wordt ingestemd met: a. een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage VRZ met € 260.000 t.o.v. 2021 en een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage bevolkingszorg met € 2.000 t.o.v. 2021, beide conform VZG-richtlijn; b. een onttrekking aan de algemene reserve van € 311.003 voor incidentele dekking van het structurele begrotingstekort ontstaan in de begroting 2021 als gevolg van CAOontwikkelingen. Vanaf 2023 is een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien; c. een onttrekking aan de reserve meldkamer van € 154.900 voor incidentele dekking van frictiekosten (€ 88.200) en desintegratiekosten (€ 66.700); d. een onttrekking aan de algemene reserve van maximaal € 200.000, voor het programmamanagement Brandweer 2030.; e. een restant-taakstelling van structureel € 90.674 f. een post onvoorzien van € 50.000. In te stemmen met het investeringsplan 2022 voor een bedrag van € 5.112.220. Het betreft vooral de (geplande) vervanging van brandweermaterieel en –materiaal (zie paragraaf 2.3.4. in de begroting 2022). Kennis te nemen van de meerjarenraming 2023 t/m 2025, als onderdeel van de programmabegroting 2022, met daarin een oplopende gemeentelijke bijdrage voor dekking van het begrotingstekort 2021 en oplopende kapitaallasten.
De programmabegroting 2022 voor zienswijze aan te bieden aan alle gemeenteraden in Zeeland. De programmabegroting 2022 na ontvangst en verwerking van de ontvangen zienswijzen van de gemeenteraden definitief vast te laten stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 9 juli 2021.
-
-
Programmabegroting 2022 Pagina 1 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
-
Infographic Begroting 2022
1. Samenvatting Voor u ligt de programmabegroting 2022. De begroting 2022 is opgesteld vooruitlopend op de samenstelling van het nieuwe beleidsplan. De nu voorgestelde maatregelen zijn gebaseerd op én passend binnen het beleid uit de periode 2016-2019. Gezien de ontwikkelingen die op VRZ afkomen wordt de koers zorgvuldig en met voldoende draagvlak bepaald. Bij het gevraagde besluit over de jaarschijf 2022 wordt hieronder een toelichting gegeven: 1a. VZG-richtlijn loon- en prijsontwikkeling (0,9%, structureel) Gemeentelijke bijdrage VRZ 2022 Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2021, omdat bij de vaststelling van de begroting 2021 geen besluit is genomen over de oplopende gemeentelijke bijdrage (als gevolg van oplopende kapitaallasten) in de meerjarenraming 2022 t/m 2024. De meerjarenraming is ter informatie. Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Structureel Structurele bijdrage VRZ op basis van begroting 2021 VZG-richtlijn 2022, loon- en prijsontwikkelingen (0,9%) Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen *) Waterveiligheid /overstromingsrisico's 2 Fte Risicobeheersing Begrotingstekort 2021 (CAO 2019-2020)
28.746.152 0 0 87.500 67.000 0
28.746.152 260.000 0 0 0 0
28.746.152 260.000 170.000 0 0 304.253
28.746.152 260.000 769.000 0 0 304.253
28.746.152 260.000 1.373.000 0 0 304.253
Totaal gemeentelijke bijdrage (excl. bevolkingszorg)
28.900.652
29.006.152
29.480.405
30.079.405
30.683.405
-11.000
-11.000
-11.000
-11.000
-11.000
28.889.652
28.995.152
29.469.405
30.068.405
30.672.405
Correctie gemeente Schouwen-Duiveland Totaal gemeentelijke bijdrage (excl. bevolkingszorg) *) Een toelichting is opgenomen in de Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2022 via de gemeentelijke bijdrage is de VZGrichtlijn van 0,9% gehanteerd. De bijstelling bedraagt € 260.000. Op basis van dit percentage is een loonbijstelling en een prijsbijstelling bepaald, rekening houdend met circa 67% loonkosten en circa 33% materiële kosten. Loonbijstelling VZG-richtlijn (0,9 %)
0,6%
Prijsbijstelling 1,5 %
Gewogen gemiddelde prijsbijstelling 0,9 %
loon-
en
Hierbij moet opgemerkt worden dat de CAO gemeenten tot 1 januari 2021 loopt. Vanaf 1 januari 2021 is door VRZ rekening gehouden met een loonstijging van 2,5%, conform de VZG-richtlijn. Vanaf 1 januari 2022 is door VRZ rekening gehouden met een loonkostenontwikkeling van 0,6% conform de VZG-richtlijn. De nieuwe cao vanaf 2021 is nog niet bekend. Er ontstaat dus op een later moment pas duidelijkheid over de werkelijke loonontwikkeling in 2021 en 2022. Inmiddels is bekend dat het ABP in 2021 de pensioenpremies heeft verhoogd. De premie van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen van ABP stijgt in 2021 van 24,9% naar 25,9%. De loonkosten voor
Pagina 2 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
VRZ stijgen hierdoor met circa 0,5%. Voor CAO-ontwikkelingen in 2021 resteert op basis van de VZGrichtlijn dan circa 2%. Opgeteld is rekening gehouden met ca. 2,6% voor de periode 2021 en 2022. In de begroting 2021 was nog een verhoging voorzien in 2022 voor oplopende kapitaallasten van € 487.358. Door het temporiseren van de geplande vervangingsinvesteringen is dit in de begroting 2022 teruggebracht naar 0. Vanaf 2023 wordt wel een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien samenhangend met oplopende kapitaallasten (€ 170.000). In de begroting 2021 is rekening gehouden met een incidentele gemeentelijke bijdrage van € 87.500 voor het project Waterveiligheid (Wave) en een incidentele bijdrage van € 67.000 voor risicobeheersing. Vanaf 2022 komen deze bijdragen (samen € 154.500) te vervallen. De bijdrage voor de gemeente Schouwen-Duiveland neemt met € 11.000 af. Het betreft een correctie die zijn oorsprong heeft in 2013. Hier tegenover staat een structurele verlaging van de kosten met € 11.000 op het programma Risicobeheersing. Gemeentelijke bijdrage Bevolkingszorg 2022 Op basis van de begroting 2021 bedraagt de gemeentelijke bijdrage Bevolkingszorg € 165.000. Voor de compensatie van loon- en prijsontwikkelingen is de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 2.000 (=0,9%). De gemeentelijke bijdrage bedraagt € 167.000 vanaf 2022. 1b.
Begrotingstekort 2021 (CAO 2019-2020) Tijdens het opstellen van de begroting 2021 is een begrotingstekort 2022 ontstaan van € 311.003. Dit begrotingstekort is nieuw ontstaan in 2021 en heeft niets te maken met de taakstelling uit de begroting 2020. Belangrijkste oorzaak is de CAO gemeenten 2019-2020: CAO gemeenten 2019-2020 Er is rekening gehouden met een structurele verhoging van 4,9 % in de periode 2019-2020 op basis van de VZG-richtlijn. In de CAO is een verhoging van 6,25% afgesproken. Omdat de verhoging gefaseerd wordt ingevoerd, ontstaan er in 2019 en 2020 geen budgettaire problemen. Vanaf 2021 wel. Het tekort ten opzichte van de begroting dat vanaf 2021 ontstaat bedraagt 1,35% dat overeenkomt met ca. € 300.000. Er zijn geen afspraken gemaakt met de deelnemende gemeenten over nacalculatie van de VZGrichtlijn. De extra kosten zijn daarom als begrotingstekort opgenomen.
Uitgangspunt van VRZ is dat de werkelijke loon- en prijsstijgingen worden gecompenseerd om uitholling van de taakuitvoering te voorkomen. Het Algemeen Bestuur heeft in 2021 besloten om de (exogene) structurele ontwikkelingen, zonder verhoging van de gemeentelijke bijdragen, te verwerken in de (meerjaren)begroting 2021. Voor 2021 is voorgesteld dit begrotingstekort te dekken door een incidentele onttrekking uit de algemene reserve. Voor 2022 wordt opnieuw voorgesteld dit begrotingstekort te dekken door een incidentele onttrekking uit de algemene reserve. Deze dekking is mogelijk door de opnieuw te verwachten onderuitputting in 2021 als gevolg van Corona. Vanaf 2023 wordt een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien van € 304.253.
Exogene ontwikkelingen begroting 2021 Dekking algemene reserve Verhoging gemeentelijke bijdrage Totaal
2022 -311.003 311.003 0
2023 -304.253
2024 -304.253
2025 -304.253
304.253 0
304.253 0
304.253 0
1c. Meldkamer Zeeland-Brabant
Pagina 3 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
Eind 2020 was er nog sprake van een hogere bezetting dan de afgesproken formatie. De bezetting zal worden afgebouwd. Ook is er sprake van tijdelijke reiskosten woon-werkverkeer in de periode 2020-2025 (5 jaar). De komende jaren kan hierdoor nog sprake zijn van hogere kosten. In de loop van 2021 zal een nieuwe (meerjaren)begroting opgesteld worden. Tijdelijke, extra kosten worden opgevangen met de reserve meldkamer. In 2022 is een bedrag van € 88.200 opgenomen. De loonkosten van een medewerker worden tot aan pensionering gedekt uit de reserve meldkamer. De kosten bedragen € 66.700 in 2022. 1d. Programma brandweer 2030 In het aankomende meerjarenbeleidsplan is de toekomst van de brandweer één van de belangrijkste beleidsthema’s. Vanaf 2019 heeft VRZ de inzichten in de huidige brandweerzorg gedeeld met het Algemeen Bestuur, gemeenteraden en de interne organisatie. Brandweer Zeeland heeft te maken met teruglopende prestaties, onder meer veroorzaakt door minder beschikbaarheid van vrijwilligers (met name overdag), een verhoogde opleidingsvraag en uitstroom van vrijwilligers vanwege hun leeftijd. Tegelijkertijd zal de invoering van de WNRA (Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren) gevolgen hebben voor de organisatiewijze van de brandweer, evenals de invoering van gebiedsgerichte opkomsttijden ter vervanging van wat in Maatwerk in Brandweerzorg in 2015 is afgesproken.
Als uitwerking van de WNRA hebben de minister van J&V en het Veiligheidsberaad geconcludeerd dat op grond van de Europese deeltijdrichtlijn de huidige inrichting en werkwijze ten aanzien van vrijwilligheid bij de brandweer binnen de bestaande juridische kaders niet behouden blijven. De oplossing hiervoor leidt mogelijk tot een stelselwijziging van de brandweer, waarbij wel het doel is om vrijwilligheid zoveel mogelijk te behouden. VRZ zal de komende jaren moeten zorgen dat de brandweerzorg ook in de toekomst aan de wet- en regelgeving voldoet, inclusief de vereisten van de WNRA. In 2021 starten we met een programmatische aanpak om zorgvuldig, met de brandweerposten en de gemeenten, de eerste stappen te zetten om de brandweerzorg te verbeteren richting de toekomst. Belangrijke pijlers zijn het behoud van vrijwilligheid, meer investeren in brandpreventie en brandveilig leven en het stimuleren van participatie uit de samenleving. Vanwege dit grote belang voor een goede brandweerzorg in Zeeland, ook in de toekomst, zal VRZ intern capaciteit vrijmaken om deze problematiek zorgvuldig en in samenspraak programmatisch op te pakken. Dit biedt mogelijkheden om stapsgewijs en meerjarig de oplossingsrichtingen te onderzoeken en verder vorm te geven. Deze oplossingsrichtingen zijn nog niet helemaal duidelijk (door bijv.
het onderzoek naar taakdifferentiatie) en raken ook meerdere beleidsterreinen, ook buiten VRZ (zoals ruimtelijke ordening en vergunningverlening en handhaving). Het is daarom belangrijk dat we, zowel bestuurlijk als ambtelijk (inclusief onze vrijwilligers), draagvlak creëren voor onze aanpak en een zorgvuldig proces doorlopen. De directeur VRZ is, met het MT, verantwoordelijk om deze programmatische aanpak aan te sturen en uit te dragen. Echter, de complexiteit van de inhoudelijke vraagstukken en het belang van een zorgvuldig proces vraagt om een uiterst zorgvuldige aansturing. Omdat de huidige MT-leden grotendeels actief zijn met reguliere taken wordt er extra capaciteit ingezet om de MT-leden te ondersteunen in de programmatische aanpak. Wanneer dit niet voldoende wordt ingevuld is er met name een afbreukrisico op het borgen van de bestuurlijke processen en het bewaken van de onderlinge samenhang qua deelprojecten. De capaciteit om de aansturing van het programma ten uitvoer te brengen wordt intern gevonden. Dit heeft als consequentie dat de vrijgevallen functies tijdelijk ingevuld moeten worden om de continuïteit te waarborgen. Deze kosten kunnen niet binnen de bestaande begroting worden opgelost en worden geschat op maximaal € 200.000 per jaar, afhankelijk van de wijze van invulling.
Om financiële dekking te realiseren wordt in 2021 de kosten (€100.000) gedekt uit de lopende exploitatie 2021 (1e begrotingswijziging 2021 bij de 1e burap). Financiële dekking voor de jaren 2022 t/m 2024 (samen Pagina 4 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
maximaal € 500.000) wordt gerealiseerd uit de algemene reserve en is verwerkt in deze programmabegroting 2022. Jaarlijks zal een evaluatiemoment plaatsvinden om nut/noodzaak van het programmamanagement 2030 te bezien en te beoordelen of bekostiging hiervan op de voorgestelde wijze moet worden gecontinueerd. Het Algemeen Bestuur VRZ heeft aangegeven dat de zaken, zowel financieel als beleidsmatig, in samenhang met elkaar moeten worden bezien. Er is geen sprake van nieuw beleid, aangezien de beoogd programmamanager dit nieuw beleid voor brandweer 2030 vorm gaat geven. De incidenteel benodigde gelden voor aanstelling van een programmamanager zijn niet te vinden binnen de huidige begroting, aangezien VRZ de afgelopen jaren een aanzienlijke reductie van de taakstelling heeft weten te behalen (zie hiervoor ook de aanbiedingsbrief begroting), waardoor er geen ruimte is om de invulling van programmamanagement voor brandweerzorg 2030 goed op te pakken, zonder te raken aan het primair proces. Om die reden is voorgesteld het benodigde budget te onttrekken aan de algemene reserve. 1e. Taakstelling De programmabegroting 2020 was sluitend door het opnemen van een algemene structurele taakstelling. De afgelopen jaren hebben we al stevig ingezet op het verminderen van structurele uitgaven.
In de begroting 2020 en 2021 was het met huidige koers en beleid niet mogelijk om deze sluitpost geheel structureel om te buigen. Het bestuur heeft VRZ opdracht gegeven om deze (meerjarige) sluitpost in de begroting 2020 als taakstelling te realiseren. Los van een taakstelling erkent VRZ de noodzaak om continu de eigen organisatie door te lichten op doelmatigheid. In 2019/2020 zijn reeds een aantal maatregelen genomen. Vanaf half maart 2020 heeft VRZ prioriteit gegeven aan de Covid-19 crisis, waardoor in 2021 met behulp van input van medewerkers en leidinggevend wordt bezien welke (rest) maatregelen nog mogelijk zijn binnen VRZ. VRZ is door actieve sturing in 2020 er ondanks de Covid-19 crisis in geslaagd om 2 incidenteel toegekende fte’s voor advisering binnen risicobeheersing (ondanks verwachte minimaal gelijkblijvende stroom adviesverzoeken) structureel in te bedden binnen de totale formatie van risicobeheersing. Dit betekent dat de taakstelling in 2022 met € 125.000 oplopend tot een totaalbedrag van € 155.000 in 2024 kan worden verlaagd. Vanaf 2021 wordt nog bezien welke besparingen/ doelmatigheidsmaatregelen voor VRZ nog mogelijk zijn met behoud van kwaliteit en taakuitvoering. In 2019/2020 heeft VRZ gestuurd middels het plan van aanpak taakstelling, met de volgende conclusies: •
• •
VRZ heeft van 2021 tot en met 2024 voor een bedrag van € 486.100 aan structurele maatregelen in gang gezet en kosten gereduceerd. Dit is ook (gedeeltelijk) voor de frictiekosten veroorzaakt door vertrek van de meldkamer. Daarentegen is aan de andere kant rekening gehouden t/m 2024 met het begroten van de uitloopschalen. Indien nodig bestaat de mogelijkheid om incidenteel (gedeelten van) de taakstelling (bijvoorbeeld van de meldkamer) in 2022 op te vangen vanuit de algemene reserve en/of bestemmingsreserves. Bestuurlijke keuzes en wijziging van de beleidskoers op basis van het nieuwe beleidsplan zijn noodzakelijk om het totaal openstaand bedrag aan taakstelling uit de (meerjaren)begroting 2020 uiteindelijk op te kunnen lossen binnen de huidige financiële kaders. Dit met inachtneming van een acceptabele financiële positie zoals in het rapport van Twynstra Gudde is aangeduid: “Een gezonde balans tussen gedeelde ambities en benodigde financiën met lokaal commitment”.
Pagina 5 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
2022 -222.516 125.000 6.842 -90.674
Restant taakstelling na PvA Taakstelling *) Formatie risicobeheersing Begrotingsaldo 2022 **) Totaal
2023 -296.466 125.000 -1.438 -172.904
2024 -297.516 155.000 -11.097 -153.613
2025 -297.516 155.000 -39.297 -181.813
*) Inclusief taakstelling vertrek meldkamer **) De 1 en 2e bestuursrapportage 2020 lieten een nadeel zien van € 155.408 in 2021 aflopend naar € 73.150 vanaf 2022. Dit nadeel is in 2022 door meevallers en ombuigingen opgevangen.
1f. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. 2 en 3. Investeringsplan en oplopende kapitaallasten
Sinds de jaarrekening 2015 melden wij in de begroting de geprognosticeerde oplopende kapitaallasten. De oplopende kapitaallasten komen grotendeels voort uit de noodzakelijke vervanging van het huidige, verouderde brandweermaterieel en -materiaal. Niet alleen in Zeeland is dit aan de orde. Ook in andere veiligheidsregio's zijn deze effecten zichtbaar. De oorzaken, zoals al eerder in onze begroting gemeld zijn: -
Inflatie over een aantal jaren, waardoor de vervangingsprijs hoger is; Afschaffing van het btw-compensatiefonds in 2014; Vervanging van rijksmaterieel voor grootschalig optreden waarbij in de overdracht aan de veiligheidsregio geen financiële middelen zijn meegekomen.
Elk jaar bekijken wij de levensduur van de vervangingsinvesteringen (inclusief brandweermaterieel) uit de investeringenportefeuille. Op basis daarvan hebben we reeds een aantal afschrijvingstermijnen verlengd, onder andere die van een tankautospuit (tot 17 jaar). Toch lopen de kapitaallasten op. In de meerjarenraming 2023 t/m 2025 is de gemeentelijke bijdrage stapsgewijs verhoogd. Het effect bedraagt in de jaarschijf 2025 ten opzichte van de jaarschijf 2022 € 1.373.000. Door temporiseringen in het vervangingsplan 2021 zijn de kapitaallasten in 2022 gelijk aan het niveau van 2021. Het niet doen van deze vervangingen leidt tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland. € 6.000.000
Begroting 2021 € 5.500.000
Jaarrekening 2020 € 5.000.000
Begroting 2022
Jaarrekening 2019 € 4.500.000
€ 4.000.000
€ 3.500.000
€ 3.000.000
Begroting 2021 na wijziging € 2.500.000
€ 2.000.000
Kapitaallasten
Niveau begroting
Pagina 6 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
Het investeringsplan 2022 bedraagt € 5.112.220. Het betreft vooral de (geplande) vervanging van brandweermaterieel en –materiaal. Het investeringsplan is opgenomen in paragraaf 2.3.4. in de begroting 2022. Het investeringsplan is gebaseerd op het huidige beleid. Binnen dit beleid is 1 op 1 vervanging voorzien, gebaseerd op de vastgestelde maximale afschrijvingstermijnen om zo de operationele sterkte op peil te houden. Voor sommige activa wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid en daarnaast kunnen beleidsontwikkelingen m.b.t. ‘Brandweerzorg 2030’ gevolgen hebben voor dit vervangingsplan. Aanpassing/besluitvorming over het huidige beleid gaat echter vooraf aan aanpassing van het vervangingsplan. Bij een aanbesteding van bijvoorbeeld nieuwe tankautospuiten zal er daarom aandacht zijn voor flexibiliteit in de afname van het aantal voertuigen.
4. Risico’s en weerstandsvermogen In de Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. Inmiddels is de gemeenschappelijke regeling 2017 VRZ vastgesteld. Conform de VZG-richtlijn is hierin opgenomen artikel 25 : “Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers.” Dat betekent voor 2022 een maximale reserve van 5 % van € 37.082.827 = € 1.854.141. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt, rekening houdend met het bestedingsvoorstel van het resultaat van de jaarrekening 2020 en de begroting 2021, begin 2022 € € 1.557.330. Dit is lager dan de maximaal toegestane weerstandscapaciteit. Een afbouw van de weerstandscapaciteit wordt op dit moment niet verstandig geacht: - Er is in 2022 een onttrekking voorzien aan de algemene reserve van € 311.003 waardoor de beschikbare weerstandscapaciteit eind 2022 onder de maximale toegestane weerstandscapaciteit zakt - Er is in de periode 2022, 2023 en 2024 respectievelijk € 200.000, € 200.000 en € 100.000 (samen € 500.000) opgenomen voor het programmamanagement Brandweer 2030. Deze kosten worden gedekt uit de algemene reserve.
- Er is er nog sprake van een structurele taakstelling in de meerjarenbegroting - Er is sprake van een groot structureel risico in de vorm van de Wnra. Dit risico blijft bestaan tot het moment dat het rijk de financiering van de extra uitgaven voortvloeiend uit implementatie van de wet volledig voor haar rekening neemt. 2. Wettelijk kader en of eerdere besluitvorming In artikel 34 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is opgenomen dat het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam de begroting 2022 vaststelt in 2021. In Artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen is opgenomen dat het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam vóór 15 april 2021 de algemene financiële en beleidsmatige kaders zendt aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus 2021 aan gedeputeerde staten. Het is in het ‘Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten’ voorgeschreven dat in de begroting 2022 vergelijkende cijfers worden opgenomen tussen de jaarrekening 2020, de begroting 2021 en de begroting 2022. De jaarrekening 2020 van VRZ is nog niet vastgesteld. De voorlopige cijfers zijn opgenomen. Zodra de accountantscontrole van de jaarrekening 2020 is afgerond zullen de cijfers definitief worden ingevuld.
Pagina 7 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
Pagina 8 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
3. Financiën Financiële consequenties (Incidenteel/structureel, investering, exploitatielasten en kapitaallasten)
Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2021 Gemeente VRZ
2022 VRZ
Verschil VRZ
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
1.816.947 2.687.121 1.893.064 791.620 3.066.395 863.840 1.492.518 2.862.232 2.357.095 4.237.992 1.848.714 1.971.830 3.011.284
1.807.648 2.723.914 1.900.029 785.769 3.087.585 872.778 1.496.712 2.856.439 2.360.994 4.220.480 1.856.043 1.970.807 3.055.955
-9.299 36.793 6.965 -5.851 21.190 8.938 4.194 -5.793 3.899 -17.512 7.329 -1.023 44.671
Totaal
28.900.652
28.995.152
94.500
Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2021 2022 Verschil Gemeente Bevolkingszorg Bevolkingszorg Bevolkingszorg Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
Dekking uit
9.810 15.972 11.954 5.364 20.664 3.254 9.389 14.774 10.335 23.681 11.049 9.500 19.252
9.929 16.166 12.099 5.429 20.915 3.294 9.503 14.953 10.460 23.968 11.183 9.615 19.485
119 194 145 65 251 40 114 179 125 287 134 115 233
Totaal 165.000 167.000 2.000 De dekkingsmiddelen voor VRZ bestaan vooral uit de BDUR en gemeentelijke bijdragen. Daarnaast zijn er nog andere (kleinere) inkomstenbronnen zoals subsidies en inkomsten conform de vergoedingenlijst. De geraamde onttrekking aan de reserves bedraagt in 2022 € 675.103,
Pagina 9 van 10
Algemeen Bestuur 8 april 2021 Agendapunt: 8a
waarvan: a. € 154.900 aan de reserve meldkamer voor frictiekosten (€ 88.200) en desintegratiekosten (66.700) i.v.m. het vertrek van de meldkamer. b. € 311.003 aan de algemene reserve voor het begrotingstekort 2021 . c. maximaal € 200.000 aan de algemene reserve voor het programma brandweer 2030. d. € 9.200 aan de reserve afschrijving brandweer. De taakstelling van vóór 2021 bedraagt structureel nog € 90.674 vanaf 2022. 4. Consequenties Operationele consequenties In de voorliggende programmabegroting zijn de minimaal noodzakelijke maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat VRZ haar wettelijke taken op een adequate en kwalitatief goede wijze kan blijven invullen en over voldoende operationele slagkracht kan beschikken. Dit opdat VRZ voldoende voorbereid is op de belangrijkste risico’s uit het Zeeuwse risicoprofiel. Consequenties voor gemeenten 5. Communicatie Na vaststelling van de begroting wordt deze aangeboden aan Gedeputeerde Staten van Provincie Zeeland en gepubliceerd op Viadesk (intranet) en de website van VRZ.
Adviezen Ondernemingsraad (OR)
Ter informatie / ter bespreking
Veiligheidsdirectie (VD)
Niet van toepassing
Adviescommissie Financiën (ACF) & Bestuurlijk Adviseursoverleg (BAO)
De ACF heeft geadviseerd het programmamanagement Brandweer 2030 in een separaat voorstel voor te leggen aan de gemeenten voor zienswijze en het AB via een 1e begrotingswijziging 2022. Daarnaast heeft de ACF nog enkele tekstuele aanbevelingen gedaan. Deze zijn verwerkt.
Besluit Dagelijks Bestuur:
Registratienummer:
Paraaf secretaris van het Dagelijks Bestuur:
Datum:
Pagina 10 van 10