887095 Bijlage 3 overzichtstekening 1
Tekst van het document
DOORSNEDE A Zonnepanelen
Nok 10000
DOORSNEDE B Nok 10000
Nok 10000
Kunststof kozijnen antraciet
vlakke dakpan keramisch antraciet Gevelsteen zand/grijs
Dagmaat kozijn 7787
Kunststof goot wit betonbanden
Dagmaat kozijn 6365
vr
vr
vr
vr
vr
vr
vr
30 90
18x1
38x1
30 30 90
18x1
38x1
38x1
Dagmaat kozijn 5100
30
bkvloer = 5570
Buitenunit warmtepomp
38x1
Ok goot 5280
vr
90 30
38x1
90 30
38x1
18x1
Hart warmtepomp 3300
18x1
Zinken HWA Dagmaat kozijn 3678 bkvloer = 2885 45 45 5 4 x 0 0 1
30
vr
vr
vr
vr
vr
30
38x1 90
18x1
30
38x1 90
18x1
30 90
38x1
90
vr
18x1
18x1
38x1
1
0
0
x
4
5
100x
100x
Dagmaat kozijn 2415 Bk daktrim 3000 Dagmaat kozijn 2615 Dagmaat kozijn 1053
vr
vr
Dagmaat kozijn 805
Peil = bk vloer= 0
Peil = bk vloer= 0 90 30 30
30
30
38x1
90
18x1 38x1
90
18x1 38x1
90
18x1 38x1
18x1
Peil = bk vloer= 0
opstort
LIN K E R ZIJ G E V E L
R E C H T E R ZIJ G E V E L
VOORGEVEL
ACHTERGEVEL
vezelcementplaat antraciet
1
1
2 5325
3
1
2
5325
3
5325
1
2
5325
400
1000
650
100
3955
1000
1200
5055
300 1990
3955
1530
100
1990
1200
120 280
280 120
400
900
1000
1000
650
B
C
2
3
5325
150 150
5055
5325
1845
1090
1000
120 280
5055
100
2610
300
2610
100
2345
1200
1550
1530
1550
1200
1000
400 1090
A
2.1.2: vr: slaapkamer 2 13,7 m2
2.1.2: vr: slaapkamer 1 9,4 m2
4220
1.1.2: vr: slaapkamer 2 13,7 m2
4800
1.1.2: vr: slaapkamer 1 9,4 m2
4095
3560
4500
3999
4800
1000
4800
3980
3560
2080
A
B
380
100 280
B
380
A
1
5325
B
100 280
B
A
11210
150 150
5055
3
3
5325
11210 280 120
2
1500mm
1.2.2: 2100mm vr: slaapkamer 17,9 m2
400 280120
100
1385
2093
2159 2700
262
2700
2493
F U N D E RIN G c o n f o r m o p g a v e c o n s tr u c t e u r
1000
1040
1000
110
100
100
1045 100
1905
MV af
150
300
2700
300
2700
100
2700
262
150
775
450
1530
1385
100 2093
6224
770
120 280
100
4380
A
1000 400
1090 1588
280 120
B'
2100 100
1530
2867 5055
2100
300 150
1090
2867 150
100
1000 2088
5055
650 400
400
120 280
2088
100
280 120
2867
300
5055
150
2493
BEGANE GROND
2.2.4: berging 1,7 m2
C
650 400
vlizo
MV af
380
770
280 120
mk
2.1.4: badkamer 4,5 m2
WP
2250
4661
100
4800 1.1.4: badkamer 4,5 m2
WP 2100mm
2.2.3: techniek 6,9 m2
1500mm
1.2.4: berging 1,7 m2
A
B'
1317
100
1.2.3: techniek 6,9 m2
A'
2151
variabel
350
770
450
2.1.3: vr: slaapkamer 3 11,9 m2
A
B'
1530
2.2.1: vr: overloop 3,3 m2
RM
1.1.3: vr: slaapkamer 3 11,9 m2
kruipluik
2.0.2: toilet MV af1,3 m2
C
B'
9380
10160
A'
2.0.1: vk: hal 4,3 m2
2.0.6: vr. slaapkamer 9,3 m2
variabel
1100
3273
1470
mk 770
1.2.1: vr: overloop 3,3 m2
vlizo
380
280 101
C
MV af MV af
1.0.6: vr. slaapkamer 9,3 m2
kruipluik
2.1.1: vr: overloop 3,3 m2
MV
RM
1.0.1: vk: hal 4,3 m2
1.1.1: vr: overloop 3,3 m2 RM
4800
4800
A
B
2.0.5: badkamer 3,1 m2
RM
A'
wp
1905
1.0.5: badkamer 3,1 m2 MV af MV af
A
B
2.0.4: berging 2,1 m2
1.0.3: vr: wonen 38,5 m2
350
4510
1927
1.0.4: berging 2,1 m2
wp
2.0.3: vr: wonen 25,5 m2
100
B
9400
10160
120
1.0.3: vr: wonen 25,5 m2
2.2.2: vr: slaapkamer 17,9 m2
2867
100
150
2088
5055
400 120 280
11210
E E R S T E V E R DIE PIN G
T W E E D E V E R DIE PIN G
SIT U A TIE
19361 4704
11210
296m2
afd. 2.4
Hoogteverschillen tussen vloeren onderling en met aansluitend terrein >210 mm worden overbrugd door vaste trap of hellingsbaan.
afd. 2.5
Trappen: hoogte trap max. 4000 mm, min. breedte 800 mm, min. vrije hoogte boven trap 2300 mm, min. aantrede 220 mm, max. optrede 188 mm
afd. 2.6
Hellingsbaanbreedte min. 1100 mm en -hoogte max. 1000 mm, helling volgens art. 2.43., bordes min. 1400x1400 mm met vrije hoogte van min.
afd. 3.6
Capaciteit van voorziening voor luchtverversing (volgens NEN 1087) van een verblijfsruimte dient min. (0,7 dm3/s per m2) met een minimum van 7 (dm3/s) te bedragen.
afd. 3.6
Capaciteit van voorziening voor luchtverversing (volgens NEN 1087) van een verblijfsgebied/-ruimte met een kooktoestel
afd. 3.6
Capaciteit van voorziening voor luchtverversing (volgens NEN 1087) van een toiletruimte dient min. 7 (dm3/s) te bedragen.
afd. 2.7
Beweegbare constructie-onderdelen volgens art. 2.7.
afd. 3.6
Capaciteit van voorziening voor luchtverversing (volgens NEN 1087) van een badruimte dient min. 14 (dm3/s) te bedragen.
afd. 2.8
Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie volgens art. 2.8.1.
afd. 3.6
Bij de toevoer van verse lucht naar een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied mag ten hoogste 50% van de in artikel 3.29 bedoelde
afd. 2.9
Beperking van het ontwikkelen van brand en rook volgens art. 2.9.1.
hoeveelheid via een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte van dezelfde
afd. 2.10
Beperking van uitbreiding van brand volgens art. 2.10.1.
gebruiksfunctie worden aangevoerd.
afd. 2.12
Max. loopafstand tussen toegang van een niet gemeenschappelijke verblijfsruimte en toegang brandcompartiment c.q. woning bedraagt max. 30 m.
afd. 3.6
Een besloten ruimte op die route heeft een niet ioniserende rookmelder die is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit volgesn afd. 6.5, Inbraakwerendheid van deuren, ramen, kozijnen voldoet aan weerstandsklasse 2 volgens NEN 5096.
van ten minste 5 m2 bij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. afd. 4.7
Opstelplaatsen voor stook- en warmwatertoestel. Plaatsing en afmetingen volgens art. 4.37 t/m 4.39.
afd. 4.7
In dezelfde verblijfsruimte, niet de ruimte 3,3x3,3 m, bevinden zich een opstelplaats voor aanrecht (vloeroppervlakte min. 0,6 x 1,5 m) en kooktoestel (min. vloeroppervlakte 0,6x0,6 m).
dient min. 21 (dm3/s) te bedragen.
2300 mm, afscheiding volgens art. 2.41.
artikel 6.21 en NEN2555
Een woonfunctie heeft als nevenfunctie een niet-gemeenschappelijke afsluitbare regenwerende bergruimte met een vloeroppervlakte
afd. 3.6 afd. 3.6
Hoofdstuk 5 afd. 5.1
van verblijfsgebied, toilet- en badruimte bedraagt min. 3,5 m2.K/W. Ramen, deuren, kozijnen hebben een warmtedoorgangscoëfficiënt (NEN 1068) van max. 1,65 (W/m2.K).
Ten minste 21 dm3/s van de capaciteit van de afvoer van binnenlucht uit een verblijfsgebied of een verblijfsruimte waarin zich een opstelplaats voor een kooktoestel, als bedoeld in artikel 3.29, vierde lid, bevindt, wordt rechtstreeks naar buiten afgevoerd.
afd. 5.1
Energieprestatiecoëfficiënt bedraagt max. 0,4.
De afvoer van binnenlucht uit een toiletruimte of een badruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats.
afd. 5.1
Luchtvolumestroom (volgens NEN 2686) van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten is niet groter dan 0,2 m3/s.
Capaciteit van voorziening voor luchtverversing (volgens NEN 1087) van een meterruimte dient min. 2 (dm3/s) per m3 te bedragen
afd. 5.9
Van de samenstelling van constructieonderdelen van een woonfunctie is de uitstoot van broeikasgassen en de uitputting van grondstoffen gekwantificeerd volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. Bij ministeriële regeling kunnen (aanvullende)
met minimum van 2 (dm3/s). Capaciteit van spuiventilatie (volgens NEN 1087) voor een verblijfsgebied bedraagt tenminste 6 dm3/s per m2 vloeroppervlakte.
afd. 3.7
Capaciteit van spuiventilatie (volgens NEN 1087) voor een verblijfsruimte bedraagt tenminste 3 dm3/s per m2 vloeroppervlakte.
afd. 3.8
Voorzieningen t.b.v. toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel dienen te voldoen aan art. 3.49 t/m 3.54 indien van toepassing.
Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een
afd. 3.8
Voorzieningen t.b.v. afvoer van verbrandingslucht van een verbrandingstoestel dienen te voldoen aan art. 3.49 t/m 3.54 indien van toepassing.
afd. 6.2
Elektriciteitsvoorziening uitvoeren volgens NEN1010 laagspanningsinstallatie.
minimum van 20 dB volgens art. 3.2.
afd. 3.9
Toe te passen materialen dienen te voldoen aan de voorschriften vastgelegd in ministeriële regeling omtrent vrijkomen van giftige of
afd. 6.3
Drinkwatervoorziening uitvoeren volgens NEN 1006.
hinderlijke stoffen of ioniserende stralen.
afd. 6.3
Warmwaterinstallatie uitvoeren volgens NEN 1006
Uitwendige scheidingsconstructie met kruipruimte of grond dient te voldoen aan de voorschriften vastgelegd in ministeriële regeling
afd. 6.4
Installatie tbv afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater uitvoeren volgens NEN 3215
omtrent binnendringen vanuit grond afkomstige stoffen of straling.
afd. 6.5
Een besloten vluchtroute tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie heeft een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Een bouwwerk is zodanig bereikbaar voor hulpverleningsdiensten dat tijdig bluswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en hulpverlening kan worden geboden.
afd. 3.2
Karakteristiek geluidsniveau van installaties zoals omschreven in art. 3.8 bedraagt max. 30 dB(A) volgens NEN 5077.
afd. 3.4
Karakteristieke lucht-geluidniveauverschil van een verblijfsruimte tussen een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een
afd. 3.9
aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel is min. 52 dB volgens art. 3.16. Gewogen contact-geluidniveau tussen een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander
afd. 3.10
Ter bescherming tegen ratten en muizen dienen openingen in de uitwendige scheidingsconstructie niet breder te zijn dan 10 mm.
perceel is is min. 54 dB volgens art. 3.16.
afd. 3.11
Equivalente daglichtoppervlakte (volgens NEN 2057) van een verblijfsgebied bedraagt min. 10% van de vloeroppervlakte van dat verblijfsgebied.
afd. 3.4
Karakteristieke lucht-geluidniveauverschil van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte bedraagt min. 32 dB volgens art. 3.17a.
afd. 3.11
Equivalente daglichtoppervlakte (volgens NEN 2057) van een verblijfsruimte bedraagt min. 0.5 m2.
afd. 3.4
Gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte bedraagt
afd. 6.12 art. 6.30
afd. 3.5
afd. 3.5
Hoofdstuk 4
eerder genoemde met een kruipruimte zijn waterdicht. De specifieke luchtvolumestroom naar eerder genoemde ruimten vanuit de kruipruimte
afd. 4.1
Verblijfsruimte ligt in een verblijfsgebied en heeft een oppervlakte van min. 5 m2, min. breedte 1,8 m, min. hoogte boven vloer 2,6 m.
bedraagt max. 20.10-6 m3(m2.s).
afd. 4.1
In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m2 bij een breedte van ten minste 3 m.
Factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte van een uitwendige constructie grenzend aan verblijfsgebied, scheidingsconstructie
afd. 4.1
Min. 55% van het gebruiksoppervlakte is verblijfsgebied. Woonfunctie heeft tenminste 18 m2 aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.
van verblijfsgebied en kruipruimte en inwendige scheidingsconstructie tussen verblijfsgebied en onverwarmde ruimte bedraagt min. 0,65.
afd. 4.2
Min. 1 toilet per wooneenheid. Vloeroppervlakte van een toilet is min. 0,9 x 1,2 m en hoogte boven de vloer van 2,3 m.
Scheidingsconstructie van een toilet- of badruimte heeft aan de zijde die grenst aan de ruimte een gem. wateropname van
afd. 4.3
Min. 1 badkamer per gebruiksfunctie. Min. afmetingen van een badruimte bedragen 1,6 m2 met min. breedte van 0,8 m en min. hoogte boven de vloer van 2,3 m. Indien de badkamer is samengevoegd met een toilet is de vloeroppervlakte min. 0,9 x 2,2m.
afd. 4.4
mk
kruipluik
mk
P
2143
11205
3606
Veiligheidsvoorzieningen voor onderhoud volgens art. 6.53 Bouwwerk heeft een toereikende bluswatervoorziening, is onbeperkt toegankelijk, met de brandweeringang als bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, en is ten hoogste 40 m vanaf de bluswatervoorziening.
Uit- en inwendige constructie van verblijfsgebied, toilet- en badruimte zijn waterdicht volgens NEN 2778. De scheidingsconstructies van
max. 0.01 kg/(m2.s1/2), met max. 0.2 kg/(m2.s1/2).
kruipluik
Hoofdstuk 6
afd. 6.8
min. 79 dB volgens art. 3.17a.
P
voorschriften worden gegeven.
afd. 3.7 Hoofdstuk 3
afd. 3.4
Warmteweerstand (volgens NEN 1068) van uitwendige scheidingsconstructie, scheidingsconstructie met kruipruimte of onverwarmde ruimten,
10160
Vloerafscheidingen: hoogte ,in. 1000mm, openingen max. 100mm breed, niet beklimbaar tussen 200-700 mm. boven beloopbaar oppervlak.
Hoogteverschil tussen vloer t.p.v tenminste 1 toegang van een woonfunctie en het aansluitend terrein bedraagt max. 20 mm.
afd. 4.5
3995
afd. 2.3
minimum van 7 (dm3/s) te bedragen.
afd. 4.4
variabel
Brandwerendheid hoofddraagconstructie 60 min. brandwerend.
Capaciteit van voorziening voor luchtverversing (volgens NEN 1087) van een verblijfsgebied dient min. (0,9 dm3/s per m2) met een
variabel
afd. 2.2
afd. 3.6
16301
16440 Hoofddraagconstuctie volgens berekeningen en tekeningen constructeur.
10160
afd. 2.1
afd. 3.1
281m2
5462
Hoofdstuk 2
afd. 2.15
3442
Toegang van verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte, badruimte, ruimte voor het bereiken voornoemde ruimten en een verkeersroute hebben een vrije doorgang van min. 850 mm breedte en 2300 mm hoogte.
Hoofdstuk 7 afd. 7.1
Aansluiten en veilig gebruik verbrandingstoestel volgens art. 7.19. Maatvoering controleren in het werk!
O V E R ZI C H T S T E K E N I N G L E V E N S L O O P 0
5 6 7 8 9 10 M
www.burostilma.nl wstilma@burostilma.nl +31(0)639762168 Concordia 1 4416 HC Kruiningen
NUMMER SCHAAL PROJECT OPDRACHTGEVER
202207 1:200
AFM.
MOLENSTRAAT V&V BOUW
REV
TEKENING NUMMER
DATUM
A3 B02 B: 30.11.2022 19.09.2022