CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

863106 Bijlage 1 2023-04-04 Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeyesweg 27A Burgh Haamstede

Gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning J.J. Boeijsweg 27a (863106)10.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeijesweg 27A Burgh-Haamstede

Pagina 26

Uit een raadpleging van de risicokaart blijkt dat het projectgebied niet gelegen is binnen het invloedsgebied van transportroutes met gevaarlijke stoffen, hogedrukaardgasleidingen en inrichtingen. Met het initiatief wordt geen nieuwe risicobron geïntroduceerd. Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar en in lijn met een goede ruimtelijke ordening. 4.8

Milieuzoneringen

Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Een gelegitimeerde methode om aan deze scheiding van functies te toetsen betreft de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M). In deze handreiking worden afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies.

De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. Milieucategorie 1 2 3 4 5 6

Richtafstanden tot rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 tot 100 meter 200 tot 300 meter 500 tot 1000 meter 1500 meter

Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter

Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie.

De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van

Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeijesweg 27A Burgh-Haamstede

Pagina 27

gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Voorts dienen bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan de daarin opgenomen voorschriften te voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties. Beschouwing Het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat betreft de realisatie van een moderne duurzame, CO2-neutrale en levensloopbestendige woning ter vervanging van een in zeer slechte staat verkerende woning. In de omgeving van het projectgebied zijn binnen relevante afstand geen hinderfuncties/bedrijfsfuncties gelegen. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van het projectgebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect milieuzonering in lijn met een goede ruimtelijke ordening. 4.9

Kabels en leidingen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in een bestemmingsplan dat woningbouw mogelijk maakt aandacht te worden geschonken aan planologisch relevante kabels en leidingen. Beschouwing Het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat betreft de realisatie van een moderne duurzame, CO2-neutrale en levensloopbestendige woning ter vervanging van een in zeer slechte staat verkerende woning. In de omgeving van het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen/kabels aanwezig. Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect kabels en leidingen in lijn met een goede ruimtelijke ordening. 4.10

Besluit milieueffectrapportage

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. .

Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeijesweg 27A Burgh-Haamstede

Pagina 28

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: • het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; • het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; • het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; • de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht.

Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Geconcludeerd wordt dat het initiatief zoals dat in deze onderbouwing centraal staat niet geschaard kan worden onder een activiteit uit kolom 1. Zo is er geen sprake van een activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze conclusie wordt bekrachtigd door het volgende.

Uit uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In de uitspraak ECLI:NL:RVS: 201901464/1/R1 wordt geoordeeld dat een ontwikkeling die uitgaat van de sloop van een schoolgebouw, het invullen van dat gebied met 12 eengezinswoningen, waarbij het bebouwd oppervlak toeneemt en er sprake is van een functiewijziging, niet als een stedelijk ontwikkelingsproject gekwalificeerd kan worden. Gesteld kan worden dat het initiatief naar aard en omvang relatief kleinschalig is. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat het Besluit

Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeijesweg 27A Burgh-Haamstede

Pagina 29

milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Aanvullend kan op basis van de in dit hoofdstuk behandelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies gesteld worden dat de effecten van de voorgenomen ontwikkeling lokaal en zeer beperkt optreden. Wezenlijke cumulatieve effecten met andere ruimtelijke ontwikkelingen zijn niet te verwachten. Conclusie Het opstellen van een m.e.r.-beoordeling of plan M.E.R. is niet noodzakelijk. Nadere besluitvorming in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig. 4.11

Verkeer en parkeren

Een ruimtelijk initiatief kan tot wijzigingen in verkeerstromen en de parkeervraag leiden. Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat.

Beschouwing Het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat betreft de realisatie van een moderne duurzame, CO2-neutrale en levensloopbestendige woning ter vervanging van een in zeer slechte staat verkerende woning. Parkeren Ter plaatse van het projectgebied geldt het parapluplan parkeren van de gemeente SchouwenDuiveland. In dit bestemmingsplan wordt gesteld dat bij nieuwbouw en/of uitbreiding van gebouwen op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid dient te worden voorzien (en in stand dient te worden gehouden). Voor het bepalen van de benodigde parkeercapaciteit wordt verwezen naar het 'Parkeerbeleid 2017-2020' of het daarvoor in de plaats tredende parkeerbeleid. In dit beleidsstuk wordt gesteld dat er aangesloten wordt bij de landelijke CROWrichtlijnen. Deze liggen vast in CROW-publicatie nummer 317 “kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”, zo wordt gesteld. Raadpleging van deze publicatie leert dat er voor een koopwoning, vrijstaand, in matig stedelijk gebied en rest bebouwde kom een parkeerkencijfer van 1,8-2,6 parkeerplaatsen per woning gegeven wordt. Uitgaande van de relatief beperkte omvang/inhoud van de te realiseren woning en de positionering in de markt wordt voor dit initiatief een benodigde parkeercapaciteit van 2 parkeerplaatsen aangehouden. Deze twee parkeerplaatsen zijn opgenomen in het initiatief en op het voorerf voorzien.

Er Is daarmee voldoende parkeercapaciteit. Mocht deze capaciteit in de praktijk toch tekortschieten dan is er op het voorerf ruimte voor aanvullende parkeercapaciteit. Verkeersbewegingen

Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeijesweg 27A Burgh-Haamstede

Pagina 30

Het aantal verkeersbewegingen zal als gevolg van het project niet/beperkt toenemen. De wegen in de omgeving van het projectgebied hebben voldoende capaciteit om deze beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen te verwerken. Er zijn geen problemen bekend met de verkeersafwikkeling in de omgeving van het projectgebied. Conclusie Het initiatief is in relatie tot de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar.

Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeijesweg 27A Burgh-Haamstede

Pagina 31

HOOFDSTUK 5: 5.1.

UITVOERBAARHEID

Financiële uitvoerbaarheid

In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieeleconomische uitvoerbaarheid van een afwijkingsbesluit te worden aangetoond. Op grond van het bepaalde in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorzien. De gemeenteraad, dan wel, indien deze bevoegdheid gedelegeerd is, het college van burgemeester en wethouders, kan besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen als het verhaal van kosten anderszins verzekerd is. De beoogde ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De kosten van het initiatief zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan geen financiële consequenties verbonden. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Het initiatief is hiermee economisch uitvoerbaar. Het opstellen van een exploitatieplan is niet nodig. 5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor de omgevingsvergunningverlening wordt de uitgebreide voorbereidingsprocedure doorlopen. Eenieder wordt in de gelegenheid om een zienswijze op het ontwerpbesluit in te dienen. Vervolgens wordt belanghebbenden de mogelijkheid geboden om in (hoger) beroep te gaan.

Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeijesweg 27A Burgh-Haamstede

Pagina 32

HOOFDSTUK 6:

MOTIVERING

Het initiatief dat in deze ruimtelijke onderbouwing centraal staat betreft de sloop van een (in zeer slechte bouwkundige staat verkerende) woning aan de J.J. Boeijesweg 27A te Burgh-Haamstede en de bouw van een nieuwe woning ter plaatse. Met de woning wordt een toekomstbestendige en duurzame invulling aan het perceel gegeven. De nieuwe levensloopbestendige woning wordt duurzaam uitgevoerd (CO2-neutraal) en biedt een modern wooncomfort. Met het initiatief wordt bijgedragen aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De woning past qua volume, bouwmaten, positionering en stijl in de omgeving en sluit aan bij het streven van de gemeente om binnen bestaand bebouwd gebied in voldoende woningen te voorzien. In de voorgaande hoofdstukken is het relevante beleid in relatie tot het initiatief beschreven. Het initiatief past binnen de kaders van de beleidsuitgangspunten van het vigerende Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Ook is het project uitvoerbaar in relatie tot geldende milieu- en omgevingsaspecten. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing J.J. Boeijesweg 27A Burgh-Haamstede

Pagina 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12618299/1