860333 Bijlage 4 Hageweg 1 Bruinisse bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen elementen aanwezig die in eigendom van het waterschap zijn. Aan de noordrand van het plangebied liggen twee duikers. Deze blijven behouden. Zodoende is geen sprake van een belemmering van objecten van de waterbeheerder. Ja/nee, welk soort transporten zijn dit? Het plangebied is en blijft primair ontsloten door de Hageweg. Deze weg is niet in beheer van het waterschap. Het plan brengt extra (gemotoriseerd) verkeer met zich mee. In paragraaf 4.2 van het bestemmingsplan is de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie van het plan berekend. Vergeleken met de huidige situatie is sprake van een verkeerstoename, maar gaat het hierbij vooral om licht (personen)verkeer. Verwacht wordt dat het overgrote deel van het verkeer het plangebied vanuit oostelijke richting bereikt/verlaat: via de Hageweg, Groeneweg richting de N59. Geen van de wegen waar een verkeerstoename verwacht wordt is in het beheer van het waterschap. De bovengenoemde wegen worden ook gebruikt tijdens de bouwfase. De bouwfase leidt dus ook niet tot extra verkeersbewegingen op waterschapswegen. De twee bestaande aansluitingen van het plangebied met de Hageweg (nabij de boerderij, en bij de meest oostelijk gelegen parkeerplaats) blijven behouden. Voor langzaam verkeer worden enkele nieuwe paden gecreëerd als verbinding tussen het plangebied en de omgeving.
Een verbinding tussen het plangebied en het deel van de Molenweg dat niet in beheer is van het waterschap, is denkbaar. Het parkeren vindt plaats in het plangebied: op het westelijk gelegen parkeerterrein, het oostelijk gelegen parkeerterrein, en tevens direct naast elke recreatiewoning. Binnen 20 meter van een waterschapsweg wordt geen bouwwerk verbouwd of gebouwd.
5
Tot slot Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg.
Bijlage 5
80
Natuurtoets en voortoets
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan
projectnummer 462141.100 definitief revisie 00 10 mei 2023
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 462141.100 definitief revisie 00 10 mei 2023
Auteurs A.H.P. Martinus
Opdrachtgever Waver Holding B.V. Vrouwkensvaartsestraat 28 5165 NP Waspik
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 18 mei 2022
beschrijving revisie 00
gecontroleerd
vrijgave
definitief
L.J.G. Koks (NT) C. Schellingen (VT)
E.H. Oude Weernink
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 2 2 3
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
4
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Provinciaal beleid Bescherming van houtopstanden
4 4 5 5 6 7
3
Methodiek
8
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
8 8 9 9
4
Resultaten
10
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden
10 15 15 16 23 23 23 24 25
5
Toetsing
27
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3
Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Amfibieën Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Bescherming van houtopstanden
27 27 27 28 30 30 30 30 31
6
Voortoets
32
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.4
Inleiding Natura 2000-gebied Grevelingen Omschrijving Instandhoudingsdoelen Effectbepaling en -beoordeling Relevante afgeleide activiteiten Afbakening relevante storingsfactoren effectenindicator Conclusie toetsing Natura 2000
32 32 32 33 35 35 35 40
7
Bronnen
41
Bijlage 1: Wettelijk kader Bijlage 2 AERIUS-berekening gebruiksfase Bijlage 3 AERIUS-berekening realisatiefase
Bruinisse
Bruinisse
Conclusies en advies Waver Holding B.V. is voornemens om het recreatiegebied “Onze hoeve” in Bruinisse te herontwikkelen tot een recreatiepark voor recreatiewoningen. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.
Conclusies: Beschermde gebieden Natura 2000 In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Grevelingen ligt op circa 360 meter afstand. Om effecten op Natura 2000-gebieden in beeld te brengen is een Voortoets opgesteld (zie hoofdstuk 6). Effecten anders dan stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Uit de AERIUS-berekening (kenmerk: RseoU2Mbdiyk, datum: 5 april 2023, zie bijlage 2) blijkt dat de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename: max. depositietoename 0,00 mol N/ha/jr. Uit een stikstofberekening die uitgevoerd is om te bepalen of er tijdens de realisatiefase sprake is van stikstofdepositie (AERIUS-berekening met kenmerk: Ry4szbnm5DWX, datum: 5 april 2023, zie bijlage 3) blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositietoename groter dan 0,00 mol N/ha/jr. NNN In de directe omgeving van het plangebied, binnen een straal van 100 meter, is NNN gebied aanwezig. Er is geen sprake van directe- of indirecte aantasting van het NNN. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Effecten?
Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Ja Nee. Ook geen stikstofeffect berekend met AERIUS Calculator (kenmerk: RseoU2Mbdiyk en Ry4szbnm5DWX, beide van 5 april 2024) Geen Ja
NNN Ja
Nee
Nee Ja
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (nestplaatsen); Amfibieën Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest Vleermuizen Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel), boommarter en steenmarter niet waarschijnlijk Konijn en mogelijk haas
In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort (groep)
Essentieel leefgebied in plangebied?
Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest
Geschikte houtopstanden aanwezig en aanwezige bebouwing biedt potentiële nestgelegenheid. Het plangebied biedt daarnaast ‘vergaderplaatsen’ (huismus) en foerageergebied
Algemene broedvogels
Bomen, bosschages en struweel biedt geschikt broedbiotoop
Amfibieën
Vleermuizen
Niet waarschijnlijk op basis van de kwaliteit van de watergangen
Bebouwing vormt geschikt biotoop voor verblijfplaatsen, daarnaast biedt het plangebied geschikt foerageergebied en mogelijk vliegroutes. Daarnaast kunnen boomholtes aanwezig zijn als potentiële verblijfplaats.
Is er sprake van een overtreding?
Is een ontheffing noodzakelijk
Is het plan uitvoerbaar?
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Ja, mits wordt voldaan aan voorwaarden uit ontheffing (indien nodig) op basis van uitkomst Nader Onderzoek’
Nee, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt
Nee, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt
Ja, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Ja, mits wordt voldaan aan voorwaarden uit ontheffing (indien nodig) op basis van uitkomst Nader Onderzoek’
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Ja, mits wordt voldaan aan voorwaarden uit ontheffing (indien nodig) op basis van uitkomst Nader Onderzoek’
Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel), daarnaast mogelijk boommarter en steenmarter
Grondgebonde n zoogdieren (Konijn en haas)
Geschikt leefgebied aanwezig in de opgaande vegetatie.
Sporen van konijn waargenomen, daarnaast mogelijke rustlocatie voor de haas.
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek. Zoals gesteld in H5 worden boommarter en steenmarter indien aanwezig ook aangetoond.
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Afhankelijk van de uitkomsten van het Nader Onderzoek
Ja, mits wordt voldaan aan voorwaarden uit ontheffing (indien nodig) op basis van uitkomst Nader Onderzoek’
Ja, mits wordt voldaan aan voorwaarden uit ontheffing (indien nodig) op basis van uitkomst Nader Onderzoek’
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Waver Holding B.V. is voornemens om het recreatiegebied “Onze Hoeve” in Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland, provincie Zeeland) te herontwikkelen tot een recreatiepark voor recreatiewoningen. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijk bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: PDOK in QGIS.
Blad 1 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
1.2
Planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens is voornemens om het recreatiegebied “Onze hoeve” in Bruinisse te herontwikkelen tot een recreatiepark voor recreatiewoningen. De locatie betreft een voormalige camping die momenteel circa 13 jaar niet meer in gebruik is. Het recreatiegebied zal worden herontwikkeld waarbij er circa 76 recreatiewoningen zullen worden gebouwd. Boerderij “Onze Hoeve” en de bijgebouwen blijven behouden. De parkeerplaats aan de noordwestzijde inclusief omliggend groen zal behouden blijven. Het oostelijk deel van de parkeerplaats aan de noordoostzijde zal ook behouden blijven. De watergang aan de zuidoostzijde van het plangebied zal worden verbreed. Zie Figuur 1.2 voor het vlekkenplan van het planvoornemen (CB5, 2021).
Figuur 1.2. Vlekkenplan van het planvoornemen (CB5, 2021).
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende rapportage (Natuurtoets en Voortoets) is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
Blad 2 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4, 5 en 6 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De rapportage begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets en Voortoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN. In hoofdstuk 6 is, naar aanleiding van de bevindingen in hoofdstuk 5, een Voortoets opgesteld.
Blad 3 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 5 aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen
Blad 4 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.
Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Zeeland bevoegd gezag. In de provincie Zeeland zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de bunzing, hermelijn,wezel, haas en konijn niet vrijgesteld. Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant gevolgen, dat wil zeggen tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante gevolgen niet uitgesloten kunnen worden, dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
Blad 5 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
2.3.2
Provinciaal beleid Natuurnetwerk Zeeland Het Natuurnetwerk Nederland (in de provincie Zeeland het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) genoemd) is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN in de provincie Zeeland wordt gevormd door Bestaande natuur, Agrarisch gebied van ecologische betekenis en nieuwe natuur.
In de Verordening Ruimte van de provincie Zeeland 1 (2018) zijn in Artikel 2.12 (Bestaande Natuur), Artikel 2.13 (Agrarisch gebied van ecologische betekenis) en Artikel 2.14 (Nieuwe natuur / Natuurontwikkelingsgebieden) regels opgenomen om het NNZ te beschermen. Nieuwe ontwikkelingen die de wezenlijke kenmerken en waarden aantasten zijn bij deze gebieden niet zonder meer toegestaan. Voor de natuurgebieden (Bestaande natuur en Agrarisch gebied van ecologische betekenis) geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 2.12 en 2.13 Verordening Ruimte, 2018) betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Zeeland voor de gebieden die aangewezen zijn als NNZ (zijnde Bestaande natuur en Agrarisch gebied van ecologische betekenis) is vastgelegd in Bijlage 4 van de Verordening Ruimte, 2018. Het regime ter bescherming van het NNZ kent in de provincie Zeeland externe werking.
Dit houdt in dat rond de natuurgebieden van het 'Natuurnetwerk Zeeland' (niet zijnde binnendijken) een zone van 100 meter geldt waarbij nieuwe ontwikkelingen worden beoordeeld of er gevolgen zijn voor de natuur (Artikel 2.16 Verordening Ruimte, 2018).
1
Er is inmiddels een Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland gepubliceerd.
Blad 6 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
2.3.3
Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.
Blad 7 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2022 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
Blad 8 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 26 januari 2022 is vanaf circa 10:15 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij zwaarbewolkt weer met een temperatuur van circa 4 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen. Daarnaast is het terrein op 4 februari kortstondig bezocht rond 16:00 uur bij een temperatuur van omstreeks 4 °C. De bebouwing is vanaf de buitenzijde bekeken.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 9 van 41
Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Onze Hoeve projectnummer 462141.100 10 mei 2023 revisie 00 Waver Holding B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt ten zuiden van de jachthaven van Bruinisse, ten zuiden van de Hageweg en ten noorden van de Fazantendreef te Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland, Provincie Zeeland). De locatie betreft een voormalige camping die momenteel circa 13 jaar niet meer in gebruik is. Zo is de vegetatie verruigd, zijn ruiten van bebouwing niet meer allemaal intact, liggen er her en der spullen en stenen in de beplanting en is graffiti gespoten. De camping ligt tussen een camping met stacaravans en het Vakantiepark Roompot Aquadelta in. Aan de noordwestzijde en noordoostzijde van het plangebied zijn (verruigde) parkeerplaatsen aanwezig. Aan de noordwestzijde is bebouwing aanwezig welke behoort tot boerderij ‘Onze Hoeve’, deze bebouwing blijft behouden. De staat van de bebouwing van ‘Onze Hoeve’ is verouderd, op sommige plaatsen vervallen, ruiten zijn niet meer allemaal intact en de tuin met leegstaand zwembad is verruigd. De bebouwing bevat dakpannen, betimmering, boeiborden en daklijsten. De ramen stonden op plaatsen open en er waren enkele gaten aanwezig in de betimmering. Ook zijn er een entreehuisje en een verouderd gebouw op de camping (vermoedelijk een sanitairgebouw) aanwezig. Het entreehuisje is relatief laag en bevat dakpannen, daklijsten en boeiborden. Het ‘sanitairgebouw’ is ook laag, heeft een plat dak met relatief smalle daklijsten.
De ramen van het gebouw zijn dichtgetimmerd en luiken stonden op een kiertje. De padenstructuur op de camping is behouden gebleven. De vegetatie langs de padenstructuur is sterk verruigd. Er is veel opgaande vegetatie aanwezig in de vorm van braamstruweel en gras. Het gebied heeft deels een gecultiveerd karakter door de aanwezigheid van laanbeplanting zoals conifeerhagen en de aanwezigheid van kornoelje. In het plangebied zijn onder meer wilg, zwarte els, zomereik, hazelaar en esdoorn aanwezig. In de opgaande vegetatie zijn vogelnesten waargenomen, waaronder ten zuiden van boerderij ‘Onze Hoeve’, ten zuiden van de noordoostelijke parkeerplaats en in de vegetatie langs de oostelijke sloot. Het nest in een boom ten zuiden van ‘Onze Hoeve’ bevond zich relatief hoog, op omstreeks 5 meter hoogte, maar was niet heel groot en relatief open. Het nest ten zuiden van de noordoostelijke parkeerplaats was middelgroot, maar bevond zich relatief laag op omstreeks 2,5 – 3 meter hoogte. Het grotere nest langs de oostelijke sloot bevond zich op ongeveer 3,5 meter hoogte. In de buurt van het nest is een mogelijke plukplaats waargenomen. Daarnaast is een relatief groot nest waargenomen in de bomenrij ten oosten van de noordoostelijke parkeerplaats bij het Roompot vakantiepark.
In de vegetatie zijn onder een stuk geel schuim sporen van knaagdieren aangetroffen in de vorm van een verzamelplaats van dopjes. Binnen het plangebied zijn sloten aanwezig. Deze lopen langs het toiletgebouw in noordelijke en oostelijke richting en ook aan de oostzijde van het plangebied loopt een sloot. De noordelijke sloot en de dwarssloot zijn deels waterhoudend en op sommige plaatsen erg dicht begroeid. De
Blad 10 van 41