860333 Bijlage 2 Samenvatting en beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland
Definitief 21 juni 2023
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 1 Zienswijzen ............................................................................................................................................ 1 Ontvankelijkheid .................................................................................................................................... 1 Inhoud van de zienswijze ....................................................................................................................... 1
2.
Samenvatting en beantwoording zienswijze .................................................................................................. 3 Capaciteit van de riolering ..................................................................................................................... 3 Infiltratie hemelwater ............................................................................................................................ 4 Relatie met Stichting Recreatiecentrum Aquadelta .............................................................................. 4 Bestaande structuur .............................................................................................................................. 5 Geluid vanwege N59 .............................................................................................................................. 6
Bijlage I Statuten Recreatiecentrum Aquadelta ........................................................................................................
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland
1. Inleiding Aanleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’ van de gemeente Schouwen-Duiveland maakt, na vaststelling, de transformatie van het kampeerterrein Onze Hoeve naar een terrein met recreatiewoningen mogelijk. Die transformatie reduceert het aantal recreatieve eenheden van 102 naar 76. Het ontwerpbestemmingsplan heeft in de periode van 17 oktober 2022 tot en met 28 november 2022 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon eenieder mondeling of schriftelijk een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan indienen bij de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland. Deze nota bevat de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen. Bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het Gemeenteblad van Schouwen-Duiveland van 14 oktober 2022.
Zienswijzen Gedurende de in paragraaf 1.1 genoemde periode zijn twee schriftelijke zienswijzen ingediend: 1. Indiener 1, zaaknummer 726495, ontvangen op 14 november 2022; 2. Indiener 2, zaaknummer 731961, ontvangen op 28 november 2022. Er zijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. De ingediende schriftelijke zienswijzen worden in hoofdstuk 2 van deze nota samengevat.
Ontvankelijkheid Vóórdat tot een inhoudelijke beoordeling van een zienswijze kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor geldende termijn, bij de gemeenteraad naar voren is gebracht. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht bij de gemeenteraad. Op grond van artikel 3:16 Awb zijn op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijze de artikelen 6:9, 6:10 en 6:15 Awb van overeenkomstige toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’ is met ingang van 17 oktober 2022 voor de duur van zes weken (42 dagen) ter inzage gelegd. Dat betekent dat de termijn eindigt op 28 november 2022 na het verstrijken van het tijdstip 23:59 uur. Op dit moment zijn immers 42 dagen (van 24 uur) verstreken. De in paragraaf 1.2 onder 1 bedoelde zienswijze is op 9 november 2022 verzonden en op 14 november 2022 bij de gemeente Schouwen-Duiveland bezorgd. De in paragraaf 1.2 onder 2 bedoelde zienswijze is digitaal ingediend op 28 november 2022. Dat betekent dat de zienswijzen binnen de daarvoor in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) genoemde termijn naar voren zijn gebracht en kunnen worden beoordeeld.
Inhoud van de zienswijze In hoofdstuk 2 zijn de zienswijzen samengevat. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden worden betrokken. Een zienswijze wordt in zijn geheel beoordeeld. Na de samenvatting van de zienswijze volgt de beoordeling en de conclusie. Daar waar hierna wordt gesproken over het ontwerpbestemmingsplan is daarmee bedoeld het ontwerpbestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, zoals dat ter visie heeft gelegen. Diegene die een zienswijze naar voren hebben gebracht wordt in deze nota aangeduid als indiener. Alvorens over te gaan op een inhoudelijk beoordeling van de zienswijze wordt opgemerkt dat een grondbeginsel voor overheidsoptreden is dat besluiten worden genomen zonder aanzien des persoons. Voor bestuursorganen brengt dit mee dat zij zich steeds objectief behoren op te stellen. Zij moeten hun oordelen baseren op deskundigheid en oordelen op beleid, maar mogen niet de ene burger zonder grond bevoordelen
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland boven de ander. Dit beginsel is ook vastgelegd in artikel 2:4 van de Awb. 1 Dit beginsel werkt twee kanten uit. Allereerst dient het bestuursorgaan rekening te houden met het algemeen belang. Dit houdt in dat, wanneer sprake is van een discretionaire bevoegdheid en dus een belangenafweging moet plaatsvinden, alle belangen, en bij onderhavig bestemmingsplan zijn dat onder meer de belangen van eigenaren en gebruikers van objecten in de omgeving van het plangebied en van de toekomstige gebruikers, moeten worden meegenomen. Deze belangen hebben eenzelfde waarde als die van de aanvrager van de bestemmingsplanwijziging, zijnde Waver Holding B.V.. Ten tweede werkt het beginsel ook voor de aanvrager. Diens aanvraag moet zoals andere aanvragen worden behandeld en objectief worden beoordeeld. Het kader waaraan getoetst moet worden is voor iedereen gelijk.
1
Artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. 2
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland
2. Samenvatting en beantwoording zienswijze Capaciteit van de riolering (indiener 1) 2.1.1. Samenvatting Indiener beschrijft dat het recreatiepark in het plangebied van onderhavig bestemmingsplan (Onze Hoeve) één van de parken is die beheerd worden door Stichting Recreatiecentrum Aquadelta. Namens één van de andere parken die tot deze stichting behoort, park ‘De Kreek’, dient indiener een zienswijze in. Stichting Recreatiecentrum Aquadelta verzorgt onder andere het beheer van de riolering van de parken die onder de stichting vallen. Indiener vermoedt dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename in het gebruik van de collectief beheerde riolering en vreest dat de bewoners van park ‘De Kreek’ financieel nadeel ondervinden van dit toegenomen gebruik. Daarbij vermoedt indiener dat het voorheen toegestane gebruik van Onze Hoeve als camping (90 kampeerplaatsen) en 12 beoogde vakantiewoningen (met 4 tot 6 slaapplaatsen) minder belasting van de riolering met zich brengt dan het nu geplande maximumaantal van 532 personen. Deze 532 personen bestaan uit de maximale bezetting van Onze Hoeve als iedere nieuwe recreatiewoning volledig bezet is. Indiener stelt dat het gebruik van een camping waarschijnlijk minder afvalwater produceert dan een ontwikkeling die volledig bestaat uit recreatiewoningen.
Indiener verwacht dat de aansluiting van de rioleringsinfrastructuur van Onze Hoeve gepland wordt op het netwerk van het park ‘De Kreek’, zonder dat dit genoemd wordt in het bestemmingsplan. Dit vermoeden baseert indiener op de uitspraak dat aansluiting op de openbare riolering aan de Hageweg is uitgesloten. 2.1.2. Beantwoording De riolering, waarover de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta onder andere het beheer voert, is half jaren zeventig aangelegd voor het gehele Recreatieplan Aquadelta, bestaande uit 3 fasen. Fase 1 werd ontwikkeld en eind jaren zeventig opgeleverd. Van de ontwikkeling van fase 2 en 3, met in totaal nog eens 1.200 verblijfseenheden, werd vanwege de recessie afgezien. Op de gronden die destijds bedoeld waren voor de ontwikkeling van fase 2 en 3 zijn de golfbaan met zijn voorzieningen, clubhuis en dienstwoning en restaurant, en het villapark Grevelingenhout, bestaande uit 189 villa’s, gerealiseerd en aangesloten op de riolering in beheer bij de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta. Het voormalige Camping- en Caravanpark Onze Hoeve is nog steeds aangesloten op de riolering (de afvalwateroplossing) van Stichting Recreatiecentrum Aquadelta.
Dat betekent dat thans zowel het Standcaravanpark Bruinisse (zijnde het caravanpark dat grenst aan het plangebied van onderhavig bestemmingsplan) als het plangebied van onderhavig bestemmingsplan (zijnde het voormalige campingterrein) op deze riolering aangesloten is. Bruland International GMBH, de laatste exploitant van Camping- en Caravanpark Onze Hoeve, verhuurde in het plangebied 167 plaatsen voor campers, caravans, vouwwagens, tenten en trekkerstenten. Hierbij moet worden opgemerkt dat er officieel echter 90 standplaatsen waren. Het aantal gebruikers lag dus hoger dan wat indiener omschrijft als het hypothetische aantal gebruikers. Ten behoeve van de gasten waren er centrale toilet-en douchegelegenheden en wasplaatsen die afgestemd waren op de te verhuren plaatsen. Ook zijn de beheerderswoning en de voormalige kantine aangesloten op de riolering. Gebleken is dat er tot op de dag van vandaag nimmer sprake is geweest van een capaciteitsprobleem met de riolering. De riolering is immers zodanig gedimensioneerd dat het afvalwater van de 167 standplaatsen zonder problemen verwerkt kon worden. Deze dimensionering volstaat ook voor de voorgenomen nieuwe situatie. De nieuwe ontwikkeling zal geen overbelasting van het rioolsysteem veroorzaken en naar verwachting zelfs een mindere belasting opleveren dan destijds gedurende de periode dat de camping werd geëxploiteerd.
Er worden in de nieuwe situatie immers minder recreatieve eenheden toegestaan dan thans het geval is. Daarnaast is er tijdens het gebruik van Onze Hoeve als camping sprake geweest van 167 eenheden in plaats van 90 waardoor de afname van het rioleringsgebruik nog groter is dan voorzien bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. Wat de opmerking betreft dat de riolering aangesloten wordt op het netwerk van het park ‘De Kreek’ wordt opgemerkt dat die opmerking niet juist is. De riolering van Camping- en Caravanpark Onze Hoeve (dus zowel 3
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland het huidige Standcaravanpark Bruinisse als het plangebied van onderhavig bestemmingsplan) is reeds, zoals hiervoor vermeld, sinds de realisatie van Onze Hoeve, toergedeelte en stacaravangebied, aangesloten op het riool van de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta. De kosten van vernieuwing dan wel aanpassing van de riolering op het terrein van Onze Hoeve (het plangebied van onderhavig bestemmingsplan) komen niet voor rekening van de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta. Overigens zijn de rioleringsbelangen van de recreatieparken ondergebracht in de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta die verantwoordelijk is voor het (doen) onderhouden en controleren van de riolering en daarmee de aangewezen partij is. 2.1.3. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
Infiltratie hemelwater (indiener 1) 2.2.1. Samenvatting Indiener vermoedt dat als gevolg van het nieuwbouwplan in het plangebied meer gronden verhard worden dan thans het geval is. Daardoor kan minder hemelwater in de bodem infiltreren en moet er meer hemelwater afgevoerd worden naar het regenwaterriool. Deze effecten krijgen volgens indiener te weinig aandacht in het ontwerpbestemmingsplan. 2.2.2. Beantwoording Uit de waterparagraaf (het ‘Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen) die als bijlage 3 bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd is, blijkt dat het verhard oppervlak in de toekomstige situatie inderdaad toeneemt. Deze toename is het gevolg van een grotere dakoppervlakte in de toekomstige situatie, er worden immers recreatiewoningen gebouwd op gronden die nu nog onverhard zijn. De waterparagraaf beschrijft ook dat als gevolg van die toename extra waterberging gerealiseerd moet worden. Uit de waterparagraaf blijft dat die waterberging gerealiseerd wordt door het wateroppervlak in het plangebied met 1.385 vierkante meter uitgebreid wordt. In dit vergrote wateroppervlak kan hemelwater opgevangen worden zodat het niet in het regenwaterriool geloosd hoeft te worden. Vanuit het oppervlaktewater kan het water gedoseerd infiltreren in het grondwater.
Hoewel het effect van de voorgenomen ontwikkeling op het aspect water in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan bondig beschreven is, is in de bovengenoemde bijlage uitvoerig op het wateraspect ingegaan. Uit die beschouwing blijkt dat het lozen van afstromend hemelwater in het regenwaterriool niet nodig is. Dit onderdeel van indieners zienswijze geeft derhalve geen aanleiding tot wijziging van het vast te stellen bestemmingsplan. Overigens is er sprake van een gescheiden systeem. Dat houdt in dat hemelwater afkomstig van de nieuwe verharding in het plangebied sowieso niet in het riool geloosd wordt. Het riool dient alleen voor de lozing van het afvalwater. 2.2.3. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
Relatie met Stichting Recreatiecentrum Aquadelta (indiener 1) 2.3.1. Samenvatting Indiener verzoekt om reactie op onderstaande vragen om daarmee te kunnen beoordelen welke gevolgen het geplande nieuwbouwproject van de vakantiewoningen in Onze Hoeve heeft voor de verdeling van de algemene kosten van de afzonderlijke vakantieparken die tot de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta behoren: 1. Wie is de eigenaar van de grond waarop het nieuwbouwproject wordt uitgevoerd? 2. Waar zijn op ‘Onze Hoeve’ voorzieningen gepland voor sport en recreatie? 3. Zal het nieuwbouwproject het aandeel van het vakantiepark Onze Hoeve in de verdeling van de algemene kosten van de Stichting Aquadelta vergroten?
4
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland 4.
Hoe gaat de gemeente Schouwen-Duiveland ervoor zorgen dat het stichtingscontract dienovereenkomstig wordt aangepast?
Indiener merkt op dat de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta nergens in het bestemmingsplan wordt genoemd. 2.3.2. Beantwoording Op de vragen van indiener worden de volgende antwoorden gegeven: 1. Waver Holding B.V. is thans de eigenaar van de gronden waarop het nieuwbouwplan uitgevoerd wordt. 2. Zoals beschreven in paragraaf 3.4 van het ontwerpbestemmingsplan is voor de voorgenomen ontwikkeling een stedenbouwkundig principe uitgewerkt. Dit stedenbouwkundig principe laat zien dat aan de oostzijde van Onze Hoeve een speelvoorziening wordt gerealiseerd (direct ten zuiden van het centrale pad door het park). Het gaat hier om een speelvoorziening voor kinderen. Andere speelvoorzieningen dan wel sportvoorzieningen zijn niet voorzien. 3. Op dit moment is van een vergroting van kosten geen sprake, zie verder in de onderstaande toelichting. 4. De gemeente Schouwen-Duiveland is geen partij in de naleving dan wel aanpassing van het stichtingscontract, zie verder in onderstaande toelichting. Bij akte van 10 december 1975 werd de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta opgericht. Het doel van de Stichting was het onderhouden, dan wel doen onderhouden en controleren van onder andere wegen, waterwegen, groenvoorzieningen (voor zover dit niet bij een overheidsinstantie berust) en de persleiding naar en aansluiting op de bestaande rioolzuivering.
Het bestuur werd gevormd door vertegenwoordigers van de verenigingen van de woongebieden en de kampeer- en caravanterreinen, de gemeente Bruinisse, en de eigenaar van de centrale voorzieningen. Met de nieuwe statuten van 1 juli 1993 heeft de gemeente Bruinisse (thans de gemeente Schouwen-Duiveland) geen rol meer in de stichting. Sinds 1 juli 1993 zijn deze statuten niet meer gewijzigd. In de bijlage ter info deze statuten. In de statuten van 1 juli 1993 is de verdeling van de kosten van de stichting vastgelegd. In die statuten is ook de rioolpersleiding en de aansluiting op de bestaande rioolzuiveringsinrichting vastgelegd zodat dit niet nader in het bestemmingsplan geregeld hoeft te worden. De initiatiefnemer van de transformatie van het plangebied (Waver Holding B.V.) is de huidige eigenaar van het plangebied. Sinds 2008 heeft eigenaar het plangebied in bezit en sinds de eigendomsoverdracht in 2008 heeft initiatiefnemer diens aandeel in de kosten van de stichting voldaan. Sinds 2008 wordt de Camping- en Caravanpark Onze Hoeve voor zover dat onderdeel is van het plangebied van onderhavig bestemmingsplan zoals benoemd in de statuten niet meer geëxploiteerd. 2.3.3. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
Bestaande structuur (indiener 1) 2.4.1. Samenvatting Hoewel indiener de geschiedenis van het plangebied goed beschreven vindt, wordt in indieners ogen te weinig aandacht besteed aan de bestaande structuur van Vakantiepark Aquadelta. 2.4.2. Beantwoording Niet geheel duidelijk is wat indiener bedoelt met de ‘bestaande structuur van Vakantiepark Aquadelta’. Er is sprake van een Stichting Recreatiecentrum Aquadelta waarin sprake is van meerdere recreatieparken die in elkaars nabijheid liggen en die als collectief het onderzoek van bepaalde voorzieningen uitvoeren/uit laten voeren. Als ervan uit wordt gegaan dat indiener doelt op de structuur van het gebied waarin voornoemde stichting actief is, dan wordt opgemerkt dat onderhavig bestemmingsplan specifiek betrekking heeft op Onze Hoeve en om die reden de structuur en totstandkoming van die recreatievoorziening diepgaand beschreven 5
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland worden. In subparagraaf 3.3.1 wordt overigens wel ingegaan op de ligging van Onze Hoeve in een grotere recreatieconcentratie (grofweg het gebied waar de Stichting Recreatiecentrum Aquadelta actief is). De beschrijving van de recreatieconcentratie waar Onze Hoeve in past wordt naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze uitgebreid met een beschouwing van de overige recreatieve voorzieningen in het beheergebied van Stichting Recreatiecentrum Aquadelta. 2.4.3. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze wordt gedeeld en geeft aanleiding tot wijziging van paragraaf 3.3 van de toelichting van het bestemmingsplan. Deze wijziging wordt in het vast te stellen bestemmingsplan verwerkt.
Geluid vanwege N59 (indiener 1) 2.5.1. Samenvatting Indiener schrijft dat hij zich niet kan verenigen met het ontwerpbestemmingsplan voor zover dit stelt dat wegverkeerslawaai geen bron van lawaai voor de voorgenomen ontwikkeling is. Indiener ondervindt in zijn recreatiewoning ten zuiden van het plangebied namelijk geluidhinder als gevolg van wegverkeer op de N59. Doordat de N59 bij Bruinisse over een brug loopt wordt het geluid volgens indiener verspreid. 2.5.2. Beantwoording Het klopt dat de N59 bij Bruinisse over een brug en dus boven maaiveld loopt. In het ontwerpbestemmingsplan was in afwachting van actuele informatie over verkeersintensiteiten een kwalitatieve beoordeling van het aspect geluid opgenomen. Deze kwalitatieve beoordeling is in het vast te stellen bestemmingsplan vervangen door een geluidonderzoek. Het geluidonderzoek toont aan dat de geluidbelasting als gevolg van verkeer op de N59 niet hoger is dan 41 dB. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de Hageweg is niet hoger dan 40 dB. Verkeersbewegingen op de N59 en/of de Hageweg leiden daarmee niet tot overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Omdat de ontwikkelingen ruim onder die voorkeursgrenswaarde liggen, kan gesteld worden dat er sprake is van een relatief stil gebied. Tevens kan gesteld worden dat sprake is van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
In aanvulling op het voorgaande geldt daarbij ook dat in het ontwerpbestemmingsplan aangetoond is dat het aantal motorvoertuigbewegingen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling afneemt ten opzichte van het aantal motorvoertuigbewegingen dat ontstaat als Onze Hoeve als camping- en caravanpark gebruikt wordt. Omdat het aantal verkeersbewegingen afneemt, kan de geluidbelasting op de omgeving als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet toenemen. Dit onderdeel van indieners zienswijze geeft derhalve geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.5.3. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
Intrekken toezegging (indiener 2) 2.6.1. Samenvatting Indiener heeft op 26 september 2022 een verklaring afgegeven t.a.v. mogelijke levering van een deel van het perceel 1547 wat onderdeel uitmaakt van het ontwerpbestemmingsplan. Er is met de initiatiefnemer geen overeenstemming bereikt over de voorwaarden waardoor deze verklaring wordt ingetrokken. Het gedeelte van het perceel 1547 wordt niet geleverd. Indiener is voornemens om de bebouwing te realiseren die onder het geldende bestemmingsplan reeds mogelijk is. Indiener is het niet eens met de voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan voor zover deze plaatsvindt op diens gronden omdat dit indiener beperkt in de mogelijkheden en het voorgestelde plan wat aan de basis ligt van het ontwerpbestemmingsplan niet realiseerbaar is. 2.6.2. Beantwoording Naar aanleiding van de zienswijze heeft overleg met de initiatiefnemer plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat de onderhandelingen over de aankoop van het perceel 1547 inderdaad voorlopig zijn opgeschort. Hoewel het de bedoeling was dat de gronden werden overgedragen, zijn de gronden niet perse noodzakelijk voor de realisatie van het plan. Op de locatie was parkeren voorzien (P2). Echter, in de benodigde parkeerplaatsen kan ook op andere wijze worden voorzien. Uit paragraaf 4.2.2 van de toelichting blijkt reeds dat dit terrein (P2) slechts nodig is voor 10 parkeerplaatsen.
De ruimte voor deze 10 parkeerplaatsen kan echter ook elders op het terrein gevonden worden. In de nadere uitwerking van het plan dient dit te worden meegenomen. Voldoen aan de 6
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’, gemeente Schouwen-Duiveland parkeerbehoefte is een voorwaarde vanuit de planregels (artikel 12.2) en wordt bij vergunningverlening getoetst. Het intrekken van de verklaring door de indiener is daarmee geen probleem. De indiener heeft aangegeven hetgeen te willen realiseren dat conform het geldende bestemmingsplan mogelijk is. In het geldende bestemmingsplan is op het betreffende perceel een (deel van een) bouwstrook gelegen waarop 12 recreatiewoningen zijn toegestaan die twee-aaneen gebouwd moeten worden. Deze bouwstrook is voor ca. 75% op gronden van indiener gelegen. Theoretisch gezien is er dan een mogelijkheid om 8 recreatiewoningen te bouwen. Deze bouwmogelijkheid is al jarenlang in het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij gebleken is dat er geen haalbare businesscase was. Anders zou het project reeds lange tijd gerealiseerd zijn. Ter plaatse wordt voorzien in parkeergelegenheid voor Aquadelta. Geconstateerd wordt dat dit in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Het opheffen van deze parkeermogelijkheid, zonder compensatie elders conform de geldende parkeerregeling is anderzijds niet mogelijk omdat deze mede in de behoefte van Aquadelta voorziet. Het gaat derhalve vooral om een theoretische mogelijkheid van de bouw van recreatiewoningen, welke praktisch niet uitvoerbaar is.
Er is sprake van jarenlang onbenutte plancapaciteit. Overwogen moet worden of het betreffende perceel alsnog uit het bestemmingsplan ‘Hageweg 1 Bruinisse’ wordt ‘geknipt’, de bestemming zoals voorgesteld in het ontwerpbestemmingsplan wordt gehandhaafd of een aanpassing nodig is. Door het perceel 1547 nu uit het plan te knippen blijft de situatie bestaan dat er in theorie recreatiewoningen gerealiseerd kunnen worden, welke in de praktijk niet worden gerealiseerd. Dit is een ongewenste planologische situatie. Dit ontneemt ook de mogelijkheid om de gronden bij ‘Onze Hoeve’ te betrekken, indien partijen alsnog tot overeenstemming komen, hetgeen wel de insteek is. Het handhaven van de regeling zoals voorgesteld in het ontwerpbestemmingsplan biedt die mogelijkheid wel en legt tegelijkertijd ook de bestaande situatie van het noodzakelijke parkeerterrein voor Aquadelta vast. Het linkerdeel van het perceel 1547 is wel meegenomen in de berekening voor het maximum bebouwd oppervlak van 13 % conform het gemeentelijk beleid. In het ontwerpbestemmingsplan is het maximum aantal woningen en de maximum oppervlakte daarvan vast te leggen. Nu de oppervlakte van de bij de ontwikkeling behorende gronden mogelijk kleiner wordt is het gewenst om naast het maximum aantal woningen en oppervlakte van recreatiewoningen ook het maximum bebouwingspercentage vast te leggen.
Hiermee wordt voorkomen dat op een kleiner oppervlak toch 76 woningen van 75m² worden gerealiseerd, waarmee verdichting zou ontstaan. Er wordt een regel toegevoegd aan artikel 4.2.3 luidende: ‘het totaal bebouwd oppervlak van recreatiewoningen en daarbij behorende bijgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 13% van de bij de ontwikkeling betrokken gronden’ 2.6.3 Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om een regeling toe te voegen waarmee het maximum bebouwingspercentage wordt vastgelegd ongeacht de exacte omvang van de bij de ontwikkeling betrokken gronden.
7
Bijlage I Statuten Recreatiecentrum Aquadelta