807797 Bijlage 3 Gebiedsvisie Rampweg ter vaststelling
Tekst van het document
GEBIEDSVISIE RAMPWEG Regels en wensbeelden voor de ontwikkeling van verblijfsrecreatie in het aandachtsgebied Rampweg
1
DATUM: 07-03-2023 PROJECT: GEBIEDSVISIE RAMPWEG OPDRACHTGEVER: GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND STATUS: TER VASTSTELLING IMRO: NL.IMRO.1676.00355StvRC-VA01
2
INHOUDSOPGAVE
3
Samenvatting
4
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
1.2
1.
2.
3.
4.
5.
Verblijfsrecreatie
20
6
5.1
Regels Verblijfsrecreatie
20
Plangebied
8
5.2
Inspiratie Verblijfsrecreatie
21
1.3
Proces
8
1.4
Vijf initiatieven
9
1.5
Realiseren overig landschap
9
1.6
Beleidskader
1.7
Leeswijzer
Beoordeling initiatieven
22
6.1
Proces
22
Ruimte in de markt
23
10
7.1
Onderzoek ZKA
23
10
7.2
Conclusie
24
Het plangebied
12
2.1
Overkoepelende regels
12
2.2
Overkoepelend wensbeeld
15
6. 7.
BIJLAGEN
25
Landschap A
17
3.1
Regels Landschap A
17
Bijlage 1
Sortiment beplanting
26
3.2
Inspiratie Landschap A
18
Bijlage 2
Landschapsanalyse BoschSlabbers
27
Landschap B
19
Bijlage 3
Nadere toelichting van het streefbeeld
50
4.1
Regels Landschap B
19
Bijlage 4
Analyse oppervlakten van bekende initiatieven
53
4.2
Inspiratie Landschap B
19
Bijlage 5
Toeristisch-recreatief programma en marktonderzoek
56
3
SAMENVATTING Opgave Met het opstellen van een gebiedsvisie voor het aandachtsgebied Rampweg
Eén van de regels voor het hele plangebied betreft het realiseren van doorgaan-
wordt invulling gegeven aan de opgaven en afspraken die zijn vastgelegd in het
de fietsroutes en wandelpaden.
Kustpact en de Zeeuwse Kustvisie. Het integrale streefbeeld waar naartoe gewerkt wordt (figuur 1), is als inspiratie
Visie
overgenomen uit de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge (Bijlage 2).
Om de kwaliteit van het integrale recreatielandschap te borgen, is een set
Het geeft een sfeer van de beoogde ontwikkeling in de vorm van open ruimten,
van regels opgesteld. Deze regels zijn bindend. Daarnaast zijn er teksten en
zichtlijnen, beplanting en ontwikkelzones (verblijfsrecreatie en Landschap B),
beelden ter inspiratie opgesteld. Deze vormen een inspiratiebron en zijn een
lanen en enkele paden/wegen. De situering van de verschillende onderdelen
suggestie voor de initiatiefnemers. In samenhang vormen ze een totaalbeeld.
kan bij de uitwerking van initiatieven afwijken van het integrale streefbeeld.
Er zijn regels voor het hele plangebied en voor het zogenaamde Landschap
Uitwerking
A, Landschap B en de verblijfsrecreatie. Elk initiatief zorgt voor een plan dat
De beoogde voorzieningen van de vijf bekende initiatieven (peildatum juni
voldoet aan de eisen van:
2021) passen binnen de marktruimte die er is. De initiatieven dienen in prin-
-
50% van het initiatief bestaat uit landschap A;
cipe te voldoen aan het bestaande beleid en de uitgangspunten van deze visie.
-
20% van het initiatief bestaat uit landschap B;
Bij twee aan elkaar grenzende initiatieven (kadastrale kavels 174, 554 en 555)
-
30% van het initiatief bestaat uit verblijfsrecreatie.
is maatwerk van toepassing vanwege de lange voorgeschiedenis.
Voor twee initiatieven geldt maatwerk en wordt afgeweken van deze percenta-
Elk initiatief dient voorzien te zijn van een inrichtings-, beeldkwaliteits-, en
ges. Wel wordt voldaan aan de verdeling 70% landschap en 30% verblijfsre-
groenbeheerplan. Deze inrichtings- en groenbeheerplannen voor Landschap A
creatie. Landschap A is een landschap, dat zich buiten de verblijfsrecreatieve
en B vormen een onderdeel van de planologische procedure en worden tevens
gronden bevindt. Landschap B is verweven met de verblijfsrecreatie en is ook te
privaatrechtelijk en publiekrechtelijk vastgelegd. De initiatiefnemer is verant-
zien als de hoofdgroenstructuur en landschappelijke inpassing van het bedrijf.
woordelijk voor de aanleg en het beheer van Landschap A en B.
Voor de eerdergenoemde twee initiatieven geldt ook op dit punt maatwerk. Al het landschap mag verweven zijn met de verblijfsrecreatie, zolang maar voldaan wordt aan de genoemde 70% en 30% verdeling.
4
Figuur 1 Integraal streefbeeld (Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge, BoschSlabbers 2021) met daarop geprojecteerd de drinkwatertransportleiding (Evides) en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, Provincie Zeeland). 5
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Met het opstellen van een gebiedsvisie voor het aandachtsgebied Rampweg
Gemeente Schouwen-Duiveland heeft een raadsbesluit genomen inzake duur-
wordt invulling gegeven aan de opgaven en afspraken die zijn vastgelegd in het
zaamheid (inclusief circulariteit en energieneutraliteit). Op grond van dit raads-
Kustpact (2017, Ministerie van Infrastructuur en Milieu e.a.) en de Zeeuwse
besluit is het mogelijk het aantal eenheden met maximaal 2x15% te vergroten.
Kustvisie (2017, Provincie Zeeland e.a.).
Dit kan enkel als dit passend is binnen de door de gemeenteraad vastgestelde criteria in de Uitvoeringsregeling Duurzaamheidsstaffel Agenda Toerisme.
De concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge is behandeld in de commissie
Tevens is het alleen toegestaan als initiatiefnemers met een onderbouwing
Ruimte van de gemeente Schouwen-Duiveland. Daarbij is door de
komen waarin uiteen is gezet waarom met de toepassing van de extra eenheden
gemeenteraad een motie aangenomen. In deze motie is aangegeven dat deze
er onverminderd sprake blijft van een bijdrage aan de integrale kwaliteitsver-
gebiedsvisie een gedegen naslagwerk is, maar het nog geen werkbare visie is
betering in het aandachtsgebied. Voor de maatwerklocaties zijn een vast aantal
met ruimtelijke handelingsperspectieven voor de ondernemers in het gebied.
eenheden vastgelegd, waardoor deze geheel buiten de % regeling vallen. Zie
De raad wil een werkbaar en praktisch document voor de ondernemers hebben
hiervoor tabel 1.
waarop zij plannen kunnen ontwikkelen en in procedure brengen. In voorliggende gebiedsvisie wordt deze aanpassingsslag gemaakt, voor zover
De begrenzing van het plangebied in de voorliggende gebiedsvisie volgt één
het de regels en inspiratie betreft.
op één de afbakening van het ‘aandachtsgebied’ Renesse-Scharendijke zoals opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. De afbakening van
In deze notitie wordt naast kwaliteitsverbetering ook gestreefd naar econo-
het plangebied volgt daarbij ook één op één de afbakening van ditzelfde aan-
mische haalbaarheid. De provincie Zeeland heeft aangegeven dat voor het
dachtsgebied zoals opgenomen in de Zeeuwse Kustvisie. Het streefbeeld zoals
maximaal toelaatbaar aantal eenheden deel A van het Ontwikkelingskader
getoond in figuur 1 is ter inspiratie overgenomen uit de concept gebiedsvisie
(bijlage D onder 1) niet van toepassing is. Dit betreft o.a. de regeling dat er
Moermondse Gravelinge. In dit streefbeeld maken de bestaande recreatiebe-
maximaal sprake is van 15% uitbreiding van eenheden. Ook in de Zeeuwse
drijven wel onderdeel uit van het plangebied. Omdat het streefbeeld de juiste
Kustvisie staat aangegeven dat alleen de onderdelen B t/m D van toepassing
handvaten geeft om te komen tot een ontwikkeling van het aandachtsgebied,
zijn. In bijlage D onder 2 van de Provinciale Omgevingsverordening 2018 staat
is besloten die beeld wel te hanteren. De begrenzing wijkt echter af van de
dat de recreatieve ontwikkelingsruimte in aandachtsgebieden echter ook geen
begrenzing van het plangebied in deze visie.
‘vrije’ ontwikkelingsruimte is. Het aantal eenheden binnen een aandachtsgebied kan anders worden ingevuld, dit is een zaak van partijen gezamenlijk,
Dit gebied ligt direct achter de Noordzeekust en wordt omsloten door de rijks-
onderbouwd in een integrale gebiedsvisie. De aanleg van nieuw landschap moet
weg N57, de Recreatieverdeelweg en de Rampweg. Aan de westzijde grenst het
in evenwicht zijn met recreatieontwikkeling, waarbij er sprake moet zijn van
gebied aan de omgeving rond het slot Moermond (figuur 2).
een kwaliteitsverbetering van het gehele aandachtsgebied.
6
N
Figuur 2 Luchtfoto plangebied 7
1.2 Plangebied De opgave om te komen tot een transformatie van het gebied dat in de Zeeuwse
De begrenzing van de Gebiedsvisie Rampweg sluit aan op de begren-
Kustvisie is aangeduid als aandachtsgebied is geen nieuwe opgave. Die opgave
zing van het aandachtsgebied Rampweg, welke is weergegeven in de
komt voort uit de Regiovisie Schouwen-West. Daarin zijn midden jaren negentig
Provinciale Omgevingsverordening 2018 (figuur 3). Deze begrenzing
van de vorige eeuw doelen als het versterken van de kwaliteit van de kustzone
sluit aan op de bestaande bedrijven: Strandpark De Zeeuwse Kust
door realisatie van nieuw landschap en natuur in samenhang met het bieden
en Resort Land & Zee. Beiden vormen geen onderdeel van het aan-
van ruimte aan recreatieve ontwikkelingen, die moeten bijdragen aan herstruc-
dachtsgebied zelf. Het aandachtsgebied heeft een oppervlakte van
turering van de verblijfsrecreatie in de Kop van Schouwen al vastgelegd.
circa 90,3 ha (figuur 4).
Het gebied staat door de nabijheid van de kust en de al lang geleden opgelegde status als ‘Ontwikkelingsgebied voor de verblijfsrecreatie’ onder druk van verblijfsrecreatieve ontwikkelingen. Een goede mix tussen het realiseren van een hoogwaardig landschap en aantrekkelijke verblijfsrecreatieve ontwikkelingen is wenselijk. Om die reden is dit gebied in de Zeeuwse Kustvisie aangewezen als aandachtsgebied. In een gedegen proces met de verschillende stakeholders in het gebied (eigenaren recreatieterreinen, initiatiefnemers, overige grondeigenaren, Staatsbosbeheer, Recron en de Zeeuwse Milieu Federatie) en op basis van verschillende analyses is door BoschSlabbers de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge (concept juni 2021) opgesteld. Deze gebiedsvisie is een uitwerking van de Zeeuwse Kustvisie. In deze visie is het streefbeeld voor de ontwikkelingen in het aandachtsgebied Rampweg opgenomen. Hierbij wordt een balans gezocht tussen (recreatie)ontwikkelingen en de oprichting van natuur, passend in het gewenste toekomstig landschap. Om aan te geven dat het product afwijkt van de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge, is voor een andere naam gekozen: ‘Gebiedsvisie Rampweg’. De concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge is daarmee dus een voorloper van de uiteindelijke Gebiedsvisie Rampweg. 8
1.3 Proces Bij het opstellen van de Gebiedsvisie Rampweg is eenmaal met de betrokken recreatieondernemers het gesprek gevoerd om hun aanmerkingen op de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge helder te hebben. Er is voor gekozen om het overlegproces met de stakeholders niet opnieuw te doorlopen, daar de regels, teksten en beelden in grote lijnen overeenkomen met hetgeen opgenomen in de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge. Wel zijn de stakeholders continu op de hoogte gehouden van de stand van zaken in het proces.
1. INLEIDING 1.4 Vijf initiatieven Tot nu toe (peildatum juni 2021) zijn er vijf initiatieven bekend (figuur 5). Deze plannen verschillen sterk in mate van uitwerking. De globale kenmerken van de vijf plannen zijn opgenomen in tabel 1. De plannen als geheel omvatten: •
159 recreatiewoningen
•
26 stacaravans/kampeerhuisjes
•
134 toeristische standplaatsen (inclusief campers)
Daarnaast worden in het kader van kwaliteitsverbetering eenheden van het bestaande bedrijf uitgeplaatst naar het ontwikkelingsgebied. Locatie 2 ligt deels in de door de provincie Zeeland aangewezen ‘bestaande
Figuur 3 Begrenzing aandachtsgebied Rampweg (Omgevingsverordening, 2018)
natuur’. In afwijking van het integrale streefbeeld (figuur 1) is binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland geen verblijfsrecreatie toegestaan (voor begrenzing NNZ zie figuur 1).
1.5 Realiseren overig landschap Voor een aantal kavels zijn nog geen initiatieven voor de realisatie van nieuw landschap bekend. Het is ook denkbaar dat bij een deel van de bekende initi-
902.797,7 m2
atieven toch niet het gehele perceel gebruikt wordt voor het betreffende initiatief, maar agrarisch in gebruik blijft. Het is een taakstelling van de overheden om te blijven streven naar de realisatie van een nieuw landschap in het gehele
GEBIEDSANALYSE
aandachtsgebied. Een eventuele verweving van gronden geschiedt op basis van vrijwilligheid.
3 Figuur 4 Oppervlakte aandachtsgebied
3.1 LANDSCHAPPELIJKE CONTEXT De landschappelijke hoofdstructuur van Schouwen-Duiveland wordt in belangrijke mate bepaald door de natuurlijke opbouw en de menselijke invloed (bedijking, overstromingen en herinrichting). Door het ingrijpende karakter van de watersnoodramp en de herinrichting van 1954 wordt de identiteit van het huidige landschap in belangrijke mate bepaald door de rationele
9
1. INLEIDING 1.6 Beleidskader De gebiedsvisie vormt een uitwerking van het recreatiebeleid van gemeente en provincie. Elk initiatief dient daarnaast rekening te houden met een groot aantal wettelijke- en beleidskaders, deze komen in de planologische procedure aan bod. Gezien de ligging dicht bij stikstofgevoelige natuurgebieden kan dit belemmeringen geven aan de beoogde initiatieven. Als een initiatief leidt tot een stikstofdepositie op (bijna) overbelaste natuur, zal op dat moment (afhankelijk van de juridische mogelijkheden) gekeken moeten worden of er bijvoorbeeld gesaldeerd (intern of extern) kan worden, of dat het initiatief op onderdelen moet worden aangepast. Mogelijk dat een initiatief (tijdelijk) geen doorgang kan vinden.
1.7 Leeswijzer
Figuur 5 Globale begrenzing van de vier bekende initiatieven
Om de kwaliteit van het integrale recreatielandschap te borgen, is een set
15% van oppervlakte vergund (ha)
type
aantal
30% van
20%
50%
beelden ter inspiratie opgesteld. Deze vormen een inspiratiebron en zijn een
bekend
van regels opgesteld. Deze regels zijn bindend. Daarnaast zijn er teksten en suggestie voor de initiatiefnemers. In samenhang vormen ze een totaalbeeld.
1 0
34,8
recreatiewoningen 72
10,4
7,0
17,4
In hoofdstuk 2 wordt de overkoepelende set met regels, die de samenhang der
2 67
15,6
toeristische
134
4,7
3,1
7,7
3 nvt
4,5
recreatiewoningen 38
1,4
maatwerk
maatwerk
4 nvt
6,4
recreatiewoningen 49
1,9
maatwerk
maatwerk
5 26
2,8
stacaravans/kam- 26
0,8
0,6
1,4
dingen bewaakt, besproken. In hoofdstuk 3 worden voor het zogenaamde Landschap A een specifieke set regels en tevens een set ter inspiratie beschreven.
planlocatie landschap B landschap A
standplaatsen
In hoofdstuk 4 worden voor het zogenaamde Landschap B een specifieke set regels en tevens een set ter inspiratie beschreven. De regels en inspiratie voor Verblijfsrecreatie is in hoofdstuk 5 vastgelegd.
peerhuisjes Tabel 1 Globale typering van de vijf bekende initiatieven
10
3
2
4 5
1
Figuur 5 Globale begrenzing van de vier bekende initiatieven
11
2. HET PLANGEBIED 2.1 Overkoepelende regels Voor het hele plangebied van de gebiedsvisie gelden de volgende regels:
deze projecten gegarandeerd dat er een structurele landschapsontwikkeling wordt gerealiseerd, waarbij voldaan wordt aan totaal 70% landschap. Al het
Nieuw landschap en verweving
landschap mag verweven zijn met de verblijfsrecreatie. Er geldt geen strikte
Elk initiatief zorgt voor een plan dat voldoet aan de eisen van:
afbakening zoals benoemd in figuur 6. Het maatwerk heeft betrekking op alle
•
50% van het initiatiefinitiatief bestaat uit landschap A;
regels van de gebiedsvisie: Landschap A, Landschap B en de regels voor ver-
•
20% van het initiatiefinitiatief bestaat uit landschap B;
blijfsrecreatie. In het vervolg wordt deze maatwerkregeling niet verder vermeld.
•
30% van het initiatiefinitiatief bestaat uit verblijfsrecreatie.
Deze afspraken gelden specifiek voor deze plannen en komen te vervallen als voor dezelfde locatie andere plannen worden ingediend.
Landschap A is een landschap, dat zich buiten de verblijfsrecreatieve gronden bevindt. Landschap B is verweven met de verblijfsrecreatie en is ook te zien als
Ieder initiatief heeft een functionele meerwaarde voor het totaal
de hoofdgroenstructuur en landschappelijke inpassing van het bedrijf.
Elke ontwikkeling biedt ook functionele meerwaarde voor andere recreanten in het gebied. Denk hierbij aan vanzelfsprekend openbaar toegankelijke fiets-, ruiter- en wandelpaden, een (binnen)speeltuin, een restaurant/café en bijvoorbeeld een kanosteiger. Nieuwvestiging Bij nieuwvestiging moet sprake zijn van het oplossen van een recreatief knelpunt binnen of buiten het aandachtsgebied. Doorlopende hoofdstructuren in het hele gebied Er zijn de volgende hoofdstructuren in het gebied:
Figuur 6 De drie typen gebieden met de beoogde ruimtelijke kwaliteit
•
water (kreken en poelen)
•
lanen
Maatwerk voor Renesserduin en Strandpark Paal 20
•
zichtlijnen
Door de lange voorgeschiedenis van de nieuwe recreatieparken Renesserduin
•
bos en struweel
en Strandpark Paal 20, hun onderlinge landschappelijke samenhang en de
•
(bloemrijk) grasland
met de gemeente gemaakte afspraken, voordat de Kustvisie van kracht werd,
•
recreatieve paden
is de procentuele verdeling van de landschapstypen A en B niet van toepassing
•
toeristische knooppunten
op deze twee projecten. Door midden van maatwerkafspraken wordt ook bij 12
2. HET PLANGEBIED 2.1 Overkoepelende regels Drinkwatertransportleiding In het plangebied ligt naast meerdere distributieleidingen ook een vitale drinkwatertransportleiding (zie figuur 1). Alle leidingen hebben een beschermingszone. De ligging van de hoofdwaterleiding is toegevoegd aan het integraal streefbeeld. Hier geldt een beschermingszone met een breedte van 10 meter (5 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding). In deze zone zijn activiteiten waarbij de grond wordt geroerd, opgehoogd of (bovengrondse) belemmeringen worden aangebracht, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van vijvers, het plaatsen van chalets en het aanbrengen van beplanting, zonder toestemming van de leidingbeheerder niet toelaatbaar. Bij het opstellen van de individuele plannen is het noodzakelijk om rekening te houden met de ligging en belemmeringen van de aanwezige leidingen en te voldoen aan de WIBON (KLIC-melding).
Figuur 7 Voorstel fietsroutesfietsverbindingen (schematisch) Doorgaande fiets- en wandelroutes
Ontsluiting op Recreatieverdeelweg
De afzonderlijke doorgaande recreatieve langzaamverkeerroutes voor wandelaars
Het is niet toegestaan rechtstreeks op de Recreatieverdeelweg (N652)
en fietsers sluiten logisch aan op de routes in het aangrenzende landschap.
te ontsluiten.
De fietspaden bestaan uit halfverharding met een gestrooide (lichte) toplaag van schelpen en zijn minimaal 2 meter breed. Ze liggen in Landschap A en B
Bebouwingsvrije zone langs provinciale weg
en kunnen ook doorlopen op de (eventueel verharde) wegenstructuur van het
Op basis van artikel 5.12 van de Provinciale Omgevingsverordening 2018 is
recreatieve park. Er zijn minimaal 3 doorgaande fietsroutes die gerealiseerd
langs provinciale wegen buiten de bebouwde kom een bebouwingsvrije zone
moeten worden. Deze zijn schematisch weergegeven in figuur 7.
van 40 meter van toepassing. Deze zone wordt gemeten vanaf de as van de weg en is van toepassing op de Recreatieverdeelweg.
Daarnaast zijn er informele, smalle wandelpaden, die bestaan uit schelpenverharding, zandpad of gemaaid gras en minimaal 1,5 meter breed zijn. Dit vormt
Bestaande natuur
een fijnmaziger en kleinschaliger netwerk dan bij de fietspaden. De fiets- en
In afwijking van het integrale streefbeeld (figuur 1) mogen er geen recreatieve
wandelpaden maken onderdeel uit van het inrichtingsplan zoals aan te leveren
ontwikkelingen plaatsvinden in de door de provincie aangewezen ‘bestaande
door de initiatiefnemers. De gemeente beoordeelt of de uitvoering in locatie,
natuur’ (Natuurnetwerk Zeeland). Indien de begrenzing wijzigt, moet aan de
maatvoering en type verharding aansluit bij elkaar. De verplichte uitvoering van
gewijzigde begrenzing getoetst worden.
dit deel van het inrichtingsplan wordt privaatrechtelijk vastgelegd. 13
Beplanting is streekeigen
Waterkwaliteit
Beplanting is streekeigen, inheems en draagt bij aan de biodiversiteit. Voor de
Daar waar water in het ontwerp is opgenomen, in zowel Landschap A en/of
te gebruiken soorten zie bijlage 1, sortiment beplanting.
Landschap B, moet dit dusdanig zijn vormgegeven en worden beheerd dat er sprake is van een goede waterkwaliteit.
Inrichtings- en groenbeheerplan Elk initiatief dient voorzien te zijn van een inrichtings- en groenbeheerplan.
Omgevingsplan
Deze inrichtings- en groenbeheerplannen voor Landschap A en B worden door
Iedere ontwikkeling doorloopt zijn eigen planologische procedure. Onder
de gemeente getoetst, vormen een onderdeel van de planologische procedure
de huidige wetgeving is dat in de vorm van een bestemmingsplan, onder
en worden tevens privaatrechtelijk en publiekrechtelijk vastgelegd. De initi-
de Omgevingswet in de vorm van een wijzigingsbesluit op het omgevings-
atiefnemer is verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer. Bij uitponding
plan.
van kavels of terreinen blijft het doel van een collectief landschap in stand. De regels zoals privaatrechtelijk vastgelegd, worden dan via een kettingbeding
In een bestemmingsplan wordt gewerkt met bijvoorbeeld de bestemmin-
doorgelegd.
gen ‘Recreatie’ en ‘Groen’ en/of ‘Natuur’. Wanneer er sprake is van een wijzigingsbesluit op het omgevingsplan dan wordt voor de verschillende
Projectgewijze aanleg
delen van de ontwikkeling gekozen voor een passende doeleindenom-
Realisatie van het landschap zal projectgewijs (per recreatieontwikkeling)
schrijving met daarbij behorende regels. De gemeente bepaalt voor beide
plaatsvinden, voorafgaand of gelijktijdig met de aanleg van de verblijfsrecre-
planvormen de uitgangspunten.
atie. Afspraken over uitvoering worden privaatrechtelijk en publiekrechtelijk vastgelegd. Een gesloten grondbalans voor de volledige gebiedsontwikkeling De grond die vrijkomt uit ontgravingen (voor met name de kreken en poelen) wordt op een passende, landschappelijke wijze in het plangebied verwerkt. Hierbij vormt de gesloten grondbalans een uitgangspunt. Hierbij kan gedacht worden aan geluidswallen of een kleine verhoging van velden op een recreatieterrein.
14
2. HET PLANGEBIED 2.1 Overkoepelende regels Geluidswering voor de recreatieve terreinen In het beleid van de gemeente is, in het licht van mogelijke geluidhinder vanwege wegverkeer, een recreatieobject gelijk aan een woning
Duin
(maximale belasting van 48 dB). Deze voorzieningen in de vorm van grondwallen worden landschappelijk vormgegeven, vormen een vanzelfsprekend onderdeel van de beplanting en kunnen zowel op eigen terrein liggen als gedeeld worden en daarmee op ander terrein liggen. Twee mogelijke principes voor de integratie van deze wal in de ontwikkelzones zijn weergegeven op bijgevoegde schetsen in figuur 8. De maximale hoogte van een grondwal is vrij, daar deze wordt bepaald door
Wal
de ligging van wal en weg en de noodzakelijke reductie van het geluid. De wal zal niet hoger worden dan noodzakelijk is voor de geluidsreduc-
Figuur 8 Inpassing van de grondwal in beplanting (wal of duin)
tie. Geluidschermen zijn niet toegestaan. Deze regeling gaat voor op hetgeen benoemd op pagina 35.
2.2 Overkoepelend wensbeeld Voor het aandachtsgebied Rampweg is het integrale streefbeeld, zoals te zien in figuur 9, opgenomen in de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge. Het integrale streefbeeld vormt de inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen Het integrale streefbeeld geeft een sfeer van de beoogde ontwikkeling in de vorm van open ruimten, zichtlijnen, beplanting en ontwikkelzones (verblijfsrecreatie en Landschap B), lanen en enkele paden/wegen. Een nadere toelichting op de elementen van het streefbeeld is opgenomen in bijlage 3. Figuur 9 Integraal streefbeeld
15
2. HET PLANGEBIED 2.1 Overkoepelende regels De situering van de verschillende onderdelen kan bij de uitwerking van initiatieven afwijken van het integrale streefbeeld. Ook de aangegeven ‘ontwikkelingszone verblijfsrecreatie’ kunnen beargumenteerd worden verplaatst. De mate van verdichting, dus de maatverhoudingen tussen open en dichte plekken moet wel als sfeerbeeld worden aangehouden. Beplantingssortiment en wijze van aanplant Zowel in de beplanting rond het recreatieterrein als in volledige bossen is het gewenste toekomstbeeld een gemengd loofhoutbos met een goed ontwikkelde struiklaag. Er wordt dan ook een hakhoutbeheer toegepast op de meeste boomvormers. De struiklaag en hakhoutlaag zorgen voor een goede afscherming van de bebouwing op maaiveldniveau. Tevens vormt het een ecologisch waardevol element van het bos. Boven de struiklaag staan op ruime afstand van elkaar bomen, die op termijn volledig uitgegroeid zijn. Er
Figuur 10 Beeld van de overgang van weide naar bos via zoom en mantelbeplanting
dient voldoende lichtval te zijn voor de struiklaag en hakhoutlaag. Het is niet de bedoeling dat een woud van stammen ontstaat met een hoog kronendak. Het hakhoutbeheer garandeert een aangenaam verblijfsrecreatiemilieu met voldoende zon voor de recreanten nabij de accommodatie. Door de aandacht voor dit aspect is een duurzame bosstructuur gegarandeerd, want men gaat op termijn niet zagen in de waardevolle bomen om meer zon op de terrassen te krijgen. Bos en bosrand (zoom en mantel) De randen van de recreatieterreinen worden zo mogelijk vormgegeven met een zogenaamde mantelzoom, die opbouwt van kruidenlaag via zoom en mantel naar bos (figuur 10).
16
Recreatieknooppunten In deze visie ontstaat de invulling van de recreatieknooppunten door marktwerking. Als ‘vanzelf’ zullen er initiatieven komen zoals een pluktuin, theetuin, blotevoetenpad, natuurspeeltuin, streekwinkel en passende horeca zoals een terras of streekeigen visrestaurant. Deze recreatieknooppunten maken deel uit van de verschillende verblijfsconcepten. De financiering en het beheer hiervan komen toe aan de ondernemer.
3. LANDSCHAP A In dit hoofdstuk worden de regels en inspiratie voor Landschap A weergegeven.
Openheid en zichtlijnen
Het landschap A bestaat uit kreken, extensief beheerde weides en beplantingen.
De zichtlijn tussen de Recreatieverdeelweg en de Rampweg, tussen Resort
Zichtlijnen spelen hier een belangrijke rol. Hier en daar kunnen plukken groen
Land & Zee en Strandpark De Zeeuwse Kust, is bewust ontworpen, en dient
(in de vorm van struweel) aangebracht worden, maar deze zijn nooit dominant
dan ook te worden vrijgehouden van opgaande beplanting/opkomend struweel.
aanwezig. In het open landschap zijn wandel- en fietspaden aanwezig, soms Zichtlijn
voorzien van laanbeplanting. Het is voor de biodiversiteit en het beeld wenselijk dat de akkerranden en (randen van) de weides een bloemrijke invulling krijgen.
3.1 Regels Landschap A Voor Landschap A gelden de volgende regels. Verstening Landschap A is nadrukkelijk bedoeld voor natuur en natuurbeleving. Verstening in de vorm van een speelterrein o.i.d. is niet toegestaan. De kreken zijn landschappelijk en ecologisch vormgegeven. Minimaal 50% van de oevers en kreken zijn landschappelijk en ecologisch
Figuur 11 Zichtlijn ten oosten van Strandpark De Zeeuwse Kust is richtinggevend
vormgegeven, met een helling van minimaal 1:3 of flauwer. Natuurlijk ontstane kreken hebben een flauwe oever (binnenbocht) met daar tegenover ook steile
Geen direct aangrenzende permanente verblijfsrecreatie aan open landschap
oevers (buitenbocht). Deze gradiënten versterken de ecologische waarden van het
De landschappelijke structuren die samen het streefbeeld vormen, moeten
landschappelijk raamwerk.
openbaar toegankelijk en beleefbaar zijn. Hierin of hieraan zijn geen verblijfsaccommodaties gelegen. De openheid vormt de basis van dit casco, daarom is
Per initiatief wordt in overleg met het Waterschap Scheldestromen een waterhuis-
sterke visuele invloed van direct aangrenzende bebouwing ongewenst. Voor de
houdkundig plan opgesteld
twee maatwerkinitiatieven geldt dit niet.
Kreken, poelen en watervoerende sloten (noodzakelijke droogteligging) vormen belangrijke elementen van de planvorming. Elke initiatiefnemer zal een water-
Toeristisch kamperen kan wel direct grenzen aan Landschap A. Dit mag per
huishoudkundig plan maken dat is afgestemd op de huidige peilen die in de Keur
recreatiebedrijf over maximaal 1/3e van de randen. Hierbij moet worden beargu-
zijn vastgelegd. Dit is onderdeel van het eerder genoemde inrichtingsplan. Indien
menteerd dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke kwalitei-
het wijzigingen van slootpeilen wenselijk is kan dat alleen met instemming van
ten. Vanaf de Recreatieverdeelweg mag er geen zicht zijn op de standplaatsen
het Waterschap Scheldestromen.
of recreatiewoningen. Voor de twee maatwerkinitiatieven geldt dit niet. 17
3. LANDSCHAP A 3.2 Inspiratie Landschap A Voor Landschap A wordt de volgende inspiratie meegegeven.
Ophogingen en verlagingen in Landschap A De ophogingen en verlagingen in Landschap A zijn maximaal 1,5 meter boven
Kreken en poelen worden landschappelijk vormgegeven
het huidige maaiveld. Aldus ontstaat een glooiend landschap dat ook goed is
De oevers van de kreken en poelen zijn landschappelijk en ecologisch vormge-
voor de beoogde biodiversiteit. Een landmark in de vorm van een uitkijkheuvel
geven, en hebben een helling van 1:5 of flauwer. Deze gradiënten versterken
is toegestaan en mag een (veel) grotere hoogte hebben. Geluidswallen kunnen
de ecologische waarden van het landschappelijk raamwerk. Laagtes/poelen op
ook hoger zijn dan 1,5 meter.
passende locaties zorgen voor gradiënten en variatie (afstemming met ecoloog voor nadere uitwerking) en dragen daarmee bij aan een grotere biodiversiteit.
Doorgaande routes worden op elkaar afgestemd qua materialisering Doorgaande routes vormen de basis voor de beleving van het gehele gevarieerde
Aan de westzijde van het plangebied worden de waterpartijen van natuurontwik-
landschap. De routes sluiten op elkaar aan en zijn qua materialisering, kleur-
keling Moermond doorgetrokken in het landschap, er zijn bredere en smallere
gebruik en breedte op elkaar afgestemd (zie pagina 13 ‘doorgaande fiets- en
delen, vertakkingen, er is afwisseling van diepere en ondiepere delen, eiland-
wandelroutes’).
jes, en hier en daar kleine struweelbosjes met een mantel- en zoomvegetatie ter verhoging van de ecologische waarde. Openheid en zichtlijnen Zichtlijnen van en naar slot Moermond zijn indicatief en hebben deels betrekking op de zichtbaarheid in de winter. De zichtlijn kent op maaiveld een inrichting als gazon, weide, extensief grasland of water en wordt vrijgehouden van opgaande beplanting/opkomend struweel. De ligging van de zichtlijn van en naar Moermond is indicatief en niet gefixeerd op een bepaalde locatie. Heestergroepen/struweel In het grasland zijn incidenteel solitaire groepjes van heesters mogelijk, voor meer structuur in het landschap ten bate van de biodiversiteit. Hierbij dient wel de gewenste openheid voor ogen gehouden te worden. Figuur 12 Zichtlijn naar Slot Moermond is indicatief
18
4. LANDSCHAP B In dit hoofdstuk worden de regels en inspiratie voor Landschap B weergegeven.
kleurstelling e.d.) wordt per plan in een beeldkwaliteitsplan vastgelegd en moet passen bij het aangrenzende landschap.
4.1 Regels Landschap B Geluidswallen in landschap B Het landschap B geeft invulling aan de verweving van groen met de verblijfsrecreatie
Geluidswerende maatregelen kunnen een onderdeel zijn van Landschap B.
De recreatieterreinen worden integraal vormgegeven met zowel structureel groen
Grondwallen zijn (op termijn) aan het zicht onttrokken door middel van beplan-
als verblijfsrecreatie. Zo draagt het bij aan de landschappelijke beleving voor
ting.
de recreant, ook in en nabij de overnachtingslocatie. De voor de ontwikkeling passende landschappelijke dragers (kreken en poelen, recreatieve routes, lanen,
4.2 Inspiratie Landschap B
zichtlijnen, bos en struweel en (bloemrijk) grasland) worden integraal doorgezet over het terrein en creëren meerwaarde voor recreant, landschap en ecologie.
Voor Landschap B wordt de volgende inspiratie meegegeven:
Zo sluiten kreken in Landschap B op een logische manier aan op de kreken van ‘Landschap A’.
Recreatieve langzaamverkeerroutes zijn doorgaand en sluiten logisch aan op de routes in het aangrenzende landschap
‘In’ Landschap B geen verblijfsrecreatie, ‘aan’ Landschap B mag dat wel
Doorgaande routes vormen de basis voor de beleving van het gehele gevarieerde
Landschap B is vrij van verblijfsrecreatie. Aan landschap B, mag wel bebouwing,
landschap. De routes sluiten op elkaar aan en zijn qua materialisering, kleurge-
een recreatieve voorziening of een privéterras grenzen. Auto-ontsluitingen en
bruik en breedte op elkaar afgestemd (zie pagina 13 ‘doorgaande fiets- en
parkeervoorzieningen zijn niet toegestaan in Landschap B. Wandelpaden en spel-
wandelroutes’).
voorzieningen met een natuurlijke uitstraling zijn wel toegestaan. De kreken vormen een doorgaande, samenhangende structuur Opgaande beplanting aan de randen van recreatiebedrijven
De kreekoevers zijn zo veel mogelijk landschappelijk en ecologisch vormgege-
Opgaande beplantingen vormen de basis voor de inpassing van verblijfsrecreatie-
ven. De helling van de kreekoevers varieert van 1:3 tot 1:7. Waar nodig komen
ve objecten. Tussen Landschap A en de verblijfsrecreatie ligt minimaal een strook
er voor de veiligheid onderwaterbanketten.
Landschap B met een breedte van 5 meter. Deze strook bestaat grotendeels uit de landschapselementen bos of struweel, maar kan ook water en/of gras bevatten.
Vrijgekomen grond wordt zo veel mogelijk binnen de eigen ontwikkeling gebruikt Vrijgekomen grond wordt zo veel mogelijk binnen de eigen ontwikkeling
Beeldkwaliteitsplan gebouwen en landschap ondersteunen elkaar
gebruikt voor de inpassing van verblijfsrecreatie en de vormgeving van nieuw
Het bebouwingsbeeld moet passen bij het landschap, logisch ingebed zijn en
landschap. De taluds hebben een landschappelijke vormgeving.
het landschap ondersteunen. De uitwerking van de bebouwing (omvang, hoogte, 19
5. VERBLIJFSRECREATIE 5.1 Regels Verblijfsrecreatie Er zijn afzonderlijke regels voor:
Architectuur
•
recreatiewoningen
Voor de architectuur van de recreatiewoningen gelden de volgende uitgangs-
•
permanente standplaatsen
punten:
•
niet-permanente standplaatsen
•
Architectuur is sober, eigentijds en bescheiden.
•
Bergingen zijn aangebouwd/inpandig. Losstaande bergingen zijn mogelijk
De standaardregels van de gemeente voor deze voorzieningen zijn opgenomen in de Nota Kamperen en voor aspecten als goot- en bouwhoogte in het bestem-
als de uitstraling in lijn is met het hoofdgebouw. •
mingsplan Kop van Schouwen.
Streven naar verscheidenheid (materiaal, kaprichting, oriëntatie, kleur etc.) tussen de verschillende recreatieverblijfsgebieden en ook binnen parken.
Per type recreatieve eenheid is er een maximale oppervlakte vastgelegd
•
Gebruik van natuurlijke materialen.
•
In het beeldkwaliteitsplan wordt het kleurgebruik opgenomen. De kleuren
Per type recreatieve eenheid, zoals vaste standplaatsen en toeristische stand-
passen binnen het kleurenpalet. Dit kleurenpalet komt voort uit: DNA kust
plaatsen, is in de Agenda Toerisme een maximale maatvoering vastgelegd, zie
Schouwen-Duiveland en Kleurenwaaier (Provincie Zeeland 2016) en is
Tabel 2. Voor Renesserduin en Strandpark Paal 20 gelden afwijkende maatwerk
nader aangescherpt door de gemeente.
afspraken voor de omvang van het bebouwd oppervlak per type eenheid. Tabel 2 Maatvoeringen voor bebouwing, zoals opgenomen in Agenda Toerisme De Agenda Toerisme (gemeente Schouwen-Duiveland) vastgestelde maximale vierkante meters voor bebouwing
type
bebouwd oppervlak m2
recreatiewoning (inclusief berging van 13m )
88
toeristische- of camperplaats /ecolodge /glamping (ook toiletgebouwen of privésanitair tellen mee in de 13%)
40
groepswoning* (inclusief berging van 26m2)
176
hotel /appartement /studio**
20
2
*groepswoning is in de Agenda Toerisme variabel, dit kan in de uitwerking ook maatwerk zijn. Hier hebben we gerekend met een 12-persoonsgroepswoning. **hotel is in de Agenda Toerisme niet voorzien van een oppervlaktemaat. Dit is een indicatieve oppervlakte voor de verblijfsruimte van een kamer.
Maximaal 13% bebouwing De maximale oppervlakte bebouwing voor accommodaties op het terrein (13%) is geregeld in het ontwikkelkader van de Kustvisie en vormt ook een onderdeel van de Agenda Toerisme. Dit is exclusief centrale voorzieningen maar inclusief sanitair en bergingen. Het betreft het uitbreidingsterrein én de bestaande camping. 20
Figuur 13 Kleurenwaaier, gemeente Schouwen-Duiveland
5. VERBLIJFSRECREATIE 5.1 Regels Verblijfsrecreatie
5.2 Inspiratie Verblijfsrecreatie
•
Voor de verblijfsrecreatie wordt de volgende inspiratie meegegeven.
Voor wat betreft verlichting, reclame-uitingen en vlaggenmasten, wordt verwezen naar de welstandsnota van de gemeente. Technische installaties (luchtbekabeling, zonnepanelen etc.) worden aan
Parkeren is groen en landschappelijk opgelost
het zicht onttrokken en mee ontworpen in de architectuur van de gebou-
Parkeerplekken worden zodanig uitgevoerd dat deze in het landschapsbeeld
wen.
passen. Zowel de verharding als het beeld van de parkeerplaats zijn zo groen
•
Er wordt duurzaam gebouwd/ingericht (milieubeleidsplan).
mogelijk. Denk hierbij aan kunststoftegels (honingraat) en/of voldoende ruimte
•
Eventuele erfafscheidingen met beplanting uitvoeren en mee ontwerpen
voor bomen. Hagen of lossere beplantingen kunnen de parkeerplaats omzomen.
•
Ook met de terreinhoogte kan worden gespeeld om de inpassing te realiseren. Parkeren op eigen terrein De recreatieondernemer moet zorgen voor voldoende parkeerruimte op eigen
Gebouw en landschap ondersteunen elkaar, met het ‘Schouws DNA’ als basis
terrein, zodat er niet buiten het verblijfsrecreatieve terrein geparkeerd wordt.
Ingetogen vormgeving van de verblijfsrecreatieve eenheden en eventuele
De normen zijn opgenomen in het beleidsdocument ‘Wijziging document regel-
overige - of hoofdgebouwen.
geving Agenda Toerisme 2018-2026: Kengetallen parkeren en verkeer’. Hekwerken en toegangscontrole zijn toegestaan Het is de ondernemer vrij om slagbomen en hekwerken (tot 2 meter hoog) te plaatsen. Hekwerken moeten wel een transparante uitstraling hebben en weggewerkt zijn achter de beplanting. Ook de vrij toegankelijke wandel- en fietspaden mogen ’s nachts worden afgesloten. Bij individuele percelen op een recreatiepark moeten eventuele hekwerken een integraal onderdeel van het plan zijn en ook in de beplanting worden geïntegreerd. Ingetogen omgang met verlichting Elk inrichtingsplan moet voorzien zijn van een verlichtingsplan dat voldoet aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van ‘licht en donker’.
21
6. BEOORDELING INITIATIEVEN 6.1 Proces Een goed onderbouwd initiatief omvat bij het verzoek om planologische
In overleg met de gemeente zullen de plannen opgewerkt en afgestemd worden
medewerking de volgende aspecten:
tot er consensus ontstaat. Vooroverleg met waterschap Scheldestromen (in
•
inrichtingsplan met verlichtingsplan en waterhuishoudkundig plan*
verband met het waterhuishoudkundig plan) is verplicht en afstemming met
•
beeldkwaliteitsplan
Staatsbosbeheer als landschap- en natuurdeskundige wordt daarbij geadvi-
•
beplantingsplan
seerd. De afspraken worden zowel planologisch als privaatrechtelijk vastgelegd.
•
groenbeheerplan
Planologisch wordt tevens geborgd dat het landschap per initiatief eerst aan-
•
overzicht grondbalans
gelegd moet zijn alvorens de eenheden behorend bij de uitbreiding in gebruik mogen worden genomen. Ook moet het landschap in stand gehouden worden
Bij het toepassen van de tweede 15% aan eenheden (of een deel daarvan)
conform het groenbeheerplan. De verschillende inrichtings- en groenbeheer-
op basis van de Uitvoeringsregeling Duurzaamheidsstaffel Agenda Toerisme:
plannen zullen met een voorwaardelijke verplichting (of gelijksoortige regeling
•
Een onderbouwing waarin uiteen is gezet waarom met de toepassing er
onder de Omgevingswet) worden gekoppeld aan de diverse bestemmingsplan-
onverminderd sprake blijft van een bijdrage aan de integrale kwaliteits-
nen (of wijzigingen van het omgevingsplan).
verbetering in het aandachtsgebied. Het integrale streefbeeld is samen met de vastgestelde regels bij beoordeling Het plan zal beoordeeld worden door de gemeente Schouwen-Duiveland.
het uitgangspunt. Afwijking van het integrale streefbeeld is alleen mogelijk als
Aspecten die beoordeeld worden zijn:
naast de gemeente Schouwen-Duiveland ook Waterschap Scheldestromen en
•
Staatsbosbeheer akkoord zijn.
Voldoet het inrichtingsplan aan de uitgangspunten van beleid zoals de Agenda Toerisme en de uitgangspunten van deze visie?
•
Leidt het groenbeheerplan tot het gewenste eindbeeld?
•
Geeft het beeldkwaliteitsplan een goede weergave van de beoogde architectuur?
* Bij elk inrichtingsplan voor een recreatiebedrijf zijn de noodzakelijke maatregelen voor waterberging en droogte een randvoorwaarde voor de vormgeving van het waterbeheer. Het indienen van een waterhuishoudkundig plan is per initiatief verplicht en heeft betrekking op zowel de gronden op het recreatieterrein als binnen Landschap A en B. Per deelgebied gezocht wordt naar een gewenst en haalbaar peilbeheer.
22
7. RUIMTE IN DE MARKT 7.1 Onderzoek ZKA Door ZKA is op verzoek van de gemeente een verkenning uitgevoerd. De re-
Resultaat markruimte
sultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Toeristisch-recreatief programma en
Voorgaand advies mondt uit in de mix aan accommodatievormen in het aan-
marktonderzoek t.b.v. de gebiedsvisie Moermondse Gravelinge’ (ZKA 2021).
dachtsgebied zoals weergegeven in de tabel. Hierbij wordt in percentages weer-
Dit hoofdstuk is gebaseerd op dit onderzoek. Het onderzoek is opgenomen in
gegeven hoeveel procent van alle eenheden het behelst (zwart) en hoeveel van
bijlage 5.
de vierkante meters (rood). Zo is het aantal eenheden van hotelkamers relatief groot, maar de impact van een hotel qua vierkante meters is een stuk kleiner
Onderzoeksvraag
dan die van bijvoorbeeld een bungalowpark. Het aantal eenheden in exacte
Gekeken is naar het marktpotentieel van de diverse accommodatietypen. Daar-
aantallen is afgerond op vijftallen. Het gemiddeld programma (laatste kolom)
bij is rekening gehouden met de huidige marktsituatie op Schouwen-Duiveland,
past binnen de nog beschikbare vierkante meters bestemd voor recreatieve be-
de vraaggroei in de afgelopen jaren en de trends en ontwikkelingen in de markt
bouwing in het aandachtsgebied. Bovendien kan met deze mix voldaan worden
voor de komende jaren. Dit leidt tot een marktpotentieel per type accommoda-
aan de benodigde kosten voor landschapsontwikkeling.
tie.
Tabel 3 Resultaten marktruimte (ZKA, 2021) Type
% ondergrens (in eenheden en in m )
% bovengrens (in eenheden en in m )
Eenheden ondergrens
Eenheden bovengrens
Gemiddeld passende mix
Recreatiewoningen
21% / 36%
35% / 60%
60
100
80
Groepswoningen (gem. 12 pers.)
3% / 9%
5% / 16%
10
20
12
Hotelkamers / appartementen
24% / 9%
40% / 16%
65
120
92
Toer. / camper / (eco)lodges / glamping
27% / 20%
44% / 35%
70
130
101
205
370
286
Totaal
23
7. RUIMTE IN DE MARKT 7.1 Onderzoek ZKA Huidige plannen in het aandachtsgebied Er zijn diverse ontwikkelingen en plannen in het aandachtsgebied. Sommige
De huidige plannen (januari 2022, zie ook tabel 1) wijken in lichte mate af
ondernemers hebben al zeer concrete plannen, bij anderen is dit nog minder
van de cijfers uit 2021.
concreet. Van alle huidige ondernemers die betrokken zijn bij dit gebied is in beeld gebracht wat hun plannen zijn. Daarbij gaan we uit van het aantal nieuwe
De plannen als geheel omvatten (totaal 319 eenheden):
eenheden dat zij willen realiseren in het gebied. Verplaatsen van eenheden
•
159 recreatiewoningen
rekenen we hierin niet mee, omdat we hieronder uitgaan van bebouwde m .
•
26 stacaravans/kampeerhuisjes
Vervolgens is grofweg doorgerekend welke programmamix zo ontstaat en hoe-
•
134 toeristische standplaatsen (inclusief campers)
2
veel vierkante meters de plannen beslaan (uitgaande van standaard m2 per type accommodatie). Dit kan vergeleken worden met de voorgestelde programmamix op basis van het actuele marktonderzoek (2021). Zo is in eerste instantie te
7.2 Conclusie De beoogde voorzieningen van de bekende initiatieven passen binnen de
zien dat het aantal eenheden binnen de voorgestelde mix valt, hoewel in een
marktruimte die er is. Bij concrete plannen moet getoetst worden of het voldoet
andere samenstelling.
aan de criteria voor een toekomstbestendig verblijfsrecreatief programma en of er voor het initiatief sprake is van max. 30% voor verblijfsrecreatie en waarvan maximaal 13% mag worden bebouwd.
Tabel 4 Aanbod van de bekende initiatieven beoordeeld door ZKA (ZKA, 2021) Type
% in eenheden
% in m2
Eenheden aantallen
In m2
Recreatiewoningen
47%
64%
152
Ong. 13.500
Groepswoningen (gem. 12 pers.)
2%
5%
7
Ong. 1.000
Hotelkamers / appartementen
0%
0%
0
-
Toer. / camper / (eco)lodges / glamping
50%
31%
162
Ong. 6.500
Totaal
100%
100%
321
Ong. 21.000
24
BIJLAGEN BIJLAGE 1 SORTIMENT BEPLANTING BIJLAGE 2 LANDSCHAPSANALYSE BOSCHSLABBERS BIJLAGE 3 NADERE TOELICHTING VAN HET STREEFBEELD BIJLAGE 4 ANALYSE OPPERVLAKTEN VAN BEKENDE INITIATIEVEN BIJLAGE 5 TOERISTISCH-RECREATIEF PROGRAMMA EN MARKTONDERZOEK
BIJLAGE 1 Sortiment beplanting Deze bijlage is overgenomen van de concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge (BoschSlabbers 2021).
BIJLAGE 2 Landschapsanalyse BoschSlabbers
1.5 Realiseren overig landschap Voor een aantal kavels zijn nog geen initiatieven voor de realisatie van nieuw landschap bekend. Het is ook denkbaar dat bij een deel van de bekende initiatieven toch niet het gehele perceel gebruikt wordt voor het betreffende initiatief, maar agrarisch in gebruik blijft. Het is een taakstelling van de overheden om te blijven streven naar de realisatie van een nieuw landschap in het gehele
3
GEBIEDSANALYSE
aandachtsgebied. Een eventuele verweving van gronden geschiedt op basis van vrijwilligheid.
Figuur 4 Oppervlakte aandachtsgebied
3.1 LANDSCHAPPELIJKE CONTEXT De landschappelijke hoofdstructuur van Schouwen-Duiveland wordt in belangrijke mate bepaald door de natuurlijke opbouw en de menselijke invloed (bedijking, overstromingen en herinrichting). Door het ingrijpende karakter van de watersnoodramp en de herinrichting van 1954 wordt de identiteit van het huidige landschap in belangrijke mate bepaald door de rationele inrichtingsprincipes die toen zijn gehanteerd. De watersnoodramp betekent dan ook een ingrijpend omslagpunt van het landschap voor Schouwen-Duiveland. Met de uitvoering van de integrale gebiedsontwikkeling Regiovisie Schouwen-West is de landschappelijke hoofdstructuur deels gewijzigd. De Recreatieverdeelweg vormt de grens tussen enerzijds het open agrarisch gebied van de Platte van Schouwen en het gebied ten noorden en westen daarvan met de kernen Renesse en BurghHaamstede, de vele recreatieterreinen en het natuurgebied Kop van Schouwen, uitgebreid met nieuwe natuur in de duinzoom.
Besloten landschap Zeer kenmerkend is de beslotenheid van de bos- en duingebieden op de Kop van Schouwen en in het Zoomgebied. Voor het Zoomgebied is de strategie: behouden en versterken van de kleinschalige ruimtelijke opbouw (open versus gesloten delen), de cultuurhistorisch waardevolle elementen, zoals duinrellen, elzenmeten en houtwallen en de functionele verweving. Daarnaast is behoud van de contactzone tussen duinen, vroon, zoom en polder gewenst. De waarneembaarheid en identiteit van deze zones zijn bepalend voor de hoogwaardige kwaliteit van de Kop van Schouwen als geheel.
Het open polderlandschap van Schouwen De polder Schouwen is in basis een oudlandkern, veel van de kenmerken hiervan zijn in de bodem nog wel terug te vinden, zoals het onderscheid tussen meer zandige kreekruggen en de lagere, kleiige poelgronden, maar in het huidige landschap niet meer zichtbaar zoals bijvoorbeeld op Walcheren of Zuid-Beveland. Het polderlandschap van Schouwen kent wel een ‘eigen’ differentiatie in openheid, waardoor er naast de grootschalige open ruimten ook open gebieden aanwezig zijn met een kleinere ruimtemaat. De grootschalige open gebieden grenzen aan kernen, waardoor er veelal sprake is van (lange en brede) zichtlijnen op historisch waardevolle kernen. Sommige dorpen hebben een onopvallende en ondergeschikte ligging (Scharendijke en Ellemeet). Aan de noordzijde van de polder zijn grote verblijfsrecreatiecomplexen gelegen (Rampweg / Scharendijke en Den Osse).
3.2 HET AANDACHTSGEBIED Het aandachtsgebied is onderdeel van een grotere recreatieve bestemming: van Renesse met slot Moermond tot de damaanzet Brouwersdam inclusief de dorpen Ellemeet en Noordwelle. Het is cruciaal om deze grotere context in ogenschouw te houden omdat het aandachtsgebied onderdeel is van een groter landschappelijk en recreatief ecosysteem. Dit voorkomt ‘postzegeldenken’ en zorgt ervoor dat het aandachtsgebied en de omgeving elkaar gaan versterken.
27
Kaart van de huidige situatie van het plangbied
28
plangebied
29
De karakteristiek van het aandachtsgebied gevat in een aantal beelden
30
Panorama vanaf het hoge punt aan de Rampweg, van waaruit de openheid van de Schouwse polder nog te beleven is, en de kerktorens (Noordwelle en Ellemeet), de toren van slot Moermond en de Plompetoren prachtige oriëntatiepunten op de horizon vormen.
Het aandachtsgebied is ca. 111 hectare groot, waarvan 8,8 hectare door de gemeente is aangelegd als natuurgebied, ca. 21,6 ha reeds ontwikkeld als recreatieterrein waarbinnen ca. 3,5 hectare ingericht als natuur of landschap. Het overige deel is in agrarisch gebruik. (zie ook bijlage C) Het gebied wordt begrensd door de Recreatie-verdeelweg in het zuiden en de Rampweg in het noorden. Aan de zuidwest- en noordoostkant van het gebied liggen respectievelijk Landgoed Moermond en de voet van de Brouwersdam.
3.3 GEBIEDSKWALITEITEN De in het gebied en haar wijdere omgeving aanwezige landschappelijke kwaliteiten en sferen zijn uitgangspunt voor het landschappelijk streefbeeld. t De locatie is zeer aantrekkelijk: vlak bij het Noordzeestrand van Renesse, De nabijheid van de Brouwersdam maakt de plek ook aantrekkelijk voor de actievere toerist, die komt watersporten of van de sfeer eromheen geniet; t het gebied is via de rijksweg N57 en Recreatieverdeelweg goed ontsloten; t Centraal in het gebied liggen twee mooie ensembles aan de Helleweg; het agrarische erf op Helleweg 1, en het Huis de Helle op Helleweg 4. Het Huis de Helle is een Rijksmonument. Door de nabijheid van Slot Moermond wordt de ensemblewerking verder versterkt. Zoals reeds toegelicht in de paragraaf over de Kustvisie betreft het een typisch kustlandschap met veel verblijfsrecreatieve bedrijven en een hoge ontwikkeldruk. De percelen zelf hebben nu nog met name een agrarisch karakter. Er zijn in de omgeving van het gebied drie hoofdsferen te onderscheiden: t Aan de noordzijde de sfeer van strand en duin, met ertussen de dijk van de Rampweg en het knooppunt van de N57 aan de voet van de Brouwersdam aan de oostzijde. t De bossfeer van de binnenduinrand. Rond Slot Moermond wordt deze sfeer verder verbijzonderd door de bijbehorende landschappelijke aanleg.
Lanen en duinbeken spelen zijn hier beeldbepalende landschapssructuren. t De agrarische, open polder aan zuidzijde van het plangebied, met de Recreatieverdeelweg als grens.
Historische structuren Een aantal historische gebeurtenissen en achtergronden is zo beeldbepalend geweest voor het huidige landschap, dat een verdere toelichting op zijn plek is. Op de kaartvergelijking op de pagina hierna zijn de latere stappen in de ontwikkeling van het gebied ook te herkennen.
31
het gebied ca 1850
het gebied ca 1900
het gebied ca 1950
het gebied ca 1960
het gebied ca 1985
het gebied ca 1995
het gebied ca 2010
het gebied ca 2015
32
Ligging voormalige zijtak Gravelinge zoals weergegeven in de uitwerking van het natuurbeleidsplan ‘natuurontwikkeling Moermond en omgeving’ (Provincie Zeeland, 1999)
Een deel van deze tekst is ontleend aan het plan voor de Natuurontwikkeling Moermond en omgeving (Provincie Zeeland 1999). Omstreeks 1230 liet Costijn van Zierikzee aan de oever van de Gravelinge het kasteel Moermond bouwen. Aansluitend aan de slotgracht ligt nog een kreekrestant, dat naar men aanneemt een overblijfsel is van een zijtak van de Gravelinge. De plek in de zoomzone van de duinen is heel bepalend geweest voor het slot op deze plek, en heeft ook uitgangspunt gevormd voor de natuurontwikkelingsplannen uit 1999 die inmiddels grotendeels zijn uitgevoerd. Hierbij is de omgeving ontwikkeld tot een gradiëntrijk overgangsgebied van duin naar polder, waarbij met name de overgangen van voedselarm en zoet water (duinen) naar voedselrijker en brak zoutwater (polder) van belang zijn. Op de kaarten van rond 1900 is te zien dat er inlagen liggen aan de noordzijde van ons plangebied. tegenwoordig zijn dit de bijzonder waardevolle natuurgebieden Zoute en Zoete Haard. De weg heette toen de Haardweg. Het agrarisch gebied is kleinschalig en kent organische kavelvormen. De ramp van 1953 heeft grote impact op dit gebied. Niet alleen krijgt de Rampweg haar huidige naam. Met name de herverkaveling van de polder Schouwen verandert het landschapsbeeld hier drastisch. Grootschalig, rationele kavels tekenen vanaf dan het agrarisch landschap. Rond deze tijd begint ook het toerisme op te komen.
De kust is een geliefde plek om naar toe te trekken in de nog erg zeldzame vrije tijd. Bij elke tijdsprong op de kaarten, neemt de hoeveelheid recreatief terrein op de kaartuitsnede toe. Renesse heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een jaarrond populaire vakantiebestemming.
33
3.4 BEREIKBAARHEID Het gebied in de omgeving van het aandachtsgebied is goed ontsloten. Het gebied is nabij de rijksweg N57 gelegen, met een afslag naar Renesse en Ellemeet. Ten zuiden van het gebied ligt de gebiedsontsluitingsweg Recreatieverdeelweg (N652) met een maximum snelheid van 80 km/uur. De overige wegen in het recreatiegebied kennen een maximum snelheid van 60 km/uur. De Nieuweweg is na de aanleg van de 2e fase Recreatieverdeelweg voorzien van een fietstunnel onder die weg door en afgesloten voor het doorgaande autoverkeer van en naar Ellemeet. Voor fietsers is deze weg wel toegankelijk. De Rampweg is een belangrijk onderdeel van de fietsroute naar de diverse overgangen naar het strand van de Noordzee ten noorden van het gebied. Ter hoogte van de Laône kan de route door de duinen worden vervolgd richting het Watergat. Een apart fietspad is in het kader van de Regiovisie Schouwen-West aangelegd tussen de opgang ter hoogte van de Nieuweweg richting de Brouwersdam. De route kan worden vervolgd naar Scharendijke. De fietser bevindt zich op de overige wegen in het gebied (uitgezonderd de Recreatieverdeelweg en de Rijksweg N57) op de rijbaan. De Rampweg is in 2016 voorzien van extra brede fietssuggestiestroken. Met de aanleg van de 2e fase Recreatieverdeelweg is de Lange Moermondsweg tussen deze weg en de Helleweg aangewezen als recreatieslag.
Dit wegvak is nog altijd niet voorzien van het beoogde en vanuit verkeersveiligheid gewenste vrijliggend fietspad. Aan de noordkant van de Rampweg is in 2016 een voetpad aangelegd, zodat voetgangers de strandopgangen veilig kunnen bereiken. Langs de Helleweg tussen de Korte Moermondsweg en de Rampweg is een vrijliggend halfverhard voetpad aangelegd. Voor het overige zijn voetgangers aangewezen op de rijbaan.
Overzicht van de wegen in het plangebied
34
3.5 THEMATISCHE ONDERZOEKEN Enkele thema’s zijn dermate bepalend voor de uitvoerbaarheid van het plan, dat hier separate deelstudies voor hebben plaatsgevonden. Deze zijn in de hierna volgende paragrafen uitgewerkt.
Geluid Om inzicht te krijgen in de ligging van de 48 dB contour vanwege wegverkeerslawaai in het gehele aandachtsgebied is onderzoek uitgevoerd. De wegen die in het onderzoek zijn betrokken zijn de N57 Dammenweg, N652 Recreatieverdeelweg 2e fase, de N651 Stoofweg, de Rampweg, de Kuijerdamseweg, de Lange Moermondsweg, de Helleweg, de Korte Moermondsweg en de Nieuweweg. Bij het uitvoeren van het onderzoek zijn de etmaalintensiteiten betrokken die zijn berekend voor de situatie na aanleg van de 3e fase Recreatieverdeelweg, aangezien dat een wijziging in de verkeersstromen met zich meebrengt en naar verwachting ook een wijziging in de intensiteiten op wegen in en rondom dit aandachtsgebied. Daarbij is rekening gehouden met de gemiddelde zomerwerkdagintensiteiten, ook voor de rijksweg N57. Dat is hoger dan de jaargemiddelde etmaalintensiteit die is opgenomen in het Geluidregister voor rijkswegen. De zomerintensiteiten zijn echter relevant voor een representatief beeld voor eventuele optredende geluidhinder. De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven op bovenstaande figuur. Uit de rekenresultaten blijkt dat de ontwikkelvakken in de deelgebieden A tot en met D zoals weergegeven op de bovenstaande figuur niet geheel benut kunnen worden voor verblijfsrecreatie, omdat in delen van deze gebieden de geluidbelasting hoger is dan 48 dB.
In deze figuur zijn de gemodelleerde geluidscontouren weergegeven (groen)
In deze figuur zijn de gemodelleerde afschermende voorzieningen (rode lijn) en de geluidscontouren weergegeven (groen)
Bron: Geluidcontourenberekening Aandachtsgebied Rampweg eo - P. Kraaij - 1 oktober 2020
Onderzocht is welke afschermende maatregelen moeten worden getroffen om in het grootste gedeelte van de gebieden wel te kunnen voldoen aan de richtwaarde van 48 dB. Voor de positionering van de maatregelen is een afstand aangehouden van 15 meter van de rand van de weg. Onderzoek heeft uitgewezen dat de afschermende voorziening 3 meter hoog moet worden met een scherpe top. De afschermende voorziening kan worden uitgevoerd als geluidscherm of bijvoorbeeld als aarden wal met een topscherm van 1 meter.
35
Er zullen voorzieningen voor geluid moeten worden getroffen, die geen afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteiten. Zie voor handvatten voor de uitwerking hiervan hoofdstuk 6, de spelregels inspiratieregels voor landschap B. Voor het meest oostelijke deel van het aandachtsgebied is de rijksweg N57 de maatgevende geluidbron. De invloed van de rijksweg is helaas niet op te lossen met maatregelen in het aandachtsgebied, door de hoge ligging van deze weg van 6 meter boven het plaatselijke maaiveld. Een scherm op het maaiveld zou ter plaatse hoger dan 6 meter moeten zijn, of er zou een geluidsscherm langs de N57 moeten worden gerealiseerd. Dat lijkt vooralsnog geen reële optie.
Bodem en water Op onderstaande bodemkaart zijn de verschillende in bodemstelling in het plangebied behoorlijk gedetailleerd in kaart gebracht. In geeltinten zijn de meer zandige delen weergegeven, de kreekruggronden. Dit zijn tevens de gebieden met een hogere trefkans voor archeologische resten. De donkergroene tot blauwige tinten geven de kleigronden weer - de poelgebieden van het oudland.
Bodemkaart van het gebied, bron: Alterra - ABC SChouwen West.
In nevenstaande hoogtekaart is ook goed te zien dat de poelgronden (meest blauw) lager gelegen zijn dan de kreekruggen (blauw-groen). Ook een stukje van de hoger gelegen duinzoom (groen) aan de westzijde is nog zichtbaar. De dijk en duinen aan de noordzijde van het plangebied liggen het hoogst ten opzichte van N.A.P. (oranjerood).
Niet gesprongen explosieven (NGE) In het gebied is een aantal locaties gelegen die verdacht zijn op niet gesprongen explosieven. De rode vlakken op het kaartbeeld duiden op die verdachte locaties. Bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 50 cm beneden het maaiveld is onderzoek nodig naar de eventuele aanwezigheid daarvan.
Kans op aantreffen van niet gesprongen explosieven
36
Archeologie Het in deze gebiedsvisie opgenomen streefbeeld voor het landschap en het potentiële toeristischrecreatieve programma dat in de toekomst zou kunnen worden gerealiseerd is niet mogelijk zonder grondbewerkingen. Volgens het gemeentelijke archeologiebeleid geldt dat daarvoor een vergunning nodig is, tenzij uit een archeologisch onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of dat die bij de uitvoering kunnen worden veilig gesteld. Het gehele gebied is opgedeeld in een tweetal zones. Voor het grootste deel geldt een norm van grondbewerking over een oppervlakte 2.500 m² en een diepte van 0,50 meter of meer en voor een kleiner deel een norm van 5.000 m² en een diepte van 0,50 meter of meer. Voor het opstellen van het landschappelijk streefbeeld en het potentiële toeristisch-recreatieve programma is geen archeologisch bureauonderzoek opgesteld. Dat is wel nodig in de fase van de nadere planvorming.
Archeologische waarden
Hoogtes in het plangebied. Bron AHNviewer.
37
WATERSYSTEEM Ontwatering
Ontwateringsrichting van de sloten, hoofdwatergangen in rood. Het plangebied watert af naar de zuidzijde van de Recreatieverdeelweg.
Drooglegging en peilbeheer GPG1265 1/1/
GPG1266 -1,2/-1,35/
Stuw Rampweg
L L
L
Stuw Korte Moermondsweg, westStuw Korte Moermondsweg, oost
GPG1267 -1,4/-1,7/
J
Stuw Laone, noord
J
Stuw ijsbaan, Renesse
J
Stuw Laone, zuid/oost, nr 1