CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

757542 Bijlage 3.8 Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing 8 Quickscan ecologie

Gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Beantwoording zienswijzen en verklaring van geen bedenkingen Hoogenboomlaan 34 te Renesse (757542)3.812 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Quickscan natuurwetgeving project Sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

1

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Quickscan natuurwetgeving project Sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Opdrachtgever: Datum: 1 april 2021 Uitgevoerd en opgesteld door: Ecomark Advies en Beheer

© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

2

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

INHOUD 1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................

9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................13 3.1 Zoogdieren............................................................................................................13 3.2 Vogels ...................................................................................................................14 3.2.1 Broedvogels ......................................................................................................14 3.2.2 Watervogels ......................................................................................................15 3.3 Reptielen en Amfibieën .........................................................................................15 3.4 Vissen ...................................................................................................................16 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................16 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................17 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland

(NNZ)..............................................................................................18 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................19

Bijlage 1 Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland

3

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel onderzoek

Gepland is om op de locatie Hoogenboomlaan 34 te Renesse bebouwing te slopen. Het betreft een voormalige meelfabriek. Voor deze ingreep is een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming Zeeland en overige natuurwetgeving noodzakelijk. Voor deze werkzaamheden geldt een onderzoek plicht in het kader van beschermde natuurwaarden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze beoordeling worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •

1.2

Tot welke (mogelijke) effecten leidt de het slopen van bebouwing op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?

Kader

Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.

Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of

4

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)

Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken

De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een

5

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander.

Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.

Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden

6

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat.

Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang).

Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.

Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het

7

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

1.3

Afbakening plangebied en werkwijze

Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).

8

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Figuur 1. Plangebied (rood), blauw is studiegebied.

Het plangebied is bezocht op 20 maart 2021. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.

1.4

Opzet beoordeling

De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.

9

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is weergegeven in figuur 1. Het is gelegen aan de Hoogenboomlaan in Renesse. Het betreft een voormalige meelfabriek. Het terrein is geheel verhard. De omgeving bestaat uit bebouwd gebied, uit weilanden en bos. De werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, realiseren van nieuwbouw.

10

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Foto 1. Bebouwing binnenzijde.

Foto 2. Buitenzijde.

11

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied en de omgeving.

12

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

3

Soortenbescherming

Hieronder worden soorten vernoemd die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of deze soorten ook in het plangebied voorkomen en of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.

3.1

Zoogdieren

Algemene soorten (zorgplicht van toepassing): Huisspitsmuis, Bosmuis, Egel, Rosse woelmuis, Ree.

Beschermde soorten: Damhert, Konijn, Wezel, Hermelijn, Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland, NDFF 1 maart 2021. Het plangebied is niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren. Het is geheel verhard en de bebouwing is niet toegankelijk. Bovendien zijn er dagelijks menselijke activiteiten. Er zijn geen sporen aangetroffen van marterachtigen. De bebouwing is geschikt voor vleermuizen. Er zijn enkele kieren en openingen die geschikt zijn als zomerverblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn geen spouwmuren. Er is geen beplanting aanwezig. Het plangebied heeft geen waarde als vliegroute of foerageergebied. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet bekend. Er dient onderzocht te worden of het plangebied een functie heeft voor vleermuizen. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Er dient onderzocht te worden of het plangebied een functie heeft voor vleermuizen. Conclusie: Het plangebied is niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren. Het plangebied is wel geschikt als zomerverblijfplaats voor vleermuizen.

Een nader onderzoek dient uit te wijzen of vleermuizen aanwezig zijn en wat de functie van de bebouwing is.

13

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

3.2

Vogels

3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Merel, Zanglijster, Tjiftjaf, Koolmees, Pimpelmees, Zwarte kraai, Ekster, Winterkoning, Heggenmus, Spreeuw, Turkse Tortel, Kneu, Putter, Kauw, Zwarte roodstaart, Groenling, Vink, Zwartkop, Grote Bonte Specht, Groene Specht, Boomkruiper, Huiszwaluw, Huismus, Boerenzwaluw, Staartmees, Torenvalk, Roodborsttapuit, Grasmus. Cursief zijn soorten die zijn opgenomen in categorie 5. Vet zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is.

Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: veldinspectie, vogelatlas van Nederland, NDFF versie 15 maart 2021. De bebouwing is geschikt voor gebouw bewonende soorten, onder andere huismus. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): De werkzaamheden kunnen broedvogels verstoren indien de sloopwerkzaamheden in de broedperiode uitgevoerd worden. De bebouwing heeft mogelijk een functie voor huismussen. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Er dient onderzocht te worden of het plangebied een functie heeft voor huismussen. Conclusie: De bebouwing is geschikt voor broedvogels, oa huismus. Om te bepalen of het plangebied een functie heeft voor broedvogels dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden. Soorten uit categorie 5 kunnen broeden met enkele paren in het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve broedplaatsen.

14

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

3.2.2 Watervogels Er komen geen watervogels voor in het plangebied. Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: NDFF versie 15 maart 2021; (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 15-032021; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2019; Omdat het terrein volledig verhard is en ook de omgeving bestaat uit verhard terrein is het ongeschikt voor watervogels. De dichtstbijzijnde gebieden die geschikt zijn voor watervogels liggen op meer dan 2 kilometer afstand van het plangebied. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten. Het plangebied is ongeschikt voor watervogels. De afstand tot belangrijke watervogel gebieden is voldoende groot.

3.3

Reptielen en Amfibieën

Amfibieën die kunnen voorkomen in de ruimere omgeving van het plangebied zijn: Algemene beschermde soorten: Bruine kikker, Groene kikker, Kleine watersalamander, Gewone pad. Rugstreeppad, Levendbarende hagedis, Heikikker.

Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl, NDFF datum 15-03- 2021 De genoemde soorten komen voor in de ruime omgeving van het plangebied. Het plangebied heeft geen waarde voor de beschermde soorten omdat het geheel verhard is. Er zijn geen voortplantingswateren aanwezig, er is ook geen geschikt landbiotoop. Het biotoop is geheel verhard. Er zijn geen schuilmogelijkheden voor reptielen. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Het betreffende plangebied is niet geschikt als leefgebied. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing.

15

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Conclusie: Geen nadelige effecten te verwachten. Het biotoop is ongeschikt voor amfibieën en reptielen.

3.4

Vissen

In het plangebied komen geen vissen voor. Het biotoop is niet geschikt. Voorkomen en functie van het plangebied: (Website Ravon versie 15-03-2021). (Nie, Hendrik W. de, Atlas van de Nederlandse zoetwatervissen, Doetinchem, febr. 1996).Waterschap Scheldestromen. In het plangebied is geen water. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Het leefgebied wordt niet aangetast. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten. Het plangebied is ongeschikt voor vissen.

3.5

Ongewervelden

Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007, NDFF 01-09-2021 en veldbezoek. In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelden voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is ongeschikt omdat het bestaat uit verhard gebied. Ook zijn ook geen populaties van beschermde soorten gelegen binnen 1 kilometer afstand. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, realiseren nieuwbouw. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Er komen geen beschermde soorten voor. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: het biotoop is ongeschikt voor beschermde ongewervelden. Geen negatieve effecten te verwachten. Er komen geen beschermde soorten voor.

16

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

3.6

Vaatplanten

In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: Flora Zeelandica en veldbezoek. NDFF versie 15-03-2021 In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Tijdens het veldbezoek zijn deze niet vastgesteld. Het biotoop is ook niet geschikt. Beschermde vaatplanten komen vooral voor in kalkrijke (vochtige) biotopen, voedselarme akkers en schraallanden. Deze zijn in het plangebied niet aanwezig. Er zijn ook geen muren aanwezig waarop beschermde muurplanten kunnen groeien. Uit te voeren maatregelen Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied.

17

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen gezien de ligging buiten Natura 2000 gebieden worden uitgesloten. Gezien de geringe omvang van de ontwikkeling kunnen ook andere negatieve effecten zoals verstoring en verandering van waterhuishouding worden uitgesloten. Om stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden door emissies van de gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling uit te sluiten is hier wel een onderzoek voor noodzakelijk. Dit onderzoek maakt geen onderdeel uit van deze quickscan. Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. Op circa 40 meter afstand ligt het natuurgebied Oosterenban. Het beheertype is open duin. Op circa 100 meter ligt Oosterdoodskist, open plas. De sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd buiten de broedperiode. De sloop- en bouwwerkzaamheden zijn van tijdelijke aard. Er wordt geen water onttrokken. Er wordt geen effect op dit gebied verwacht.

Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel houtopstanden in de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Conclusie: Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van het NNZ. De gebieden zijn op voldoende afstand gelegen en de maatregelen zijn kleinschalig van aard.

18

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

5

Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering

Op de locatie Hoogenboomlaan 34 te Renesse zal bebouwing gesloopt worden, wordt het terrein bouwrijp gemaakt en zal nieuwbouw gerealiseerd worden. Voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met beschermde natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn broedvogels te verwachten. De bebouwing is geschikt voor broedvogels waaronder de huismus. Dit dient nader onderzocht te worden. Het plangebied is niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren maar wel voor vleermuizen. Er dient onderzocht te worden of er beschermde soorten voorkomen en wat eventueel de functie is. Andere beschermde soorten zijn niet in het plangebied te verwachten. Het is geheel verhard, ligt in de bebouwde kom. De essentiële biotopen voor beschermde soorten ontbreken. Er is geen effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland. Het plangebied is op voldoende afstand gelegen van deze gebieden en de werkzaamheden zijn kleinschalig van aard.

19

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), rood is plangebied.

20

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Natura 2000 (rode belijning is plangebied).

21

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland

22

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

23

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

24

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

25

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

26

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Hoogenboomlaan 34 Renesse

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12595050/1