757542 Bijlage 3.4 Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing 4 Verkennend bodemonderzoek 2022 (Eindrapport)
Tekst van het document
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse Project 23220009 28 maart 2022
Opdrachtgever:
RHO Adviseurs Segeerssingel 6 4337 LG MIDDELBURG
Opgesteld door:
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Auteur:
mevr. E.D. Postma
Autorisatie:
dhr. H. Seffelaar Interim-manager SMA Zeeland B.V.
2001, 2002, 2018
Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 1 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 3 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 3 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 3 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 8 2.1.
ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 8 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 10 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ....................................................... 10 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 11 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 13 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 15 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 17 3.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 17 3.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 17 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 19 4.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 19 4.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 22 5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 24 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 24 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 24 5.3. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 25 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 26 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 TOPOGRAFISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
Samenvatting Door RHO Adviseurs is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de bedrijfsbeëindiging en voorgenomen ontwikkeling van de betreffende locatie naar een terrein met recreatiewoningen. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Nevendoel van het onderzoek is te bepalen in hoeverre de verdenking van het voorkomen van asbest in de bodem en/of puinhoudende lagen terecht is en zo ja, een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in deze lagen. Conclusies De grond is overwegend niet tot licht (tot het niveau van de klasse industrie) verontreinigd met diverse zware metalen, PCB, PAK en minerale olie. Het grondwater is niet verontreinigd. De aangetoonde verhoogde concentratie voor arseen heeft waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong. De grond wordt 2
3
gedeeltelijk (circa 4.800 m / 2.400 m ) indicatief gekwalificeerd als klasse industrie conform het Besluit bodemkwaliteit. Ter plaatse van inspectiegat 02 op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een interventiewaarde overschrijding voor asbest aangetoond (>100 mg/kg.ds) in de grove fractie (>20 mm). Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Gehele locatie Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Deellocatie voormalige spoelbak Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan redelijkerwijs worden verworpen.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
1
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Deellocatie voormalige opslag olie/vetten in container Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen/verworpen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Voor het onderzoek naar asbest voor de gehele locatie is uitgegaan van de hypothese(s):
Bovengrond: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese dient op basis van de resultaten gedeeltelijk worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.
Halfverharding/funderingslagen: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.
Aanbevelingen Overwegend geven de aangetoonde verhoogde gehalten in de grond geen aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. Echter ter plaatse van inspectiegat 02 op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een interventiewaarde overschrijding voor asbest aangetoond. Om de omvang van de verontreiniging te kunnen bepalen in zowel verticale als horizontale richting wordt aanbevolen hier een nader bodemonderzoek conform de NEN 5707 uit te voeren. Ter plaatse van proefgaten 04, 05 en 25 kan vanuit esthetisch oogpunt het, ongeacht het werkelijke gewogen asbestgehalte, niet wenselijk zijn dat op een locatie asbest aanwezig is. Aanbevolen wordt om te overwegen om ter plaatse van deze proefgaten de grond met asbesthoudende materialen te ontgraven en eveneens af te voeren naar een erkende verwerker. In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
2
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door RHO Adviseurs is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de bedrijfsbeëindiging en voorgenomen ontwikkeling van de betreffende locatie naar een terrein met recreatiewoningen. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Nevendoel van het onderzoek is te bepalen in hoeverre de verdenking van het voorkomen van asbest in de bodem en/of puinhoudende lagen terecht is en zo ja, een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in deze lagen. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740 en de NEN 5707 cq. NEN 5897. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden.
De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde
gemeten
concentratie
van
minimaal
25
m
3
bodemvolume
in
het
geval
van
3
grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -
moestuin/volkstuin,
-
plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
3
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). Handelingskader PFAS (GTHK PFAS) De analyseresultaten van de op PFAS geanalyseerde monsters worden aanvullend getoetst aan het op 13 december 2021 gepubliceerde Geactualiseerd Tijdelijk Handelingskader PFAS. Dit rapport voldoet niet aan de onderzoekseisen voor nuttige toepassing van grond elders onder de voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit in combinatie met het HK PFAS. De toetsing aan deze normwaarden is daarom indicatief van aard en bedoelt voor eventuele afvoer van grond naar een erkende grondverwerkingsinrichting. Toetsingskader bodemonderzoek naar asbest Het beleid ten aanzien van asbest in de bodem is vermeld in de Circulaire Bodemsanering.
Bij toetsing van het asbestgehalte in bodem wordt enkel een interventiewaarde gehanteerd. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest). Deze nu geldende interventiewaarde voor asbest in bodem van 100 mg/kg ds, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen serpentijn- en amfiboolasbest, is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau in lucht, zoals voorgesteld door de Gezondheidsraad in 1988 en vervolgens opgenomen als streefwaarde in de beleidsnotitie asbest in het milieu uit 1991. Op materialen met een asbestconcentratie beneden genoemde norm worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn (bij een gehalte van 100 mg/kg ds gewogen en lager is, bij historische asbestverontreinigingen d.w.z. verontreinigingssituaties die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan, formeel geen sprake van een asbestverontreiniging). Tijdens verkennend onderzoek is in principe geen directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.
Indien het indicatief vastgestelde asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
4
Toetsingskader asbestonderzoek niet-vormgegeven bouwstoffen en granulaten De regelgeving voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) is grotendeels vermeld in het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit asbestwegen milieubeheer maar ook in het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit. In het kader van een in-situ onderzoek is meestal hoofdzakelijk het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing. Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het Besluit asbestwegen milieubeheer is van toepassing op alle asbest bevattende wegen (gedefinieerd als wegen, paden, erfverhardingen of gedeeltes daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt) en stroken (gedefinieerd als stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op wegen), met dien verstande dat: a)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien het gewogen
b)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien de eigenaar heeft
asbestgehalte ten hoogste 100 mg/kg ds is; aangetoond dat het asbest vóór 1 juli 1993 is aangebracht én het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat én die voldoet aan CROW publicatie 189, uitgave januari 2005. De weg moet voldoen aan één van de volgende criteria: -
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke bestaat uit asfalt, klinkers of beton en in een goede staat verkeert of
-
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m. is.
In alle andere gevallen dient het asbest te worden verwijderd. 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door SMA Zeeland B.V. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het 23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
5
procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden.
Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten
de
onderzoekslocatie.
Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
6
SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
7
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. B. Opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatieonderzoek (omgevingsvergunning milieu of Activiteitenbesluit). 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
Kadaster
Burgerlijke gemeente
Schouwen-Duiveland
Kadaster
Kadastrale gemeente
Westerschouwen
Kadaster
Sectie(s)
L
Kadaster
444, 450, 525, 538, 539 en 545
Kadaster
Nummer(s) 2
Oppervlakte (m )
13.300
Opdrachtgever SMA Zeeland B.V. Kadaster
Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)
+4,58 tot +5,42
SMA Zeeland B.V.
Ligging op kaart
zie bijlagen 1 en 2
Kadaster, SMA Zeeland B.V.
Verhardingen
Stelconplaten, beton en asfalt
Opdrachtgever
Antropogene lagen
Ja, ongebonden funderingslagen
Opdrachtgever
Dempingen
Niet bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of
Bodemopbouw SMA Zeeland B.V.
Bodem Informatie Systeem, BIS) Kadaster Grondwaterbeheersplan
Kwetsbaar gebied (bufferzone)
Waterschap Scheldestromen
Geohydrologie
zie § 2.4
DINOloket
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart
Woonwijken en bedrijfsterreinen 1940-
Nota bodembeheer
(BKK)
1980 (NEN5740+OCB)
gemeente Schouwen-Duiveland
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
8
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
BKK klasse bovengrond
Wonen (NEN5740+OCB)
BKK klasse ondergrond
Achtergrondwaarde (NEN5740+OCB)
Nota bodembeheer
Wonen (PFAS) Nota bodembeheer
Achtergrondwaarde (PFAS) BKK functieklasse
Industrie
Nota bodembeheer
BKK Toepassingseis PFAS
Wonen
Nota bodembeheer
Boomgaardenkaart (periode)
Niet gezoneerd
’t Zeeuws bodemvenster (Provincie Zeeland)
Aandachtsgebied lood
Nee
’t Zeeuws bodemvenster
Asbestkansenkaart
Niet gezoneerd
Provincie Zeeland (BIS)
Voormalig stortplaats bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Opslagtanks bekend
Ja, nl. een voormalige
Gemeente (BIS)
benzinepompinstallatie en een voormalige bovengrondse olietank Geval van ernstige
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Wbb-beschikkingen bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Bodemdocumenten bekend
Ja, zie hierna
Gemeente (BIS)
bodemverontreiniging bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik Huidig gebruik
Meelindustrie, granengroothandel
Opdrachtgever
Meelfabriek is leegstaand. Woningen
Opdrachtgever
worden bewoond.
SMA Zeeland B.V.
Toekomstig gebruik
Wonen met tuin en recreatiewoningen
Opdrachtgever
Geplande werkzaamheden
Bedrijfswoningen herbestemming
Opdrachtgever
aanvragen voor woonbestemming en overige terrein her ontwikkelen met recreatiewoningen. Aard bebouwing
Voormalige meelfabriek en woningen
Kadaster, BAG
Periode bebouwing
Huidige bebouwing voormalige
Kadaster, BAG
meelfabriek 2006. Bedrijfswoningen 1950 en 1990 Bedrijventerrein
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Calamiteiten bekend
Nee
Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Bodembedreigende activiteiten
Nee
bekend (anders dan bovenstaand)
Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
9
Algemene onderzoeksaspecten Relevante vergunningen
Bron(houder) Nee
beschikbaar
Gemeente (BIS) RUD Zeeland
Toepassing asbestverdachte
Nee
materialen
Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Terreinverkenning Bijzonderheden
geen
SMA Zeeland B.V.
2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat de locatie omstreeks 1900 in gebruik is genomen voor het malen van tarwe met behulp van een windmolen. De directe omgeving bestond tot half jaren ’60 overwegend uit agrarisch gebied. Begin jaren ’70 zijn de omliggende recreatieparken zichtbaar op het kaartmateriaal. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Voor de huidige onderzoekslocatie zijn de onderstaande bodemrapporten beschikbaar. Nulfase Bodemonderzoek, Hoogenboomlaan 34 te Renesse, De BodemOnderZoeker BV, kenmerk: BOZ6140, d.d. 29 mei 2007 Het onderzoek was uitgevoerd voor het bepalen van de nul-situatie ter plaatse van twee deellocaties binnen de inrichting van de voormalige meelfabriek. De deellocaties betreffen een spoelbak en een opslag voor olie/vetten/verf. In de bovengrond van beide deellocaties werd een overschrijding van de toenmalige streefwaarde aangetoond voor minerale olie. In het grondwater werden geen van de onderzochte parameters verhoogd aangetoond. Geconcludeerd werd dat de nul-situatie voldoende was vastgelegd. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 34 te Renesse, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23150015, d.d.
25 februari 2015 Het onderzoek was uitgevoerd in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning. Hierbij was de locatie in de onderzoeksstrategie opgedeeld in de volgende deellocaties: -
Deellocatie 1: Inpandige spoelbak;
-
Deellocatie 2: Opslag van olie/vetten/verf in container op buitenterrein;
-
Deellocatie 3: Voormalige bovengrondse 1.200 liter olietank;
-
Deellocatie 4: Voormalige tanklocatie bij weegbrug op buitenterrein;
-
Deellocatie 5: Overig terrein.
In de grond en het grondwater van deellocaties 1 en 3 werden geen verontreinigingen aangetoond voor de onderzochte parameters. Ter plaatse van deellocatie 2 werd in de bovengrond een lichte verontreiniging
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
10
(overschrijding achtergrondwaarden) aangetoond voor minerale olie en PAK. Het grondwater was niet verontreinigd. Ter plaatse van deellocatie 4 werd alleen in het grondwater een lichte verontreiniging (overschrijding streefwaarde) aangetoond voor naftaleen. In de grond werden geen verontreinigingen aangetoond. Binnen het overig terrein werd plaatselijk in de bovengrond een lichte verontreiniging aangetoond voor PCB. In het grondwater werden eveneens geen verontreinigingen aangetoond. In de grond werd plaatselijk bijmengingen met puin en brokken beton waargenomen. Ten tijde van het bovengenoemde onderzoek was geen verkennend asbest in grond onderzoek uitgevoerd. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande
vereenvoudigde
bodemmodel
geformuleerd.
De
werkelijke
bodemopbouw
en
grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
11
Figuur 1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
12
2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. B. Opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatieonderzoek (omgevingsvergunning milieu of Activiteitenbesluit). Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?
Binnen de onderzoekslocatie zijn in totaal 4 verdachte deellocaties (deellocaties 1 t-m 4 uit het bodemonderzoek van 2015). Deze waren echter tijdens het bodemonderzoek in 2015 al voormalig. Derhalve worden deze beperkt onderzocht.
Welke (bedrijfs)activiteiten zijn potentieel bodembedreigend en wat zijn de kritische parameters?
De algemene voormalige bedrijfsactiviteiten zijn niet verdacht. Alleen de verdachte deellocaties uit 2015 zijn mogelijk verdacht..
Bij een eindsituatie: welke activiteiten met welke bodembedreigende stoffen zijn op de locatie aanwezig (geweest) tijdens de periode vanaf het vaststellen van de nulsituatie tot aan het moment van beëindiging van de activiteiten, inclusief tussentijds beëindigde bodembedreigende activiteiten?
De voormalige bedrijfsactiviteiten zijn in 2018 beëindigd. De meeste verdachte activiteiten zijn voor het onderzoek in 2015 reeds beëindigd. In de periode van 2015 tot 2018 werd alleen tarwe gemaald tot meel en getransporteerd.
Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
De bodem bestaat overwegend uit matig fijn zand. De aanwezige verhardingen bestaan afwisselend uit asfalt, beton en stelconplaten met gedeeltelijk een puinfundering.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
13
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn (zeer) zorgwekkende stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven, brand(oefen)plaatsen) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een handelingskader opgesteld en op 13 december 2021. In 2020 en 2021 zijn Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten voor PFAS gepubliceerd die een regionaal beeld geven van de bodemkwaliteit m.b.t. PFAS.
Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
Bij een eindsituatie: wat is de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bij aanvang van de bedrijfsactiviteit?
Op basis van voorgaande onderzoeken is naar verwachting de bodem (grond en grondwater) niet tot ten hoogste licht verontreinigd met chemische parameters.
Welke eisen stelt de Omgevingsvergunning milieu aan het nulsituatie-onderzoek, dan wel het eindsituatieonderzoek?
Het onderzoek dient te worden verricht overeenkomstig NEN 5740 en de NEN 5707.
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)?
23220009
Zie § 2.6.
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
14
2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
traject
Strategie (NEN 5740)
Gehele locatie Bovengrond
verdachte locatie, diffuse
standaard parameters voor
bodembelasting en heterogene
landbodem (pakket A)
VED-HE-NL
verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond Grondwater
onverdachte, kleinschalige locatie
pakket A
ONV-NL
onverdachte, kleinschalige locatie,
standaard parameters voor
ONV-NL
met van nature aanwezige
grondwater (pakket B), As, Cr
verhogingen arseen, chroom, barium en/of molybdeen. Deellocatie Voormalige spoelbak Bovengrond
verdachte locatie, plaatselijke
standaard parameters voor
bodembelasting en een duidelijke
landbodem (pakket A)
VEP
kern, geen ondergrondse opslagtank Grondwater
onverdachte, kleinschalige locatie,
standaard parameters voor
met van nature aanwezige
grondwater (pakket B), As, Cr
ONV-NL
verhogingen arseen, chroom, barium en/of molybdeen. Deellocatie voormalige opslag olie/vetten in container Bovengrond
verdachte locatie, plaatselijke
standaard parameters voor
bodembelasting en een duidelijke
landbodem (pakket A)
VEP
kern, geen ondergrondse opslagtank Grondwater
onverdachte, kleinschalige locatie,
standaard parameters voor
met van nature aanwezige
grondwater (pakket B), As, Cr
ONV-NL
verhogingen arseen, chroom, barium en/of molybdeen. Deellocatie voormalige bovengrondse olietank Bovengrond
verdachte locatie, plaatselijke
minerale olie
VEP
bodembelasting en een duidelijke kern, geen ondergrondse opslagtank Deellocatie voormalige tanklocatie
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
15
Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
Strategie
traject
(NEN 5740)
Bovengrond
verdachte locatie, plaatselijke
minerale olie
VEP-OO
bodembelasting en een duidelijke kern, ondergrondse opslagtank(s) pakket A:
standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;
Pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;
As, Cr:
arseen, chroom;
Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
traject
Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)
Gehele locatie Bovengrond
verdachte toplaag, diffuse bodembelasting en heterogene
VED-HE
verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond Funderingslagen
onverdachte, kleinschalige locatie
geen
verdachte toplaag, diffuse bodembelasting en heterogene
geen
verdeling op schaal van monsterneming *op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen.
In overleg met het bevoegd gezag (Gemeente Schouwen-Duiveland, de heer R. Heintjes) zijn de deellocaties van de voormalige bovengrondse olietank, en de voormalige tanklocatie komen te vervallen. De voormalige spoelbak en voormalige opslag olie/vetten in container zijn beperkter onderzocht gezien hiervan eveneens al diverse gegevens beschikbaar zijn met betrekking tot de bodemgesteldheid. Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
16
3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. 3.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Het veldwerk is op 14 t/m 16 februari 2022 uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer W.P. Leijten met assistentie van de veldwerker in opleiding de heer H.C. Peters conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Uit veldwaarnemingen blijkt dat het maaiveld afwisselend verhard is met stelconplaten, asfalt, beton en klinkers. De bodem bestaat tot de maximale boordiepte van 3,8 m-mv overwegend uit zeer fijn zand. In de bovengrond zijn bijmengingen met beton, baksteen, aardewerk, glas en stenen waargenomen. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op 1,0 tot 1,5 m-mv. Plaatselijk werd tevens asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zie hiervoor paragraaf 3.2. Het grondwater is bemonsterd op 23 februari 2022 door de hiertoe erkende veldwerker de heer W.P.
Leijten. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4C) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. 3.2. Verkennend onderzoek naar asbest Het veldwerk is op 14 t/m 16 februari 2022 uitgevoerd door de hiertoe erkende veldmedewerker de heer W.P. Leijten met assistentie van de veldwerker in opleiding de heer H.C. Peters conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De volgende werkzaamheden hebben plaatsgevonden: Visuele inspectie van het maaiveld Hierbij is het maaiveld van het gehele onderzoeksterrein, zowel in de lengte als daarna nogmaals in de breedte, per strook van 1,5 m breedte afgelopen en visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn niet aangetroffen. Vanwege verharding of begroeiing was een volledige en efficiënte inspectie van het maaiveld volgens SIKB protocol 2018 niet mogelijk. Wanneer geen efficiënte visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd, kan geen verdere opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en moet conform NEN 5707 de gehele locatie als asbestverdacht worden beschouwd.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
17
Visuele inspectie ontgraven en opgeboorde materiaal Ruimtelijk verdeeld over het onderzoeksterrein zijn in totaal 33 proefgaten gegraven van 0,3 x 0,3 m danwel ø 0,35 m zoals hieronder weergegeven. De locaties van de proefgaten zijn zoveel mogelijk gecombineerd met de locaties van bovengenoemde boringen van het bodemonderzoek naar chemische parameters: Gehele locatie
23 proefgaten tot de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 0,5 m-mv;
10 proefgaten, vanaf 0,5 m-mv doorgezet met boring ø12 cm tot de onderzijde van de verdachte laag, met een maximum van ca. 2,0 m-mv.
Het uitgegraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd (maaswijdte 20 mm) danwel uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). In het opgegraven materiaal van in totaal 4 proefgaten (proefgaten 02, 04, 05 en 25) werd asbestverdacht materiaal aangetroffen. De lagen uit de boringen (ø12 cm) zijn eveneens gezeefd of uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. In het opgeboorde materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Samenstelling analysemonsters Wanneer grove asbestverdachte materialen zijn waargenomen, is per laag en per proefgat een verzamelmonster ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Na het verwijderen van de grove delen bodemvreemde bijmengingen (delen groter dan 20 mm) zijn in het veld, van de overblijvende fijne fracties representatieve analysemonsters samengesteld en ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Zie het volgende hoofdstuk. De veldwerkgegevens zijn opgenomen in Bijlage 3.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
18
4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)
Boring + traject
Grond
monsters
(m-mv)
soort
Reden analyse
Analyse (parameters)
Deellocatie voormalige spoelbak DL1M01
101 (0,26 - 0,76)
Zand
brokken beton, sporen stenen en
pakket A
grind, algemene kwaliteit voormalige spoelbak Deellocatie voormalige opslag olie/vetten in container DL2M01
201 (0,14 - 0,64)
Zand
sporen baksteen en stenen,
pakket A
algemene kwaliteit voormalige opslag olie/vetten in container Gehele locatie MM01
01 (0,00 - 0,50)
Zand
brokken baksteen, beton, en stenen, pakket A
03 (0,00 - 0,50)
resten aardewerk, algemene
04 (0,00 - 0,50)
kwaliteit bovengrond
06 (0,00 - 0,50) MM02
07 (0,00 - 0,50)
Zand
matig baksteenhoudend, resten,
12 (0,00 - 0,50)
beton, aardewerk, baksteen, stenen
13 (0,12 - 0,62)
en glas, algemene kwaliteit
pakket A
bovengrond MM03
08 (0,14 - 0,64)
Zand
10 (0,10 - 0,60)
sporen grind, baksteen, beton en
pakket A
glas, algemene kwaliteit bovengrond
15 (0,14 - 0,64) 18 (0,16 - 0,66) MM04
27 (0,00 - 0,50) 28 (0,05 - 0,55)
Zand
resten stenen en baksteen,
pakket A
algemene kwaliteit bovengrond
29 (0,00 - 0,50)
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
19
(Meng)
Boring + traject
Grond
monsters
(m-mv)
soort
MM05
25 (0,35 - 0,65)
Zand
Reden analyse
Analyse (parameters)
Algemene kwaliteit ondergrond
pakket A
sporen grind, stenen, baksteen en
pakket A
26 (0,40 - 0,90) 30 (0,08 - 0,58) 401 (0,32 - 0,82) MM06
21 (0,08 - 0,58)
Zand
31 (0,00 - 0,50) MM07
glas, algemene kwaliteit bovengrond
01 (0,50 - 0,90)
Zand
Algemene kwaliteit ondergrond
pakket A
brokken beton, asphalt en slakken,
pakket A
06 (0,50 - 1,00) 09 (0,45 - 0,95) 21 (1,10 - 1,60) 30 (0,60 - 1,10) 32 (0,71 - 1,20) M08
16 (0,34 - 0,50)
Zand
M09
20 (0,23 - 0,38)
Zand
M10
24 (0,25 - 0,75)
Zand
resten baksteen matig baksteenhoudend, brokken
pakket A
beton sporen baksteen, sporen asfalt
pakket A
Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)
Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Reden analyse
monsters
Analyse (parameters)
Gehele locatie 01-1-1
01
1,50 - 2,50
Algemene kwaliteit grondwater
pakket B
09-1-1
09
2,00 - 3,00
Algemene kwaliteit grondwater
pakket B
P2-1-1
P2
1,50 - 2,50
Voormalige tanklocatie
minerale olie en BTEXNS
P09a-1-1
P09a
1,50 - 2,50
Algemene kwaliteit grondwater
pakket B
Deellocatie voormalige opslag olie/vetten in container P8-1-1
P8
1,60 - 2,60
Algemene kwaliteit grondwater
pakket B
Algemene kwaliteit grondwater
pakket B
Deellocatie voormalige spoelbak P11-1-1
P11
1,55 - 2,55
Opmerkingen: Pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten en naftaleen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.
BTEXSN:
vluchtige aromaten en styreen
Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
20
index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan:
index ≤ 0,00: gehalte onder de generieke achtergrond-/streefwaarde;
index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;
index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;
index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.
De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb en indicatie hergebruiksklasse Bbk (Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
Indicatieve klasse
monsters
(m-mv)
(index <= 0,5)
(index > 1)
BBK
Kobalt (-)
-
Altijd toepasbaar
-
Altijd toepasbaar
-
Altijd toepasbaar
-
Klasse industrie
-
Klasse industrie
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
21 (0,08 - 0,58)
PCB (som 7) (0,01)
-
Klasse wonen
31 (0,00 - 0,50)
Zink (0,05)
-
Altijd toepasbaar
Deellocatie voormalige spoelbak DL1M01
101 (0,26 - 0,76)
Deellocatie voormalige opslag olie/vetten in container DL2M01
201 (0,14 - 0,64)
-
Gehele locatie MM01
01, 03, 04, 06 (0,00 - PCB (som 7) (0,01) 0,50)
MM02
07, 12 (0,00 - 0,50)
PCB (som 7) (0,02)
13 (0,12 - 0,62)
Minerale olie C10 - C40 (0,04) Lood (0,01) PAK 10 VROM (0,34)
MM03
08, 15 (0,14 - 0,64)
PCB (som 7) (0,04)
10 (0,10 - 0,60)
Kobalt (0,09)
18 (0,16 - 0,66) MM04
27 (0,00 - 0,50) 28 (0,05 - 0,55) 29 (0,00 - 0,50)
MM05
25 (0,35 - 0,65) 26 (0,40 - 0,90) 30 (0,08 - 0,58) 401 (0,32 - 0,82)
MM06
Cadmium (-) Lood (0,04) PAK 10 VROM (0,03) MM07
23220009
01 (0,50 - 0,90)
-
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
21
(Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
Indicatieve klasse
monsters
(m-mv)
(index <= 0,5)
(index > 1)
BBK
PCB (som 7) (0,23)
-
Klasse industrie
06 (0,50 - 1,00) 09 (0,45 - 0,95) 21 (1,10 - 1,60) 30 (0,60 - 1,10) 32 (0,71 - 1,20) M08
16 (0,34 - 0,50)
Minerale olie C10 - C40 (0,03) Lood (0,11) PAK 10 VROM (0,05) M09
20 (0,23 - 0,38)
-
-
Altijd toepasbaar
M10
24 (0,25 - 0,75)
-
-
Altijd toepasbaar
Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster
Peilbuis
Filterdiepte
> Streefwaarde
> Interventiewaarde
(m -mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
Gehele locatie 01-1-1
01
1,50 - 2,50
-
-
09-1-1
09
2,00 - 3,00
-
-
P2-1-1
P2
1,50 - 2,50
-
-
P9-1-1
P9
1,55 - 2,55
-
-
P09a-1-1
P09a
1,50 - 2,50
-
-
Deellocatie voormalige opslag olie/vetten in container P8-1-1
P8
1,60 - 2,60
-
-
Arseen (0,06)
-
Deellocatie voormalige spoelbak P11-1-1
P11
1,55 - 2,55
4.2. Verkennend onderzoek naar asbest Analysestrategie en -resultaten Het laboratorium Eurofins Omegam B.V. heeft de analysemonsters geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. In onderstaande tabel is het hoogste gewogen gehalte asbest per proefgat en per onderzochte laag weergegeven. De bijbehorende berekeningen zijn opgenomen in Bijlage 4D. Alle aangetroffen asbestverdachte materialen (.20 mm) bleken asbesthoudend. Er is in het veld- en laboratoriumonderzoek geen asbest aangetroffen in de grond in de fijne fractie (<20 mm).
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
22
Tabel 4.5 Analysemonsters en indicatieve, gewogen asbestgehalten Proefgat
Traject
Materiaaltype
(m-mv)
Analyse-
Asbest <20 mm
Asbest >20 mm
Asbest som
monster(s)
(mg/kg.ds)
(mg/kg.ds)
fracties (mg/kg.ds)
PG02
0-0,5
Golfplaat
02-AVM
0
165,4
165,4
PG04
0-0,5
Vlakke plaat
04-AVM
0
17,6
17,6
PG05
0-0,5
Golfplaat
05-AVM
0
19,8
19,8
PG25
01-0,35
Vlakke plaat
25-AVM
0
2,9
2,9
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
23
5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies De grond is overwegend niet tot licht (tot het niveau van de klasse industrie) verontreinigd met diverse zware metalen, PCB, PAK en minerale olie. Het grondwater is niet verontreinigd. De aangetoonde verhoogde concentratie voor arseen heeft waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong. De grond wordt 2
3
gedeeltelijk (circa 4.800 m / 2.400 m ) indicatief gekwalificeerd als klasse industrie conform het Besluit bodemkwaliteit. Ter plaatse van inspectiegat 02 op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een interventiewaarde overschrijding voor asbest aangetoond (>100 mg/kg.ds) in de grove fractie (>20 mm). 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Gehele locatie Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Deellocatie voormalige spoelbak Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan redelijkerwijs worden verworpen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Deellocatie voormalige opslag olie/vetten in container
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
24
Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen/verworpen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Voor het onderzoek naar asbest voor de gehele locatie is uitgegaan van de hypothese(s):
Bovengrond: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese dient op basis van de resultaten gedeeltelijk worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.
Halfverharding/funderingslagen: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.
5.3. Aanbevelingen Overwegend geven de aangetoonde verhoogde gehalten in de grond geen aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. Echter ter plaatse van inspectiegat 02 op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een interventiewaarde overschrijding voor asbest aangetoond. Om de omvang van de verontreiniging te kunnen bepalen in zowel verticale als horizontale richting wordt aanbevolen hier een nader bodemonderzoek conform de NEN 5707 uit te voeren. Ter plaatse van proefgaten 04, 05 en 25 kan vanuit esthetisch oogpunt het, ongeacht het werkelijke gewogen asbestgehalte, niet wenselijk zijn dat op een locatie asbest aanwezig is. Aanbevolen wordt om te overwegen om ter plaatse van deze proefgaten de grond met asbesthoudende materialen te ontgraven en eveneens af te voeren naar een erkende verwerker. In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald.
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
25
Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.
Wet bodembescherming
2.
Circulaire Bodemsanering 2013
3.
Besluit Bodemkwaliteit
4.
Regeling Bodemkwaliteit
5.
Besluit asbestwegen milieubeheer
6.
Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer
7.
Besluit Uniforme Saneringen
8.
Regeling Uniforme Saneringen
Normdocumenten 9.
Nederlands
Normalisatie
Instituut,
NEN
5707:2015/C2:2017,
Bodem
–
Inspectie
en
monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
26
14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie 2 juli 2020), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 2 juli 2020
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
27
Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
Bijlage 1
Ligging onderzoekslocatie
Schaal: 1:25.000
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
Bijlage 1
Bijlage 2 Situatietekening
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
Bijlage 2
Deellocatie 2, opslag olie/ vetten in container
Deellocatie 1, spoelbak Deellocatie 3, voormalige bovengrondse olietank (1.200ltr)
Deellocatie 4, voormalige tanklocatie
Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5 1 1,5 2 >2,5 >3,5 Peilbuis Gaten & sleuven Gaten Gaten met boring Contouren onderzoekslocatie verdachte deellocatie verharding
Projectnummer: 23220009
Tekenaar:
S.v.Uden
Locatie:
Hoogenboomlaan 34 te Renesse
Tekeningnr:
RAP01
Onderdeel:
Verkennend en eindsituatie onderzoek
Papierformaat: A2
Opdrachtgever: RHO Adviseurs
Datum:
08-03-2022
Deellocatie 2, opslag olie/ vetten in container
Deellocatie 1, spoelbak Deellocatie 3, voormalige bovengrondse olietank (1.200ltr)
Deellocatie 4, voormalige tanklocatie
Lijncontouren Meetpunten Boringen (m-mv) interventiewaarde-contour niet bekend 0,5 Contouren 1 onderzoekslocatie 1,5 industrie-contour 2 wonen-contour >2,5 achtergrondwaarde-contour >3,5 verdachte deellocatie Peilbuis verharding
Projectnummer: 23220009
Tekenaar:
S.v.Uden
Locatie:
Hoogenboomlaan 34 te Renesse
Tekeningnr:
RAP01
Onderdeel:
Verkennend en eindsituatie onderzoek
Papierformaat: A2
Gaten & sleuven Gaten Gaten met boring
Opdrachtgever: RHO Adviseurs
Datum:
25-03-2022
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
Bijlage 3
Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen
23220009
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Hoogenboomlaan 32 t/m 36 te Renesse
Bijlage 3