CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

757542 Bijlage 1 Antwoordnotitie

Gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Beantwoording zienswijzen en verklaring van geen bedenkingen Hoogenboomlaan 34 te Renesse (757542)4.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoordnotitie ontwerp omgevingsvergunning Hoogenboomlaan 34 Renesse (zaaknummer 552509) 1 Inleiding De ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen op het adres Hoogenboomlaan 34 te Renesse hebben van 10 oktober tot en met 21 november 2022 ter inzage gelegen. Het plan ziet op het realiseren van 11 recreatiewoningen, het omzetten van twee bedrijfswoningen naar reguliere woningen en het realiseren van een paddock en stal voor vijf pony’s. Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid gehad een zienswijze in te dienen. Er zijn twee zienswijzen naar voren gebracht. Deze zijn tijdig ontvangen en ontvankelijk.

2 Zienswijzen Zienswijze 1 Natuur- en vogelwacht Schouwen-Duiveland (zaaknummer 727832) Nummer 1

Zienswijze In de ruimtelijke onderbouwing wordt onterecht geconcludeerd dat er geen concreet beleid op nationaal niveau is geformuleerd dat van belang is voor de ontwikkeling. Het doel van het Kustpact is opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en in de wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in 2020. Hiermee zijn de regels van het Rijk en de provincie op elkaar afgestemd en is het Kustpact op nationaal niveau vastgelegd. De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het provinciale beleid en voldoet hierdoor ook niet aan het Rijksbeleid.

Beantwoording In de Nationale Omgevingsvisie wordt verwezen naar het Kustpact voor het vinden van een goede balans tussen bescherming en behoud van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van de kustzone enerzijds en de ontwikkeling van de kustzone anderzijds. In het Kustpact wordt de kust omschreven als de grootste vrij toegankelijke ruimte van Nederland, die op veel plekken nagenoeg open en onbebouwd is gebleven. Kernkwaliteiten die daarbij horen zijn bijvoorbeeld: vrij zicht en grootschaligheid, contrast tussen compacte bebouwingskernen en uitgestrekte onbebouwde gebieden, robuuste waterstaat en kusterfgoed in het duingebied en het achterland. Voorliggend plan betreft de herontwikkeling van een bestaande bedrijfslocatie wat volledig binnen de grenzen van het bestaande terrein blijft. Er is geen sprake van (open) landschap dan wel kustgebied dat voor de ontwikkeling moet wijken. Op grond van artikel 2.3.5, vierde lid van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is het mogelijk in de provinciale verordening regels op te nemen voor de bescherming en instandhouding van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament voor zover het gaat om recreatieve bebouwing. Dit geldt voor het bouwen in het kustfundament buiten bestaand stedelijk gebied.

De betreffende locatie valt, zoals ook andere recreatieterreinen aan de Hoogenboomlaan en de kern Renesse, echter buiten het kustfundament (zie bijlage 1 van deze

antwoordnotitie). De tekst in de ruimtelijke onderbouwing wordt hierop aangevuld. De kaart met daarop de ligging van het kustfundament wordt tevens toegevoegd. Verder zien wij geen aanleiding de tekst zoals die nu is opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing te wijzigen.

2

Het doel van de laddertoets in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een toetsing voor wat betreft zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik. Het project is gepland in het buitengebied. Bestaande, dominante belangen in deze gebieden zijn de bijzondere natuur- en landschapswaarden van de omgeving. De projectlocatie grenst aan het Natura 2000 gebied Kop van Schouwen, in het bijzonder het oude binnenduingebied bekend als het Vroongebied. Er is al jaren sprake van een overbelasting voor wat betreft stikstof . In de ruimtelijke onderbouwing wordt onterecht geconcludeerd dat het landschappelijk draagvlak van het gebied niet overtroffen wordt door de ontwikkeling. De realisatie van 11 vakantiehuizen vormen een aantasting van de (potentiële landschaps- en natuurwaarden) van deze omgeving. De plaatsing en het dagelijks gebruik van de vakantiehuizen veroorzaakt stikstofdepositie en rust- en lichtverstoring.

Het provinciaal beleid wordt verder behandeld in punt 4 van deze zienswijze. Wij delen de conclusie dat de locatie is gelegen in het buitengebied niet. De locatie ligt op circa 300 meter van een woonwijk van Renesse en tussen de projectlocatie en deze woonwijk is sprake van aaneengesloten recreatieve bebouwing. Daarnaast is de locatie gelegen binnen het zogenaamde verblijfsrecreatieve gebied op basis van de Zeeuwse Kustvisie (zie paragraaf 3.3.4 van de ruimtelijke onderbouwing). De ontwikkeling vindt volledig plaats binnen de grenzen van het bestaande bedrijfsperceel. Op basis van het bestemmingsplan is op de locatie een meelfabriek toegestaan en het terrein is ook zodanig ingericht. Er is sprake van veel, relatief hoge bebouwing en het terrein is vrijwel geheel verhard (circa 4.200 m2). Op het terrein zijn hierdoor geen landschaps- en natuurwaarden aanwezig. Dit blijkt ook uit de quickscan ecologie en het nader onderzoek ecologie. Voor de ontwikkeling worden geen gronden ingezet die nu een natuur en/of landschappelijk doel dienen. Uit het uitgevoerde stikstofonderzoek blijkt daarnaast dat er zelfs een afname is van de stikstofdepositie in de gebruiksfase. De nieuwe recreatiewoningen zullen gasloos uitgevoerd worden en het aantal verkeersbewegingen (met name zwaar verkeer) neemt af. In paragraaf 2.3 van de ruimtelijke onderbouwing is de beoogde inrichting opgenomen.

Er wordt ten opzichte van de huidige situatie meer groen (streekeigen soorten) gerealiseerd. De afname in verharde oppervlakte, oppervlakte bebouwing en hoogte van de bebouwing is landschappelijk gezien een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. In hoofdstuk 4 van de ruimtelijke onderbouwing is uitgebreid stilgestaan bij de effecten van de ontwikkeling. Van aanvullende lichtverstoring zal daarnaast geen sprake zijn. In het lichtplan (onderdeel van het inrichtingsplan) is aangegeven dat gewerkt wordt natuurvriendelijke armaturen. Het gebruik van licht wordt na zonsondergang zoveel mogelijk beperkt.

3

In tegenstelling tot de conclusie in bijlage 1 laddertoets onderbouwing is er op Schouwen-Duiveland geen behoefte aan nieuwe recreatiewoningen. In de gemeente Schouwen-Duiveland is al een enorm aanbod aan vakantiehuizen en de laatste jaren zijn eerdere meerdere ontwikkelingen (bijvoorbeeld in BurghHaamstede, Scharendijke en Zonnemaire) geweest waarmee dit aantal verder is vergroot. Het is niet duidelijk waar de getallen en berekeningen zoals omschreven in paragraaf 5.3 van de bijlage ladderonderbouwing vandaan komen. Al zouden de berekeningen en aannames qua getallen juist zijn, de 190 vakantiehuizen vallen weg binnen de grote aantallen nieuwe recreatie eenheden die nu en de komende jaren binnen de gemeente gerealiseerd worden. Voor een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied geldt dat gemotiveerd moet worden waarom het niet kan plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling kan echter wel plaatsvinden in het bestaand stedelijk gebied, bij één van de lopende en komende projecten. Dat de initiatiefnemer eigenaar is van de grond mag geen rol spelen in de laddertoets voor een goede ruimtelijke ordening.

In de zienswijze wordt gesproken over vakantiehuizen en wordt verwezen naar verschillende (her)ontwikkelingsplannen op Schouwen-Duiveland. In de bestemmingsplannen voor de verschillende (her)ontwikkelingsplannen wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende recreatieve eenheden zoals niet-permanente standplaatsen, permanente standplaatsen (voor een stacaravan van max. 55 m²), een kampeerhuisje (max. 75 m²) en een recreatiewoning (varieert per locatie in oppervlakte). De andere ontwikkelingen die genoemd worden, zijn gelet op het bovenstaande niet één op één vergelijkbaar met voorliggend plan. Verschillende ontwikkelingen spelen in op verschillende doelgroepen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de grootte van de recreatieve ontwikkeling, de voorzieningen en accommodaties. Overigens is ook niet in alle genoemde plannen sprake van een vergroting van het aantal recreatieve eenheden. Hierdoor blijft sprake van, zoals gesteld in de ladderonderbouwing, marktruimte voor de toevoeging van nieuwe recreatieve eenheden. Het plan ziet op het realiseren van 11 recreatiewoningen voor een specifieke doelgroep en daarmee een specifiek kwalitatief ander product: tien driegeneratierecreatiewoningen en één mindervaliden (MIVA)-recreatiewoning. In de ladderonderbouwing wordt de afkomst van de getallen in tabel 5.3 uitgebreid benoemd in hoofdstuk 5.3.

Verschillende onderzoeken en CBS cijfers worden daarbij aangehaald. Er is geen ruimte binnen het stedelijk gebied van Renesse waar deze ontwikkeling kan worden gerealiseerd. Dit is gemotiveerd in hoofdstuk 5.6 van de laddertoets. Daarnaast kan men zich afvragen in hoeverre het wenselijk is om in kernen verblijfsrecreatie ontwikkelingen mogelijk te maken. Het verschil in leefritme tussen recreanten en inwoners kan tot overlast leiden. Vandaar dat de locatie, zoals eerder aangegeven, onderdeel van het verblijfsrecreatieve gebied is zoals opgenomen in de Kustvisie. Bovendien is het uitgangspunt van de gemeentelijke woonvisie dat nieuwe reguliere woningen, in plaats van recreatiewoningen, binnen de bestaande kernen op structuurversterkende plekken worden gerealiseerd. De eigenaar heeft het initiatief genomen om het perceel te herontwikkelen naar een recreatieve functie. Het is aan de gemeente om de ingediende aanvraag te beoordelen en hierop te

4

De regelgeving die voortkomt uit de Zeeuwse Kustvisie is vastgelegd in de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Het plan is in strijd met artikel 2.10, lid 1 van deze verordening. In paragraven 3.3.1 en 3.3.2 wordt slechts kort vermeld dat sprake is van nieuwvestiging. Er wordt niet ingegaan op de harde beleidslijn ten opzichte van nieuwvestiging. De gemeente is samen met andere overheden betrokken geweest bij het opstellen van en verantwoordelijk voor het kustbeleid. Nu de gemeente in afwijking van dit beleid medewerking wil verlenen aan het plan worden andere overheden aangemoedigd het beleid te negeren en een verblijfsrecreatieterrein mogelijk te maken

5

7

De bouwvrijstelling mag als gevolg van de uitspraak van de Raad van State d.d. 2 november 2022 niet meer gebruikt worden. Bij stikstofberekeningen moet hierdoor ook de bouwfase worden betrokken. Dit is voor dit plan niet gebeurd. Daarnaast moet bij nieuwe berekeningen ook de cumulatie van stikstofuitstoot van andere bouwprojecten (recent uitgevoerde, in uitvoering zijnde en binnenkort geplande projecten) in de Kop van Schouwen betrokken worden. Ook de sloop van de meelfabriek dient betrokken te worden in de berekening. Er wordt gesteld dat door toepassing van intern salderen voor dit project geen Wnbvergunning noodzakelijk is. Deze werkwijze is in de huidige omstandigheden een onverantwoorde wijze van bestuur. Gelet op het grote en urgente stikstofdepositie-probleem in natuurgebieden op Schouwen-Duiveland

besluiten. Het perceel wordt aan drie zijden omsloten door andere recreatiebedrijven. Een recreatieve functie (waarbij tevens de bestaande bedrijfswoningen worden omgezet naar reguliere woningen) is hierdoor een logisch vervolg. Op de locatie wordt een bedrijf uit een zware milieucategorie gesaneerd. Deze locatie wordt ingevuld als recreatieterrein. Het plan betreft een kleine recreatieve ontwikkeling met slechts 11 recreatiewoningen waarbij de initiatiefnemer eigenaar van de gronden blijft .Dit leidt tot kwaliteitsverbetering op het terrein en voor de omgeving. Recreatie is, zoals ook hierboven omschreven, een logische invulling gelet op de omliggende recreatiebedrijven. In de provinciale verordening zijn onder andere mogelijkheden opgenomen voor uitbreiding van bestaande recreatieterreinen. De ruimtelijke impact van een dergelijk initiatief is hetzelfde (of mogelijk minder positief) als voorliggend plan met enkel een andere aanvrager. Gelet op bovenstaande punten is alles overwegende besloten medewerking te verlenen aan het initiatief. Zoals gebruikelijk bij deze procedures wordt de provincie om een vooroverlegreactie gevraagd. Hierin hebben zij geen opmerking gemaakt ten aanzien van de nieuwvestiging. Ook is door de provincie geen zienswijze ingediend op de ontwerp omgevingsvergunning, ontwerp verklaring van geen bedenkingen en bijbehorende stukken.

De gemeente mag aannemen dat het plan op dit punt akkoord is bevonden. De omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is ter inzage gelegd voordat de Raad van State uitspraak heeft gedaan over de bouwvrijstelling. Er is een nieuwe stikstofberekening gemaakt waarin ook de aanlegfase is meegenomen. Deze stikstofberekening is aan het plan toegevoegd. De cumulatie van stikstofuitstoot van andere projecten dient pas beschouwd te worden wanneer uit de stikstofberekening voor het project blijkt dat sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Van een toename van stikstofdepositie is geen sprake.

De gemeente heeft geen apart beleid voor intern en extern salderen. In januari 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2021:71) dat voor intern salderen geen vergunningplicht geldt. De gemeente conformeert zich aan de nationale regels die op het moment van besluiten gelden

zou het toepassen van intern en extern salderen de eerste jaren uitgesloten moeten zijn. Het terugvallen op de oude situatie is erg discutabel. In het stikstofrapport wordt teruggevallen op de in vol bedrijf verkerende meelfabriek, met de daarbij horende vergunde stikstofruimte. Een functionerende meelfabriek is hier al jaren niet meer de feitelijke situatie. Hierdoor is sprake van een toename in stikstofdepositie ten opzichte van de huidige feitelijke situatie. Op basis van een recente uitspraak d.d. 20 juli 2022 van de Raad van State blijkt dat niet uitgegaan mag worden van interne saldering (ECLI:NL:RVS:2022:2073). De stikstofafname van een activiteit mag niet zomaar worden weggestreept tegen de stikstoftoename van de andere activiteit. Er is in dit geval geen sprake van een samenhangende ruimtelijke ontwikkeling, waardoor sprake is van extern salderen. Voor de toepassing van extern salderen moet eerst een Wnb-vergunning aangevraagd en verleend worden. Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland. Gedeputeerde Staten sluiten het verlenen van een Wnb-vergunning op basis van extern salderen voor een project gelegen tegen de grens van een Natura 2000 gebied uit. Er kan dan ook geen omgevingsvergunning door de gemeente worden verleend.

ten aanzien van de stikstofproblematiek. Als referentiesituatie geldt de natuurvergunning of, bij het ontbreken van een natuurvergunning, de activiteiten waarvoor op de referentiedatum een milieutoestemming was verleend, tenzij bij latere toestemming de omvang van de toegestane activiteiten is verminderd. In dat geval geldt het mindere. Voor de activiteiten geldt niet de eis dat deze feitelijk aanwezig moeten zijn. Wel geldt de eis dat de activiteiten opnieuw moeten kunnen worden opgestart zonder dat daar nieuwe vergunningen voor nodig zijn. In dit geval zijn na de aanwijzing van het Natura 2000-gebied milieutoestemmingen verleend met meer milieuruimte dan de milieutoestemming die gold ten tijde van de aanwijzing van het Natura 2000-gebied. Voor het bepalen van de referentiesituatie wordt daarmee teruggevallen op een situatie waarin de meelfabriek minder mocht dan volgens de meest recente milieutoestemmingen (worstcase). Het bepalen van de referentiesituatie en het toepassen van intern salderen is volgens de geldende juridische kaders gedaan. Voorliggend project is niet vergelijkbaar met het project waarop de uitspraak is gedaan. In dit project geldt namelijk dat de nieuwe situatie alleen mogelijk is door het saneren van de bestaande bedrijfslocatie. Er is hiermee juist wel sprake van één samenhangende ruimtelijke ontwikkeling.

Ons inziens is dus sprake van intern salderen en niet van extern salderen.

Zienswijze 2 Stichting Duinbehoud (727839) Nummer 1

Zienswijze Het plan voldoet niet aan de Kustvisie, de Omgevingsverordening Zeeland 2018 en de Agenda Toerisme. Op basis van dit beleid en regelgeving is nieuwvestiging niet mogelijk. Het plangebied ligt immers niet in een aandachtsgebied of binnen de grenzen van een badplaats. In de Agenda Toerisme wordt nieuwvestiging van verblijfsrecreatie uitgesloten. In de stukken wordt niet expliciet genoemd dat nieuwvestiging niet mogelijk is. Ook worden de gevolgen van de ontwikkeling gebagatelliseerd. Dit is ten onrechte: of het groot, middelgroot of klein is, is niet

Beantwoording Op de locatie wordt een bedrijf uit een zware milieucategorie gesaneerd. Deze locatie wordt ingevuld als recreatieterrein. Het plan betreft een kleine recreatieve ontwikkeling met slechts 11 recreatiewoningen waarbij de initiatiefnemer eigenaar van de gronden blijft. Dit leidt tot kwaliteitsverbetering op het terrein en voor de omgeving. Recreatie is een logische invulling gelet op de omliggende recreatiebedrijven. Daarnaast is de locatie gelegen binnen het zogenaamde verblijfsrecreatieve gebied op basis van de Zeeuwse Kustvisie (zie paragraaf 3.3.4 van de ruimtelijke onderbouwing). In de provinciale verordening zijn onder andere mogelijkheden opgenomen voor uitbreiding van bestaande recreatieterreinen. De ruimtelijke impact van een dergelijk initiatief is hetzelfde (of mogelijk

aan de orde vanwege de strijdigheden met het provinciaal en gemeentelijk beleid.

minder positief) als voorliggend plan met enkel een andere aanvrager.

Dit schept een ongewenst precedent.

Iedere ontwikkeling wordt apart getoetst. Van precedentwerking is dan ook geen sprake.

In bijlage 1 laddertoetsonderbouwing wordt aan het ontwikkelkader verblijfsrecreatief gebied gerefereerd en wordt een zin uit de Zeeuwse Kustvisie gebruikt. Het plangebied ligt echter buiten de begrenzing van badplaats Renesse en daarom is toetsing aan het ontwikkelkader niet mogelijk.

2

Er is geen Aerius berekening gemaakt voor de bouwfase. De bouwvrijstelling mag conform de uitspraak van de Raad van State d.d. 2 november 2022 niet toegepast worden. De eigenaren van de grond en gebouwen hebben in 2014/2015 de meelfabriek inclusief de rechten van Krijger Molenaars verkocht en overgedragen aan de Belgische firma Dossche Mills. Begin 2018 is Dossche Mills met de daaraan gekoppelde rechten en activiteiten verhuisd naar Rotterdam en zijn de machines verwijderd en de activiteiten van de meelfabriek gestaakt. De voor intern salderen gebruikte referentiesituatie van stikstofemissie bestaat sindsdien niet meer.

De ontwikkeling vindt volledig plaats binnen de grenzen van het bestaande bedrijfsperceel De locatie is reeds bebouwd en wordt omgeven door andere (bebouwde) recreatieterreinen. Er is geen ruimte binnen het stedelijk gebied van Renesse waar deze ontwikkeling kan worden gerealiseerd. Dit is gemotiveerd in hoofdstuk 5.6 van de laddertoets. Daarnaast kan men zich afvragen in hoeverre het wenselijk is om in kernen verblijfsrecreatie ontwikkelingen mogelijk te maken. Het verschil in leefritme tussen recreanten en inwoners kan tot overlast leiden. Vandaar dat de locatie, zoals eerder aangegeven, onderdeel van het verblijfsrecreatieve gebied is zoals opgenomen in de Kustvisie. Bovendien is het uitgangspunt van de gemeentelijke woonvisie dat nieuwe reguliere woningen, in plaats van recreatiewoningen, binnen de bestaande kernen op structuurversterkende plekken worden gerealiseerd. Gelet op bovenstaande punten is alles overwegende besloten medewerking te verlenen aan het initiatief. Zoals gebruikelijk bij deze procedures wordt de provincie om een vooroverlegreactie gevraagd. Hierin hebben zij geen opmerking gemaakt ten aanzien van de nieuwvestiging. Ook is door de provincie geen zienswijze ingediend op de ontwerp omgevingsvergunning, ontwerp verklaring van geen bedenkingen en bijbehorende stukken. De gemeente mag aannemen dat het plan op dit punt akkoord is bevonden.

De omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is ter inzage gelegd voordat de Raad van State uitspraak heeft gedaan over het vervallen van de bouwvrijstelling. Er is een nieuwe stikstofberekening gemaakt waarin ook de bouwfase is meegenomen. Deze stikstofberekening is aan het plan toegevoegd. De gemeente conformeert zich aan de nationale regels die op moment van besluiten gelden ten aanzien van de stikstofproblematiek. Als referentiesituatie voor de natuurvergunning geldt als uitgangspunt de reeds vergunde situatie die wederom opgestart kan worden (en dat is op deze locatie het geval). Met een vergunde situatie wordt in beginsel gedoeld op de natuurvergunning. Indien niet beschikt wordt over een natuurvergunning, dan geldt als referentie een milieutoestemming (vergunning of melding) van voor de Europese

Intern salderen met een functionerende meelfabriek is hierdoor niet aan de orde, omdat de fabriek na bovengenoemde verplaatsing meer dan vier jaar geleden, gesloten is. In de ontwerp omgevingsvergunning is als voorschrift opgenomen dat 5 hobbymatig gehouden pony’s gedurende vijf weken per jaar op het perceel aanwezig mogen zijn. In een medebeweidings overeenkomst met Landgoed Watergat B.V. d.d. 01-04-2020 wordt gesproken van maximaal 10 paarden behorend bij Hoogenboomlaan 36 (gelegen binnen het plangebied). Wij nemen hierdoor aan dat het om 10 pony’s/paarden gaat terwijl er met 5 is gerekend in de Aerius berekening. De Aerius berekening zal moeten worden herzien en op basis hiervan zal een natuurvergunning bij de provincie Zeeland moeten worden aangevraagd, omdat niet vaststaat dat de stikstofemissie geen significant negatieve gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied.

3

In het plan wordt vermeld dat de recreatiewoningen verwarmd zullen worden door middel van een collectief bodemenergiesysteem. Het is niet duidelijk hoe dit eruit gaat zien en of de benodigde vergunningen verkregen kunnen worden gelet op de ligging van de locatie. Naast een melding kan een watervergunning nodig zijn. De locatie grenst aan het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Dit gebied is verdrogingsgevoelig en kent een complexe waterhuishouding. Een bodemenergiesysteem kan schade toebrengen en dit dient onderzocht te worden.

referentiedatum (de datum van aanwijzing van het Natura 2000-gebied), tenzij later een milieutoestemming met minder gevolgen is vergund. Het bepalen van de referentiesituatie en het toepassen van intern salderen is volgens de geldende juridische kaders gedaan. In dit geval zijn na de aanwijzing van het Natura 2000-gebied milieutoestemmingen verleend met meer milieuruimte dan de milieutoestemming die gold ten zijde van de aanwijzing van het Natura 2000-gebied. Teruggevallen wordt op een situatie waarin de meelfabriek minder mocht dan volgens de meest recente milieutoestemmingen (worstcase). Uit de zienswijze blijkt niet welke rechten en/of activiteiten overgedragen zijn aan een andere firma. Belangrijk voor de referentiesituatie is de vergunde situatie: de milieutoestemming. Deze is gekoppeld aan de locatie aan de Hoogenboomlaan en is niet vervallen. Daarnaast is een meelfabriek op basis van het geldende bestemmingsplan mogelijk. De aanvraag ziet op 5 pony’s en dit aantal is in de stukken (waaronder de stikstofberekening) onderbouwd. Dit is tevens als voorschrift opgenomen in de omgevingsvergunning. Het houden van 10 pony’s op de locatie is op basis van de omgevingsvergunning niet toegestaan. Dit staat los van het aantal en soort dieren dat op Landgoed Watergat aanwezig is.

Op basis van de stikstofberekening is op voorhand uitgesloten dat sprake is van significant negatieve effecten, waardoor er geen natuurvergunning nodig is. De aanvrager is voornemens een bodemenergiesysteem te realiseren. Voor de aanleg van een bodemenergiesysteem geldt een melding- of vergunningsprocedure via het omgevingsloket. Dit is afhankelijk van het type systeem en het vermogen. De aanvraag wordt getoetst door de provincie of gemeente. In beide gevallen mag aanleg pas plaatsvinden indien het ontwerp van de installatie voldoet aan de regels. De aanleg dient plaatst te vinden door gecertificeerde bureaus. De planlocatie bevindt zich niet binnen een restrictiegebied met betrekking tot bodemenergie. Bij de aanvraag voor de activiteit ‘bouwen’ waarmee de recreatiewoningen ook daadwerkelijk gebouwd mogen worden, zal aangetoond moeten worden dat hieraan wordt voldaan. Er zijn echter ook andere vormen voor het opwekken van energie en/of warmte systemen denkbaar mocht het bodemenergiesysteem niet mogelijk zijn.

4

In het aanvraagformulier is ten onrechte niet aangegeven dat het initiatief in strijd is met regels op grond de provinciale verordening.

5

De gemeente heeft wettelijk vooroverleg gevoerd met de provincie. Het lijkt alsof er alleen overleg is geweest over (saldering) van stikstofemissie. Er is geen feitelijke goedkeuring van de provincie om af te wijken van artikel 2.10 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018.

6

De gemeente heeft het plan niet voorgelegd in het Zeeuwse Kustvisieoverleg In bijlage 10 is een gespreksverslag opgenomen van een bijeenkomst met natuurverenigingen. Hiervoor waren slechts twee van de vijf natuurorganisaties die op de Kop van Schouwen actief zijn uitgenodigd. Dit verslag was ons niet bekend. Tijdens de bijeenkomst hebben wij aangegeven dat de stichting zich niet kan vinden in het voorgelegde plan tot nieuwvestiging in de kustzone vanwege de strijdigheid met bestaande wetgeving. De antwoorden op technische vragen zijn pas gepubliceerd na behandeling in de commissievergadering op 12 september 2022. Hierdoor hebben wij niet de mogelijkheid gehad te reageren op deze stukken.

7

8

Het raadsadres namens Duinbehoud is niet toegestuurd aan de gemeenteraad. Hierdoor hebben de gemeenteraadsleden geen kennis kunnen van deze brief en zijn zij op het verkeerde been gezet. De taartdiagram van agendapunt 11 van de raadsvergadering van 29 september 2022 op de gemeentelijke website geeft een verkeerd beeld van de stemming. Van de 22 aanwezigen hebben 7 raadsleden tegengestemd. Men wordt hierdoor verkeerd geïnformeerd.

De aanvrager heeft de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ aangevraagd en hiertoe een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Het bevoegd gezag beoordeelt en besluit op de ingediende stukken. Hierin wordt gekeken naar het plan in zijn geheel. De stukken zijn volgens de gebruikelijke werkafspraken met de provincie gedeeld in het kader van het wettelijk vooroverleg. De aanvraag is volledig toegestuurd naar de provincie. Inclusief de ruimtelijke onderbouwing en de beschouwing van provinciaal beleid. Op 14 juni 2022 is de vooroverlegreactie naar de gemeente verstuurd. De gemeente mag aannemen dat, op de punten die genoemd staan in de brief na, het plan akkoord is bevonden. Mede omdat de provincie geen zienswijze heeft ingediend. Er zijn geen concrete afspraken over het bespreken van individuele plannen in het Zeeuwse Kustvisieoverleg. De invulling van de omgevingsdialoog is aan de initiatiefnemer. Initiatiefnemer heeft gekozen voor een bijeenkomst op locatie waarbij drie natuurverenigingen zijn uitgenodigd. Uit de zienswijze blijkt niet welke organisaties ontbraken. Naast deze bijeenkomst heeft bovendien een ieder de mogelijkheid gehad om zienswijzen in te dienen. In het verslag zijn de geuite opinies van de natuurverenigingen niet opgenomen. Hiertoe dient de zienswijzeprocedure.

Het stellen van technische vragen is een recht van raadssleden en zijn bedoeld om voor raadsleden te komen tot een goed onderbouwd standpunt. Ze zijn niet bedoeld voor inspraak van derden. Het raadsadres is niet rechtstreeks naar de griffie gestuurd, maar naar het algemene mailadres van de gemeente. Uw brief is toegevoegd aan de zaak waarin ook uw mondelinge inspraak is verwerkt. Deze inspraak was reeds geplaatst op de lijst met ingekomen stukken en het was niet direct duidelijk dat hier nog een brief aan was toegevoegd. Hierdoor is het raadsadres niet op de lijst met ingekomen stukken geplaatst. De taartdiagram bij agendapunt 11 van de raadsvergadering van 29 september is correct, maar wij begrijpen goed waarom dit voor indiener verwarrend is. Doordat het behandeld is in de raad als hamerstuk wordt er niet over gestemd. Hierdoor wordt het voorstel geacht ‘unaniem’ te zijn aangenomen. Echter kunnen individuele raadsleden met een stemverklaring aangeven of ze eigenlijk tegen het voorstel zouden hebben gestemd als het in stemming

gebracht zou zijn. Dit wordt daarom bij de verslaglegging vermeld.

3 Conclusie Naar aanleiding van de zienswijzen wordt de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning aangepast. De aanpassing ziet op: • •

Aanvullende omschrijving binnen toets aan NOVI en Barro dat ligging projectgebied buiten kustfundament valt. Aangepaste stikstofberekening waarin ook de aanlegfase is meegenomen.

Ambtshalve is ook het nader onderzoek asbest in de bodem toegevoegd als bijlage en zijn enkele tekstuele zaken doorgevoerd. Op 21 oktober 2022 is de benodigde ontheffing Wet natuurbescherming inzake de vleermuis verkregen. Dit is vermeld in de ruimtelijke onderbouwing.

Bijlagen

Bijlage 1: uitsnede verbeelding ‘kustfundament’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12595048/1