734781 Bijlage Z-9
Tekst van het document
Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland Secretariaat: Boogerdweg 8 4321 SN Kerkwerve Tel: 0111-671265 e-mail: secretariaat.nvsd@gmail.com KVK 40309671 RSIN 808784766
Gemeenteraad van Schouwen-Duiveland Postbus 5555 4300 JA ZIERIKZEE Kerkwerve, 4 juli 2022 Betreft: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan ‘Rietdijk 12 Zonnemaire’ Geachte leden van de gemeenteraad, Bij deze dient onze vereniging een zienswijze in tegen het ontwerpbestemmingsplan Rietdijk 12 te Zonnemaire. Middels dit bestemmingsplan zou het mogelijk worden om 33 vakantiehuizen bij de nu reeds omvangrijke landschapscamping Kijkuit te plaatsen (par. 1.1). De omgeving van deze camping wordt gekenmerkt door zeer hoge natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden. Vergroting van deze camping met de aanleg van een huizenpark zal deze waarden in sterke mate aantasten. Daarom is onze vereniging tegen deze voorgestelde ontwikkeling. Wij verzoeken u dan ook om dit bestemmingsplan niet vast te stellen. Hierna zullen wij ons standpunt nader toelichten. Tevens zullen wij op enkele procedurele tekortkomingen wijzen. 1. Een zeer waardevolle omgeving In breder verband beschouwd wordt Schouwen-Duiveland gekenmerkt door een open, grootschalig en rechtlijnig verkaveld polderlandschap. In vergelijking tot andere delen van Zeeland zijn hier weinig polderdijken, oude kreekresten of andere landschappelijke elementen aanwezig. Echter, het middengebied van Schouwen-Duiveland, in het bijzonder het gebied tussen Brouwershaven, Zonnemaire en Bommenede, vormt hierop een uitzondering.
Hier is sprake van een kleinschaliger en landschappelijk meer gevarieerd gebied met een hoge belevingswaarde. Het landschap wordt hier gekenmerkt door polderdijken, kreekrestanten, fraai gelegen historisch boerderijen, een nog grotendeels ongeschonden agrarisch gebied en de nabijheid van de Grevelingen. De Grevelingen heeft hier, tussen Brouwershaven en de Plaat van Bommenede, een sterk afwisselende oeverzone en op korte afstand van de voormalige zeedijk liggen de eilanden Dwars in den Weg en Stampersplaat, omringd door vogelrijke ondiep-waterzone’s. 1
1A. Natuur Door de landschappelijke variatie is in dit poldergebied een relatief hoge biodiversiteit aanwezig. Dit zowel wat betreft vegetatietypen, al of niet aangeplante struwelen en bomen, vogels en kleine zoogdieren. Voor een indruk van de hier aanwezige diersoorten wordt verwezen naar hoofdstuk 4.11 (Ecologie) van het onderhavige concept bestemmingsplan en de bijhorende bijlage 11 (Quickscan ecologie). Tot de van algemeen belang zijnde wezenlijke natuurwaarden worden tevens gerekend: duisternis, rust, stilte, ongereptheid en een gave horizon. Deze waarden, die steeds zeldzamer worden in Nederland, zijn hier nog in ruime mate aanwezig. Echter, deze waarden zijn uiterst kwetsbaar voor omvangrijke verblijfsrecreatieve ontwikkelingen. De Grevelingen is een waardevol Natura 2000-gebied, waarvoor een Natura 2000-beheerplan is vastgesteld (Beheerplan Deltawateren 2016-2022 deelrapport Grevelingen). De oeverzone plus het aangrenzende watergebied ter hoogte van het plangebied is wat betreft vogelfunctie van groot belang. Hier komen onder andere een aantal N2000-doelsoorten voor. In het N2000-beheerplan is aangegeven dat voor enkele vogeldoelsoorten het in de instandhoudingsdoelstellingen vastgelegde aantal al meerdere jaren niet meer gehaald wordt.
Toename van oeverrecreatie, inclusief surfers, kanoërs en suppers, in dit nog rustige deel van de Grevelingen gaat gepaard met natuurverstoring. Wat betreft bijzondere kruiden- en graslandvegetaties in de Grevelingen is van belang dat op de nabij het plangebied gelegen eilanden Dwars in den Weg en Stampersplaat onder andere vegetaties met hierin de Groenknolorchis (Liparis loeselii) voorkomen. De Groenknolorchis is zeldzaam in Nederland en Europa en in het kader van de Natura2000-regelgeving voor de Grevelingen aangewezen als specifieke habitatsoort met een instandhoudingsverplichting. Er is hier sprake van een extra stikstofgevoelig vegetatietype. Hierna wordt onder punt 6 ingegaan op de Wet natuurbescherming (Wnb) aangaande gebiedsbescherming en stikstofdepositie. In het onderhavige concept bestemmingsplan ontbreekt bespreking van specifieke natuurwaarden van de Grevelingen nabij het plangebied. 1B. Cultuurhistorische landschapswaarden De cultuurhistorische waarden van het landelijke gebied tussen Brouwershaven, Bommenede en Zonnemaire zijn hoog. Sporen van de bijzondere geschiedenis van inpolderingen en dijkdoorbraken zijn hier nog goed herkenbaar aanwezig. Het landschap is in historisch opzicht goed ‘leesbaar’ en beleefbaar. Er is hier daarom ook sprake van een groot educatief belang aangaande Zeeuwse, en in het bijzonder Schouwse historie en cultureel erfgoed.
Eerder zijn de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van deze omgeving goed beschreven in een zienswijze van de vereniging Stad en Lande van 9 november 2017 aangaande de toenmalige planvoorbereiding voor het niet uitgevoerde huizenproject Ecomaire. Een kopie van deze zienswijze is als Bijlage 1 bijgevoegd en dient hier als ingevoegd beschouwd te worden. 1C. Recreatieve natuur- en landschapsbelangen
2
Het onderhavige, authentieke landelijke gebied, met zijn fraaie vergezichten en smalle landelijke weggetjes, wordt gekoesterd door zowel plaatselijke als vele andere bewoners van onze gemeente. En door vele recreanten. Dit betreft niet alleen de gebruikers van de campings ter plaatse, maar ook veel toerende, vaak fietsende recreanten van elders bezoeken deze omgeving gedurende het gehele jaar. Dit deelgebied in zijn huidige hoedanigheid vormt dan ook één van de pijlers onder het recreatie-product Schouwen-Duiveland. 2. Een uitdijende cluster van vakantieparken De landschapscamping Kijkuit vormt geen alleen liggend verblijfsrecreatiepark in deze bijzondere omgeving. Op korte afstand van elkaar, tientallen tot honderden meters, liggen hier, inclusief het bedrijf Kijkuit, vier verblijfsrecreatiebedrijven. Deze vier bedrijven zijn alleen middels twee smalle polderdijken, de Kijkuitsedijk en de Rietdijk, bereikbaar (zie hierna punt3). Door de jaren heen zijn deze recreatiebedrijven, waarvan er drie begonnen zijn als minicamping bij de boer, steeds groter geworden. Nu staan we aan de vooravond van een volgende, zeer ingrijpende vergrotingsslag. Bij twee bedrijven zou de ontwikkeling van een aangrenzend huizenpark voor jaarrond gebruik moeten gaan plaatsvinden.
De vier onderhavige recreatiebedrijven vormen wat betreft aantasting van de hiervoor beschreven waarden en de toenemende problematische verkeerskundige situatie in deze omgeving één samenhangende ruimtelijke cluster. Ten onrechte wordt in het onderhavige concept bestemmingsplan alleen uitgegaan van een zogenaamd geïsoleerd liggend ‘recreatie-eiland Kijkuit’. De realiteit is geheel anders. De complexe planologische situatie in deze omgeving had integraal behandeld moeten worden, in plaats van te werken met een ‘ouderwets postzegel-bestemmingsplan’. De vier in deze omgeving gelegen recreatiebedrijven, met hierbij vermeld het huidige aantal recreatieve standplaatsen, betreffen: - Landschapscamping Kijkuit, gelegen aan de Rietdijk, 87 plaatsen, - Landschapscamping Zonnehoeve, gelegen aan de Rietdijk, 49 plaatsen, - Residence Oud Bommenede, gelegen aan de Kijkuitsedijk, 51 plaatsen, - Kwekerij Zonnemaire, gelegen aan de Korteweg, 4 plaatsen. In totaal is in deze landelijke omgeving nu reeds sprake van een cluster van 191 recreatieve standplaatsen. Dit betreft een omvang die niets meer te maken heeft met landelijk kamperen-bij-de-boer, maar vergelijkbaar is met massa-toerisme vakantieparken zoals die in de Westhoek aanwezig zijn, inclusief de bijbehorende dagelijkse verkeersstromen. In 2020 waren er hier in totaal 167 vergunde standplaatsen aanwezig. Nu, in 2022, dus 191.
De omvang van dit cluster recreatiebedrijven neemt sprongsgewijs toe. Een nog grotere aantal standplaatsen in deze waardevolle en kwetsbare omgeving, zeker in de vorm van vakantiehuizen, zal gepaard gaan met een sterke aantasting van de hiervoor beschreven waarden. Met het huidige aantal standplaatsen is nu reeds sprake van een gevaarlijke situatie wat betreft verkeersveiligheid in deze omgeving, in het bijzonder voor wandelaars en fietsers (zie hierna punt 3). Hier zijn de grenzen voor verdere ontwikkeling van de hier liggende recreatiebedrijven bereikt en deels al overschreden. Daarom is onze vereniging dan ook tegen de plaatsing 3
van 17 huizen bij Residence Oud Bommenede, waartegen wij beroep aangetekend hebben, en 33 huizen bij landschapscamping Kijkuit. Indien beide huizenprojecten uitgevoerd zouden worden, dan zouden er hier 50 vakantiehuizen, voor jaarrond gebruik, bij komen. Hierbij zou het aantal standplaatsen in deze omgeving op 241 uitkomen. Dit betreft ongeveer 2x het aantal woonhuizen dat aanwezig is in een dorp als Ellemeet, Serooskerke of Noordwelle. Naar onze mening sluiten ook de hiernavolgende onderwerpen de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan uit. 3. Infrastructuur en verkeersveiligheid De twee enige toegangswegen naar de vier recreatiebedrijven zijn kilometerslange smalle weggetjes uit de jaren vijftig die 3.15 m breed zijn. Ze zijn gelegen op de Kijkuitsedijk, met smalle bermen die grenzen aan steil talud, en op en deels langs de Rietdijk. Het huidige verkeer op deze wegen wordt gevormd door omvangrijke landbouwmachines, vrachtwagens, autoverkeer van bewoners en toeristen, campers, toerende motorfietsen, brommers, fietsers en wandelaars. Auto’s, trekkers, fietsers en wandelaars die elkaar op deze wegen moeten passeren zijn genoodzaakt in de smalle berm te vluchten. De bermen kunnen tijdens regenval moerassig en kapotgereden zijn, waardoor ze extra gevaarlijk zijn. Plaatselijke bewoners vertellen ons dat er regelmatig gevaarlijk verkeerssituatie ontstaan.
Zeker voor wandelaars en fietsers. Deels is op de Kijkuitsedijk de berm smaller dan 1 m en gaat direct over in een steil talud omhoog of omlaag. Volgens Veilig Verkeer Nederland is de norm voor een vrij liggend veilig fietspad minstens 2.30 m. In het onderhavige geval moeten alle vormen van verkeer het met elkaar doen met een wegbreedte die slechts 70 cm breder is dan een fietspad. Door de bijzondere landschapswaarde van de onderhavige omgeving wordt het recreatieve verkeer op deze twee dijken zowel gevormd door bewoners van Schouwen-Duiveland als vakantiegangers verblijvend op het gehele eiland en door dagjesmensen. De intensiteit van het recreatieverkeer is hier de laatste jaren sterk toegenomen. Dit ten eerste omdat men, vooral met de opkomst van de e-bike, meer is gaan fietsen en ten tweede door de sterke toename van vakantiehuizenparken, appartementen en hotels op Schouwen-Duiveland. Deze worden jaarrond verhuurd, vaak inclusief een toerfiets. De sterke toename van het fietsen in Zeeland blijkt onder andere uit de toename de laatste jaren van het aantal fietsverkeerslachtoffers bij het traumacentrum van het ADRZ in Goes.. In 2020 heeft het Waterschap Scheldestromen, de wegbeheerder, een verkeersonderzoek op deze twee wegen uitgevoerd. Dit naar aanleiding van de planontwikkeling voor de plaatsing van 17 recreatiewoning bij het bedrijf Residence Oud Bommenede.
Dit onderzoeksverslag, gebaseerd op in juli 2019 uitgevoerde mechanische tellingen van alleen gemotoriseerd verkeer, dus niet van fietsers en wandelaars, is hier als Bijlage 2 bijgevoegd en dient hier als ingevoegd beschouwd te worden. De conclusies zijn: 4
-
Sinds de laatste verkeerstellingen uitgevoerd in 2013 en 2015 is het aantal motorvoertuigen hier sterk toegenomen. In 2019 werd vastgesteld dat de capaciteitsgrens voor motorvoertuigen van deze wegen al bereikt was. Indien de 17 recreatiewoningen bij Residence Oud Bommenede gerealiseerd zouden gaan worden, dan worden de capaciteitsgrenzen overschreden.
In deze notitie van het waterschap van 2020 wordt gesteld dat toen het fietsklimaat op deze weggetjes in de zomer redelijk goed zou zijn. Daar kunnen grote vraagtekens bij geplaatst worden en deze conclusie is nu zeker niet meer actueel. Deze notitie is namelijk niet gebaseerd op gerichte fietsverkeermetingen ter plaatse in 2019, maar op oude gegevens van het waterschap uit 2015. Echter, na 2015 is hier het recreatief fietsverkeer sterk toegenomen. Wandelaars, en ook ruiters, die hier regelmatig rijden, zijn toen in het geheel niet bij het verkeersonderzoek van het waterschap betrokken. In de huidige situatie, 2022, is ook voor het langzame verkeer sprake van een gevaarlijke situatie. Eveneens voor het gemotoriseerde verkeer is hier nu sprake van extra gevaarljjke weggetjes. De notitie van het waterschap van 2020 is namelijk gebaseerd op 167 recreatieve standplaatsen in deze omgeving. Dit, terwijl er nu sprake is van 191 standplaatsen (zie hiervoor punt 2). Hierdoor zal hier aanzienlijk meer recreatief verkeer gegenereerd worden dan in 2020. Een andere recente ontwikkeling die deze weggetjes nog gevaarlijker maakt is de toename van verkeersbewegingen van zware landbouwmachines.
Vier grote landbouwbedrijven in de onderhavige polders hebben in samenwerking besloten hun zware machines niet meer op hun boerderijen op te slaan, maar gezamenlijk in een loods op het bedrijventerrein bij Brouwershaven. Hierdoor is een toename ontstaan van pendelende zware machines over deze weggetjes tussen Brouwershaven en de bouwlandpercelen.
4. Beginselen van behoorlijk bestuur De hiervoor geschetste gevaarlijke verkeerssituatie in ogenschouw nemend is voor iedereen duidelijk dat een verantwoordelijke overheid geen toestemming zal verlenen voor verdere verblijfsrecreatieve ontwikkelingen in deze omgeving. Geheel terecht kwam ook de gemeenteraad in 2018 tot deze conclusie. Dus, nog voordat de duidelijke notitie van het waterschap van 2020 beschikbaar kwam. In februari 2018 heeft de gemeenteraad op basis van zelfstandige afwegingen op het laatst besloten een verklaring van geen bedenkingen te weigeren voor een omgevingsvergunning voor de plaatsing van 50 recreatiehuizen bij de Landschapscamping Kijkuit (project Ecomaire). Eén van de drie argumenten voor dit raadsbesluit was ‘verkeersafwikkeling’. Het desbetreffende raadsbesluit plus de bijbehorende motie is hier als Bijlage 3 bijgevoegd en dient hier als ingevoegd beschouwd te worden. De toelichting luidde: Wij zijn van mening dat de verkeersveiligheid te veel in gevaar wordt gebracht. De ontsluitingswegen Rietdijk en Kijkuitsedijk, zijn nog geen 4 meter breed. Passeren ge5
beurt daarom grotendeels door de berm. De verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen is 130 motorvoertuigen per etmaal. Dit is een flinke belasting voor dergelijke plattelandswegen. Ook wordt een fietser daardoor vaker gepasseerd door een auto. Dat vinden wij ongewenst. Dat was dus een heel verstandig, wel overwogen en verantwoord besluit van de gemeenteraad. Het is dan onbegrijpelijk dat de raad naderhand weer wel ingestemd heeft met een sterke uitbreiding van recreatieve standplaatsen in deze kwetsbare omgeving, zoals hiervoor aangegeven onder punt 2: na 2020 nam het aantal standplaatsen toe van 167 naar 191. Het zou onbegrijpelijk en onverantwoord zijn indien de gemeenteraad wel een verklaring van geen bedenkingen voor het onderhavige bestemmingsplan zou gaan verlenen. Niet alleen is er nu, net als in 2018, wederom aan de orde de plaatsing van 50 recreatiehuizen (17 bij Residence Oud Bommenede, waarvoor al toestemming verleend is, en 33 bij Landschapscamping Kijkuit), maar de verkeesveiligheidsituatie op deze twee weggetjes is inmiddels veel dramatischer geworden dan in 2018. Een gemeenteraad mag niet een wel overwogen en onderbouwd besluit uit 2018 na een paar jaar voor 100 % tegen spreken. Dit zeker als de onderliggende fysieke omstandigheden in de tussentijd sterk zijn verslechterd. Er zou in dit geval sprake zijn van willekeur en onbehoorlijk bestuur.
Hiermee zal een rechter, indien deze zaak aanhangig gemaakt wordt, niet kunnen instemmen. De regels voor behoorlijk bestuur betreffen deels wettelijke regels, vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en deels het ongeschreven recht, zijnde de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Punten die ons inziens in dit geval aan de orde zouden kunnen zijn betreffen: - zorgvuldige voorbereiding en de afweging van betrokken belangen (art. 3.2 Awb), - motiveringsbeginsel (art. 3.46), - rechtzekerheid- en vertrouwensbeginsel (een consequent handelende overheid), - materiële zorgvuldigheid (overheidsmaatregelen mogen zo min mogelijk schade, dus ook veiligheidsrisico’s veroorzaken), - evenredigheidsbeginsel (gevolgen van een besluit mogen niet evenredig zwaar zijn in vergelijking met het belang dat het besluit dient). 5. Antwoordnotitie vooroverlegreacties In de antwoordnotie van de gemeente van 18 februari 2022 in het kader van het vooroverleg over het onderhavige concept bestemmingsplan is gereageerd op ons punt verkeersaspecten, zoals dat hiervoor is samengevat. In reactie daarop het volgende: Algemeen gesteld vormt dit antwoord een lang verhaal waarmee getracht wordt om al redenerend op basis van aannames en verwachtingen recht te praten wat krom is.
- Voor de aantallen motorvoertuigen wordt wederom ten onrechte, zoals hiervoor beschreven onder punt 2, uitgegaan van de ‘postzegel-bestemmingsplan’-benadering. In deze omgeving zou alleen maar het ‘eiland Kijkuit’ bestaan, terwijl juist een integrale benadering hier noodzakelijk zou behoren te zijn. - De conclusies en besluitvorming over het verkeersaspect van de gemeenteraad in 6
2018 worden genegeerd. - De conclusies van het verkeersonderzoek van het waterschap van 2020 worden genegeerd. - De toename van de effecten van het totale aantal standplaatsen in deze omgeving wordt genegeerd. - De sterke groei van het fietsen in Zeeland de laatste jaren wordt genegeerd. - Er wordt verwezen naar een stukje alternatief fietstraject langs Dijkhuisjes. Dit betreft echter slechts een gedeelte van het gevaarlijke fietstraject Rietdijk. - Op niets gebaseerd wordt verwacht dat de recreanten op Landschapscamping Kijkuit allemaal op hetzelfde tijdstip aankomen en vertrekken. Daardoor zou het tegemoetkomend verkeer beperkt zijn. Afgezien van deze illusie wordt kennelijk daarbij het landbouwverkeer, vrachtwagens en auto’s van lokale bewoners en toerende recreanten van elders vergeten. - Het zouden waarschijnlijk vooral natuurgerichte recreanten betreffen, die niet met hun auto rijden maar vooral fietsen. Wat dit laatste betreft zou juist de massaliteit die de verblijfsrecreatie in deze omgeving heeft gekregen en mogelijk nog meer gaat krijgen de rust- en natuurliefhebbers wegjagen uit deze omgeving. Daarnaast zullen de gebruikers van de onderhavige recreatiebedrijven door de geïsoleerde ligging en zonder voorzieningen waarschijnlijk juist extra veel met hun auto’s op en neer rijden naar winkels, horeca-gelegenheden, bezienswaardigheden en evenementen.
Mocht het plan ontstaan om doorgroeistenen in de bermen van deze weggetjes aan te brengen, dient bedacht te worden dat het hierdoor dan nog gevaarlijker gaat worden voor fietsers en wandelaars. Fietsen op doorgroeistenen is gevaarlijk en de kans op vallen is groot. Daarnaast nodigen doorgroeistenen langs een plattelandsweg juist auto’s, tractoren en vrachtwagens uit om harder te gaan rijden. Hierdoor nemen gevaarlijke situaties voor het langzame verkeer toe. Dit blijkt onder andere op de Schelpweg bij Ellemeet, waarlangs twee of drie jaar geleden doorgroeistenen zijn aangebracht. Daarnaast is er op gedeelten van deze historische, smalle polderdijken geen ruimte voor doorgroeistenen zonder uitvoering van ingrijpende grondwerkzaamheden. Die zouden bovendien een aantasting van de wettelijk beschermde cultuurhistorische waarden van deze dijken betekenen. 6. Stikstofuitstoot en Wnb-vergunning Volgens het concept bestemmingsplan zou het uit productie nemen van 2 ha landbouwgrond de stikstofemissie van de aanlegfase en gebruiksfase van 33 recreatiehuizen compenseren. Er zou dan intern salderen toegepast mogen worden. Wij vinden deze benadering, het betreft dus jaarrond het dagelijks autogebruik van 33 huishoudens, ongeloofwaardig. En deze mening heeft kennelijk ook Provincie Zeeland, zoals uit de onderhavige Antwoordnota blijkt.
Ons inziens moet voor dergelijke recreatieprojecten gelegen aan de rand van een Natura 2000-gebied de toepassing van intern salderen uitgesloten zijn. Het nationale stikstofbeleid houdt een sterke netto afname van uitstoot in. Middels salderen, waarbij de ene vorm van uitstoot ingewisseld wordt voor een andere vorm, wordt dat beleidsdoel niet bereikt. Een dergelijke netto afname van stikstofuitstoot zal ook voor de gemeente van belang zijn. Bijvoorbeeld om de bouw van reguliere woningen mogelijk te maken. 7
Voor het onderhavige bouwproject zal een Wnb-vergunning gebiedsbescherming betreffende stikstofemissie noodzakelijk zijn. Hierbij dienen ook de cumulatieve effecten van recente en mogelijk nog komende verblijfsrecreatieve projecten in deze omgeving betrokken te worden. Hoogst waarschijnlijk zal bij een dergelijke Wnb-vergunningsprocedure door de Provincie tevens, al of niet deels, betrokken worden de gevolgen van de onlangs door de regering openbaar gemaakte kaart ‘Richtinggevende emissiereductiedoelstellingen per gebied’, opgenomen in de brief van de minister van Natuur en Stikstof aan de Tweede Kamer van 10 juni 2022, betreffende ‘Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied’. Op deze kaart wordt onder andere aangegeven dat in een zone langs de Natura2000-gebieden, dus ook langs de Grevelingen, een reductie van stikstofemissie van 70 % nagestreefd wordt. Over dit voorstel zal nog het nodige overleg plaatsvinden. Echter, voor het onderhavige bouwproject op een locatie vlak bij de Grevelingen en de nabijheid van stikstof gevoelige vegetatietypen op de eilanden in de Grevelingen, zoals hiervoor aangegeven onder punt 1A, zullen de uitgangspunten die uit het nationale emissiereductieprogramma naar voren komen waarschijnlijk een rol gaan spelen.
Zolang er voor het onderhavige project nog geen Wnb-vergunning stikstof door GS Zeeland verleend is kan de gemeenteraad in principe niet met het onderhavige bestemmingsplan instemmen. Een dergelijk standpunt heeft de raad ook ingenomen aangaande het niet vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan Brouwerseiland. 7. Laddertoets De Laddertoets, zijnde Bijlage 6 bij het concept bestemmingsplan, is ondeugdelijk uitgevoerd. Was deze toets wel correct uitgevoerd dan was de eindconclusie geweest dat de ontwikkeling van een recreatiewoningenpark, bestaande uit 33 huizen, op deze geïsoleerde locatie in een kwetsbare landelijke omgeving op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) niet gerealiseerd kan worden. De Ladder voor duurzame verstedelijking is in 2012 ingevoerd om duurzaam en verantwoord om te gaan met de beperkte open ruimte die in ons dicht bevolkte land aanwezig is en om een goede leefbaarheid voor de komende generaties te garanderen. De ontwikkeling van een cluster huizen, dus een woonwijk, in het buitengebied wordt in het kader van de Ladder . . . terecht ook beschouwd als een vorm van stedelijke ontwikkeling, inclusief de bijkomende verkeersstromen en extra milieubelasting. Middels de Laddertoets dienen bestaande en toekomstige belangen goed afgewogen te worden.
Voor een project dat gepland is in het buitengebied behoren tot die belangen ook de mogelijk aanwezige bijzondere landschaps- en natuurwaarden en cultuurhistorische- en erfgoed waarden. In dit geval is zeker sprake van deze waarden (zie hiervoor punt 1). In de onderhavige Laddertoets ontbreekt een grondige analyse van deze waarden, laat staan een goede afweging van de gevolgen van dit bouwproject in relatie tot deze waarden. Voor een dergelijk bouwproject in het buitengebied had middels de Laddertoets tevens 8
een kritische afweging aangaande toegangswegen en extra verkeersstromen uitgevoerd moeten worden. Ook deze afweging ontbreekt in de Laddertoets. In deze Laddertoets wordt telkens aangegeven dat het hier om speciale huizen gaat, namelijk ‘kampeerhuisjes’. Dit kennelijk als ‘excuus-argument’ om de Laddertoets te doen slagen. Echter, in het kader van een Laddertoets vormt de uitvoering, kleur of omvang van een huis geen argument. Bovendien, de milieu-impact van 1,5 klein huis is hetzelfde als die van een groot huis. Daarnaast wordt aangevoerd, kennelijk ook als excuus-argument, dat het hier een bijzonder duurzaam project betreft. Echter, het begrip ‘duurzaam’ voor een bouwproject betekent niet alleen goed geïsoleerde huizen, maar duurzaam betekent tevens behoud van landschaps- en natuurwaarden en streekeigen identiteit. Het bouwen van een huizenpark in een bijzonder en kwetsbaar buitengebied staat geheel haaks op het duurzaam omgaan met onze leefomgeving en een goede ruimtelijke ordening. Voor de Laddertoets moet de maatschappelijke behoefte aan het onderhavige bouwproject uitgebreid gemotiveerd worden. Is er behoefte aan nog meer recreatiewoningen op Schouwen-Duiveland ? Vanuit meerdere oogpunten gezien is het antwoord daarop ‘nee’. In wat sleutelwoorden weergegeven: De meerderheid van onze bevolking vindt dat de grenzen nu wel bereikt zijn.
Een aantal dorpen zit ‘s zomers vol en verstopt. Tegenwoordig wordt op vrijdag bij de mededelingen over files in het land regelmatig een file tussen Serooskerke en Zierikzee vermeld. De medische zorg op het eiland, met ’s zomers 90 – 100 duizend toeristen erbij, kraakt, evenals politie, personeel, etc. De situatie in Zeeland is juist dat er de komende jaren een overaanbod aan vakantiewoningen, leegstand en verpaupering gaat ontstaan. Zie in dit verband de desbetreffende passage in de Zeeuwse Kustvisie (2017). Voor deze Kustvisie is in opdracht van de provincie een verkenning van de huidige en komende vakantiehuizenmarkt uitgevoerd. Hieruit kwam onder andere naar voren: ….. het aanbod aan nieuwe recreatiewo ningen neemt harder toe dan de toenemend vraag. In 2020 zullen hierdoor 1400 recreatieve woningen het contact met de markt verliezen. Nieuwe vakantiehuizenparken zullen het proces van verpaupering en leegloop aanjagen doordat oudere parken gemeden gaan worden. Daarnaast is het zo dat als er extra vraag naar vakantiehuizen op Schouwen-Duiveland aanwezig zou zijn, dan wordt dat geheel opgevangen door de massale bouw van vakaniehuizen die momenteel in de gemeente plaatsvindt en de komende jaren nog doorzet. Meerdere traditionele campings, met staanplaatsen voor caravans en tenten, worden omgevormd in vakantiehuizenparken.
Voorbeelden van dergelijke projecten in uitvoering zijn de voormalige camping Duinrand, die omgevormd wordt in De Schouwse Valleien en camping De Vliedberg bij Scharendijke. Huizenparken die er nog aan komen zijn bijvoorbeeld de voormalige camping Bona Fide bij Renesse en de ontwikkelingen bij de Rampweg. Ook bij deze projecten speelt, net als op de Landschapscamping Kijkuit, dat veel nadruk gelegd wordt op open ruimten en een groene inrichting van het terrein. Voor de Laddertoets moet ook onderbouwd aangegeven worden of het onderhavige bouwproject niet binnen of bij bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. In dit geval is er maar één conclusie mogelijk; de bouw van 33 vakantiehuizen kan zeer goed plaatsvinden op de huizenparken die nu reeds in ontwikkeling zijn of er nog in 9
ontwikkeling gaaî komen. Hierdoor is dus niet de opoffering van een geïsoleerde locatie in een kwetsbaar buitengebied, met extra verkeersproblemen en milieubelasting, noodzakelijk. Inparagraaf 4.2. van de Laddertoets over de locatiekeuze voor het onderhavige project wordt als conclusie aangegeven dat initiatiefnemers vanwege het restrictieve beleid voor bouwprojecten aan de kust naar alternatieve locaties zoeken. Een locatie aan een Zeeuws binnenwater past in die visie. Echter, daarvoor is een Laddertoets niet bedoeld. Projectontwikkelaars willen altijd gaaghuizen bouwen op zeldzame locaties aan de rand van een natuurgebied. De Ladder voor duurzame verstedelijking is juist ingevoerd om dergelijk ontwikkelingen te voorkomen, zodatniet alle, steeds zeldzamer wordende bijzondere locaties in Nederland bebouwd gaan worden Overigens wordt met deze conclusie in de Laddertoets tevens ook 'de vinger op de zere plek' gelegd. Onze vereniging, en ook andere Zeeuwse natuurorganisaties, zijn bezorgd over mogelijke verblijfsrecreatieve bouwprojecten langs de randen van de Deltawateren in relatie tot het huidige beleid zoals vastgelegd in de Zeeuwse Kustvisie. De omvangrijke bouwprojecten die deze jaren langs het Veerse Meer uitgevoerd worden vorrnen daarvoor een schrikbeeld.
Ten slotte daarom een vriendelijk verzoek aan urtr gemeenteraad om bij de opstelling van een gemeentelijke Omgevingsvisie de bijzondere waarden van de randzone van Schouwen-Duiveland langs de Deltawateren te benadrukken en veilig te stellen.
Hoogachtend,
f'"oorzitter
Eecretaris
10
11