691615 Bijlage Zienswijzen structuurvisie wonen
Tekst van het document
Ontvangen zienswijzen Structuurvisie Wonen In deze reactienota zijn alle opmerkingen die wij hebben morgen ontvangen op concept Structuurvisie Wonen opgenomen en van een reactie voorzien. Hartelijk dank voor al uw reacties. Deze helpen ons zeer bij het opstellen van de Structuurvisie Wonen. Alle ingekomen opmerkingen op het Concept Structuurvisie Wonen zijn per pagina en per afzender gerubriceerd en van een reactie voorzien. De opmerkingen zijn onderverdeeld in twee delen; - Deel 1; de opmerkingen die in de Structuurvisie Wonen zijn achtergelaten - Deel 2; de opmerkingen die in email-vorm tot ons zijn gekomen.
Per opmerking is aangegeven of de opmerking wordt overgenomen, gedeeltelijk wordt overgenomen/verduidelijkt, of dat deze niet wordt overgenomen. In dat laatste geval wordt de keuze hiervoor onderbouwd. De bovengenoemde categorieën worden aangeduid met de volgende kleurcodering:
Yyy
Wordt aangepast Wordt gedeeltelijk overgenomen/ verduidelijkt
Wordt niet aangepast
Deel 1: opmerkingen per pagina Geen opmerkingen aangebracht in de papieren versie
Deel 2: Algemene vragen en opmerkingen Organisatie Stad en Lande
Opmerking Horizon woonvisie De tijdshorizon van de visie is niet duidelijk aangegeven in het Ontwerp. Gebruikelijk is een periode van 10 jaar vooruit, derhalve 2022-2031? Hetgeen gesteld wordt omtrent de regelmatige monitoring van de woonvisie/woningmarkt (te weten per 01.01.2023, 01.01.2026 en 01.01.2029) lijkt dit te bevestigen; Een terugblik op de voorgaande woonvisie(s) ontbreekt in dit Ontwerp. Voor een goede beoordeling van hetgeen thans wordt voorgesteld ware het goed geweest wanneer ook enige aandacht was besteed aan eerdere doelstellingen en de realisatie ervan in termen van typen woningbouw in de verschillende kernen van SchouwenDuiveland, alsmede daannee ervaren
Reactie/actie De termijn van de Structuurvisie Wonen is 10 jaar, dus 2023-2032. Dit verduidelijken we in de inleiding.
De Structuurvisie Wonen is een ruimtelijke uitwerking van de Woonvisie 2018-2027. De strategie op Wonen, zie hoofdstuk 2 van de Structuurvisie Wonen, komt uit de Woonvisie en hebben betrekking op eerder geformuleerde doelstellingen. De doelstellingen uit de Woonvisie zelf zullen worden geëvalueerd wanneer de
problemen. Als Stad en Lande kunnen we ons in grote lijnen vinden in de omvang en aard van de woningbouwopgave voor SchouwenDuiveland in de komende jaren, hoewel we bij specifieke onderdelen wel kanttekeningen willen plaatsen (zie hiema); In algemene zin geldt dat zeer recente ontwikkelingen in het beleidsmatig beteugelen van de huidige milieu-, woon-, en asielcrises in Nederland waarschijnlijk nog onvoldoende in het Ontwerp zijn verdisconteerd. Dit geldt in het bijzonder voor een mogelijke extra druk op Zeeland, c.q. Schouwen-Duiveland om een bijdrage te leveren aan het lenigen van de nationale woningbouwopgave tot 2030, de gevolgen van strengere milieueisen voor de landbouwsector, en de opvang en huisvesting van asielzoekers en statushouders. Het verdient derhalve aanbeveling hieraan extra aandacht te geven bij het opstellen van de definitieve Structuurvisie Wonen. In de Structuurvisie Wonen hoort in de optiek van Stad en Lande ook een passage over hoe in de toekomst met deeltijdwonen en zelfbewoning wordt omgegaan. Hierover is een politiek besluit nodig. Deeltijdwonen kan op gespannen voet staan met het behoud van de leefbaarheid in kemen.
Stad en Lande onderschrijft de aanpak voor het opschonen van de harde plancapaciteit om tegen te gaan dat geplande woningbouwlocaties tot in lengte van jaren boven de markt blijven hangen, terwijl woningbouw ter plaatse om specifieke redenen niet van de grond komt; Stad en Lande is er eveneens mee akkoord dat de uitbreidingsruimte zoveel mogelijk binnen de vastgestelde bebouwingscontour per kern dient te worden gerealiseerd. Wel is de vraag of de beschikbare harde capaciteit daartoe die mogelijkheid biedt dan wel dat nieuwe plancapaciteit daarvoor zal moeten worden ingezet. Helaas ontbreekt in het Ontwerp een overzicht van thans beschikbare harde capaciteit voor toekomstige woningbouw binnen de vastgestelde bebouwingscontour per kern in Schouwen-Duiveland;
Stad en Lande vraagt zich af of reguliere uitbreidingsruimte uitsluitend in de 3 groeikemen dient plaats te vinden. Ook in andere kemen kan behoefte bestaan aan
Woonvisie geactualiseerd wordt.
Binnen het ontwerp is een disclaimer opgenomen voor de recente ontwikkelingen en beperkingen die hierdoor ontstaan op het gebied van woningbouw. Deze beperkingen zijn per locatie anders van aard. Vandaar dat iedere locatie maatwerk is. Per locatie bekijken we de mogelijkheden en beperkingen en komen we tot een concreet plan.
De visie op deeltijd wonen is geformuleerd in de Woonvisie 20182027. Deeltijd wonen wordt geregeld in de Huisvestingsverordening. Op dit moment is het college bezig met een actualisatie van deze verordening.
Met de nieuwe provinciale bevolkingsprognose vanuit de provincie hebben we meer ruimte gekregen om bij te bouwen in iedere kern. Hoe deze woningen per kern verdeeld worden en wat de beschikbare ruimte per kern is, is niet vooraf te bepalen. Dit is afhankelijk van initiatieven (vanuit de markt) die worden ingediend. In eerste instantie wordt de discussie gevoerd over de kwaliteit van de plannen en daarin kan worden gestuurd op de kwantiteit van de plannen. Plancapaciteit / hard zacht is een constant bewegend proces waarbij gegevens wijzigen. Het is een momentopname en daarom niet van toegevoegde waarde om dit in een beleidsstuk op te nemen met een termijn van 10 jaar. We willen in alle kernen op SchouwenDuiveland inzetten op uitbreiding van de woningvoorraad door het toevoegen van de juiste woningtypen voor de juiste
kleinschalige uitbreidingsmogelijkheden, zulks om doorstroming van ouderen uit de kem te stimuleren en de vitaliteit en leefbaarheid in die kem te bevorderen. In het Ontwerp worden in dit verband op pagina 12 diverse kemen genoemd die kansrijke locaties voor nieuwbouw te bieden hebben en niet behoren tot de aangewezen groeikemen op Schouwen-Duiveland. De kemenprofielen en contacten met dorps- en stadsraden en relevante marktpartijen op de woningmarkt kunnen relevante informatie aandragen voor nieuwe initiatieven;
doelgroepen op de juiste locaties. Dus niet alleen in de aangewezen groeikernen. De extra ruimte die we hebben gekregen vanuit de provincie biedt hier ook de mogelijkheden toe.
Stad en Lande onderschrijft de toekomstige behoefte aan appartementen/nultredenwoningen in zowel de huur als de koopsector. maar is van mening dat in voorkomende gevallen ook beperkte en kleinschalige uitbreidingen in andere woningmarktsegmenten tot de mogelijkheden zouden moeten behoren. Signalen uit de woningmarktsector dienen daartoe de basis te vormen en kunnen ook via het reguliere monitoringmechanisme aanleiding geven tot (beperkte) aanpassingen in de woningbouwplannen op Schouwen-Duiveland.
We geven prioriteit aan het toevoegen van levensloopbestendige woningen (binnen de Woonvisie 2018-2027 is het doel gesteld om 60% tot 70% van de nieuwbouw als levensloopbestendig te ontwikkelen. Dit betekent niet dat er alleen wordt gekeken naar appartementen en nultreden woningen. Ook kleine en grote grondgebonden gezinswoningen kunnen (deels) levensloopbestendig worden uitgevoerd. Daarnaast doen we een beroep op de creativiteit van de ontwikkelaars om met de juiste concepten te komen waar aan behoefte is binnen de woningmarkt van Schouwen-Duiveland. De criteria waarvoor woningen worden geselecteerd om een beroep kunnen doen op een bijdrage uit het Transitiefonds zijn geformuleerd op pagina 15/16 onder 3.6 a t/m g.
Stad en Lande is van mening dat het goed is dat mogelijkheden zijn gecreëerd om de transitie van het woningbestand te bevorderen. Voorshands gaat het om nieuwbouw of herstructurering van een beperkt aantal woningen onder voorwaarde van sloop of aanpassing van woningen die kwalitatief niet meer aansluiten bij huidige behoefte. De keuze van welke woningen daarvoor als eerste in aanmerking komen, is afhankelijk van initiatieven van particuliere eigenaren, en discussies met de stads- en dorpsraden alsmede met woningbouwcorporaties. De criteria op basis waarvan deze woningen zullen worden geselecteerd en wie welke transitievergoeding voor zijn rekening gaat nemen, zijn evenwel onvoldoende uitgewerkt in het Ontwerp; Stad en Lande onderschrijft dat de transitieruimte binnen de vastgestelde bebouwingscontour dient plaats te vinden, en in de relevante kernen bij voorkeur op structuurbepalende locaties terecht dient te komen;
De behoefte voor woningbouw (woningtypen, doelgroepen, locaties) onderzoeken we samen met stads- en dorpsraden in het kernprofiel. Voor uitbreiding van de woningvoorraad wordt prioriteit gegeven aan (structuurversterkende) locaties binnen de kern (inbreiding). Als de beschikbare ruimte binnen de kern is opgevuld en er is behoefte aan uitbreiding van de kern, dan is dit onder voorwaarden en een goede ruimtelijke en behoefte onderbouwing mogelijk. Ook dit blijft maatwerk per kern.
Dit betreft op hoofdlijnen: - Netto onttrekking van aantal woningen - Woningen binnen de kern (bebouwde kom) - Bouwjaar voor 1970 - Max. WOZ-waarde van 50% van de NHG-grens
Stad en Lande vindt wel dat de aangeduide verdeling van woningen in het transitieprogramma tussen groeikernen en overige kernen, relatief weinig mogelijkheden voor vernieuwing van het woningbestand bieden in de overige kernen, ook al omdat deze overige kernen volgens het Ontwerp niet in aanmerking komen voor reguliere uitbreidingsmogelijkheden. Het verdient ons inziens aanbeveling nog eens goed de verdeling van reguliere uitbreidingsmogelijkheden en transitiewoningen over de groeikernen en de overige kernen tegen het licht te houden met het oog op de vitaliteit en leefbaarheid van alle kernen op Schouwen-Duiveland; Wat betreft de transitieruimte in het buitengebied is Stad en Lande van mening dat het hier inderdaad om een beperkt aantal mogelijkheden voor nieuwbouw van woningen dient te gaan, ter vervanging of herstructurering van (woonruimte bij) agrarische bedrijfsgebouwen, zulks ook in het kader van vigerend en/of nieuw natuuren milieubeleid ten aanzien van de agrarische sector en andere economische bedrijvigheid. De behoefte aan woningen voor starters op de woningmarkt is onderbelicht in het Ontwerp. Dit geldt ook voor huisvesting statushouders, asielzoekers en arbeidsmigranten;
Met betrekking tot ouderen pleit Stad en Lande voor nieuwe woonconcepten in vrijkomende dure grondgebonden woningen en andere gebouwen. Gedacht kan worden aan kleinschalige knarrenhofjes, aan het maken appartementen in een grote woning. Ook kan worden gedacht aan het bij elkaar brengen van huishoudens van verschillende leeftijdsklassen, waarbij een zorgtaak in beide richtingen te realiseren is; Stad en Lande onderschrijft de kwalitatieve opgave voor concepten als smartliving, thuishuis, knarrenhofjes om langer thuis wonen mogelijk te maken. Deze opgave geldt in vrijwel alle kernen; Gelet op de reeds geventileerde en nog te
De aangeduide globale verdeling van het transitieprogramma over de kernen (tabel 1, p. 7) is een theoretische verdeling en daarmee een richtlijn. Dit is gebaseerd op de huishoudensaantallen per kern en de aantallen zijn flexibel (uitwisselbaar) in te zetten over de verschillende kernen. Naast deze transitieruimte is de regionale behoefte ruimer geworden in verband met de nieuwe provinciale bevolkingsprognose (was 405 en is nu 1.025 woningen)
De Structuurvisie Wonen ziet niet toe op een bepaalde doelgroep, maar de opgave is om de verschillende doelgroepen (ieder met eigen uitdagingen) een plek te geven en te kunnen huisvesten binnen onze gemeente. Onze strategie richt zich voornamelijk op het bevorderen van doorstroming – het toevoegen van de juiste levensloopbestendige concepten voor onder andere senioren – waardoor deze doelgroep mogelijk verhuist naar een woning die beter past bij de behoefte. Hierdoor kan een verhuisketen op gang worden gebracht met 1 tot 5 verhuizingen tot gevolg. Hiermee hopen we meer woningen vrij te krijgen waardoor doelgroepen als starters meer kans krijgen om toe te treden tot de woningmarkt. In het kader van de doorstroming onderzoeken we nieuwe woonconcepten voor senioren, waaronder transformatie van bestaande woningen en gebouwen naar levensloopbestendige appartementen. Op een aantal locaties zijn hier ook al concrete initiatieven voor. We nemen deze suggesties mee in de uitvoering.
Het college is al bezig met uitwerking en
verwachten behoefte aan woongelegenheid voor elk van de hiervoor genoemde groepen is Stad en Lande van mening dat hieromtrent reeds op korte termijn nadere uitwerking en planvorming dienen plaats te vinden, zodat tijdig invulling aan deze reserve van 300 woningen kan worden gegeven;
Stad en Lande is van mening dat ten aanzien van deze woningmarktcategorie compensatie in de vorm van vervanging of herstructurering van een andere woning of bouwtitel dan wel het betalen van een financiële vergoeding niet in alle gevallen goed mogelijk zal zijn, omdat het soms om nieuwe woonconcepten gaat waarvoor betaalbaarheid een belangrijk element is gelet op de doelgroep. Derhalve zullen hiervoor nieuwe, passende oplossingen moeten worden geboden om een en ander realiseerbaar te maken.
Burger, Renesse
Stad en Lande is het in grote lijnen eens met de geformuleerde uitvoeringsregels. In enkele gevallen zou Stad en Lande graag een andere invulling willen zien. In voorgaande punten is hiervan reeds kond gedaan; Er is een regelmatige monitoring van de Structuurvisie voorzien, te weten op 3 momenten: 01.01.2023, 01.01.2026 en 01.01.2029. Het eerste monitoringmoment per 01.01.2023 komt Stad en Lande enigszins overbodig over, aangezien de Structuurvisie Wonen naar verwachting per deze datum door de Gemeenteraad zal worden vastgesteld; Evaluatie van de realisatie van de vorige woonvisie heeft niet plaatsgevonden c.q. is niet opgenomen in dit Ontwerp. O.i. biedt zo'n evaluatie een belangrijke basis voor de beoordeling en nadere uitwerking van specifieke onderdelen van de nieuwe woonvisie en verdient het om die reden een plaats in de Structuurvisie Wonen. Zienswijze Structuurvisie Wonen (november 2022) Het onderwerp van deze zienswijze heb ik vorig jaar, vrijwel identiek, onder uw aandacht gebracht n.a.v. het Bestemmingsplan Renesse. U heeft mij toen ondubbelzinnig te verstaan gegeven dat dit onderwerp bepaald niet toepasselijk was in
planvorming voor woningbouw op kernniveau door middel van het kernprofiel waarin onder andere de woningvoorraad, de behoefte en geschikte locaties voor woningbouw worden onderzocht. We houden de beschikbare woningaantallen die we toe kunnen voegen nauwlettend in de gaten door periodieke monitoring van woningbouwplannen. Hierdoor weten we wat waar gebouwd wordt en welke ruimte (aantallen) voor woningbouw nog beschikbaar is. Indien directe compensatie door onttrekking van een woning niet mogelijk is, dient een bijdrage te worden gedaan in het Transitiefonds. Voor bepaalde woningtypen waar behoefte aan is op Schouwen-Duiveland zijn uitzonderingscriteria opgesteld voor de bijdrage aan het transitiefonds (zie p. 10/11). Deze uitzondering geldt onder andere voor levensloopbestendige woningen, wonen met zorg, middenhuur woningen met een max. huurprijs van € 900,00 per maand, sociale huur- of koopwoningen, tijdelijke woningen (indien gelegen op structuurversterkende locatie en het plan aantoonbaar financieel onhaalbaar is). Daarnaast kan het college/raad voorstellen om vrijstelling te verlenen aan een bijdrage aan het transitiefonds.
De regelmatige monitoring heeft betrekking op de Woningmarkt Analyse, waarop deze Structuurvisie onder andere is gebaseerd. Mocht de Woningmarkt Analyse zodanig veranderen dat herijking van de Structuurvisie nodig is, dan wordt dit zodanig aangepast. De Structuurvisie Wonen is een kapstok waaronder diverse beleidsstukken en instrumenten hangen. De evaluatie van de woonvisie staat gepland voor begin 2023 en daarin worden de doelstellingen geëvalueerd. Het opnemen van concrete plannen of initiatieven daartoe behoren niet in de Structuurvisie Wonen thuis. Dit betreft een beleidsdocument. De ontwikkeling zoals in de zienswijze beschreven is een nieuwe ontwikkeling.
het kader van dat bestemmingsplan. Nu lees ik dat er zienswijzen kunnen worden ingediend t.a.v. Structuurvisie Wonen en dus probeer ik het onderwerp opnieuw onder uw aandacht te brengen. Mogelijk staat u er nu wel voor open. Mijn naam is Jan Vroon en ik vraag uw aandacht voor drie percelen in Renesse, tussen Lindelaan en Achterpad. Dit in verband met de Structuurvisie Wonen. Het betreft: > Achterpad 11 (kadastraal WTS A 355), > Achterpad 7, (tevens Lindelaan 4, kadastraal WTS A 353) en > Achterpad ongenummerd (soms benoemd Lindelaan 2a, kadastraal WTS A 665). Deze percelen heb ik in eigendom verkregen in de ruim 20 jaar dat ik als horecaondernemer heb gewerkt aan de Lange Reke in Renesse. Als de gelegenheid zich voordeed heb ik de panden waarin mijn bedrijf gevestigd was gekocht en deze panden vormen nu mijn pensioen. Met de aankoop van deze panden werd ik ook eigenaar van drie percelen aan het Achterpad die er historisch mee verbonden waren. Percelen die doorlopen tot aan de Lindelaan (er liggen overigens tussen de drie genoemde percelen nog twee soortgelijke percelen van onze buren, t.w. Achterpad 5 en 9). Voor zover mij bekend hebben deze percelen tussen Achterpad en Lindelaan een tamelijk ongewone geschiedenis. Het waren in een ver verleden de tuinen van woningen aan de Lange Reke.
Die tuinen waren heel diep en liepen tot aan de Lindelaan, in die tijd nog de noordgrens van bebouwd Renesse. Die diepe tuinen betekenden een flink stuk omlopen als men 'even achterom' wilde en dat heeft, neem ik aan, ertoe geleid dat er een 'geitenpaadje' ontstond, kort achter die woningen dwars door die tuinen. Sinds die tijd is er veel veranderd: 1. De panden aan de Lange Reke zijn inmiddels detailhandelsen horecapanden. 2. Het pad achterom is nu openbare weg, het Achterpad, met name voor bevoorrading. 3. De ‘afgesneden’ tuinen werden zelfstandige percelen met eigen huisnummers aan het Achterpad. Jarenlang gebruikt als opslag- en parkeerruimte door de bedrijven aan de Lange Reke. 4. De Lindelaan werd onderdeel van bebouwd Renesse met woningen aan de noordzijde. Door deze ontwikkelingen is de Lindelaan m.i. een tamelijk aparte straat geworden. De woonfunctie aan de noordzijde is in de loop der jaren verder uitgebreid met ‘Vronenburg’ en woningen op het voormalig terrein van Bouwman Transport. Vrijwel al die woningen kijken uit op genoemde 'restpercelen' aan de zuidkant, veelal verrommeld en bebouwd met tamelijk onooglijke schuren. De band met de bedrijven aan de Lange Reke, waarvoor deze percelen ooit een functie hadden, is veel minder geworden. Daarbij zijn de percelen ook veel groter dan voor deze bedrijven
Hiervoor heeft de indiener eerder aandacht gevraagd waarop vanuit de gemeente geadviseerd is de vraag voor te leggen middels een vooroverleg/principeverzoek. Wij adviseren de indiener van de zienswijze nogmaals om een verzoek tot vooroverleg/ principeverzoek in te dienen met betrekking tot de voorgestelde plannen.
nuttig en nodig. Dat brengt de vraag: kunnen we daar niks mee ? Kunnen wij deze percelen niet zinvoller invullen ? Om die vraag te beantwoorden moet m.i. de focus niet langer uitsluitend liggen op de historische band met Achterpad en Lange Reke, maar moeten we de situatie nodig eens bekijken vanuit de Lindelaan. Wordt die Lindelaan niet veel aantrekkelijker als daar ook 'aan de overkant' gewoond kan worden ? Persoonlijk lijkt mij dat een prima idee waar het dorp sterk van zou profiteren. Er zijn wel wat haken en ogen die de invullingsmogelijkheden beperken. Om te beginnen kunnen we er niet omheen om aan het Achterpad enige opslagruimte te behouden voor de bedrijven aan de Lange Reke. Dat brengt mee dat bedoelde nieuwe woningen, met de voorgevel aan de Lindelaan, niet allemaal een achterom kunnen hebben. Ook staan hun voorgevels gericht naar het noorden, dus een gezellig voortuintje zit er ook niet in. Maar wel een prima parkeerplaats voor de deur, dat dan weer wel. Welke invulling is er dan mogelijk, waar kom je dan op uit ? Naar mijn idee op betaalbare appartementen zonder veel opsmuk, voor wat ik zou willen noemen 'de doelgroep tiny houses'. Dus woonruimte voor starters, want ik meen toch begrepen te hebben dat deze doelgroep nog wel wat woonruimte kan gebruiken op Renesse, gezien de belangstelling voor die tiny houses aan de Laône.
Aan u de vraag: kunt u meegaan in deze gedachte en kan daar al op worden voorgesorteerd ? Twee appartementen op elk perceel lijkt mij realistisch, dus gaat het dan over zo'n zes appartementen. Mogelijk ook meer, zeker als onze buren er in mee willen gaan. Of zij die interesse zouden hebben weet ik niet, maar als u het een goed plan vindt kunt u deze eigenaren ook mogelijkheden bieden. Om u een beter idee te geven zou ik de situatie graag ter plaatse toelichten, met name kan ik verduidelijken hoe e.e.a. er uit zou kunnen zien aan de hand van het pand Achterpad 7, dat al sinds 2007 een tweede voorgevel heeft aan de Lindelaan (huisnummer 4). Daar is nu een kantoorruimte op de verdieping, waarvan de huurder, na ruim tien jaar, vertrokken is. Natuurlijk kan ik op zoek naar een nieuwe huurder, maar liever gebruik ik de leegstand om appartementen te realiseren. Voor alle duidelijkheid, ik wil niet de indruk wekken dat ik de financiële middelen voor al die plannen zo maar uit m'n achterzak trek. Bepaald niet, financiering is wel 'een dingetje'. Maar waar een wil is, is een omweg. Hoe dan ook, het plan moet eerst mogelijk worden voordat we toekomen aan vragen over uitvoering en financiering.
Dorpsraad Scharendijke
Aan Burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland Postbus 555 4300 JA Zierikzee Onderwerp: Zienswijze Structuurvisie Wonen Geacht college, Als dorpsraad van Scharendijke e.o. hebben wij kennis genomen van de Structuurvisie Wonen. Wij waren onder de indruk van het lijvige rapport en constateerden tot onze vreugde dat er ruimte geboden wordt om, onder voorwaarden, te komen tot uitbreiding van het woonpotentieel. Jarenlang werden wij als dorpsraad geconfronteerd met de vraag “waarom kunnen wij (de jonge starters) niet een huis bemachtigen in ons dorp”. Toen het gat in de Dorpsstraat bestemd was voor recreatieve bewoning en het vervolgens nog lang duurde, was het best spannend. Wij hebben daarop een enquête gehouden en de resultaten ook via de dorpskrant gedeeld. In de laatste openbare dorpsvergadering hebben wij het gemeente standpunt met betrekking tot wonen weer herhaald en opgeroepen denk alstublieft mee wat wel mogelijk zou zijn. Want “invlechten” in de bestaande “kom” is misschien wel een optie maar niet de enige Uiteraard werd gelijk geroepen hoe zit het nu met het oude kerkgebouw op het Zwarte Plein. Verder werd er genoemd of de strook bij de sportvelden ( de huidige ijsbaan) een goede optie zou zijn om een rijtje huizen te bouwen . Tot zover onze inleiding . Nu willen wij de link leggen naar de structuurvisie en welke aanknopingspunten wij zien.
Uit onze enquête blijkt dat ouderen bereid zijn om anders te gaan wonen. In uw nota spreekt u over een transitieprogramma waarbij extra woningen nodig zijn om de zogenaamde schuifruimte te creëren. Uit de bijlage blijkt ook dat met name de ouderen naar zogenaamde nultredenwoningen willen gaan. Maar u gaf ook aan dat toevoegen van genoemde woning wel vijf verhuisbewegingen kan generen en dat dat ook wel enige tijd zal vergen. Wij onderschrijven deze zienswijze en denken dat er een verschil zal zijn in grote en kleine gemeenschappen. Een aantekening hierbij is dat je dergelijke woningen niet moet bouwen op achteraf locaties maar dat je ze juist op mooie locaties moet bouwen ( denk aan uitzicht) om het aantrekkelijk te maken. Zoals in onze inleiding zou de” ijsbaan” een prima locatie zijn in Scharendijke. Een punt dat ook genoemd wordt is de neiging naar meer kleine gezinshuishoudens. Je ziet in Nederland steeds meer woonrelaties die uiteenvallen en jonge mensen, met op die
Voor iedere kern binnen de gemeente stellen wij een kernprofiel op, de eerste profielen zijn inmiddels gerealiseerd. In dit profiel worden de kernen geanalyseerd aan de hand van verschillende gegevens, zoals demografische gegevens en gegevens met betrekking tot de bestaande woningvoorraad. Op basis hiervan wordt verder de toekomst in gekeken samen met de desbetreffende stads- of dorpsraad. Waar is behoefte aan (woningtype, doelgroepen, prijsklassen, etc.)? Waar zijn mogelijkheden en welke geluiden ontvangen de stads- en dorpsraden van inwoners. De verwachting is dat voor eind 2024 van alle kernen een kernprofiel is opgesteld. De door de dorpsraad Scharendijke aangegeven punten zijn juist de gesprekpunten die behoren bij de totstandkoming van het kernprofiel.
leeftijd, nog niet al te hoge inkomens. Ook de arbeidsmigranten worden nog genoemd en dan met name laag opgeleid. Hier wordt in uw rapport niet echt een oplossingsrichting genoemd. Starterswoningen worden gekwalificeerd als een bijdrage dat de woningmarkt op slot blijft. Wij onderschrijven dat niet, wel dat het ten opzichte van nultredenwoningen met vijf verhuisbewegingen minder beweging op de woningmarkt geeft. Wij denken toch dat kleine appartementen in bijvoorbeeld het oude voormalige kerkgebouw, met een huur die voldoet aan de norm die gesteld mag worden aan genoemde doelgroep, ook zeker een kans maakt. Tevens is het voor het dorp ook een oplossing om het afschuwelijke dorpsgezicht te veranderen. U geeft wel aan dat er ruimte is voor een reserve van 300 budget gebonden woningen, wij denken dat die passen in een “kerkproject”. In uw rapport wordt verder gesproken over langere termijn verduurzamen. Landelijk is bekend dat vele woningen van 50 jaar en ouder niet voldoen aan de normen die de komende jaren zullen gaan gelden. In Scharendijke zijn vele kleine woningen die de toets van de toekomst niet zullen doorstaan. Met de komst van “Scharrenstaete” is duidelijk geworden hoe het ook kan. Wij denken dat de huidige woonvoorraad ook een transitie kan ondergaan richting een vorm die we zien in “Scharrenstaete”.
Misschien is dan integraal wonen van ouderen beneden en jongere boven een optie. Het idee is dus bestaande eenheden om te vormen naar wooneenheden maar dan met twee woonlagen. Het is een idee en aangezien veel woningen bij Zeeuwland in beheer zijn, kan deze zienswijze met Zeeuwland besproken worden. Samenvattend Wij zijn zeer content met het geleverde rapport en zien heel veel kansen. Met name in de nultredenwoningen en in het invlechten op bestaande gebieden. Dit laatste mag volgens ons nog wat duidelijker in de nota komen. Ook zien wij mogelijkheden om op langere termijn de huidige kwaliteit te combineren met uitbreiding van het woonvolume. Mogelijk is het aan te bevelen om integraal wonen tussen jong en oud mee te nemen. Wij vinden Scharendijke een uitstekende plek om te beginnen omdat er qua stikstof /co2 problematiek niet veel grote bezwaren zullen zijn. Namens de dorpsraad Scharendijke e.o.