CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

634035 Bijlage 4 Was - wordt lijst

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Algemene subsidieverordening 2023 (634035)7.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wordt/Was-lijst Algemene subsidieverordening 2023 Hieronder volgt de Wordt/Was-lijst behorend bij de Algemene subsidieverordening 2023 (ASV). Hierbij wordt van de nieuwe ASV uitgegaan. Voor een artikelsgewijze toelichting wordt verwezen naar het document Toelichting Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2023. Wordt Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Awb: Algemeen wet bestuursrecht; b. college: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente SchouwenDuiveland; c. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie heeft vastgesteld; d. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; e. raad: gemeenteraad van de gemeente Schouwen-Duiveland; f. egalisatiereserve: een reserve die gevormd wordt uit exploitatieoverschotten om eventuele toekomstige tekorten op te kunnen vangen (overeenkomstig artikel 4:72 van de Awb) g. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; h. vrij besteedbaar vermogen: de waarde van de bezittingen minus de schulden. In de berekening van het vrij besteedbaar eigen vermogen wordt een toegestane reserve (zie

Was Artikel 1.1 Omschrijving van gebruikte begrippen Deze verordening verstaat onder: a. aanvraag: een aanvraag als bedoeld in artikel 4:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) om in aanmerking te komen voor een subsidie in het kader van deze verordening;

Toelichting Een aantal begrippen komen in de nieuwe verordening niet terug, aangezien deze begrippen ook in de Awb zijn omschreven. In de nieuwe verordening wordt rekening gehouden met de verplichtingen die bestaan op grond van Europees recht en het verbod op staatssteun. Vandaar dat de begrippen Europees steunkader, Verdrag en De-minimissteun zijn toegevoegd.

b. aanvrager: een rechtspersoon die voor een budgetsubsidie of projectsubsidie in aanmerking wil komen; c. accountantsverklaring: een in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde gewaarmerkte verklaring over het gevoerde financieel beheer en de financiële verantwoording, waaruit in ieder geval blijkt of de ontvangen subsidie besteed is aan de in de verlening genoemde beleidsdoelen en of de besteding rechtmatig is verlopen (controleverklaring) of een verklaring omtrent de getrouwheid van het beeld in de beoordeelde jaarrekening (beoordelingsverklaring); d. activiteiten: werkzaamheden die zijn gericht op door de gemeente nagestreefde doelen die van ideële of materiële aard kunnen zijn, waarvan de resultaten meetbaar zijn in termen van kwantiteit, kwaliteit of geld en die ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Schouwen-Duiveland; e. activiteitenplan: een overzicht en omschrijving van de geplande activiteiten; f. afschrijving: Investeringen die over meerdere jaren een nut afwerpen komen over meerdere jaren ten laste 1

artikel 12) niet meegenomen. i. De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijen aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);]

van de rekening van baten en lasten en worden niet in het jaar van aanschaf volledig ten laste van de exploitatierekening gebracht; g. Awb: de meest recente versie van de Algemene wet bestuursrecht; h. beleidsregel: een bij besluit vastgestelde algemene regel,niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van het college; i. boekjaar: een kalenderjaar; j. budgetsubsidie: een subsidie voor activiteiten met een voortdurend karakter; k. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland; l. dorpsraad: een orgaan dat door de gemeente bij convenant is ingesteld en dat gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt of uit kan brengen onderwerpen betreffende de leefbaarheid en de directe leefomgeving van de inwoners; m. eigen middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover de subsidieontvanger kan beschikken, waaronder inkomsten uit contributies, inkomsten uit deelnemersbijdragen, inkomsten uit donaties, erfstellingen, legaten, reserves, voorzieningen en aan instellingen gelieerde organisaties, exclusief opgebouwde reserves en/of voorzieningen waar de gemeente toestemming voor heeft gegeven; n.

erkende organisatie: een rechtspersoon als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die als zodanig door het college is erkend in het kader van het subsidiebeleid en die is opgenomen in het register; 2

o. nadere regel: een door het college vastgestelde algemene regel inhoudende een zelfstandige normstelling als nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening met externe werking; p. project: een eenmalige activiteit of samenstelling van activiteiten die niet behoort of behoren tot de reguliere activiteiten van de aanvrager en die duidelijk gebonden is of zijn aan een bepaalde tijd; q. raad: de gemeenteraad van de gemeente Schouwen-Duiveland; r. rechtspersoon: een rechtspersoon als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk de belangen van ideële of materiële aard van de inwoners van de gemeente Schouwen-Duiveland te behartigen; s. register: het overzicht van de door het college in het kader van deze verordening erkende organisaties en instellingen waarmee zij een structurele subsidierelatie onderhoudt; t. reserve: een vrij te bestemmen deel van het eigen vermogen u. subsidie: de aanspraak op financiële middelen die door de gemeente worden verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten, en anders dan ter uitvoering van een door een hogere overheid opgelegde taak; v.

subsidiebeschikking: een beschikking die een omschrijving bevat van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en het bedrag van de subsidie, dan wel het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld en de wijze waarop dit bedrag wordt betaald; 3

w. subsidieplafond: een bedrag dat gedurende een begrotingsjaar door de raad ten hoogste beschikbaar wordt gesteld voor vormen van subsidie die op basis van deze verordening en de geldende deelverordening worden verleend; x. subsidievaststelling: een beschikking die een omschrijving bevat van de activiteiten waarvoor subsidie is vastgesteld of ten hoogste zal worden vastgesteld, en de wijze waarop dit bedrag wordt betaald; y. subsidieverlening: het besluit tot verstrekking van een subsidie; z. uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst tussen het college en een subsidieontvanger ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening; aa. vermogensplan: een overzicht van alle aanwezige reserves en voorzieningen welke met oogmerken gevormd (gaan) worden, inclusief de hoogte van de reserves en voorzieningen en de verwachte storting/ onttrekking van de reserve; bb. verplichting: een door het college aan een subsidieontvanger opgelegde taak;

Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb.

cc. voorziening: deel van het vreemde vermogen welke gereserveerd is voor toekomstige lasten, tekorten, risico’s of verplichtingen die voortvloeien uit de voorbije periode. Artikel 2.1 Reikwijdte van de verordening 1. Deze verordening is van toepassing op de subsidiering van activiteiten, die door aanvragers van subsidie in het belang van de gemeente worden uitgevoerd en waarop geen andere verordening van toepassing is of een andere verplichting tot (mede)financiering door de gemeente geldt.

In artikel 4:23, eerste lid van de Awb is bepaald dat een bestuursorgaan slechts op grond van een wettelijk voorschrift een subsidie mag verstrekken. Onderhavige subsidieverordening vormt het wettelijke grondslag tot subsidieverlening. In het derde lid van artikel 4:23 Awb zijn uitzonderingen benoemd op basis waarvan het college zonder wettelijke grondslag een subsidie mag verstrekken. Het college kan in die 4

2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

2. Alleen activiteiten die passen binnen de door de raad of het college geformuleerde beleidsdoelen kunnen voor een subsidie in aanmerking komen

Artikel 3. Bevoegdheid 1. Het college is bevoegd te beslissen tot subsidieverstrekking. 2. Het college kan regels (subsidieregelingen) vaststellen ten behoeve van het verstrekken van subsidies.

Artikel 2.2 Verdeling van de bevoegdheden 1.De raad is bevoegd de beleidskaders vast te stellen op grond waarvan het college subsidie kan verstrekken.

gevallen beslissen dat de ASV (deels) van toepassing is.

2.De raad stelt jaarlijks per programma het subsidieplafond vast. De subsidieplafonds worden bekend gemaakt voor het begin van het tijdvak waarvoor ze zijn vastgesteld. 3.Het college is door de raad belast met de uitvoering van deze verordening en voor zover van toepassing van titel 4.2 Awb. 4.Het college is bevoegd tot heroverweging van de omvang en bestemming van de beschikbare subsidiemiddelen binnen de door de raad per programma vastgestelde subsidieplafonds.

Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de

5.Het college kan ter nadere uitwerking van deze verordening nadere regels en beleidsregels vaststellen. -

Deze bepaling is nieuw ten opzichte van de vorige ASV.

5

verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader. Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. Het college stelt de subsidieplafonds vast. 2. In dat geval bepaalt het college bij subsidieregeling of bij besluit tot vaststelling van het subsidieplafond de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. Een subsidie ten laste van een gemeentelijke begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de gemeentelijke begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel 6. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt via de gemeentelijke website met E-herkenning ingediend bij het college. Voor natuurlijke personen geldt DigiD. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a.

een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

-

Deze bepaling is nieuw ten opzichte van de vorige ASV. Zie voor een nadere toelichting

Artikel 3.1 De aanvraag 1.Een aanvraag voor een budgetsubsidie tot € 25.000 wordt jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan de periode van vier jaar als bedoeld in artikel 3.2 lid 3 waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld formulier. (…) 5.Bij de aanvraag wordt door de aanvrager ingediend: a. het aanvraagformulier; b. een activiteitenplan voor het boekjaar waarop de

In de vorige ASV werd nog onderscheid gemaakt tussen een budgetsubsidie en een projectsubsidie. Dat onderscheid is er nu niet meer, waardoor nu sprake is van een uniforme aanvraagprocedure.

6

b. de doelen en resultaten die met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als de aanvrager een onderneming is: 1°. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm dan ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 2°. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot deminimissteun (de-minimisverklaring); e. de balans met de stand van het vrij besteedbaar eigen vermogen op 31 december van het voorafgaande jaar. Indien er reserveringen of voorzieningen zijn opgenomen in de balans, dan zijn deze onderbouwd. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

aanvraag betrekking heeft en waarin de aard en omvang van de activiteiten, de te leveren prestaties, de doelgroepen, de beoogde doelstelling(en) en het gevraagde subsidiebedrag zijn vermeld; c. een motivering waarom de uit te voeren activiteiten niet kostendekkend zijn of kunnen zijn, en waarom gemeentelijke subsidiëring gewenst is; d. een begroting van baten en lasten voor het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft en de vier jaar volgend op dit boekjaar; e. een balans van het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft en waaruit het eigen vermogen van de organisatie blijkt; f. een vermogensplan; g. een opgave van bij derden aangevraagde subsidie voor dezelfde activiteiten, met daarbij de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvra(a)g(en). 6.Het college kan eisen formuleren waaraan het activiteitenplan moet voldoen. Artikel 4.1 De aanvraag 1.Een aanvraag voor een projectsubsidie kan door meerdere (rechts)personen gezamenlijk worden ingediend, waarbij één van de aanvragers optreedt als hoofdaanvrager. 2.Een aanvraag voor een projectsubsidie dient minimaal acht weken voor aanvang van de activiteit(en) ingediend te worden bij het college 3.Als een aanvraag niet tijdig is ingediend, dan wordt deze in afwijking van het bepaalde in het tweede lid van artikel 2.6 door het college buiten behandeling gesteld.

4.Een projectaanvraag is minimaal € 500 groot. In bijzondere gevallen kan het college bij beschikking gemotiveerd van het bodembedrag afwijken. In voorkomende gevallen kan het college hiervoor nadere regels stellen. 5.Bij de aanvraag wordt door de aanvrager ingediend: a. het aanvraagformulier; 7

Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie voor één of meer kalenderjaren, wordt uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het kalenderjaar of de kalenderjaren waarop de aanvraag betrekking heeft, ingediend. 2. Een aanvraag om een subsidie boven het bedrag van € 25.000 per kalenderjaar, wordt uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, ingediend. 3. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tussen 12 en 26 weken voordat de

b. beschrijving van de activiteit(en) (activiteitenplan), inclusief het doel waarvoor subsidie aangevraagd wordt, de te leveren prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten; c. een motivering waarom de uit te voeren activiteiten niet kostendekkend zijn of kunnen zijn, en waarom gemeentelijke subsidiëring gewenst is; d. een begroting waarin alle baten en lasten van de activiteit(en) zijn weergegeven; e. een opgave van bij derden aangevraagde subsidie voor dezelfde activiteit(en), met daarbij de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvra(a)g(en); f. inzicht in de reserves, eigen middelen en voorzieningen van de aanvrager als de aanvrager een rechtspersoon is; g. een gewaarmerkt exemplaar van met daarin opgenomen de laatste bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde statuten als de aanvrager een rechtspersoon; h. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel als de aanvrager een rechtspersoon is. 6.Het college kan eisen formuleren waaraan het activiteitenplan moet voldoen. 7.De kosten van de activiteit(en) die al zijn gestart voor de subsidieverlening zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het college, komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.1 De aanvraag 1.Een aanvraag voor een budgetsubsidie tot € 25.000 wordt jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan de periode van vier jaar als bedoeld in artikel 3.2 lid 3 waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld formulier. 2.Een aanvraag voor een budgetsubsidie boven € 25.000 wordt voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld formulier. 3.De aanvrager kan het college verzoeken om uitstel

De nieuwe ASV kent geen onderscheid tussen een budget- en een projectsubsidie. Hierdoor is het mogelijk om de geldende aanvraagtermijnen overzichtelijk in één artikel vast te leggen.

8

aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

van de in het eerste en tweede lid genoemde termijn. 4.Het in het vorige lid bedoelde verzoek moet minimaal vier weken voor het verstrijken van de in het eerste en tweede lid genoemde termijn schriftelijk en voorzien van een motivering bij het college worden ingediend. (…) Artikel 4.1 De aanvraag (…) 2.Een aanvraag voor een projectsubsidie dient minimaal acht weken voor aanvang van de activiteit(en) ingediend te worden bij het college

Artikel 8. Beslistermijn en beslissing op de aanvraag 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, uiterlijk op 31 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar of de kalenderjaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen 12 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd tot 6 weken nadat de eindbeslissing van de Europese Commissie is ontvangen. 5. Een subsidie wordt voor maximaal vier kalenderjaren verleend. 6. Een subsidie boven het bedrag van € 25.000 per kalenderjaar, wordt verleend voor maximaal één kalenderjaar.

Artikel 3.2 De verlening 1.Het college beslist op een aanvraag binnen 4 weken na vaststelling van de begroting door de raad. 2.Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met vier weken. 3.Een budgetsubsidie die de grens van € 25.000 niet overschrijdt wordt verleend voor een periode van 4 jaar. 4.Een budgetsubsidie boven € 25.000 wordt verleend voor 1 jaar.

De nieuwe ASV kent geen onderscheid tussen een budget- en een projectsubsidie. Hierdoor is het mogelijk om de geldende beslistermijnen overzichtelijk in één artikel vast te leggen.

Artikel 4.2 De verlening 1.Het college beslist op een aanvraag voor een projectsubsidie uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag. 2.Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met twee weken.

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 9

1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, weigert het college de subsidie in ieder geval als: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; c.

als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; d. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. e. de activiteiten niet of onvoldoende bijdragen aan het realiseren van de beoogde 10

beleidsdoelstellingen; f. de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd geen of onvoldoende meerwaarde heeft voor het bestaande (activiteiten)aanbod in de gemeente; g. de activiteiten niet vrij en openbaar toegankelijk zijn voor alle inwoners uit de gemeente en/of de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben; h. de aanvrager een winstoogmerk heeft. i. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, weigert het college de subsidie in ieder geval als: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a.

subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kan het

Artikel 2.8 Weigering van een subsidieaanvraag 1.De subsidieaanvraag wordt in ieder geval geweigerd als een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: a. de aanvrager verbonden is aan een commerciële instelling die dezelfde of vergelijkbare activiteiten aanbiedt; b. de voor subsidie voorgedragen activiteiten in dezelfde of vergelijkbare vorm aangeboden worden door een commerciële instelling; c. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; d. de subsidie niet wordt aangewend in overeenstemming met het doel waarvoor deze wordt verleend; e. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie te verbinden verplichting(en); f. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; g. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag heeft geleid. 2.De subsidieaanvraag wordt geweigerd als de

De weigeringsgronden met betrekking tot strijdigheid met Europese regelgeving (staatssteun) stond nog niet in de vorige ASV. In de vorige ASV stonden ook de intrekkings- en terugvorderingsgronden vermeld. Echter, deze staan ook in artikelen 4:48 en 4:49 Awb.

11

college de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; c. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; d. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. e. de activiteiten niet of onvoldoende bijdragen aan het realiseren van de beoogde beleidsdoelstellingen; f. de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd geen of onvoldoende meerwaarde heeft voor het bestaande (activiteiten)aanbod in de gemeente; g. de activiteiten niet vrij en openbaar toegankelijk zijn voor alle inwoners uit de gemeente en/of de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben; h. de aanvrager een winstoogmerk heeft. i. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; Artikel 10. Betaling voorschotten kalenderjaarsubsidies 1.

De betaling van een voorschot voor een kalenderjaarsubsidie tot € 10.000 geschiedt uiterlijk op 15 januari van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. 2. De betaling van een voorschot voor een kalenderjaarsubsidie boven € 10.000 geschied in twee termijnen per jaar te weten uiterlijk op

activiteiten al door het college langs andere weg worden bekostigd. 3.De subsidieaanvraag wordt geweigerd als naar het oordeel van het college op het betreffende beleidsterrein al voldoende al dan niet gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd die in het directe belang van de inwoners van Schouwen-Duiveland zijn. 4.De subsidieaanvraag wordt geweigerd als de aanvrager de kosten van de activiteit uit eigen middelen of uit middelen van derden kan betalen. 5.Activiteiten die enkel zijn gericht op religieuze, levensbeschouwelijke, politieke of commerciële doeleinden worden niet gesubsidieerd. 6.De subsidieaanvraag wordt geweigerd als de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. 7.De subsidieaanvraag wordt geweigerd als met het verlenen ervan de subsidieplafonds worden overschreden.

Artikel 3.3 Betaalbaarstelling 1.Een budgetsubsidie tot € 10.000 wordt jaarlijks in één termijn betaalbaar gesteld.

De nieuwe ASV kent geen onderscheid tussen een budget- en een projectsubsidie. Hierdoor is het mogelijk om de betaalbaarstelling overzichtelijk in één artikel vast te leggen.

2.Een budgetsubsidie boven € 10.000 wordt in twee termijnen per jaar betaalbaar gesteld, te weten per 1 januari en per 1 juli. 3.In afwijking van het bepaalde in lid 2 kunnen andere betalingstermijnen worden vastgesteld. 12

15 januari en 15 juli. 3. De betaling van een voorschot voor een andersoortige subsidie geschiedt binnen zes weken na bekendmaking van de subsidieverleningsbeschikking.

Artikel 4.3 Betaalbaarstelling 1.Een projectsubsidie tot € 10.000 wordt in één termijn betaalbaar gesteld. 2.In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen andere betalingstermijnen worden vastgesteld.

Artikel 11. Algemene meldings- en informatieplicht subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat meteen schriftelijk aan het college. 2. Een subsidieontvanger informeert het college meteen schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 2.10 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1. Aanvullend op de elders in deze verordening vermelde verplichtingen, informeert de subsidieontvanger het college per omgaande en schriftelijk over: a. ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of slechts gedeeltelijk kunnen plaatsvinden, daaronder begrepen wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden; b. ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de aan de subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden nagekomen; c. het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten; d. wijzigingen in de statuten en de rechtsvorm, onder toezending van een afschrift van de notariële akte waarin de wijziging is opgenomen; e. besluiten en procedures die leiden of kunnen leiden tot beëindiging van de activiteiten dan wel ontbinding van de rechtspersoon; f. wijzigingen in bestuurssamenstelling of adreswijzigingen. (…)

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden

Artikel 2.10 Verplichtingen van de subsidieontvanger (…) 8. Het college kan aan de subsidieontvanger aanvullende verplichtingen opleggen.

Voor het opleggen van aanvullende verplichtingen is een wettelijke grondslag vereist. De nieuwe ASV voorziet hierin.

13

opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 2. De bij de subsidieontvanger werkzame vrijwilligers die in hun werkzaamheden direct contact hebben met kwetsbare mensen, waaronder minderjarigen, zijn in het bezit van een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG). 3. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37 van de Awb, eerste lid, van de Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 5. De subsidieontvanger is in de gevallen, als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan de gemeente SchouwenDuiveland een vergoeding verschuldigd. 6.

Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden: a. de activa gewaardeerd op hun actuele waarde in het economisch verkeer; b. onroerende zaken gewaardeerd op basis van de waarde die hieraan is toegekend op grond van de Wet waardering onroerende zaken. 14

7. Het college stelt zo nodig nadere regels om de hoogte van de verschuldigde vergoeding vast te stellen. Artikel 13. Egalisatiereserve 1. De subsidieontvanger van een per kalenderjaar verstrekte subsidie die meer dan € 100.000 bedraagt, vormt een egalisatiereserve zoals bedoeld in artikel 4:72 Algemene wet bestuursrecht ten behoeve van de door de gemeente Schouwen-Duiveland gesubsidieerde activiteiten en maakt deze egalisatiereserve inzichtelijk in de administratie. 2. De subsidieontvanger van een per kalenderjaar verstrekte subsidie die minder dan € 100.000 bedraagt, kan een egalisatiereserve vormen mits het college hiervoor bij de verleningsbeschikking toestemming heeft gegeven. 3. De uit de subsidie opgebouwde egalisatiereserve, wordt in een bepaald kalenderjaar uitsluitend besteed aan activiteiten waarvoor de subsidie in dat kalenderjaar is verleend en die niet of niet volledig kunnen worden bekostigd uit die subsidie. 4. De egalisatiereserve wordt gevormd door een toevoeging bij een positief eindresultaat en een onttrekking bij een negatief eindresultaat. Het eindresultaat is de som van de werkelijke bijdragen van derden, de eigen bijdrage en de door het college verleende subsidie verminderd met de werkelijke kosten met betrekking tot activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk zijn verricht. 5.

De besteding van de egalisatiereserve wordt verantwoord met de aanvraag tot vaststelling zoals bedoeld in artikel 16, vierde lid.

Artikel 2.12 Het recht op reservering, voorziening en afschrijving 1.Het vormen van, dan wel doen van toevoegingen aan een bestemmingsreserve of voorziening met gemeentelijke budgetsubsidie is uitsluitend mogelijk na voorafgaande schriftelijke verleende toestemming van het college. 2.Rechten en verplichtingen betreffende reservering, voorziening en afschrijving in het kader van budgetsubsidies kunnen worden opgenomen in een met de subsidieontvanger af te sluiten uitvoeringsovereenkomst. 3.De hoogte van een reservering of voorziening dient in een naar maatschappelijk algemeen aanvaardbare verhouding te staan tot het totaal aan lasten en te verwachten kosten van de organisatie. 4.Positieve rekeningsaldi mogen worden gereserveerd. Het is toegestaan een algemene reserve te vormen van ten hoogste € 5.000 of maximaal 5% van de exploitatie-uitgaven. 5.Het in het vierde lid van dit artikel bepaalde laat onverlet de bevoegdheid van het college te beoordelen of de subsidieaanvrager de kosten van de activiteit of activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet geheel of gedeeltelijk uit eigen middelen of uit middelen van derden kan betalen. 6.Het aanleggen van reserveringen, het treffen van voorzieningen of het doen van afschrijvingen in het kader van projectsubsidies is niet toegestaan.

De regels omtrent het mogen aanleggen van een reserve zijn in de nieuwe ASV duidelijker.

15

6. De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 10% van het door het college voor dat kalenderjaar verleende subsidiebedrag. 7. De maximale toevoeging aan de egalisatiereserve is het bedrag dat aan de egalisatiereserve kan worden toegevoegd zonder de maximale omvang daarvan te overschrijden. De maximale onttrekking aan de egalisatiereserve is het bedrag van die reserve. 8. De egalisatiereserve bedraagt maximaal 25% van de laatst door het college per kalenderjaar verstrekte subsidie. De egalisatiereserve bedraagt ten laagste € 0. 9. Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, kan dat bedrag bij de vaststelling in mindering gebracht op de subsidie. Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tot € 10.000 1. Subsidies tot € 10.000 stelt het college direct vast. 2. Het college kan voor specifieke subsidies of categorieën subsidies bepalen dat aan vaststelling van een subsidie tot en met € 10.000 per jaar, een besluit tot verlening voorafgaat. In dat geval dient de subsidieontvanger na afloop van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college. 3.

In geval van een besluit tot verlening voorafgaand aan de vaststelling, legt het college in de verleningsbeschikking vast op welk moment de aanvraag tot vaststelling wordt ingediend en op welke wijze moet worden aangetoond dat de activiteiten zijn verricht, de verplichtingen zijn nageleefd en rekening en verantwoording wordt afgelegd over de aan de activiteiten verbonden

Artikel 3.4 De rapportage en verantwoording 1.Over de besteding van een budgetsubsidie tot € 25.000 hoeft door de subsidieontvanger geen rapportage en verantwoording te worden afgelegd behoudens het bepaalde in de nadere regels “Steekproefsgewijze controle subsidies gemeente Schouwen-Duiveland”. (…)

De nieuwe ASV kent geen onderscheid tussen een budget- en een projectsubsidie. In de nieuwe ASV zijn de regels omtrent de verantwoording gerelateerd aan de hoogte van de verleende subsidie.

Artikel 4.4 De rapportage en verantwoording 1.Behoudens het bepaalde in artikel 4.5 wordt over een verleende projectsubsidie door de subsidieontvanger binnen acht weken na afloop van het project verantwoording afgelegd. 2.Het college kan nadere regels stellen waaraan de in het vorige lid bedoelde verantwoording moet voldoen. Artikel 4.5 De vaststelling 1.Projectsubsidies tot € 2.500 zijn bij subsidieverlening met toepassing van artikel 4:43 Awb al definitief 16

uitgaven en inkomsten. 4. In geval van directe subsidievaststelling, is de subsidieontvanger verplicht in het kader van een steekproef aan te tonen dat de activiteiten overeenkomstig de vaststelling zijn uitgevoerd.

vastgesteld.

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies tussen € 10.000 en € 100.000 1. Bij subsidies van meer dan € 10.000 en ten hoogste € 100.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college, uiterlijk: a. Op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar of de kalenderjaren; b. 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, in het geval de subsidie niet voor het tijdvak van één of meerdere kalenderjaren is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 3. Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking bepalen dat meer, andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 3.4 De rapportage en verantwoording (…) 2. Over de besteding van een budgetsubsidie boven € 25.000 legt de subsidieontvanger jaarlijks voor 1 mei volgend op het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft rapportage en verantwoording af op basis van een inhoudelijk verslag in de vorm van een jaarverslag en een financieel verslag in de vorm van een jaarrekening. 3. Bij subsidies vanaf € 25.000 voegt de subsidieontvanger aan de in het tweede lid bedoelde rapportage en verantwoording een verklaring van een accountant toe over de getrouwheid van de jaarrekening voor zover de subsidie de grens van € 250.000 niet overschrijdt. (…) 5. Als een subsidieontvanger verplicht is tot het indienen van een rapportage en verantwoording, dan dient hij daarbij tevens een verzoek in bij het college tot vaststellen van de subsidie.

Artikel 16. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 100.000 1. Bij subsidies van meer dan € 100.000 per kalenderjaar of per activiteit, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. Op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, in het geval de

Artikel 3.4 De rapportage en verantwoording (…) 4. Bij subsidies vanaf € 250.000 voegt de subsidieontvanger aan de in het tweede lid bedoelde rapportage en verantwoording een verklaring van een accountant toe over de getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatige besteding van de verleende subsidie.

De termijn voor het indienen van een rapportage en verantwoording verschuift van 1 mei naar 1 juni volgend op het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.

17

subsidie niet voor het tijdvak van een kalenderjaar is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant en volgens het door het college vastgestelde verantwoording- en accountantscontroleprotocol. d. de jaarstukken van het afgelopen boekjaar in geval van subsidieverlening van meer dan € 500.000. 3. Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking bepalen dat meer, andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. 4. Indien de subsidieverlening meerdere subsidies betreft kan worden volstaan met één controleverklaring als bedoeld in het tweede lid, aanhef onder c. Artikel 17. Subsidievaststelling door het college subsidies van meer dan € 10.000 1. Het college stelt een subsidie van meer dan € 10.000 vast uiterlijk 31 oktober volgend op de datum waarop het verzoek tot vaststelling is ingediend, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd. 3.

Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

Artikel 3.5 De vaststelling 1.Het college beslist op een verzoek tot vaststelling van de budgetsubsidie uiterlijk op 1 augustus volgend op de datum waarop het verzoek tot vaststelling is ingediend. 2.Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met vier weken.

De uiterste datum waarop het college de subsidie moet vaststellen verschuift van 1 augustus naar 31 oktober van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.

3.Budgetsubsidie tot € 25.000 worden na het verstrijken van de periode waarvoor zij zijn verleend ambtshalve vastgesteld, behoudens het bepaalde in artikelen 5.1, 5.2, 5.3. en artikel 6.5.

18

4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 13, eerste lid en 14, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel 18. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

-

Dit artikel is nieuw.

Artikel 19. Hardheidsclausule 1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger

Artikel 7.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende van het bepaalde in deze verordening gemotiveerd afwijken indien toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Met het toepassen van de hardheidsclausule moet terughoudend worden omgegaan. Vandaar dat expliciet is vermeld dat toepassing ervan gemotiveerd moet worden in het besluit.

19

gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit. Artikel 20. Slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2013 wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2023. 3. Op aanvragen om verlening van subsidie die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2013 van toepassing. 4. Op aanvragen om vaststelling van subsidie die zijn verleend voor inwerkingtreding van deze verordening zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing. 5. Na inwerkingtreding van deze verordening berusten [opsomming van de geldende subsidieregelingen en andere regelingen] (mede) op artikel 3, tweede lid, van deze verordening. 6. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2023.

Artikel 7.2 Overgangsbepalingen 1.Bij het in werking treden van deze verordening wordt de Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2010, laatstelijk gewijzigd vastgesteld door de raad op 17 december 2009 ingetrokken. 2.De over de kalenderjaren 2012 en 2013 verleende subsidies worden afgehandeld overeenkomstig de Algemene subsidieverordening van de gemeente Schouwen-Duiveland 2010, laatstelijk gewijzigd vastgesteld door de raad op 17 december 2009, behoudens begunstigende werking die voortvloeit uit de Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2013, laatstelijk gewijzigd vastgesteld door de raad op 21 februari 2013. 3.Projectsubsidies die voor meerdere jaren zijn verleend op het tijdstip van het in werking treden van deze verordening worden afgehandeld overeenkomstig de Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2010, laatstelijk gewijzigd vastgesteld door de raad op 17 december 2009, behoudens begunstigende werking die voortvloeit uit de Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2013, laatstelijk gewijzigd vastgesteld door de raad op 21 februari 2013. Artikel 7.3 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 4 maart 2013. Artikel 7.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2013.

20

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12218182/1