634035 Bijlage 3 Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Algemene subsidieverordening gemeente SchouwenDuiveland 2023 In de volgende hoofdstukken leest u eerst wat meer over de ASV in het algemeen. Vervolgens wat de wijzingen zijn in de ASV 2023. Als laatste vindt u toelichtingen van de artikelen uit de ASV 2023.
1. De ASV algemeen In dit hoofdstuk vindt u eerst een uitleg van wat de ASV inhoudt. Vervolgens leest u over hoe u verantwoording aflegt over de subsidie. Toelichting ASV De ASV is een wettelijk voorschrift dat door de gemeenteraad is vastgesteld De ASV stelt grenzen over het beleid en het budget voor subsidieverstrekking. Ook legt de gemeenteraad met de ASV de belangrijkste spelregels vast. Het college moet zich hier bij de subsidieverstrekking aan houden. Je kan de ASV niet los zien van titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) In titel 4.2. van de Awb leest u ook wanneer u subsidie krijgt. De bepalingen in de ASV zijn voor een deel een aanvulling en voor een deel een uitwerking van de Awb. Staat de bepaling ook al in de Awb? Dan is het uitgangspunt dat dit niet ook in de ASV staat. De informatie in de ASV is niet gelijk aan de informatie in de wettelijke voorschriften (subsidieregelingen) In de Awb staat namelijk specifiek beschreven voor welke activiteiten subsidie verstrekt kan worden. Het uitgangspunt van de Awb is dat subsidieverlening een wettelijke grondslag heeft. De ASV biedt meer duidelijkheid over de rechten en plichten van de subsidieverlener en subsidieontvanger. Dit verbetert niet alleen de rechtszekerheid, maar ook de afwikkeling van de subsidierelatie Met een wettelijk voorschrift dwing je de subsidieverstrekker zich af te vragen: 1.
wat de doeleinden van de subsidieverstrekking zijn; 2. welke voorschriften er nodig zijn; 3. welke bevoegdheden er nodig zijn. Het wettelijk voorschrift moet aan twee minimumeisen voldoen Alleen hiermee bereik je de beoogde doelmatigheid en de rechtszekerheid. Beoogde doelmatigheid betekent dat de subsidie ook daadwerkelijk wordt besteed aan de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en dat hiermee de doelen worden gehaald die de subsidieverstrekker met de subsidieverlening voor ogen heeft. De twee eisen zijn: 1. Beschrijf de activiteiten waarvoor de subsidie verleend kan worden. 2. De wettelijke regeling moet een basis bieden voor de verplichtingen die de subsidieverstrekker aan de subsidieverlener geeft. Dit geldt alleen als dit niet in de Awb zelf staat. Voor deze twee eisen gelden wel uitzonderingen. Deze zijn vastgelegd in artikel 4:23, derde lid, van de Awb. Verantwoording van de subsidies De verantwoording van de subsidie gaat uit van de volgende vier punten:
1
1. een redelijke verhouding (proportionaliteit) tussen het subsidiebedrag en de administratieve lasten; 2. sturing op activiteiten en hoofdlijnen; 3. De definities, processtappen en verplichtingen zijn eenvoudig en uniform beschreven; 4. Het beleid om misbruik te voorkomen. Hierbij houden we door risicoanalyses toezicht en controle. 1. Proportionaliteit door drie standaard uitvoerings- en verantwoordingsarrangementen Welke arrangement (regeling) voor u geldt, heeft te maken met de hoogte van het subsidiebedrag. De ASV gaat uit van een redelijke verhouding (proportionaliteit) tussen het subsidiebedrag en de administratieve lasten. Hoe lager het subsidiebedrag, hoe makkelijker de aanvraagprocedure en de verantwoording is. Dit doen wij door drie standaard uitvoerings- en verantwoordingsarrangementen in te voeren. Welke arrangement wij gebruiken, hangt af van de hoogte van het subsidiebedrag: • tot een bedrag van € 10.000,- stellen we de subsidie direct of na verlening officieel vast; • van € 10.000- tot € 100.000,- vindt verantwoording over de activiteit(en) plaats; • vanaf € 100.000,- legt u verantwoording af over de kosten en activiteit(en). Voor kleine subsidiebedragen nemen we meer risico en gaan we uit van vertrouwen. Dit betekent dat we bij kleine subsidies niet standaard om een verantwoording vragen.
Komt de ontvanger de verplichtingen niet na? Of kan de ontvanger de activiteit waarvoor de subsidie is verleend niet (helemaal) leveren? Dan geldt er een actieve meldingsplicht voor de ontvanger. Wij controleren dit achteraf via steekproeven. 2. Sturing op activiteiten en hoofdlijnen In het verleden was de verantwoording van de meeste subsidies gericht op een verantwoording van de kosten. Doordat de overheid administratieve verplichtingen oplegden, kregen burgers, bedrijven en instellingen te maken met hoge administratieve kosten en uitvoeringskosten. Twee voorbeelden hiervan zijn: • gedetailleerde kostenverantwoordingen; • verplichtingen over het bijhouden van een urenadministratie. We verminderen de administratieve lasten fors door: • meer te kijken naar de afrekening op basis van activiteiten; • door de details van de financiële verantwoording bij kleine subsidies weg te laten. Bij deze wijze van subsidieverstrekking, accepteren we dat het subsidiebedrag hoger kan zijn dan de daadwerkelijke kosten. Dit geldt alleen als de subsidieontvanger de activiteit ook uitvoert. Zo’n situatie leidt verder niet tot terugvordering van de subsidie. De nadruk ligt bij de subsidieverlening op het vooraf vaststellen van de activiteit waarvoor we de subsidie verstrekken. De prijs hiervan is ook vooraf afgesproken. 3.
De definities, processtappen en verplichtingen zijn eenvoudig en uniform beschreven Dit betekent dat definities, procestappen en verplichtingen bij iedere subsidie eenvoudig en op dezelfde manier zijn beschreven. Bij verplichtingen gaat het om standaard termijnen voor: • de subsidieontvanger en de subsidieverstrekker; • het toepassen van dezelfde berekeningen van uurtarieven en andere kosten. We gebruiken hiervoor het voorbeeld van de Model ASV 2013 (gewijzigd model 2019) van de VNG.
4. Het beleid om misbruik te voorkomen.
2
Het vierde uitgangspunt is het werken vanuit vertrouwen in plaats van wantrouwen. We belasten niet meer alle subsidieontvangers in alle gevallen met verantwoordingen, verslagen en controles. We geven meer aandacht aan de risicogebieden en -groepen en aan de uitzonderingen. Dit betekent dat de subsidieontvanger meer eigen verantwoordelijkheid krijgt. Verricht de subsidieontvanger de activiteiten niet waarvoor subsidie is ontvangen? Of voldoet de subsidieontvanger niet aan de subsidieverplichtingen? Dan moet de subsidieontvanger dit direct schriftelijk melden. Om misbruik te voorkomen, moet de subsidieontvanger aan verplichtingen voldoen. Hierdoor kunnen we op verantwoorde wijze een deel van de sturing loslaten.
2. Toelichting van de ASV 2023 per artikel In dit hoofdstuk leest u van elk artikel een toelichting. Alleen de leden van de artikelen die een toelichting nodig hadden, zijn meegenomen. Artikel 1. Definities In dit artikel staan de definities weergegeven uit de verordening. Deze definities gelden niet alleen voor de ASV 2023, maar ook voor de wettelijke subsidieregelingen. De definities staan daarom alleen in de ASV 2023 beschreven. Wij mogen verder niet van deze definities afwijken. Voor de definitie van ‘subsidie’ geldt een uitzondering Deze definitie staat niet in de ASV 2023. De definitie van ‘subsidie’ staat namelijk alleen beschreven in artikel 4.21 van de Awb. Daarom staat de definitie van ‘subsidie’ hieronder: Subsidie: financiële ondersteuning door de overheid voor een activiteit van de aanvrager. Ook garanties en leningen kunnen vallen onder het begrip ‘subsidie’. Zie CBb 06-10-2016, ECLI:NL:CBB:2016:317 en CBb 01-05-2018, ECLI:NL:CBB:2018:237. De definities van ‘Europees steunkader’ en ‘de-minimissteun’ staan wel beschreven Verlengen of passen we het Europees steunkader of de- minimisverordening aan? Dan is het belangrijk dat de steun overeenkomt met de nieuwe bepalingen. Vervalt het Europees steunkader? Of de- minimisverordening? Dan kan de overheid volgens de wet geen steun meer bieden.
Wij adviseren daarom om rekening te houden met de looptijd van de Europese steunkaders. Artikel 2. Reikwijdte In dit artikel staat beschreven voor welke subsidies de ASV geldt. Lid 1. De ASV geldt voor bijna alle subsidies die het college verstrekt De ASV geldt niet voor: 1. Subsidies waarop een andere subsidieverordening van toepassing is en waarin alle onderwerpen staan over die subsidie; 2. Subsidies waarvoor geen wettelijke basis nodig is (artikel 4:23, derde lid, van de Awb). Lid 2. het college krijgt de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren op subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is (artikel 4:23, derde lid, van de Awb). Dit geldt alleen als daar een aanleiding voor is. Artikel 3. Bevoegdheid Lid 1. Het college is bevoegd te beslissen tot subsidieverstrekking Hiermee bedoelen we dat het college beslissingen mag maken over het verlenen van subsidie. Het begrip ‘subsidieverstrekking’ gaat over alle besluiten en handelingen van subsidies. Denk hierbij aan subsidieverlening en subsidievaststelling. Hieronder vallen de volgende onderdelen: 3
-
Weigering Bevoorschotting Betaling Terugvordering Wijziging Intrekking Het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures.
De bevoegdheid van het college tot subsidieverstrekking geldt niet onbeperkt Dit komt doordat de gemeenteraad de ASV vaststelt. Hierdoor bepalen zij wat de buitengrens is voor de bevoegdheid van de subsidieverstrekking. Als eerste is deze grens te zien in het gemeentelijk beleid. Hierin staat beschreven dat de gemeenteraad een kaderstellende rol heeft. Ook beschikt de gemeenteraad over het exclusieve budgetrecht. Het college kan alleen subsidie verstrekken als de gemeenteraad hier de middelen voor heeft. Door rekening te houden met deze middelen kan het college de subsidieplafonds vaststellen. Het subsidieplafond is het hoogste bedrag dat beschikbaar is voor een subsidie. Het college weet zo precies welk geld beschikbaar is voor de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie (artikel 5).
Lid 2. Het college mag subsidieregelingen vaststellen voor het verstrekken van subsidies Het college bepaalt hierbij wat de regels zijn voor de activiteiten waar subsidie voor wordt verleend. Als het college iets wil regelen over bepaalde onderwerpen, moet dit in de subsidieregeling vastgesteld zijn. Denk hierbij aan: - de doelgroepen die voor de subsidie in aanmerking komen; - de berekening van de subsidie; - de wijze van uitbetalen. In de andere artikelen van de ASV staat waarvoor subsidieregelingen vastgesteld kunnen worden In deze artikelen worden specifieke onderwerpen benoemd, waarvoor het college subsidieregelingen kan vaststellen. Of waarvan de subsidieregeling kan afwijken van de ASV, zoals: - de artikelen over het afwijken van termijnen; - het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie; - de wijze van verdelen van het subsidieplafond. Maakt het college geen gebruik van de bevoegdheid om subsidieregelingen vast te stellen? Dan is het niet vaak mogelijk om subsidies te verstrekken. De hoofdregel van de Awb is namelijk dat de subsidieverstrekking gebaseerd moet zijn op een wettelijk voorschrift, zoals een subsidieregeling. In deze subsidieregeling staan de activiteiten vermeld waarvoor we subsidie verlenen. Artikel 4. Staatssteunregels Lid 1.
Het college is bevoegd om af te wijken van de ASV om te voldoen aan het Europees Steunkader Om ervoor te zorgen dat subsidies vallen onder het Europees steunkader, moet de subsidie voldoen aan het toepasselijke steunkader. Wat een steunkader is leest u bij definities. Hiervoor is het soms nodig om van de ASV af te wijken of aan te vullen. Lid 2 en 3. Het toepasselijk kader moet vermeld staan bij subsidies met een steunkader Dit komt voort uit de eis van de Europese Commissie. Maken subsidieregelingen en -beschikkingen gebruik van het Europees steunkader? Dan moet het toepasselijke kader expliciet vermeld staan. Lid 4 en 5. Steun die valt onder het Europees steunkader moet voldoen aan eisen en voorwaarden
4
Activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie moeten dan voldoen aan de eisen en voorwaarden van het steunkader (lid 4). Ook ondernemingen komen alleen in aanmerking voor subsidie als de subsidievertrekking voldoet aan de voorwaarden van het steunkader (lid 5). Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Lid 1 en 2. Het college stelt de subsidieplafonds vast en bepaalt dan de wijze van verdeling Dit doen zij binnen het budget dat de gemeenteraad heeft opgesteld. Wanneer het college de subsidieplafonds bekendmaakt, maken zij ook duidelijk hoe zij de subsidies verdelen. Deze informatie staat ook vermeld in artikel 4:26, lid 2 van de Awb. In de ASV staat verder niet beschreven wat de verdeling is van de subsidies. Het bekendmaken van subsidieplafonds kan ook gedaan worden door te verwijzen naar de subsidieregeling. In de subsidieregeling staat de verdeling van de subsidies namelijk ook vastgelegd. Hierbij is het belangrijk dat het om een geldende subsidieregeling gaat. Is dit niet het geval? Dan moeten de subsidieregeling en het subsidieplafond tegelijk in werking treden. Ook kan de subsidieregeling in werking treden voor het vaststellen van het subsidieplafond. Alleen kunnen hierbij de aanvragen wel pas na het vaststellen van het subsidieplafond ingediend worden.
Vragen de subsidieaanvragers een subsidie aan voordat het subsidieplafond is vastgesteld? Dan kunnen de aanvragers geen bezwaar brengen over het subsidieplafond. Zie hiervoor ook artikel 4:27, lid 2 van de Awb. Lid 3. Het college is in bepaalde gevallen verplicht om een begrotingsvoorbehoud te maken als zij de bevoegdheid hebben voor subsidievertrekkingen Dit betekent dat als het college een subsidie verleent op basis van de begroting van de gemeenteraad die nog niet is vastgesteld door de gemeenteraad, in de subsidieverleningsbeschikking een voorbehoud moet worden gemaakt voor het verlenen van de subsidie. Dit betekent dat als blijkt dat er onvoldoende geld beschikbaar is gesteld door de gemeenteraad, het college de subsidieverlening kan intrekken. Deze informatie staat ook in artikel 4:34, lid 1 van de Awb. Artikel 6. Aanvraag In de ASV 2023 is één artikel opgenomen voor alle subsidieaanvragen.
Lid 1. Een subsidieaanvraag gebeurt via de website van de gemeente met E-herkenning of DigiD Is hiervoor een aanvraagformulier vastgesteld? Dan moet dit formulier gebruikt worden voor de aanvraag van de subsidie. Lid 2 en 3. In deze leden staat welke gegevens nodig zijn vanuit de aanvrager Deze gegevens legt de aanvrager in ieder geval voor bij de aanvraag van een subsidie. In de ASV staat een opsomming van deze gegevens weergegeven. Voor ondernemingen zijn er twee extra eisen voor het aanvragen van subsidie Bij het verstrekken van subsidie aan een onderneming moet de regeling namelijk overeenkomen met de gegevens in de artikelen 107 en 108 van het VWEU. De VWEU is het Verdrag over de werking van de Europese Unie. De twee eisen zijn: 1. Zorg voor een overzicht van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen voor de activiteiten waar subsidie voor is aangevraagd. Het gaat hierbij om elke vorm die met staatsmiddelen betaald of ontvangen zijn. Hiermee voorkomen we dat ondernemingen subsidies aanvragen die wettelijk niet zijn toegestaan. (Lid 2, onder d, sub 1°).
5
2. Een subsidie onder een de-minimisverordening verlenen? Dan moet de onderneming een deminimisverklaring aanvragen (lid2 , onder d, sub 2°). Met een ingeleverde deminimisverklaring moet het college controleren of de subsidie overeenkomt met de deminimisverordening. Lid 4. Bij de subsidieregeling kan het college besluiten om af te wijken van de informatie in artikel 6 Dit kan bijvoorbeeld bij het aanvragen van bepaalde subsidies, waarbij het college meer of andere gegevens en documenten eist. Artikel 7. Aanvraagtermijn In dit artikel staat wat de datum is wanneer de subsidieaanvraag aangevraagd moet worden. Lid 1, 2 en 4. De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie De ASV maakt onderscheid tussen subsidies die voor een of meerdere kalenderjaren (een tijdvak) worden verstrekt en andere soorten subsidies. Andere soorten subsidies zijn bijvoorbeeld subsidies voor projecten of activiteiten die incidenteel zijn. Deze subsidies verstrekken we niet voor een bepaald tijdvak zoals één of meerdere kalenderjaren. De aanvragen voor de andere soorten subsidies kunnen in principe het hele jaar door worden ingediend. Tenzij een subsidieregeling een termijn of uiterste datum heeft. Dan kan de aanvraag niet het hele jaar ingediend worden (lid 4). Artikel 8.
Beslistermijn en beslissing op de aanvraag In artikel 8 staat wat de termijnen voor het college zijn om beslissingen te nemen over een subsidieaanvraag. In de Awb staan verder geen strikte beslistermijnen vermeld. Lid 1, 2 en 3. De beslistermijn is afhankelijk van het soort subsidie Ook hierbij maakt de ASV onderscheid tussen subsidies die voor een of meerdere kalenderjaren (een tijdvak) worden verstrekt en andere soorten subsidies. 1. Voor kalenderjaarsubsidies geldt dat het college uiterlijk op 31 oktober een beslissing maakt. Dit is voorafgaand aan het kalenderjaar of de kalenderjaren waarvoor de aanvraag geldt. De subsidieverlening is uiterlijk 31 december pas definitief als: - de gemeenteraad de begroting heeft vastgesteld; - geen beroep is gedaan op het begrotingsvoorbehoud (lid 1) 2. Voor andere soorten subsidies moet het college de beslissing binnen 12 weken na de aanvraag indienen (lid 2). Bij de subsidieregeling kan het college besluiten om af te wijken van de beslistermijnen uit het eerste en tweede lid (lid 3) Lid 6. Wordt de aanvraag voor de subsidie aangemeld bij de Europese Commissie? Dan stellen we de beslistermijn uit totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Hierdoor voorkomen we dat de subsidie niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het VWEU. Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden Lid 1.
Hierin staat wat de algemeen geldende redenen zijn om een subsidie te weigeren Deze redenen (gronden) zijn een aanvulling op de redenen in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb. Ondanks de staatssteun is het soms mogelijk om steun te verstrekken via een vrijstellingsverordening In dat geval kan het college genoegen nemen met een lichte kennisgevingsprocedure. Bij een kennisgevingsprocedure wordt de Europese commissie op de hoogte gesteld van de steun. Kan er geen steun verstrekt worden via de vrijstellingsverordening? Dan moet er goedkeuring vanuit de 6
Europese Commissie gevraagd worden via een formele aanmelding. Keurt de Europese Commissie de steun niet goed? Dan moet het college de steun ook weigeren (vandaar de verplichte weigeringsgrond in het eerste lid, onder a). Staat er een bevel tot terugvordering uit? Dan verbieden bepaalde Europese steunkaders alleen het verlenen van staatsteun onder de betreffende verordening (dit kan de ASV zijn of een subsidieregeling). Ze verbieden dan niet het verlenen van subsidies in het algemeen. De weigeringsgronden in de ASV zijn hier een verbreding van. Door de formulering in lid 1 (b) is de ASV o geldt dit ook voor subsidies in het algemeen en als er een bevel tot terugvordering uitstaat en niet alleen voor subsidies die op grond van de ASV worden verstrekt. Lid 2. Hierin is een verplichte weigeringsgrond opgenomen voor subsidieverstrekkingen die in strijd zijn met het Europees Steunkader Het college kan de subsidie in deze gevallen weigeren, omdat zij anders subsidie verstrekken aan een aanvrager met een onderneming die in moeilijkheden verkeert of omdat de subsidie geen stimulerend effect. Dit blijkt uit het toepasselijke steunkader. Een stimulerend effect betekent dat de aanvrager door de steun in staat is om activiteiten of projecten uit te voeren die zij zonder de steun niet kan uitvoeren. Dit betekent ook dat de steun niet mag worden verleend voordat de activiteit start.
De Europese commissie oordeelt of een onderneming in moeilijkheden verkeert. Dit is het geval als de onderneming vrijwel zeker verdwijnt als de overheid niet ingrijpt op korte of middellange termijn. Meer informatie hierover is te vinden in paragraaf 2.2 van de Richtsnoeren (van de Europese Commissie) voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (2014/C 249/01). Lid 3. Hierin staan een paar niet verplichte weigeringsgronden Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is niet verplicht om te weigeren. Deze weigeringsgronden zijn een aanvulling op de regels in artikel 6 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Onder c bij lid 3 staat dat het college een aanvraag kan weigeren als de subsidieverstrekking niet is toegestaan, dan nadat deze volgens artikel 108 (derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure)) is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om subsidievertrekking die niet is toegestaan, omdat deze óf in strijd is met de toepasselijke cumulatieregels óf een overschrijding is van het toegestane bedrag aan de-minussteun. Het college kan in deze gevallen weigeren de subsidie te verstrekken of de subsidie melden bij de Europese Commissie. Via de Europese Commissie kan eventueel goedkeuring verkregen worden.
Gaat het college over tot melding? Dan wordt door de standstill-verplichting de beslistermijn uitgesteld totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen (zie artikel 8, lid 4). Besluit de Europese Commissie om de subsidieverstrekking niet goed te keuren? Dan weigert het college de aanvraag alsnog (zie het eerste lid, onder a). Een subsidie die goedgekeurd is, kunnen we uiteraard ook om een andere reden weigeren. Komt de Europese Commissie tot het oordeel dat een subsidie niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het VWEU? Dan moet de verleende subsidie ingetrokken en teruggevorderd worden (inclusief rente). Dit blijkt uit artikel 3 van de Wet terugvordering staatssteun. Hierover staat verder geen bepaling in de ASV, omdat deze verplichting rechtstreeks uit de Wet terugvordering staatssteun komt. 7
Bij d van lid 3 staat dat het college bevoegd is om in een subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen. Denk hierbij aan weigeringsgronden die specifiek samenhangen met de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd. Artikel 10. Betaling voorschotten kalenderjaarsubsidies In dit artikel zijn de betalingstermijnen van voorschotten vastgelegd. Artikel 11. Algemene meldings- en informatieplicht subsidieontvanger Lid 1. De subsidieontvanger heeft een meldingsplicht aan het college Voert bijvoorbeeld de ontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet op tijd uit? Dan moet de subsidieontvanger dit altijd meteen melden aan het college. Lid 2. De subsidieontvanger heeft een informatieplicht De subsidieontvanger informeert het college schriftelijk over bijvoorbeeld procedures en wijzigingen. Onder ‘schriftelijk’ bedoelen we meer dan alleen ‘op papier geschreven’. De melding kan ook digitaal worden gedaan als het college dit heeft aangeboden. Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen Lid 1. De mogelijkheid om een tussenrapportage te vragen is voor het college beperkt Dit heeft te maken met het beperken van de administratieve lasten. Is er voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend meer dan 12 maanden nodig? Dan mag het college een tussentijdse voortgangsrapportage vragen.
Dit geldt alleen niet voor subsidies lager dan € 50.000,-. Lid 2. Werkzame vrijwilligers die in contact zijn met kwetsbaren zijn verplicht een VOG te hebben Deze VOG (Verklaring omtrent het gedrag) is nodig om de kwetsbare mensen te beschermen. Hieronder vallen bijvoorbeeld minderjarigen. Lid 3. Het college mag in bepaalde gevallen ‘bijzondere’ verplichtingen verbinden aan de subsidie Dit is een aanvulling op wat staat in artikel 4:37 van de Awb. Zo kan het college verplichtingen opleggen die helpen bij het behalen van het doel van de subsidie. Dit kunnen bijvoorbeeld eisen zijn over de deskundigheid van de personen die de activiteit uitvoeren waar subsidie voor wordt verleend. Lid 4. Het college mag verplichtingen opleggen die niet te maken hebben met het behalen van het eigenlijke doel van de activiteit Dit mag het college verder niet zien als een vrijbrief. De verplichtingen moeten namelijk wel een verband hebben met de activiteit waarvoor de subsidie wordt verleend. Deze verplichtingen kunnen bijvoorbeeld gaan over het leveren van extra inspanning om een bepaalde doelgroep te betrekken bij de activiteiten waarvoor we de subsidie verlenen. Of om activiteiten op de meest milieuvriendelijke manier uit te voeren.
Uit de toelichting op de Awb blijkt dat we met subsidieverplichtingen die geen relatie hebben met het doel van de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend, voorzichtig moeten zijn (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 66). Maakt het college van deze aanvullende mogelijkheid gebruik? Dan moeten zij dat duidelijk motiveren. Lid 5. Heeft het verstrekken van subsidie geleid tot vermogensvorming? Dan is de subsidieontvanger aan de gemeente Schouwen-Duiveland een vergoeding verschuldigd. Dit staat ook in artikel 4:41 van de Awb. Het gaat hierbij om de volgende gevallen: 1. De subsidieontvanger vervreemdt, bezwaart of wijzigt de bestemming van de gebruikte of bestemde goederen. Deze goederen gebruikt de subsidieontvanger voor de activiteiten waar de subsidie heeft gekregen. 8
2. De subsidieontvanger ontvangt een schadevergoeding voor verlies of diefstal van de gebruikte of bestemde goederen. 3. De subsidieontvanger stopt helemaal of gedeeltelijk met het uitvoeren van de activiteiten waar de subsidie is verleend. 4. De subsidieontvanger trekt de subsidieverlening of de subsidievaststelling in of beëindigt deze. 5. De rechtspersoon (bijvoorbeeld het bedrijf) die de subsidie ontving wordt ontbonden. Lid 6 en 7. Hierin staat hoe de hoogte van de vergoeding vastgesteld moet worden De vergoedingsplicht geldt alleen als dit is weergegeven in de verordening, de subsidieregeling of de subsidiebeschikking. Het college moet hierbij vermelden hoe zij de hoogte van de vergoeding hebben berekend. Dit hoeft geen volledige compensatie te zijn. Vaak is dit alleen aan de orde bij rechtspersonen die jaarlijks subsidie ontvangen, maar het kan ook in andere gevallen voorkomen (lid 6). Daarnaast kan het college zo nodig regels opstellen over het vaststellen van de hoogte van de vergoeding (lid 7). Artikel 13. Egalisatiereserve Een egalisatiereserve is een reserve van de subsidieontvanger Met deze reserve kan de subsidieontvanger exploitatierisico’s dekken. De egalisatiereserve werkt als een buffer. Hiermee kunnen tekorten in het ene jaar worden opgevangen met overschotten in het andere jaar.
Dit artikel heeft het doel dat de subsidieontvanger de egalisatiereserve doelmatig besteedt Ook zorgt dit artikel voor een doelmatig beheer van de subsidiegelden. Jaarlijks mogen we maximaal 10% van de subsidie toevoegen aan de egalisatiereserve. De totale egalisatiereserve mag maximaal 25% bedragen van de laatst vastgestelde subsidie. De egalisatiereserve mag niet minder zijn dan € 0. De figuur van de egalisatiereserve is gebaseerd op artikel 4:72 van de Awb. Dit artikel is op basis van de artikelen 4:58 en 4:72 van de Awb alleen van toepassing als: 1. een subsidie voor één of meerdere boekjaren is verstrekt aan een rechtspersoon; en 2. dit in de ASV, een subsidieregeling of bij een subsidieverlening van toepassing is verklaard. Het college heeft afdeling 4.2.8 van de Awb en daarmee ook artikel 4:72 niet van toepassing verklaard. Toch is de bepaling wel gewenst. Daarom namen we de bepaling wel op in de ASV. Lid 1 en 2. Voor het vormen van een egalisatiereserve maken we onderscheid in een subsidie van meer en minder dan € 100.000,- per kalenderjaar 1. De subsidieontvanger vormt een egalisatiereserve als per kalenderjaar de subsidie meer is dan € 100.000,- bedraagt. 2. De subsidieontvanger vormt een egalisatiereserve als per kalenderjaar de subsidie minder dan € 100.000,- bedraagt. Hiervoor moet het college bij de verleningsbeschikking toestemming geven. 3.
Subsidieontvangers van andere soorten subsidies mogen geen egalisatiereserve vormen. De toepassing van lid 1 en 2 heeft alleen zin bij subsidies die in een reeks van jaren achter elkaar worden verstrekt. De egalisatiereserve heeft namelijk het doel om tekorten in het ene jaar te compenseren met overschotten in het andere jaar. Artikel 14. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000,Lid 1. Subsidies tot € 10.000 stelt het college direct vast 9
Deze subsidies kunnen we namelijk op vertrouwen verstrekken. We vragen dan niet standaard om verantwoording. In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidieontvanger bij het niet nakomen van de verplichtingen (zie artikel 10). We voeren controles uit om dit na te gaan bij de subsidieontvangers (lid 4). Is de subsidieontvanger al (positief) bekend? Dan kan de subsidie bij een klein bedrag direct vastgesteld en uitbetaald worden. Lid 2. Het college kan bepalen dat er eerst een verstrekking voorafgaat aan de vaststelling van de subsidie Hierbij verstrekken we eventueel een voorschot in één termijn. De lasten worden hierdoor voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker bespaard. Het risico blijft hierbij voor de gemeente beperkt. Lid 3. In de subsidiebeschikking legt het college de volgende onderdelen vast: 1. Wanneer de aanvraag tot vaststelling moet worden ingediend; 2. Op welke wijze aangetoond moet worden dat de activiteiten zijn verricht; 3. Op welke wijze de verplichtingen zijn nageleefd; 4. Op welke wijze er rekening en verantwoording wordt afgelegd over de uitgaven en inkomsten van de activiteiten. Lid 4. Achteraf kan een risico-georiënteerde controle plaatsvinden bij de subsidieontvanger Hiermee controleren we of de subsidieontvanger de verplichtingen wel nakomt. Artikel 15.
Eindverantwoording subsidies tussen € 10.000,- en € 100.000,In dit artikel staat hoe subsidieontvangers subsidie tussen € 10.000,- en € 100.000,- aan het college moeten verantwoorden. In lid 1 staat dat subsidieontvangers een aanvraag moeten indienen tot vaststelling. In de volgende leden staat beschreven wat nog meer belangrijk is bij vaststelling van de subsidieaanvraag. Lid 2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag In dit verslag staat in hoeverre de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verkregen. Ook staat in het verslag of subsidieontvanger aan de verplichtingen heeft voldaan. De subsidieontvanger kan ook al vooraf bij de subsidieverlening aangeven op welke manieren de activiteiten en verplichtingen plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals: 1. bestuurs- en activiteitenverslagen; 2. een managementverklaring; 3. een deskundigenverklaring; 4. andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie) Het verslag kan ook bestaan uit een algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat duidelijk is dat de verkregen subsidie is gebruikt voor het doel waarvoor we de subsidie verlenen. Lid 3.
Het college kan in een subsidieregeling of verleningsbeschikking aangeven dat zij andere instrumenten willen zien Zo kunnen zij aangeven dat zij andere bewijsmiddelen willen zien dan bijvoorbeeld een inhoudelijk verslag.
10
Artikel 16: eindverantwoording subsidies meer dan € 100.000,Lid 1. Bij subsidies vanaf € 100.000,- gebruiken we de traditionele afrekening van subsidies Bij subsidies vanaf € 100.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten.
Lid 2. De subsidie stellen we vast door te kijken naar de activiteiten en de kosten Welke activiteiten zijn er gerealiseerd waarvoor de subsidie is verleend? En wat zijn de gerealiseerde kosten hierbij? Hierbij is een controleverklaring verplicht. Een onafhankelijke accountant moet deze verklaring opstellen. Hiervoor gebruikt hij een verantwoording- en accountantscontroleprotocol dat het college heeft vastgesteld. Lid 3. In dit lid staat dat we in een subsidieregeling meer of minder informatie mogen vragen In bepaalde gevallen kan worden afgeweken van de eisen zoals opgenomen onder lid 2
Artikel 17: subsidievaststelling subsidies meer dan € 10.000,Lid 1 en 2. Hierin staat in welke periode het college de beslissing moet nemen Dit staat ook in artikel 4:13 van de AwB. Deze periode kunnen we uitstellen met zes weken (lid 2). Ingewikkelde aanvragen kosten namelijk meer tijd. Deze zes weken uitstel geeft het college meer tijd om een beslissing te maken. Artikel 18: berekening van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen Lid 1. Maakt het college gebruik van uurtarieven in een subsidiabel kostenoverzicht? Dan moeten zij de manier waarop zij de uurtarieven berekenen en de definities die daarbij horen vastleggen in een subsidieregeling. Lid 3. Is er sprake van een Europees steunkader? Dan mag het college alleen tarieven en kostenbegrippen gebruiken die in het Europees steunkader vermeld staan. Artikel 19: hardheidsclausule Lid 1 en 2. Soms mag het college een andere termijn vaststellen voor de subsidieregeling Hier zorgt de hardheidsclausule voor. In uitzonderlijke gevallen is het namelijk niet eerlijk om aan een termijn in de ASV vast te houden. De termijn voor de subsidieregeling is dan in strijd met bepaalde belangen (lid 1). Het college kan ook een hardheidsclausule opnemen in de subsidieregeling (lid 2). Artikel 20: slotbepalingen In artikel 19 is het overgangsrecht opgenomen voor aanvragen van verlening en vaststelling van subsidies.
Deze verordening (ASV 2023) gaat in op 1 januari 2023. Alle geldende subsidieregelingen en andere regelingen die na de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, zijn gebaseerd op artikel 3, lid 2, van de ASV.
11