6. Vleermuisonderzoek
Tekst van het document
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk Projectnummer 200512, rev. 01 23 september 2022
Auteur ing. S.J.M.P. Halters
Opdrachtgever Waterschap Scheldestromen Kanaalweg 1 4337 PA Middelburg
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Inhoudsopgave NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN EN OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN TE KAPPEN BOMEN DIJKTRACÉ ROTERIJDIJK EN ZUIDDIJK ............................................. 1 1
INLEIDING ..................................................................................................................... 3
2
METHODE ..................................................................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4
3
RESULTATEN VELDONDERZOEKEN ......................................................................... 8 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
VLEERMUISONDERZOEK........................................................................................................... 5 WERKWIJZE ............................................................................................................................ 5 VELDBEZOEKEN EN OMSTANDIGHEDEN..................................................................................... 5 AANPAK EN ONDERZOCHTE FUNCTIES ...................................................................................... 6
BESCHRIJVING WAARNEMINGEN VLEERMUIZEN ......................................................................... 8 WAARGENOMEN FUNCTIES VLEERMUIZEN ................................................................................. 8 WAARNEMINGEN PER VLEERMUISSOORT .................................................................................. 9 WAARNEMINGEN OVERIGE SOORTEN ...................................................................................... 12 MITIGATIE/COMPENSATIE ....................................................................................................... 12
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................ 15
LITERATUUR ...................................................................................................................... 17 BIJLAGE 1
WETTELIJK KADER........................................................................................................ 18
2 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
1 Inleiding Naar aanleiding van de voorgenomen kap, (die noodzakelijk is voor de aanleg van een vrij liggend fietspad) is een nader onderzoek naar de aan- danwel afwezigheid van vleermuizen, eventueel aanwezige jaarrond beschermde vogels en kleine marterachtigen uitgevoerd op deze locatie. Binnen de projectgrenzen staan bomen die gekapt moeten worden om de realisatie van het fietspad te kunnen realiseren. Daarbij zijn ook bomen vastgesteld die op basis van een nadere veldbeoordeling geschikt zouden kunnen zijn als verblijfplaats voor diverse vleermuissoorten. Daarnaast kunnen de bomen als nestplaats of als vlieg/foerageerroute fungeren. Het Waterschap Scheldestromen is voornemens een vrij liggend fietspad te realiseren voor de bevordering van de veiligheid. Daarbij is ruimte nodig en moeten dus ook een deel van de aanwezige bomen op de dijken wijken. Zie onderstaande afbeelding voor een impressie van het planvoornemen. Het onderzoek is: toegespitst op het voorkomen van (m.n. boom bewonende) vleermuizen in najaarsperiode; paarverblijven, en het voorjaar voor de zomer/kraamverblijven. daarnaast uitgevoerd om de algemene functie van de bomen in zowel najaar 2021 als voorjaar 2022 (conform vleermuisprotocol 2021) te beoordelen op overige functies: vliegen/of foerageerroute.
Verder is beoordeeld of de bomen jaarrond beschermde nesten bevatten van jaarrond beschermde vogels En is beoordeeld of ter plaatse van het plangebied kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en evt. bunzing en/of steenmarter) aanwezig zijn.
3 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Figuur 1.1. Ligging van de onderzochte bomen (met rood kruis) (bron: opdrachtgever)
In dit kader is door de opdrachtgever de opdracht verstrekt om (volgens het vleermuisprotocol 2021), onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid, gebruik en eventuele functies van vleermuizen in het plangebied, de bomen binnen plantracé aanleg fietspad Roterijdijk/Zuiddijk, in het najaar van 2021 en tijdens het voorjaar van 2022 in kaart te brengen. Daarnaast is tevens de vraag gesteld of het mogelijk is om eventueel alle bomen aan de noord-/westzijde van de wegen te kappen. Tevens is beoordeeld of sprake is van grote bezette nesten en/of aanwezigheid van kleine marterachtigen. (wezel, hermelijn en evt. bunzing en/of steenmarter). Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de methode van onderzoek en werkwijze toegelicht. In hoofdstuk 3 zijn de resultaten van de veldbezoeken uitgewerkt en is de noodzakelijke maatregelen beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen.
4 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
2 Methode 2.1
Vleermuisonderzoek
Het terrein is bezocht op diverse datums (zie tabel 1). Er is gebruik gemaakt van de batdetectoren Pettersson D240x, D230, Echometer (Touch 2 pro) en een songmeter SM4 BAT met GPS-logger. Opgenomen geluiden zijn geanalyseerd met de programma’s BatSound en Kaleidoscope. Er is iedere ronde geïnventariseerd met een tot twee ter zake deskundige waarnemers, door S. Halters en/of R.J. Buijs, van Buijs Eco Consult B.V. Daarbij is gewerkt volgens het vleermuisprotocol 2021. Mogelijk te verwachten soorten op de locatie waren: - Gewone dwergvleermuis; - Ruige dwergvleermuis; - Laatvlieger; - Watervleermuis; - Grootoorvleermuis (spec.); En eventueel minder veelvuldig voorkomende soorten zoals: - Rosse vleermuis; - Meervleermuis; - Baardvleermuis (spec); - Kleine dwergvleermuis. Vetgedrukte soorten kunnen de bomen eventueel als verblijfplaats gebruiken.
2.2
Werkwijze
Tijdens de bezoeken is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (FLIR E6/ Pulsar Helion XP50) en een krachtige zaklamp (Feniks) om aanwezige vleermuizen in hun bewegingen te kunnen volgen. De veldbezoeken zijn merendeels uitgevoerd vanaf zonsondergang. Tijdens het tweede najaarsbezoek heeft een laat avond/middernachtbezoek plaatsgevonden. Het laatste bezoek is uitgevoerd vanaf 2 uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst. Bij alle bezoeken is verder gezocht naar sporen van vleermuisactiviteit (keutels e.d. nabij mogelijke in- en uitvliegopeningen), deze zijn niet waargenomen.
2.3
Veldbezoeken en omstandigheden
Tabel 2.1. Overzicht met bezoekdata, tijden en weersomstandigheden
Datum najaarsbezoeken 18/19 augustus 2021 20 september 2021 Voorjaar/zomerbezoeken 21 januari 2022 7 maart 2022 31 mei 2022 14 juni 2022 28 juni 2022
Aanvangstijd
Eindtijd
Weer
22:30 20:45
01:30 23.45
17 °C, wind 3 Bft ZW, licht bewolkt 10 °C, wind 2 Bft NO, helder tot licht bewolkt
20.45 03.30
00.00 06.30
Beoordeling nesten zonder blad aan de bomen overdag 14 °C, wind 2 Bft ZW, half tot zwaar bewolkt 11 °C, wind 2 Bft NO, half bewolkt overdag
5 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
2.4
Aanpak en onderzochte functies
Vleermuizen Per bezoek is te voet de locatie bewandeld rond de te kappen bomen. Daarnaast is ook (na in/uitvliegtijd) langs de dijk over de weg een transectonderzoek langzaam rijdend met de auto gedaan om de vleermuisactiviteit langs het dijktracé buiten de aanwezige bomen te beoordelen en vast te leggen. Op de planlocatie is gekeken naar alle typen verblijfplaatsen (paarverblijfplaatsen in de najaarsperiode en zomer- en/of kraamverblijven), hiermee zijn winterverblijven in warme perioden ook meegenomen. Voor de in paragraaf 2.1 aangegeven mogelijk aanwezige soorten. Winterverblijven werden op locatie niet verwacht (behalve een evt. langer gebruikt zomer/paarverblijf bij een milde winter) omdat de waargenomen potentiële verblijflocaties daarvoor niet geschikt zijn. Dan moet sprake zijn van een grote ruimten in de boom, met zware warmtebuffering; deze lijkt in de aanwezige bomen niet aanwezig te zijn. Aangezien geen andere verblijfplaatsen (paarverblijven) waargenomen zijn, is/kan ook geen sprake van een incidentele winterverblijfplaats (in warmere momenten van de winter). Jaarrond beschermde nesten Tijdens het eerste bezoek in 2022 is een beoordeling gemaakt van (nog) aanwezige grote nesten. Uit deze beoordeling blijkt dat nesten (in de winter) zijn uitgewaaid. Er is enkel nog een groter nest aangetroffen in een te behouden boom.
Omdat er geen grote nesten aanwezig zijn, zijn de bomen (zoals voorgenomen en afgestemd was) ook niet gemarkeerd om te kunnen opvolgen. De bomen en aanwezigheid van aanwezige jaarrond beschermde vogels is tijdens ieder veldbezoek in 2022 beoordeeld.
Figuur 2.1. Te behouden boom met groter nest
6 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Kleine marters Om te beoordelen of de locatie geschikt is als leefgebied voor kleine marters (wezel, hermelijn inclusief bunzing en steenmarter) is op de locatie een wildcamera en een marterbox geïnstalleerd. Deze zijn in de voorjaarsperiode van 2022 (tussen 7 maart en 28 juni 2022) ter plaatse aanwezig geweest.
Figuur 2.2. geplaatste marterbox en locatie geplaatste wildcamera
In paragraaf 3.2 is beschreven of deze waargenomen zijn of niet (en welke functies eventueel aanwezig zijn).
7 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
3 Resultaten veldonderzoeken 3.1
Beschrijving waarnemingen vleermuizen
De volgende soorten zijn met zekerheid vastgesteld: • Gewone dwergvleermuis (PIPPIP); • Ruige dwergvleermuis (PIPNAT); • Laatvlieger (EPTSER); • Gewone grootoorvleermuis (PLEAUR); In onderstaande tabel is een overzicht van de opgenomen en geanalyseerde geluidsbestanden weergegeven. Tabel 3.1. Geluidsopnamebestanden Datum
PIPPIP
PIPNAT
EPTSER
210819
35
2
210920
26
9
220531
33
2
2
220614
208
Eindtotaal
302
13
2
PLEAUR 1
Noise
Eindtotaal
1
38
1
37 37 208
1
2
320
Verklaring: Waarneming is een geluidsopname op een bepaald moment: een vleermuis kan met rondjes vliegen als een exemplaar voor een grote hoeveelheid waarnemingen zorgen. Hoeveelheid waarnemingen zegt dus niet direct iets over het aantal voorkomende vleermuizen. De ruisopnamen (sprinkhanen, krekels, verkeersgeluid) zijn uit het overzicht gehouden.
Tijdens het uitgevoerde vleermuisonderzoek zijn verschillende vleermuissoorten en verschillende gebruikssoorten van de gebieden (foerageren, vliegroute, en eventuele verblijfsplaatsen) bepaald. In onderstaande tekst is een beknopte toelichting gegeven van de verschillende functies die het plangebied (en de directe omgeving) vervult voor vleermuizen (en voor welke soorten). Vervolgens wordt ingegaan of deze functie vanwege de voorgenomen ontwikkeling wordt beperkt danwel deels komt te vervallen en welke maatregelen hiervoor nodig zijn om dit te compenseren/mitigeren.
3.2
Waargenomen functies vleermuizen
Ter plaatse van de te kappen bomen zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. In het plangebied is, op twee deellocaties na, slechts beperkte vleermuisactiviteit waargenomen van één hooguit twee aanwezige exemplaren (veelal gewone dwergvleermuis diffuus foeragerend). Het aanwezig groen is behalve voor gewone dwergvleermuis geen essentieel groen. Wel worden de groene structuren rondom het plangebied als diffuse vliegbegeleiding gebruikt, ook door andere soorten dan gewone dwergvleermuis. Tijdens het laatste bezoek is grotere vleermuisactiviteit (en meerdere exemplaren) waargenomen. Dit blijkt ook uit de aantal opnamen van de verschillende veldbezoeken (zie tabel 3.1). Er is geen sprake van vaste en essentiële vliegroutes die in het geheel gaan verloren bij de kap van de bomen in figuur 2.1. Wel gaat een deel van de vlieg/foerageerroute als gevolg van de kapwerkzaamheden verloren. Het grootste landschappelijk element (de dijk zelf) blijft behouden.
8 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Zoals ook blijkt uit figuur 3.1 is de activiteit van vleermuizen op twee plaatsen hoger/groter dan op andere delen van het plangebied. Deze zijn met een gele en oranje contour aangegeven. Dit zijn de locaties waar de aanwezige bomen een foerageerfunctie hebben voor meer dan een exemplaar gewone dwergvleermuis.
Figuur 3.1 geluidsopnamen op GPS coördinaten tijdens 2 veldbezoeken 2021 in najaar en 2 het voorjaar van 2022 In geel drukkere locatie in najaar 2021 en 14 juni 2022 en in oranje locatie waar meerdere exemplaren (ca 8 gelijktijdig waargenomen) van 0,5 uur tot zonsopgang tot ca zonopgang aanwezig waren
Verder wordt rondom de bomen op een aantal locaties (maar verspreid over alle bezoeken en wisselend van locatie) door een exemplaar gewone dwergvleermuis gebruikt om te foerageren. De waargenomen overige soorten tijdens de veldbezoeken zijn enkel langs vliegend gezien/gehoord. Aangezien ter plaatse van de hoogste intensiteit vleermuizen ook aan de andere zijde bomen aanwezig zijn, gaat er niet al het essentieel foerageergebied en de vlieg/foerageerroute verloren. Om deze functie, foerageren, te behouden zijn er wel randvoorwaarden nodig om deze functie, voor vleermuizen ter plaatse te behouden (zie paragraaf 3.5).
3.3
Waarnemingen per vleermuissoort
Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuissoort in Nederland en is overwegend een typische gebouwbewoner. Paarverblijven kunnen soms ook in bomen voorkomen, de soort heeft echter een voorkeur voor bebouwing/objecten.
9 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Als gekeken wordt naar de locatie van de waargenomen roep van de gewone dwergvleermuis, in combinatie van de locatie het plangebied dan blijkt dat vermoedelijk sprake is van enkele paar(/zomer)verblijf van een mannetje gewone dwergvleermuis en een groter zomer/kraamverblijf (van minimaal 8 exemplaren) in woningen/panden op afstand van het plangebied. Dit wordt bevestigd met zichtwaarnemingen tijdens de veldbezoeken. Ruige dwergvleermuis Tijdens de veldbezoeken is met name in het najaar van 2021 slechts beperkt de aanwezigheid van ruige dwergvleermuis waargenomen. Dit betreffen vermoedelijk langs vliegende exemplaren. De ruige dwergvleermuis is overwegend een typisch boom bewonende soort. In het najaar kunnen echter paarverblijfplaatsen in bebouwing ook worden aangetroffen. Omdat de planlocatie in het westen van Nederland gelegen is en deze soort in het najaar van noordoost naar zuidwest Europa trekt betreffen het vermoedelijk migrerende exemplaren. De sonogram lijkt dit te bevestigen door vrij vlakke pulsen met een relatief lange periode tussen de pulsen in op redelijk gelijkmatige afstanden; ofwel het type echolocatie tijdens migratie waarbij grote afstanden worden afgelegd. Wanneer een vleermuis foerageert zijn de pulsen veel korter na elkaar en minder vlak (een groter frequentiebereik per puls).
Figuur 3.2 Sonogram ruige dwergvleermuis 20-9-2021 met hulplijn op 40 kHz
Tijdens het uitgevoerde onderzoek is van de ruige dwergvleermuis geen verblijfplaats in (of direct nabij) het plangebied waargenomen. Hierbij is gericht aandacht besteed (beoordeling door middel van warmtebeeldcamera) aan de enkele gaten in de te kappen bomen: hierbij zijn geen signalen waargenomen dat deze dienst doen als een verblijfplaats. Ook is geen herhaalde baltsroep van deze soort opgenomen. Laatvlieger De laatvlieger is een grotere vleermuis, maar een typische gebouwenbewoner. Gezien het beperkte voorkomen van deze soort tijdens het onderzoek hebben de bomen (en de omgeving van de bomen) geen essentiële functie voor deze soort. Bij een verblijfplaats in de directe omgeving, waarbij de bomen een deel van een vliegroute zouden zijn, zou de soort vermoedelijk bij meer veldbezoeken en veelvuldiger zijn waargenomen/opgenomen.
10 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Figuur 3.3 Sonogram laatvlieger
Grootoorvleermuis De grootoorvleermuis is een redelijk algemene vleermuissoort in ongeveer heel Nederland maar wordt niet makkelijk waargenomen (zachte sonar). Op deze planlocatie is de soort eenmalig waargenomen. In onderstaande figuur is zowel een gewone dwergvleermuis als gewone grootoorvleermuis opgenomen.
Figuur 3.4 sonogram Grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis
Hierdoor wordt deze soort niet makkelijk gedetecteerd. Omdat het onderzoek ook in de paarperiode plaats heeft gevonden, valt uit te sluiten dat de grootoorvleermuis verblijfplaatsen binnen het plangebied heeft. In deze periode is de soort op basis van (luide) baltsroepen makkelijker te detecteren. Wel zou het aantal langs vliegende exemplaren langs het plangebied, als gevolg van de zachte sonar onderschat kunnen worden, omdat deze waarneming samenvalt met de drukker gebruikte deellocatie voor gewone dwergvleermuis in het voorjaar worden negatieve effecten ook voor deze soort in mitigatie/compensatie reeds meegenomen.
11 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
3.4
Waarnemingen overige soorten
Tijdens de veldbezoeken zijn geen jaarrond beschermde nesten van (roof)vogels waargenomen. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren wordt ook schade of verlies van nesten van algemene broedvogels voorkomen. Tijdens het kleine marteronderzoek zijn geen kleine marters waargenomen. Wel algemene broedvogels en muizen. Door tijdens de herinrichting voor het fietspad ook in te zetten op een natuur inclusief ontwerp kunnen ook voor kleine marters kleine landschapselementen worden aangebracht om deze soorten ter plaatse meer vestiging en beschuttingsmogelijkheden te geven.
3.5
Mitigatie/compensatie
Ter plaatse van het plangebied zijn geen verblijfplaatsen voor vleermuizen waargenomen. Ook zijn geen verblijfplaatsen van marters of nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels waargenomen. Wel is op twee locaties sprake van verhoogde vleermuisactiviteit, waarbij een deel van een vlieg/foerageerroute als gevolg van de voorgenomen kap verloren gaat. Wanneer ook de optionele bomen aan de noordzijde van de Roterijdijk worden gekapt is het de vraag of de beperkt aanwezige overige bomen (zuidzijde) deze waargenomen functies geheel kunnen opvangen. In ieder geval zijn er bij kap 2 à 3 locaties die knelpunten opleveren wanneer directe herplant niet mogelijk is. Deze locaties zijn aangegeven in figuur 3.5.
Figuur 3.5 Locaties waarbij bij kap bomen in plangebied knelpunten voor vleermuizen ontstaan door ontbreken van bomen in directe omgeving die deze functie voldoende kunnen overnemen. Op kleinere delen dan in figuur 3.1 ontstaan knelpunten.
Op de groene deellocaties in figuur 3.5 ontbreekt na het planvoornemen, van de voorgenomen te kappen bomen, een doorgaande bomenrij die behouden blijft als gevolg van het planvoornemen, waardoor een doorgaande groene beplanting na het planvoornemen ontbreekt. Dit kan worden hersteld door bijvoorbeeld aan de overzijde van de weg (zuidoostzijde) bomen te herplanten.
12 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
En in de gele planlocatie zal de beslotenheid van de bomen aan weerszijden verdwijnen waardoor de geschiktheid van het foerageergebied van m.n. de gewone grootoorvleermuis zal worden aangetast. Op deze drie deellocaties zal bij de variant enkel noodzakelijk te kappen bomen een alternatief moeten worden gezocht om effecten op vleermuizen te voorkomen. Daarbij zijn twee scenario’s denkbaar 1. De best beschikbare optie, hierbij wordt het planvoornemen met zorgvuldigheid voor ecologie uitgevoerd en heringericht: • de optionele bomen (iig in een eerste fase ten behoeve van het fietspad te behouden, en voor takbreuk/onderhoud enkel te snoeien, hierdoor blijf meer foerageergebied in stand); • geen aangepaste verlichting toe te passen ter plaatse van het fietspad (nu is de dijk ook grotendeels onverlicht) • ter plaatse van de te kappen bomen, in de periode van winterrust (november t/m maart) op een onderlinge afstand van 7 meter direct nieuwe bomen (van 5 m hoog en met kroonomvang van min. 2,5; voorschriften vanuit kennisdocumenten) te herplanten. Op de groene locaties in figuur 3.5 kan dit ook aan de overzijde van de weg. En in het gele deelgebied zou herplant van een zeeuwse haag (bij te weinig ruimte voor herplant bomen) een luwteplek voor grootoorvleermuizen en foerageergebied voor gewone dwergvleermuizen kunnen betekenen.
De optionele bomen zouden dan, bij het verder achteruitgaan van de optioneel ook te kappen bomen na 2 of 3 jaar (max 2025 omdat het huidige onderzoek beperkt houdbaar is) in een tweede fase vervangen kunnen worden door nieuwe bomen. Hierbij dient voor uitvoering en herplant een aantal zorgmaatregelen in acht te worden genomen. Of deze optie haalbaar is, is (nog) niet te beoordelen omdat er nog geen herplantplan/herinrichtingsplan beschikbaar is om dit inhoudelijk concreet te toetsen.
2. Een impactvariant, waarbij een ontheffing Wnb soortbescherming nodig is: • Alle bomen (dus op tekening + de optievariant) in een keer kappen • Lokaal en na nadere toetsing gerichte verlichting (bijv. red/orange licht of met sensor lage verlichting) toepassen bijv. bij kruispunten • Evt. beperkter of op een andere plaats bomen terugplanten. In het eerste scenario is onzes inziens geen ontheffing Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming noodzakelijk, mits volledig invulling kan worden gegeven aan alle aandachtspunten voor het voorgenomen plan en herplant en alle voorbereidingswerkzaamheden buiten het vleermuisactieve seizoen/broedseizoen plaatsvinden (november tot 15 maart) en herplant direct plaatsvindt. De vervolgwerkzaamheden, zoals het graafwerk en asfaltwerk kan dan onder een ecologisch werkprotocol met mitigerende maatregelen plaatsvinden. Omdat er geen herinrichtingsplan bij ons bekend is, is de nieuwe situatie (nog) niet concreet getoetst. Het is raadzaam om ook in dit scenario het planvoornemen voor te leggen aan bevoegd gezag, uiteindelijk bepalen zij of wel of geen ontheffing noodzakelijk is. Wanneer het niet mogelijk is om een of meerdere punten op te volgen, is het niet mogelijk om uit te sluiten dat mogelijk negatieve effecten (op vlieg- en foerageergebied) van vleermuizen plaatsvinden.
13 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
In dat geval is er onzes inziens noodzaak voor een ontheffing, aangezien er (in ieder geval tijdelijk of lokaal) sprake is van het verstoren van beschermde elementen voor vleermuizen. Vrijblijvende tip voor natuur inclusief realiseren Om bij te dragen/een meerwaarde te leveren aan de functionaliteit van de omgeving voor vleermuizen en/of overige urbane soorten zou het principe van natuur inclusief ontwikkelen kunnen worden toegepast. Door bijvoorbeeld het toepassen van (tijdelijke) vleermuiskasten en het realiseren van takkenrillen langs/op de dijk bijvoorbeeld net buiten het planvoornemen. Dit is echter geen verplichte mitigatie/compensatie aangezien tijdens de veldbezoeken geen beschermde verblijffuncties van beschermde soorten zijn waargenomen. Vleermuiskasten kunnen wel bijdragen aan het realiseren van extra verblijfplaatsen in een gebied met nog weinig bomen met natuurlijk holten (en maar incidenteel gebruikte) verblijfplaatsen. En kunnen ten opzichte van de huidige situatie de functie van het leef- en foerageergebied van vleermuizen verbeteren. Ontheffing Een ontheffing voor het vernietigen van verblijfplaatsen of essentiële functies in het najaar (zoals foerageergebied) door kap van de bomen is niet aan de orde. Wel lijkt de vleermuisactiviteit hoger in het voorjaar waardoor een aanwezige (kraam)kolonie in de omgeving van het plangebied niet kan worden uitgesloten.
Deze kolonie zal (in ieder geval deels) afhankelijk zijn van de bomen aan de dijk als foerageer/vliegroute, waardoor kappen van een (groot) deel van deze bomen zorgvuldig moet gebeuren en ook de herinrichting/herplant aan eisen moet voldoen. Afhankelijk van het exacte herinirichtingsplan, de planning en eventuele andere aanpassingen zal het wel of mogelijk niet noodzakelijk zijn om een ontheffing aan te vragen. Omdat het exacte herinrichtingsplan (nog) niet bekend is, is dit niet getoetst. Wanneer toepassing van tijdelijke/aangepaste verlichting niet te voorkomen is, is het raadzaam om altijd een ontheffing Wnb soortbescherming aan te vragen, omdat verlichting effect/negatieve effecten heeft op diverse waargenomen soorten binnen het plangebied en verstoring dus (niet volledig) zal kunnen worden voorkomen. Zorgplicht Ook dienen de (voorbereidings-, kap-, herinrichtings)werkzaamheden buiten het kwetsbaar broed/voortplantingsseizoen te worden uitgevoerd om het verstoren en vernietigen van nesten algemeen voorkomende broedvogels te voorkomen.
14 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
4 Conclusies en aanbevelingen Op de locatie is gedurende de onderzoeksperiode meermaals vier verschillende soorten vleermuizen aangetoond; gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en grootoorvleermuis. De gewone dwergvleermuis is vooral langs vliegend waargenomen. Invliegers, uitvliegers en/of zwermen is in het plangebied niet waargenomen. Wel zijn in de omgeving (maar buiten het plangebied) vermoedelijk enkele (paar)verblijfplaatsen en een grotere zomer/kraamverblijf aanwezig. Daarnaast is ook de ruige dwergvleermuis in en nabij het plangebied waargenomen (hoofdzakelijke boombewoners). Dit betreffen vermoedelijk migrerende exemplaren. Verblijfplaatsen zijn niet waargenomen. Ook zijn er geen kleine marters of jaarrond beschermde nesten van vogels waargenomen in/ter plaatse van de te kappen bomen. De mogelijk te kappen bomen en de bomen in de directe omgeving van het plangebied bevatten wel enkele zichtbare gaten, kieren en scheuren en maar paarverblijfplaatsen, en in- en/of uitvliegers zijn niet waargenomen. Wel worden deze bomen (net als het overig openbaar groen in de directe omgeving) gebruikt als vliegbegeleiding en foerageergebied van in ieder geval 8 gewone dwergvleermuizen en grootoorvleermuizen in het najaar.
Omdat er geen vaste (paar)verblijfplaatsen of andere beschermde functies voor vleermuizen zijn vastgesteld kunnen de kapwerkzaamheden (buiten het kwetsbaar broed/voortplantingsseizoen) worden uitgevoerd. Een ontheffing soortbescherming Wet natuurbescherming voor het vernietigingen van verblijfplaatsen is hierdoor niet aan de orde. Met mogelijke kap en/of herplanting van de bomen gaat binnen het onderzoeksgebied niet het volledig essentieel foerageergebied en/of vliegroute verloren, echter afhankelijk van de exacte uitvoering en herplant zijn wel negatieve effecten te verwachten. Afhankelijk van het exacte herinirichtingsplan, de planning en eventuele andere aanpassingen zal het wel of mogelijk niet noodzakelijk zijn om een ontheffing aan te vragen. Omdat het exacte herinrichtingsplan (nog) niet bekend is, is dit niet getoetst. Door mitigerende maatregelen kunnen de kans op verstoring en mate van verstoring worden beperkt. Het is aan te bevelen om in overleg met bevoegd gezag (provincie Zeeland) te overleggen of met het nemen van mitigerende maatregelen verstoring van alle waargenomen soorten volledig kan worden voorkomen, danwel dat voor dit aspect een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
Bij extra toepassen danwel aanpassen van verlichting (langs en nabij de dijk, ter plaatse van het fietspad) is het raadzaam om deze ontheffing in ieder geval wel aan te vragen, aangezien verlichting op diverse aangetroffen vleermuissoorten een negatief effect zullen hebben.
15 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Resume per soortgroep: Vogels: Re zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Wel dient bij uitvoering aandacht te worden besteed aan evt. algemene broedvogels (en/of de (voorbereidings)werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen 15 maart t/m eind juli) en/of de werkzaamheden uit te voeren met een ecologisch werkprotocol (en bijbehorende ecologische begeleiding). Verder wordt aanbevolen om evt jaarrond beschermde vogels ter plaatse te monitoren. In de winter van 2021/2022 zijn enkele grote nesten uitgewaaid, die in voorjaar 2022 niet zijn herbouwd. Deze situatie kan veranderen waardoor bijv. buizerd wel in het plangebied kan gaan broeden. Kleine marterachtigen: Op basis van uitgevoerd cameraonderzoek en nachtelijke veldbezoeken is op de planlocatie geen sprake van aanwezigheid van kleine marterachtigen. Mogelijk bevat de locatie in de huidige situatie te weinig beschutting (veelal bomen weinig struikvormers en andere kleine landschappelijke elementen). Vleermuizen: Op de planlocatie zijn geen verblijfplaatsen (van boombewonende soorten) waargenomen. Wanneer alleen de noodzakelijke bomen worden gekapt dan is op drie deellocaties sprake van vleermuisfuncties (vlieg/foerageerroute) die deels verloren gaan en niet direct voldoende over kunnen worden genomen door omliggend te behouden bomen.
Bij totaalkap van de bomen aan de noordwestzijde, aanpassing danwel toevoegen van verlichting of andere planvoornemens dan nu bekend en getoetst in dit onderzoek is een nieuwe beoordeling noodzakelijk.
Volledigheid inventarisatie De inventarisatie is een uiteraard een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het vooronderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
16 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Literatuur Barataud, M. (with collaboratation of Tupinier Y. and Limpens H.) Acoustic Ecology of European Bats, species identification, study of their habitats and foraging behavior, (Engelse vertaling) Inventaires & biodiversite series (biotope – Museum national d’Historie naturelle, 2020) Barataud, M. (with collaboratation of Tupinier Y. and Limpens H.) Acoustic Ecology of European Bats, species identification, study of their habitats and foraging behavior, (Engelse vertaling) Inventaires & biodiversite series (biotope – Museum national d’Historie naturelle, 2015) Dietz C. en Kieffer A. Veldgids Vleermuizen van Europa, (Nederlandse vertaling) (KNNV uitgeverij, Zeist, 2017) Limpens, H, Mostert K, Bongers W. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie (KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1997) Middleton N. Froud, A., French K. Social calls of the Bats of Brittain and Ireland, (Pelagic Publishing 2014) Skiba R. Europaische Fledermause, (VerslagKGWolf, Magdeburg 2014) Kennisdocument gewone dwergvleermuis Kennisdocument ruige dwergvleermuis Kennisdocument gewone grootoorvleermuis
Websites: www.knmi.nl www.verspreidingsatlas.nl
www.vleermuis.net www.zeeland.nl
17 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Bijlage 1 Wettelijk kader Hieronder volgt een algemene beschrijving van de Natuurwetgeving, gevolgd door betreffende onderdelen van de wetgeving. De Nederlandse natuurwetgeving De Nederlandse natuurwetgeving valt uiteen in gebiedsbescherming en soortbescherming. De gebiedsbescherming is geïmplementeerd in de Natuurbeschermingsweg 1998 en omvat de Natura 2000-gebieden. Per 01/01/2017 zijn beide onderdelen (en de Boswet) geïntegreerd in de Wet natuurbescherming (Wn). Gebiedsbescherming In de Natura 2000 gebieden zijn de beschermde natuurmonumenten alsmede de gebieden met de status Vogel- en/of de Habitatrichtlijngebied (Voorheen Speciale beschermingen Zones, Sbz’s) opgenomen. Globaal kan worden gesteld dat de gebiedsbescherming gericht is op de bescherming van de waarden waarvoor een gebied is aangewezen. Deze bescherming is gebied specifiek, maar kent wel de zogenaamde externe werking. Dat wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot verlies aan kwaliteit in het beschermde gebied. Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking.
Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield. Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wn) staan vernoemd in onderstaand kader.
18 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wn)
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. • Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
19 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200512
Nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten te kappen bomen dijktracé Roterijdijk en Zuiddijk
23 september 2022
• Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. • Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.
Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. • Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daaropvolgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien.
20 Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie