CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

5. 7897033 1687857221075 2.1 200424 QS Wnb rev. 1 fietspad en verkeersafwikkeling

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Aanleg fietspad Roterijdijk-Zuiddijk nabij Dreischor (965249)5.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming t.b.v. verleggen fietspad en verkeersafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk Projectnummer 200424

24 april 2020, rev 01

Auteur Ing. S.J.M.P. Halters

Opdrachtgever Waterschap Scheldestromen Postbus 1000 4330 ZW Middelburg

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING .................................................................................................................................. 3 WETTELIJK KADER ........................................................................................................................ 3 DOEL ONDERZOEK ........................................................................................................................ 4 LEESWIJZER ................................................................................................................................. 4

2.

WERKWIJZE .................................................................................................................................. 5

3.

BUREAUSTUDIE ........................................................................................................................... 6 3.1 3.2 3.3

PLANVOORNEMEN ......................................................................................................................... 6 GEBIEDSBESCHERMING ................................................................................................................. 7 SOORTBESCHERMING ................................................................................................................... 8

4.

RESULTATEN VELDBEZOEK .................................................................................................... 10

5.

TOETSING VAN HET PROJECT AAN DE NATUURWAARDEN .............................................. 13 5.1 BESCHRIJVING GEPLANDE ACTIVITEIT ........................................................................................... 13 5.2 TOETSING GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 14 5.3 TOETSING SOORTBESCHERMING ............................................................................................. 14 5.3.1 Planten ............................................................................................................................. 14 5.3.2 Ongewervelden ................................................................................................................ 14 5.3.3 Vissen .............................................................................................................................. 15 5.3.4 Amfibieën ......................................................................................................................... 15 5.3.5 Reptielen .......................................................................................................................... 15 5.3.6 Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................

15 5.3.7 Vleermuizen ..................................................................................................................... 15 5.3.8 Vogels .............................................................................................................................. 16

6.

MITIGERENDE MAATREGELEN ................................................................................................ 17

7.

CONCLUSIES .............................................................................................................................. 18

LITERATUUR ........................................................................................................................................ 19

Bijlage 1

Pagina 2 van 22

Wettelijk kader

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Waterschap Scheldestromen is voornemens het wegtracé te wijzingen voor verkeersveiligheid bevordering. Daarbij wordt (op delen) een separaat fietspad gerealiseerd en worden wegaansluitingen gewijzigd. In verband nieuw te realiseren aansluitingen/kruisingen wordt ook rondom en naast de openbare weg de situatie gewijzigd. Hierdoor wordt dijktalud gewijzigd en waar noodzakelijk bomen en struweel verwijderd om de aanpassing mogelijk te maken. Zie onderstaande afbeelding voor een impressie van het planvoornemen. Buijs Eco Consult B.V. heeft in opdracht van Waterschap Scheldestromen een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming verricht naar de effecten op voorkomende, dan wel te verwachten beschermde planten- en diersoorten en gebiedsbescherming.

Afbeelding 1.1 Locatie planvoornemen (bron: opdrachtgever)

1.2

Wettelijk kader

Vanuit de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het doel van deze natuurwetgeving is het in stand houden van de inheemse flora en fauna. Door, voorafgaand aan ruimtelijke ingrepen, stil te staan bij aanwezige natuurwaarden kan onnodige schade aan beschermde soorten worden voorkomen of beperkt. Indien schade aan (zwaarder) beschermde soorten niet te voorkomen is, is een ontheffing noodzakelijk of vergunning indien gebiedsbescherming in het geding is. (Zie bijlage 1 voor nadere toelichting van het Wettelijk Kader).

Pagina 3 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

1.3

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Doel onderzoek

Het doel van deze quickscan is het analyseren of in het plangebied welke beschermde natuurwaarden al aanwezig zijn. Het doel van voorliggende toetsing is het opsporen van eventuele strijdigheden die door de voorgenomen ingreep/ontwikkeling met de huidige (en per 01/01/2017 van kracht geworden) Wet natuurbescherming kunnen ontstaan. En verder het bepalen of de aanvraag van een vergunning/ontheffing (gebiedsbescherming/soortbescherming).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de werkwijze. Hoofdstuk 3 omschrijft het plangebied, het gebruik en de huidige status. Hoofdstuk 4 gaat in op de resultaten van het veldbezoek. Hoofdstuk 5 beschrijft de toetsing van de ingreep aan Wet natuurbescherming. Hoofdstuk 6 beschrijft de mitigerende maatregelen en hoofdstuk 7 omschrijft de conclusies en aanbevelingen. De wettelijke achtergronden van de Wet natuurbescherming zijn beschreven in bijlage 1.

Pagina 4 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

2.

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Werkwijze

Om eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming op te sporen bij herinrichting van /aanpassingen in het gebied dient er een antwoord te komen op de volgende vragen: 1. 2.

3. 4. 5.

Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Onder welk beschermingsregime vallen deze soorten? Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten? En geldt wellicht een algemene vrijstelling voor een of meerdere soorten? Door welke maatregelen kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen of verzacht? Indien de duurzame staat van instandhouding van beschermde soorten in gevaar komt, welk vervolgtraject dient dan doorlopen te worden? Voor welke beschermde soorten moet een ontheffing aangevraagd worden, of kan gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode?

Om bovenstaande vragen te beantwoorden worden de volgende stappen doorlopen. Stap 1. Verkenning beschikbare gegevens De eerste werkstap bestaat uit een check op aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten op basis van verspreidingsgegevens van mogelijk voorkomende beschermde plant- en diersoorten (bureaustudie). Stap 2. Veldbezoek Er is op 11 november een veldbezoek overdag gebracht aan het plangebied en de omgeving. Hierbij is op, basis van de gegevens van de bureaustudie, beoordeeld voor welke soorten het plangebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Stap 3. Effectenonderzoek Op basis van de algemene beschrijving van de voorgenomen ingreep, potentiebeoordeling en de verzamelde gegevens van stap 1 en 2 de (mogelijke) effecten (vernietiging, doden verstoring, vernieling) op de aangetroffen en verwachte beschermde soorten beschreven. Voor de verwachte negatieve effecten op de beschermde soorten worden mitigerende maatregelen voorgesteld. Stap 4 Conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de aanwezige soorten Op basis van stap 1 tot en met 3 worden conclusies getrokken met betrekking tot eventuele overtredingen van de verbodsbepalingen zoals genoemd in de Wet natuurbescherming artikelen 3.1, 3.5 en 3.10, en de te nemen vervolgstappen.

Pagina 5 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

3.

Bureaustudie

3.1

Planvoornemen

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Het plangebied ligt ten noordwesten van Zierikzee als verbindingsweg tussen de kernen van Schuddebeurs en Dreischor (zie afbeelding 3.1).

Afbeelding 3.1 Ligging plangebied

De Roterijdijk en de Zuiddijk liggen ten zuidwesten van Dreischor. Het waterschap is eigenaar en beheerder van de wegen op de beide dijken. De dijktaluds zijn grotendeels in eigendom en beheer bij derden. De wegen vormen de verbinding tussen Schuddebeurs en Dreischor en de laatste schakel in de doorgaande route tussen Zierikzee en Dreischor. De intensiteit en samenstelling van het verkeer op de Roterijdijk en de Zuiddijk is dusdanig dat dit niet meer goed kan worden afgewikkeld op de beide wegen. Hierdoor komen met name de fietsers in de knel. Het passeren van auto-, landbouw-, en vrachtverkeer dwingt tot het gebruik van de bermen die hierdoor kapot zijn gereden. De beide wegen vragen daarnaast dringend om onderhoud. De verbreding en het onderhoud zijn al verschillende jaren uitgesteld omdat het Waterschap Scheldestromen dit wil combineren met de realisatie van een fietspad.

Het planvoornemen bestaat uit de volgende onderdelen: • het realiseren van een fietspad langs de Roterijdijk en Zuiddijk tussen de aansluiting met Kloosterweg (N654) en de aansluiting met de Bogerdweg in Dreischor; • het herinrichten van de aansluitingen van de Dreischorsedijk, Platteweg en Zuid Langeweg op de Roterijdijk en de Zuiddijk; • het aanpassen en verleggen van de rijbaan van de Zuiddijk tussen de aansluiting met de Dreischorsedijk en de oostelijke oprit van de Zuid Langeweg; • het verbreden en overlagen van de Roterijdijk tussen de oprit van Roterijdijk 2 en de aansluiting met de Dreischorsedijk en het verbreden en overlagen van de Zuiddijk tussen de oostelijke oprit met de Zuid Langeweg en de bebouwde kom van Dreischor. Het bovenstaande dient in 2022 te worden gerealiseerd. Om het project te realiseren is, moeten percelen worden aangekocht.

Pagina 6 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

3.2

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Het plangebied ligt op ruimere afstand (ca. 900 meter) en afgescheiden van Natura 2000 gebied Grevelingen, en op ongeveer 4,1 kilometer van Natura 2000 gebied Oosterschelde (zie figuur 3.2). Het wordt ruimtelijk gescheiden het Grevelingen door akkerbouwgebied en de bebouwing van het dorp Dreischor en ruimtelijk gescheiden van de Oosterschelde door de bebouwing van de kern Schuddebeurs en achterliggende akkerbouwgebieden. Natura2000 gebied Kop van Schouwen is op nog ruimere afstand (ca. 15 km) van het plangebied gelegen.

Kop van Schouwen Grevelingen

Oosterschelde

Afbeelding 3.2 Ligging plangebied (in rood) ten opzichte van Natura 2000 (bron: kaarten Zeeland)

Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt in NNN gebied Binnendijken (dijken Schouwen Duiveland en Binnendijken Nieuw). In de directe omgeving (ook wel afwegingszone genoemd) liggen geen andere NNN-gebieden. NNN gebieden Schuddebeurs en (Weel bij) Sasdijk (niet zijnde Binnendijken) ligt respectievelijk op >150 meter en ca. 200 meter afstand.

Schuddebeurs

Afbeelding 3.3

Pagina 7 van 22

Weel bij Sasdijk

Ligging plangebied (rode lijn) ten opzichte van Natuur Netwerk Nederland (bron: kaarten Zeeland)

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

3.3

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Soortbescherming

Op basis van verspreidingsatlassen is het voorkomen van beschermde soorten bekend. Hieronder wordt per soortgroep een samenvatting gepresenteerd. Planten Op Schouwen is het voorkomen van de nationaal beschermde plant glad biggenkruid bekend. Deze groeit echter buiten het plangebied o.a. in het duingebied van de Kop van Schouwen. In de directe omgeving van het plangebied komen geen beschermde planten voor. De berm waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd vormt geen geschikt biotoop voor dit type beschermde soorten planten. Ongewervelden In de ruime omgeving (Kop van Schouwen) van het planvoornemen is het voorkomen van nauwe korfslak bekend. De nauwe korfslak houdt zich met name op bij duindoornstruweel en overgangen van droog naar nat met een enigszins ontwikkelde strooisellaag. Dit habitat ontbreekt waardoor nauwe korfslakken binnen het planvoornemen niet worden verwacht. Overige beschermde ongewervelden worden eveneens niet verwacht op basis van biotoop en verspreidingsgegevens. Vissen In de aangrenzende watergangen worden geen effecten op beschermde vissen verwacht omdat beschermde vissen op basis van verspreidingsatlassen kunnen worden uitgesloten. Amfibieën In de directe omgeving van het plangebied komen alleen algemeen beschermde amfibieën voor zoals gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.

Het voorkomen van zwaarder beschermde soorten als boomkikker en rugstreeppad is met name bekend uit het Natura 2000 gebied Kop van Schouwen en omgeving Plan Tureluur. De berm direct langs de weg en naastgelegen bomenrijen vormt geen leefgebied van deze soorten. Reptielen In de regio is het voorkomen van reptielen niet bekend (bron: verspreidingsatlassen). Voorkomen van reptielen kan op grond hiervan worden uitgesloten. Levendbarende hagedis is (net als rugstreeppad) wel waargenomen nabij plan Tureluur en nabij Dijkwater. Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens en de ligging en kenmerken van het terrein en landschap (wegbermen langs agrarisch gebied, dijken en waterrijke duingebieden) rondom de plangebieden wordt verwacht dat er verschillende algemene grondgebonden zoogdiersoorten voorkomen rondom het plangebied, zoals de egel, haas, bunzing (alle nationaal beschermd). Voor deze soorten geldt binnen de provincie Zeeland een algemene vrijstelling (m.u.v. wezel en hermelijn, bunzing haas en konijn). Vanwege de kap en verwijderingsnoodzaak van bomen en struweel is nader onderzoek naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen noodzakelijk. Pas na de resultaten van dit nader onderzoek is een beoordeling op de effecten van deze soorten mogelijk.

Pagina 8 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Volgens verspreidingsatlassen komt binnen het plangebied daarnaast ook één Europees beschermde soort, de Noordse woelmuis (bijlage IV HR) voor. De Noordse woelmuis leeft voornamelijk in de inlaaggebieden van de Oosterschelde en Grevelingen dit type habitat is niet aanwezig in het plangebied. Aanwezigheid van deze soort ter plaatse van het plangebied wordt niet aannemelijk geacht. Vleermuizen De opgaande beplanting aan weerszijden van de weg wordt mogelijk gebruikt als vliegroute en foerageergebied door diverse soorten nabij het planvoornemen waargenomen vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, grootoorvleermuis en laatvlieger). Sommige oudere bomen (waaronder populieren) nabij het tracé vormen eveneens in potentie geschikte verblijfplaatsen voor boom bewonende soorten zoals de ruige dwergvleermuis, watervleermuis of grootoorvleermuis. Er worden voor de voorgenomen werkzaamheden bomen gerooid waardoor onderbreking van vliegroutes en/of wegvallen van verblijfplaatsen nader beoordeeld dient te worden door het uitvoeren van een nader vleermuisonderzoek wat volgens de richtlijnen van het Vleermuisprotocol (2017) wordt uitgevoerd. Pas na de resultaten van het onderzoek kan een nadere toetsing op effecten worden uitgevoerd.

Vogels Broedvogels met een jaarrond beschermde nesten zijn ter plaatse van het plangebied (meermaals) waargenomen, zoals buizerd, ransuil, boomvalk en sperwer. Verder kunnen overige broedvogels in en nabij het plangebied tot broeden komen zoals o.a. wilde eend, meerkoet, houtduif, merel, heggemus, winterkoning en roodborst .kunnen in het plangebied tot broeden komen. Ter plaatse van de te kappen bomen/bomenrijen is nader onderzoek naar aan/afwezigheid van jaarrond beschermde vogelsoorten noodzakelijk. Hierbij is of een DO ontwerp (met kapplan) nodig of het hele tracé dient beoordeeld te worden op aanwezigheid van eventueel jaarrond beschermde nesten.

Pagina 9 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

4.

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Resultaten veldbezoek

De planlocatie is op 11 november door S.J.M.P. Halters bezocht in het kader van de quickscan. Het terrein is onderzocht op de aanwezigheid van groeiplaatsen van hogere planten en het voorkomen van fauna, die volgens de Wet natuurbescherming beschermd zijn. Tevens is een algemene beoordeling gemaakt voor de geschiktheid van het gebied voor overige (niet aangetroffen) beschermde soorten. Hierbij zijn geen wezenlijke verschillen ontdekt ten opzichte van de bureaustudie vermeld in paragraaf 3.2.

Afbeelding 4.1

Pagina 10 van 22

Impressie plangebied

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Afbeelding 4.2

impressie plangebied

Afbeelding 4.3

impressie plangebied

Pagina 11 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Afbeelding 4.4

impressie plangebied

Afbeelding 4.5

impressie plangebied

Pagina 12 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

5.

Toetsing van het project aan de Natuurwaarden

5.1

Beschrijving geplande activiteit

Waterschap Scheldestromen is voornemens de verkeersveiligheid op de Roterijdijk/Zuiddijk te verhogen door aansluitingen op deze wegen te wijzigen en een vrij liggend fietspad te realiseren (zie figuur 5.1). In verband met deze aanpassing zijn werkzaamheden in/aan de dijken en omliggende groenstructuren (lokaal) noodzakelijk waarbij bomen en struweel verwijderd moet worden.

Afbeelding 5.1

voorgenomen werkzaamheden (1 van 2) concept

Afbeelding 5.2

voorgenomen werkzaamheden (2 van 2) concept

Pagina 13 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

5.2

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Toetsing gebiedsbescherming

Natura 2000 Effecten op aangewezen habitattypen De werkzaamheden vinden plaats buiten de aangewezen Natura 2000 gebieden. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot versnippering en oppervlakteverlies. Toetsing aan stikstofdepositie is niet in deze rapportage inbegrepen. Effecten op aangewezen habitatsoorten Nabij de voorgenomen werkzaamheden komen geen aangewezen habitatsoorten voor waarvoor de nabijgelegen Natura 2000 gebieden Grevelingen en Oosterschelde zijn aangewezen. Het plangebied vormt geen essentieel leefgebied voor deze soorten omdat het grotendeels een intensief beheerde wegberm betreft. Hierdoor kunnen effecten op voorhand worden uitgesloten. Effecten op aangewezen vogels Verstoringseffecten zijn op aangewezen vogels van Oosterschelde en Grevelingen is niet aan de orde. De wegberm waarin de werkzaamheden zijn voorzien vormt geen essentieel leefgebied voor aangewezen soorten. Effecten van de voorgenomen ingreep op aangewezen vogels kunnen op voorhand worden uitgesloten. Natuur Netwerk Nederland (NNN) De werkzaamheden vinden enkel plaats in NNN gebied Binnendijken/Dijken Schouwen Duiveland en niet plaats in gebieden die vallen onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De werkzaamheden vinden op grotere afstand (>100 meter van NNN niet zijnde Binnendijken).

Effecten van de voorgenomen ingreep op gebieden die aangewezen zijn als NNN niet zijnde Binnendijken/Dijken Schouwen Duiveland kunnen op voorhand worden uitgesloten. Effecten voor het NNN Binnendijken/dijken Schouwen Duiveland dient nader getoetst te worden na het bekend worden van het DO van het ontwerp en effecten (en evt. maatregelen en herplant) dienen afgestemd te worden met bevoegd gezag (Provincie Zeeland) en de beheerders (Waterschap Scheldestromen, Het Zeeuwse Landschap en Staatsbosbeheer).

5.3

Toetsing soortbescherming

5.3.1 Planten Wegens het ontbreken van beschermde planten kunnen effecten op planten op voorhand worden uitgesloten. De ingreep heeft daarom geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van strikt beschermde planten.

5.3.2 Ongewervelden Het plangebied heeft geen betekenis voor strikt beschermde ongewervelden. De intensief beheerde meterstrook waarin de werkzaamheden zijn gesitueerd vormen echter geen geschikt leefgebied. De ingreep heeft daarom geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van strikt beschermde ongewervelden.

Pagina 14 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

5.3.3 Vissen Het plangebied heeft geen betekenis voor strikt beschermde soorten vissen. De ingreep heeft daarom geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van strikt beschermde soorten vissen.

5.3.4 Amfibieën Het plangebied heeft geen betekenis voor de strikt beschermde rugstreeppad en boomkikker. De ingreep heeft daarom geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van strikt beschermde soorten amfibieën.

5.3.5 Reptielen Het plangebied heeft geen betekenis voor strikt beschermde soorten reptielen. De ingreep heeft daarom geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van strikt beschermde soorten reptielen.

5.3.6 Grondgebonden zoogdieren Vaste rust- en verblijfplaatsen van zwaarder beschermde soorten (Noordse woelmuis) komen niet voor binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Het eventueel voorkomen van hermelijn en wezel dient (in verband met het verwijderen van groene lintstructuren en potentieel leefgebied van deze soorten) nader te worden onderzocht door middel van wildcamera onderzoek alvorens hier een beoordeling over gegeven kan worden. De ingreep kan wel leiden tot verstoring van verblijfplaatsen van algemeen voorkomende kleine grondgebonden zoogdieren van nationaal beschermde soorten, zoals veldmuis, egel en huisspitsmuis. Hiermee kunnen verbodsbepalingen worden overtreden voor deze soorten. Voor betreffende nationaal beschermde soorten geldt een vrijstelling voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Er is voor deze soorten dus geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van de genoemde soorten, omdat de ingreep te beperkt is en het aantal dieren dat hiermee gemoeid is bijzonder klein is. De ingreep heeft daarom geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van grondgebonden zoogdieren.

5.3.7 Vleermuizen De werkzaamheden hebben mogelijk een negatief effect op vleermuizen. Aangezien er ten behoeve van deze werkzaamheden bomen worden gekapt waarin mogelijke verblijfplaatsen aanwezig zijn. En als gevolg van de voorgenomen (lokale) kap mogelijk vliegroutes worden onderbroken. Hierdoor is er mogelijk sprake van effecten op functies als zomer/kraam/paar en winterverblijven, foerageergebied en migratiegebied alsmede vliegroutes. De ingreep heeft mogelijk invloed op de gunstige staat van instandhouding van strikt beschermde soorten vleermuizen. Om dit te kunnen beoordelen (of uitsluiten) is nader onderzoek (volgens het vleermuisprotocol 2017) naar aanwezigheid van vleermuizen noodzakelijk.

Pagina 15 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

5.3.8 Vogels Ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden dienen geen bomen gerooid te worden waarin jaarrond beschermde nesten aanwezig kunnen zijn. De ingreep heeft mogelijk invloed op de gunstige staat van instandhouding van jaarrond beschermde vogels. Om dit te kunnen beoordelen (of uitsluiten) is nader onderzoek naar aanwezigheid van jaarrond beschermde vogels noodzakelijk. Ook kunnen vogels in algemene zin tot broeden komen in de aangrenzende beplanting/vegetatie. Door de werkzaamheden buiten het kwetsbare broedseizoen uit te voeren (dus niet tussen 15 maart en 15 augustus) kunnen effecten op algemene broedvogels worden voorkomen. De ingreep heeft hiermee geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van algemene broedvogels.

Pagina 16 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

6.

Mitigerende maatregelen

+

Voorafgaande aan de werkzaamheden is nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van vleermuizen (tweemaal tijdens kraamtijd en tweemaal in het najaar) en kleine marterachtigen (door middel van wildcamera-onderzoek gedurende 6 weken) binnen het plangebied. In dit nader onderzoek moet blijken of beschermde soorten aanwezig zijn en zo ja welke functies het plangebied voor deze soorten vervuld. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek kan bij afwezigheid van soorten/belangrijke functies het planvoornemen worden uitgevoerd danwel is een ontheffingsaanvraag soortbescherming noodzakelijk.

+

Tevens dient te worden uitgesloten of jaarrond beschermde vogels geen essentiële functies hebben (nest-/rustplaats) in de (al dan niet tijdelijk) te verwijderen hagen en bomen. Deze functies zijn voor jaarrond beschermde soorten ook beschermd buiten het broedseizoen (15 maart t/m eind juli). Dit onderzoek kan uitgevoerd worden door 3 maal een bezoek te brengen met tussenliggende pozen van minimaal 10 dagen.

Ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen voor de planrealisatie en tijdens de uitvoering zoals, het verstoren van fauna volgen hier een aantal mogelijke mitigerende maatregelen:

Vleermuizen • Uitvoering werkzaamheden uitsluitend gedurende de daglichtperiode (en geen nachtverlichting toepassen) Vogels • Werkzaamheden uitvoeren buiten kwetsbaar broedseizoen (voor 15 maart en vanaf augustus). Wanneer uitvoering van de volledige werkzaamheden buiten dit seizoen niet mogelijk is, is het raadzaam om kap en herplant uit te voeren voor 15 maart en de overige werkzaamheden onder een ecologisch werkprotocol uit te voeren (incl. bijbehorende ecologische begeleiding), Waarbij het ongeschikt maken van werkgebied en ecologische checks worden uitgevoerd. De exacte maatregelen zijn echter afhankelijk van de resultaten van de noodzakelijke nadere onderzoeken (naar vleermuizen, kleine marterachtigen en jaarrond beschermde vogels) en kunnen derhalve wijzigen en/of aangevuld worden. Tevens dient op basis van het D0 ontwerp en het vooroverleg tussen bevoegd gezag, en de beheerders nader te worden beoordeeld welke maatregelen (en evt. herplant) evt. noodzakelijk is in kader van NNN- Binnendijken/dijken Schouwen Duiveland en herplant plicht in het kader van Houtopstanden.

Pagina 17 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

7.

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Conclusies

Kort samengevat is het resultaat van de quickscan: •

Het plangebied ligt buiten aangewezen in de Natura 2000 gebieden Grevelingen, Oosterschelde en Kop van Schouwen. Aangezien geen sprake is van oppervlakteverlies of versnippering kunnen effecten op deze gebieden (stikstofdepositie niet meegenomen) op voorhand worden uitgesloten.

•

Effecten op het Natuur Netwerk Nederland (NNN) kunnen op voorhand worden uitgesloten omdat de werkzaamheden op ruime afstand plaatsvinden van de overige NNN-gebieden. Wel dient in vooroverleg met bevoegd gezag en terreinbeheerders en aan de hand het definitief ontwerp te worden nagegaan welke eventuele effecten optreden in het NNN Binnendijken/dijken Schouwen Duiveland, of en zo ja welke mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn evenals herplant.

•

Effecten op beschermde planten, ongewervelden, amfibieën, reptielen, vissen, en grondgebonden zoogdieren, vogels kunnen op voorhand worden uitgesloten door het treffen van mitigerende maatregelen (zie hoofdstuk 6). Echter vanwege de noodzaak om bomen en groene structuren te onderbreken (kap en verwijdering) en mogelijk toepassen van aangepaste verlichting is eerst nader onderzoek voor de soorten: jaarrond beschermde vogels, vleermuizen en kleine marterachtigen nodig voordat een een beoordeling gemaakt kan worden van de effecten op deze mogelijk aanwezige soorten. Hierbij zijn twee mogelijke uitkomsten 1. Indien geen van deze soorten worden aangetroffen dan is geen ontheffing soortbescherming noodzakelijk en kan met zorgvuldig handelen het planvoornemen worden uitgevoerd. 2. Indien wel (één van) deze genoemde soorten ter plaatse een verblijf/nestplaats of rustplaats heeft dan is een ontheffing soortbescherming Wet natuurbescherming en het nemen van mitigerende/compenserende maatregelen noodzakelijk.

•

Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten geldt (wel) de bepaling van zorgplicht (Art 1.11).

Volledigheid inventarisatie De inventarisatie is een uiteraard een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het vooronderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.

Pagina 18 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Literatuur Broekhuizen, M.S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren KNNV, Utrecht Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids diersporen, KNNV Uitgeverij, Utrecht Strumpel, T. & Strijbosch H., 2006. Veldgids amfibieën en reptielen, KNNV Uitgeverij, Utrecht Wynhoff, I., Swaay, van C., & Made van der J., Veldgids Vlinders, KNNV Uitgeverij, Utrecht

Websites: www.BIJ12.nl www.floron.nl www.NDFF.nl www.Ravon.nl www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zeeland.nl www.zoogdiervereniging.nl

Pagina 19 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Bijlage 1 Wettelijk kader Hieronder volgt een algemene beschrijving van de Natuurwetgeving, gevolgd door betreffende onderdelen van de wetgeving. De Nederlandse natuurwetgeving De Nederlandse natuurwetgeving valt uiteen in gebiedsbescherming en soortbescherming. De gebiedsbescherming is geïmplementeerd in de Natuurbeschermingsweg 1998 en omvat de Natura 2000-gebieden. Per 01/01/2017 zijn beide onderdelen (en de Boswet) geïntegreerd in de Wet natuurbescherming (Wn). Gebiedsbescherming In de Natura 2000 gebieden zijn de beschermde Staatsbosbeheer alsmede de gebieden met de status Vogel- en/of de Habitatrichtlijngebied (Voorheen Speciale beschermingen Zones, Sbz’s) opgenomen. Globaal kan worden gesteld dat de gebiedsbescherming gericht is op de bescherming van de waarden waarvoor een gebied is aangewezen. Deze bescherming is gebiedsspecifiek, maar kent wel de zogenaamde externe werking. Dat wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot verlies aan kwaliteit in het beschermde gebied. Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking.

Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield. Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wn) staan vernoemd in onderstaand kader.

Pagina 20 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wn)

Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. • Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

• Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’.

Pagina 21 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. • Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. • Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd.

Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.

Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien.

Pagina 22 van 22

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Projectnummer 200424 24 april 2020

Pagina 23 van 22

Waterschap Scheldestromen QS Wnb t.b.v. t.b.v. verleggen fietspad en verkeerafwikkeling Roterijdijk en Zuiddijk

Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13029979/1