4a samenvatting en preadvies motie assen ea financiele randvoorwaarden klimaatakkoord feb 2021
Tekst van het document
Samenvatting en preadvies motie ‘financiële randvoorwaarden klimaatakkoord II’ Indienende gemeente(n): Assen Ondersteunende gemeenten: Groningen, Nijmegen, Sittard-Geleen, Almelo, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Breda, Deventer, Haarlemmermeer, Arnhem, Eindhoven, Gouda, Heerlen, Zwolle, Delft, Almere, Hengelo, Hoorn, Lelystad, Oss, Haarlem, Roosendaal, Schiedam, Tilburg, Almelo, Venlo, Maastricht, Zaanstad, Zoetermeer en Helmond. Status motie: definitief en ondertekend Strekking van de motie: Gelet op de inzet van gemeenten op het Klimaatakkoord en de bevindingen van de Raad voor het Openbaar Bestuur over de decentrale uitvoeringslasten, wordt het bestuur opgedragen: o.b.v. het ROB-rapport met het rijk in gesprek te gaan over reële/volledige compensatie van de uitvoeringslasten; het onderwerp mee te nemen in de kabinetsonderhandelingen; de uitkomsten vast te leggen in een bestuurlijk akkoord; aandacht te behouden voor de kosten van andere partijen en de noodzaak van deugdelijke wet- en regelgeving. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies: Op de buitengewone ALV van 30 november 2018 hebben de leden drie randvoorwaarden gesteld om het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren. Kort samengevat: 1. het Klimaatakkoord moet haalbaar/betaalbaar zijn voor de samenleving; 2. gemeenten moeten beschikken over de juiste bevoegdheden; 3.
gemeenten moeten een vergoeding krijgen voor de toename in uitvoeringslasten. Het bestuur heeft eerder toegezegd te werken aan de invulling van de randvoorwaarden. Het ROBrapport draagt hieraan bij, omdat het inzichtelijk maakt hoe hoog de gemeentelijke uitvoeringslasten precies zijn. Inzicht in de hoogte van de uitvoeringslasten is een eerste stap, maar daarmee zijn de middelen nog niet geregeld. De VNG zal dan ook in overleg gaan met het kabinet om ervoor te zorgen dat de middelen nu ook daadwerkelijk voor gemeenten beschikbaar komen. Bekostiging van andere partijen krijgen hierbij aandacht, in het bijzonder ondersteuning van de uitvoering via nationale programma’s voor in ieder geval Gebouwde Omgeving en de Regionale Energiestrategieën. In lijn met het eerdere besluit van de leden blijft bovendien gelden: „Als op termijn onvoldoende aan randvoorwaarden wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren”.