2b. Aanvullend geluidsonderzoek SD-3
Tekst van het document
Nieuw 150 kV station Schouwen-Duiveland Beschouwing locatiealternatief 3
Concept
Rapportnummer F 22106-7-RA d.d. 8 november 2021
Nieuw 150 kV station Schouwen-Duiveland Beschouwing locatiealternatief 3
Concept
opdrachtgever
TenneT TSO B.V.
rapportnummer
F 22106-7-RA
datum
8 november 2021
referentie
GL/HPo/AvdS/F 22106-7-RA
verantwoordelijke ir. G.W. Lassche opsteller
MSc H.G.O. Potgieser 085 8228 506 h.potgieser@peutz.nl
peutz bv, postbus 7, 9700 aa groningen, +31 85 822 85 00, groningen@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015
mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – nürnberg – leuven – parijs – lyon
F 22106-7-RA 2 Concept
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Opzet transformatorstation en varianten
4
3
To e t s i n g s c r i t e r i a
6
3.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
6
3.2
Maximale geluidniveaus
7
3.3
Laagfrequent geluid
7
4
Berekeningen
5
Evaluatie
8
11
5.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
11
5.2
Laagfrequente geluidniveaus
11
5.3
Maximale geluidniveaus
11
5.4
Conclusie
12
F 22106-7-RA 3 Concept
1
Inleiding In dit rapport worden de resultaten gegeven van het onderzoek naar de geluidniveaus in de omgeving ten gevolge van een nieuw 150/20 kV-station op Schouwen-Duiveland. Hierbij is een mogelijke locatie ten zuidoosten van Zierikzee onderzocht welke door TenneT wordt aangeduid als alternatief 3.
2
Opzet transformatorstation en varianten Voorzien wordt een 150/20 kV-station van TenneT. Het station omvat een 150 kV-deel met installaties van TenneT en een 150/20 kV-deel met installaties van Enduris. In eerste aanleg zal een beperkt deel van het station worden gerealiseerd. Dit onderzoek gaat uit van toekomstige eindsituatie waarin rekening gehouden wordt met de volgende geluidrelevante installaties: − 5 transformatoren van 130 MVA (TR101 t/m TR105). Vooralsnog wordt uitgegaan van belasting van alle transformatoren. De transformatoren zijn voorzien van koelventilatoren waardoor ONAF-bedrijf (Oil Natural Air Forced) gevoerd kan worden. Rekening wordt gehouden met vollast bedrijf gedurende het gehele etmaal met alle transformatoren inclusief koelventilatoren (ONAF). Op basis van de verstrekte informatie wordt uitgegaan van een geluidbronsterkte van 82 dB(A) per transformator (ONAF-bedrijf ). Verondersteld wordt dat sprake is van een vrije opstelling van de transformatoren (geen scherfmuren of wanden); − een 18-tal vermogensschakelaars met een geluidbronsterkte van 115 dB(A) tijdens het schakelen. Deze schakelaars zijn alleen relevant voor het bepalen van de maximale geluidniveaus. In onderstaande afbeelding 2.1 wordt de globale lay-out gegeven.
F 22106-7-RA 4 Concept
f2.1 Globale lay-out van het 150/20 kV-station
In dit onderzoek zal een mogelijke locatie ("alternatief 3") voor het station worden onderzocht. In onderstaande afbeelding 2.2 wordt deze locatie weergegeven. f2.2 Locatie en oriëntatie van het 150/20 kV-station
F 22106-7-RA 5 Concept
Bij de beschouwde locatie bevinden de transformatoren zich aan de noordzijde van het terrein en het schakelveld (vermogensschakelaars) aan de zuidzijde. Op basis van de verstrekte informatie wordt uitgegaan van de in onderstaande tabel 2.1 weergegeven geluidbronsterkten en bedrijfsvoering. De gehanteerde geluidbronsterkten kunnen als 'stand der techniek' worden aangemerkt. t2.1 Geluidbronsterkten en bedrijfsvoering Omschrijving
Geluidbronsterkte
Aantal
in dB(A)
Bedrijfsvoering dag (7-19) avond (19-23) nacht (23-7)
TenneT 150 kV-deel Vermogensschakelaars 150 kV
115
18
incidenteel*
incidenteel*
incidenteel*
Enduris-deel 150/20 kV-transformatoren (ONAF) 82 5 12 u 4u 8u * alleen tijdens het schakelen (werk- en testschakelingen en calamiteiten). Niet relevant voor de bepaling van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Relevant voor de bepaling van de maximale geluidniveaus (piekgeluiden)
3
To e t s i n g s c r i t e r i a
3.1 L a n g t i j d g e m i d d e l d e b e o o r d e l i n g s n i v e a u s
Gelet op het buiten opgestelde, gelijktijdig in te schakelen vermogen wordt de inrichting aangemerkt als een inrichting categorie 4.2 (200 – 1000 MVA). Het industrieterrein waarop het station wordt opgericht zal voorzien moeten zijn van een zone in het kader van de Wet geluidhinder. De beoogde locaties zijn nog niet voorzien van een geluidzone. Om het beoogde station op die locatie te realiseren zal derhalve een geluidzone vastgesteld moeten worden. Rondom het terrein wordt een contour gelegd waarbuiten de geluidbelasting van het industrieterrein (het terrein van het transformatorstation) niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Het terrein tussen de contour (de zonegrens) en het industrieterrein geldt als zone. De geluidzone beperkt de mogelijkheden voor een toekomstige uitbreiding van het industrieterrein en geldt tevens als aandachtsgebied of beperking voor eventuele woningbouw. Ter plaatse van de (vast te stellen) zonegrens mag de totale geluidbelasting ten gevolge van alle inrichtingen op het industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Dit komt overeen met ten hoogste 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. Tevens zullen, indien van toepassing, voor woningen binnen de zone hogere grenswaarden vastgesteld dienen te worden. Voor woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).
Bij de toetsing in het kader van de Omgevingsvergunning zal rekening moeten worden gehouden met het tonale karakter van het geluid afkomstig van het transformatorstation. F 22106-7-RA 6 Concept
Vanwege het mogelijke tonale karakter van het geluid zal een toeslag K 1 à 5 dB worden gehanteerd. Het geluid afkomstig van het transformatorstation wordt hierdoor 5 dB strenger beoordeeld. In theorie zou volgens de Wet geluidhinder woningbouw zonder geluidbeperkingen mogelijk zijn direct buiten de vast te stellen zonegrens. Omdat de Wet geluidhinder geen rekening houdt met het karakter van het geluid en bij transformatorstations wel sprake is van tonaal geluid waarop in het kader van de Wet milieubeheer een toeslag van 5 dB van toepassing is, zou hiermee in onderhavige situatie sprake kunnen zijn van een conIictsituatie. Als voorbeeld hiervoor kan worden genoemd de situatie dat, gelet op de zone, ter plaatse van een woning direct buiten de zonegrens een geluidbelasting is toegestaan van 50 dB(A) exclusief toeslag voor tonaal karakter. Inclusief toeslag voor tonaal karakter is sprake van een etmaalwaarde van 55 dB(A). In het kader van de Wet milieubeheer zal dit op bezwaren stuiten. Om dergelijke situaties te voorkomen wordt voorgesteld voor onderhavige situatie een zone vast te stellen inclusief de toeslag voor tonaal karakter. De Wet geluidhinder sluit deze mogelijkheid niet uit. Het aandachtsgebied wordt hierdoor groter.
Op grond van bovenstaande wordt voorgesteld de geluidzone vast te leggen op basis van de 50 dB(A)-contour (etmaalwaarde) inclusief toeslag voor tonaal karakter. De hierbij te hanteren rekenhoogte is 5 meter boven het plaatselijke maaiveld. Bij het vaststellen van de zone zal onderzocht moeten worden of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij speelt de cumulatie van het geluid een rol. Hierbij is het van belang welke geluidbelastingen ten gevolge van alle geluidsoorten (weg- en railverkeerslawaai, industrielawaai en eventueel vliegtuiglawaai) optreden. Deze cumulatieve geluidbelasting wordt hierbij bepaald volgens het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In deze situatie kan met name het wegverkeerslawaai (provinciale weg N256) als relevant worden aangemerkt. 3.2 M a x i m a l e g e l u i d n i v e a u s
Bovenstaande heeft betrekking op de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. De maximale geluidniveaus (piekgeluiden) zullen in eerste aanleg worden getoetst aan de normaliter gehanteerde grenswaarden van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. 3.3 L a a g f r e q u e n t g e l u i d
De laatste jaren is er meer aandacht voor laagfrequent geluid. Laagfrequent geluid is geluid met een frequentie beneden de 125 Hz. Geluid met frequenties onder 20 Hz wordt infrageluid genoemd; de waarneming is dan niet als geluid te herkennen maar meer als ‘druk op de oren’ of als trilling. Hoogspanningsstations (transformatoren) produceren laagfrequent geluid. De genoemde installaties bezitten relatief veel geluidenergie bij 100 Hz en hogere harmonischen daarvan (200 Hz en volgende veelvouden van 100 Hz). Dit houdt direct verband met de netfrequentie van 50 Hz. De bijdrage van 50 Hz aan het totale geluidniveau in dB(A) is over F 22106-7-RA 7 Concept
het algemeen niet relevant. Dit geldt ook voor de andere frequenties dan de 100 Hz en hogere harmonischen. In het kader van laagfrequent geluid zijn voor hoogspanningsstations derhalve alleen de geluidniveaus bij 100 Hz van belang. Deze frequentie vormt het overgangsgebied tussen laagfrequent geluid en 'normaal geluid'. Daardoor worden de laagfrequente geluidniveaus bij hoogspanningsstations al beperkt door de normstelling in dB(A) (hoge geluidniveaus bij 100 Hz zullen al snel leiden tot een overschrijding van de norm in dB(A)). Voor de beoordeling van laagfrequent geluid bestaat nog geen wettelijke grondslag. Indien nodig worden maatregelen getroMen om aan de geldende geluidsnormen die voortvloeien uit de landelijke regelgeving te voldoen. In bijzondere gevallen kan bij klachten en bezorgdheid over laagfrequent geluid aansluiting worden gezocht bij de Vercammen-curve. De Vercammen-curve is een richtlijn voor laagfrequent geluid op basis van (geobjectiveerde) hinder. Dit is echter geen wettelijke norm. In dit onderzoek zal aandacht worden besteed aan het aspect laagfrequent geluid.
4
Berekeningen Voor de locatie is een rekenmodel opgesteld. Hierbij is uitgegaan van de uitgangspunten zoals genoemd in hoofdstuk 2. In de volgende paragrafen zijn de resultaten gegeven. De berekeningen zijn uitgevoerd voor zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus. De rekenhoogte bedraagt in alle gevallen 5 meter boven maaiveld. In onderstaande afbeelding 4.1 worden de gehanteerde rekenpunten bij woningen weergegeven. In tabel 4.1 worden de rekenresultaten bij woningen gegeven. Weergegeven zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus inclusief een toeslag (à 5 dB) voor het tonale karakter van het geluid per etmaalperiode (dag-, avond- en nachtperiode) en in etmaalwaarden. De etmaalwaarde is gelijk aan de hoogste waarde van: − het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode; − het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de avondperiode vermeerderd met 5 dB; − het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de nachtperiode vermeerderd met 10 dB. In de tabel zijn tevens weergegeven de berekende maximale geluidniveaus L Amax (ten gevolge van het schakelen met de vermogensschakelaars; piekgeluid). In aanvulling op de rekenresultaten bij woningen zijn tevens de geluidcontouren berekend. Deze zijn weergegeven in de afbeelding 4.2.
F 22106-7-RA 8 Concept
f4.1 Locatie 3: ligging rekenpunten nabij woningen
t4.1 Berekende geluidniveaus voor locatie 3 Omschrijving (zie ook afbeelding 4.1)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in dB(A) inclusief toeslag (5 dB) dag
avond
nacht
etmaalwaarde
Piekgeluiden LAmax in dB(A)
10 Gouweveerseweg 8, Zierikzee
28
28
28
38
59
13 Nieuwe Noorddijkseweg 3, Ouwekerk
26
26
26
36
56
14 Nieuwe Noorddijkseweg 2, Ouwekerk
22
22
22
32
52
15 Nieuwe Noorddijkseweg 1, Ouwekerk
20
20
20
30
50
F 22106-7-RA 9 Concept
f4.2 Globale geluidcontouren (dag-, avond- of nachtperiode INCLUSIEF toeslag voor tonaal geluid), locatie 3
In aanvulling op de rekenresultaten zoals gepresenteerd in tabel 4.1 wordt opgemerkt dat bij 100 Hz geluidniveaus worden verwacht van ten hoogste 38 dB (lineaire waarden; overeenkomend met ten hoogste 19 dB(A)). Dit geldt voor de op de gevel invallende geluidniveaus. Op grond hiervan mag worden verwacht dat binnen woningen ten gevolge van het 150/20 kV-station niet of nauwelijks sprake zal zijn van laagfrequent geluid. De zogenaamde Vercammencurve zal zeker niet worden overschreden.
F 22106-7-RA 10 Concept
5
Evaluatie
5.1 L a n g t i j d g e m i d d e l d e b e o o r d e l i n g s n i v e a u s
Uit het onderzoek blijkt dat voor locatieoptie 3 geldt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij woningen ruimschoots lager zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde (ten hoogste 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode). Dit geldt inclusief de toepassing van een toeslag ('straMactor') van 5 dB voor het tonale karakter van het geluid. In alle gevallen zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ook lager dan de streefwaarden voor 'landelijk gebied' (respectievelijk 40 dB(A) in de dagperiode, 35 dB(A) in de avondperiode en 30 dB(A) in de nachtperiode). De optredende geluidniveaus worden toelaatbaar geacht en verwacht mag worden dat bij woningen het geluid afkomstig van het 150/20 kV-station niet of nauwelijks hoorbaar zal zijn. Hierbij kan overigens nog worden opgemerkt dat bij de berekeningen geen rekening is gehouden met de afschermende werking van gebouwen in de omgeving. Tussen een aantal woningen en het 150/20 kV-station zijn een of meerdere gebouwen gelegen. Hierdoor zullen de geluidniveaus in sommige gevallen nog lager zijn dan de berekende waarden. De noodzaak voor het treMen van mitigerende maatregelen is niet aanwezig.
Mocht het desondanks wenselijk zijn om het geluid in één of meerdere richtingen te reduceren dan zouden in principe wanden (of scherfmuren) nabij de transformatoren kunnen worden geplaatst. Hierdoor zal evenwel het geluid in de niet afgeschermde richting enigszins kunnen toenemen. Een en ander valt nader te bezien bij een verdere uitwerking van de plannen.
5.2 L a a g f r e q u e n t e g e l u i d n i v e a u s
Vanwege de lage geluidniveaus zal naar verwachting geen sprake zijn van hinder als gevolg van laagfrequent geluid. Er zal in alle gevallen ruimschoots voldaan worden aan het Vercammencriterium.
5.3 M a x i m a l e g e l u i d n i v e a u s
Tijdens het schakelen met de vermogensschakelaars (hooguit enkele malen per jaar) kunnen maximale geluidniveaus optreden van ten hoogste 59 dB(A). Deze waarde is lager dan de normaliter gehanteerde grenswaarden van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. Schrik- of ontwaakreacties zijn zeker niet te verwachten.
F 22106-7-RA 11 Concept
5.4 C o n c l u s i e
Uit het onderzoek blijkt dat bij de beschouwde locatieoptie sprake lijkt van een toelaatbare situatie. Om het station mogelijk te maken zal een geluidzone moeten worden vastgesteld. Hierbij ligt de keuze voor of de geluidzone inclusief of exclusief toeslag voor tonaal geluid wordt vastgesteld.
Groningen, Dit rapport bevat 12 pagina's
F 22106-7-RA 12 Concept