CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20260202 Schriftelijke vragen CDA - Nieuwbouw Korte Blokweg

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen van een lid van de gemeenteraad ingevolge artikel 32 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland Via de besluitenlijst van het college hebben wij begrepen dat een private partij het initiatief heeft genomen voor nieuwbouw van woningen aan de Korte Blokweg te Zierikzee. Een plan dat vooral voorziet in de bouw van starterswoningen, betaalbare woningen en sociale huurwoningen. Wij hebben kennisgenomen van het besluit van B en W van 13 januari 2026 om geen medewerking te verlenen aan dit initiatief en van de daaraan ten grondslag gelegde argumenten en overwegingen. Naar aanleiding van dit besluit hebben wij de volgende vragen. Vragen ingevolge artikel 32 Reglement van orde 02-02-2026 1.

2.

3.

4.

Met het college stellen we vast dat de betreffende locatie niet in de Structuurvisie Zierikzee 2030 en de Structuurvisie Wonen als ontwikkellocatie is voorzien. In hoeverre is dat een fundamentele belemmering voor het positief benaderen van het initiatief? Wij stellen vast dat in het plan sprake is van 75 starterwoningen, 56 betaalbare woningen en 30 sociale huurwoningen en daarnaast 55 woningen boven de betaalbare grens. In het besluit is onder 1.1. door het college aangevoerd: “Uitgangspunt binnen Schouwen-Duiveland, Zierikzee blijft: “inbreiding voor uitbreiding”, “kwaliteit voor kwantiteit” en “minimaal 2/3 deel is aangemerkt als betaalbaar’ (sociale huur, middenhuur en goedkope koop) en de juiste woningen voor de juiste doelgroepen.

Woningen waar behoefte aan is zijn sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen, levensloopgeschikte woningen en woningen voor specifieke doelgroepen (starters, spoedzoekers, tijdelijke werknemers, zorgwoningen en woningen voor statushouders).” Is het niet zo dat onderhavig plan prima past bij deze uitgangspunten, met uitzondering van “inbreiding voor uitbreiding” (maar dat geldt ook voor Zierikzee Noordwest)? Zo ja, waarom is dat niet in het besluit benoemd? Wat bedoelt het college te zeggen met het argument “De te ontwikkelen locatie ligt in het noordoosten van Zierikzee, in aansluiting op de wijk Noorderpolder – volledig gepositioneerd op eigen kavel – gelegen recht tegenover de ontwikkeling van Weids – wat een luxe vrije sector wijk is.” Bedoelt het college hiermee te zeggen dat op deze locatie een combinatie van sociale huur, middenhuur en goedkope koopwoningen niet wenselijk is? Wat bedoelt het college te zeggen met de (als een verwijt klinkende) zinsnede “Het plan van initiatiefnemer is vooral ingegeven door ontwikkelen vanuit beschikbaar grondeigendom, niet vanuit een toekomstbestendige ruimtelijke opgave, de compacte stad”? En aan het slot van het besluit wordt gesteld: “Een ontwikkeling op de door initiatiefnemer aangegeven locatie in de verre toekomst is niet ondenkbaar, maar dat dit pas echt als een vervolgstap gezien moet worden nadat de gebieden aan de Zandweg

ontwikkeld zijn én dit initiatief onderdeel uitmaakt van een integrale gebiedsontwikkeling aansluitend op bestaande bebouwing, infrastructuur en voorzieningen, in plaats van een vastgoedontwikkeling, die enkel en alleen is ingegeven vanuit het eigendom van één of meerdere ontwikkelende partij(en)” In hoeverre is zeker dat de initiatiefnemer niet mee wil denken over een integrale gebiedsontwikkeling en een goede inpassing van de plannen in het ruimtelijk beleid rond de

5. 6.

7.

8. 9.

10. 11.

12. 13.

stad Zierikzee? Op welke wijze is vastgesteld (is daar bijvoorbeeld juridische expertise voor ingeroepen?) “dat men met een gerede kans op succes kan stellen dat de gemeente schadeplichtig” is als aan dit initiatief wordt meegewerkt? Waarop berust de conclusie dat een substantieel deel van dit nieuwe initiatief “in dezelfde vijver wil gaan vissen”, waar aan het begin van dezelfde alinea is gesteld dat “een groot deel van het benoemde woningbouwprogramma in dit initiatief andere woningtypen en daarmee ook aanvullende doelgroepen betreft”, immers er is sprake van 75 starterswoningen, 56 betaalbare woningen en 30 sociale huurwoningen, zodat maximaal 55 woningen eventueel zouden kunnen concurreren. En is nader aan te geven wat de verwachte verkoopprijs van die 55 woningen is, meer dan dat de prijs “boven de betaalbare grens” ligt? Gesteld wordt dat aan Noorderpolder C.V. een doorlooptijd is gegund tot en met eind 2034 voor de afsluiting van de Noordelijke Velden om de laatste fase (fase 9) te kunnen aanvangen.

Is die termijn nog reëel of zou het kunnen zijn dat dat project sneller is afgerond dan eind 2034? In hoeverre zijn andere initiatieven, zoals Zierikzee Noordwest, in een verder stadium dan dit initiatief? Welk percentage van de gronden voor Zierikzee Noordwest is inmiddels verworven? Wat is op dit moment de planning (aanvang en afronding) voor de woningbouw in dat project? In overweging 1.2. wordt ingegaan op de verkeersafwikkeling via de Korte Blokweg. In hoeverre is de capaciteit van de Korte Blokweg (na herinrichting) een onoverkomelijke belemmering voor de realisatie van de beoogde 216 woningen? Of is de maximale verkeersdruk al bereikt? In hoeverre zijn er nog mogelijkheden tot aanpassing van het tracé van de Korte Blokweg, bijvoorbeeld door de aanleg van een vrijliggend fietspad en/of de opwaardering van die weg? Is het college van mening dat na realisatie van de Noorderpolder en Zierikzee Noordwest dit initiatief belangrijk is om de in de strategische visie genoemde doelstelling van 40.000plus inwoners in 2040 te halen? Omdat het college niet uitsluit dat het betreffende gebied in de toekomst als woningbouwgebied ontwikkeld kan worden: bij wie zou het initiatief moeten liggen voor de gebiedsvisie, inclusief de ontsluitingsmogelijkheden, en wanneer zou met de voorbereiding hiervan uiterlijk moeten worden begonnen? In het besluit wordt onder 1.4 gesteld dat dit

initiatief niet zou aansluiten bij het begrip compacte stad, waar gemeente en provincie voor kiezen. In hoeverre heeft de provincie bezwaar tegen dit initiatief? In het besluit wordt onder 1.4 gesteld dat het voorliggende plan verder weg ligt van bestaande voorzieningen dan het woningbouwplan voor Zierikzee Noordwest. In hoeverre is dit juist, zeker waar het gaat om de beoogde woningbouw achterin Zierikzee Noordwest? De sportvoorzieningen liggen toch tussen beide wijken in (en Poortambacht is veel verder weg) en er is toch een brede school in de wijk Noorderpolder?

Ingediend namens de CDA-fractie Schouwen-Duiveland door André Flikweert

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16556887/2