CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.134 Bijlage 2 - Te wijzigen Omgevingsplan (Regels Hoofdstuk 23 - Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost) (1684060)

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken47.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht: a. als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen; b. bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; d. bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; e. bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; f. bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; g. bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; h. bij een buitenschietbaan als bedoeld in artikel 22.79; en i. als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat: 1.

in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq)veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: i. 70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of ii. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of 2. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.

2

Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.

3

Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

4

Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan: a. de waarden, bedoeld in Subparagraaf 22.3.4.2, Subparagraaf 22.3.4.3 en Subparagraaf 22.3.4.4; of b. de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.

Artikel 23.6 Waarden voor geluid

Concept

1

Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw, zoals bedoeld in artikel 23.3, niet meer dan de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, bedoeld in tabel 23.6 tabel 23.6 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT

2

07.00 - 19.00 uur

19.00 - 23.00 uur

23.00 - 07.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw, zoals bedoeld in artikel 23.3, niet meer dan de waarden voor het maximale geluidniveau LAmax, bedoeld in tabel 23b. 23b 07.00 - 19.00 uur

19.00 - 23.00 uur

23.00 - 07.00 uur

Maximaal geluidniveau LArmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen

-

70 dB(A)

70 dB(A)

Maximaal geluidniveau LArmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

-

65 dB(A)

65 dB(A)

Artikel 23.7 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek 1

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2

Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 23.8 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation 1

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, artikel 22.63, derde lid en artikel 22.63, vierde lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 23.8. tabel 23.8

2

76

07.00 - 21.00 uur

21.00 - 07.00 uur

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

50 dB(A)

40 dB(A)

Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

70 dB(A)

60 dB(A)

De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Concept

Artikel 23.9 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen 1

Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in Artikel 22.63 tot en met Artikel 22.69 en Artikel 22.71, blijft buiten beschouwing: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; b. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; c. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten; d. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs; e. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang; f. het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; g. het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen; h.

het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op militaire terreinen; i. het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; en j. het traditioneel schieten, bedoeld in Paragraaf 22.3.21, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.

2

Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax), bedoeld in Artikel 22.63 tot en met Artikel 22.67 en Artikel 22.69, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.

3

De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in Artikel 22.63 tot en met Artikel 22.69, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: a. voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).

Artikel 23.10 Geluid: festiviteiten 1

De waarden, bedoeld in Artikel 22.63 tot en met Artikel 22.71, zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: a. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en b. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar.

2

Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.

Artikel 23.11 Geluid: meet- en rekenbepalingen Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Paragraaf 23.2.2 Geur door activiteiten bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost

77

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Artikel 23.12 Toepassingsbereik 1

Deze paragraaf is van toepassing op de geur van een milieubelastende activiteit binnen de Milieuzone - geur basis Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

2

Deze paragraaf is niet van toepassing op de geur waarvoor bij maatwerkvoorschrift is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.

Concept

Artikel 23.13 Waar waarden gelden 1

De waarden voor de geur door een activiteit als bedoeld in artikel 23.12 gelden als de locatie waar de activiteit wordt verricht geheel of gedeeltelijk binnen de Milieuzone - geur basis Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost ligt: op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht.

2

Als de afstand tussen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht en een geurgevoelig gebouw kleiner is dan de afstand bedoeld in artikel 23.13, eerste lid, geldt de waarde in afwijking van artikel 23.13, eerste lid ter plaatse van dat geurgevoelig gebouw.

3

De waarden voor de geur op een afstand, bedoeld in artikel 23.13, eerste lid, gelden op een of meer punten waar de geur representatief is liggend op een hoogte van 1,5 meter boven het plaatselijke maaiveld.

4

De waarden voor de geur ter plaatse van een geurgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 23.13, tweede lid, gelden: a. op de gevel, als het gaat om een geurgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen; b. op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen; c. op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen, als het gaat om een woonschip of woonwagen.

Artikel 23.14 Waarden voor geur Bij het verrichten van een activiteit waarbij emissies naar de lucht plaatsvinden is de geur niet meer dan de waarden bedoeld in tabel 23c. 23c Als 98-percentiel geurniveau als gevolg van activiteiten

3

0,5 OUE/m

Als 99,9-percentiel 2 OUE/m3

Paragraaf 23.2.3 Gebiedsaanwijzigingen Subparagraaf 23.2.3.1 Leidingstrook Subsubparagraaf 23.2.3.1.1 Algemene regels Artikel 23.15 Algemene regels Het is ter plaatse van het Beperkingengebied - leidingstrook Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost toegestaan de volgende activiteit te verrichten: a. het aanleggen, in werking hebben en verwijderen van ondergrondse regionale elektriciteitsverbindingen van de regionale netbeheerder voor het transport en distributie van elektriciteit, daaronder mede begrepen 'aansluitingen' zoals bedoeld in de Elektriciteitswet; b. bijbehorende activiteiten.

Subsubparagraaf 23.2.3.1.2 Bouwactiviteiten binnen gebiedsaanwijziging leidingstrook Artikel 23.16 Aanvullende beoordelingsregels bouwactivieiten Bouwactiviteiten binnen het Beperkingengebied - leidingstrook Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost zijn alleen toegestaan als het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Hiervan is uitsluitend sprake als: a. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 4 m;

78

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

b.

bij overige bouwwerken die met een vergunning gebouwd moeten worden: 1. voorafgaand aan het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder en uit dat advies blijkt dat er geen belemmeringen aanwezig zijn; 2. de belangen en de veiligheid van de betrokken regionale elektriciteitsverbinding niet worden geschaad.

Concept

Artikel 23.17 Vergunningplicht 1

Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen het Beperkingengebied - leidingstrook Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost gebouwen te bouwen.

2

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 23.17, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. de oppervlakte van een gebouw maximaal 50 m2 bedraagt; b. de bouwhoogte van een gebouw maximaal 3,5 m bedraagt; c. de ligging en de situering van een gebouw noodzakelijk is in het belang van een goede en veilige werking van de regionale electriciteitsverbinding.

Subsubparagraaf 23.2.3.1.3 Werken en werkzaamheden binnen gebiedsaanwijzing leidingenstrook Artikel 23.18 Algemene regels Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning binnen het Beperkingengebied - leidingstrook Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, welke: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende regionale elektriciteitsverbindingen en de daarbij behorende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de regionale elektriciteitsverbindingen en de belemmeringenstrook; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning, waarbij artikel 23.19 in acht is genomen.

Artikel 23.19 Vergunningplicht 1

Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen het Beperkingengebied - leidingstrook Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting onder maaiveld en bomen, alsmede het rooien van beplantingen en bomen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; d. het verrichten van grondroeractiviteiten, anders dan activiteiten inhoudende normaal spit- en ploegwerk die op basis van de geldende enkelbestemmingen zijn toegestaan; e. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil g. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies.

2

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 23.19, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de regionale elektriciteitsverbinding; b. vooraf schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder.

Subparagraaf 23.2.3.2 Leiding hoogspanning Subsubparagraaf 23.2.3.2.1 Algemene regels Artikel 23.20 Algemene regels Het is ter plaatse van het Beperkingengebied - leiding hoogspanning Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost toegestaan de volgende activiteit te verrichten:

79

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

a.

b.

het aanleggen, in werking hebben en verwijderen van ondergrondse hoogspanningsverbindingen voor het transport en distributie van elektriciteit, daaronder mede begrepen 'aansluitingen' zoals bedoeld in de Elektriciteitswet; bijbehorende activiteiten.

Subsubparagraaf 23.2.3.2.2 Bouwactiviteiten binnen gebiedsaanwijzing leiding hoogspanning

Concept

Artikel 23.21 Aanvullende beoordelingsregels bouwactiviteiten Bouwactiviteiten binnen het Beperkingengebied - leiding hoogspanning Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost zijn alleen toegestaan als het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Hiervan is uitsluitend sprake als: a. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 4 m; b. bij overige bouwwerken die met een vergunning gebouwd moeten worden: 1. voorafgaand aan het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning schriftelijk advies is ingewonnen bij de netbeheerder en uit dat advies blijkt dat er geen belemmeringen aanwezig zijn; 2. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad.

Subsubparagraaf 23.2.3.2.3 Werken en werkzaamheden binnen gebiedsaanwijziging leiding hoogspanning Artikel 23.22 Algemene regels Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning binnen het Beperkingengebied - leiding hoogspanning Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, welke: a. verband houden met de aanleg van de desbetreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij behorende voorzieningen; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbindingen en de belemmeringenstrook; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van wijziging van dit plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning, waarbij artikel 23.23 in acht is genomen.

Artikel 23.23 Vergunningplicht 1

Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen het Beperkingengebied - leiding hoogspanning Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting onder maaiveld en bomen, alsmede het rooien van beplantingen en bomen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; d. het verrichten van grondroeractiviteiten, anders dan activiteiten inhoudende normaal spit- en ploegwerk die op basis van de geldende enkelbestemmingen zijn toegestaan; e. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil g. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies.

2

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 23.23, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. is aangetoond dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding; b. vooraf schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder.

Paragraaf 23.2.4 Transformatiegebieden Artikel 23.24 Transformatiegebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost 1

80

Bij de ontwikkeling van het Transformatiegebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost wordt voldaan aan de volgende ontwikkelregels: a. maximaal 20 ha wordt uitgegeven als netto bedrijventerrein; b. bij de aanleg van de wegen- en groenstructuur dient voldaan te worden aan de ruimtelijke opzet, zoals opgenomen in het Stedenbouwkundig plan;

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

c.

bij realisatie van een bouwwerk op bedrijfspercelen dient voldaan te worden aan het beeldkwaliteitsplan, zoals opgenomen in Beeldkwaliteitsplan Zierikzee Zuidoost;

2

Binnen de gronden ter plaatse van de locatie Activiteiten hoofdas Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost dient in ieder geval een hoofdontsluiting te worden aangelegd.

3

Binnen de gronden ter plaatse van de locatie Activiteiten calamiteitenontsluiting Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost dient in ieder geval een calamiteitenontsluiting te worden aangelegd.

Afdeling 23.3 Algemene bepalingen over activiteiten Paragraaf 23.3.1 Algemene regels voor activiteiten

Concept

Artikel 23.25 Normadressaat Degene die een activiteit verricht voldoet aan de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Afdeling 23.4 Gebruiksactiviteiten Paragraaf 23.4.1 Algemene regels voor gebruiksactiviteiten Subparagraaf 23.4.1.1 Regels voor alle gebruiksactiviteiten Artikel 23.26 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het gebruik van gronden en van bouwwerken.

Artikel 23.27 Verboden gebruiksactiviteiten Gebruiksactiviteiten anders dan toegestaan in of op grond van deze afdeling zijn verboden.

Artikel 23.28 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - toegestaan 1

De volgende voorzieningen en activiteiten zijn toegelaten, mits ze ondergeschikt zijn aan de ter plaatse toegelaten functies en activiteiten; a. groenvoorzieningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. wegen, fiets- en voetpaden; e. inritten.

2

De volgende voorzieningen en activiteiten zijn toegelaten, mits ze ondergeschikt zijn aan én ten dienste staan van de ter plaatse toegelaten functies en activiteiten; a. parkeervoorzieningen; b. laad- en losvoorzieningen; c. kantooractiviteiten; d. duurzame energievoorzieningen.

Subparagraaf 23.4.1.2 Activiteiten met een parkeerbehoefte Artikel 23.29 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het starten of wijzigen van gebruiksactiviteiten als bedoeld in afdeling 23.4 in of op een bouwwerk of op een terrein ter plaatse van de locatie Transformatiegebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

Artikel 23.30 Parkeren

81

1

Voor het wijzigen van gebruik waarbij sprake is van een toename van de parkeerbehoefte, geldt de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Of daarvan sprake is, wordt voor (vracht)autoparkeren beoordeeld aan de hand van het 'Parkeerbeleid 2017-2020' of de opvolger daarvan.

2

Voor het wijzigen van gebruik waarbij sprake is van een toename van de parkeerbehoefte, geldt de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Of daarvan sprake is, wordt voor fietsparkeren de volgende parkeernorm voor (brom)fietsen gehanteerd: a. bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief: 0,3 parkeerplaats per 100 m2 bvo; b. bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief: 0,9 parkeerplaats per 100 m2 bvo; c. bedrijfsverzamelgebouw: 0,6 parkeerplaats per 100 m2 bvo.

Paragraaf 23.4.2 Activiteiten in de openbare ruimte Subparagraaf 23.4.2.1 Activiteiten in de openbare ruimte

Concept

Artikel 23.31 Toepassingsbereik 1

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor activiteiten in de openbare ruimte ter plaatse van de locatie Activiteiten in de openbare ruimte Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost - toegestaan.

2

Onder gebruiksactiviteiten openbare ruimte als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. aanleg en onderhoud van groenvoorzieningen; b. het gebruik van wegen, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen; c. het gebruik van waterpartijen; d. het gebruik van waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen voor waterberging; e. het gebruik van waterlopen; f. met daaraan ondergeschikt: het gebruik van kunstwerken en nutsvoorzieningen.

Artikel 23.32 Activiteiten openbare ruimte - toegestaan Activiteiten openbare ruimte zijn toegestaan.

Artikel 23.33 Activiteiten landschapszone - gebod Ter plaatse van de locatie Activiteiten landschapszone Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost moeten de gronden gebruikt en duurzaam in stand gehouden worden voor landschappelijke inpassing conform het Ontwikkelkader landschap Zierikzee Zuidoost.

Paragraaf 23.4.3 Bedrijfsactiviteiten Subparagraaf 23.4.3.1 Bedrijfsactiviteiten - toegestaan Artikel 23.34 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost - toegestaan.

Artikel 23.35 Bedrijfsactiviteiten - toegestaan 1

Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, mits de bedrijfsactiviteiten binnen de volgende (hoofd)activiteiten vallen: a. produceren, vervaardigen, verwerken, bewerken, herstellen en installeren van goederen; b. inzamelen, opslaan, distribueren en verhuren van goederen, waaronder op- en overslag, voorraadbeheer, groepage en fysieke distributie; c. onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten; d. dienstverlening ten behoeve van de landbouw (loonbedrijven); e. plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven; f. groothandel.

2

Buitenopslag ten dienste van de bedrijvigheid is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. gelegen achter de voorgevellijn b. niet hoger dan de toegestane bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, tenzij het de opslag van boten betreft bij bedrijven waarvoor deze opslag onderdeel van de bedrijfsvoering is.

Artikel 23.36 Bedrijfsactiviteiten - verbod 1

82

De volgende bedrijfsactiviteiten zijn niet toegestaan:

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

a. b. c.

Concept

d. e. f. g. h. i. j. 2

het gebruiken van een bouwwerk voor een distributiecentrum met een bruto-vloeroppervlak van meer dan 10.000 m2; activiteiten die in aanzienlijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; milieubelastende activiteiten die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving verboden zijn om zonder omgevingsvergunning te verrichten, als die onderdeel zijn van een mer-plichtig project zoals bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; het exploiteren van IPPC-installaties; activiteiten zoals bedoeld in onderdeel A1a, A7, B, D, E van bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (risicovolle inrichtingen); het opslaan van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; ammoniak-uitstoters; zelfstandige horecabedrijven; zelfstandige kantoren; zelfstandige detailhandelsbedrijven.

Een bouwwerk wordt niet gebruikt voor zelfstandige opslag- en/of garageboxen en/of self-storage.

Subparagraaf 23.4.3.2 Bedrijfsactiviteiten energiegebonden Artikel 23.37 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie Bedrijfsactiviteiten energiegebonden Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost - toegestaan.

Artikel 23.38 Bedrijfsactiviteiten energiegebonden - toegestaan 1

Uitsluitend energiegebonden bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, bestaande uit: a. duurzame energie-opslagsystemen; b. waterstoftankstations; c. laadinfrastructuur.

2

Energiegebonden bedrijfsactiviteiten zijn niet toegestaan, als deze uit de volgende activiteiten bestaan: a. activiteiten die in aanzienlijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. milieubelastende activiteiten die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving verboden zijn om zonder omgevingsvergunning te verrichten, als die onderdeel zijn van een mer-plichtig project zoals bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; c. activiteiten zoals bedoeld in onderdeel A1a, A7, B, D, E van bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (risicovolle inrichtingen).

Paragraaf 23.4.4 Overgangsrecht gebruiksactiviteiten Artikel 23.39 Overgangsrecht gebruik 1

Een gebruiksactiviteit die als gevolg van een wijziging van dit omgevingsplan in strijd is gekomen met de regels in afdeling 23.4, mag worden voortgezet.

2

Het eerste lid is niet van toepassing op een gebruiksactiviteit die reeds in strijd was met de regels over gebruiksactiviteiten in dit omgevingsplan zoals die van kracht waren voor een wijziging van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.

3

Het is verboden een met het omgevingsplan strijdige activiteit te veranderen, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

4

Als de gebruiksactiviteit bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden de gebruiksactiviteit daarna te hervatten of te laten hervatten.

5

Onder gebruiksactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt ook bedoeld het gebruik van gronden en bouwwerken, zoals dat was opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet.

Afdeling 23.5 Bouwactiviteiten

83

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Paragraaf 23.5.1 Algemene regels voor bouwactiviteiten Subparagraaf 23.5.1.1 Regels voor alle bouwactiviteiten Artikel 23.40 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bouwwerken ter plaatse van Transformatiegebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

Artikel 23.41 Verboden bouwactiviteiten Bouwactiviteiten anders dan geregeld in deze afdeling zijn verboden.

Concept

Artikel 23.42 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van activiteiten waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere activiteiten buiten beschouwing.

Artikel 23.43 Meet- en rekenbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de waarden die daarin in m, m2, ha of % zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. de afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. b. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. c. de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. d. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de groot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. e. de oppervlakte van een bouwwerk: gemeten in de verticale projectie op het bouwterrein van de grootste buitenwerkse maten van de (denkbeeldige) gevels, exclusief overstekken tot 50 centimeter, boven het afgewerkt terrein en eventueel tot het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur. f. de vloeroppervlakte: de oppervlakte voor mensen toegankelijke ruimte(n) van een gebouw. g.

de brutovloeroppervlakte: de totale oppervlakte van de ruimte(n) gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de buitenste opgaande scheidingsconstructie of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen. h. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

Artikel 23.44 Vergunningvoorschrift waterberging Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van wateroverlast, bij vergunningvoorschrift, de onderstaande verplichtingen stellen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in paragraaf 23.5.2: a. het realiseren van een waterberging met een inhoud die voldoet aan de volgende formule: oppervlakte extra te verharden of te bebouwen oppervlakte * 0,075 m; b. het duurzaam in stand houden van de waterberging.

Subparagraaf 23.5.1.2 Het in stand houden van een bouwwerk Artikel 23.45 Repressief welstand Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van het Beeldkwaliteitsplan Zierikzee Zuidoost. a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

Paragraaf 23.5.2 Gebouw of overkapping bouwen Subparagraaf 23.5.2.1 Gebouw of overkapping bouwen - vergunningplicht

84

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Artikel 23.46 Toepassingsbereik 1

Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen, uitbreiden en verbouwen van een gebouw of van een overkapping, ter plaatse van de locatie Gebouw of overkapping bouwen Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost - vergunningsplicht.

2

De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de locatie Gebouw of overkapping bouwen Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost - vergunningsplicht.

Concept

Artikel 23.47 Gebouw of overkapping bouwen - vergunningplicht 1

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning: a. een gebouw te bouwen, uit te breiden of te verbouwen; b. een overkapping te bouwen, uit te breiden of te verbouwen.

2

Het in het eerste lid én het in artikel 22.26 genoemde verbod, geldt niet als voldaan wordt aan de in artikel 23.48 genoemde beoordelingsregels én als de activiteit betrekking heeft op een van de in artikel 22.27 opgenomen bouwwerken.

Artikel 23.48 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 23.47, wordt alleen verleend als: a. de totale oppervlakte aan gebouwen en overkappingen per bouwperceel niet meer bedraagt dan 80%; b. de oppervlakte aan gebouwen en overkappingen per bouwperceel ter plaatse van minimum bebouwingspercentage Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost minimaal het aangegeven bebouwingspercentage bedraagt; c. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de maximum bouwhoogte gebouwen Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost; d. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 m bedraagt; e. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de voorste perceelsgrens minimaal 12 m bedraagt; f. voor de oriëntatie en situering van gevels wordt voldaan aan de randvoorwaarden uit het Beeldkwaliteitsplan Zierikzee Zuidoost.

Paragraaf 23.5.3 Bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde, bouwen Subparagraaf 23.5.3.1 Bouwwerken, geen gebouw over overkapping zijnde bouwen vergunningplicht Artikel 23.49 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen, verbouwen of uitbreiden van een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde, ter plaatse van de locatie Bouwwerk geen gebouw of overkapping zijnde bouwen Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

Artikel 23.50 Bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde, bouwen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde, te bouwen, uit te breiden of te verbouwen, met uitzondering van: a. het bouwen van een perceelafscheiding, mits: 1. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 m; 2. de perceelafscheiding wordt geplaatst op een perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding een functionele relatie heeft.

Artikel 23.51 Beoordelingsregel vlaggenmast De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 23.50, wordt voor een vlaggenmast alleen verleend als: a. de hoogte van een vlaggenmast niet meer bedraagt dan 8 m; b. het aantal vlaggenmasten op een gebouwerf niet meer bedraagt dan 3.

Artikel 23.52 Beoordelingsregel maximale hoogte antennemast De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 23.50, wordt alleen verleend als de hoogte van een antennemast niet meer bedraagt dan 5 m.

85

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Artikel 23.53 Beoordelingsregel maximale hoogte overige bouwwerken, geen gebouw of overkapping zijnde De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 23.50, wordt voor een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde, waarvan geen maximale hoogte is opgenomen in de artikelen artikel 23.51 en artikel 23.52, alleen verleend als de hoogte niet meer bedraagt dan 2 m.

Paragraaf 23.5.4 Bouwen in archeologisch waardevol gebied

Concept

Artikel 23.54 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen van een hoofdgebouw, bijbehorend bouwwerken, overkappingen en andere bouwwerken ter plaatse van Archeologisch waardevol gebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

Artikel 23.55 Beoordelingsregels In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten als bedoeld in paragraaf 23.5.1, paragraaf 23.5.2 en paragraaf 23.5.3 geldt dat er uitsluitend mag worden gebouwd als er sprake is van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een maximale oppervlakte beslaan van 'oppervlakte bodemverstoring'; c. een bouwwerk, dat niet dieper wordt gebouwd dan 50 cm.

Artikel 23.56 Specifieke beoordelingsregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaald in artikel 23.55 ten behoeve van het bouwen groter dan de oppervlakte bodemverstoring en dieper dan 0,50 m, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld; b. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport, met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie, niet nodig is.

Artikel 23.57 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen danwel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige.

Paragraaf 23.5.5 Overgangsrecht bouwactiviteiten Artikel 23.58 Overgangsrecht bouwwerken 1

Een bouwwerk dat aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden op grond van een omgevingsvergunning, en als gevolg van een wijziging van dit omgevingsplan in strijd is gekomen met de regels in afdeling 23.5, mag, mits deze strijdigheid naar aard en omvang niet wordt vergroot, in stand worden gehouden.

2

Het eerste lid geldt niet voor een bouwwerk dat zonder omgevingsvergunning aanwezig of in uitvoering is en in strijd is met de regels over bouwwerken in dit omgevingsplan zoals die van kracht waren voor een wijziging van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.

Afdeling 23.6 Aanlegactiviteiten Paragraaf 23.6.1 Algemene regels voor aanlegactiviteiten Artikel 23.59 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op aanlegactiviteiten ter plaatse van Transformatiegebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

86

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Artikel 23.60 Meetbepalingen Voor de toepassing van deze afdeling worden de aarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. diepte van een aanlegactiviteit vanaf maaiveld; b. hoogte van een aanlegactiviteit vanaf maaiveld.

Concept

Artikel 23.61 Aanlegactiviteiten - toegestaan 1

Aanlegactiviteiten die in overeenstemming zijn met de gebruiksactiviteiten zoals omschreven in afdeling 23.4 zijn toegestaan, tenzij het aanlegactiviteiten betreffen waarvoor op grond van afdeling 23.6 een omgevingsvergunning is vereist dan wel andere regels gelden.

2

In afwijking van het eerste lid zijn aanlegactiviteiten ook toegestaan als het aanlegactiviteiten in verband met het normale onderhoud betreffen.

Paragraaf 23.6.2 Werkzaamheden in archeologisch waardevol gebied Artikel 23.62 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op werken en werkzaamheden in de bodem ter plaatse van Archeologisch waardevol gebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

Artikel 23.63 Werken en werkzaamheden - toegestaan Het is toegestaan om werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren die: a. een maximale oppervlakte beslaan van oppervlakte bodemverstoring; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden reeds mogen worden uitgevoerd; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

Artikel 23.64 Werken en werkzaamheden - vergunningplicht Het is, indien niet voldaan wordt aan artikel 23.63, verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren voor zover deze plaatsvinden op een grotere diepte dan 0,50 meter: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met maximaal 0,50 meter; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; f. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van grasland in bouwland; i. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

Artikel 23.65 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van deze paragraaf.

Artikel 23.66 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 23.64, wordt alleen verleend: a. als is gebleken dat de in artikel 23.64 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot verstoring van archeologisch materiaal;

87

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

b.

c.

nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; als het bevoegd gezag voorafgaand advies vraagt aan de archeologisch deskundige omtrent het criterium als bedoeld onder a en b. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.

Artikel 23.67 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem (technische maatregelen), het doen van opgravingen danwel het begeleiden van de werken of werkzaamheden door een archeologisch deskundige.

Concept

Paragraaf 23.6.3 Verkeersinfrastructuur en openbare ruimte Artikel 23.68 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het aanleggen en behouden van een deugdelijke en veilige verkeersinfrastructuur en openbare ruimte met daarbij behorende voorzieningen ter plaatse van Hoofdinfrastructuur kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

Artikel 23.69 Werken en werkzaamheden - vergunningplicht Binnen de locatie Hoofdinfrastructuur kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost is het verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. het aanleggen en in stand houden van wegen, fietspaden en wandelpaden; b. het aanbrengen of verwijderen van oppervlakteverharding; c. het aanbrengen of verwijderen van verhardingen; d. het realiseren van water, wateropvang- en infiltratievoorzieningen; e. het dempen van watergangen.

Artikel 23.70 Beoordelingsregels 1

De vergunning, bedoeld in artikel 23.69 wordt alleen verleend indien de werkzaamheden bijdragen aan de oogmerken bedoeld in artikel 23.68.

2

Bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid betrekt het bevoegd gezag de technische, en - inrichtingseisen die zijn opgenomen in de 'Standaard ontwerp- en materiaaleisen buitenruimte' van de gemeente Schouwen-Duiveland.

Afdeling 23.7 Kostenverhaal en financiële bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen Artikel 23.71 Kostenverhaalsgebied en tijdvak Voor het Hoofdinfrastructuur kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost geldt een tijdvak van 22 jaar met ingang van [datum inwerkingtreding van dit artikel].

Artikel 23.72 Verdeling van de kosten over de activiteiten 1

Voor het verdelen van de kosten wordt per activiteit bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit het kostenverhaal berekend naar rato van de geraamde opbrengsten.

2

De opbrengsten van de grond, bedoeld in het eerste lid worden geraamd op basis van een taxatie door een ter zake deskundige taxateur.

3

Onder het totaal van de te verhalen kosten wordt verstaan: het bedrag van de kosten dat op grond van artikel 13.14, tweede lid, van de Omgevingswet ten hoogste kan worden verhaald.

Artikel 23.73 Methode raming plankosten Bij de raming van de kosten binnen het werkingsgebied Kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost wordt voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald op grond van artikel 13.2 van de Omgevingsregeling.

88

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Artikel 23.74 Methode raming inbrengwaarden Bij de raming van de kosten per kostenverhaalsgebied wordt in dit omgevingsplan voor de inbrengwaarde toepassing gegeven aan artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit.

Artikel 23.75 Aanvraagvereisten kostenverhaalbeschikking

Concept

Bij de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de met de kostenverhaalplichtige activiteiten te realiseren aantallen bouwwerken, oppervlakten en gebruiksfuncties, en b. een aanduiding van de oppervlakte van de gronden die worden geleverd voor het beoogde gebruik van de kostenverhaalsplichtige activiteiten bedoeld onder a

Artikel 23.76 Eindafrekening 1

Binnen drie maanden na het uitvoeren van de in een kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast.

2

Indien er wordt voorzien in een fasering van de aanleg van de in artikel 23.76, eerste lid bedoelde werken, dan wordt per fase de termijn van drie maanden gehanteerd.

3

Bij de eindafrekening wordt de geldsom die op het moment van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking zou zijn verschuldigd, herberekend overeenkomstig de rekenmethodiek die is opgenomen in artikel 23.72, met dien verstande dat: a. het bedrag van de te verhalen kosten de daadwerkelijke kosten betreft van de werken, werkzaamheden en maatregelen die zijn uitgevoerd of nog zullen worden uitgevoerd; b. de totale opbrengsten van de grond worden berekend op basis van de opbrengst die is gerealiseerd of nog zal worden gerealiseerd; c. voor de opbrengsten van de grond hetzelfde bedrag wordt toegepast als bij de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking; d. de kosten, bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, van de Omgevingswet in mindering worden gebracht.

4

Indien een aanvrager van een kostenverhaalsbeschikking op basis van artikel 13.20, tweede lid, van de Omgevingswet recht heeft op terugbetaling, wordt rente vergoed vanaf de datum van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking.

Artikel 23.77 Eindafrekening op verzoek 1

Op de eindafrekening op verzoek als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet wordt jaarlijks op 1 juni door burgemeester en wethouders beslist, als de verzoeken ten minste 36 weken voor zie datum zijn ontvangen.

2

Bij een verzoek om eindafrekening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een kopie van de kostenverhaalsbeschikking; b. als het verzoek wordt ingediend door een andere belanghebbende dan degene op wiens naam is betaald: een bewijs dat de verzoeker recht heeft op de terugbetaling, en c. naam, (e-mail)adres, telefoonnummer en rekeningnummer van verzoeker.

3

Een eindafrekening op verzoek wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 23.76.

Artikel 23.78 Indexering Bij de raming van de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalbeschikking, een eindafrekening op verzoek of een eindafrekening wordt een jaarlijkse indexering toegepast conform: a. voor de kosten de inputprijsindex voor grond-, weg en waterbouw; b. voor de opbrengsten de jaarlijks door de gemeente gepubliceerde grondprijzenbrief en bij gebreke daarvan de consumptieprijsindex (CPI alle huishoudens van het CBS).

Artikel 23.79 Rente 1

89

Bij de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalsbeschikking, een eindafrekening op verzoek of een eindafrekening worden de volgende renteparameters toegepast:

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

a.

b.

2

voor de debetrente in perioden waarin de gerealiseerde kosten, met uitzondering van de kosten van de inbrengwaarden, hoger zijn dan de totale ontvangsten uit kostenverhaal bijdragen wordt de jaarlijks bij de begroting vastgestelde omslagrente toegepast; voor de creditrente in perioden waarin de totale ontvangsten uit kostenverhaalbijdragen hoger zijn dan de gerealiseerde kosten, met uitzondering van de kosten van de inbrengwaarden, wordt de jaarlijks bij de begroting vastgestelde omslagrente toegepast.

Als bij een eindafrekening terugbetaling plaatsvindt, wordt het terug te betalen bedrag verhoogd met een samengestelde rente die bestaat uit de omslagrentes van ieder jaar dat ligt tussen het jaar van de beschikking en het jaar van terugbetaling.

Concept

Artikel 23.80 Kostensoorten die ten dele worden toegerekend aan het kostenverhaalsgebied (gebiedsoverstijgende kosten) De werken, werkzaamheden en maatregelen die ten dele worden toegerekend aan Kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost zijn opgenomen in bijlage Raming nadeelcompensatie en worden voor 50% toegerekend aan het kostenverhaalsgebied.

Artikel 23.81 Verhaalbare kosten De totale aan Kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost toe te rekenen kosten worden geraamd op € 45.524.072,-.

tabel 23.81

Artikel 23.82 Raming van de opbrengsten totaal De totale opbrengsten van de gronden in Kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost worden geraamd op € 36.623.330.

90

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Concept

tabel 23.82

Artikel 23.83 Fasering van de kosten en opbrengsten De te maken kosten en te ontvangen opbrengsten zijn uitgezet in de tijd. De uitvoeringsperiode na vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan is 22 jaar. De kosten en opbrengsten worden gedurende deze periode geïndexeerd en hieruit volgt de berekening van de kosten van rentetoerekening. De berekening is onderdeel van bijlage Berekening kostenverhaalsbijdragen, pagina 7 onderdeel 6. Fasering.

Artikel 23.84 Te verhalen kosten na macro-aftopping Na vermindering van het totaal aan verhaalbare kosten met de opbrengst bedragen de te verhalen kosten € 32.235.106. De berekening van het totaal aan verhaalbare kosten is opgenomen in onderstaande tabel.

tabel 23.84

Artikel 23.85 Verdeling van de verhaalbare kosten over de activiteiten De verhaalbare kosten worden over de activiteiten verdeeld aan de hand van onderstaande tabel.

91

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Concept 92

tabel 23.85

Artikel 23.86 Verplichte financiële bijdrage Op de initiatiefnemers van kostenverhaalplichtige activiteiten in Kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost wordt een financiële bijdrage verhaald voor de volgende ontwikkelingen ter verbetering van de fysieke leefomgeving, zoals opgenomen in de Nota Kostenverhaal. De hoogte van de financiële bijdrage is berekend in onderstaande tabel:

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Concept 93

tabel 23.86

Artikel 23.87 Totaal aan financiële bijdragen 1

Het bedrag aan financiële bijdragen dat per aangewezen ontwikkeling in totaal aan het Kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost wordt toegerekend is opgenomen in onderstaande tabel.

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Concept 94

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

tabel 23.87

2

Na vermindering van de geraamde totale opbrengsten van de gronden in Kostenverhaalsgebied Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost met de te verhalen kosten, bedragen de resterende opbrengsten € 24.484.591. Het totaal aan te verhalen financiële bijdragen bedraagt € 24.484.591.

Artikel 23.88 Verdeling van het totaal aan financiële bijdragen over de activiteiten

Concept

Het totaal aan financiële bijdragen wordt over de activiteiten verdeeld aan de hand van onderstaande tabel.

tabel 23.88

Hoofdstuk 24 SLOTBEPALINGEN Artikel 24.1 (citeertitel) Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Schouwen-Duiveland.

95

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Concept

Bijlage I Begripsbepalingen

96

aansluitafstand

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

AS SIKB 2000

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018;

bebouwingsgebied

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

BRL SIKB 2000

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013;

BRL SIKB 7000

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015;

concentratiegebied geurhinder en veehouderij

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

distributienet voor warmte

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

geurgevoelig object

a. gebouw 1.dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2.dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3.dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of b.geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

gezoneerd industrieterrein

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

ISO 11423-1

ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a.varkens, kippen, schapen of geiten; en b.als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1.rundvee tot 24 maanden; 2.kalkoenen; 3.eenden; of 4.parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

NEN 5725

NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Concept 97

NEN 5740

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578

NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

NEN 6589

NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965

NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 858-1 A1

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

NEN-EN 872

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties kleiner dan of gelijk aan 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673

NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;

NEN-EN-ISO 2813

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 5815-1

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

Concept

(van 30-3-2026 8:59) (Online)

Concept 98

NEN-EN-ISO 5815-2

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;

NEN-EN-ISO 9377-2

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de mineraleolie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gaschromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16802905/1