CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.050 Bijlage 1. Beleidsnotitie Funerair erfgoed (1362759)

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken11.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BELEIDSNOTITIE Funerair erfgoed Begraafplaatsen gemeente Schouwen-Duiveland

Inhoud 1. Leeswijzer Deel 1 – Totstandkoming van de notitie (pagina 5–13) Deel 2 – Algemeen kader (pagina 14–15) Deel 3 – Analyse huidige situatie (pagina 18–26) Deel 4 – Beleidskader Schouwen-Duiveland (pagina 27–30) Deel 5 – Uitvoeringsprogramma (pagina 31–32) Bijlagen

2. Deel 1 Totstandkoming notitie Oorsprong Analyse proces besluitvorming

4 4 4 4 4 4 4

5 5 5

3. Deel 2 Algemeen kader

12

Afbakening Begripsbepaling en context Wettelijk kader Erfgoedwet

12 12 13 13

4. Deel 3 Analyse huidige situatie

15

Rapport Inventarisatie opvallende en historische grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen 15 Criteria 15 Biografische betekenis van de begravene 15 Ouderdom grafmonument 17 Materiaalgebruik en hantering 17 Vormgeving van het grafmonument 17 Bijzondere symboliek 17 Passend in karakter van het grafveld 17 Technische staat 18 Methode 18 Scenario’s voor verdere selectie volgens BFA 19 Uitwerking scenario’s Schouwen-Duiveland 21

5. Deel 4 Beleid Probleemstelling Doelstelling Kader Schouwen – Duiveland (4 tot en met 6 punten) Rechthebbenden en gebruikers Financieel Graven Watersnoodramp en oorlogsslachtoffers Beheer en onderhoud

23 23 23 23 24 25 25 25

6. Deel 5 Uitvoeringsprogramma Bijlage 1: Stroomschema rechthebbende/gebruiker Bijlage 2: Lijst funerair erfgoed 4, 5 en 6 punten Bijlage 3: Achterliggende informatie

28 30 31 36

1

Leeswijzer Deze notitie over funerair erfgoed is opgebouwd uit vijf delen.

Deel 1 – Totstandkoming van de notitie (pagina 5–13) Dit deel beschrijft hoe de notitie tot stand is gekomen. U vindt hier informatie over: • de oorsprong van het onderwerp en het besluitvormingsproces; • de eerste inventarisatie en de quickscan; • het vervolgtraject, inclusief toetsingsdocument, rapportages en besluiten van het college;. • de uitvoering van de motie ‘Zorgvuldigheid en participatie bij het behoud funerair erfgoed’.

Deel 2 – Algemeen kader (pagina 14–15) Hier worden de begrippen en context toegelicht: • afbakening van het onderwerp; • definitie van funerair erfgoed en het historisch-culturele belang; • beleidskaders van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en relevante wetgeving.

Deel 3 – Analyse huidige situatie (pagina 18–26) Dit deel bevat: • de rapportage van de inventarisatie van grafbedekkingen; • gehanteerde criteria en methodiek; • resultaten van de inventarisatie en mogelijke scenario’s voor selectie.

Deel 4 – Beleidskader Schouwen-Duiveland (pagina 27–30) Hier vindt u: • probleemstelling en doelstelling; • het lokale kader voor behoud; • afspraken over rechthebbenden, financiële aspecten en bijzondere graven (zoals Watersnoodramp en oorlogsslachtoffers).

Deel 5 – Uitvoeringsprogramma (pagina 31–32) Dit deel beschrijft hoe het beleid in de praktijk wordt gebracht.

Bijlagen Aanvullende documenten en referenties.

4

2

Deel 1 Totstandkoming notitie Oorsprong Het behoud van funerair erfgoed door gemeenten vindt zijn oorsprong in een brief (1985) van toenmalig minister van Cultuur: Eelco Brinkman. In deze brief riep hij alle gemeenten op om aandacht te besteden aan de bescherming van begraafplaatsen en grafmonumenten. Dat was een moreel en beleidsmatig appèl, omdat veel waardevolle grafmonumenten destijds verloren dreigden te gaan door ruimingen en gebrek aan onderhoud. In de periode 1990–2000 ontstond daardoor langzaam groeiende aandacht voor het funerair erfgoed. In de modelverordening ‘Beheersverordening begraafplaatsen’ van de VNG (2010) is als gevolg hiervan opgenomen dat het college zorg draagt voor het instandhouden van historische graven en opvallende grafbedekking. Het betreft het volgende artikel: Artikel <nummer> Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

De genoemde lijst kan opgevat worden als funerair erfgoed, met dien verstande dat het alleen gaat om grafmonumenten en niet om andere funeraire objecten, zoals huisjes, hekwerken, herdenkingsmonumenten, aanleg of groen op begraafplaatsen.

Analyse proces besluitvorming Eerste inventarisatie In 2011 heeft een grootschalige ruiming plaatsgevonden op de begraafplaatsen in Burgh en Oosterland. Tijdens de voorbereiding van deze ruimingen is, in opdracht van de gemeente, een quickscan uitgevoerd door het Bureau Funeraire Adviezen (BFA) uit Amsterdam. Deze opdracht kwam voort vanuit het artikel zoals opgenomen in de beheersverordening. Uit deze quickscan bleek destijds dat een vijftal grafmonumenten behouden zouden moeten blijven. Deze grafmonumenten zijn na de ruiming op een andere (meer geschikte) locatie teruggeplaatst. Overigens is op geen enkele wijze aan deze grafmonumenten te zien dat deze zijn herplaatst in het kader van het behoud van funerair erfgoed.

5

Handboek begraafplaatsen Schouwen-Duiveland (beleid) 2016 In maart 2016 heeft de gemeenteraad het beleid begraafplaatsen vastgesteld. Op grond van dit beleid hanteert de gemeente een zogenaamd actief ruimingsbeleid. Alvorens te starten met deze ruimingen is door BFA wederom een quickscan gemaakt. In dit geval van alle éénentwintig begraafplaatsen, dit rapport is opgeleverd in augustus 2017. Deze quickscan behelst nog geen volledige lijst. In het huidige beleid ligt vast dat naast het ‘actief’ houden van een begraafplaats (uitgifte en ruimen graven) als bezwarend argument geldt terughoudend te zijn met het monumentaal en behoudenswaardig verklaren van grafbedekkingen omdat het een financiële last voor de beheerder (gemeente) betekent.. Een alternatief is de beschreven grafmonumenten te markeren in de administratie en over te gaan tot zogenaamd ‘begeleiden van verval’. Daarbij ligt de verantwoordelijkheid voor het graf en het grafmonument bij de rechthebbende zoals dat in de Wet op de lijkbezorging en de gemeentelijke beheersverordening is vastgelegd.

Quickscan Het uiteindelijke doel is het bijhouden van een lijst, door het college, van grafmonumenten die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking opvallende kwaliteit heeft. Deze lijst betekent in praktijk een administratieve aantekening in de begraafplaatsadministratie. Indien tot een ruiming moet worden overgegaan, moet vooraf worden onderzocht of er graven zijn die in aanmerking komen om aan deze lijst te worden toegevoegd. Het opstellen van de quickscan is de basis voor de op te stellen lijst. De quickscan geeft inzicht in de cultuurhistorisch meest waardevolle grafmonumenten. Het daadwerkelijk behouden van grafmonumenten kan ter plekke maar, vanwege de noodzaak om ruimte te maken, vaak ook op een andere plek. Hiervoor is niet op iedere begraafplaats ruimte . Bovendien schept dit het beeld dat deze personen op die plaats zijn begraven, wat niet het geval is omdat de stoffelijke resten in de meeste gevallen worden geruimd. En deze monumenten moeten onderhouden worden zonder dat hier inkomsten tegenover staan. Althans, dat is een keuze.

Vervolg na oplevering quickscan De quickscan uit 2017 is niet ter besluitvorming aangeboden aan het college. De reden hiervoor is dat het geen plan van aanpak voor het vervolg bevat. Het betreft een eerste inventarisatie van de grafmonumenten die beargumenteerd als behoudenswaardig worden bestempeld door de funerair deskundige. Wel bevat de quickscan advies over de cultuurhistorische waarde en noodzaak tot bescherming van enkele begraafplaatsen, de inrichting van de begraafplaatsen en een mogelijke leidraad voor te behouden grafmonumenten. De benoemde grafmonumenten in het rapport kunnen dienen als ‘benchmark’ op grond waarvan een verdere selectie kan plaatsvinden. Voor het maken van een plan van aanpak ten behoeve van de inventarisatie van het funerair erfgoed, ook met het oog op het vastgestelde ruimingsbeleid, is in 2019 een vervolgopdracht gegeven aan bureau Kybys. Met een projectgroep is samen met Kybys gewerkt aan een objectief afwegingskader met wegingscriteria voor de inventarisatie van het funerair erfgoed. Dit heeft geleid tot een toetsingsdocument.

6

Toetsingsdocument Het toetsingsdocument maakt inzichtelijk op welke manier het funerair erfgoed, ook op basis van de eerder opgestelde quickscan en in samenwerking met (onafhankelijke) deskundigen, geselecteerd kan worden op grond van vastgestelde criteria. De selectie moet gericht zijn op het objectief selecteren en het nemen van besluiten ten aanzien van het in stand houden van historisch waardevolle en behoudenswaardige grafmonumenten. Deze werkwijze is gebaseerd op een samenwerking met de volgende partijen: • Erfgoedplatform Schouwen-Duiveland • Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland • PKN-kerken Schouwen-Duiveland • Platform kerken • 17 stads- en dorpsraden Daarbij was het uitgangspunt om met deze partijen een startbijeenkomst te organiseren en vervolgens met een afvaardiging van maximaal vijf personen alle begraafplaatsen te bezoeken om zodoende een inventarisatie te maken van het te behouden funerair erfgoed. Basis voor deze bezoeken is de quickscan van BFA waarbij wederom de gehele begraafplaats wordt geïnventariseerd. Dit kan er toe leiden dat er uiteindelijk meer behoudenswaardige monumenten worden geïnventariseerd dan aanvankelijk in de quickscan beschreven. Er wordt in dit toetsingsdocument van uitgegaan dat geïnventariseerd wordt op basis van scoreformulieren. Deze scoreformulieren zijn vooraf opgesteld aan de hand van een beoordelingssysteem.

Hierdoor worden objectieve waarden toegekend aan het grafmonument door middel van scores op basis van criteria: • Tekst en figuratie. • Ouderdom van het grafmonument. • Waarde van de grafbedekking. • Materiaal van het grafmonument. • Ensemblewaarde. Deze scoreformulieren leiden uiteindelijk tot een rangorde per begraafplaats. Aan de hand van deze rangorde kan uiteindelijk een advies worden voorgelegd aan het college met de eventuele bijbehorende financiële consequenties. Dit advies betreft welke grafmonumenten behouden dienen te worden, de redenen daarvoor en hoe om te gaan met onderhoud. Daarin kan uiteraard een bestuurlijke afweging worden gemaakt. Wegens de COVID-19 pandemie is de vaststelling van het toetsingsdocument en de uitvoering van het plan van aanpak niet op deze wijze tot uitvoering gekomen. Het organiseren van bijeenkomsten maar ook het gezamenlijk bezoeken van begraafplaatsen was gedurende een langere periode niet mogelijk. Het intensief samenwerken was wegens meerdere lockdowns en het verplicht thuis werken (in perioden) tot een minimum beperkt.

7

Voorzitter Erfgoedplatform Het niet kunnen uitvoeren van het plan van aanpak van Kybys heeft er toe geleid dat naar andere mogelijkheden is gezocht. Zonder daarbij afbreuk te doen aan het oorspronkelijke uitgangspunt. Ook de voorzitter van het Erfgoedplatform heeft vernomen dat wegens Covid-19 het plan van aanpak op andere wijze moest worden uitgevoerd. Zij heeft aangegeven het funerair erfgoed te willen inventariseren op de één-en-twintig begraafplaatsen met drie vrijwilligers. Deze personen zijn vanuit persoonlijke interesse en betrokkenheid bij het onderwerp, bereid om onafhankelijk advies te geven ten aanzien van de inventarisatie van het funerair erfgoed. De voorzitter van het Erfgoedplatform, de werkgroep, heeft kennis genomen van het toetsingsdocument van Kybys als basis voor de inventarisatie.

Besluit college Het college heeft op 20 juli 2021 kennis genomen van de quickscan van BFA, zoals opgesteld in september 2017 en de daarbij horende lijst behoudenswaardige grafmonumenten. Het college heeft ingestemd met de wijze waarop door de werkgroep, bestaande uit vier personen, uitvoering wordt gegeven aan het oorspronkelijke plan van aanpak en toetsingsdocument zoals opgesteld door Kybys. De quickscan van BFA en daarbij horende lijst van behoudenswaardige grafmonumenten is daarmee onlosmakelijk verbonden. Het beoogd resultaat is het in kaart brengen van funerair erfgoed op de één-en-twintig gemeentelijke begraafplaatsen. Het college legt hiermee een basis voor het behoud en markering in de begraafplaatsadministratie conform het uitvoeringsprogramma uit 2016. Het is vervolgens een politiek-bestuurlijke keuze, door middel van het vaststellen van een beleidsnotitie, om het behoud en de wijze waarop te borgen. De werkgroep heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de basis van het toetsingsdocument van Kybys, maar qua werkwijze een eigen methodiek te willen gebruiken. De werkgroep heeft aangegeven een termijn van een jaar nodig te hebben om de inventarisatie compleet te maken.

Op basis van het besluit van het college wordt aan de hand van de inventarisatie per begraafplaats duidelijk welk funerair erfgoed volgens de werkgroep, op basis van objectieve criteria, behouden dient te worden. Een nadere uitwerking moet duidelijkheid geven op de wijze waarop dit wordt vorm gegeven. Dit moet geborgd worden in een beleidsnotitie als onderdeel van het begraafplaatsbeleid Het behoud van funerair erfgoed brengt financiële consequenties met zich mee. Dat heeft enerzijds te maken met de omvang van het behoud en de wijze waarop. Wanneer inzichtelijk gemaakt dient te worden welke financiële consequenties verband houden met de verschillende scenario’s, dient dit nader te worden uitgewerkt met externe expertise. Een funerair deskundige kan daar een betrouwbaar overzicht van maken. Het college geeft deze opdracht aan de hand van het rapport van de werkgroep, als vervolgstap richting besluitvorming.

8

Werkwijze en rapportage werkgroep De werkgroep is, aan de hand van het besluit van het college, gestart met de inventarisatie van het funerair erfgoed. De werkgroep heeft zelf een formulier ontwikkeld om de inventarisatie vorm te geven. De werkgroep geeft de voorkeur aan het beschrijven van het funerair erfgoed in plaats van het classificeren van bepaalde kenmerken door middel van cijfers. Daarbij is door de werkgroep aangegeven dat uiteraard een objectieve en uniforme beoordeling wordt gewaarborgd. Naast de inventarisatie van een begraafplaats, heeft de werkgroep een persoon uit de stads- of dorpskern betrokken met kennis van zaken in de historische context. Communicatie hieromtrent vond plaats via de stads- en dorpsraden. Het opgeleverde rapport bevat een lijst van 443 monumenten waarvan 267 met een funeraire betekenis en 176 gebaseerd op de begraven persoon. Het rapport is vooral gericht op graven van historische betekenis en in mindere mate op die waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. De werkgroep heeft het rapport aangeboden aan de wethouder en daarbij een plenaire toelichting gegeven. Het rapport bevat een beschrijving van de grafmonumenten. De grafmonumenten zijn door de werkgroep niet door middel van een score of andere vorm van objectieve beoordeling vastgelegd. Dat maakt de vervolgstappen ten aanzien van behoud lastig.

Er is namelijk geen sprake van een vaste methodiek voor alle begraafplaatsen gezamenlijk waarbij objectieve wegingscriteria een voorwaarde voor beleidsafwegingen zijn, zoals ook gebruikelijk voor andere erfgoedselecties. Bovendien is dit als zodanig dynamisch te gebruiken om later op eenzelfde wijze objectief te toetsen wanneer dat nodig blijkt. Voor dit rapport is dat niet het geval.

Rapportage BFA Het college heeft in haar besluit reeds aangegeven dat het opgeleverde rapport van de werkgroep uiteindelijk wordt voorgelegd aan een onafhankelijk deskundige voor het uitwerken van verschillende scenario’s als vervolgstap richting besluitvorming. Voor deze onafhankelijke analyse en het voorsorteren op verschillende scenario’s is opdracht verleend aan BFA om een definitief rapport op te stellen, gebruik makend van de inventarisatie door de werkgroep en het door BFA opgeleverde rapport. Dat heeft uiteindelijk in 2023 tot het rapport ‘Inventarisatie opvallende en historische grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen’ geleid. Dit rapport vormt de basis voor besluitvorming door het college. De eerder genoemde werkgroep heeft het concept rapport beoordeeld, van op- en aanmerkingen voorzien en heeft daarna. ingestemd met het definitieve rapport.

Voorgenomen besluit college Op basis van het definitieve rapport van BFA heeft het college op 3 december 2024 een zogenaamd voorlopig besluit genomen.

9

Op basis van alle inventarisaties, die uiteindelijk tot dit definitieve rapport hebben geleid, heeft het college de voorkeur uitgesproken voor het scenario ‘Behoud met strenge selectie (score van 4 tot en met 6 punten) en het voorgenomen besluit te bespreken met de werkgroep ter afronding van het participatietraject. Het volgen van dit scenario betekent het behoud van totaal 123 grafmonumenten én de graven van slachtoffers van de Watersnoodramp (officiële lijst) en oorlogsslachtoffers.

Informatieavond Funerair Erfgoed Op woensdagavond 19 maart 2025 vond een informatieavond plaats over het funerair erfgoed op de gemeentelijke begraafplaatsen. Dit betrof een openbare avond in het dorpshuis van Zonnemaire. Er is een vooraankondiging en aankondiging in de gemeenterubriek geplaatst, raads- en commissieleden hebben een uitnodiging ontvangen en de aankondiging is verstuurd aan de contactpersonen waar de werkgroep mee heeft gesproken ten behoeve van hun inventarisatie. Leon Bok van BFA gaf een presentatie over: • het funerair erfgoed op Schouwen-Duiveland; • de cultuurhistorische waarden op begraafplaatsen; • de inventarisatie en waardestelling van funerair erfgoed; • toepassing van selectiecriteria. Deze bijeenkomst bood tevens gelegenheid voor het stellen van vragen.

Motie ‘Zorgvuldigheid en participatie bij het behoud funerair erfgoed’ Tijdens de raadsvergadering van 27 maart 2025 is een motie ingediend met betrekking tot het onderwerp funerair erfgoed. In de motie wordt door de indienende partij aangegeven dat, tijdens de informatieavond op 19 maart 2025, duidelijk is geworden dat de door het college gehanteerde lijst niet aansluit bij de lijst van de werkgroep. Zij meent dat de werkgroep bereid is de lijst kritisch te herzien, rekening houdend met de door BFA en college gehanteerde criteria. De motie is met algehele stemmen aangenomen en daarin vraagt de raad aan het college van burgemeester en wethouders: • de werkgroep van vrijwilligers onder leiding van de voorzitter van het erfgoedplatform de gelegenheid te geven hun eerder ingediende lijst en met name de kolom ‘biografische betekenis’ kritisch te herzien, rekening houdend met de door het Bureau Funeraire Adviezen en college gebruikte criteria; • nogmaals met de werkgroep van vrijwilligers onder leiding van de voorzitter van het erfgoedplatform in gesprek te gaan over de door hen aangepaste lijst en deze te betrekken in de definitieve besluitvorming.

Uitvoering Motie ‘Zorgvuldigheid en participatie bij het behoud funerair erfgoed’ Aan de hand van de vastgestelde motie heeft de portefeuillehouder, zowel telefonisch als schriftelijk, de vraag aan de werkgroep, via de voorzitter van het Erfgoedplatform, gesteld of zij hieraan medewerking wilt verlenen. Daarmee is door de werkgroep ingestemd.

10

Dat had tot gevolg dat de door de werkgroep in haar rapport uit 2023 (in Hoofdstuk 2) genoemde graftekens van bijzondere personen en de beoordeling daarvan, op basis van objectieve criteria, in de kolom biografische betekenis in het rapport van het Bureau Funeraire Adviezen (BFA) kritisch zijn doorgenomen. Op basis daarvan wordt de werkgroep in de gelegenheid gesteld een voorstel te doen voor aanpassing van de beoordeling door BFA. De werkgroep heeft op basis van de criteria van BFA de lijst opnieuw van scores voorzien. De nieuw opgestelde lijst en bijgevoegde brief is samen met de voorzitter van het Erfgoedplatform namens de werkgroep, portefeuillehouder en ambtelijke ondersteuning inhoudelijk besproken conform de motie. De portefeuillehouder heeft toegelicht dat de nieuwe bevindingen van de werkgroep, opnieuw worden voorgelegd aan BFA voor een herbeoordeling. BFA heeft namens de gemeente de opdracht gekregen om deze herbeoordeling uit te voeren.

Herbeoordeling BFA Het verzoek aan BFA luidt als volgt: De beoordelingen van de werkgroep, zoals in de bijlage opgenomen, opnieuw te bezien en dan met name gericht op: De drie beoordelingen, waarbij de oorspronkelijke score van 2 punten (BFA) op 4 punten (werkgroep) is gesteld, opnieuw te bezien op basis van de extra toevoegingen in de kolom ‘opmerking’ en aan te geven welke score de uitkomst is na herbeoordeling; De twaalf beoordelingen, waarbij de oorspronkelijke score van 1 punt (BFA) op 3 punten (werkgroep) is gesteld, opnieuw te bezien op basis van de extra toevoegingen in de kolom ‘opmerking’ en aan te geven welke score de uitkomst is na herbeoordeling. De herbeoordeling door BFA heeft geleid tot een aanpassing van punten op basis van biografische betekenis bij 9 grafmonumenten. Het gaat hierbij om 2 keer een wijziging van 1 naar 3 punten, 7 keer een wijziging van 1 naar 2 punten en 1 keer van 2 naar 3 punten. ‘Voor de meeste personen heeft de werkgroep ook hier geen overtuigende nieuwe gegevens aangevoerd of is uitgegaan van een onjuiste interpretatie. Normaal wordt bij een inventarisatie in het uitwerken al veel uitgezocht. Geeft de naam geen aanleiding tot verder onderzoek dan wordt de score gebaseerd op wat bekend is. Nu is gebleken dat in sommige gevallen weer meer informatie bekend is dan twee jaar geleden.

Dat helpt, maar zeker moet niet vergeten worden dat de scores over het geheel van de inventarisatie genomen worden. Kijkt men alleen naar het belang van een persoon in een dorp dan kan zeker het gevoel bestaan dat die persoon van groot belang was. In een volgend dorp heeft men echter vaak niet van zo iemand gehoord. Dat is verdisconteert in de score.’ (Herbeoordeling bevindingen werkgroep d.d. 13 juli 2025, Bureau Funeraire Adviezen)

11

3

Deel 2 Algemeen kader Afbakening Op basis van de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat de grafmonumenten op de gemeentelijke begraafplaatsen uiteenlopende cultuurhistorische waarden bezitten. Het beleid richt zich derhalve primair op het behoud van grafmonumenten die vanwege hun score op de verschillende categorieën als bijzonder en representatief worden aangemerkt: • biografische betekenis van de begravene; • ouderdom grafmonument/Materiaalgebruik en hantering; • vormgeving van het grafmonument/Bijzondere symboliek; • passend in karakter van het grafveld; • technische staat. Grafmonumenten die niet aan deze criteria voldoen, worden niet structureel opgenomen in het instandhoudingsbeleid. Deze selectieve benadering maakt een doelmatige inzet van middelen en capaciteit mogelijk, met behoud van de kernkwaliteiten van het funerair erfgoed.

Begripsbepaling en context Definitie funerair erfgoed Funerair erfgoed is dat deel van het erfgoed dat samenhangt met begraafplaatsen, grafmonumenten en de begrafenis-/crematiecultuur, inclusief terreinen, graftekens, paden, bomen en de funeraire context, en dat cultuurhistorische, kunsthistorische, architectuurhistorische of genealogische waarde heeft. Op Schouwen-Duiveland worden gemeentelijke gebouwde monumenten beschermt op basis van de gemeentelijke erfgoedverordening. Deze beleidsnotitie Funerair Erfgoed heeft enkel betrekking op grafmonumenten.

Historisch en cultureel belang van grafmonumenten Grafmonumenten vormen een belangrijk onderdeel van het funerair erfgoed. Ze zijn tastbare getuigen van de wijze waarop in verschillende perioden werd omgegaan met dood, rouw, religie en herdenken. Elk grafmonument vertelt iets over de persoon of gemeenschap die wordt herdacht en biedt inzicht in sociale verhoudingen, lokale geschiedenis en ambachtelijke tradities. Daarnaast hebben grafmonumenten een aanzienlijke cultuurhistorische en esthetische waarde. De vormgeving, symboliek en materiaalkeuze weerspiegelen kunststromingen en opvattingen uit hun tijd en dragen bij aan het karakter van de begraafplaats als historisch geheel. Samen met de inrichting van het terrein en de groenaanleg vormen zij een herkenbaar cultuurlandschap dat deel uitmaakt van het collectieve geheugen. Behoud en zorgvuldig beheer van grafmonumenten dragen daarom niet alleen bij aan het bewaren van individueel erfgoed, maar ook aan het versterken van de identiteit en cultuurhistorische betekenis van de gemeenschap.

12

Beleid Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) beschermt begraafplaatsen en grafmonumenten vanwege hun cultuurhistorische, kunsthistorische, stedenbouwkundige en genealogische waarde wanneer er sprake is van de status rijksmonument. Het behoud van begraafplaatsen wordt het best gewaarborgd door ze in gebruik te houden. Bescherming betekent niet dat gebruik wordt beperkt; juist door actief gebruik blijven begraafplaatsen beheerd en onderhouden. Tegelijkertijd is het belangrijk om historische waarden te respecteren bij aanpassingen, restauraties of uitbreidingen. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor veranderingen aan beschermde begraafplaatsen en ziet erop toe dat het gebruik en beheer in lijn blijven met de historische kwaliteiten.

Wettelijk kader Erfgoedwet De Erfgoedwet (2016) regelt de bescherming van cultureel erfgoed in Nederland. Voor funerair erfgoed is deze wet van belang wanneer: • grafmonumenten of begraafplaatsen zijn aangewezen als rijksmonument; • vondsten en voorwerpen op of nabij begraafplaatsen vallen onder archeologisch erfgoed; • beheer en instandhouding plaatsvinden onder verantwoordelijkheid van een erfgoedinstelling. Op grond van de toenmalige Monumentenwet 1988 (nu Erfgoedwet) kon het Rijk op grond van hun schoonheid, cultuur-, bouw of architectuurhistorische of bijzondere waarde vanwege de persoon begraafplaatsen of onderdelen daarvan, dus ook grafmonumenten aanwijzen als rijksmonument. Daarbij hoorde ook een subsidiestelstel voor de instandhouding. De bevoegd minister van Onderwijs, cultuur en Wetenschap heeft echter begin deze eeuw een aanwijzingsstop in het leven geroepen, met name om de uitvoerende instantie in staat te stellen het opgebouwde register te verbeteren. Bijbescherming en aanwijzing van objecten uit specifieke programma’s worden nog wel uitgevoerd. Op Schouwen-Duiveland geldt bescherming van rijkswege enkel voor het hekwerk dat de ingang van de begraafplaats Noordgouwe afsluit (monumentnummer 496808).

Het behoud van het funerair erfgoed wordt niet geregeld middels een gemeentelijke monumentenstatus; een gemeentelijke beschermstatus leidt tot een ongewenste administratieve last wanneer grafmonumenten als vergunning plichtig worden bestempeld. In het kader van het actualiseren van het erfgoedbeleid heeft een verkenning plaatsgevonden naar de mogelijkheid van bescherming van bijzonder funerair erfgoed. Voor het aanwijzen als gemeentelijk monument van individuele graven of grafmonumenten is niet gekozen vanwege de administratieve druk op vergunningen, die het gevolg kan zijn van bescherming. Een uitzondering zou kunnen worden gemaakt voor de begraafplaats van Zierikzee, die dateert uit 1813, en als ‘van bijzondere waarde’ is aangemerkt. Voor een eventuele aanwijzing van de gehele of gedeeltelijke begraafplaats als gemeentelijk monument is nader onderzoek gewenst. Dit kan worden meegenomen bij de beoordeling van de door het Erfgoedplatform aangedragen voorstellen voor uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst.

13

Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het feit dat er graven en/of grafmonumenten die als funerair erfgoed worden betiteld, ook nog een uitsluitend recht inzake particuliere graven of een gebruikrecht inzake algemene graven kennen. Bovendien is de gemeente geen eigenaar van de monumenten. Door deze rechten, heeft de gemeente geen enkele bevoegdheid om een besluit over deze grafmonumenten te nemen.

Wet op de lijkbezorging De Wet op de lijkbezorging (Wlb) regelt de wijze waarop lichamen en as worden begraven, gecremeerd en overgebracht, en vormt daarmee het juridisch kader voor het beheer van begraafplaatsen in Nederland. De wet kent een zorgplicht voor gemeenten met betrekking tot instandhouding, beheer en inrichting van begraafplaatsen. De Wlb vormt daarmee een instrument om funeraire erfgoedwaarden te beschermen, terwijl tegelijkertijd praktische en maatschappelijke belangen, zoals beheer, voldoende capaciteit en gebruik worden gewaarborgd.

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen In Schouwen-Duiveland ligt deze bevoegdheid sinds herziening van de beheersverordening begraafplaatsen in het jaar 2011, bij het college. Deze keuze is destijds gemaakt om het behoud van funerair erfgoed niet onderhevig te laten zijn aan het politieke debat. Bovendien is het college in deze slagvaardiger dan een gemeenteraad met een breed politiek spectrum. Zoals bij veel gemeenten wordt in de beheersverordening gesproken over een zogenaamde lijst met funerair erfgoed, terwijl deze fysiek niet daadwerkelijk aanwezig is. Er dient feitelijk sprake te zijn van een markering in de begraafplaatsadministratie waaruit blijkt dat een bepaald graf en/of grafmonument tot het funerair erfgoed behoort. Deze inventarisatie heeft tot het jaar 2010 binnen onze gemeente niet plaatsgevonden waardoor het funerair erfgoed ook niet is gemarkeerd of op een andere wijze bekend is in onze begraafplaatsadministratie. Inmiddels is het betreffende artikel in de beheersverordening 2016 niet langer opgenomen op advies van Mr. Van der Putten die de beheersverordening voor vaststelling juridisch heeft getoetst. Reden hiervoor is dat geen artikel in een verordening opgenomen dient te worden waaraan feitelijk geen vervolg wordt gegeven, beleid voor is vastgesteld of daadwerkelijk tot behoud wordt overgaan.

Bovendien kan de strekking van het artikel ook gevonden worden in de Erfgoedverordening. Na een besluit dient deze instandhouding geborgd te worden, eventueel door toevoeging aan de beheersverordening op basis van een wijzigingsbesluit.

14

4

Deel 3 Analyse huidige situatie Rapport Inventarisatie opvallende en historische grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen Gehanteerde criteria Op de verschillende begraafplaatsen in de gemeente zijn duizenden graven gelegen. Niet op elk graf is een grafmonument geplaatst en in sommige gevallen zijn de grafmonumenten al geruime tijd verdwenen. Sommige begraafplaatsen bevatten meer grafmonumenten dan andere, maar afgezien van de nieuwe begraafplaats in Nieuwerkerk en de uitbreidingen in Renesse is de verschijningsvorm van veel begraafplaatsen dezelfde. Van oorsprong zijn alle begraafplaatsen eenvoudig aangelegde terreinen met grafvakken waar een klassenindeling mogelijk was. In Zierikzee is de stedelijke context sprekender dan in de dorpen, wat vooral opvalt door de forse zerkenvloer op het oudste gedeelte. Latere uitbreidingen werden vaak in eenzelfde stramien uitgevoerd, behalve in Renesse. In sommige gevallen is voor de vele slachtoffers van de Watersnoodramp een apart grafvak aangelegd, dat bijvoorbeeld in Nieuwerkerk en Ouwerkerk een geheel ander aanzien heeft dan de overige grafvakken. Er is daarnaast een verschil tussen de intensiviteit waarmee de begraafplaatsen gebruikt zijn en nog worden. Alle begraafplaatsen worden nog gebruikt waardoor in sommige gevallen ruimte nodig is voor de toekomst.

De inventarisatie van het funerair erfgoed moet dan ook in dat licht bekeken worden. Niet alle grafmonumenten die nu nog op de begraafplaatsen staan, zijn cultuurhistorisch even waardevol om te behouden of te beschermen. De waarde van een grafmonument kan op verschillende manieren worden vastgesteld. De beste wijze is die waarbij achteraf aangetoond kan worden dat er geen sprake is geweest van willekeur bij het selecteren van de grafmonumenten. Deze landelijk geldende criteria zijn vastgelegd op basis van de volgende onderdelen: 1. Biografische betekenis van de begravene. 2. Ouderdom grafmonument. 3. Materiaalgebruik en hantering. 4. Vormgeving van het grafmonument. 5. Bijzondere symboliek. 6. Passend in karakter van het grafveld. 7. Technische staat.

Criteria Biografische betekenis van de begravene Om op grond van dit criterium op de lijst te kunnen worden geplaatst, dienen onder meer de volgende richtlijnen: • De overledene moet minimaal dertig jaar geleden overleden zijn (voor 1993). of • De overledene moet publicaties van enig belang op zijn naam hebben of er is over hem/haar gepubliceerd. of

15

•

•

Het moet gaan om een overledene die bij leven openbare functies bekleedde die van betekenis waren voor de gemeenschap in de gemeente Schouwen-Duiveland of de omringende gemeenten. Maatgevend is bijvoorbeeld de duur van de functie, vernoeming van de persoon in een straatnaam of naam van een openbaar gebouw. Ook kan de persoon betrokken zijn geweest bij een bijzondere gebeurtenis die nu nog breed herinnerd wordt (Tweede Wereldoorlog/ Watersnoodramp). of De persoon moet over een zekere (lokale) status beschikken, bijvoorbeeld door het uitgeoefende beroep of de bekendheid die de persoon bij leven genoot en die nu nog als zodanig wordt herinnerd.

De termijn van dertig jaar dient om een besluit louter op emotionele gronden uit te sluiten. Voor het maken van keuzes op basis van de bovengenoemde criteria, zijn de personen in categorieën ingedeeld. De categorieën voor de gemeente Schouwen-Duiveland zijn als volgt vastgesteld: V1 Bijzondere gevallen (verbonden met bijzondere gebeurtenissen). V2 Bestuurders en openbare beroepen: notabelen, burgemeesters, onderwijzers, artsen, predikanten, politici en militairen. V3 Wetenschap, kunst, letteren en sporten: schrijvers, dichters, schilders, sportlieden. V4 Slachtoffers Tweede Wereldoorlog, erkend of niet erkend en andere oorlogen, strijdtonelen. V5 Slachtoffers van de Watersnoodramp 1953. V6 Industrie en arbeid: fabrikanten, landbouwers, landeigenaars, molenaars, arbeiders en dergelijke. Bij de categorieën V1, V4 en V5 wordt mede gelet op de verhalende omstandigheden, terwijl bij de andere categorieën meer gekeken wordt naar het belang van de overledene zelf. De mate van belang die aan de verdiensten van een persoon gehecht kan worden, wordt met behulp van een cijfer tot uitdrukking gebracht. De cijfers lopen van 0 tot en met 5, waarbij het hoogste cijfer staat voor het meeste belang.

Daarbij gaat het vooral om het belang voor de historie van de gemeente SchouwenDuiveland: 0 geen wel een rol of beroep bekend, maar verder geen informatie; 1 gering wel lokaal bekend, maar weinig invloed op de historie; 2 gemiddeld bekend en heeft enige invloed gehad op de historie; 3 belangrijk heeft de nodige invloed gehad op de historie; 4 zeer belangrijk heeft veel invloed gehad op de historie (bovenlokaal belang) 5 uitzonderlijk belangrijke pijler in de historie, landelijk belang. Er wordt bij de puntentoekenning gekeken naar de rollen die in de eerste inventarisatie zijn meegegeven, maar er is ook nader onderzocht in welke mate sommige personen betrokken waren bij een grote of belangrijke gebeurtenis. Het is evident dat binnen de gemeente specifiek aandacht uitgaat naar graven en grafmonumenten die een verwijzing vormen naar de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp(1). 1 Voor slachtoffers Watersnoodramp geldt de officiële lijst zoals gepubliceerd op deramp.nl en voor oorlogsslachtoffers, zij die erkend zijn door de Oorlogsgravenstichting.

16

De graven uit die categorieën zijn beide apart gemarkeerd en krijgen over het algemeen minimaal twee punten toegekend. Dit in verband met het historische belang van beide periodes. In het geval dat de persoon vernoemd is in een straat in de gemeente Schouwen-Duiveland, is dat ook een criterium om de persoon op de lijst te plaatsen en nader te kijken naar het grafmonument. In de meeste gevallen is dit door de werkgroep al meegenomen in hun lijst.

Ouderdom grafmonument Er wordt een ouderdomsgrens aangehouden. Dit om enige afstand te laten bestaan tussen de hedendaagse grafcultuur en datgene wat van historische waarde is. Een termijn van 30 jaar geeft voldoende distantie om de kwaliteit van de grafcultuur op waarde te kunnen schatten. Voor bijzondere grafmonumenten van personen die korter geleden begraven zijn, kan een uitzondering gemaakt worden. Als dat gebeurt, wordt daar aantekening van gemaakt.

Materiaalgebruik en hantering Binnen dit criterium wordt zowel gelet op bijzondere materialen als op materialen die typerend zijn voor de begraafplaatsen. Bijzondere materialen zijn vooral materialen die in het algemeen niet vaak gebruikt zijn voor grafmonumenten op de begraafplaatsen of inmiddels zeldzaam zijn geworden. Dat geldt bijvoorbeeld voor materialen als emaille, gietijzer, hout, zandsteen en marmer. Hantering gaat over de wijze waarop bijvoorbeeld een grafmonument technisch bewerkt is. Dus het gebruik van een bijzonder materiaal met een slechte afwerking komt minder snel in aanmerking dan een goed verwerkt materiaal.

Vormgeving van het grafmonument De vormgeving van een individueel grafmonument kan van doorslaggevende betekenis zijn om te selecteren. Dat kan bijvoorbeeld vanwege het feit dat het zeldzaam is of omdat het binnen de stijl een goed voorbeeld vormt. Bij dit onderdeel is ook gelet op de belettering van het grafmonument, bijzondere teksten en de betekenis van het grafmonument binnen het algehele karakter van de begraafplaats.

Bijzondere symboliek Symbolen op grafmonumenten zijn er in veel varianten. Op Nederlandse begraafplaatsen zijn vooral symbolen te vinden die verwijzen naar het christelijke geloof. Alleen wanneer sprake is van een uitzonderlijke vormgeving is zo’n algemeen symbool opgenomen in de lijst, tenzij het voorkomen van dit symbool afwijkt ten opzichte van de algemene norm. Symboliek die verwijst naar een persoon of gebeurtenis zelf, vaak een samenvoeging van verschillende betekenissen, kan een dusdanig symbool opleveren dat er sprake is van een bijzonderheid. Sommige symbolen hebben een beladen betekenis. Door grafmonumenten met deze symbolen te behouden, kan het symbool altijd in de juiste context worden geplaatst. Ook symboliek in familiewapens die afgebeeld zijn op grafmonumenten, hebben extra aandacht gekregen.

Passend in karakter van het grafveld Hierbij wordt feitelijk niet gekeken naar de intrinsieke waarde van het grafmonument, maar naar de collectieve waarde. Dat betekent dat het grafmonument bijvoorbeeld goed aansluit bij het karakter van een begraafplaats of grafveld en dat groepen van grafmonumenten in aanmerking kunnen komen zoals een verzameling stèles met een gave vormgeving of monumenten die sterk opvallen in het beeld en ankerpunten vormen in de beleving.

17

Op dit punt scoren ook de collectieve grafvelden voor slachtoffers van de Watersnoodramp(2). Ze kennen een eigen vormgeving en zijn door de identieke grafstenen vaak opvallend in het geheel.

Technische staat Niet van doorslaggevende betekenis bij het toekennen van punten maar wel belangrijk, is de technische staat van de geïnventariseerde grafmonumenten. Wanneer blijkt dat van een bepaald type grafmonument een gaver voorbeeld te vinden is, dan zal dit meegenomen worden. Als selectiecriterium kan de technische staat een rol spelen in het geval geïnventariseerde grafmonumenten matig tot slecht zijn. In alle gevallen wordt dan de voorkeur gegeven aan de grafmonumenten die in goede of redelijke staat verkeren. De technische staat wordt uitgedrukt in vier categorieën: Goed

Het grafmonument is constructief in orde en vertoont uiterlijk nauwelijks gebreken (is hooguit wat vervuild of versleten).

Redelijk

Het grafmonument is constructief in orde maar vertoont lichte gebreken als scheurvorming, sterke vervuiling of slijtage.

Matig

Het grafmonument vertoont constructieve gebreken zoals afgebroken, verschoven of missende onderdelen.

Slecht

Het grafmonument is constructief afgeschreven. Alleen compleet herstel of vernieuwing kan het oude voorkomen herstellen.

Methode BFA beoordeelde de geselecteerde grafmonumenten op basis van vijf criteria: • Biografische betekenis van de begravene. • Vormgeving van het grafmonument. • Karakteristiek. • Bijzonder symboliek. • Materiaalgebruik en hantering. De technische staat van het monument wordt wel vermeld, maar is geen factor die de weging direct beïnvloed. De staat kan echter wel gebruikt worden om te filteren in de uiteindelijke keuze. Deze criteria zijn geobjectiveerd en per criterium bestaat een nadere uitwerking. De beste wijze is die waarbij achteraf aangetoond kan worden dat er geen sprake is geweest van willekeur bij het selecteren van de grafmonumenten. Niet elk criterium legt evenveel gewicht in de schaal. Aan de genealogische of biografische betekenis wordt een hogere waarde toegekend dan aan de losse onderdelen betreffende de monumentale waarden. Deze vormen feitelijk de twee hoofdcategorieën voor de beoordeling. De geselecteerde graven en grafmonumenten vertegenwoordigen een soort maatstaf waarlangs de overige grafmonumenten van de geïnventariseerde begraafplaatsen gelegd kunnen worden. 2 Hierbij wordt gedoeld op de begraafplaatsen van Ouwerkerk en Nieuwerkerk Muyeweg.

18

Dit kan van pas komen bij latere ruimingen of wanneer alsnog grafmonumenten aangevoerd worden als funerair erfgoed.

Toepassing van de criteria In eerste instantie kunnen de personen van wie meer bekend is inzake hun rol tijdens hun leven een waardering krijgen van 0 tot en met 5, waarbij 5 voor het meest uitzonderlijk staat. Dat laatste betekent dat een hoge waarde aan de persoon en diens belang voor de geschiedenis gehecht kan worden. Dat houdt in dat de bekendheid van landelijk belang moet zijn en tot op de dag van vandaag als een belangrijke pijler in de historie geldt. Vervolgens is bij de inventarisatie ook gekeken naar het grafmonument. Elk van de genoemde facetten (vormgeving, karakteristiek, symboliek en materiaal) krijgt 1 punt indien de grafmonumenten op dat item scoren. In totaal kan een grafmonument met een bekend persoon dus maximaal 9 punten scoren. De graven voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp 1953 blijven zondermeer behouden. Aan al deze grafmonumenten is om die reden 2 punten toegekend.

Juridische grondslag De grondslag voor de inventarisatie en selectie wordt gevormd door de beleidsvoornemens om de huidige begraafplaatsen te blijven gebruiken voor de verschillende kernen. Daartoe dienen met betrekking tot het behouden van voldoende capaciteit, mogelijk delen opnieuw ingericht te worden, zoals eerder al eens in Burgh, Noordgouwe en Oosterland is gedaan. Globaal kan gesteld worden dat een intensiever ruimingsbeleid niet direct de historische waarden raakt.

Resultaat van inventarisatie Het digitale grafregister bevat 12.796 unieke grafnummers. Op de 21 begraafplaatsen zijn in totaal 850 grafmonumenten en ensembles van grafmonumenten geselecteerd. Een klein deel van de grafmonumenten (6 %) verkeert in matige tot slechte staat. Het gaat hier om in totaal 53 grafmonumenten waarvoor ingrijpen op korte termijn noodzakelijk is om ze ook daadwerkelijk te behouden. Dat is uiteraard afhankelijk van de keuze die wordt gemaakt. Ter plekke zijn op elke begraafplaats alle grafmonumenten opgezocht, gefotografeerd en is de locatie op de plattegrond gemarkeerd. Aan de hand van deze opname is ook de staat van het grafmonument vastgesteld. Dit alles heeft geleid tot 21 zogenaamde groslijsten. In totaal staan op deze groslijsten 850 grafmonumenten verdeeld over 1.392 graven. Daar zijn twee grote grafvelden voor slachtoffers van de Watersnood in Nieuwerkerk en Ouwerkerk bij in begrepen. Het merendeel betreft enkelvoudige graven maar vaak ook grafmonumenten die over 2 of meerdere graven staan. Twee keer komt een monument voor dat over 10 graven ligt.

Scenario’s voor verdere selectie volgens BFA Bij de samenstelling van de definitieve lijst zijn een aantal grafmonumenten afgevallen omdat deze geen punten scoorden. De totale lijst bestaat uit 850 grafmonumenten op 1.392 graven.

19

Zondermeer geselecteerd zijn alle grafmonumenten die te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp. Dat betekent dat minimaal 101 graven en 71 grafmonumenten voor de eerste groep en 464 graven en 112 grafmonumenten voor de tweede groep geselecteerd worden. Al deze monumenten samen (565/183) hebben minimaal 2 punten. Een strengere selectie is mogelijk door het hanteren van een ondergrens op grond van de score (het aantal punten) op basis van de eerdergenoemde criteria. Ook bij de herijking van de gemeentelijke (gebouwde) monumenten heeft een dergelijke selectie plaatsgevonden.

Op score Alle monumenten die slechts 1 punt hebben gekregen vallen af. Dat gaat om 190 monumenten. Van deze 190 monumenten scoren er 19 op biografische betekenis, 3 op materiaal, 5 op vormgeving, 8 op symboliek en 156 op karakter. Het gaat in totaal om 220 graven. De score zou dan uitkomen op 659 grafmonumenten op 1.172 graven. Daarmee vallen veel grafmonumenten weg die uit het rapport van de werkgroep komen en die volgens de werkgroep wel zouden scoren op historisch belang. Wanneer ervoor gekozen wordt alle monumenten die 1 of 2 punten scoren en niet tot de categorieën slachtoffers behoren te laten vervallen, dan zou dat betekenen dat 468 grafmonumenten afvallen op 550 graven. Dan zou dus slechts de helft van het aantal geïnventariseerde aantal grafmonumenten geselecteerd worden.

Op staat Er zijn in de selectie nog steeds 46 grafmonumenten die in matige staat verkeren en 7 die in slechte staat verkeren. Tussen deze grafmonumenten bevinden zich een aantal die slechts 1 of 2 punten scoren, maar niet op biografische betekenis. Bij deze selectie zouden 17 grafmonumenten op 23 graven kunnen afvallen.

Op ouderdom In de toegepaste criteria is het jaar 1993 als grens genomen. In meer dan twintig graven zijn begravingen te vinden van na die tijd. Wanneer de grens bij 1996 wordt getrokken dan zijn er 18 grafmonumenten op 28 die nu zouden kunnen afvallen. Gezien het belang dat aan sommigen van de begravenen gehecht kan worden, is het dan wel aan te bevelen in het register een aantekening te maken bij deze graven zodat ze op termijn toch aan de lijst toegevoegd kunnen worden, voor zover ze niet om andere redenen afvallen.

20

Uitwerking scenario’s Schouwen-Duiveland Op basis van de score zoals in het rapport van BFA en deze notitie uiteen is gezet, is de verdeling van het aantal monumenten ten aanzien van de score als volgt: Aantal punten

Totaal

Procentueel

0

1

0,1

1

189

2,2

2

317

36,9

3

229

26,7

4

99

11,5

5

21

2,4

6

3

0,3

7

0

0

8

0

0

Totaal

859

100

Op basis van criteria

De gemiddelde score van de huidige selectie, bedraagt voor alle grafmonumenten gemiddeld 2,4 punten. De categorie die in verband wordt gebracht met de ‘slachtoffers Watersnoodramp’ is bij 112 grafmonumenten opgenomen (13 %), maar dat betreft bij elkaar wel 484 slachtoffers. Daarbij gaat het niet om de graven met slachtoffers van de Watersnoodramp waarvan de nabestaanden zelf de keuze hebben gemaakt voor een particulier graf, waarbij er sprake is van een rechthebbende niet zijnde gemeente. De categorie die in verband wordt gebracht met de ‘slachtoffers Tweede Wereldoorlog’ telt 71 grafmonumenten met 97 slachtoffers. Daaronder bevinden zich 19 personen die erkend zijn als oorlogsslachtoffer door de Oorlogsgravenstichting. Deze categorieën blijven behouden en maken dan ook geen onderdeel uit van de uitgewerkte scenario’s. De scenario’s zijn allemaal gebaseerd op eenduidigheid. Dus een vaste waarde of gegeven dat leidt tot een aantal te behouden graven (en graven dat af valt op basis van die selectie). Zoals eerder bij de herijking van de gemeentelijke monumenten ook is gebeurd kan binnen onze gemeente een strengere selectie toegepast worden voor instandhouding van het funerair erfgoed, waarbij alleen het meest waardevolle wordt behouden. Deze strengere selectie vindt plaats op basis van score en leidt tot de volgende drie scenario’s: 1.

Behoud met strenge selectie (punten 3 tot en met 6). 2. Behoud met strengere selectie (punten 4 tot en met 6). 3. Niets doen.

21

Behoud met strenge selectie (punten 3 tot en met 6) In deze variant worden alle in het onderzoek geadviseerde grafmonumenten met punten van 3 tot en met 6 behouden. Alle monumenten met 1 of 2 punten vallen af. Aantal te behouden monumenten: 352 op 339 graven

Behoud met strengere selectie (punten 4 tot en met 6) In deze variant worden alle in het onderzoek geadviseerde grafmonumenten met punten van 4 tot en met 6 behouden. Alle monumenten met 1, 2 of 3 punten vallen af. Aantal te behouden monumenten: 123 op 142 graven

Niets doen Bij de mogelijkheid is het behoud van cultuurhistorische waarden afhankelijk van de rechthebbenden. Is er geen rechthebbende meer, dan kan de gemeente het graf en het grafmonument ruimen. Aantal te behouden graven: 0

22

5

Deel 4 Beleid Probleemstelling De recente inventarisatie laat zien dat circa 6,6 % van alle grafmonumenten een bijzondere cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt. Een deel van deze monumenten verkeert echter in matige tot slechte staat, waardoor behoud op langere termijn niet vanzelfsprekend is. Tegelijkertijd neemt de ruimingsdruk op de begraafplaatsen toe, mede in relatie tot de noodzakelijke capaciteitsplanning richting 2050 en het uitgangspunt van gelijke behandeling van graven. De kosten voor het behoud van funerair erfgoed vallen bovendien buiten de reguliere exploitatie van de begraafplaatsen, die minimaal 70 % kostendekkend moet zijn. Hierdoor ontstaat spanning tussen financiële haalbaarheid en het borgen van cultuurhistorische waarden. Om deze belangen zorgvuldig te kunnen wegen, is er behoefte aan een helder beleidskader dat richting geeft aan een evenwichtige balans tussen het ruimingsbeleid, de uitgifte van nieuwe graven en het behoud van funerair erfgoed.

Doelstelling De inventarisatie van het funerair erfgoed, uitgevoerd op basis van objectieve criteria, laat zien dat de grafmonumenten binnen het beheergebied uiteenlopende cultuurhistorische en erfgoedwaarden vertegenwoordigen. Deze inventarisatie vormt de basis voor het waarborgen en versterken van het funerair erfgoed met de hoogste kwalificatiescores, zodat dit cultureel en historisch waardevolle erfgoed behouden blijft voor huidige en toekomstige generaties. Het beleid richt zich daarbij primair op het duurzaam behoud van die grafmonumenten die vanwege hun cultuurhistorische, kunsthistorische of sociaal-maatschappelijke betekenis als bijzonder en representatief worden aangemerkt. Monumenten die niet aan deze criteria voldoen, worden niet structureel opgenomen in het instandhoudingsbeleid. Deze selectieve benadering maakt een doelmatige inzet van middelen en capaciteit mogelijk, terwijl de kernkwaliteiten van het funerair erfgoed gewaarborgd blijven. De aangenomen motie, die oproept tot zorgvuldigheid en waarborging door objectieve beoordeling, is verankerd.

Het beleid beoogt hiermee: • het duurzaam behouden van funerair erfgoed met bijzondere waarde; • het voorkomen van onbedoelde verwijdering van waardevolle grafmonumenten; • het vastleggen van heldere criteria en scenario’s voor selectie en behoud; • het borgen van cultuurhistorische waarden in samenhang met de exploitatie en het ruimingsbeleid.

Kader Schouwen – Duiveland (4 tot en met 6 punten) De primaire taak van de gemeente is om gelegenheid te bieden tot begraving en niet het behouden van grafmonumenten in het kader van funerair erfgoed. Het behoud van de hoogste categorie punten zorgt voor een evenwicht tussen behoud, beheersbaarheid van kosten en voldoende capaciteit op de begraafplaatsen. Dat zijn belangrijke uitgangspunten en leidt tot een aantal kaders: • Het dient mogelijk te blijven om in iedere kern begraven te worden, daarom moet de capaciteit op de begraafplaatsen voldoende zijn. Dan is het ook nodig om graven te ruimen aan de hand

23

•

•

van een actief ruimingsbeleid. Zodoende wordt de begraafplaats ‘actief’ gehouden en gaat door behoud niet ‘op slot’. Een bezwarend argument om terughoudend te zijn met het monumentaal en behoudenswaardig verklaren van grafbedekkingen is, dat het een financiële last bij de beheerder (gemeente) legt en uiteindelijk een onevenredige inzet vraagt van rechthebbenden. Zij kiezen immers voor een graf en niet per se voor behoud van funerair erfgoed. Voor het behoud van het funerair erfgoed zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van belang. Het behoud wordt bekostigd door de gemeenschap terwijl het gebruiksrecht voor een algemeen graf door de gebruiker en de grafrechten van een particulier graf door de rechthebbende worden voldaan. Bij de verlenging van een particulier graf is dat ook het geval.

Op basis van de beleidsmatige randvoorwaarden past, net als bij de herijking van de gemeentelijke monumenten, een strengere selectie voor instandhouding van het funerair erfgoed waarbij alleen het meest waardevolle wordt behouden.

Rechthebbenden en gebruikers Bij het uitvoeren van de onafhankelijke inventarisatie is geen onderzoek gedaan naar de status van de graven waar de grafmonumenten op staan of toe behoren. Aan de hand van het scenario 4 tot en met 6 punten wordt in de begraafplaatsadministratie (BPA) een markering aangebracht bij de graven die als funerair erfgoed worden beschouwd. Er staan op de groslijsten uiteraard grafmonumenten waarbij sprake is van een gebruiker (algemeen graf) of rechthebbende (particulier graf) van het graf. Er vindt geen actieve communicatie plaats richting rechthebbenden of gebruikers. Bij een logisch moment van verlengen of afstand doen van het grafrecht wordt de vraag gesteld of toestemming wordt gegeven aan de gemeente het grafmonument te behouden in het kader van funerair erfgoed. In de situatie dat het grafmonument behouden dient te blijven als funerair erfgoed, kan de rechthebbende kiezen of hij/zij de grafrechten zelf wil behouden of niet. Het is immers niet aan de gemeente om de bepaling tot funerair erfgoed op te leggen. Wil men de grafrechten behouden, dan mag men blijven begraven in het graf. De kosten voor het onderhoud van het bijbehorende graf zijn in dat geval voor de rechthebbende. Als eigenaar van het grafmonument mag men dat verzoek uiteraard ook weigeren, men is vrij het grafmonument weg te halen en naar elders te verplaatsen.

Doet men afstand van de grafrechten, dan neemt de gemeente de kosten voor het behoud van het grafmonument op zich. Dat is gelijk aan de jaarlijkse kosten voor onderhoud en betekent geen herstel van het monument. Wanneer een particulier graf geen rechthebbende meer heeft, er is afstand gedaan van de grafrechten of de termijn van algemene graven is eindig, vervalt het graf aan de gemeente. De gemeente is vervolgens rechthebbende of gebruiker en kan doen met het graf wat haar goed acht. Het niet ruimen van een graf is ook een mogelijkheid, mede omdat ruimen ook inzet van middelen vereist. Het is niet gezegd dat het graf op de huidige plek blijft behouden. Het gaat ten aanzien van het funerair erfgoed enkel om het grafmonument, het graf kan ook geschud worden wanneer daar aanleiding voor is. De te behouden grafmonumenten op een begraafplaats kunnen daarom ook verplaatst worden.

24

In de bijlage is een schema toegevoegd met een uitwerking van deze tekst.

Financieel Het uitgangspunt is dat de kosten voor instandhouding van funerair erfgoed niet enkel gedragen worden door de rechthebbenden, maar door de gehele gemeenschap. Omdat het hierbij gaat om het funerair erfgoed, dus grafmonumenten en niet om het behouden van het specifieke graf van een persoon, is een budget vanuit algemene middelen wel een logische keuze. Er is dan sprake van een zeker onderscheid. Dat betekent dat de kosten buiten de reguliere exploitatie van de begraafplaatsen wordt geplaatst. Eigenaren van grafmonumenten zijn op basis van de beheersverordening immers zelf verantwoordelijk voor beheer en onderhoud. Wanneer een grafmonument voldoet aan de uitgangspunten, te weten 4 tot en met 6 punten en de grafrechten niet worden verlengd of de grafrechten vervallen worden verklaard, wordt het graf op naam van de gemeente gesteld. Dat betekent dat niet langer in het betreffende graf begraven kan worden.

Graven Watersnoodramp en oorlogsslachtoffers Graven van slachtoffers van de Watersnoodramp zoals opgenomen volgens de officiële lijst op deramp.nl behoren tot het funerair erfgoed van Schouwen-Duiveland. Deze graven kennen geen rechthebbende en staan op naam van de gemeente. Deze graven en grafmonumenten blijven behouden en worden niet geruimd. Er zijn ook graven met geregistreerde rechthebbenden waarin slachtoffers van de Watersnood zijn begraven. Deze graven kunnen ook onderdeel zijn van de inventarisatie. Ten aanzien van de graven bepaalt de rechthebbende wie in het graf begraven mag worden en of er graven samengevoegd worden om weer nieuwe grafruimte te creëren. Ondanks dat het hier slachtoffers van de Watersnoodramp betreft, worden deze graven niet op naam van de gemeente gesteld. Dat is juridisch ook niet mogelijk. Ook voor deze graven geldt dat bij een logisch moment de rechthebbende gevraagd wordt of het graf op naam van de gemeente gesteld mag worden in verband met het behoud van het grafmonument. Voor graven van oorlogsslachtoffers, hanteren we de erkenning van deze graven door de Oorlogsgravenstichting. Ook deze graven en grafmonumenten blijven behouden en worden niet geruimd. Ook voor graven van slachtoffers van een oorlog kunnen er graven zijn met een geregistreerde rechthebbende.

Ook hier wordt op het moment van verlengen of afstand doen de rechthebbende gevraagd of het graf op naam van de gemeente gesteld mag worden in verband met het behoud van het grafmonument.

Beheer en onderhoud Tijdens het opstellen van de inventarisatie door BFA heeft gelijktijdig een inspectie van de grafmonumenten plaatsgevonden. Het blijkt dat van de 122 monumenten met een score van 4 of hoger: • 81 in Goede (G) staat zijn; • 35 in Redelijke (R) staat;

25

• •

5 in Matige (M) staat; en 1 in Slechte (S) staat.

Het gaat hierbij om grafmonumenten exclusief lager scorende oorlogsgraven of watersnoodgraven. De huidige beoordeling geeft inzicht in de onderhoudsbehoefte en urgentie van interventies.

Categorisering onderhoudsmaatregelen Op basis van de staat van de monumenten kunnen de volgende categorieën worden gehanteerd: Categorie Staat

Omschrijving

Uitvoering

Indicatieve kosten per grafmonument*

O

G (Goede)

Regulier groenonderhoud, geen bijzonderheden

Binnen 5 jaar

€0

A

R/M (Redelijk/ Matig)

Klein onderhoud: verwijderen Maximaal vier Tot € 250 opschot, reparatie kleine be- uur schadigingen, terugplaatsen onderdelen

B

M (Matig)

Verzakkingen, breuken, funde- Vier tot acht ringsonderzoek, vastzetten of uur rechtzetten van steen

€ 250 tot € 500

C

S (Slecht)

Ernstige verzakking, gevaarlij- Eén tot vier ke breuken: demonteren, fun- werkdagen deringsherstel, reparatie steen

€ 500 tot € 2.000

D

S (Uitgebreid)

Uitvoeriger herstel inclusief hekwerk en coating

€ 2.000 tot € 5.000

Vier tot tien werkdagen

* Exclusief materiaal, BTW en reiskosten. Het beheer en onderhoud door gemeente heeft tot doel om grafmonumenten te repareren om verdere schade of gevaar te voorkomen. Dat betekent dat er sprake is van sober onderhoud en geen verfraaiing. Door de grafmonumenten te categoriseren en een planmatige onderhoudscyclus te hanteren, kan zowel veiligheid als behoud van erfgoed worden gewaarborgd. Het voorgestelde budget en onderhoudsschema zorgen ervoor dat monumenten tijdig worden hersteld, risico’s worden geminimaliseerd en kosten efficiënt worden verdeeld over meerdere jaren. Dat wordt immers ook verwacht van rechthebbenden en gebruikers van graven ten aanzien van grafmonumenten op basis van de beheersverordening begraafplaatsen. We borgen de monitoring en administratie van de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden. Dat wil zeggen dat kosten, werkzaamheden en geplande onderhoudsintervallen worden gebruikt om toekomstige budgettering en planning te vergemakkelijken.

Budgettering Voor de korte termijn, is een reservering van een budget van € 15.000 voor directe onderhoudswerkzaamheden nodig wanneer alle grafmonumenten met 4, 5 of 6 punten op naam van de gemeente worden gesteld. Het doel is onmiddellijke reparatie van monumenten in matige of

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16616377/1