2026.041 Bijlage 4. Bijlagen Maatregelen Stikstofplan Provincie Zeeland 2025 (1643759)
Tekst van het document
Bijlagen Natuurherstel en aanpak stikstofreductie Stikstofplan Provincie Zeeland 2025
Bijlagen Natuurherstel en aanpak stikstofreductie Stikstofplan Provincie Zeeland 2025 Bijlage 1 Maatregelenpakket Advies scenario
Maatwerkafspraken Industrie Voorkeur: Maatwerk per maatregel
In het kader van de Maatwerkafspraken was met de grote industriële uitstoters een traject gestart om afspraken met het Rijk te maken over primair het bovenwettelijk reduceren van CO2-uitstoot voor 2030. Daarnaast werden in dit verband ook afspraken gemaakt over het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, waarbij in ieder geval aandacht is voor maatregelen die zorgen voor significante NOx-reducties. Op dit moment loopt er nog één gesprek in Zeeland; de andere gesprekken zijn gestopt. Deze maatregel ziet op het opzetten en doorlopen van een soortgelijk traject als de maatwerkaanpak zoals het Rijk die heeft ontwikkeld. En is bedoeld voor grote en minder grote uitstoters met een relevante stikstofdepositie op de Kop van Schouwen en Manteling van Walcheren. Gebied De bedrijven waar de maatregelen worden getroffen zijn voornamelijk gehuisvest in de Kanaalzone in Zeeuws-Vlaanderen en het Sloegebied op Walcheren/Zuid-Beveland Zone Zeeland Effect Effect: Een reductie van de NOx emissie van de industrie zorgt voor een vermindering van de stikstofdepositie op de Kop van Schouwen en Manteling van Walcheren. Daarnaast zorgt dit ook voor een vermindering van de stikstofdepositie op andere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, ook in de rest van Nederland.
Binnen deze afspraken wordt nadrukkelijk gekeken naar vervangen van fossiele brand- en grondstoffen door duurzaam opgewekte alternatieven (o.a. stroom, restwarmte, waterstof) als ook innovatie. De Provincie ondersteunt bedrijven actief bij subsidieaanvragen en fungeert als partner richting het Rijk. Scenario Voorkeur: Maatwerk per maatregel De industrie levert een relevante bijdrage aan stikstofdepositie. Ondanks dat de landelijke trajecten zijn gestopt bij de bedrijven die niet voor 2030 een reductie kunnen realiseren, kan voor grote uitstoters een soortgelijke regeling worden opgezet als het landelijk maatwerktraject waarbij Rijk en bedrijven afspraken maken over verduurzaming. Aanvullend kan met kleinere partijen via vrijwillige verduurzaming gesproken worden over maatwerk. Effectgericht maatwerk per bedrijf en sector is de meest effectieve route.
Kosten Kosten en financiering van de maatregel De concrete uitvoeringskosten van maatregelen die besproken zijn bij bedrijven zijn niet openbaar, omdat het gaat om bedrijfsgevoelige informatie. In z’n algemeenheid gaat het zeker bij de grote bedrijven om forse investeringen. Het gaat om investeringen in bovenwettelijke verduurzamingsmaatregelen (o.a. CO₂- en NOₓ-reductie) die per bedrijf verschillen en sterk afhankelijk zijn van techniek en schaalgrootte. Financieringsopties Bijdrage van het Rijk voor het uitvoeren van de maatregelen. Aanvullend zal gezocht moeten worden naar financiële mogelijkheden. Betrokken partijen Betrokken partijen zijn in elk geval de industriële partijen die deelnemen aan het traject, het Rijk en de Provincie. Na besluit, actie (en tijdpad) Het maatwerktraject is heel ambitieus en zou dan volgens 3 stappen kunnen verlopen. Eerst wordt de Expression of Principles (EoP) opgesteld waarin de intenties en ambities worden opgenomen. Deze wordt vervolgens verder uitgewerkt in een Joint Letter of Intent (JLoI) waarin de ambities nader uitgewerkt worden in meer concrete maatregelen met bijbehorende verwachte reductie. Als de JLoI vervolgens wordt goedgekeurd worden vervolgens maatwerkafspraken gemaakt.
Samengevat: Q4 2025: Uitwerken Intenties Q4 2025: starten overleg met het Rijk Q4 2025 – Q3 2026: Ambities (Eop) Q4 2026 – Q2 2027 Maatregelen, verwachte reducties, tijdlijnen en monitoring (JLol) 2026 – 2027: Maatwerkafspraken
Bijlage 2 Maatregelenpakket Advies scenario
Reductie stikstofemissie uit mest Vrijwillig maar niet vrijblijvend
Mest is een belangrijke voedingsbron voor de Zeeuwse akkerbouw, maar mest zorgt ook voor stikstofemissie. We gaan samen met de agrarische sector inzetten op innovatieve toepassingen waarbij de kwaliteit en de effectiviteit van mest worden verbeterd en de stikstofemissie wordt verminderd. Hiervoor sluiten we aan bij landelijke (onderzoeks)projecten en gaan we pilots uitvoeren zodat de Zeeuwse ondernemers snel effectieve maatregelen kunnen treffen. Op deze manier wordt een volhoudbare bedrijfsvoering met een verdienmodel gecombineerd met de noodzakelijke reductie van stikstof. Dit maatregelenpakket kan gezien worden als een verzameling van maatregelen, en zal samen met betrokkenen op maatregelniveau verder worden uitgewerkt. De stikstofemissie kan worden beperkt door een verbeterde aanwending van de mest, een verbetering van de kwaliteit van de mest, toevoegingen aan de mest, aanpassing van het stalsysteem bij veehouderijen, overgaan op andere teelten of een extensievere bedrijfsvoering. Hier wordt ingezet op het innovatieve karakter van de sector maar dit kan alleen uitgevoerd worden in goed overleg met de ondernemers in het gebied. De reductie van stikstofemissie uit mest is een belangrijk onderdeel van het Zeeuwse maatregelenpakket.
Het effect op de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren is aanzienlijk: een reductie van 30–50% kan tientallen mol stikstofdepositie schelen. Geen enkele andere maatregel levert in verhouding zoveel winst op. Daarom is het essentieel dat deze maatregel stevig wordt geborgd. Een vrijwillige start via de gebiedenaanpak is gewenst om agrariërs mee te krijgen en maatwerk te bieden bij bedrijfsvoering. Tegelijk moet een duidelijke horizon worden afgesproken: als de reductie binnen bijvoorbeeld twee jaar onvoldoende blijkt, volgt verplichting. Alleen op die manier ontstaat juridisch vertrouwen dat de beoogde stikstofdaling daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Gebied De Manteling van Walcheren De Kop van Schouwen Zone Een zone van drie kilometer rondom de meest kwetsbare natuurgebieden wordt als uitgangspunt genomen voor de maatregelen. Binnen die zone levert een reductie van 50% stikstofemissie uit mest meetbare effecten op, terwijl de landbouw kan worden voortgezet.
Effect 50% emissiereductie. 30% minimaal (voor iedere ondernemer); gemiddeld 50% (voor het collectief in dat gebied), betekent dat anderen dus soms meer doen voor het collectief, maar het minimum 30% is. Bij een emissiereductie van 30% wordt een NH3 reductie van 24 ton berekend. Bij een emissiereductie van 50% wordt een NH3 reductie van 40 ton berekend. Een stikstofemissiereductie leidt tot vermindering van depositie op stikstofgevoelige natuur en geeft daarmee een bijdrage aan natuurherstel. Dit wordt nadrukkelijk samen met de ondernemers in het gebied uitgewerkt, waarbij het principe ‘ondernemer aan het roer’ centraal staat en ruimte wordt geboden voor experimenten en innovaties die bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw en versterking van de natuur. Ondernemers kunnen zelf kiezen welke verduurzamingsmaatregelen het beste passen bij hun bedrijfsvoering, bijvoorbeeld het aanzuren van mest, stalaanpassingen of het toepassen van precisielandbouw. De Provincie staat daarbij naast de ondernemer en wil onderzoeken hoe bestaande of nieuwe subsidieregelingen kunnen bijdragen aan de uitvoering van verduurzamingsmaatregelen. Daarnaast wordt ingezet op begeleiding, kennisdeling en ruimte voor pilots om innovaties in de praktijk te testen.
Scenario Mogelijke maatregelen zijn onder meer: - het verkennen van mogelijkheden renure-innovatie; - het gebruik maken van innovatieve stalsystemen; - het verminderen van de hoeveelheid dierlijke mest die per hectare wordt uitgereden; - het toepassen van alternatieve technieken bij de mestaanwending of het gebruik van additieven, zoals mestaanzuring; - de teelt van gewassen met een lagere stikstofbehoefte, zoals luzerne en andere eiwitrijke gewassen; - het stimuleren van agrarisch natuurbeheer met meerjarige maatregelen, zoals de aanleg van akkerranden langs waterlopen, volveldse vogelakkers, graslanden met langere rustperiodes en landschapselementen (groenblauwe dooradering) op landbouwgrond; - het ontwikkelen van nieuwe vormen van agrarisch ondernemerschap, bijvoorbeeld door toepassing van regeneratieve landbouw,met als belangrijk aandachtspunt verbetering van mestkwaliteit. Start vrijwillig, maar met een afgesproken tijdpad en de afspraak dat bij onvoldoende resultaat opschaling volgt naar verplichting. E.e.a. is weergegeven in de volgende figuren.
Kosten Kosteninschatting 1. Directe maatregelen bij boeren • Aanpassing mestaanwending (bijv. mest verdunnen, sleufkouter, sleepslangen): €150–€300 per hectare per jaar. • Additieven zoals mestaanzuring: €5–€10 per m³ mest. • Nieuwe teelten (luzerne, klaver): inkomensderving door lagere opbrengst, ca. €200–€500 per hectare per jaar. • Extensivering / minder vee: zeer kostbaar, hangt af van schaal → €20.000– €50.000 per bedrijf per jaar.
2. Investeringen in stalsystemen • Aanpassingen of filtersystemen: variërend van €50.000–€250.000 per stal. • Levensduur: ca. 10–15 jaar. 3. Collectieve maatregelen • Agrarisch natuurbeheer (akkerranden, vogelakkers): €1.000–€2.500 per hectare per jaar (subsidiabel via ANLb). • Begeleiding en kennisdeling via ZIGA: ca. €500.000–€1 mln per 2 jaar (projectorganisatie, monitoring, gebiedscoördinatie). 4. Totale bandbreedte (ruw) • Voor een gebiedsaanpak met 30–50 agrarische bedrijven bv in de zone van 3 km: o Start vrijwillig pakket (2 jaar): €5–10 mln (inclusief subsidies en uitvoeringsorganisatie). o Opschaling naar verplichting (indien nodig): €10–20 mln extra (afhankelijk van omvang extensivering en stalaanpassingen). Financieringsopties Op dit moment is er geen budget beschikbaar. Uitgangspunt is dat de financiële middelen door het Rijk beschikbaar worden gesteld. Mogelijke financieringsbronnen: • Specifieke uitkeringen (SPUK’s) voor stikstofreductie en natuurherstel. • Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur (LVVN): middelen voor beëindiging, extensivering en innovatie in de landbouw. • Programmatische middelen uit het Programma Natuur en stikstofbudgetten van LVVN. • Ondersteuning vanuit ministeriële commissies (zoals MCEN) waar geld voor urgente maatregelen en juridische borging wordt vrijgemaakt. • Inzet eigen middelen najaarsnota 2025.
Indien er middelen beschikbaar zijn kunnen deze door het verstrekken van subsidies en vergoedingen aan ondernemers gekoppeld worden aan verduurzaming van de landbouw. Betrokken partijen Betrokken partijen zijn, naast GS, in elk geval de gemeenten Veere en SchouwenDuiveland. Daarnaast het waterschap, de agrarisch sector, agrariërs in het gebieden loonbedrijven. Na besluit, actie (en tijdpad) • Q4 2025 - Q1 2026 – voorbereiding, draagvlak, budget. • 2026–2027 – vrijwillige maatregelen met monitoring. • Eind 2027 – evaluatie → opschaling ja/nee. • 2028–2030 – verplichte invoering indien nodig.
Bijlage 3 Maatregelenpakket Advies scenario
Elektrificatie machinepark natuurbeheer en overige sectoren Vrijwillig maar niet-vrijblijvend
Doel: Werkzaamheden in Natura 2000-gebieden zo veel mogelijk uitvoeren met elektrisch materieel (Kwaliteitsimpuls Natura 2000, uitgevoerd door of in opdracht van de Provincie Zeeland) Bij de uitvoering van natuurherstelmaatregelen ten behoeve van Natura 2000- gebieden wordt groot en klein materieel ingezet door de aannemers die hiervoor gecontracteerd worden. Als opdrachtgever van natuurherstelprojecten in de Natura 2000 gebieden gaan we bevorderen dat er geen/zo min mogelijk vervuilende machines ingezet worden. Aansluitend worden de bedrijven in de directe nabijheid van de natuurgebieden gestimuleerd om ook hier innovatie toe te passen en hun machine- en wagenpark te elektrificeren. Dit betekent dat gestreefd wordt naar geen of zo min mogelijk emissie als gevolg van de reguliere bedrijfsvoering. Hierbij kan gedacht worden aan elektrificeren van machines en wagenpark, aan zonnepanelen op gebouwen, bevoorrading van strandpaviljoens door emissievrije (vracht)wagens, windmolens op het erf, etc. Stimulering kan plaatsvinden door het verlenen van subsidies of vergoedingen. Gebied De Manteling van Walcheren De kop van Schouwen Zone Een zone van drie kilometer rondom de meest kwetsbare natuurgebieden en de gebieden zelf worden als uitgangspunt genomen voor de maatregelen.
Effect Effect: Het effect van deze emissiereductie is afhankelijk van de locatie en de gekozen aanpassing van de bedrijfsvoering. Tegelijkertijd ontstaat voor de ondernemer de mogelijkheid om kosten te besparen, risico’s te verlagen en sterker in de markt te staan. Samen met terreinbeherende organisatie's (TBO's) gaan we kijken op welke manier dit het beste georganiseerd kan worden. Bijvoorbeeld via een andere wijze van inkoop en aanbesteding. Scenario Voorkeur: Vrijwillig maar niet-vrijblijvend Elektrificatie vermindert lokale emissies direct en draagt bij aan verduurzaming. De investeringslasten zijn echter aanzienlijk. Vrijwillige deelname en stimuleringsregelingen moeten de eerste stap zijn. Wanneer de voortgang achterblijft, kan in de overgangszones worden opgeschaald naar verplichting. E.e.a. is weergegeven in de volgende figuren.
Kosten De kosten zijn sterk afhankelijk van de schaal en de snelheid waarmee wordt uitgerold. Belangrijke posten: 1. Elektrificatie machinepark terrein beherende organisaties (TBO’s) o Aanschaf elektrische machines (tractoren, maaiers, shovels etc.): €100.000 – €300.000 per stuk. o Voor een gemiddelde TBO kan dit snel oplopen tot €2–5 miljoen bij volledige vervanging.
2. Wagenpark gemeenten en bedrijven o Elektrische bestelwagens: €40.000 – €70.000 per voertuig. o Elektrische vrachtwagens: €150.000 – €300.000 per voertuig. o Voor de zones rond Manteling en Kop van Schouwen gaat het al snel om tientallen voertuigen → €10–20 miljoen. 3. Laadinfrastructuur en energievoorziening o Laadpalen, zwaardere aansluitingen, batterijen en zonnepanelen. o Richtbedrag: €5.000 – €50.000 per laadpunt, afhankelijk van capaciteit. o Voor een gebiedsgerichte aanpak kan dit oplopen tot €2–4 miljoen. 4. Begeleiding, monitoring en projectorganisatie o Inzet projectteam, monitoring effecten, communicatie. o Indicate: €0,5–1 miljoen. Totaalindicatie: voor een start in de zones rond Manteling en Kop van Schouwen moet rekening gehouden worden met €15–30 miljoen over meerdere jaren. Financieringsopties Op dit moment is er geen budget beschikbaar. Uitgangspunt is dat de financiële middelen door het Rijk beschikbaar worden gesteld. Mogelijke financieringsbronnen: • Specifieke uitkeringen (SPUK’s) voor stikstofreductie en natuurherstel. • Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur (LVVN): middelen voor beëindiging, extensivering en innovatie in de landbouw. • Programmatische middelen uit het Programma Natuur en stikstofbudgetten van LVVN. • Ondersteuning vanuit ministeriële commissies (zoals MCEN) waar geld voor urgente maatregelen en juridische borging wordt vrijgemaakt.
• Inzet eigen middelen najaarsnota 2025. Betrokken partijen Betrokken partijen zijn in elk geval de gemeenten Veere en Schouwen-Duiveland. Daarnaast ook het Terrein Beherende Organisaties, het waterschap, de recreatiesector, bewoners en ondernemers in het gebied. Na besluit, actie (en tijdpad) • Q4 2025 – Q1 2026: Plan aanscherpen en eerste bestuurlijke keuzes. • Q1 2026: Draagvlak & financiering rond. • Q2 2026 Q3 2026: Start pilots. • 2027: Grootschalige uitrol in zones. • 2030: Doelstelling emissievrije bedrijfsvoering in de meest kwetsbare gebieden.
Bijlage 4 Maatregelenpakket Advies scenario
Emissievrije of emissie lage mobiliteit in zones rond natuurgebieden Maatwerk per maatregel
Aanvullend aan de elektrificatie bij lokale ondernemers kan gestreefd worden naar emissievrije of emissie lage mobiliteit in zones rondom de betreffende natuurgebieden. Alle mobiliteit met verbrandingsmotoren zorgt vooral lokaal voor stikstofemissie. Door deze emissies terug te dringen wordt ook de stikstofbelasting beperkt. Daarin kan onderscheid worden gemaakt tussen toeristisch verkeer, woonwerkverkeer, vrachtverkeer en bouwverkeer. De inzet kan per type verkeer verschillen (milieuzones). Er kan gedacht worden aan hubs van waaruit met emissievrije voertuigen verder kan worden gereden. Of een opkoopregeling voor oude auto’s voor inwoners in het overgangsgebied. Of een hub voor het laden van elektrisch bouwmaterieel. Maar ook een zonnetreintje (Openbaar Vervoer) voor vervoer tussen parkeerplaats en strand kan worden verkend en andere innovatieve maatregelen. Voor inwoners betekent dit een overgang naar schoner vervoer. Hoewel de maatregel vraagt om aanpassing, vooral voor wie nog een oudere auto gebruikt, wordt dit verzacht door subsidies en opkoopregelingen. Daartegenover staan voordelen als schonere lucht, minder geluidsoverlast en nieuwe voorzieningen, wat de leefkwaliteit en aantrekkelijkheid van de omgeving versterkt.
Gebied De Manteling van Walcheren De Kop van Schouwen Zone Een zone van drie kilometer rondom de meest kwetsbare natuurgebieden wordt als uitgangspunt genomen voor de maatregelen. Effect Effect: Bij het overschakelen naar een emissievrije mobiliteit is de uiteindelijke stikstofdepositiereductie op de Kop van Schouwen afhankelijk van meerdere factoren zoals de locatie en uitvoering. De vermindering van stikstofdepositie op overbelaste habitattypes draagt bij aan natuurherstel. De voordelen zijn meer dan alleen emissiereductie: het leidt tot schonere lucht, minder geluid en een aantrekkelijkere leefomgeving. Scenario Voorkeur: Maatwerk per maatregel Mobiliteit is zeer divers en vraagt differentiatie. Voor recreatief verkeer en bewoners kan vrijwillige stimulering werken via hubs, opkoopregelingen en laadinfrastructuur. Voor bouw- en vrachtverkeer is vaak een verplichtend kader nodig om reductie af te dwingen. Maatwerk per sector en per gebied is hier onvermijdelijk.
Kosten Inschatting van kosten (capaciteit/middelen) Een grove bandbreedte-indicatie per kostenpost zou er zo uit kunnen zien (op basis van vergelijkbare landelijke pilots): • Infrastructuur: €2 – 10 miljoen (afhankelijk van aantal hubs en laadstations). • Stimulering/opkoop: €1 – 5 miljoen (afhankelijk van doelgroep en schaal). • Regelgeving/handhaving: enkele tonnen per jaar (extra capaciteit, toezicht). • Proces & participatie: enkele tonnen per jaar. • Monitoring & evaluatie: €0,5 – 1 miljoen (over meerdere jaren). Totaal kan dit oplopen van circa €5 tot €15 miljoen voor een pilotfase van enkele jaren, afhankelijk van de schaal en mate van vrijwilligheid vs. verplichting. Financieringsopties Op dit moment is er geen budget beschikbaar. Uitgangspunt is dat de financiële middelen door het Rijk beschikbaar worden gesteld. Mogelijke financieringsbronnen: • Specifieke uitkeringen (SPUK’s) voor stikstofreductie en natuurherstel. • Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur (LVVN): middelen voor beëindiging, extensivering en innovatie in de landbouw. • Programmatische middelen uit het Programma Natuur en stikstofbudgetten van LVVN. • Ondersteuning vanuit ministeriële commissies (zoals MCEN) waar geld voor urgente maatregelen en juridische borging wordt vrijgemaakt. • Inzet eigen middelen najaarsnota 2025.
Betrokken partijen Betrokken partijen zijn in elk geval de gemeenten Veere en Schouwen-Duiveland. Daarnaast ook het waterschap, de recreatiesector, bewoners en ondernemers in het gebied. Na besluit, actie (en tijdpad) Q4 2025: Afstemming en Uitwerking Q4 – Q1 2026: Stakeholders en draagvlak Q1 – Q2 2026: Voorzieningen en juridische borging Q2 2026: Uitvoering (pilotfase) Doorlopend: monitoring, bijsturing, evaluatie
Bijlage 5 Maatregelenpakket Advies scenario
Verduurzamen recreatie en ontzien meest kwetsbare gebieden Voorkeur: - Verduurzaming: vrijwillig maar niet vrijblijvend; -Verplaatsen recreatie(onderdelen/ functies): vrijwillig
De (verblijfs)recreatie is een belangrijke functie in- en rond de duingebieden. En andersom zijn de duingebieden belangrijk voor een recreatief product. Ze zitten juist daar omdat daar de toerist graag wil zijn. Er wordt momenteel een onderzoek afgerond naar reductiemogelijkheden in de recreatie. Deze worden vooral gezien in het elektrificeren van de diverse functies, waaronder de verblijfsunits. Daarnaast kan recreatie een bijdrage leveren aan natuurherstel door de meest kwetsbare gebieden te ontzien. Dit kan onder andere door het verleggen van paden, het (tijdelijk) afsluiten van gebieden Dit kan onder andere door het verleggen van paden, het (tijdelijk) afsluiten van gebieden of het (net als bij veehouderijen) verplaatsen van recreatievoorzieningen. Een nadere analyse zal bij de uitwerking worden meegenomen en inzicht moeten geven in de balans tussen kosten en baten. Bij de verplaatsing van recreatievoorzieningen geldt dat het recreatieproduct in zijn kern behouden moet blijven en dat de verplaatsing perspectief moet bieden voor de ondernemer. Dit kan bijvoorbeeld door nieuwe ontwikkel- of uitbreidingsmogelijkheden die na verplaatsing wél, maar op de huidige locatie niet mogelijk zijn. Ook moeten de kosten opwegen tegen de baten.
In overleg met betrokkenen zal de Provincie onderzoeken op welke wijze zij ondernemers hierin kan ondersteunen, wat we samen mogelijk kunnen maken, onder meer door het inzetten van kennis, begeleiding en financiële instrumenten. Verplaatsing recreatie (van onderdelen/ functies) vindt alleen op vrijwillige basis plaats. Bij elektrificatie van recreatievoorzieningen wordt op korte termijn rekening gehouden met netcongestie; samen met netbeheerders en ondernemers wordt gezocht naar tijdelijke oplossingen zoals gedeelde laadfaciliteiten, energieopslag en slimme aansturing van piekbelasting. Gebied De Manteling van Walcheren De Kop van Schouwen Zone Een zone van drie kilometer rondom de meest kwetsbare natuurgebieden wordt als uitgangspunt genomen voor de maatregelen.
Effect Deze maatregelen dragen bij aan vermindering van de stikstofemissie door elektrificatie of verplaatsing van voorzieningen. De uiteindelijke stikstofdepositiereductie op de Kop van Schouwen en in de Manteling van Walcheren is afhankelijk van meerdere factoren zoals de locatie, de uitvoering en het aantal deelnemers. Het beter situeren van recreatievoorzieningen leidt daarnaast ook tot minder verstoring hetgeen bijdraagt aan natuurherstel. Scenario Voorkeur: - Verduurzaming: vrijwillig maar niet vrijblijvend; -Verplaatsen recreatie (onderdelen/ functies): vrijwillig De recreatiesector heeft belang bij aantrekkelijke natuur en is bereid te verduurzamen. Vrijwillige deelname aan maatregelen als elektrificatie van verblijfsvoorzieningen en verplaatsing van functies kan op korte termijn resultaat opleveren. Borging is wel nodig: als de resultaten achterblijven, kan de Provincie via de Omgevingsverordening m.b.t. verduurzaming verplichtende stappen zetten.
Kosten Inschatting van kosten (capaciteit/middelen) Indicatieve bedragen • Elektrificatie kleine/middelgrote bedrijven: €50.000 – €250.000 per bedrijf. • Elektrificatie grote parken/resorts: €500.000 – €1,5 mln per locatie. • Verplaatsing bedrijven: €2 – €5 mln per bedrijf (afhankelijk van locatie en schaal). • Onderzoek & planvorming: ca. €500.000 totaal voor Zeeland (eenmalig). • Ambtelijke capaciteit & borging: ca. €200.000 – €400.000 per jaar. Totale bandbreedte • Lichte variant (alleen elektrificatie): €10 – €20 mln. • Zwaardere variant (incl. verplaatsing van meerdere bedrijven): €50 – €100 mln over meerdere jaren. Financieringsopties Op dit moment is er geen budget beschikbaar. Uitgangspunt is dat de financiële middelen door het Rijk beschikbaar worden gesteld. Mogelijke financieringsbronnen: • Specifieke uitkeringen (SPUK’s) voor stikstofreductie en natuurherstel. • Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur (LVVN): middelen voor beëindiging, extensivering en innovatie in de landbouw. • Programmatische middelen uit het Programma Natuur en stikstofbudgetten van LVVN. • Ondersteuning vanuit ministeriële commissies (zoals MCEN) waar geld voor urgente maatregelen en juridische borging wordt vrijgemaakt. • Inzet eigen middelen najaarsnota 2025.
Betrokken partijen Betrokken partijen zijn in elk geval de gemeente Veere, Schouwen-Duiveland, de recreatiesector en individuele bedrijven. Na besluit, actie (en tijdpad) Tijdpad • Q4 2025: Betrekken partijen, draagvlak, integrale uitwerking en aanpak. • Q1 Q2 2026: Voorstel GS. • Q2 Q3 2026: Start uitvoering elektrificatieprojecten en voorbereiden verplaatsingstrajecten. • 2026–2028: Gefaseerde uitvoering; monitoring eerste resultaten. • 2029–2030: Opschaling en borging; verplichtende maatregelen indien vrijwillige inzet onvoldoende blijkt.
Bijlage 6 Maatregelenpakket Advies scenario
Verplaatsing of beëindiging gehouden dieren niet zijnde veehouderij. Voorkeur: Vrijwillig
Tot nu toe is de stikstofaanpak met name gericht op bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren, zoals runderen, varkens en pluimvee. Er zijn echter ook andere vormen van dierhouderij die buiten deze agrarische functie vallen, bijvoorbeeld het houden van schapen, geiten, paarden of pony’s, al dan niet bedrijfsmatig. Deze bedrijven komen niet in aanmerking voor de (rijks) regelingen, maar er zijn wel enkele tientallen van dergelijke bedrijven. Hoewel deze activiteiten vaak kleinschaliger zijn, kunnen zij, door hun ligging en gebruik, lokaal toch zorgen voor een relatief hoge stikstofuitstoot, vooral wanneer zij plaatsvinden in de nabijheid van kwetsbare Natura 2000-gebieden. Dit maakt het noodzakelijk om ook in deze categorie gericht maatregelen te treffen. Binnen de gebiedsgerichte aanpak willen wij daarom, samen met gebiedspartners en betrokken dierhouders, een specifiek reductieplan ontwikkelen. Dit plan richt zich op het in beeld brengen van de belangrijkste bronnen en het vaststellen van maatregelen die praktisch uitvoerbaar zijn en leiden tot een meetbare vermindering van emissies. Hoe een reductie kan worden gerealiseerd zal met betreffende ondernemers worden besproken, eveneens wat daarvoor nodig zal zijn.
Gebied De Manteling van Walcheren De Kop van Schouwen Zone Een zone van drie kilometer rondom de meest kwetsbare natuurgebieden wordt als uitgangspunt genomen voor de maatregelen. Effect De reductie van emissies in deze categorie kan lokaal een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van stikstofdepositie. De exacte omvang van dit effect hangt af van de aard, schaal en ligging van de betreffende activiteiten.
Scenario Voorkeur: Vrijwillig Het gaat hier om kleinschalige, verspreide bronnen zoals veehouders van schapen, geiten, paarden of pony’s, al dan niet bedrijfsmatig. Een vrijwillige aanpak via ZIGA is proportioneel en uitvoerbaar. Alleen bij aantoonbare lokale knelpunten kan worden overwogen om maatregelen verplicht te stellen.
Kosten Inschatting van kosten (capaciteit/middelen) Indicatieve prijsklassen (2024/2025): Type manege Kenmerken 1-2 hectare, ±10-15 stallen, geen of Kleine manege kleine binnenbak 3-5 hectare, ±20-30 stallen, binnenGemiddelde manege en buitenrijbaan, kantine Grote, professionele >5 hectare, >40 stallen, meerdere manege rijhallen, horeca, pensionstalling
Richtprijs €500.000 – €1.000.000 €1.000.000 – €2.500.000 €2.500.000 – €5.000.000+
Een gemiddelde manege in bijvoorbeeld Gelderland of Noord-Brabant wordt vaak aangeboden voor rond de €1,5 tot €2 miljoen. Uitgangspunt voor Zeeland: € 2,5 miljoen Indicatieve bandbreedte totale kosten • Scenario klein: 5 bedrijven → ± € 12,5 miljoen • Scenario middel: 10 bedrijven → ± € 25 miljoen • Scenario groot: 20 bedrijven → ± € 50 miljoen Hierbij zijn alleen verwervings-/beëindigingskosten opgenomen. Extra kosten voor begeleiding, juridische borging en monitoring zijn nog niet ingerekend.
Financieringsopties Rijksmiddelen stikstofreductie en natuurherstel • Programma Natuur. • Past bij de landelijke inzet om stikstof te reduceren, met focus op Natura 2000gebieden. Europese fondsen • LIFE-programma, Interreg Vlaanderen-Nederland, Europese Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Vooral kansrijk als de maatregel gekoppeld wordt aan biodiversiteit, grensoverschrijdende samenwerking of innovatieve pilotprojecten. Betrokken partijen Betrokken partijen zijn, naast GS, in elk geval de gemeenten Veere en SchouwenDuiveland, de ondernemers en de recreatiesector. Na besluit, actie (en tijdpad) Tijdpad indicatief: • Najaar 2025: Inventarisatie en eerste gesprekken. • Begin 2026: Opstellen reductieplan en afspraken. • Vanaf 2026-2030: Gefaseerde uitvoering en monitoring. Verder uitwerken van de maatregel door o.a. een brede inventarisatie van de locaties waar al dan niet bedrijfsmatig dieren worden gehouden. - Inventarisatie van bronnen in deze categorie - Bijdrage aan de stikstofdepositiereductie bepalen - Gesprekken over verplaatsing/beëindiging starten. - Nadruk op overleg en samenspraak met betrokkenen. - Evaluatie/monitoring en eventueel bijsturen. Vervolgstappen en tijdpad 1.
Inventarisatie • In kaart brengen van alle locaties waar al dan niet bedrijfsmatig schapen, geiten, paarden, pony's of andere dieren gehouden worden, in de omgeving van kwetsbare Natura 2000-gebieden (Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen). • Vaststellen welke bedrijven significant bijdragen aan stikstofdepositie. 2. Analyse stikstofbijdrage • Bepalen van de feitelijke emissies en de verwachte stikstofdepositiereductie per locatie. • Gebruik maken van indicatieve berekeningen en modellering (bijvoorbeeld via AERIUS).
3. Gesprekken met betrokkenen • Starten van gesprekken met dierhouders, gemeenten Veere en SchouwenDuiveland en de recreatiesector. •
Doel: verkennen van vrijwillige verplaatsing of beëindiging (voorkeurscenario) en mogelijkheden voor invulling van de te verlaten locatie.
4. Uitwerking maatregelen • Uitwerken van concrete regelingen (vrijwillige opkoop, verplaatsing of beëindiging). • Vastleggen van afspraken in overeenstemming met ZIGA • Verkennen van koppelkansen met biodiversiteits- of recreatieprojecten. 5. Financiering en borging • Aansluiting zoeken bij Rijksmiddelen (Programma Natuur, Transitiefonds) en EU-fondsen (LIFE, Interreg). • Kostenraming: afhankelijk van omvang (indicatief € 12,5 – 50 miljoen). • Juridische borging en monitoring voorbereiden. 6. Monitoring en evaluatie • Monitoring van stikstofreductie op de Manteling en Kop van Schouwen. • Evaluatie van effectiviteit en draagvlak. • Bijsturen of opschalen bij onvoldoende resultaat.
Bijlage 7 Maatregelenpakket Advies scenario
Versnelling natuurherstel overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden n.v.t.
Het versnellen van natuurherstel richt zich op urgente habitats waar stikstof, verdroging en andere drukfactoren de draagkracht overschrijden. Naast externe drukvermindering is actieve uitvoering van herstelmaatregelen in Natura 2000gebieden noodzakelijk. Gebied In alle stikstof overbelaste Natura 2000-gebieden met de Kop van Schouwen en Manteling van Walcheren als prioritaire gebieden. Zone Binnen de begrenzing van de Natura 2000-gebieden Kop van Schouwen en Manteling van Walcheren. Effect Het versnelde natuurherstel zorgt voor directe verbetering van de ecologische kwaliteit in overbelaste Natura 2000-gebieden door actief beheer, herstel van duindynamiek en optimalisatie van hydrologie. Hierdoor neemt de veerkracht van ecosystemen toe en vermindert hun gevoeligheid voor stikstofdepositie. De maatregel versterkt de juridische houdbaarheid van vergunningverlening doordat aantoonbaar natuurherstel plaatsvindt. Bovendien maakt de voorbereiding van uitvoerbare projecten het mogelijk om snel te starten zodra Rijksfinanciering beschikbaar komt. Het plan is richtinggevend; de uitwerking gebeurt in samenspraak met het veld, waarbij ruimte blijft voor innovatie, samenwerking en lokale initiatieven. Scenario De uitvoeringscapaciteit wordt bepaald door financiële middelen, vergunningverlening, draagvlak en beschikbaarheid van uitgewerkte herstelmaatregelen.
Momenteel vormt financiering de belangrijkste beperkende factor. Diverse maatregelen zijn reeds uitgewerkt in het Programma Natuur of bij terrein beherende organisaties, maar wachten op middelen en uitvoering. Voornaamste herstelacties: • Maaien, rooien en begrazen met afvoer van biomassa (stikstofverwijdering) • Herstel van natuurlijke duindynamiek (vermindering stikstofeffecten) • Bestrijding van invasieve exoten • Optimalisatie van hydrologie ter voorkoming van verdroging • Aanleg/herstel van broedeilanden en vossenrasters • Ruimtelijke kwaliteitsverbetering en functieverplaatsing ten gunste van kwetsbare habitattypen
Doel: versnelling van ecologisch herstel en weerbaarheid van Natura 2000-gebieden, in samenhang met stikstofreductie en gebiedsgerichte uitvoering. Wat kost het Er is vanuit het programma natuur ongeveer 60 miljoen beschikbaar maar er is ongeveer 80 miljoen nodig. De benodigde middelen zijn dus circa 20 miljoen voor de in programma natuur opgenomen maatregelen. Daarnaast zijn er vanuit de Terrein Beherende Organisaties (TBO’s), maatregelen aangedragen die gelijk uitgevoerd kunnen worden maar waar nu de financiële middelen voor ontbreken. Dat is een bedrag van circa 10 miljoen. Uitvoering is mogelijk binnen de uitvoeringsorganisatie landelijk gebied. Financieringsopties Op dit moment is er voor deze versnelling geen (onvoldoende) budget beschikbaar. Uitgangspunt is dat de financiële middelen door het Rijk beschikbaar worden gesteld. Mogelijke financieringsbronnen: • Specifieke uitkeringen (SPUK’s) voor stikstofreductie en natuurherstel. • Programmatische middelen uit het Programma Natuur en stikstofbudgetten van LVVN. • Ondersteuning vanuit ministeriële commissies (zoals MCEN) waar geld voor urgente maatregelen en juridische borging wordt vrijgemaakt. • Inzet eigen middelen najaarsnota 2025. Betrokken partijen Betrokken partijen zijn, naast GS, in elk geval de gemeenten Veere en SchouwenDuiveland, TBO’s, Waterschap en Rijkswaterstaat.
Na besluit, actie (en tijdpad) Q4 2025: Uitwerken Q4 2025 - Q1 2026: GS besluit
Bijlage 8 Maatregelenpakket Advies scenario
Intrekken slapende vergunningen Voorkeur: Verplicht
Slapende natuurvergunningen zijn natuurvergunningen die in zijn geheel niet (meer) gebruikt worden. Er kan beleid worden opgesteld voor het intrekken van slapende natuurvergunningen. Hiervoor kan worden aangehaakt bij de IPO-handreiking voor handhavings- en intrekkingsbeleid. Gebied Geheel Zeeland Zone Zeeland Effect Effect: Het intrekken van slapende vergunningen zorgt op zichzelf niet voor een daling van stikstofemissie, maar voorkomt dat niet gebruikte ruimte, maar wel vergunde ruimte alsnog kan worden ingezet hetgeen leidt tot een feitelijke stijging van stikstofemissie. Door ongebruikte ruimte op te schonen, kan samen verkend worden of er ruimte ontstaat voor nieuwe initiatieven, innovatie en verduurzaming. Scenario Voorkeur: Verplicht Slapende vergunningen kunnen alleen via verplicht beleid effectief worden ingetrokken. Dit voorkomt dat ongebruikte, maar vergunde ruimte alsnog leidt tot stijgende emissies.
Wat kost het Personele inzet (of inhuur) Financieringsopties Niet van toepassing Betrokken partijen GS en PS Na besluit, actie (en tijdpad) Vanuit IPO is er een handreiking voor handhavings- en intrekkingsbeleid opgesteld. Met deze handreiking als uitgangspunt maar waar nodig wel met specifiek Zeeuws maatwerk, kan dit besluit voor het einde van het jaar aan GS worden voorgelegd. Q4 2025: Uitwerken juridisch advies Q4 2025 - Q1 2026: GS besluit
Bijlage 9 Maatregelenpakket Advies scenario
Intrekken latente ruimte in vergunningen Voorkeur: Verplicht
Latente ruimte is de ruimte die een ondernemer in een lopende natuurvergunning heeft, maar niet gebruikt en ook niet meer nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering. Deze maatregel betreft het opstellen van beleid voor het intrekken van latente ruimte uit natuurvergunningen. Ook hier kan worden aangehaakt bij de IPO-handreiking voor handhavings- en intrekkingsbeleid. Deze maatregel vindt in overleg plaats met de betrokkenen waarbij er aandacht is voor termijnen van revisievergunningen. Gebied Geheel Zeeland Zone Zeeland Effect Het intrekken van latente ruimte zorgt op zichzelf niet voor een daling van stikstofemissie, maar voorkomt dat niet gebruikte ruimte alsnog kan worden ingezet hetgeen leidt tot een feitelijke stijging van stikstofemissie. Door ongebruikte ruimte op te schonen, kan samen verkend worden of er ruimte ontstaat voor nieuwe initiatieven, innovatie en verduurzaming. Scenario Voorkeur: Verplicht Deze maatregel kan uitsluitend verplicht worden opgelegd. Latente ruimte die niet meer nodig is voor bedrijfsvoering wordt structureel geschrapt om toekomstige stijging van depositie te voorkomen. Een en ander vindt plaats in overleg met de betrokkenen. Deze maatregel wordt in samenspraak met het veld verder uitgewerkt, met oog voor behoud van perspectief.
Wat kost het Personele inzet (of inhuur) Financieringsopties Niet van toepassing Betrokken partijen GS en PS Na besluit, actie (en tijdpad) Vanuit IPO is er een handreiking voor handhavings- en intrekkingsbeleid opgesteld. Wij nemen deze handreiking als uitgangspunt, maar er zal waar nodig wel specifiek Zeeuws maatwerk worden toegepast. Voor het einde van het jaar kan hierover een definitief besluit worden genomen. Q4 2025: Uitwerken juridisch advies Q4 2025: Besluit nemen 2026 - 2027: gesprekken, individuele besluiten voorbereiden, uitvoeren
Bijlage 10 Maatregelenpakket Advies scenario
Beleidsregels aanpassen (intern salderen met afroming) Voorkeur: Verplicht
In de huidige beleidsregels zijn alleen kaders voor extern salderen opgenomen, omdat intern salderen immers niet vergunningplichtig was. Nu dit weer vergunningplichtig is geworden, zullen de kaders hiervoor weer opgenomen moeten worden in de beleidsregels. Daarbij kan ervoor worden gekozen om, net als bij extern salderen, een bepaald percentage af te romen ten behoeve van de natuur. Dit zorgt ervoor dat er bij elke economische ontwikkeling waarvoor wordt gesaldeerd (zowel intern als extern) altijd een netto verbetering voor de natuur optreedt. Gebied Geheel Zeeland Zone Zeeland Effect Effect: Wanneer er wordt gekozen om ook voor intern salderen een afromingspercentage vast te stellen, zorgt dit bij elke ontwikkeling waarvoor wordt gesaldeerd altijd voor een netto daling van de stikstofemissie. De aanpassing van de beleidsregels wordt niet alleen juridisch gezien als borging, maar ook als kans om ondernemers zekerheid te bieden bij nieuwe investeringen. Scenario Voorkeur: Verplicht Deze beleidsmatige borgingsmaatregel wordt verplicht vastgelegd. Alleen dan wordt gegarandeerd dat iedere nieuwe ontwikkeling via saldering altijd leidt tot een netto reductie voor de natuur.
Wat kost het Niet van toepassing Financieringsopties Niet van toepassing Betrokken partijen GS en PS Na besluit, actie (en tijdpad) Vanuit IPO komt er een format voor beleidsregels m.b.t. intern salderen. Wij zullen de grote lijn van het IPO-format volgen, en daarin op enkele punten specifiek Zeeuws maatwerk opnemen. Het proces ziet er naar verwachting als volgt uit: Q4 2025: Uitwerken juridisch advies Q4 2025 - Q1 2026: GS besluit