CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.037- Natuur en vogelwacht S-D- Bezwaarprocedure tegen het project Landgoed Veerdijk, Zonnemaire (1681561)

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland p/a Oude-Zandweg 14 4327 SH Serooskerke Tel.: 0111-671533 www.nvsd.nl e-mail: voorzitter.nvsdi@gmail.com KVK 40309671 RSIN 808784766 Gemeenteraad van Schouwen-Duiveland Laan van St.Hilaire 4301 SH ZIERIKZEE Serooskerke, 4 februari 2026

betreft: bezwaarprocedure tegen het project Landgoed Veerdijk, Zonnemaire

Geachte raadsleden. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 23 december 2025 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een groot landhuis tussen de Veerdijk en de Natars kreek bij Zonnemaire. Onze vereniging heeft hiertegen bezwaar aangetekend, omdat dit project een zware aanslag betekent op de natuur- en het landschapswaarden van deze bijzondere locatie. Een kopie van dit bezwaarschrift is bijgevoegd. Wij hebben geconstateerd dat de procedure voor deze vergunning onjuist is uitgevoerd, waar­ door deze niet legitiem is. Dit is beschreven in ons bezwaarschrift. Wij verzoeken u vriendelijk om aandacht aan deze zaak te schenken en het college te ver­ zoeken deze vergunning in te trekken. Normaliter zou het college een ondeugdelijke procedure op een correcte wijze over doen. Echter, dat is in dit geval niet meer mogelijk, zoals uit ons bezwaarschrift blijkt. Tijdens de raadsvergadering op 29 januari jl. heeft de heer van de Laar vragen aan het college gesteld over dit project. Dit hebben wij vermeld in ons bezwaarschrift onder punt 2.2. Wethoudster mevrouw Verburg heeft deze vragen beantwoord. Echter, daarbij heeft ze de raad onvolledig voorgelicht over deze zaak. De cruciale beleidsnota voor dit project, ‘Nieuwe Landgoederen Schouwen-Duiveland’, blijkt niet meer te bestaan, of in ieder geval onvindbaar te zijn. Hoogachtend,

Dr. G.J.C. Buth, voorzitter

Drs. J.W. Beijersbergen, bestuurslid

Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland vsvo,. p/a Oude-Zandweg 14 4327 SH Serooskerke Tel.; 0111-671533 www.nvsd.nl e-mail: voorzitter.nvsd@gmail.com

KVK 40309671 RSIN 808784766 College van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland Laan van St.Hilaire 4301 SH ZIERIKZEE

Serooskerke, 2 februari 2026

betreft: bezwaarschrift tegen de omgevingsvergunning Zonnemaire, Veerdijk 31

Geacht College,

Op 23 december 2025 heeft u besloten een omgevingsvergunning te verlenen voor het adres Veerdijk 31 te Zonnemaire. Dit project betreft de sloop van een landbouwschuur, het bouwen van een groot landhuis en de ontwikkeling van een park van 5 ha. Door dit project worden op grote schaal natuur- en landschapswaarden ter plaatse aangetast. Daarnaast is uw besluit gebaseerd op een aantal procedurele tekortkomingen, waardoor er sprake is van een niet-legitiem besluit. Wij verzoeken u daarom om deze verleende omgevingsvergunning in te trekken. Wij lichten onze bezwaren hierna toe. 1. Situatieschets

Iedereen die al lopend, fietsend of met de auto vanaf Zonnemaire de Veerdijk afrijdt en stil staat bij het punt waar de Veerdijk aansluit op de voormalige zeedijk kijkt hier verwonderend en genietend rond over deze spectaculaire omgeving. De hoge belevingswaarde van dit punt is samen te vatten in sleutelwoorden als natuurlijke rust, stilte en weidse vergezichten over een gevarieerd polderlandschap met dijken en kreekrestanten en naar het noorden toe een grootschalig en gevarieerd natuurgebied dat overgaat in de ‘eindeloze’ Grevelingen. Zoals een landschapsschilder van deze omgeving stelde: ‘alles is hier nog sereen’. Deze locatie behoort tot de top vijf van de meest markante en waardevolle landschapsgedeelten van onze gemeente. Ook in de schemer en ’s avonds is het hier bijzonder, omdat er sprake is van echte, ongestoorde duisternis door het ontbreken van bebouwing en verlichting. De hoge belevingswaarde van deze omgeving wordt versterkt door de historische land­ schapswaarden. Behalve het dijkenpatroon ter plaatse, vormt de in 1682 ontstane Natarskreek met brede rietkragen een bepalend element. Langs de voormalige zeedijk zijn de in 1971 1

droog gevallen Slikken van Bommenede bijzonder. Vanaf dat jaar begonnen hier spontane natuurlijke vegetatieontwikkelingen (successie) plaats te vinden. Die processen vinden nog steeds plaats, vanaf de zoute pioniervegetatie van zeekraal langs de Grevelingen tot bosont­ wikkelingen langs de dijk. Iets verderop ligt de door Rijkwaterstaat in de jaren zestig aange­ legde grote werkhaven voor de aanleg van de Brouwersdam. Door de bijzondere landschappelijke situatie en de heersende rust is de vogelrijkdom hier, zowel binnen als buitendijks, spectaculair. Jaarrond kunnen hier dagelijks, soms in grote aan­ tallen, bijzondere vogelsoorten waargenomen worden. Het is niet te begrijpen waarom u ervoor kiest om één van de mooiste landschapsparels van onze gemeente te niet te doen. Zoals u waarschijnlijk bij de voorbereidingen van uw besluit gemerkt hebt, kreeg een voor­ gaand college in 2006 voor deze locatie met een zelfde situatie te maken. Ook toen was er een aanvraag voor een bouwvergunning, een educatief ontmoetingscentrum, op de huidige bouw­ locatie. Dat verzoek werd uitgebreid behandeld door de Provinciale Commissie Omgevings­ beleid en het toenmalige college van b&w, in het bijzonder wethouder R. van der Wekken.

Door beide overheden werd besloten om die vergunning niet te verlenen, vanwege de bijzon­ dere natuur- en landschapswaarden ter plaatse en het op enkele tientallen meters afstand gele­ gen natuurgebied de Grevelingen. Uw onderhavige besluit houdt tevens in dat u achteraf een brevet van onvermogen aan uw voorganger verleend.

2. Procedurele tekortkomingen 2.1 Ten onrechte is niet de procedure ‘wijziging omgevingsplan’ toegepast

Er is in dit geval sprake van een omvangrijk bouw- en grondverzetsplan gelocaliseerd in een landschappelijk erg kwetsbaar gebied met grote natuur- en archeologische belangen, waarvoor eerst meerdere provinciale vergunningen verleend zullen moeten worden: natuurvergunningen, ontgrondingsvergunning, archeologie-vergunning en waarschijnlijk een Waterwetvergunning. Hierbij is de kans groot dat deze vergunningen niet verleend zullen worden. Voor een dergelijk omvangrijk en bijzonder project is het niet juist om dit procedureel te rege­ len middels een simpele omgevingsvergunning-procedure, een bopa. Een bopa is alleen bedoeld voor een kleine planologische afwijking, in de trant van bijvoor­ beeld een kleine vergroting van een woonhuis. Dat is onderhavige situatie zeker niet het ge­ val. Dit betreft een omvangrijk project met een grote structurele inbreuk op de functies van de onderhavige locatie Voor dit project had gebruik gemaakt moeten worden van een uitgebreide, transparante en meer democratische procedure: ‘een wijziging van het omgevingsplan’ (voorheen een ‘her­ ziening van het bestemmingsplan’), waarbij het college eerst het voornemen tot een besluit tot herziening ter visie legt, en men zienswijzen kan indienen en naderhand de gemeenteraad het gewijzigde omgevingsplan vast stelt.

Bovendien zal dat waarschijnlijk in dit geval gepaard moeten gaan met een MER-procedure, aangezien het een groot bouwproject betreft, direct grenzend aan een Natura 2000-gebied. Ook in verband met de ‘niet bestaande of verdwenen’ (zie hierna) beleidsnota ‘Nieuwe Land­ goederen’ van de gemeente, vormt de toepassing van de procedure ‘wijziging omgevingsplan’ de enige verplichte procedure voor het onderhavige project.

2

2.2 De beleidsnota ‘Nieuwe Landgoederen Schouwen-Duiveland’ bestaat niet Het onderhavige project betreft een nieuw landgoed. De twee beleidsmatige, aan elkaar ge­ koppelde basispunten voor een dergelijk project zijn: - een gemeentelijk beleidsplan voor nieuwe landgoederen, - en het desbetreffende, per 1 januari 2026 vervallen artikel 5.17 van de Omgevingsverordening Zeeland, de ‘Rood voor Groen’-regeling.

Iedereen die meer wil weten over het onderhavig project begint met het raadplegen van het ‘Beleidsplan Nieuwe Landgoederen Schouwen-Duiveland’. Dan blijkt echter dat deze be­ leidsnota niet bestaat, of in ieder geval digitaal en middels navraag op het gemeentehuis (bij behandelend medewerker de heer P. Maas) onvindbaar is. In de onderhavige nota ‘Ruimtelijke onderbouwing Veerdijk 31 Zonnemaire’, opgesteld door Buro Kours, komt inderdaad de onvindbare beleidsnota Nieuwe Landgoederen aan de orde. Maar, daarbij wordt alleen gerefereerd aan het tweede deel van die al of niet bestaande be­ leidsnota. Dan gaat het alleen over zaken als ‘een huis van allure’ en een ‘vrij toegankelijk wandelgedeelte’. Echter, ‘per ongeluk’ is hier vergeten om te beginnen met het eerste, crucia­ le toetsingscriterium voor een nieuw landgoed, zijnde ‘alleen op een goede locatie ’. Bij het ontbreken van een noodzakelijke beleidsnota Nieuwe Landgoederen voor de gemeente Schouwen-Duiveland, hebben wij ter nadere oriëntatie de websites van enkele andere platte­ landsgemeenten in Zeeland en buiten Zeeland geraadpleegd. Bij die gemeenten kan direct de desbetreffende beleidsnota Nieuwe Landgoederen opgevraagd en ingezien worden.

Bij al die plannen wordt als eerste beslispunt en bepalend criterium beschreven: het vooraf vaststellen van een nader uitgevoerd onderzoek in de gemeente naar locaties waar eventueel, en onder aanvullende voorwaarden, een nieuw landgoed ontwikkeld zou kunnen worden. Daarvoor is dan voor de gehele gemeente eerst een uitgebreide landschappelijke analyse uit­ gevoerd, uitmondend in een landschapskaart waarop aangegeven zijn één of enkele mogelijke zones. Bij zo’n landschapsonderzoek werd gekeken naar zaken als landschapshistorische waarden, agrarisch functie, natuurwaarden, het beeldbepalende karakter van de omgeving, zichtlijnen, weidsheid, stilte, gevolgen van extra verkeersgeneratie, etc. Bij al die gemeenten komt het erop neer dat er maar in één of enkele geschikte locaties moge­ lijk zijn voor een dergelijk project. En altijd is een selectiecriterium dat een dergelijk project alleen mogelijk is aansluitend bij een bebouwingsconcentratie in het buitengebied. Bijvoor­ beeld aan de rand van een dorp. Niet één gemeente wenst ruimte te geven voor een geïsoleerd liggende locatie in een open poldergebied. Zeker niet als daarbij ook nog bijzondere natuur­ waarden in de omgeving aan de orde zijn.

Een ander belangrijk punt in de beleidsnota’s Nieuw Landgoederen van andere gemeenten is: ‘Medewerking kan slechts worden verleend door middel van een herziening van het ter plaat­ se geldende bestemmingsplan.’ (Dat moet nu in de terminologie van de Omgevingswet.) ‘Het college van b. en w. nemen het besluit over het opstarten van de procedure. De gemeen­ teraad stelt het herziene bestemmingsplan vast’. In paragraaf 2.1 hebben wij reeds op dit punt gewezen. Het eerste afwegingspunt, betreffende locatie-keuze, dat in een beleidsnota Nieuwe Landgoe­ deren opgenomen moet zijn, is om te voorkomen dat een ad hoe gelegenheidsplanologie uit­ gevoerd wordt, zoals uw college voor het onderhavige project nu doet. In zo’n geval zou in de gehele gemeente elke leegstaande landbouwschuur omgevormd kunnen worden in een nieuw landgoed.

3

Het ontbreken van het cruciale basisrapport Nieuwe Landgoederen betekent dat de besluit­ vorming voor een omgevingsvergunning voor dit project ondeugdelijk is uitgevoerd.

We merken op dat er in deze situatie bestuurlijk nog meer mis is gegaan. Tijdens de raadsver­ gadering van 29 januari jl. heeft raadslid van de Laar vragen aan uw college gesteld over het onderhavige project, daarbij zich verbazend dat we hieraan als gemeente medewerking verle­ nen. Wethoudster mevrouw Verburg verstrekte in reactie hierop onjuiste informatie, door op zijn vragen te antwoorden dat dit project mogelijk is op basis van de door de raad vastgestelde Beleidsnota Nieuwe Landgoederen. Daarbij heeft ze niet aangegeven dat die nota niet meer bestaat, of onvindbaar is, zodat niemand kan nagaan waarop dit project gebaseerd is. (Inmiddels bestaat deze onvindbare beleidsnota formeel ook niet meer; zie paragraaf 2.3.)

2.3 De vervallen ‘Rood voor Groen’ -regeling In het begin van paragraaf 2.2 is aangegeven dat de ontwikkeling van een nieuw landgoed alleen mogelijk is als het procedureel aansluit op het ruimtelijk beleid van de provincie. Dat betrof tot 1 januari 2026 artikel 5.17 van de provinciale Omgevingsverordening, genoemd de ‘Rood voor Groen’-regeling. De ‘Rood voor Groen’-regeling is jaren geleden door de provincie ingesteld om een moge­ lijkheid te bieden voor omvorming van een in onbruik geraakte agrarisch perceel met daarop een vervallen gebouw. Hierop zou dan kleinschalige woningbouw kunnen plaatsvinden, maar met de expliciete voorwaarde dat dit gecombineerd zou worden met herstel van natuurwaar­ den en versterking van landschapswaarden. Dit ondersteunde de provincie dan met gerichte natuursubsidies. Echter, de provincie constateerde in de loop van de tijd dat deze mogelijkheid in de meeste gevallen misbruikt werd en eigenlijk alleen maar afbraak van landschaps- en natuurwaarden opleverde. Het onderhavige project bij de Veerdijk vormt hiervoor een goed voorbeeld. De provincie heeft naar de uitvoering en gevolgen van deze regeling tussen 2023 en 2025 een onderzoek laten uitvoeren, resulterend in het eindrapport ‘Beleidsevaluatie kleinschalige wo­ ningbouw in het landelijk gebied’.

Enkele conclusies uit dat rapport zijn: - In grootschalige open gebieden is de realisatie van een nieuw landgoed ongewenst. - Bestaande ecologisch waardevolle en karakteristieke landschappen bieden in beginsel geen ruimte voor nieuwe landgoederen. - Zelfs bij het correct volgen van de intentie van deze regelgeving staan de effecten hiervan zeer ter discussie. - Er wordt daarom voor gekozen deze beleidsregel in zijn geheel niet te prolongeren. Dus, uitgebreid onderbouwd is vanaf 1 januari j.1. de ‘Rood voor Groen’-regeling vervallen, waardoor realisatie van nieuwe landgoederen in het buitengebied niet meer mogelijk is. Inherent hieraan zijn ook de beleidsnota’s Nieuwe Landgoederen van de desbetreffende Zeeuwse gemeenten, waarvan de uitvoeringsmogelijkheden gekoppeld waren aan deze rege­ ling, komen te vervallen.

Het is een vorm van onbehoorlijk bestuur van uw college om, lang van te voren wetende dat de provincie weloverwogen per 1 januari jl. het desbetreffende artikel van de Omgevingsver­ ordening zou schrappen, op het allerlaatste moment met het onderhavige project in te stem­ men. Dit middels oneigenlijk gebruik van een korte, ondemocratische procedurele sluipweg.

4

waarbij noodzakelijke onderliggende rapporten en technisehe toeliehtingen ontbreken of ge­ brekkig zijn. Indien u besluit de onderhavige verleende omgevingsvergunning toch te handhaven, geven wij in dit verband aan dat uw besluit genomen is in strijd met het inmiddels vervallen artikel 5.17 van de Omgevingsverordening Zeeland.

2.4 De resultaten en conclusies van een voorafgaand participatie-traject ontbreken Conform de Omgevingswet moet, door de initiatiefnemer, al of niet in samenwerking met de gemeente, voorafgaande aan een vergunningsverzoek voor een bouwproject en/of een ruimte­ lijke ontwikkeling voorlichting en bespreking met de omgeving uitgevoerd zijn. Bij de ver­ gunningsaanvraag moet verslag over dit participatie-proces ingeleverd worden, inclusief de reacties van de omgeving en hoe hier mee omgegaan zal worden. Participatie heeft bij het onderhavige project niet plaatsgevonden en een participatie-rapport ontbreekt bij de stukken.

Voor het onderhavige, omvangrijke project, met ingrijpende, negatieve gevolgen voor de bij­ zonder waarden van deze locatie, had participatie op een krachtige wijze uitgevoerd moeten zijn. Bijvoorbeeld middels een voorlichtings- en discussie-bijeenkomst in het dorpshuis van Zonnemaire. (Ter herinnering; bij een dergelijke participatie-avond met de bevolking van Ellemeet over een gepland perceel met zonne-panelen, bleek het dorpshuis te klein te zijn.)

Het ontbreken van een gevoerd participatie-traject vormt één van de redenen om de onderha­ vige besluitvormingsprocedure te heroverwegen.

2.5 De wettelijk verplichte reactie-termijn voor dit project is fout toegepast Normaliter is de termijn waarbinnen een bezwaarschrift in verband met een verleende omge­ vingsvergunning ingediend kan worden 6 weken. In uw wekelijkse informatierubriek is aangegeven dat uw onderhavige besluit op 23 december 2025 genomen is. Dit betekent dat tot 3 februari een bezwaarschrift ingediend kan worden. Echter, dat is niet correct. Uw besluit is openbaar gemaakt middels de wekelijkse informatie­ rubriek van de gemeente in de WereldRegio die pas in week 1 van 2026 uitkwam. Uw besluit werd vrijdag 2 januari 2026 openbaar gemaakt (nadat eerder de bewuste Rood voor Groen-regeling, waarop uw besluit gebaseerd is, vervallen was). Dit betekent dat bezwaarschriften tot 13 februari ingediend zouden kunnen worden.

Deze onduidelijkheid schept verwarring en onduidelijkheid bij bewoners en organisaties. Me­ de omdat pas sinds kort, met vragen in de raadvergadering van 29 januari jl. en berichten in de media, bij velen duidelijk is geworden dat er een ingrijpende en kwalijke ontwikkeling ge­ pland is in him zeer gewaarde landelijke omgeving. Mogelijk hadden meerdere op dit besluit willen reageren, maar constateerden dat 3 februari een onhaalbare kaart vormde. Deze verwarring werd nog eens versterkt zodra je bij dit besluit digitaal probeert inzicht te krijgen in de ‘chaos’ van de onderliggende stukken, hetgeen vooral veroorzaakt door het ontbreken van bepalende stukken. Een overheid mag geen verwarring en onduidelijkheden veroorzaken bij het wettelijk vastge­ legde besluitvormingsproces aangaande een ruimtelijke ontwikkeling.

5

Daarom zou het onderhavige besluitvormingsproces, met duidelijke publiekelijke uitleg over de gang van zaken, inclusief een reactietermijn van 6 weken, opnieuw uitgevoerd moeten worden.

2.6 De procedure dient opnieuw uitgevoerd te worden, hetgeen niet meer mogelijk is De hiervoor beschreven procedurele tekortkomingen tonen aan dat uw genomen besluit om een omgevingsvergunning te verlenen voor het onderhavige project niet legitiem is. Daarom zou deze besluitvorming opnieuw uitgevoerd moeten worden, en dan middels de pro­ cedure ‘wijziging van het omgevingsplan’. Echter, de uitvoering van een nieuwe besluitvormingsprocedure is niet meer mogelijk, door het vervallen van de Rood voor Groen - regeling en uw, onvindbare, beleidsnota Nieuwe Landgoederen. 3. Inhoudelijke bezwaren

Wat betreft inhoudelijke bezwaren ontbreekt bij de summiere stukken veel noodzakelijke in­ formatie, zoals onder andere duidelijke, bestekmatige bouw- en inrichtingskaarten. Hiermee zou nagegaan moeten kunnen worden hoe er gebouwd en ingericht gaat worden. Dit, om bij­ voorbeeld de nu erg cryptische en waarschijnlijk foute stikstofberekeningen te controleren, hoeveel grondverzet er plaats gaat vinden, hoe gaan de omvangrijke vergravingen uitgevoerd worden, wat is de grondbalans, wat worden de functies van het grote gebouw, in verband met onder andere de verkeersdynamiek in deze omgeving, een verlichtingsplan, etc.

3.1 Natuurwaarden Het projectgebied heeft, door de variatie aan biotopen/landschapstypen, erg hoge natuurwaar­ den, met een grote soortenrijkdom, waaronder wettelijk zwaar beschermde soorten. Het gehe­ le jaar door is het een kleinschalig natuurparadijs. Het geplande bouw- en grondverzetproject betekent hier voor de natuur ‘een dolle stier in de porseleinkast los laten’.

Aangezien de hier levende diersoorten gedurende het jaar een kwetsbare fase hebben, zoals broedperiode of winterslaap, die wettelijk beschermd is en waarin in deze omgeving geen verstorende cultuurtechnische activiteiten toegestaan zijn, is er niet één periode van het jaar dat hier gebouwd, gegraven of met vrachtwagens rond gereden kan worden. Heien, met bodemtrillingen in de weidse omgeving, is hier uitgesloten. Het bij de stukken gevoegde rapport ‘Quickscan Flora en Fauna’ van Bureau Gaia Ecologie, vormt voor enkele soorten een eerste verkennende aanzet, maar moet als een echt, grondig natuurrapport over deze omgeving, noodzakelijk voor de nodige natuurvergunningen, on­ deugdelijk en erg onvolledig bestempeld worden. Dit is begrijpelijk, aangezien de verzamelde natuurinformatie alleen maar berust op één veldbezoek van enkele uren op 27 september 2025 en daarnaast wat bureau-onderzoek naar natio­ nale databanken met natuurinventarisaties. Het is een foute aanname dat als een soort of broedvogel voor dit gebied niet vermeld staat in zo’n databank, die soort ook niet in dit gebied aanwezig is. Grondige natuurinventarisaties zijn in het projectgebied de afgelopen jaren niet uitgevoerd. Deiamaast weet onze vereniging wel, al luisterend en rond kijkend in deze omgeving, dat hier sprake is van een grote soortenrijkdom.

6

(Ter zijde: het misbruik door projectontwikkelaars en commerciële adviesbureau’s van deze natuur-databanken weerhoudt natuurkenners er nogal eens van om hun inventarisatiegegevens door te geven aan zo’n data-bank.) Zonder alle hier aanwezige diersoorten te bespreken, reageren wij hierna kort op enkele in het rapport genoemde diergroepen.

Vleermuizen In het rapport wordt het grootste deel over vleermuizen gevormd door overgeschreven alge­ mene teksten over de levenswijze van vleermuizen. (Dit is ook voor andere behandelde dier­ soorten het geval.) Daarna wordt gesteld dat er geen openingen in de schuur aanwezig zijn voor vleermuizen, terwijl piepkleine muizengaten bij dergelijk oude schuren altijd aanwezig zijn, en dat de indruk bestaat dat het geen belangrijk leefgebied voor vleermuizen vormt. Klaar is Kees. Dit is niet te bestempelen als een volwaardig onderzoek naar vleermuizen, die hier ongetwij­ feld jaarrond leven. Voor een regulier vleermuizen-onderzoek moet een onderzoeker het ge­ bied meerdere malen gedurende een jaar inventariseren, gebruik makend van een batdetector, die werkt met soort-specifieke vleermuisgeluiden. Vleermuizen zijn beschermde diersoorten, waarvan het leefgebied niet verstoord mag worden. Een specifieke vergunning is noodzakelijk voor ‘flora- en fauna-activiteiten’, zoals het slopen van de loods en terrein- en bouwwerkzaamheden. Noordse woelmuis Deze zeldzame en wettelijk zwaar beschermde soort (Rode Lijst soort, met de kwalificatie ‘kwetsbaar’) leeft in dit gebied, langs de Natarskreek en op de Slikken van Bommenede. Hun leefgebied mag niet verstoord worden.

Eerst moet, voorafgaande aan de aanvraag voor een specifieke soortenbeschermingsvergunning, die al of niet verleend kan worden, een grondig inventarisatie-onderzoek in het plangebied uitgevoerd worden. Onderzoek zal ook in het aan­ grenzende gebied moeten plaatsvinden, omdat de zware bouwactiviteiten ook de omgeving kunnen raken. De uitspraak in het rapport dat alvast met de bouw- en grondverzetmaatregelen begonnen kan worden en dat daarna dan een inventarisatie-onderzoek naar de Noordse woelmuis uitgevoerd kan worden is ‘uit de duim gezogen’. Door de ‘oorlog-situatie’ die ten gevolge van het bouw­ en graafgeweld in dit gebied zal ontstaan, worden woelmuizen veijaagd, en zijn dus nader­ hand niet meer aanwezig. Hijen in dit leefgebied van de Noordse woelmuis, waarbij de grondtrillingen ver uitstralen, is uitgesloten. Bouwactiviteiten tijdens de winterslaapperiode van deze soort zijn uitgesloten. Vogels Naast wat algemene teksten over enkele vogelsoorten is nauwelijks noodzakelijk informatie over de rijke vogelstand van de projectlocatie en de directe omgeving in dit rapport te vinden. Hiervoor moet eerst, in verband met noodzakelijke vergunningen, in ieder geval een uitge­ breide broedvogelinventarisatie uitgevoerd worden.

Dat dient ook plaats te vinden in de aan­ grenzende Natarskreek, waarin bijvoorbeeld in de rietkragen meer algemene, maar ook bij­ zondere rietvogels broeden, zoals Rietgors, Kleine karekiet. Bruine kiekendief, Rietzanger en wellicht Blauwborst. In de kreek broedt onder andere de Tafeleend. Deze broedvogels zullen sterk verstoord worden door de bouw- en grondwerkzaamheden in de nabijheid. Bouwactiviteiten mogen in de broedtijd niet plaatsvinden. Voor rietvogels is dat de periode 15 februari - 1 oktober. Mogelijk dat in de loods kerkuilen verblijven en/of broeden. Ook daarvoor is eerst nader veldonderzoek noodzakelijk.

7

Levendbarende hagedis Net als de Noordse woelmuis is de Levendbarende hagedis wettelijk een zwaar beschermde soort (Rode Lijst soort, met de kwalificatie ‘gevoelig’). Terecht wordt in het rapport aangege­ ven dat eerst inventariserend onderzoek in het projectgebied en de omgeving uitgevoerd moet worden, in verband met een mogelijke vergunningverlening. En dat moet dan ook weer uitge­ voerd worden voorafgaande aan de werkzaamheden, die anders deze diersoort al veijaagd zouden hebben. Deze hagedissen leven zowel op de aangrenzende Veerdijk als in het project­ gebied en pendelen op en neer. Verstoring door bouw- en graafwerkzaamheden tijdens de winterslaapperiode, septemberapril, is verboden. Stikstofgevoelige habitattypen Op de Slikken van Bommenede, deel uitmakende van het Natura 2000-gebied Grevelingen, zijn zeldzame vegetatietypen aanwezig die zijn aangewezen als N2000instandhoudingsdoelstellingen. Enkele van de hier aanwezige habitattypen zijn erg gevoelig voor extra stikstofdepositie, mogelijk veroorzaakt door het aangrenzende bouwproject, tijdens de aanleg-en gebruiksfase. Eén van die habitattypen betreft ‘vochtige duinvallei-vegetatie’, welke in dit gebied rijk is aan zeldzame soorten, zoals Pamassia, Moeraswespenorchis, Vleeskleurige orchis, Elerfstbitterling. Sierlijk vetmuur, Dwergzegge en Geelhartje.

Indien er hier sprake is van verhoogde stik­ stofdepositie, dan moet hiervoor eerst een specifieke omgevingsvergunning aangevraagd worden, die mogelijk niet verleend kan worden, zoals de recente jurisprudentie betreffende het stikstofbeleid aantoont. Bij de stukken voor dit project is bijgevoegd het rapport ‘Rapportage Stikstofdepositie’, opge­ steld door het bureau S&W Bouwkundig Ingenieurs, met AERIUS Calculator berekeningen. Echter, aan de conclusie van dit rapport, die natuurlijk luidt dat er geen significante effecten in het Natura 2000-gebied zullen zijn, kan nog weinig waarde gehecht worden. Dit, omdat het uitgaat van ingeschatte machine-uren gedurende de aanleg- en gebruiksfase. Hiervan valt niets te controleren, omdat er geen technische- en gebruiksinformatie over dit project beschikbaar is, bijvoorbeeld in de vorm van werkplannen en bestekstekeningen.

3.2 Archeologie en ontgrondingsvergunning In het rapport ‘Ruimtelijke onderbouwing Veerdijk 31 Zonnemaire’ opgesteld door Buro Kours, wordt het punt archeologie en cultuurhistorie besproken. Een gedeelte van het projectgebied heeft volgens het omgevingsplan de planologische dubbelbestemming ‘Archeologisch Onderzoeksgebied B’. Dit betekent dat als hier bodemberoerende inrichtingswerken uitgevoerd gaan worden, hiervoor eerst grondig archeologisch onder­ zoek door specialisten uitgevoerd moet worden. De kans op archeologisch objecten is hier mogelijk best groot, omdat in deze omgeving in verschillende perioden, al of niet omvangrij­ ke bewoning aanwezig was. In de nabijheid heeft de stad Bommenede gelegen. De criteria die bepalen of er wel of geen archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden zijn: - De grondbewerkingsoppervlakte is groter dan 5000 m2. De bewerkingsdiepte is meer dan een 0,5 m. Zonder dat er besteks- en inrichtingstekeningen beschikbaar zijn wordt in het rapport ‘brutaal’ gesteld dat deze grenzen niet overschreden worden en er dus geen archeologisch vooronder­ zoek plaats hoeft te vinden. 8

Echter, indien in dit verband de inrichtingsschets van het Buro Ruimte & Groen voor het parkgedeelte van dit projectplan beschouwd wordt, dan blijken hier uitgestrekte waterpartijen uitgegraven te gaan worden. Degelijke omvangrijke vergravingen tot onder het grondwater­ peil gaan natuurlijk veel dieper dan 0,5 m. Gezien de omvang van de vergravingen zou moge­ lijk ook het eerste criterium, 5000 m2, overschreden gaan worden. In ieder geval is specialistisch archeologisch vooronderzoek hier van te voren noodzakelijk. Bovendien zal dit ook door de provincie vereist worden, voordat de voor dit project noodza­ kelijke aanvraag voor een ontgrondingsvergunning behandeld zal worden.

4. Verzoek om naderhand aanvullende bezwaren in te dienen Gezien de te korte ter visie-Iegging van dit besluit en de vele procedurele tekortkomingen en het ontbreken van noodzakelijke projectinformatie, verzoeken wij u om onze vereniging de gelegenheid te geven om eventueel binnen vier weken vanaf de verzending van dit bezwaar­ schrift aanvullende bezwaren in te dienen.

Hoogachtend,

Dr. G.J.C. Buth, voorzitter

Drs. J.W. Beijersbergen, bestuurslid

9

Schouwen-Duiveland

Ondergetekende

in ontvangst genomen

heeft op

een brief dd.

van

........ )-.M

adres .....'Ö.V

onderwerp

I

Zieri

Handtekening;

n.aVu.VY

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16590514/1