2026.004 -Y. Burwinkel- Het sprookje van de Duinweg deel2 (1668432)
Tekst van het document
Renesse, 8 januari 2026 Aan de leden van de gemeenteraad van de Gemeente Schouwen-Duiveland Aan het College van Burgemeester en Wethouders Geachte leden, geacht College, Naar aanleiding van diverse media-uitingen betreffende de wijk ten zuiden van de Duinweg te Renesse hierbij een impressie van de gang van zaken. Yolande Burwinkel, Namens een groep bewoners van de wijk.
_____________________________________________ Het sprookje van de Duinweg of Gluren bij de Buren Er was eens… een mooie Duinweg aan zee. Je zou er maar mogen wonen. Dat is echter maar weinig mensen gegeven: van de 27 woningen staan er ongeveer 21 het grootste deel van het jaar leeg. In de winter waan je je er in een verlaten filmdecor. Het licht is gedimd, de acteurs zijn al naar huis. Na de watersnoodramp van 1953 verschenen hier de geschenkwoningen. Na vertrek van de tijdelijke bewoners aanvankelijk verhuurd door de Stichting, maar toen de onderhoudskosten te hoog werden, verkocht aan families die droomden van een vakantieplek aan zee. Vrijwel alle woningen werden nog steeds verhuurd, zodat iedereen kon meegenieten. Decennialang leefden bewoners, huurders en tweede-huisbezitters hier in harmonie. Niemand klaagde. Totdat een paar nieuwkomers besloten dat er sprake was van “overlast”. Opmerkelijk, want de actieve verhuur was in de loop der jaren juist sterk afgenomen: minder dan 18 procent van het oorspronkelijke aantal bleef over, op een totaal van 214 huizen. Bovendien staan alle woningen vrijstaand, op ruime percelen met eigen parkeerruimte. Toch ervoer een zeer klein groepje — twee voortrekkers, gesteund door enkele vazallen die vaak niet eens permanent in de wijk woonden — naar eigen zeggen “ernstige overlast” en zelfs “aantasting van de leefbaarheid”.
Huurders zouden parkeeroverlast veroorzaken, het groen aantasten, barbecueën, feesten en zich misdragen. Andere bewoners keken daar verbaasd van op; zij herkenden dit beeld totaal niet. Ook de gemeente zag geen structurele problemen en besloot na zorgvuldig overleg tot een ruimhartig verhuurbeleid. Logisch, want de unieke situatie in de buurt had nooit tot problemen geleid. Maar twee zelfbenoemde, niet-representatieve vertegenwoordigers van deze kleine minderheid lieten het er niet bij zitten. Met veel bombarie trokken zij naar de Raad van State. Na een overtuigend opgevoerd toneelstuk over nooit aangetoonde overlast oordeelde de Raad dat de gemeente procedurefouten had gemaakt en verwees zij het beleid terug naar de tekentafel. De verhuurders vertrouwden erop dat de gemeente nu met een redelijke oplossing zou komen. Tot hun schrik ontvingen zij echter een brief waarin stond dat verhuur nog slechts aan een zeer beperkte groep was toegestaan. Alle overige verhuur moest binnen zes weken worden beëindigd. Het behoeft geen betoog dat dit een grote teleurstelling was. Lang van tevoren geboekte vakanties moesten worden afgezegd, tot verdriet van huurders. Ook vaste bewoners spraken hun onbegrip uit: verhuur zorgde juist voor leefbaarheid en gezelligheid in de buurt.
Alsof dat nog niet genoeg was, besloten de aanstichters hun rol verder uit te breiden. Verblind door hun strijd tegen “ïllegale verhuur” trokken ze hun politie-pak uit de verkleedkist en besloten de gemeente eigenhandig een handje te helpen. In de wijk werd driftig gesurveilleerd. Auto’s, kentekens en bezoekers werden nauwlettend in de gaten gehouden. Men schroomde niet anderen op agressieve wijze aan te spreken op vermeende verhuur. Wie bezoek, familie of huurder was, bepaalden zij. Andere bewoners werden zo maar beschuldigd van structureel onrechtmatig en asociaal gedrag, en er ging een (anonieme) brief naar de gemeente met ongefundeerde verdachtmakingen en persoonlijke aanvallen. De afgeserveerde verhuurders voelden zich hierdoor geïntimideerd, bespioneerd en van hun privacy beroofd. Een eigenhandig opgerichte recherche- en controledienst, zonder mandaat. Die dienst neemt haar taak uiterst serieus. Staat er een auto met een ander of Duits kenteken voor de deur, dan volgt al snel een onaangekondigd en onaangenaam bezoek van handhaving. Bij voorkeur in het donker, met een zaklamp in de tuin, terwijl op harde toon verantwoording wordt geëist. Zo gebeurde het dat vrienden, familie en zelfs de woningeigenaren zélf hun aanwezigheid in hun eigen huis moesten legitimeren — terwijl er helemaal geen sprake was van verhuur.
Zoals in ieder goed sprookje bleek later dat de gemeente ergens een giftige appel in haar regelgeving had verstopt. Iedereen die niet staat ingeschreven, geldt als “recreatief verblijf” — en dat is streng verboden. Zelfs familie en vrienden dienen subiet het pand te verlaten wanneer de bewoner niet thuis is. De boze stiefmoeder beweerde in de Fabeltjeskrant nog dat logeren geen probleem was, maar in de praktijk wist de heraut toch een dwangsom uit de doos van Pandora te toveren. Het lijkt erop dat handhaving direct wordt aangestuurd door de zelfbenoemde buurtpolitie. Opvallend is daarbij de schijn van selectieve, persoonsgerichte handhaving. In veel huizen komt handhaving nooit, terwijl daar uitsluitend niet-ingeschrevenen verblijven. Met ruim 80 procent tweede woningen, gebruikt door families, kinderen, vrienden en bekenden, is het immers logisch dat je er vaak mensen aantreft die er niet “wonen”. En zo veranderde de Duinweg. Niet door huurders. Niet door bezoekers. Maar door een kleine minderheid die eerst een probleem verzon, zich vervolgens tot vertegenwoordiger en controleur uitriep en uiteindelijk zelf de meeste onrust veroorzaakte. Uiteraard te allen tijde anoniem. In sprookjes komt altijd het moment waarop de betovering wordt verbroken. Waarop men ziet dat het monster geen monster was — en dat de echte aanstichters hun ware gezicht achter anonimiteit verborgen.
Dit sprookje eindigt voorlopig dan ook niet met “ze leefden nog lang en gelukkig”, maar met de vraag: Wie heeft hier nu werkelijk problemen veroorzaakt? En wie durft te zeggen dat de keizer geen kleren heeft? Yolande Burwinkel Duinweg Renesse