CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20250701 Schriftelijke vragen CDA-Onderwijsakkoord

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen van een lid van de gemeenteraad ingevolge artikel 32 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland

Vragen ingevolge artikel 32 Reglement van orde

1.

2.

3.

4.

Bij raadsbrief van 16 juni 2025 heeft het college het Onderwijsakkoord 2025-2028, gesloten tussen gemeente en de besturen van de eilandelijke scholen voor primair en voortgezet onderwijs en kinderopvang, ter kennis gebracht van de raad. De raadsbrief benoemt dat het akkoord vier speerpunten bevat. Een van de meest in het oog springende onderwerpen, ook voor de media, is dat volgens de raadsbrief bij speerpunt 1 (soepele overgangen tussen opvang, basisschool en voortgezet onderwijs) door de partners bij het akkoord wordt ingezet op het onderzoeken van de mogelijkheid om een nevenvestiging van reformatorisch voortgezet onderwijs op het eiland te realiseren, zodat ook deze leerlingen thuisnabij onderwijs kunnen volgen. In het Onderwijsakkoord zelf is het voornemen als volgt verwoord: “Op dit moment bezoeken circa 500 leerlingen in de vo-leeftijd een school buiten het eiland. Dit betreft voornamelijk leerlingen met een reformatorische geloofsovertuiging. Het merendeel van deze leerlingen gaat naar school in Goes (Calvijn College) en Middelharnis (CSG Prins Maurits).

Vanuit de gezamenlijke schoolbesturen en de gemeente leeft de wens om de mogelijkheid te verkennen van een nevenvestiging van de CSG Prins Maurits en/of het Calvijn College, zodat ook reformatorische leerlingen thuisnabij naar school kunnen gaan en er voor alle leerlingen gemakkelijker afspraken te maken zijn over een doorlopende lijn tussen po en vo. De reformatorische schoolbesturen van het primair onderwijs nemen het voortouw bij het onderzoeken van deze mogelijkheid.” Deze passages in de raadsbrief en het Onderwijsakkoord roepen bij de CDA-fractie de volgende vragen op. Hoeveel van de genoemde 500 leerlingen hebben naar schatting een reformatorische geloofsovertuiging en hoeveel anderszins een protestants-christelijke geloofsovertuiging? In het Onderwijsakkoord wordt gesteld dat vanuit de gezamenlijke schoolbesturen en de gemeente de wens leeft om de mogelijkheid te verkennen van een nevenvestiging van de CSG Prins Maurits en/of het Calvijn College. Wordt met gezamenlijke schoolbesturen alleen de eilandelijke schoolbesturen bedoeld (en dus niet CSG Prins Maurits en Calvijn College?).

Leeft deze wens bij alle schoolbesturen, inclusief het bestuur van het Pieter Zeeman Lyceum? Hoe is de genoemde wens bij de gemeente ontstaan en is dit ooit met de raad besproken? In hoeverre zijn de besturen van genoemde VO-instellingen (CSG Prins Maurits en Calvijn College) tot nu toe betrokken bij, gekend in en/of geïnformeerd over het voornemen de mogelijkheid te verkennen van een nevenvestiging? Bij dit speerpunt wordt gesproken over reformatorische leerlingen, maar één van de genoemde scholen, de CSG Prins Maurits, is geen reformatorische school en heeft

een bredere protestants-christelijke grondslag. Waarom is de focus van het onderzoek dan op reformatorische leerlingen? En in hoeverre zijn ook de schoolbesturen van Lithora en Op Dreef Bruinisse betrokken bij het onderzoek? Ingediend namens de CDA-fractie door André Flikweert

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15752338/1