2025.470 Bijlage 6 Planregels Kloosterweg Dillingsweg (1518180)
Tekst van het document
TAM- Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Kloosterweg 8 Noordgouwe & Dillingsweg 20-24 Sirjansland Regels Gemeente Schouwen- Duiveland November 2025
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling www.burokours.nl
Tel 06 466 27 079
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling www.burokours.nl
Tel 06 466 27 079
Titel
: TAM- Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Kloosterweg 8 Noordgouwe & Dillingsweg 20-24 Sirjansland
Kenmerk
: NL.IMRO.1676.00407TAMopNG
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Ontwerp
:
Concept ontwerp
: 25 November 2025
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
TAM- Omgevingsplan- hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
INHOUDSOPGAVE
Regels
6
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
7
Artikel 1. Begripsbepalingen
7
Artikel 2. Aanvullende begripsbepalingen
7
Artikel 3. Toepassingsbereik Artikel 4. Meet-, en rekenbepalingen
11 11
Hoofdstuk 2 Algemene regels
13
Artikel 5. Normadressaat
13
Artikel 6. Anti- dubbeltelregel Artikel 7. Parkeren
13 13
Hoofdstuk 3 Gebruiksactiviteiten
14
Artikel 8. Gebruiksactiviteiten anders dan toegestaan Artikel 9. Agrarisch
14 14
Artikel 10. Groen- Landschappelijk Artikel 11. Wonen
17 17
Hoofdstuk 4 Bouwactiviteiten
19
Artikel 12. Algemene bouwregels
19
Artikel 13. Bouwen van een woning- vergunningplicht
19
Artikel 14. Bouwen van agrarische bebouwing- vergunningplicht Artikel 15. Bouwen in archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht
20 24
Hoofdstuk 5 Aanlegactiviteiten
25
Artikel 16. Werkzaamheden in archeologisch waardevol gebied
25
Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotregels
27
Artikel 17. Overgangsrecht bouwwerken
27
Artikel 18. Overgangsrecht gebruik
27
BIJLAGEN
28
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
4
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
5
REGELS Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het wijzigen van de agrarische bestemming van de voormalige agrarische bedrijfswoning aan de Dillingsweg 24 naar een woonfunctie en het verplaatsen van een deel van de kasrechten naar de Kloosterweg 8 in Noordgouwe. Aan de Kloosterweg kan het areaal aan glasopstanden worden uitgebreid. Dit TAMomgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22d' gelezen worden.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
6
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1. Begripsbepalingen Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.
Artikel 2. Aanvullende begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22d gelden de volgende begripsbepalingen: 2.1 TAM- omgevingsplan Het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d ‘Kloosterweg 8 Noordgouwe & Dillingsweg 20-24 Sirjansland’ met identificatienummer N.IMRO.1676.00407TAMopNG van de gemeente Schouwen- Duiveland. 2.2 Omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. 2.3 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.4 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 2.5 Aanduidingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens. 2.6 Afgewerkt terrein De gemiddelde hoogte van de grond die bouwwerken omringt; bij hellende terreinen: het hoogste punt van de grond die bouwwerken omringt. 2.7 Agrarisch bedrijf Een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a.
Grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. Akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. Bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen; 3. Fruitteelt: de teelt van fruit op open grond;
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
7
4. Grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond waarvoor in de bedrijfsvoering de weidegang essentieel is; 5. Paardenfokkerij: het fokken van paarden en het houden van paarden ten behoeve van de vlees- en/of melkproductie; 6. Sierteelt: de teelt van siergewassen op open grond al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; b. Niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. Glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; 2. Intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen; 3. Intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-,of legdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; c. Aquacultuur: de teelt van (zout)watergebonden organismen waaronder begrepen zagers, schelpdieren en vissen; d. Overige teelten van gewassen of dieren al dan niet in gebouwen. 2.8 Archeologische deskundige De provinciaal archeoloog van Zeeland, de Rijksarcheoloog van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of een ander deskundig archeologisch adviesbureau. 2.9 Archeologische waarde De in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak.
2.10 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 2.11
Bed & breakfast
Een nevenactiviteit voor kortdurend toeristisch verblijf bij de hoofdbewoner(s) van een woning waar logies, al dan niet met ontbijt, wordt aangeboden met maximaal 5 slaapplaatsen voor maximaal 5 overnachtende gasten. 2.12 Bedrijfsgebouw Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten. 2.13 Beroep of bedrijf aan huis Het gebruik van een gedeelte van een woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit door de bewoner, gericht op het uitoefenen van ambachtelijk bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk of het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, haarverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
8
2.14 Bijgebouw Een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat functioneel en architectonisch ondergeschikt is aan een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw. 2.15 Boerderij- en streekproducten Al dan niet bewerkte agrarische producten, afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf of van andere agrarische bedrijven uit de streek (Schouwen-Duiveland). 2.16 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.17 Bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 2.18 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 2.19
Dagrecreatieve voorzieningen
Voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van extensieve dagrecreatie. 2.20 Erf Al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat, blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het bouwperceel waarop dat gebouw is geplaatst. 2.21
Erfgrens
De grens van het erf 2.22
Gevellijn
Denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwpereelgrenzen, dan de aangeduide lijn. 2.23
Kassen
Gebouwen van glas of ander lichtdoorlatend materiaal (ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering) met een hoogte van 1,5 meter of meer. 2.24
Kleinschalige nevenactiviteiten
Niet-agrarische activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een (voormalig) agrarisch bouwvlak waaronder kleinschalige dagrecreatieve activiteiten.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
9
2.25 Mestbassins Voorzieningen niet zijnde bouwwerken ten behoeve van de opslag van mest, zoals mestzakken, foliebassins en daarmee vergelijkbare vormen van mestopslag. 2.26 Mestopslagruimten Bouwwerken ten behoeve van de opslag van mest. 2.27 Overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 2.28 Voorgevellijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de meest naar de weg zijde gekeerde deel van een hoofdgebouw (voorgevel) tot aan de perceelsgrenzen. 2.29 Vrijstaand Een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw. 2.30 Waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie of waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, (riool)gemalen en inlaten. 2.31 Wateropslagruimten Bouwwerken, waaronder bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opslag van water zoals wateropslagtanks en daarmee vergelijkbare vormen van wateropslag. 2.32 Wateropslagvoorzieningen Voorzieningen, niet zijnde bouwwerken, ten behoeve van de opslag van water, zoals foliebassins en daarmee vergelijkbare vormen van wateropslag. 2.33 Weg Voor het openbaar verkeer openstaande weg inclusief de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten.
2.34 Woning Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 2.35 Zijdelingse perceelsgrens De grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
10
Artikel 3. Toepassingsbereik 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, | of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid; 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk; 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1676.00407TAMopNG zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl
Artikel 4. Meet-, en rekenbepalingen De regels in artikel 22.24 zijn niet van toepassing op de locatie bedoeld in artikel 3, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk/ titel of afdeling. 4.1 Afstand De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 4.2 De dakhelling De dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 4.3 De bouwhoogte van een antenne-installatie a. In geval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. In geval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 4.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 4.5 De breedte, lengte en diepte van een bouwwerk Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 4. 6 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c. q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
11
4. 7 De oppervlakte van een bouwwerk Gemeten in de verticale projectie op het bouwterrein van de grootste buitenwerkse maten van de (denkbeeldige) gevels, exclusief overstekken tot 50 centimeter, boven het afgewerkte maaiveld en eventueel tot het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur. 4. 8 De vloeroppervlakte De gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580. 4. 9 De brutovloeroppervlakte De brutovloeroppervlakte volgens NEN 2580. 4. 10 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
12
HOOFDSTUK 2 ALGEMENE REGELS Artikel 5. Normadressaat Diegene die de activiteit verricht, dan wel laat verrichten, draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit, tenzij elders in dit hoofdstuk anders is bepaald.
Artikel 6. Anti- dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van activiteiten waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere activiteiten buiten beschouwing.
Artikel 7.
Parkeren
Omgevingsvergunningen als bedoeld in dit TAM-omgevingsplan worden alleen verleend als: a. Bij nieuwbouw en/of uitbreiding van gebouwen op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid is/wordt voorzien en in stand wordt gehouden, overeenkomstig het 'Parkeerbeleid 2017-2020' of het daarvoor in de plaats tredende parkeerbeleid. Hierbij wordt de parkeernorm berekend over het nieuw te bouwen of het te wijzigen gedeelte; b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid: 1. Indien op een andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien, in het geval dat de noodzakelijke parkeergelegenheid in onvoldoende mate op eigen terrein kan worden gerealiseerd; 2. Door af te wijken van de toe te passen parkeernorm indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden in het ‘Parkeerbeleid 2017-2020' of het daarvoor in de plaats tredende parkeerbeleid.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
13
HOOFDSTUK 3 GEBRUIKSACTIVITEITEN Artikel 8. Gebruiksactiviteiten anders dan toegestaan Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
Artikel 9.
Agrarisch
9.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als agrarisch. 9.2 Bedrijfsactiviteiten- toegestaan Ter plaatse van de locatie ‘Agrarisch’ zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. De uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.4.4; b. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- Glastuinbouw’ een agrarisch bedrijf met glastuinbouw als hoofdtak; c. Ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- huisvesting tijdelijke werknemers’: het huisvesten van maximaal 25 tijdelijke werknemers in wooneenheden; d. Ter hoogte van de aanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- landschappelijke inpassing’: uitsluitend opgaande beplanting ten behoeve van de visuele afscherming van bebouwing alsmede afscherming van woonfuncties van derden tegen drift afkomstig van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische productiepercelen; e. Kleinschalige nevenactiviteiten; f. Het verkopen van boerderij-, of streekproducten met een oppervlakte van ten hoogste 150m2 per bouwvlak; g. Het wonen in een bedrijfswoning; h. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, natuurvriendelijke oevers, water, laad- en i.
losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen; Bij deze bestemming behorende ondergeschikte voorzieningen zoals voet-, en fietspaden, inritten, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, wateropslagvoorzieningen en groenvoorzieningen.
9.3 Voorwaardelijke verplichting 9.3.1 Voorwaardelijke verplichting Kloosterweg 8 Noordgouwe Het gebruik van glasopstanden ter hoogte van de gronden die op de verbeelding zijn aangemerkt met ‘Specifieke vorm van Agrarisch- Glastuinbouw’ ter hoogte van het glastuinbouwbedrijf aan de Kloosterweg 8 in Noordgouwe is uitsluitend toegestaan, mits binnen een jaar na het onherroepelijk worden van onderliggend TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d ‘Kloosterweg 8 Noordgouwe & Dillingsweg 20-24 Sirjansland’ binnen de aanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- Landschappelijke inpassing’ wordt voorzien in
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
14
de aanleg van landschapselementen zoals weergegeven in bijlage 2B en 2C van deze regels en alle landschapselementen vervolgens duurzaam in stand worden gehouden. 9.4 Specifieke regels voor gebruik 9.4.1 Beroep of bedrijf aan huis- toegestaan Het beroepsmatig of bedrijfsmatig gebruik van een woning en bijbehorende bouwwerken is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 50 m² vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf; b. Het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning; c. Naast de uitoefening door de bewoner is ten behoeve van het beroep of bedrijf ten hoogste één extra arbeidsplaats toegestaan; d. Er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7. e. Uitsluitend ondergeschikte detailhandel is toegestaan, waarbij een webwinkel (zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden voor consumenten) wel is toegestaan; f. Niet toegestaan is: 1. Horeca; 2. Een seksinrichting; 3. Buitenopslag van goederen; 4. Verlichte of opvallende reclame-uitingen die zichtbaar zijn aan de gevel. 9.4.2 Huisvesting tijdelijke werknemers- toegestaan Het huisvesten van tijdelijke werknemers is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
Huisvesting vindt plaats ter hoogte van de in de verbeelding opgenomen aanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- huisvesting tijdelijke werknemers’: b. De te huisvesten werknemers zijn verbonden aan het agrarische bedrijf ter c.
plaatse; Er worden maximaal 25 personen gehuisvest;
d. Aangetoond wordt dat er een beheerplan is opgesteld waarin beheer en toezicht
e.
is geregeld en goedgekeurd door B&W en beheer en toezicht wordt gereguleerd conform het beheerplan zoals is opgenomen in bijlage 1; Gebruik van huisvesting mag voor maximaal 2 jaar per persoon plaatsvinden;
9.4.3 Bed & Breakfast- toegestaan Het aanbieden van bed & breakfast in een woning is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende aanvullende voorwaarden: a.
De bed & breakfast vindt plaats in de woning of in een vrijstaand bijbehorend
bouwwerk; b. De woning wordt permanent bewoond door de hoofdbewoner(s) die tevens ook de bed & breakfast exploiteert; c.
Een bed & breakfast beslaat minder dan 50% van het vloeroppervlakte van de woning waarbij er in de woning een compleet woonprogramma resteert voor de permanente hoofdbewoner; TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
15
d. Er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7. e. Er is geen volwaardige kookgelegenheid toegestaan. Een kitchenette is wel toegestaan; f. Er worden maximaal 5 slaapplaatsen aangeboden. 9.4.4 a.
Specifieke beoordelingsregels- fruit-, bollen en sierteelt Fruit-, bollen en sierteelt ter plaatse van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter van woonfuncties van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) is niet toegestaan;
9.4.5 a.
Specifieke beoordelingsregels- verlichting van kassen Het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting in kassen is niet toegestaan, tenzij de kassen (gevel en dak) aan de binnenzijde volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling; b. Het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting in boog- en gaaskassen is niet toegestaan.
9.4.6 Specifieke beoordelingsregels- gebruik van gronden Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a.
De opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een bouwstede of bouwvlak, is niet toegestaan; b. De opslag van dierlijke mest, anders dan in een mestopslagruimte, in hoeveelheden groter dan 600 m³, is niet toegestaan; c. De opslag van dierlijke mest ten behoeve van handelsdoeleinden, is niet toegestaan; d. Het gebruik van kuilvoerplaten en sleufsilo's ten behoeve van de opslag van producten die niet afkomstig zijn van, of worden gebruikt op, het eigen agrarisch e.
bedrijf, is niet toegestaan; Het gebruik van mestbassins buiten het bouwvlak of de bouwstede, is niet toegestaan;
f. Containervelden zijn buiten een bouwvlak of bouwstede niet toegestaan; g. Het gebruik van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode van langer dan 10 weken is niet toegestaan; h. Het aanbieden van kampeerfaciliteiten is niet toegestaan; i. j.
Paardenbakken zijn niet toegestaan; Het gebruik van (een deel van) de gebouwen als seksinrichting is niet toegestaan;
k.
Detailhandel, anders dan een plattelandswinkel met een oppervlak van ten hoogste 150 m² of het verkopen van boerderij- of streekproducten met een oppervlak van ten hoogste 150 m² per bouwvlak, is niet toegestaan.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
16
Artikel 10. Groen- Landschappelijk 10.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Groen- Landschappelijk’. 10.2 Landschappelijke groenactiviteiten- toegestaan Ter plaatse van de functie ‘Groen- landschappelijk’ zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. Landschappelijke inpassing door opgaande beplanting ter visuele afscherming van bebouwing en bouwwerken en afscherming van woonfuncties van derden tegen drift als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische productiepercelen; b. De opgaande beplanting ter hoogte van de functie ‘Groen- landschappelijk’ wordt uitgevoerd als groenblijvende haag van minimaal 2 meter hoog en 3 meter breed; c. Met daaraan ondergeschikte voorzieningen zoals waterpartijen, taluds, oevers, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Artikel 11. Wonen 11.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Wonen’. 11.2 Woonactiviteiten - toegestaan Ter plaatse van ‘Wonen’ zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. Het wonen in een woning waarbij het aantal woningen niet meer bedraagt dan één; b. Met daaraan ondergeschikte voorzieningen zoals groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en erven. 11.3 Bed & breakfast - toegestaan Het aanbieden van bed & breakfast in een woning is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende aanvullende voorwaarden: a.
Bed & breakfast vindt uitsluitend plaats in de woning, of in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; b. De woning wordt permanent bewoond door de hoofdbewoner(s) die tevens ook de bed & breakfast exploiteert; c.
Een bed & breakfast beslaat minder dan 50% van het vloeroppervlakte van de woning waarbij er in de woning een compleet woonprogramma resteert voor de permanente hoofdbewoner;
d. Er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
17
e. f.
Er is geen volwaardige kookgelegenheid toegestaan. Een kitchenette is wel toegestaan; Er worden maximaal 5 slaapplaatsen aangeboden.
11.4 Beroep of bedrijf aan huis - toegestaan Het beroepsmatig of bedrijfsmatig gebruik van een woning en bijbehorende bouwwerken is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 50 m² vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf; b. Het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning; c. Naast de uitoefening door de bewoner is ten behoeve van het beroep of bedrijf ten hoogste één extra arbeidsplaats toegestaan; d. Er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7. e. Uitsluitend ondergeschikte detailhandel is toegestaan, waarbij een webwinkel (zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden voor consumenten) wel is toegestaan; f. Niet toegestaan is: 1. Horeca; 2. Een seksinrichting; 3. Buitenopslag van goederen; 4. Verlichte of opvallende reclame-uitingen die zichtbaar zijn aan de gevel.
11.5 Voorwaardelijke verplichting 11.5.1 Voorwaardelijke verplichting Dillingsweg 20 – 24 Sirjansland Het gebruik van de woning binnen de functie ‘Wonen’ aan de Dillingsweg 20- 24 in Sirjansland kan uitsluitend plaatsvinden indien ter hoogte van de gronden die op de verbeelding zijn aangemerkt met ‘Groen- Landschappelijk’, een groenblijvende haag wordt gerealiseerd van ten minste 3 meter breed en 2 meter hoog die duurzaam in stand wordt gehouden. Dit ter bescherming tegen drift als gevolg van het gebruik van de mogelijke inzet van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische percelen van derden die binnen een afstand van 50 meter van het woonperceel aanwezig zijn.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
18
HOOFDSTUK 4 BOUWACTIVITEITEN Artikel 12. Algemene bouwregels a. Bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht voor zover deze passen binnen de functies dan wel activiteiten zoals toegelaten in dit TAM-omgevingsplan; b. Bij het bouwen van bouwwerken als genoemd in de artikelen 12, 13, 14 en 15 moet voldaan worden aan de regels zoals genoemd in Artikel 16.
Artikel 13. Bouwen van een woning- vergunningplicht 13.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen van een woning op gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Wonen’. 13.2 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de functie ‘Wonen’ uitsluitend worden gebouwd: a. Gebouwen; b. Bijbehorende bouwwerken; c.
Bouwwerken geen gebouwen zijnde.
13.3 Beoordelingsregels- bouwen woning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van een woning alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het oprichten van een woning is uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak en in de hoedanigheid van een vrijstaande woning binnen de aanduiding ‘vrijstaand’; b. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10,00 meter; c. De goothoogte bedraagt maximaal 6,00 meter; d. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; e. De afstand van een woning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2,5 meter; f.
13.4
De inhoud van een woning, inclusief aan-, en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 750m3. Beoordelingsregels- Bouwen bijbehorende bouwwerken
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van bijbehorende bouwwerken alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
De totale bebouwde oppervlakte van het bouwperceel, overkappingen meegerekend bedraagt maximaal 50%; b. De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 60 m² per woning; c.
De goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,30 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter;
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
19
d. De hoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter; e. Een bijbehorend bouwwerk of overkapping wordt minimaal 3 meter achter de voorgevellijn van de woning gebouwd; f. De afstand van een bijbehorend bouwwerk of overkapping tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 1 meter. 13.5 Beoordelingsregels- Bouwen bouwwerken, geen gebouwen zijnde De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De hoogte van erfafscheidingen voor de voorgevellijn bedraagt maximaal 1 meter; b. De hoogte van erfafscheidingen achter de voorgevellijn bedraagt maximaal 2 meter; c. De hoogte van licht-, en vlaggenasten en overige masten bedraagt maximaal 8 meter; d. De hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2 meter.
Artikel 14. Bouwen van agrarische bebouwing- vergunningplicht 14.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen van agrarische bedrijfsbebouwing op gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Agrarisch’. 14.2 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de functie agrarisch aansluitend aan bestaande bebouwing uitsluitend worden gebouwd: a. Gebouwen; b. Bijbehorende bouwwerken; c. Bouwwerken geen gebouwen zijnde; 14.3 Beoordelingsregels- Bouwen Agrarische bedrijfsgebouwen en overkappingen, uitgezonderd kassen De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen en overkappingen, uitgezonderd kassen alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Tenzij in artikel 14.4 tot en met artikel 14.6 specifieke bepalingen zijn opgenomen voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen, gelden de volgende regels: 1. Bedrijfsgebouwen en overkappingen worden uitsluitend gerealiseerd binnen een bouwvlak; 2. Indien gebouwen en overkappingen niet aaneen worden gebouwd, bedraagt de onderlinge afstand ten minste 3 meter; 3. De maximale bouwhoogte bedraagt 12,00 meter; 4. De maximale goothoogte bedraagt 6,00 meter. TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
20
b. De bedrijfsvloeroppervlakte van bedrijfsbebouwing ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf uitgezonderd kassen, ter hoogte van de maatvoeringsaanduiding 'Maximum toelaatbaar bedrijfsvloeroppervlak glastuinbouwbedrijf' bedraagt maximaal de in de verbeelding opgenomen waarde. 14.4 Beoordelingsregels- Bouwen Agrarische bedrijfswoning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van een agrarische bedrijfswoning alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het oprichten van een nieuwe (eerste) bedrijfswoning is niet toegestaan; b. Voor sloop en herbouw en bestaande bedrijfswoningen gelden de volgende regels; 1. Herbouw is uitsluitend toegestaan op dezelfde locatie; 2. De toegestane bouwhoogte van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 10 meter; 3. De toegestane goothoogte van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 6 meter; 4. De toegestane inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m3; 5. De afstand van een woning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2,5 meter; 6. Bij een bedrijfswoning zijn bijgebouwen en overkappingen toegestaan: o o o
Tot een maximale gezamenlijke oppervlakte van 60m2; Met een maximale bouwhoogte van 6 meter; Met een maximale goothoogte van 3 meter.
14.5 Beoordelingsregels- Bouwen Kassen De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van kassen alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Kassen en daarbij behorende bouwwerken ten behoeve van de energievoorzieningen en wateropslagruimten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functie 'Specifieke vorm van Agrarisch- Glastuinbouw'; b. De bedrijfsvloeroppervlakte van kassen ter hoogte van de aanduiding 'Specifieke vorm van Agrarisch- Glastuinbouw' bedraagt het maximaal toelaatbare bedrijfsvloeroppervlak aan kassen ten hoogste de in de verbeelding opgenomen waarde; c.
De bouwhoogte van kassen bedraagt maximaal 8,00 meter;
d. De goothoogte van kassen bedraagt maximaal 6,00 meter. 14.6
Beoordelingsregels- Bouwen huisvesting tijdelijke werknemers
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van huisvesting voor tijdelijke werknemers alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
Het oprichten van woonvoorzieningen voor tijdelijke werknemers is uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- huisvesting tijdelijke werknemers’;
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
21
b. De bouwhoogte en goothoogte van gebouwen ten behoeve van de huisvesting van tijdelijke werknemers bedraagt niet meer dan in de verbeelding opgenomen waarden. 14.7 Beoordelingsregels- Bouwen Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Bij het bouwen van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen een bouwvlak: 1. Voor mestopslagruimten als zelfstandige bouwwerken geldt het volgende: a. Het realiseren van mestopslagruimten is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. Maximale bouwhoogte bedraagt 7 meter; c. Maximale goothoogte bedraagt 5 meter; d. Maximale inhoud bedraagt 2.500m3; 2. De bouwhoogte van een voedersilo bedraagt maximaal 12 meter; 3. De bouwhoogte van een kunstobject bedraagt maximaal 3 meter; 4. De bouwhoogte van overige bouwwerken of overkappingen geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 1 meter. b. Bij het bouwen van Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde buiten een bouwvlak: 1. Kuilvoerplaten en sleufsilo’s, mits deze direct aansluitend op het bouwvlak worden gerealiseerd; 2. Terreinafscheidingen; 3. Ter plaatse van de aanduiding ‘randzone’ zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan; c. De bouwhoogte van een sleufsilo bedraagt maximaal 2,00 meter; d.
De bouwhoogte van overige bouwwerken of overkappingen geen gebouw zijnde e.
bedraagt maximaal 1 meter. Ter hoogte van de aanduiding ‘Overige agrarische bedrijfsgebouwen- toegestaan’ is het oprichten van bedrijfsgebouwen, uitgezonderd kassen ten behoeve van een agrarisch bedrijf mogelijk.
14.8
Beoordelingsregels- Bouwen wateropslagruimten en
wateropslagvoorzieningen De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de bouw van wateropslagruimten en wateropslagvoorzieningen alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
Wateropslagruimten zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak ter hoogte van de functie 'Specifieke vorm van Agrarisch- glastuinbouw' danwel binnen de aanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- wateropslagruimten’;
b. wateropslagvoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functie 'Specifieke vorm van Agrarisch- glastuinbouw' dan wel direct aansluitend aan deze functie tot een bouwhoogte van maximaal 1 meter.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
22
c.
De maatvoering van bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van de opslag van (hemel)water bedraagt niet meer dan in de verbeelding opgenomen waarden; d. De bouwhoogte van een wateropslagruimte bedraagt maximaal 6 meter, tenzij in de verbeelding een andere maatvoering is opgenomen; 14.9 Aanvullende beoordelingsregels- aanleg containervelden De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor de aanleg van containervelden alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het containerveld heeft een oppervlakte van ten hoogste 1 ha; b. Het containerveld is gelegen aansluitend aan een bouwvlak; c. De aanleg van een containerveld leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van naastgelegen percelen; d. Voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van ten minste 5 m; e. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
23
Artikel 15. Bouwen in archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht 15.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en andere bouwwerken ter plaatse van de aanduidingen: a. ‘Waarde- Archeologisch onderzoeksgebied A’ b. ‘Waarde- Archeologisch onderzoeksgebied B’ 15.2 Beoordelingsregels In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten als bedoeld in de artikelen 12, 13 en 14 geldt dat er uitsluitend mag worden gebouwd als er sprake is van: a. Vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. Een bouwwerk met een oppervlakte van: 1. Ter hoogte van de aanduiding ‘Waarde- Archeologisch onderzoeksgebied A’ een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2500m2; 2. Ter hoogte van de aanduiding ‘Waarde- Archeologisch onderzoeksgebied B’ een oppervlakte beslaan van ten hoogste 5000m2; c.
Een bouwwerk, dat niet dieper wordt gebouwd dan 50 cm.
15.3 Specifieke beoordelingsregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2 ten behoeve van een bouwactiviteit groter dan toegestaan onder 15.2 b danwel dieper dan toegestaan onder 15.2c indien: a. De aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. b. Het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport, met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie, niet nodig is. 15.4
Vergunningvoorschriften
Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen danwel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
24
HOOFDSTUK 5 AANLEGACTIVITEITEN Artikel 16. Werkzaamheden in archeologisch waardevol gebied 16.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op werken en werkzaamheden in de bodem ter plaatse van de aanduidingen: a. 'Waarde – Archeologisch onderzoeksgebied A’ b. 'Waarde – Archeologisch onderzoeksgebied B’ 16.2 Werken en werkzaamheden- toegestaan Het is toegestaan om werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren die: a. Een maximale oppervlakte beslaan van: 1. Ter plaatse van de aanduiding Waarde – Archeologisch onderzoeksgebied A’: ten hoogste 2500 m²; 2. Ter plaatse van de aanduiding Waarde – Archeologisch onderzoeksgebied B’ ten hoogste 5000 m²; b. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. Ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 16.3 Werken en werkzaamheden - vergunningplicht Het is, indien niet voldaan wordt aan artikel 16.2, verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren voor zover deze plaatsvinden op een grotere diepte dan 0,50 meter: a.
Het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. Het ophogen van de bodem met maximaal 0,50 meter; c. Het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. Het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e.
Het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven
f.
van voorwerpen in de grond; Het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft;
g. Het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. Het omzetten van grasland in bouwland; i.
Het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
25
16.4 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. 16.5 a.
Beoordelingsregels De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 16.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; b. De vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te verlenen, vraagt het bevoegd gezag aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in lid 16.5 onder a en b. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.
16.6
Vergunningvoorschriften
Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem (technische maatregelen), het doen van opgravingen danwel het begeleiden van de werken of werkzaamheden door een archeologisch deskundige.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
26
HOOFDSTUK 8 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 17. Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. Gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. Na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Artikel 18. Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM- Omgevingsplan en hiermee is strijd is mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan één jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten, d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende (bestemmings)plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
27
BIJLAGEN
1.
Beheerplan
2.
A. Rapportage landschappelijke inpassing B. Inpassingsplan Kloosterweg 8 Noordgouwe C. Beplantingsplan Kloosterweg 8 Noordgouwe
TAM- Omgevingsplan- - hoofdstuk 22d- Kloosterweg 8 & Dillingsweg 20-24
28