CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.467 Bijlage 1 Was-wordt-tabel vermogensvaststelling Participatiewet (1642121)

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging op de beleidsregels over de vermogensvatstelling in de Participatiewet In rood staan de wijzigingen op het oude artikel.

Artikel

Was

Wordt

Toelichting / Reden wijziging

Oud: Nieuw: Artikel 1

Er stonden geen definities in de oude beleidsregels. Artikel 1 was direct een inhoudelijk artikel.

Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

In het nieuwe artikel 1 worden er nu definities opgesomd. Dit maakt de beleidsregels duidelijker en toegankelijker.

-

Awb: Algemene Wet Bestuursrecht;

-

College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente SchouwenDuiveland;

-

Exclusief motorvoertuig: een motorvoertuig van een zodanige aard of uitvoering dat dit niet als algemeen gebruikelijk bezit wordt gezien, zoals een luxe, sportief of recreatief model;

-

Motorvoertuig: een voertuig dat wordt voortbewogen door een motor. Hiervan is uitgesloten een bromfiets, scooter, brommobiel, snorfiets en MMBS.

-

Oldtimer: een motorvoertuig van 40 jaar of ouder, gemeten vanaf de datum van de eerste toelating, zoals vastgesteld door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW).

-

Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet;

-

Vermogensgrens: de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34, lid 3 van de wet;

-

Wet: de Participatiewet

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben

dezelfde betekenis als in de wet. Oud: Artikel 1 Nieuw: Artikel 2

Artikel 1. In aanmerking te nemen waarde 1. Een auto of motor met een waarde tot maximaal € 1.500,-- wordt beschouwd als algemeen gebruikelijk. Indien de waarde meer bedraagt dan € 1.500,-- wordt de meerwaarde aangemerkt als vermogen. 2. Caravans en boten worden niet beschouwd als algemeen gebruikelijk. De waarde hiervan dient derhalve volledig te worden meegenomen in de vermogensvaststellingber ekening.

Artikel 2. In aanmerking te nemen waarde 1. Een motorvoertuig met een waarde tot maximaal € 3.350 wordt beschouwd als algemeen gebruikelijk. Als een motorvoertuig een waarde heeft van € 3.350 of meer, dan wordt de meerwaarde aangemerkt als vermogen. 2. Caravans, campers, vrachtwagens, tractoren, jachten en boten worden niet beschouwd als algemeen gebruikelijk. De waarde hiervan wordt daarom volledig meegenomen in de vermogensvaststellingbe rekening.

1. Het bedrag is geactualiseerd en gelijk getrokken met het vermogensbedrag dat door SABEWA wordt gehanteerd bij de beoordeling van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dit bedrag wordt beschouwd als algemeen gebruikelijk. De keuze om aan te sluiten bij het door SABEWA gehanteerde vermogensbedrag is, omdat dit bedrag is gebaseerd op landelijke normen die aansluiten bij het sociaal minimum. Daarmee vormt het een objectief en actueel referentiepunt voor de beoordeling van draagkracht bij personen met een laag inkomen. 2. De opsomming van voertuigen die niet worden aangemerkt als algemeen gebruikelijk is uitgebreid.

Oud: Artikel 2 Nieuw: Artikel 3

Artikel 2 Waardevaststelling 1. Gaat het om één auto of motor van 8 jaar of ouder, dan wordt (in de lijn van het bestaand beleid) voor de vermogensvaststelling aangenomen dat de waarde hiervan onder de maximale grens ligt van € 1.500,-.Verder onderzoek kan in dat geval achterwege blijven. 2. Voor de vaststelling van de waarde van auto’s en motoren jonger dan 8 jaar wordt uitgegaan van de koerslijst van de ANWB(inruilprijs). 3. Voor de vaststelling van de waarde van caravans wordt uitgegaan van de caravan koerslijst van de ANWB (inruilprijs) 4. Voor de vaststelling van de waarde van boten moet de belanghebbende een taxatierapport overleggen. 5. Is de auto, motor, boot, caravan recent

Artikel 3. Vermogensvaststelling 1. Voor de vaststelling van de waarde van motorvoertuigen ouder dan 18 jaar wordt voor de vermogensvaststelling aangenomen dat de waarde hiervan onder de € 3.350 ligt. Verder onderzoek kan in dat geval achterwege blijven.

1. Het De ANWB-koerslijst berekend de waarde voor voertuigen tot 18 jaar. Daarom nemen we deze leeftijd om aan te nemen dat de waarde van motorvoertuigen die ouder dan 18 jaar zijn, onder de € 3.350 ligt (het door SABEWA gehanteerde vermogensbedrag). 2. Zie de toelichting van lid 1.

2. Voor de vaststelling van de waarde van motorvoertuigen jonger dan 18 jaar wordt uitgegaan van de ANWBkoerslijst (inruilwaarde). 3. Voor de vaststelling van de waarde van caravans wordt uitgegaan van de caravan koerslijst van de ANWB (inruilwaarde). 4. Voor de vaststelling van de waarde van boten moet de belanghebbende een taxatierapport overleggen. 5. Als de auto, motor, boot, caravan niet langer dan 3

5. Het begrip ‘recent’ is nu geconcretiseerd. In overeenstemming met de uitvoeringsmedewerkers wordt deze termijn als passend en reëel gezien.

Oud: Artikel 3 Nieuw: Artikel 4

aangeschaft, dan kan voor de waarde bepaling uitgegaan worden van de recent betaalde aankoopprijs, indien niet gesteld of gebleken is dat die prijs niet reëel zou zijn. Dit kan gecheckt worden aan de hand van de ANWB-koerslijst (inruilprijs).

maanden geleden is aangeschaft, dan kan voor de waardebepaling worden uitgegaan van de betaalde aankoopprijs, tenzij blijkt dat deze prijs irreëel is. Dit kan worden gecontroleerd aan de hand van de ANWBkoerslijst (inruilwaarde).

Artikel 3. Afwijkende vermogensvaststelling Van voornoemde uitgangspunten wordt afgeweken, indien sprake is van een auto of motor uit het duurdere segment, van exclusieve auto’s of motoren en van oldtimers. 1. Van een auto of motor uit het duurdere segment die ouder is dan 15 jaar mag worden aangenomen dat de waarde beneden de € 1.500,-- blijft waardoor deze niet hoeft te worden meegenomen in de vermogensberekening. Verder onderzoek kan in dat geval achterwege blijven. 2. Voor de vaststelling van de waarde van auto’s en motoren uit het duurdere segment die niet ouder zijn dan 15 jaar wordt uitgegaan van de koerslijst van de ANWB (inruilprijs). 3. Van exclusieve auto’s en motoren en van oldtimers moet altijd de waarde worden bepaald, ook als ze 8 jaar of ouder zijn. In die gevallen moet belanghebbende een taxatierapport van een BOVAG-garagebedrijf overleggen. 4. De aanwezigheid van een 2e auto of motor wordt niet aangemerkt als algemeen gebruikelijk. De waarde hiervan dient derhalve volledig te worden meegenomen bij de vermogensvaststelling, ook als is hij ouder dan 8 jaar.

Artikel 4. Afwijkende vermogensvaststelling Van voornoemde uitgangspunten wordt afgeweken, indien sprake is van exclusieve motorvoertuigen en van oldtimers. 1. Van oldtimers en motorvoertuigen uit het exclusieve of duurdere segment moet altijd de waarde worden vastgesteld, ook als zij 18 jaar of ouder zijn. In die gevallen moet belanghebbende een taxatierapport van een BOVAG-garagebedrijf overleggen. 2. De aanwezigheid van een tweede auto of motor wordt niet aangemerkt als algemeen gebruikelijk. De waarde hiervan dient derhalve volledig te worden meegenomen bij de vermogensvaststelling, ook als het ouder is dan 18 jaar. 3. Indien de belanghebbende binnen een tijdvak van 12 maanden meer dan driemaal en kenteken op zijn naam heeft staan, is dit aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. 4. In sommige gevallen is het bezit van een bepaald motorvoertuig noodzakelijk, bijvoorbeeld om medische redenen (mogelijk dat de auto dan ook is aangepast). In dat

1. De leden 1 tot en met 3 uit de oude beleidsregels zijn aangepast en ondergebracht in het nieuwe lid 1. Er mag van worden uitgegaan dat ook motorvoertuigen uit een duurder segment die ouder zijn dan 18 jaar nog een bepaalde waarde vertegenwoordigen. Daarom moet voor zowel oldtimers als motorvoertuigen uit het exclusieve of duurdere segment de waarde worden bepaald.

5. Indien de belanghebbende binnen een tijdvak van 12 maanden meer dan driemaal en ander kenteken op zijn naam heeft staan, is dit aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. 6. In sommige gevallen is het bezit van een auto bijvoorbeeld om medische redenen noodzakelijk (mogelijk dat de auto dan ook is aangepast). In dat geval zal de auto buiten de vermogensvaststelling worden gehouden met het voorbehoud dat de waarde van de auto wel in enige verhouding moet staan tot het beroep dat op bijstand wordt gedaan. Oud: Nieuw: Artikel 5

geval zal de auto buiten de vermogensvaststelling worden gehouden met het voorbehoud dat de waarde van de auto wel in enige verhouding moet staan tot het beroep dat op bijstand wordt gedaan.

Artikel 5. Ontvangsten uit giften Het college neemt bijdragen die leiden tot een kostenbesparing niet in aanmerking, voor zover de som van deze bijdragen en giften het bedrag, bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel m van de wet, niet overstijgt. In afwijking van de vorige zin neemt het college bijdragen van voedselbanken geheel niet in aanmerking. 1. Binnen de kaders van artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Participatiewet, beschouwt het college in individuele gevallen deze giften als verantwoord: • giften die worden gebruikt voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verleend had kunnen worden; • giften die worden ingezet voor medisch noodzakelijke kosten; • giften die gebruikt worden om

Artikel 5 Er was voorheen geen artikel opgenomen over ontvangsten uit giften. Dit artikel vloeit voort uit de Participatiewet in Balans. Giften tot € 1.200 per kalenderjaar worden niet als middelen beschouwd en hebben geen invloed op het recht op bijstand. Deze giften vallen ook niet onder de inlichtingenplicht; Bijstandsgerechtigden hoeven giften tot dat bedrag niet te melden aan de gemeente. Voor bijdragen van voedselbanken geldt dat deze helemaal niet in aanmerking worden genomen. Voorheen werden giften gezien als middelen en deze moesten altijd worden gemeld, in het kader van de inlichtingenplicht. Of een gift werd ‘vrijgelaten’, hing af van de beoordeling door het college; het was maatwerk.

2.

3.

4.

5.

probleemschulden af te lossen die zijn ontstaan vóór de ingangsdatum van de bijstandsverlening. Bijstandsgerechtigden zijn verplicht om alle ontvangen giften en bijdragen, zowel in geld als in natura (ook wel: besparingsbijdragen), te melden op het moment dat de som hiervan in een kalenderjaar het bedrag bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel m van de wet, overstijgt. Tot dat moment geldt geen meldingsplicht. Een ontvangen gift in natura in de vorm van een voertuig moet worden gemeld indien de waarde van het object hoger is dan het bedrag bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel m van de wet. Het college toetst tevens of de bijstandsgerechtigde nog aan de vermogensgrens voldoet. Een gift wordt als inkomen beschouwd wanneer deze een structureel karakter heeft met als doel het voorzien in kosten van levensonderhoud, zoals huur, voeding of kleding. Een gift wordt als vermogen beschouwd wanneer deze een incidenteel karakter heeft en niet specifiek is bedoeld voor levensonderhoud. In dat geval toetst het college of de betrokkene hiermee de vermogensgrens overschrijdt. Indien een bijstandsgerechtigde giften boven het wettelijk gestelde grensbedrag in een kalenderjaar niet meldt, is sprake van schending van de inlichtingenplicht. De gemeente onderzoekt dan zorgvuldig of en in

hoeverre dit leidt tot een onterechte bijstandsverlening en zal zo nodig handhavend optreden. 6. Bij het onderzoek naar giften hanteert het college het uitgangspunt van vertrouwen. Daarom wordt in beginsel volstaan met een mondelinge of schriftelijke verklaring van de bijstandsgerechtigde. Alleen wanneer er gegronde twijfel bestaat aan de verklaring of als aanvullende verificatie noodzakelijk is, kan worden gevraagd om aanvullende informatie. Het opvragen van verificatiedocumenten moet proportioneel zijn. Oud: Nieuw: Artikel 6

Artikel 6. Vermogensvaststelling bij waardevolle bezittingen Onder waardevolle bezittingen worden verstaan: bezittingen met een bijzondere of culturele waarde, zoals kunst, antiek, sieraden of andere waardevolle aankopen die niet noodzakelijk zijn voor het dagelijks bestaan.

Artikel 6 Er was voorheen geen artikel opgenomen over ontvangsten uit giften. Dit artikel is toegevoegd op advies van de uitvoeringsmedewerkers ten behoeve van de uitvoering. Nu is duidelijk gemaakt hoe voor de vermogensvaststelling omgaan met waardevolle bezittingen.

1. Sieraden en antieke goederen die al enige tijd in het bezit zijn, worden niet meegenomen in de vaststelling van het vermogen. 2. Blijkt men 3 maanden voorafgaande aan de voorzienbare uitkeringsafhankelijkheid dure aankopen te hebben gedaan, dan telt de waarde ervan mee bij de vaststelling van het vermogen. Oud: Artikel 4 Nieuw: Artikel 7

Artikel 4. Overzicht vrijlating bank- en girotegoeden 1.De berekening van de bedragen die voor de vermogensvaststelling buiten

Artikel 7. Vrijlating banken girotegoeden 1.De berekening van de bedragen die voor de

De bedragen uit het oude artikel 4 zijn terug te vinden in de Participatiewet en worden daarnaast regelmatig aangepast. Daarom is die inhoud overbodig en wordt geschrapt.

beschouwing blijven ziet er als volgt uit: Percentage gehuwdennorm* Gehuwden Alleenstaand ouder 70% Alleenstaande 50% *gehuwdennorm van 1 januari 2016 **afgerond naar hele euro’s

vermogensvaststelling buiten beschouwing blijven, zijn conform de recente Bedrag buiten beschouwing** gehuwdennormen afgerond € 1.390,-naar hele euro’s. € 973,-2. De bedragen zijn inclusief € 695,-vakantietoeslag en conform de norm bedoeld in artikel 21, onderdeel b van de Participatiewet, geldend op 1 januari van dat jaar.

Bedrag buiten beschouwing** € 1.390,-€ 973,-€ 695,-1.De bedragen worden een keer per jaar aangepast aan de norm bedoeld in artikel 21, onderdeel b van de Participatiewet, geldend op 1 januari van dat jaar. Oud: Nieuw: Artikel 8 en 9

Artikel 8. Hardheidsclausule Het college handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dit in bijzondere omstandigheden voor de belanghebbende en/of zijn gezinsleden tot onevenredige gevolgen leidt, in verhouding tot de doelen die met de beleidsregel worden nagestreefd. Dit is overeenkomstig artikel 4:84 van de Awb.

Er is nu een hardheidsclausule en artikel ‘onvoorziene omstandigheden’ toegevoegd in de beleidsregels. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van Participatiewet in Balans.

Artikel 9. Onvoorziene omstandigheden Voor individuele gevallen en bijzondere situaties waarin de beleidsregel niet volledig voorziet, maar wel in lijn zijn met de uitgangspunten en bedoeling ervan, kan het college gemotiveerd afwijken. Oud: Artikel 5 en 6 Nieuw: Artikel 10 en 11

Inwerkingtreding

Inwerkingtreding

Citeertitel

Citeertitel

Deze artikelen hebben geen nadere toelichting nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16409304/1