2025.412 -Provincie Zeeland- Bijlage 4 bij Projectplan-Omgevingsmanagementplan (1623673)
Tekst van het document
Bijlage 4: Omgevingsmanagementplan Inleiding .......................................................................................................................3 1.1 Doel en opzet van dit plan ....................................................................................3 1.2 Terugblik vorige fases ...........................................................................................3 1.3 Leeswijzer............................................................................................................6 Theoretisch kader Strategisch Omgevingsmanagement .................................................6 2.1 Visie ....................................................................................................................6 2.2 Belangrijke begrippen ..........................................................................................6 2.3 Instrumenten .......................................................................................................7 2.4 Relevante thema’s ...............................................................................................7 2.5 Rol van omgevingsmanagement ...........................................................................8 2.6 Communicatie.....................................................................................................8
Ontwerpfase.................................................................................................................9 3.1 Issues ..................................................................................................................9 3.2 Stakeholderbetrokkenheid ................................................................................. 10 3.3 Aanpak omgevingsmanagement ........................................................................ 11 3.4 Communicatieaanpak ....................................................................................... 11 Voorbereidingsfase ..................................................................................................... 12 4.1 Issues ................................................................................................................ 12 4.2 Stakeholderbetrokkenheid ................................................................................. 12 4.3 Aanpak omgevingsmanagement ........................................................................ 13 4.4 Communicatieaanpak ....................................................................................... 13 Realisatiefase .............................................................................................................
13 5.1 Issues ................................................................................................................ 13 5.2 Stakeholderbetrokkenheid ................................................................................. 14 5.3 Aanpak omgevingsmanagement ........................................................................ 14 5.4 Communicatieaanpak ....................................................................................... 14 Afrondingsfase ........................................................................................................... 15 6.1 Issues ................................................................................................................ 15 6.2 Stakeholderbetrokkenheid ................................................................................. 15
6.3 Aanpak omgevingsmanagement ........................................................................ 15 6.4 Communicatieaanpak ....................................................................................... 16
2
Inleiding De Deltaweg (N256) is een belangrijke verkeersader in Zeeland en een essentiële verbinding voor zowel personen- als goederenvervoer. De weg wordt de komende jaren aangepakt om de verkeersveiligheid te vergroten en de doorstroming te verbeteren. Omdat deze ingrepen een directe invloed hebben op de omgeving, speelt omgevingsmanagement een centrale rol. Dit plan beschrijft hoe de omgeving in de verschillende fasen van het project wordt betrokken, hoe belangen en zorgen worden meegewogen en hoe er transparant wordt gecommuniceerd over de keuzes die worden gemaakt.
1.1 Doel en opzet van dit plan Dit omgevingsmanagementplan geeft de hoofdlijnen van de aanpak voor de verschillende projectfasen: ontwerp, voorbereiding, realisatie en afronding. Het plan richt zich op de manier waarop belanghebbenden worden betrokken, hoe communicatie en participatie worden ingericht en welke aandachtspunten uit de omgeving centraal staan. De verdere detaillering van belanghebbenden en communicatie wordt vastgelegd in twee aparte documenten: •
Stakeholderanalyse: hierin worden per wegvak en thema de relevante partijen en hun belangen beschreven;
•
Communicatieplan: hierin zijn middelen, planning en verantwoordelijkheden concreet uitgewerkt.
In dit plan wordt hiernaar verwezen en zijn de hoofdlijnen samengevat, zodat het geheel overzichtelijk blijft. De hoofddoelen van dit plan zijn: •
Het opbouwen en onderhouden van een vertrouwensrelatie met de omgeving en betrokken partijen;
•
Het voorkomen van verrassingen en vertragingen door tijdige en open afstemming;
•
Het benutten van meekoppelkansen waar dit waarde toevoegt voor omgeving en project;
•
Het zorgen voor duidelijke communicatie en inzicht in rollen en invloed.
1.2 Terugblik vorige fases In de planstudiefase (2020–2022) is de basis gelegd voor het project Deltaweg. Deze fase markeerde de start van het proces om te komen tot een veilige en vlotte inrichting van de weg. De nadruk lag op het verkennen van oplossingsrichtingen en het opbouwen van breed draagvlak. Via een uitgebreid participatieproces zijn overheden (waaronder de gemeenten Goes en Noord-Beveland, Rijkswaterstaat en het Waterschap Scheldestromen), maatschappelijke organisaties, hulpdiensten, nutsbedrijven, bedrijven langs de weg, dorpsraden en omwonenden betrokken. Hun inbreng is opgehaald via consultatiegesprekken, digitale bijeenkomsten, klankbordgroepen en een openbare informatieavond. De opbrengsten hiervan zijn gebruikt om de probleemdefinitie, ambities en
3
toetsingskaders te bepalen en om kansrijke ontwerpen te ontwikkelen en te beoordelen. Dit vormde de basis voor de voorkeursrichting die Provinciale Staten in 2024 hebben vastgesteld en die in de daaropvolgende definitiefase verder is uitgewerkt tot het Voorlopig Ontwerp. De vorige fase was de definitiefase, waarin de basis is gelegd voor het Voorlopig Ontwerp. In deze fase zijn verschillende ontwerpopties verkend en besproken met de omgeving via onder andere een klankbordgroep, consultatiegesprekken en inloopavonden. De klankbordgroep bestond uit vertegenwoordigers van bewoners, dorpsraden, bedrijven, belangenorganisaties en overheden. Zij kwamen drie keer bijeen: eerst informerend over proces en planning, daarna raadplegend over ontwerpopties en tenslotte terugkoppelend bij het voorgenomen voorkeursontwerp per wegvak. Bij de totstandkoming van het Voorlopig Ontwerp zijn per wegvak ontwerpkeuzes gemaakt die de basis vormen voor de verdere uitwerking in de ontwerpfase. Deze keuzes zijn beschreven in het projectplan en hebben geleid tot een voorkeursontwerp per wegvak die de balans zoekt tussen verkeersveiligheid, doorstroming, leefbaarheid en toekomstbestendigheid.
Tijdens de overleggen met de klankbordgroep en de inloopavonden zijn per wegvak de volgende reacties en aandachtspunten naar voren gekomen met betrekking tot het Voorlopig Ontwerp van de Deltaweg (zie voor een overzicht van de wegvakken bijlage 2 van het Projectplan: ‘Overzicht Projectgebied'): Wegvak
Positieve reacties
Aandachtspunten / zorgen
1. Kruispunt Goes
• Waardering voor ongelijkvloerse kruising als verbetering van verkeersveiligheid en doorstroming. • Positief over scheiding van verkeersstromen (auto, fiets, landbouwverkeer).
2, 4 & 6. Overkoepelende aandachtspunten
• Waardering voor scheiding van landbouw- en fietsverkeer. • Ruimte voor hulpdiensten en calamiteitenverkeer wordt positief beoordeeld.
2. Tussen kruispunt Goes en Langeweg
• Positieve ontvangst faunapassage bij De Schenge.
3. Kruispunt Langeweg
• Over het algemeen positief over ongelijkvloerse kruising (veiligheid, doorstroming). • Verhoging Langeweg i.p.v. Deltaweg wordt gunstiger ervaren.
• Verwachte toename van geluid en verlies van uitzicht richting ’s-Heer Hendrikskinderen. • Voorkeur voor behoud fietstunnel of ongelijkvloerse oversteek (fietsveiligheid). • Zorgen over landschappelijke inpassing; voorkeur voor (half)verdiepte oplossing. • Noodzaak stabiele berm en goede bereikbaarheid hulpdiensten. • Aandacht voor verkeersveiligheid waar landbouwverkeer en fietsers elkaar kruisen. • Belang van aansluiting op onderliggend wegennet (sluipverkeer voorkomen). • Ruimte reserveren voor kabels en leidingen. • Vragen over nut en landschappelijke meerwaarde faunapassage. • Zorgen over mogelijke geluidstoename in wijk Goese Polder. • Zorgen bewoners Roodewijk over hoogteverschillen, zicht en geluid. • Bewoners Roodewijk zien de kruising liever verplaatst worden naar het noorden, zodat er een nieuwe aansluiting kan komen op de Aardebolleweg. • Tuincentrum grotendeels ingesloten;
4
4. Tussen kruispunt Langeweg en Zandkreeksluis 5. Zandkreeksluis
• Overwegend begrip voor de voorgestelde inrichting.
6. Tussen Zandkreeksluis en Oudedijk
• Waardering voor reservering ruimte voor toekomstige uitbreiding en aanpassing aan klimaatmaatregelen. • Positief over aanbrengen fietsstroken op parallelstructuur.
7. Parallelstructuur tot Oosthoekweg
• Positieve waardering van de inzet op verkeersveiligheid en doorstroming door langere invoegstroken en verbeterde signalering.
noodzaak afstemming toekomstige situatie. • Suggestie voor gelijkvloerse kruising met verkeerslichten en extra opstelstroken. • Idee om kruispunt oostelijker te situeren (richting Wilhelminadorp). • Geen locatiespecifieke aandachtspunten.
• Twijfel of maatregelen voldoende effect hebben op totale verkeersafwikkeling. • Verzoek om langere invoegstroken zuidzijde en betere bebording. • Suggestie voor visuele begeleiding (kleurmarkering) bij bypass. • Verzoek om optimalisatie sluisbediening. • Afstemming nodig met nutsbedrijven i.v.m. nieuw TenneT-station. • Aandacht voor leefbaarheid en bereikbaarheid percelen. • Bocht onder viaducten N255; wordt als onveilig ervaren i.v.m. beperkt zicht.
Belangrijke algemene zorgen die naar voren kwamen, waren het verlies aan uitzicht en mogelijke toename van geluid voor omwonenden, tegenover de wens van andere partijen om de doorstroming te verbeteren. Voor de fase waarin het Definitief Ontwerp wordt uitgewerkt, wordt de klankbordgroep niet meer als vast participatieorgaan ingezet. De focus ligt nu op detailuitwerking en gerichte participatie per wegvak en thema. De betrokken belanghebbenden blijven we raadplegen, afhankelijk van het onderwerp en hun rol. De signalen uit de omgeving zijn zorgvuldig geïnventariseerd en meegewogen in het proces. Daarbij is aandacht besteed aan uiteenlopende belangen en zorgen, zodat bij de verdere besluitvorming een zo volledig mogelijk beeld beschikbaar is. De verwerking van deze signalen en de onderbouwing van gemaakte ontwerpkeuzes worden vastgelegd in de stakeholderanalyse en de KlantWensSpecificatie. In deze documenten wordt per aandachtspunt toegelicht welke wensen en zorgen vanuit de omgeving zijn gehonoreerd, welke niet of slechts gedeeltelijk konden worden meegenomen, en welke in een volgende fase verder worden onderzocht. De stakeholderanalyse is een levend document dat gedurende het project regelmatig wordt geactualiseerd. Nieuwe aandachtspunten, veranderende belangen of voortschrijdend inzicht worden hierin steeds verwerkt.
Op deze manier blijft de koppeling tussen de omgevingssignalen, het ontwerp en de bestuurlijke besluitvorming transparant en actueel geborgd binnen de projectorganisatie.
5
1.3 Leeswijzer Dit omgevingsmanagementplan is een levend document dat meebeweegt met de voortgang van het project. De nadruk ligt in deze versie op de huidige ontwerpfase (hoofdstuk 3). Voor de daaropvolgende fasen – voorbereiding, realisatie en afronding (hoofdstukken 4 t/m 6) – is in dit plan een globale aanpak opgenomen. Bij de overgang naar een volgende fase wordt het plan steeds geactualiseerd en verder verdiept. Daarmee sluit het document altijd aan op de actuele stand van zaken, de rol van belanghebbenden en de communicatiestrategie die op dat moment nodig is.
Theoretisch kader Strategisch Omgevingsmanagement Een groot infrastructureel project als de aanpak van de Deltaweg raakt veel belangen en roept uiteenlopende verwachtingen op bij de omgeving. Om te zorgen voor een zorgvuldig proces is een duidelijke visie en structuur voor omgevingsmanagement noodzakelijk. In dit hoofdstuk wordt het theoretisch kader geschetst dat richting geeft aan de aanpak in de verschillende fasen van het project. Daarbij komen visie, begrippen, instrumenten, thema’s en de rol van omgevingsmanagement aan bod.
2.1 Visie Strategisch omgevingsmanagement (SOM) is de aanpak waarmee het projectteam de relatie met de omgeving bewust en gestructureerd organiseert. Het doel is om belangen tijdig te identificeren, verwachtingen te managen en draagvlak te creëren, zodat het project voortgang kan boeken zonder onnodige vertraging of weerstand. SOM richt zich op een open en transparant proces waarin beslissingen begrijpelijk worden gemaakt en de omgeving weet wanneer en hoe invloed kan worden uitgeoefend.
2.2 Belangrijke begrippen Binnen SOM worden de volgende kernbegrippen gehanteerd: •
Belanghebbenden: alle partijen die invloed hebben op of geraakt worden door het project – zowel extern (bewoners, bedrijven, overheden, belangenorganisaties) als intern (assetbeheer, beleidsafdelingen, bestuur).
•
Issues: de thema’s en vraagstukken die leven in de omgeving en bepalend zijn voor de acceptatie van het project, zoals geluid, doorstroming, ecologie of ruimtebeslag. Werken vanuit issues helpt om de kern van het vraagstuk te zien en niet te sturen op de luidste stemmen.
•
Participatieniveaus: informeren, raadplegen, adviseren en meewerken. Voor elke belanghebbende wordt een passend niveau gekozen en vastgelegd in de participatiematrix. De participatiematrix wordt de komende periode verder uitgewerkt, waarbij we eind dit jaar een compleet beeld hebben van de belanghebbenden.
•
Conditionering: het in beeld brengen en waar nodig wegnemen van belemmeringen zoals kabels en leidingen, flora & fauna en eigendomsrechten.
6
•
Vergunningen: alle toestemmingen en goedkeuringen die nodig zijn om het project te kunnen realiseren.
•
Stakeholderdialoog: het proces van interactie met belanghebbenden om belangen, zorgen en ideeën op te halen.
2.3 Instrumenten Voor de uitvoering van SOM worden vaste instrumenten ingezet, die gedurende het hele project actueel worden gehouden: •
Stakeholderanalyse & participatiematrix – actueel overzicht van belanghebbenden, hun belangen en het niveau van betrokkenheid.
•
KlantWensSpecificatie (KWS) – legt wensen, eisen en gemaakte afspraken vast en vormt een toetsingskader bij ontwerpbesprekingen en bestuurlijke besluitvorming.
•
Communicatieplan – beschrijft hoe en wanneer belanghebbenden worden geïnformeerd.
•
Omgevingsrisico's – worden actief gemonitord en verwerkt in het algemene projectrisicodossier (Naris), zodat de voortgang, beheersmaatregelen en samenhang met andere projectrisico’s op een integrale manier kunnen worden bewaakt.
•
Vergunningenoverzicht – actueel overzicht van benodigde en verkregen vergunningen en hun status.
•
Overzicht kabels en leidingen – inzicht in tracés, betrokken netbeheerders en werkafspraken.
•
Afsprakenlijst belanghebbenden – vastlegging van afspraken over hinderbeperking, meekoppelkansen en participatie-uitkomsten.
•
Participatieverslagen – documenteren van bijeenkomsten, reacties en de manier waarop input is verwerkt.
2.4 Relevante thema’s Binnen het project spelen meerdere thema’s een rol die bepalend zijn voor het ontwerp, de voorbereiding en de uitvoering. Deze thema’s vormen steeds het uitgangspunt voor de inzet van omgevingsmanagement: •
Verkeersveiligheid: realiseren van een vergevingsgezinde en veilige inrichting van de weg, inclusief aanbrengen van veilige uitwijkmogelijkheden ten behoeve van doorgang hulpdiensten.
•
Doorstroming: verbeteren van kruispunten en doorstroomfunctie van de weg.
•
Bereikbaarheid en leefbaarheid: beperken van verkeershinder tijdens uitvoering, zorgen voor een goede ontsluiting van woningen en bedrijven, en oog hebben voor leefbaarheid in de directe omgeving (zoals geluid, uitzicht en luchtkwaliteit).
•
Landschappelijke inpassing en ecologie: zorgvuldig omgaan met natuur, landschap en ecologische verbindingen.
7
•
Toekomstbestendigheid: rekening houden met groeiend verkeer en mogelijke toekomstige ontwikkelingen.
•
Communicatie & participatie: zorgen voor een transparant proces en voorspelbare informatievoorziening.
•
Sociaal-maatschappelijke impact: aandacht voor draagvlak, betrokkenheid en acceptatie van besluiten. Waar nodig wordt zorgvuldig omgegaan met mogelijke gevolgen voor direct betrokkenen en hun leefomgeving.
•
Uitvoerbaarheid & fasering: beperken van hinder tijdens de uitvoering en duidelijke fasering van werkzaamheden.
2.5 Rol van omgevingsmanagement Strategisch omgevingsmanagement (SOM) is de gestructureerde aanpak waarmee belangen van stakeholders tijdig worden betrokken bij het project. Zo kunnen verwachtingen worden gemanaged, draagvlak worden gecreëerd en besluitvorming soepel verlopen. Rol in het project Binnen het project vormt SOM de verbindende schakel tussen techniek, bestuur en omgeving. Het zorgt dat keuzes in ontwerp en uitvoering worden getoetst aan belangen en zorgen uit de omgeving. SOM maakt deze belangen inzichtelijk, vertaalt ze naar het projectteam en legt richting de omgeving uit welke afwegingen zijn gemaakt. Daarmee levert SOM niet alleen belangrijke input voor bestuurlijke besluitvorming, maar draagt het ook bij aan vertrouwen en transparantie. Daarnaast borgt omgevingsmanagement dat vergunningen, onderzoeken, kabels en leidingen, en afspraken met netbeheerders en andere partijen tijdig worden afgestemd. Zo worden belemmeringen en vertragingen voorkomen en blijft het project in alle fasen voortgang boeken.
2.6 Communicatie Communicatie is de gestructureerde aanpak van tijdig, duidelijk en consistent informeren en betrekken van belanghebbenden, zowel binnen de organisatie als in de omgeving, met als doel transparantie, vertrouwen en draagvlak te behouden. Rol in het project Communicatie zorgt ervoor dat alle betrokkenen – van bewoners en bedrijven tot gemeenten, bestuur en samenwerkingspartners – weten wat er speelt, welke keuzes worden gemaakt en welke invloed zij kunnen uitoefenen. Het vertaalt complexe projectinformatie naar begrijpelijke boodschappen, afgestemd op de doelgroep. Communicatie draagt bij aan voorspelbaarheid en voorkomt onrust door helder uit te leggen wat er gaat gebeuren en waarom. Daarbij wordt gebruikgemaakt van diverse middelen, zoals nieuwsbrieven, de projectwebsite, sociale media, persberichten en bijeenkomsten. Samen met de omgevingsmanager zorgt communicatie voor samenhang tussen informatievoorziening en participatie, zodat signalen uit de omgeving worden opgepakt en zichtbaar terugkomen in het project. Kernboodschap: Een veilige en vlotte Deltaweg De Provincie Zeeland pakt de Deltaweg (N256) grondig aan om de verkeersveiligheid en doorstroming
8
te verbeteren. Met een vernieuwde wegindeling, aangepaste kruispunten en betere voorzieningen voor fietsers, landbouwverkeer en hulpdiensten wordt de Deltaweg veiliger en toekomstbestendig.
Ontwerpfase De ontwerpfase heeft als doel om te komen tot een Definitief Ontwerp (DO) dat technisch haalbaar, bestuurlijk gedragen en zoveel mogelijk afgestemd is met de omgeving. In deze fase ligt de nadruk op het verder uitwerken van het Voorlopig Ontwerp (VO) en het verwerken van de reacties uit de omgeving.
3.1 Issues In deze fase zijn de volgende issues van belang. Ze vormen het startpunt voor de aanpak richting belanghebbenden en bepalen de accenten in communicatie en participatie: •
Verkeersveiligheid en doorstroming: De Deltaweg kent structurele knelpunten op het gebied van veiligheid en doorstroming. Er gebeuren relatief veel ongevallen en de doorstroming is regelmatig beperkt, vooral in drukke perioden. Het hoofddoel van het project is om de weg veiliger en vlotter te maken, nu en in de toekomst.
•
Bereikbaarheid en leefbaarheid: Woningen en bedrijven langs het tracé ondervinden effecten van de herinrichting. Bereikbaarheid tijdens de werkzaamheden, maar ook leefbaarheid op de langere termijn (geluid, uitzicht, luchtkwaliteit) spelen hier een belangrijke rol.
•
Geluid: Omwonenden ervaren in sommige gevallen nu al geluidsoverlast. Aanpassingen aan kruispunten en wegprofiel kunnen dit versterken.
•
Landschappelijke inpassing: Wijzigingen in het wegprofiel en nieuwe kunstwerken hebben invloed op het open landschap. Bewoners kunnen daarbij ervaren dat hun huidige uitzicht wordt belemmerd, wat direct raakt aan de beleving van de leefomgeving.
•
Ruimtebeslag en grondverwerving: de verbreding van het wegprofiel vraagt om verwerving van gronden van derden.
•
Klimaatadaptatie: Het ontwerp bevat maatregelen voor waterafvoer, waterberging, bodemdaling en hittestress. Deze maatregelen vragen extra ruimte.
•
Ecologie: De Deltaweg kruist waardevolle natuur (de Schenge). Ecologische verbindingen en beschermde soorten vragen om zorgvuldige inpassing.
•
Zandkreeksluis: belanghebbende blijven de Zandkreeksluis als een knelpunt ervaren voor de doorstroming, ook na de geplande aanpassingen.
•
Toekomstige ontwikkelingen: ontwerp en houden rekening met toekomstige projecten zoals de Midden-Zeelandroute, wat invloed heeft op ruimtebeslag en keuzes in deze fase.
•
Kabels en leidingen: Aanpassingen aan het wegprofiel zorgen dat kabels en leidingen verlegd moeten worden en moeten tijdig worden afgestemd om vertraging te voorkomen.
•
Sociaal-maatschappelijke impact: De keuzes in het ontwerp leiden tot spanning tussen maatschappelijk belang (doorstroming, bereikbaarheid) en persoonlijk/lokaal belang (geluid, uitzicht, leefbaarheid). Het gevoel van onvoldoende gehoord worden kan hieruit voortkomen.
9
•
Uitvoerbaarheid en fasering: De uitvoering zal onvermijdelijk hinder opleveren. Duidelijke fasering, communicatie en maatregelen om hinder te beperken zijn essentieel voor draagvlak.
Deze issues vormen de basis voor de stakeholderanalyse en de participatiestrategie.
3.2 Stakeholderbetrokkenheid In de ontwerpfase ligt de nadruk op het verder uitwerken van het Voorlopig Ontwerp in samenspraak met de omgeving. De betrokkenheid van belanghebbenden richt zich op het ophalen van lokale kennis, het bespreken van aandachtspunten en het toetsen van ontwerpkeuzes op uitvoerbaarheid en draagvlak. Daarbij wordt aangesloten bij de partijen die in eerdere fasen al actief betrokken waren. Het participatieniveau verschilt per partij en onderwerp: sommige belanghebbenden worden actief geraadpleegd of denken mee over inhoudelijke keuzes, terwijl anderen vooral worden geïnformeerd over de voortgang. De onderstaande participatiematrix geeft een overzicht van de belangrijkste belanghebbenden, hun belangen en de wijze van betrokkenheid.
Stakeholdergroep
Opmerkingen / Aandachtspunten
Participatieniveau
Gemeenten Goes & NoordBeveland
Samenwerking bij ontwerpkeuzes, vergunningen en communicatie; bestuurlijk draagvlak noodzakelijk.
Adviseren / Meewerken
Provincie Zeeland (assetbeheer, beleid, bestuur)
Kaders en eisen voor beheer en toekomstig gebruik borgen; input voor bestuurlijke besluitvorming.
Adviseren / Meewerken
Dorpsraden en belangenorganisaties
Signaleren van zorgen en kansen, meedenken over inpassing en leefbaarheid.
Raadplegen / Adviseren
Bewoners langs tracé
Geluid, uitzicht, leefbaarheid, bereikbaarheid.
Raadplegen / Adviseren
Bedrijven langs tracé
Bereikbaarheid, hinderbeperking, eventuele verplaatsing.
Raadplegen / Adviseren
Hulpdiensten
Bereikbaarheid bij calamiteiten, verkeersveiligheid en doorstroming bij incidenten.
Raadplegen / Adviseren
Agrariërs / grondeigenaren
Ruimtebeslag, grondverwerving, fasering werkzaamheden.
Raadplegen / Adviseren
Nutsbedrijven / netbeheerders
Planning en tracés afstemmen, tijdig werkafspraken maken.
Informeren / Adviseren
Weggebruikers (forenzen, toeristen)
Informatie over hinder, bereikbaarheid en verkeersmaatregelen.
Informeren
10
Toelichting: De participatiestrategie wordt verder uitgewerkt per wegvak en per thema. Zo ligt bij de kruispunten de nadruk op verkeersveiligheid, doorstroming én de effecten op geluid, leefbaarheid en landschappelijke inpassing. In de omgeving van de Schenge spelen daarnaast ecologie en landschappelijke inpassing een belangrijke rol. Deze detailuitwerking vindt plaats in de aparte stakeholderanalyse en wordt gedurende de ontwerpfase geactualiseerd.
3.3 Aanpak omgevingsmanagement De aanpak in de ontwerpfase is gericht op het zorgvuldig meenemen van belangen en het tijdig betrekken van belanghebbenden bij ontwerpkeuzes. Daarbij wordt gewerkt vanuit de issues die in paragraaf 3.1 zijn benoemd en de stakeholdergroepen in de participatiematrix. Werkwijze •
•
•
De bestaande stakeholderanalyse wordt verder verdiept en geactualiseerd, met specifieke aandacht per wegvak en thema (bijvoorbeeld geluid, bereikbaarheid en landschappelijke inpassing). Participatievormen worden afgestemd op het participatieniveau van de betreffende stakeholdergroep: informeren, raadplegen, adviseren of meewerken. Afgesproken wordt hoe input wordt verwerkt en teruggekoppeld, zodat duidelijk is welke invloed belanghebbenden kunnen uitoefenen.
Koppeling aan projectproces • •
•
Omgevingsmanagement levert input voor ontwerpbesluiten door wensen, zorgen en belangen inzichtelijk te maken. Er is een duidelijke verbinding met conditionering, vergunningen en kabels & leidingen: de omgevingsmanager borgt dat partijen tijdig worden betrokken en dat afspraken worden vastgelegd. Afspraken over hinderbeperking en meekoppelkansen worden geregistreerd in de KlantWensSpecificatie (KWS).
Nagestreefde resultaten • • • •
Draagvlak vergroten door belangen en zorgen serieus te nemen en zichtbaar mee te wegen. Knelpunten tijdig signaleren om vertraging of escalatie te voorkomen. Transparantie bieden in het proces en voorspelbaarheid voor de omgeving. Meekoppelkansen benutten die waarde toevoegen voor omgeving en project.
3.4 Communicatieaanpak In de ontwerpfase ligt de nadruk op het informeren en betrekken van de omgeving bij de verdere uitwerking van het ontwerp. Communicatie ondersteunt participatie en zorgt dat alle betrokkenen begrijpen wat er gebeurt, waarom keuzes worden gemaakt en welke ruimte er is voor invloed. Doelen van communicatie in deze fase
• •
Transparant uitleggen welke keuzes worden gemaakt en hoe belangen zijn afgewogen. Zorgen en ideeën van belanghebbenden zichtbaar terugkoppelen om draagvlak te vergroten.
11
• •
Tijdig aankondigen van bijeenkomsten, mijlpalen en mogelijke effecten op de omgeving. Consistente en herkenbare boodschap in alle uitingen, namens de Provincie Zeeland.
Communicatiemiddelen in de ontwerpfase • • • • • •
Projectwebsite als centrale bron voor actuele informatie, documenten en veelgestelde vragen. Digitale nieuwsbrief (per kwartaal) met updates over voortgang en ontwerpkeuzes. Social media voor laagdrempelige updates, aankondigingen en terugblikken. Informatie- en themabijeenkomsten om ontwerpkeuzes toe te lichten en reacties op te halen. Pers- en nieuwsberichten bij belangrijke mijlpalen. Persoonlijk contact met direct omwonenden en bedrijven waar maatwerk nodig is.
De communicatiestrategie beweegt mee met de voortgang van het ontwerp en sluit aan bij de participatiematrix. Belangrijk uitgangspunt is dat communicatie en participatie elkaar versterken: input vanuit de omgeving wordt zichtbaar teruggekoppeld, zodat vertrouwen en draagvlak behouden blijven.
Voorbereidingsfase Na afronding van de ontwerpfase volgt de voorbereidingsfase. In deze fase wordt toegewerkt naar de aanbesteding en uitvoering van het project. Het ontwerp wordt technisch uitgewerkt en voorbereid voor realisatie. Voor omgevingsmanagement verschuift de focus naar het tijdig betrekken van belanghebbenden bij de praktische gevolgen van de uitvoering en het borgen van afspraken die in eerdere fasen zijn gemaakt.
4.1 Issues In de voorbereidingsfase verschuift de aandacht van ontwerp naar de feitelijke voorbereiding van de uitvoering. De belangrijkste issues zijn: •
Verkeershinder: tijdens de uitvoering zal hinder voor weggebruikers, omwonenden en bedrijven onvermijdelijk zijn. Tijdige en duidelijke communicatie over fasering, afsluitingen en omleidingen is essentieel.
•
Bereikbaarheid: bedrijven, hulpdiensten en openbaar vervoer moeten hun bereikbaarheid kunnen behouden; dit vraagt om nauw overleg en afstemming.
•
Vergunningen en conditionering: alle benodigde toestemmingen en onderzoeken (flora & fauna, kabels en leidingen, archeologie, etc.) moeten geregeld zijn voordat de uitvoering start. Continuïteit participatie: belanghebbenden die eerder betrokken zijn geweest, moeten ook in deze fase worden meegenomen en geïnformeerd over de gevolgen van de uitvoering.
•
4.2 Stakeholderbetrokkenheid In de voorbereidingsfase worden met name de volgende groepen betrokken: •
Hulpdiensten, openbaar vervoer en transportsector: afstemming over bereikbaarheid en nood- en dienstregelingen.
12
• • •
Omwonenden en bedrijven langs het tracé: informeren en betrekken bij de planning, fasering en maatregelen om hinder te beperken. Gemeenten en beheerders: afstemming over vergunningen, beheer en communicatie richting inwoners. Nutsbedrijven: borgen van afspraken over verleggen en beschermen van kabels en leidingen.
Deze betrokkenheid richt zich voornamelijk op raadplegen en informeren, met voor sommige partijen (bijv. nutsbedrijven, gemeenten, hulpdiensten) een meer intensieve samenwerking (meewerken).
4.3 Aanpak omgevingsmanagement De aanpak in deze fase richt zich op het: •
Tijdig signaleren en oplossen van knelpunten die invloed hebben op uitvoering en planning.
•
Afstemmen van fasering en maatregelen om hinder te beperken.
•
Continu actualiseren van de stakeholderanalyse en participatiematrix op basis van uitvoeringsthema’s.
•
Versterken van de samenwerking met interne disciplines, zoals techniek en vergunningen, om de uitvoering goed voor te bereiden.
4.4 Communicatieaanpak De communicatie in de voorbereidingsfase is vooral gericht op publiekscommunicatie en het voorbereiden van omwonenden, weggebruikers en andere belanghebbenden op de uitvoering. Belangrijke middelen zijn: •
Publiekscommunicatie over planning, hinder en bereikbaarheid via nieuwsbrieven, website en social media.
•
Bewonersbrieven en gerichte gesprekken bij directe hinder.
•
Informatieavonden gericht op de uitvoering en verkeersmaatregelen.
Communicatie wordt afgestemd op de fasering van de uitvoering en speelt een cruciale rol bij het voorkomen van misverstanden en het behouden van vertrouwen.
Realisatiefase De realisatiefase is de periode waarin het project daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Voor omgevingsmanagement ligt de nadruk op het beperken van hinder, het tijdig en helder informeren van alle betrokkenen en het behouden van vertrouwen in het projectproces.
5.1 Issues In de realisatiefase verschuift de aandacht van ontwerpkeuzes naar de effecten van de uitvoering. De belangrijkste issues hebben te maken met hinder en leefbaarheid:
13
• • • • •
Bereikbaarheid: van woningen, bedrijven en voorzieningen tijdens werkzaamheden. Verkeershinder: voor dagelijks verkeer, openbaar vervoer, hulpdiensten en de transportsector door de werkzaamheden. Leefbaarheid: hinder door geluid, stof, trillingen en werktijden Veiligheid: van weggebruikers en omwonenden in de bouwperiode. Communicatie en voorspelbaarheid: tijdige en eenduidige communicatie.
5.2 Stakeholderbetrokkenheid Tijdens de uitvoering worden vooral die belanghebbenden betrokken die direct met de werkzaamheden te maken krijgen: •
• • •
Omwonenden en bedrijven: zij worden actief geïnformeerd over fasering, bereikbaarheid en hindermaatregelen. Bij langdurige of ingrijpende werkzaamheden vindt persoonlijk contact plaats. Hulpdiensten en openbaar vervoer: met deze partijen worden afspraken gemaakt over bereikbaarheid, alternatieve routes en afstemming tijdens afsluitingen. Weggebruikers en transportsector: zij worden via publiekscommunicatie tijdig geïnformeerd over afsluitingen, omleidingen en verkeersdrukte. Interne stakeholders (beheer, beleid, bestuur): blijven betrokken bij besluiten die tijdens de uitvoering nog genomen moeten worden, en bij de bestuurlijke communicatie richting de omgeving.
5.3 Aanpak omgevingsmanagement Het omgevingsmanagement in deze fase draait om het beperken van hinder, het nakomen van afspraken en het snel oplossen van signalen uit de omgeving. Dit wordt georganiseerd via: •
Hinderbeperking: fasering en verkeersmaatregelen afstemmen, monitoren en bijsturen.
• •
Borging van afspraken: toezeggingen volgen, uitvoeren en transparant terugkoppelen. Signaalgestuurd werken: meldingen/klachten snel oppakken, vastleggen, oplossen en terugmelden. Ketenoverleg: frequent bereikbaarheidsoverleg (hulpdiensten/OV/transport) en weekstart met aannemer. Eenduidige loketten: duidelijk aanspreekpunt en vaste contactkanalen. Escalatiepad: heldere route voor besluiten bij impact op planning of bereikbaarheid.
• • •
5.4 Communicatieaanpak In de uitvoering wordt communicatie vooral praktisch en voorspelbaar. De nadruk ligt op tijdig informeren over hinder en het bieden van duidelijkheid over planning en bereikbaarheid: •
Publiekscommunicatie: website, nieuwsbrief, social media, pers—met focus op wat/wanneer/waarom, kaartjes van omleidingen en verwachte hinder.
•
Bouwcommunicatie via bouwapp, omgevingsberichten en publiekscampagnes.
•
Persmomenten bij grote mijlpalen.
14
Afrondingsfase De afrondingsfase richt zich op het zorgvuldig afronden van het project, het nakomen van afspraken en het borgen van een goede relatie met de omgeving nadat de werkzaamheden zijn voltooid. In deze fase staan evaluatie, monitoring en overdracht centraal. Het doel is om transparantie te behouden, verwachtingen te managen en eventuele resterende vragen of zorgen vanuit de omgeving zorgvuldig af te handelen.
6.1 Issues In de afrondingsfase spelen minder technische vraagstukken, maar zijn er nog wel enkele belangrijke aandachtspunten: •
• •
•
Nakomen van afspraken: toezeggingen aan bewoners, bedrijven en gemeenten (bijvoorbeeld over bereikbaarheid, geluid of herstel van groen) moeten aantoonbaar zijn uitgevoerd. Restpunten en schades: klachten of schades als gevolg van de werkzaamheden moeten zorgvuldig worden opgepakt. Leefbaarheid en omgevingseffecten: voor geluid, verkeersveiligheid of ecologie kan het nodig zijn om na te gaan of doelstellingen zijn gehaald. Evaluatie van participatie en communicatie: lessen trekken uit de manier waarop belanghebbenden zijn betrokken en hoe dit is ervaren.
6.2 Stakeholderbetrokkenheid In deze fase zijn de betrokken belanghebbenden met name: •
Bewoners en bedrijven langs het tracé: zij moeten duidelijkheid krijgen over afronding, herstelwerkzaamheden en eventueel nazorgtrajecten.
•
Gemeenten en bestuur: blijven gesprekspartner voor het oppakken van restpunten en beheer. Netbeheerders en nutsbedrijven: voor afronding van verleggingen of aansluitingen. Interne stakeholders (assetbeheer, beheer & onderhoud): zij nemen het traject structureel over en zijn verantwoordelijk voor beheer en onderhoud.
• •
6.3 Aanpak omgevingsmanagement De rol van omgevingsmanagement verschuift in deze fase van procesbegeleiding naar afronding en borging: • • •
Zorgen dat afspraken en toezeggingen aantoonbaar worden nagekomen. Behandelen van resterende signalen of klachten uit de omgeving. Overdracht van informatie en documenten (zoals afsprakenlijsten en risicodossiers) aan de beheerorganisatie.
•
Organiseren van een evaluatie met interne en externe belanghebbenden om verbeterpunten vast te leggen.
15
6.4 Communicatieaanpak Communicatie in de afrondingsfase richt zich op het afronden en terugkijken: •
Afrondingsbericht via nieuwsbrief, website en sociale media.
•
Slotbijeenkomst of openstelling voor omgeving en bestuur.
•
Evaluatieverslag met terugkoppeling van leerpunten.
16