CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.385 Bijlage 4 - Participatieplan Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost (1606795)

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieplan Omgevingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost d.d. 14 oktober 2025 1. Inleiding Op 25 mei 2023 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee, als wijziging op de eerder vastgestelde structuurvisie Zierikzee, vastgesteld. In deze gebiedsvisie is de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein aan de zuidoostzijde van Zierikzee en de nieuwvestiging van een kV-station opgenomen. De vraag om deze uitbreiding is ingegeven door het feit, dat er binnen de gemeente Schouwen-Duiveland momenteel geen uitgeefbare gronden voor bedrijven meer beschikbaar zijn. Dit terwijl er bedrijven zijn die uitbreidings- en verplaatsingswensen hebben. Zoals gekwantificeerd, beschreven en vastgelegd in het Bedrijventerreinprogramma SchouwenDuiveland van 26 juni 2025, is uitbreiding van het bedrijventerrein noodzakelijk om de toekomstige vraag op te kunnen vangen. Voor de realisatie is een wijziging van het omgevingsplan Schouwen-Duiveland noodzakelijk. De gemeente is al gestart met de voorbereidende werkzaamheden en onderzoeken. De kaders voor de ontwikkeling zijn vastgelegd in een Uitgangspuntennotitie. Het plangebied is aangeduid in Afbeelding 1.

Afbeelding 1 | plangebied wijziging omgevingsplan

1

2. Doel van participatieplan Tijdens het proces van de vaststelling van de gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee zijn de omgeving en belanghebbenden betrokken. Met name de komst van een KV-station naar het gebied bleek gevoelig. Er is in de periode 2022-2023 veelvuldig en met grote regelmaat overleg geweest met omwonenden, grondeigenaren en andere stakeholders in het gebied en andere belanghebbende organisaties (waaronder bedrijfsvereniging VBZ en Stad en Lande). De gebiedsvisie is vervolgens gedeeltelijk uitgewerkt in een bestemmingsplan voor het kV-station, bijbehorende landschappelijke inpassing en de kabel- en leidingstroken. Voor het bedrijventerrein vindt nu de concrete uitwerking plaats. Het is gewenst om de omgeving en andere belanghebbenden opnieuw te informeren over, te betrekken bij en mee te nemen in het verdere proces. In dit participatieplan beschrijven we hoe we omgeving en belanghebbenden gaan betrekken bij dit plan. Een participatieplan maakt inzichtelijk hoe het participatieproces wordt ingericht. Daarnaast zorgt het vooraf voor inzicht in: • hoe participatie bijdraagt aan het doel van de opgaven of het planinitiatief; • wie er betrokken zijn; • welke participatieruimte er is en • welke planning erbij hoort. Kortom, het participatieplan beschrijft de aard, omvang, reikwijdte en verwachtingen rondom het planinitiatief.

Een goed participatieproces kan bijvoorbeeld bijdragen aan de volgende doelen: ➢ Omwonenden en belanghebbenden weten waarom het initiatief op een locatie wordt uitgevoerd; ➢ Omwonenden en belanghebbenden kunnen hun zorgen uiten en vragen stellen; ➢ Omwonenden en belanghebbenden kunnen meedenken over flankerende maatregelen; ➢ Omwonenden en belanghebbenden voelen zich gehoord en er wordt naar ze geluisterd, wat bijdraagt aan algemeen draagvlak voor de beoogde ontwikkeling. De in dit participatieplan bedoelde participatie duurt totdat de formele procedure tot wijziging van het omgevingsplan wordt gestart. Dat is het moment waarop het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan ter inzage wordt gelegd. Omdat het omgevingsplan uiterlijk op 28 september 2026 moet zijn vastgesteld (in verband met het gevestigde voorkeursrecht), willen we de formele procedure uiterlijk in maart 2026 starten. Tijdens de formele procedure is er de mogelijkheid voor alle betrokkenen om een zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. Na vaststelling kan er beroep worden ingesteld bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Richting de uitvoering van het plan is er daarnaast ook communicatie met de omgeving nodig. Deze vindt op langere termijn plaats. Dit participatieplan voorziet niet in die communicatie. 3.

Niveau van participatie Onder de Omgevingswet is participatie bij planontwikkelingen in sommige gevallen verplicht. Hiermee worden initiatiefnemers (in dit geval de gemeente) gestimuleerd om vroegtijdig de omgeving en andere belanghebbenden bij de plannen te betrekken. Voor plannen die niet passen in het omgevingsplan kan elke gemeente zelf bepalen in welke gevallen zij participatie verplicht stelt. De gemeente Schouwen-Duiveland is bezig met een ‘handreiking voor participatie’ bij plannen. In deze handreiking staan de categorieën genoemd waarbij participatie verplicht is. Daarnaast biedt het handvaten om de mate van impact dat een planinitiatief heeft op de omgeving te bepalen. Al is de handreiking op dit moment nog niet vastgesteld, bij de uitwerking van het omgevingsplan voor het bedrijventerrein Zierikzee wordt de handreiking als inspiratiebron gehanteerd. Gezien de omvang van het initiatief, de impact op de omgeving en mate van betrokkenheid, is participatie op basis van de handreiking verplicht.

2

3.1 Mate van participatie De handreiking kent 3 gradaties als het gaat om de impact van een planinitiatief en de mate van omvang als het gaat om het organiseren van de participatie: 1. Een initiatief met weinig (ruimtelijke of maatschappelijke) impact; 2. Een initiatief met een zichtbare (ruimtelijke of maatschappelijke) impact; 3. Een initiatief met een grote (ruimtelijke of maatschappelijke) impact en brede maatschappelijke gevolgen. Het is duidelijk dat de beoogde gebiedsontwikkeling valt in de categorie initiatief met grote (ruimtelijke of maatschappelijke) impact met brede maatschappelijk gevolgen. Dit wordt gekenmerkt door processen met een hoge mate van intensiteit van de participatie, de aanwezigheid van een grote groep belanghebbenden/stakeholders, de veelvuldige politieke en media-aandacht die het planinitiatief ontvangt. Het advies is om ruim tijd te nemen voor deze aspecten en instrumenten van participatie hier gericht op in te zetten. Het is echter in dit geval van belang om niet uit het oog te verliezen, dat de uitbreiding van het bedrijventerrein een concrete uitwerking is van de eerder vastgestelde gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee en de vertaling daarvan in de Structuurvisie Zierikzee. Tijdens de totstandkoming en voor de vaststelling van deze visie heeft een intensief participatietraject met belanghebbenden en stakeholders plaatsgevonden.

Dit zijn grotendeels dezelfde partijen, als waarmee de participatie nu voor het omgevingsplan beoogd wordt. Het is dus een vervolg op een eerder gebiedsplanproces, waarin kaders en opgaven benoemd zijn, wat besproken is met omgeving en belanghebbenden en nu nader wordt uitgewerkt. Daarnaast heeft in het kader van de voorbereiding en uitwerking van de Uitgangspuntennotitie op 14 mei 2025 al overleg plaatsgevonden met de Omgevingstafel. De resultaten van dit overleg zijn in een verslag opgenomen, dat te zijner tijd onderdeel zal zijn van het op te stellen participatieverslag. Aan de basis voor het opstellen en uitwerken van het omgevingsplan voor het nieuwe bedrijventerrein ligt in de bijgevoegde Uitgangspuntennotitie. Dit beschrijft de ambities voor het nieuwe bedrijventerrein en vormt het onderzoekkader. Om een start te kunnen maken met het proces van het Omgevingsplan en dus ook met de participatie wordt deze uitgangspuntennotitie eerst vastgesteld. Daarna worden omgeving en belanghebbenden geïnformeerd en betrokken bij het voornemen tot wijziging van het omgevingsplan. Er kan dan input worden geleverd naar aanleiding van de vastgestelde uitgangspuntennotitie. Zijn er bijvoorbeeld zaken die de omgeving mist of anders ziet? De input zal worden afgewogen en voor zover mogelijk en wenselijk meegenomen worden tijdens de verdere uitwerking.

De mate van participatie en de inzet van instrumenten zal om voornoemde redenen gericht zijn op het direct betrekken van de inwoners in de omgeving van het plangebied, de bedrijven en belanghebbende organisaties die ook in bij het proces van de gebiedsvisie zijn betrokken. 3.2 Participatieproces Hoe ziet het participatieproces op hoofdlijnen eruit? Na vaststelling van de Uitgangspuntennotitie wordt aan de slag gegaan met het participatieproces. ➢ ➢

We betrekken in de participatie de directe omgeving, bedrijven en andere belanghebbende partijen. We zetten het inspraakplatform ‘denk-mee’ van de gemeente in. Daar schetsen we het kader en vragen we via een vragenlijst om mee te denken. Hierdoor krijgen we een goed beeld van wat de omgeving, bedrijven en andere belanghebbenden belangrijk vinden. Daarbij is van belang om te weten welke belangen er spelen, wat mogelijke bezwaren zijn of op welke manier men eventuele hinder ondervindt van de ontwikkeling. Er is ruimte voor ideeën, verbeteringen en adviezen en deze worden zover mogelijk en wenselijk meegenomen bij de (verdere) uitwerking van het plan.

3

➢ ➢ ➢ ➢ ➢

We koppelen de uitgangspuntennotitie naar de omgevingstafel (overlegpartners) terug. Indien behoefte, kan een en ander nader afgestemd worden in een nieuwe bijeenkomst van de omgevingstafel. We informeren de gemeenteraad via een raadsinformatiebrief en in een raadsinformatiebijeenkomst (januari 2026). We houden een informatie-/inspraakbijeenkomsten voor de omgeving (januari 2026). Daar waar nodig vinden individuele gesprekken plaats. Van de bijeenkomsten en gesprekken worden verslagen gemaakt.

Het participatieproces met betrekking tot de deel van de voorbereiding op de wijziging van het omgevingsplan is afgerond als het ontwerp voor bestuurlijke besluitvorming wordt aangeboden en gepubliceerd wordt. Dan start de officiële inspraak en zienswijze periode op het omgevingsplan. De schematische uitwerking staat hieronder:

Afbeelding 2 | Overzicht participatieproces

Na uitvoering van de participatieactiviteiten wordt van het gehele proces, het overleg met omgeving en belanghebbenden en de uitkomst daarvan een participatieverslag opgesteld. Hierin wordt ook aangegeven wat met de uitkomst van de participatie gedaan is en of dit geleid heeft tot aanpassing of wijziging van de uitgangspunten voor het nieuwe bedrijventerrein. 4. Participanten Hierna volgt een overzicht van de beoogde participanten in het proces. 4.1 Omgeving Voor wat betreft omgeving is er onderscheid te maken tussen omwonenden die in de directe nabijheid van het plangebied wonen of direct zicht hebben op het plangebied en een grotere kring van omwonenden die de gevolgen van de planontwikkeling in de dagelijkse praktijk zullen beleven. Onder omwonenden verstaan we ook bedrijven in of in de directe nabijheid van het plangebied. Er is een gebiedsinventarisatie gemaakt van de omwonenden die zowel in het plangebied als mogelijk binnen de invloedssfeer van het nieuwe bedrijventerrein wonen. Deze is als bijlage gevoegd in het participatieplan.

4

4.2 Stakeholders en andere belanghebbenden De volgende organisaties zullen geïnformeerd en geconsulteerd worden over de planontwikkeling : ➢ VBZ ➢ ZLTO ➢ Stad en Lande ➢ Fietsersbond ➢ EVO (Belangenorganisatie goed functionerende goederenstromen) 4.3 Andere overheden Daarnaast zijn er ook andere overheden die we betrekken bij het proces, de overlegpartners. Dit is al eerder gebeurd door middel van de consultatie via de Omgevingstafel Schouwen-Duiveland en Walcheren op 14 mei 2025. Bij de omgevingstafel waren de volgende partijen aanwezig: ➢ Provincie Zeeland ➢ Waterschap Scheldestromen ➢ RUD-Zeeland ➢ Veiligheidsregio Zeeland ➢ GGD Zeeland ➢ Stedin Rijkswaterstaat was niet aanwezig, maar heeft een schriftelijke reactie afgegeven die meegenomen is in de verwerking van de Uitgangspuntennotitie. De inbreng van de betrokken overheden is reeds meegenomen in de uitgangspuntennotitie. Na vaststelling wordt de uitgangspuntennotitie met de overlegpartners gedeeld. Indien gewenst kunnen we het plan nogmaals in een omgevingstafel bespreken. 4.4 Gemeenteraad Met een raadsinformatiebrief en raadsinformatiebijeenkomst in januari 2026 zal de gemeenteraad geïnformeerd worden over de uitkomsten van het project en participatieproces. Bij het ter vaststelling aanbieden van het uiteindelijke omgevingsplan zal ook het participatieverslag aan de gemeenteraad ter kennisname worden voorgelegd.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16115050/1