CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.334 Bijlage 1 Brief zienswijze provincie Zeeland omgevingsverordening 2025 (1574195)

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Zeeland Postbus 6001 4330 LA Middelburg

Ons kenmerk Aantal bijlage(n) Onderwerp

: zaaknummer 1574729 :: Brief zienswijze provincie Zeeland omgevingsvisie- en verordening 2025

Behandeld door Datum Verzenddatum

: N Steenbergen : 26 augustus 2025 :

Geachte college van gedeputeerde staten van Zeeland, Op 29 juli 2025 heeft uw college zowel het ontwerp van de Actualisatie 2025 van de Zeeuwse Omgevingsvisie als het ontwerp van de Actualisatie 2025 van de Omgevingsverordening Zeeland vastgesteld voor inspraak. U heeft hiervan kennisgeving gedaan in het provinciaal blad van 24 juli 2025, nummer 12273. In de kennisgeving is aangegeven dat de betreffende stukken ter inzage liggen in de periode van 29 juli tot 8 september en dat gedurende die periode een zienswijze kan worden ingediend op de voorgenomen wijzigingen. Formeel voldoet u met deze kennisgeving aan de wettelijke vereisten van de procedure. Elkaar tijdig informeren en het hebben van overleg is één van de sterke punten van de Zeeuwse overheden. De periode van publicatie en de reactietermijn valt wederom grotendeels in het zomerreces. Gedurende de periode van het zomerreces is de ambtelijke capaciteit beperkt. Mede gezien de complexiteit van de materie kost het daardoor soms meer tijd om vakinhoudelijke reacties te verzamelen bij de diverse vakdisciplines van onze gemeente. Het maken van zorgvuldige afwegingen en het leveren van goede onderbouwde zienswijze staat daardoor onder druk. Dat kan ten koste gaan van de kwaliteit van de zienswijze van onze gemeente. Het zou helpen wanneer de ter inzagelegging voor een ruimere periode buiten de zomervakantie/reces plaatsvindt.

Gelet op de periode van publicatie dienen wij bij deze een zienswijze in en ontvangt u van ons de inhoudelijke reactie voor wat betreft de ontwerptekst van de omgevingsverordening op de onderwerpen Bedrijven, Kleinschalig kamperen, Verblijfsrecreatie in en buiten de kustzone, Wonen en bijlage I. Dit vóór de door u gestelde reactie termijn tot 8 september 2025. Provinciale omgevingsverordening Onderwerp 1: Bedrijven Omgevingsverordening - Artikel 5.1. Bedrijven Huidige concepttekst provincie Zeeland "12.De motivering bij een omgevingsplan dat voorziet in de vestiging van een nieuwe economische drager of een niet-agrarische activiteit in het landelijk gebied maakt aannemelijk dat: a. deze wordt gerealiseerd binnen bestaande bebouwing op een bestaand bouwvlak of bij een bestaande woning; b. de capaciteit van het bestaande wegennet voldoende is voor de te realiseren activiteit; c. de vestiging niet leidt tot beperkingen in de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf; d. het waterschap om advies is gevraagd; en

Postadres: Postbus 5555, 4300 JA Zierikzee Bezoekadres: Laan van St. Hilaire 2, 4301 SH Zierikzee

T: (0111) 452 000 www.schouwen-duiveland.nl

BIC: BNGHNL2G IBAN: NL80BNGH0285076094

e. voor zover sprake is van vestiging van verblijfsrecreatie - voldaan wordt aan de in bijlage IV, onder 1, B tot en met D (binnen de kustzone) opgenomen uitgangspunten, dan wel in bijlage IV, onder 3, B tot en met D (buiten de kustzone), opgenomen uitgangspunten en dat wordt voldaan aan een goede landschappelijke inpassing, de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is." Bemerkingen gemeente Schouwen-Duiveland In sub a wordt besproken over ‘een NED of niet agrarische activiteit binnen bestaande bebouwing op een bestaand bouwvlak OF bij een bestaande woning’. We zien hier graag nog de koppeling met een permanent bewoonde (dienst-)woning. De koppeling met permanent bewoonde (dienst-)woning zorgt ervoor dat de NED vanaf het eigen terrein geëxploiteerd wordt (en bijvoorbeeld niet door externen) en dit zorgt tegelijkertijd voor het houden van toezicht. In sub e (vestiging van verblijfsrecreatie) zorgt dit er ook voor dat een kleinschalige kampeerterrein ook gekoppeld is aan een permanent bewoonde (dienst-)woning voor dezelfde reden. Toelichting Omgevingsverordening - Artikel 5.1.

Bedrijven Huidige concepttekst provincie Zeeland "Nieuwe economische dragers en andere niet-agrarische activiteiten in het landelijke gebied" "in het achtste lid is bepaald dat nieuwvestiging in nieuwe bebouwing is toegestaan als de motivering van het omgevingsplan aannemelijk maakt dat het aantal bouwvlakken in de regio niet toeneemt. Met de regio wordt bedoeld Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren, Tholen, Schouwen-Duiveland en De Bevelanden." Bemerkingen gemeente Schouwen-Duiveland Om verwarring te voorkomen zouden we hier niet spreken van een toename van bouwvlakken, maar dat dit per saldo niet leidt tot een toename van bebouwing (zoals opgenomen in lid 13 sub d). Indien bebouwing in hetzelfde, reeds aanwezige, bouwvlak wordt gebouwd, is er namelijk geen sprake van een toename van bouwvlakken, maar van bebouwing. Er wordt in de laatste zin gesproken over regio: "met de regio wordt bedoeld Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren, Tholen, Schouwen-Duiveland en de Bevelanden." Bij de opsomming van regio's zouden wij 'of' gebruiken (nu staat er 'en'), dit suggereert dat alle regio's onder 'de regio' vallen. Onderwerp 2: Kleinschalig kamperen Omgevingsverordening - Artikel 5.27 Kleinschalig kamperen Bemerkingen gemeente Schouwen-Duiveland In het gehele artikel mist de relatie met het buitengebied. In lid 2 wordt gesproken over een kleinschalig kampeerterrein bij een woning.

Omdat de relatie met het buitengebied niet wordt genoemd, zou bij iedere woning (zowel in stedelijk als buitengebied) een kleinschalig kampeerterrein mogelijk zijn. In lid 1 wordt gesproken over een kleinschalig kampeerterrein bij een ‘agrarisch bedrijf met bedrijfsmatig grondgebruik voor het telen van gewassen dan wel veeteelt’. In de provinciale verordening (die ter inzage ligt) is de definitie van een agrarisch bedrijf: bedrijf voor het telen van gewassen, met inbegrip van aquacultuur. In lid 1 wordt een andere definitie van agrarisch bedrijf (met veeteelt) genoemd, wat niet overeenkomstig de definitie van een agrarisch bedrijf is. Er wordt gesproken over agrarisch bedrijf met grondgebruik. Wat wordt bedoeld met grondgebruik, een grondgebonden agrarisch bedrijf? Hierdoor worden niet-grondgebonden agrarische bedrijven uitgesloten. Of is dat juist de bedoeling? Op basis van deze omschrijving is ook niet duidelijk welke bedrijven wel uit mogen breiden naar 35 kampeermiddelen. Wanneer voldoet een agrarisch bedrijf aan de voorwaarden voor uitbreiding? Een duidelijkere definitie is gewenst die voor één uitleg vatbaar is. Ook in dit artikel is van belang dat er een koppeling wordt gemaakt met een permanent bewoonde (dienst-)woning zodat exploitatie en toezicht vanuit deze woning op het betreffende terrein geregeld kunnen worden.

In de toelichting van ‘Artikel 5.1 Bedrijven’, onder ‘Nieuwe economische dragers en andere niet-agrarische activiteiten in het landelijke gebied’ is de koppeling met een ‘permanent bewoonde (dienst-)woning op het betreffende terrein’ wel gemaakt. In lid 2 wordt gesproken over een kleinschalig kampeerterrein ‘bij een ander bedrijf’. Gezien de definitie van bedrijf wordt een kleinschalig kampeerterrein dus ook mogelijk bij andere bedrijven dan alleen (voormalig) agrarische bedrijven of bij een woning. Wordt hiermee niet mogelijk gemaakt dat minicampings op (kleinschalige) bedrijventerreinen in het buitengebied ook mogelijk worden gemaakt?

In lid 3 wordt het ontwikkelkader B t/m D genoemd. Waarom wordt het ontwikkelkader opgenomen bij nieuwvestiging of uitbreiding van kleinschalige kampeerterreinen? Tijdens verschillende bijeenkomsten over het nieuwe ontwikkelkader is hier niet eerder over gecommuniceerd. Daarnaast wordt in hetzelfde lid gesproken over ‘een goede landschappelijke inpassing doordat onder meer, maar niet uitsluitend het nieuwe of uit te breiden terrein integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap’. Dit is praktisch niet uitvoerbaar. Landschappelijke inpassing is mogelijk, maar hoe kan een ontwikkeling/uitbreiding integraal onderdeel uitmaken van het agrarisch landschap in situaties dat het een open agrarisch polder landschap betreft? Dit is meer een tekst voor in een gebiedsvisie. Toelichting Omgevingsverordening - Artikel 5.27 Kleinschalig kamperen Bemerkingen gemeente Schouwen-Duiveland In dit artikel wordt meermaals gesproken over ‘kleine kampeerterreinen’, dit moet kleinschalige kampeerterreinen zijn. In de toelichting van kleinschalig kamperen wordt wel de koppeling gemaakt met ‘permanent bewoonde (dienst-)woning op het betreffende terrein’. Dit graag ook meenemen in het artikel over kleinschalig kamperen zelf (zie eerder genoemde opmerkingen).

De zin: Het kleinschalig kampeerterrein is voornamelijk gericht op toeristisch kamperen met een maximum van 20% van het aanbod aan permanente kampeermiddelen, met een maximum van 5. Hierin wordt gesproken van ‘20% van het aanbod’. In plaats van aanbod, zouden wij hier gewoon spreken van ‘kampeermiddelen’, aanbod kan namelijk van alles betekenen. ‘Actief agrarische ondernemers, zoals hierboven omschreven, kunnen onder kwalitatieve voorwaarden meer uitbreidingsruimte (tot 35 eenheden) krijgen om middels investeringen in de verblijfsrecreatieve nevenfunctie een solide basis te leggen onder agrarische bedrijven zodat én eventuele tegenvallende resultaten uit agrarische activiteiten kunnen worden opgevangen én er investeringsvermogen wordt opgebouwd om op een meer duurzame manier te boeren. Er moet in alle gevallen worden aangetoond dat een extra uitbreiding meerwaarde oplevert voor het landschap, omgeving en de agrarische onderneming. De extra capaciteit boven 25 mag enkel in stand worden gehouden zolang er sprake is van een actief agrarisch bedrijf. Voor niet-agrarische ondernemers en bij burgerwoningen, zijn er niet meer ontwikkelmogelijkheden dan 25 eenheden.’ Wat is de definitie van een actieve agrarische ondernemer? In dit artikel wordt verder gesproken over eenheden in plaats van kampeermiddelen, graag eenduidige termen gebruiken.

Wat wordt er bedoeld met ‘meerwaarde voor de agrarische onderneming’? Zijn dat extra inkomsten voor de agrarische ondernemen? De vraag is hoe dit getoetst gaat worden? Hoe komen we erachter dat een actief agrarisch bedrijf is gestopt en het aantal kampeermiddelen terug moet naar 25? De gemeente moet dat namelijk planologisch aanpassen. Onderwerp 3: Verblijfsrecreatie in en buiten de kustzone Bijlage IV Ontwikkelkader verblijfsrecreatie in en buiten de kustzone Bemerkingen gemeente Schouwen-Duiveland Horen de genoemde aanpassingen niet bij Lijst B van het Zeeuws Afwegingskader? Deze is nog niet besproken. Onder ‘Uitgangspunten’ ‘A. Ruimtelijke kwaliteit, natuur en landschap’ is opgenomen ‘een uitbreiding van maximaal 20% van de bestaande oppervlakte’. Het is per situatie afhankelijk of dit mogelijk is. Daarom stellen wij voor geen maximum van 20% op te nemen. Daarnaast is opgenomen ‘Een uitbreiding van eenheden is mogelijk indien: […] er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatieve eenheden […]’. De definitie van verblijfsrecreatieve eenheden ontbreekt. Onder ‘B. Economische uitvoerbaarheid en ondernemerschap’ wordt ‘hoogwaardig concept’ genoemd.

Wie bepaalt dat het om een hoogwaardig concept gaat? Wordt dit in de omgevingstafel besproken? Onder ‘2 Ontwikkeling aandachtsgebieden in de kustzone’ wordt onder ‘Gezamenlijk streefbeeld als basis voor ontwikkeling’ genoemd dat ‘[…] naast ondernemers heeft ook de overheid een rol. Zij regisseert de totstandkoming van het streefbeeld […]’. Welke overheid wordt bedoeld? Onder ‘Ontwikkelruimte’ wordt genoemd: ‘Dit betekent dat de ontwikkeling van een nieuwe, verblijfsrecreatieve voorziening in een aandachtsgebied, moet bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten in de vorm van verplaatsing dan wel sanering van verblijfseenheden/verblijfsrecreatief bedrijf in het aandachtsgebied zelf, als onderdeel van een gezamenlijk streefbeeld en gebiedsaanpak, of elders in de betreffende regio van de Zeeuwse kust.’ Een ‘nieuwe, verblijfsrecreatieve voorziening in een aandachtsgebied’ suggereert dat het om nieuwvestiging gaat. Feitelijk gezien is dat het niet, omdat er verplaatsing/ sanering tegenover staat. Wij zouden hier niet spreken van een ‘nieuwe’ verblijfsrecreatieve voorziening, maar een verblijfsrecreatieve voorziening op een nieuwe locatie. Daarnaast wordt in dezelfde alinea gesproken over verblijfseenheden.

Wij zouden hier niet spreken over verblijfseenheden, maar alleen over verblijfsrecreatief verblijf. Dit om handel in eenheden te voorkomen. In deze alinea wordt ook gesproken van ‘de betreffende regio van de Zeeuwse kust’. Wat is de regio, is dat binnen de gemeentegrenzen? Onder ‘4 Ontwikkeling aandachtsgebieden buiten de kustzone’ de tekst onder ‘Ontwikkelruimte verblijfsrecreatie’: Een verblijfsrecreatief knelpunt gaat altijd over verblijfsrecreatieve eenheden van een bestaand bedrijf. In een aandachtsgebied bevindt zich over het algemeen een (te) grote concentratie en druk van (verblijfs)recreatie, wat de draagkracht en ruimtelijke kwaliteit van het betreffende gebied onder druk zet (qua natuur, infrastructuur, landschap), waardoor deze niet meer in balans is met de kwaliteit van het landschap, de natuur, en de leefomgeving. Verdere groei van verblijfsrecreatie kan leiden tot verlies van kernkwaliteiten zoals rust, openheid, natuurwaarde of leefbaarheid voor bewoners. Oplossing wordt gezien in het beperken van verdere druk door middel van sanering, verplaatsing dan wel herstructurering van verblijfsrecreatieve eenheden/ontwikkelingen, in balans met genoemde gebiedskwaliteiten. Hierin wordt het aandachtsgebied genoemd. Een aandachtsgebied is een gebied wat bedoeld is om het probleem op te lossen. Er wordt nu vanuit gegaan dat het aandachtsgebied het ‘probleemgebied’ zelf is.

Toelichting - Artikel 5.22 Verblijfsrecreatie in de kustzone Onder de toelichting van de voorwaarde ‘milieu en duurzaamheid’ wordt onder andere gesproken over ‘hittestress’. Bepaalde maatregelen tegen hittestress vallen vaak onder bebouwing. Het tegen gaan van hittestress zou mogelijk gemaakt moeten worden door middel van tijdelijke bebouwing (schaduwdoeken). Dit heeft ook gevolgen voor de maximale uitbreiding. Onderwerp 4: Wonen Toelichting Omgevingsverordening - Artikel 5.15 Wonen – nieuwe bebouwing: rood voor groen Bemerkingen gemeente Schouwen-Duiveland Dit onderdeel komt te vervallen. Er is ook geen overgangsregeling opgenomen voor landgoederen. Wordt dit ook niet gedaan? De vraag is waaraan we lopende initiatieven voor landgoederen moeten toetsen? In artikel 5.14 wordt in lid 2 genoemd dat artikel 5.15, lid 1 niet van toepassing is voor gevallen zoals bedoeld in artikel 5.15 t/m 5.17. Nu 5.15 is komen te vervallen, dient dan enkel getoetst te worden aan artikel 5.14? Onderwerp 5: bijlage I Bijlage 1 – Begrippen Bemerkingen gemeente Schouwen-Duiveland Goede landschappelijke inpassing Het begrip van een goede landschappelijke inpassing kan op diverse manieren geïnterpreteerd worden. Door deze ruime definitie wordt landschappelijke inpassing mogelijk anders geïnterpreteerd.

Om duidelijkheid hierover te krijgen, zou het noodzakelijk zijn om iedere ontwikkeling voor te leggen aan de provincie, om te zien of aan de voorwaarden wordt voldaan. Is dat de bedoeling? Het zou al helpen als de definitie meer geconcretiseerd wordt (bijvoorbeeld met een maatvoering in aantal meters). Kampeermiddel Graag meer specificeren van het begrip "eenheid". Wat verstaat de provincie onder het begrip eenheid? Zoals het er nu staat, bestaat de mogelijkheid tot het exploiteren van meerdere verblijven binnen één en hetzelfde kampeermiddel (eenheid) tegelijk. In de praktijk zien wij namelijk soms dat één kampeermiddel wordt opgesplitst in twee eenheden. Graag toevoegen dat één eenheid als één te exploiteren eenheid wordt gezien. Kleinschalig kampeerterrein (minicamping) Mogelijk ‘bij een ander bedrijf’, zie eerdere opmerking hierover. Niet-permanente kampeermiddelen Graag een maximale oppervlakte opnemen (bijvoorbeeld 30 m2). Anders kunnen er veel personen binnen één eenheid verblijven (bijvoorbeeld in een grote legertent). Permanente kampeermiddelen ‘inclusief ondersteunend bouwwerk’. Hier graag toevoegen dat het niet duurzaam verbonden is met de grond.

Tot slot Wij verzoeken u onze bovengenoemde inbreng en vragen te verwerken in de door Provinciale Staten van Zeeland vast te stellen besluiten betreffende de omgevingsverordening- en visie 2025.

Hoogachtend, namens burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15920275/1