CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.313 bijlage 2 - BMC rapport Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum (1298528)

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken5.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

​

Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

​ Rapport | 11 augustus 2025

Partners in verbetering

Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum Rapport Gemeente Schouwen-Duiveland

Risicoanalyse nieuwe exploitatie Brogum

Inhoudsopgave H1 | Inleiding​

1

1.1 Aanleiding​

1

1.2 Vraagstelling​

1

1.3 Verantwoording werkwijze​

1

H2 | Een nieuw Brogum!​

2

H3 | Algemene trends en ontwikkelingen popsector​

4

H4 | Aannames en grondslagen​

6

4.1 Algemeen​

6

4.2 Meerjarige exploitatieraming​

6

4.3 Investeringsraming​

8

4.4 Jaarrekening 2024 Stichting Brogum​

9

4.5 Concept huurovereenkomst​

9

4.6 Demarcatielijst onderhoud​

9

4.7 Organisatiemodel​

9

H5 | Analyse​

11

H6 | Bevindingen en aanbevelingen​

15

Colofon​

16

​ Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

Risicoanalyse nieuwe exploitatie Brogum

H1 | Inleiding 1.1 Aanleiding In november 2024 heeft de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland ingestemd met nieuwbouw voor cultuurpodium Brogum. Een belangrijk onderdeel van deze nieuwbouw is een uitbreiding van de capaciteit van de zaal voor popconcerten, dance events en andere pop-culturele activiteiten tot 300 staanplaatsen (thans 200). Door Adviesbureau Synarchis is een meerjarige exploitatieraming voor het cultuurpodium na de verbouwing opgesteld. Daarnaast heeft de gemeente zelf een risicoanalyse met betrekking tot de toekomstige exploitatie gemaakt. De gemeente heeft aan BMC gevraagd om op deze risicoanalyse een ‘second opinion’ en daar waar nodig een verdiepingsslag uit te voeren.

1.2 Vraagstelling Maak inzichtelijk welke financiële risico’s er samenhangen met de nieuwe exploitatie van cultuurpodium Brogum (lees: de exploitatie na nieuwbouw), wat de mogelijke omvang van deze risico’s is en hoe deze risico’s zijn te beheersen, inclusief financiële effecten.

1.3 Verantwoording werkwijze We zijn ons onderzoek gestart met een deskresearch. Daarbij hebben we de volgende documenten betrokken: ●​ Jaarrekening 2024 Stichting Brogum ●​ Exploitatieraming Brogum jaar 1-3 na verbouwing (Synarchis, augustus 2024) ●​ Investeringsraming nieuw poppodium (van Twillert, mei 2025) ●​ Concept huurovereenkomst gemeente en Stichting Brogum na nieuwbouw ●​ Demarcatie onderhoud na nieuwbouw (Synarchis, april 2024) ●​ Organisatiemodel Brogum (Synarchis, juni 2024) ●​ Eigen risicoanalyse gemeente (datum onbekend) ●​ Haalbaarheidsonderzoek Cultuurpodium Brogum, Zierikzee (4advies, juni 2021) Vervolgens hebben we op basis van een eigen omgevingsanalyse en ervaringsgegevens gekeken naar de validiteit van de grondslagen en/of kengetallen onder de meerjarige exploitatieraming en naar de aansluiting van de investeringsraming op de exploitatieraming. Daarna hebben we de gebeurtenissen die (nog) in de toekomst een financieel effect kunnen hebben in kaart gebracht en zo veel als mogelijk gekwantificeerd. Een en ander leidt tot een actualisatie en aanscherping van de risicoanalyse, die door de gemeente reeds is opgesteld.

| 1 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

H2 | Een nieuw Brogum! In dit hoofdstuk gaan we kort in op de inhoud van de risicoanalyse, die de gemeente zelf in een memo onder de titel “Een nieuw Brogum! Basis en bereik, toekomstperspectief, inbedding in het culturele landschap, beheersing van risico's” heeft vastgelegd. De gemeente ziet op hoofdlijnen de volgende risico's: A.​ Intern Financiële risico’s ●​ Onzekerheid over inkomsten uit kaartverkoop, horeca en sponsoring tegenover hoge vaste kosten (huur, personeel, techniek, et cetera). Risico’s met betrekking tot personeel ●​ Moeite met het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel, met name in relatie tot de grote afhankelijkheid van vrijwilligers. Organisatorische risico’s ●​ Hier worden genoemd: gebrekkige interne communicatie, onduidelijke verantwoordelijkheden en/of onvoldoende ervaring met concert- en/of eventorganisatie. Artistieke risico’s ●​ Als risico’s worden gezien: mismatch tussen ‘aanbod’ en ‘vraag’, alsmede het ontbreken van een helder artistiek profiel. Technische risico’s ●​ De snelle veroudering van technische apparatuur in samenhang met de steeds hogere eisen van de artiesten wordt als een risico gezien. Risico’s met betrekking tot de reputatie ●​ Hier worden o.a. genoemd: negatieve publiciteit door overlast, drugsgebruik en onveilige situaties. B.​ Extern Concurrentie ●​ Uitval publiek door concurrerende initiatieven (o.a.

collega-podia, festivals, horeca). Publieksrisico’s ●​ Podium kan niet snel genoeg inspelen op de snel veranderende smaak van het publiek. Zie ook hiervoor. Economische risico’s ●​ Conjunctuurschommelingen die een negatief effect hebben op bestedingen van het publiek en op sponsorbijdragen. Risico’s met betrekking tot overheid en regelgeving ●​ Aspecten die o.a. genoemd worden, zijn overheidsbezuinigingen en aanscherping regelgeving (milieu, arbeidsomstandigheden). Omgevingsrisico’s ●​ Hierbij wordt met name gedacht aan klachten van omwonenden met betrekking tot geluidsoverlast en verkeershinder.

| 2 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

C.​ Demografie ‘Vergrijzing’ van de bevolking ●​ De ‘vergrijzing’ in de gemeente Schouwen-Duiveland ligt hoger dan het landelijke gemiddelde. Dit betekent minder jong publiek voor het aanbod van het poppodium. Krimp van de bevolking ●​ Zie hiervoor. Kleiner wordende (potentiële) doelgroep en een dalende beschikbaarheid van vrijwilligers. Beperkte aanwas van jong talent ●​ Door ‘vergrijzing’ en ‘krimp’ vermindert de aanwas van jong muzikaal talent. Afhankelijkheid van het toerisme ●​ Hier wordt de sterke fluctuatie van (potentieel) publiek tussen ‘hoogseizoen’ en ‘laagseizoen’ als een risico aangemerkt. Beperkte toegang tot personeel en vrijwilligers ●​ Ook leiden ‘vergrijzing’ en ‘krimp’ mogelijk tot een dalende beschikbaarheid van personeel (inclusief vrijwilligers). Concurrentie en bereikbaarheid ●​ De relatief afgelegen ligging van de gemeente Schouwen-Duiveland ten opzichte van de grotere podia in Goes, Middelburg en Rotterdam wordt ook als een risico gezien. De gemeente ziet vier ‘overkoepelende’ beheersmaatregelen voor de voornoemde risico’s. 1.​ Zorg dragen voor een stevige positionering van het stichtingsbestuur ten aanzien van de inhoudelijke en financiële opdracht, die er bij de stichting ligt, en proactief handelen ten aanzien van kansen en/of signalen. 2.​ Zorgdragen voor een inbedding van Brogum in het culturele veld, alsmede het faciliteren van samenwerking.

3.​ Het bezien van de jaarsubsidie in het perspectief van een kansrijke programmering, die de programmering armslag geeft. 4.​ Evalueren van de financiële ontwikkeling(en) uiterlijk na twee volledige boekjaren en het bijstellen van de jaarsubsidie daar waar nodig.

| 3 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

H3 | Algemene trends en ontwikkelingen popsector Als context voor onze second opinion beschrijven we in dit hoofdstuk een aantal algemene trends en ontwikkelingen in de popsector. Deze zijn naar verwachting in meer of mindere mate ook van toepassing op het (nieuwe) cultuurpodium in Zierikzee. a.​ Popcultuur verbreidt zich steeds verder. Popcultuur is meer dan alleen maar popmuziek. Het is een innovatieve cultuur, die (ook) deel uitmaakt van en terug te vinden is in film, theater, beeldende kunst, games, grafische vormgeving, dans, literatuur en e-cultuur. Popmuziek is sterk verbonden met jeugd-, jongeren- en nachtcultuur en vormt de schakel tussen andere cultuur- en kunstuitingen. De maatschappelijke waarde en reikwijdte van popcultuur voor kunst en cultuur, participatie, talentontwikkeling en economie groeien nog steeds. b.​ Poppodiumsector is in de afgelopen jaren explosief gegroeid. Er zijn in Nederland op dit ogenblik 70 professionele (geregistreerde) poppodia. In 2023 organiseerden de poppodia in totaal 17.362 programma’s (concerten, clubavonden, muziekactiviteiten op locatie, niet-muziekactiviteiten en verhuur) waarmee circa 5,8 miljoen bezoeken werden gerealiseerd. De totale omzet van de poppodia bedroeg in 2023 € 199,9 miljoen. Dat jaar waren er totaal 8.372 personen werkzaam bij de betreffende poppodia.

c.​ Populariteit van festivals, maar er zijn tekenen dat groei afvlakt. In 2023 werden er in Nederland ruim 1.236 festivals georganiseerd, maar in 2024 daalde dit aantal. Het aantal nieuwe festivals, een belangrijke indicator, lag in 2023 met 32 historisch laag. Dit jaar werden circa 50 festivals afgelast. De explosief gestegen kosten (en daarmee de financiële risico’s) en de moordende concurrentie op de festivalmarkt spelen daarbij een belangrijke rol. Zie ook hierna. d.​ Toenemende globalisering. De belangstelling voor popmuziek en popcultuur groeit wereldwijd. Steeds meer fans reizen met hun favoriete artiest mee. Afstanden worden minder belangrijk. Dat geldt zeker voor regionaal en landelijk concertbezoek. Alle relevante concertzalen in Nederland zijn goed bereikbaar. e.​ Min of meer samenhangend met d.: meer grote optredens en/of een serie optredens op één locatie. Steeds minder grotere acts touren langs de Nederlandse poppodia. Eén groot concert in AFAS Live of de Ziggo Dome levert de artiest meer geld op dan een uitgebreide clubtour. En ook: reizen wordt voor acts steeds kostbaarder. Dus is het voordeliger om op één locatie in Nederland meerdere concerten te geven. Dit past bovendien goed bij het streven naar meer duurzaamheid. f.​ Explosieve toename van kosten. Met name na de coronacrisis ziet de sector zich geplaatst voor enorme kostenstijgingen.

Dit betreffen niet alleen de kosten van de productie (o.a. techniek, logistiek, veiligheid, personeel), maar dit geldt ook voor de gages. Deze ontwikkeling heeft vanzelfsprekend ook repercussies op de toegangsprijzen van concerten en/of festivals. Daarmee zijn ook de financiële risico’s die eventorganisatoren lopen fors toegenomen. Voor festivals geldt grofweg de regel dat voor elke euro die wordt besteed aan een programma, er drie euro’s moeten worden geïnvesteerd in de infrastructuur, hardware, veiligheid, et cetera. g.​ Voortschrijdende digitalisering van de samenleving. Hiermee wordt het aanbod van kunst en cultuur niet alleen toegankelijker, maar verandert deels ook de wijze waarop het publiek deelneemt aan activiteiten op dit gebied, bijvoorbeeld vanuit (het eigen)

| 4 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

huis. Dit heeft ook invloed op het aanbod van interessante acts. Vroeger deden bands uitgebreide tournees om een nieuwe cd te promoten of te verkopen. Nu staat die nieuwe cd nog dezelfde dag op Spotify. Toch zal er bij het publiek altijd een behoefte blijven bestaan om samen een concert, theatervoorstelling en/of evenement te beleven. Er gaat niets boven “live”. h.​ Toenemende concurrentie in de vrijetijdsmarkt. Onder andere vanwege de voortschrijdende digitalisering van de samenleving (zie ook g.) neemt het aanbod van vrijetijdsactiviteiten nog steeds toe. De consument krijgt steeds meer keuzemogelijkheden. Een goed voorbeeld is de concurrentie die de landelijke poppodia hebben ondervonden van de festivals. De grenzen tussen wat vroeger ‘hoge cultuur’ en ‘lage cultuur’ werd genoemd vervagen meer en meer. Een onderscheidend programma-aanbod wordt steeds belangrijker. In dit kader is het ook belangrijk om te signaleren dat er in de popsector meer (zaal- en/of festival-)capaciteit is dan aanbod, waardoor poppodia en festivals vaker met elkaar moeten concurreren om interessante acts binnen te halen (zie o.a. ook b. en d.). i.​ Kunst en cultuur krijgen steeds meer betekenis voor verschillende groepen mensen. Kinderen en jongeren die er hun talent ontwikkelen, mensen met een verstandelijke beperking die zich erdoor kunnen uiten, eenzame ouderen die anderen kunnen ontmoeten.

Daarmee ontstaan ook nieuwe verbindingen, die andere eisen stellen aan de culturele instellingen. Culturele instellingen staan meer dan ooit midden in de samenleving. j.​ Dertigers en veertigers als nieuwe doelgroep. Deze leeftijdsgroepen hebben vanwege een druk leven (kinderen, carrière) nog maar weinig tijd om uit te gaan. Om die reden worden er voor deze doelgroep(en) steeds vaker specifieke programma’s ontwikkeld. Een goed voorbeeld is het populaire concept ‘Vroegzat’, dat het nachtleven terugbrengt naar de avond. k.​ Inspelen op demografische ontwikkelingen en nieuw publiek. Met name de gevestigde culturele instellingen en/of initiatieven hebben steeds meer een uitdaging om nieuw publiek aan zich te binden. Het aandeel mensen in de Nederlandse bevolking dat niet is opgegroeid met het traditionele kunst- en cultuuraanbod neemt toe. Deze ontwikkeling is al langer gaande, maar de impact ervan is door de coronacrisis nog manifester geworden. Culturele instellingen en festivals dienen zich deels opnieuw uit te vinden. De culturele instelling en/of het festival van de toekomst is inclusief en divers, zowel voor als achter de schermen, ontwikkelt nieuwe programmaconcepten, verbindt zich met andere domeinen in de samenleving (zie c.) en geeft (onvoorwaardelijk) ruimte aan nieuwe initiatieven vanuit de gemeenschap.

| 5 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

H4 | Aannames en grondslagen In dit hoofdstuk gaan we in op de aannames en grondslagen die als basis dienen voor de meerjarige exploitatieraming van cultuurpodium Brogum na de ingebruikname van het nieuwe gebouw. We kijken dan met name naar twee documenten: de exploitatieraming, zoals deze door Synarchis in opdracht van de gemeente is opgesteld (notitie programmering en exploitatiebegroting Cultuurpodium Brogum, 26 augustus 2024) en de investeringsraming, zoals deze door Calculatiebureau van Twillert is opgesteld (fasedocument, 2 mei 2025). Aanvullend daarop kijken we ook naar de huidige financiële prestaties van Brogum, de huidige en beoogde organisatie van het cultuurpodium, en naar de concept huurovereenkomst en de demarcatielijst onderhoud voor de nieuwe situatie.

4.1 Algemeen Het valt ons op dat er voor de periode na de ingebruikname van het nieuwe cultuurpodium geen integraal ondernemings- en/of businessplan door Stichting Brogum is opgesteld. Alle ‘onderleggers’ voor de planontwikkeling en besluitvorming zijn door externe partijen opgesteld. Dat doet de vraag rijzen of het verhaal van het nieuwe Brogum wel voldoende het eigen verhaal van de organisatie is.

4.2 Meerjarige exploitatieraming Aan de door Synarchis opgestelde meerjarige exploitatieraming ligt een eerder door 4advies uitgevoerd onderzoek ten grondslag (juni 2021). 4advies komt op basis van een beknopte omgevingsanalyse tot de conclusie dat Brogum zich kan doorontwikkelen tot een duurzame culturele organisatie met een substantiële uitbreiding van culturele genres, doelgroepen en publieksbereik, onder de voorwaarde “dat de accommodatie fundamenteel wordt gerevitaliseerd, er een upgrade plaatsvindt van activiteiten en publieksbereik en er wordt geïnvesteerd in de organisatorische capaciteit”. De basis voor de door Synarchis opgestelde (nieuwe) meerjarige exploitatieraming wordt gevormd door een overzicht, waarin het in 2023 door het cultuurpodium gerealiseerde aantal producties wordt afgezet tegen het door stichting Brogum beoogde activiteitenaanbod voor de situatie na ingebruikname van de nieuwbouw. Binnen het huidige en toekomstige activiteitenaanbod worden drie hoofdgroepen van activiteiten onderscheiden: concerten, verhuur en het Anywave Festival. Na de ingebruikname van het nieuwe cultuurpodium wordt een vierde hoofdgroep geïntroduceerd: de caféshows. De geraamde (eigen) opbrengsten in de nieuwe situatie zijn berekend door de bezoekersaantallen te vermenigvuldigen met de gemiddelde (netto) bestedingen per bezoek bij de entree en de horeca.

De directe productiekosten (inkoop programma) zijn afgeleid van de omzet entreegelden (dekkingspercentage), de inkoop horeca als een percentage van de omzet. De toekomstige vaste kosten zijn, rekening houdend met de beoogde schaalvergroting, afgeleid van de huidige vaste kosten. Voor de entree wordt rekening gehouden met een gemiddelde (netto) besteding van € 15 en € 10 voor respectievelijk de concerten en de caféshows. Bij de horeca houdt men rekening met een (netto) besteding

| 6 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

van € 21, € 7,50 en € 15 voor respectievelijk de concerten, de caféshows en de verhuringen. De horecabesteding per bezoek bij de concerten is hoger dan de gemiddelde besteding bij poppodia, maar wordt blijkbaar nu ook al gerealiseerd. De overige (netto) bestedingen beoordelen we als marktconform. De geraamde recettes dekken 86% van de directe programmakosten. Dat is gezien de schaalgrootte van Brogum (ook in de nieuwe situatie) een alleszins acceptabele verhouding. Een percentage inkoop (van de netto horeca-omzet van 30%) vinden we aan de hoge kant, althans als dit alleen de inkoop is van de dranken die worden verkocht. Een poppodium moet zeker een inkooppercentage van 25% kunnen realiseren. Hier is dus nog een (bescheiden) voordeel te behalen. Er is gerekend met een groeimodel van drie exploitatiejaren. We vinden dat een verstandige keuze, omdat de exploitatie (opnieuw) moet worden opgebouwd. De rekenmethode die Synarchis volgt, is een beproefde en valide manier om in deze fase te komen tot een businesscase op hoofdlijnen. In de meerjarige exploitatieraming wordt rekening gehouden met een verdubbeling van het totaal aantal activiteiten (70) ten opzichte van de huidige situatie (34). Deze groei is voor een belangrijk deel toe te rekenen aan de caféshows (24) als nieuwe activiteitengroep (zie hiervoor).

Gelijk met de verdubbeling van het aantal activiteiten wordt ook uitgegaan van een (ruime) verdubbeling van het aantal bezoeken (12.500) ten opzichte van de huidige situatie (5.798). De grootste groei wordt gerealiseerd bij de concerten. Hier groeit het aantal bezoekers van 1.913 (2024) naar 4.750 (jaar 3). Als we een en ander vertalen in een gemiddelde bezetting per concert, dan neemt deze toe van 42% (2023) naar 53% in de nieuwe situatie. Gelet op de aard van het aanbod (breed en overwegend toegankelijk), het aantal concerten per jaar en de capaciteit en verbeterde faciliteiten van het podium in de nieuwe situatie vinden we dit een reële aanname. Het betekent wel dat het podium permanent zal moeten investeren in het contact met de boekers en/of impresariaten om verzekerd te blijven van een aansprekend aanbod. In de nieuwe situatie wordt uitgegaan van een gemiddeld aantal bezoeken per caféshow van 66. Dit is een nieuwe activiteit, die zich nog moet bewijzen. We hebben bij de stukken geen onderbouwing aangetroffen voor de prognose van het aantal bezoeken per activiteit. Gelet op het aantal beoogde caféshows en gegeven het feit dat het hier gaat om een nieuwe activiteit, beoordelen we het gemiddelde bezoekersaantal waarmee wordt gerekend als ‘ambitieus’. Tenslotte rekent men met een toename van het aantal verhuringen (zowel zakelijk als particulier) van 7 naar 12.

Dat levert op jaarbasis 1.200 meer bezoeken op (gemiddeld 183 deelnemers per verhuring). Als het poppodium in haar huidige opzet 7 verhuringen per jaar realiseert, dan moet bij verbeterde faciliteiten en een grotere capaciteit een toename van 5 verhuringen per jaar haalbaar zijn. Bij de meerjarige exploitatieraming, zoals door Synarchis gepresenteerd, hebben we nog de volgende kanttekeningen:

| 7 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

a.​ Hoewel niet expliciet vermeld, gaan we ervan uit dat alle in de meerjarige raming genoemde bedragen, inclusief de onderliggende kengetallen, exclusief btw zijn. b.​ De ervaring leert dat bij het opstarten van een nieuwe exploitatie, bijvoorbeeld na de realisatie van nieuwbouw, er sprake is van aanloopkosten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een tijdelijke inzet van (extra) personeel, eenmalige marketingkosten (o.a. openingscampagne), noodzakelijke aanschaf die niet in de begroting was voorzien, ​ et cetera. Behalve dat de gemeentelijke subsidie in het eerste exploitatiejaar hoger is dan in het tweede exploitatiejaar, is in de exploitatieraming geen rekening gehouden met een post ‘aanloopkosten’. c.​ Tevens leert de ervaring dat in het geval van nieuwbouw en/of schaalvergroting de huisvestingslasten, anders dan de huur, substantieel toenemen. We vinden de onderbouwing van deze kostenpost vooralsnog niet erg overtuigend. Zo lijkt het ons onwaarschijnlijk dat de schoonmaak en het deel huurdersonderhoud voor € 6.000 per jaar zijn te realiseren, ook al zal een deel van de werkzaamheden door vrijwilligers worden uitgevoerd. d.​ Het is belangrijk dat de stichting in de eerste drie exploitatiejaren (en daarna) een weerstandsvermogen opbouwt, passend bij de (normale) risico’s die horen bij de exploitatie van een cultuurpodium. Daarmee kan voorkomen worden dat Brogum c.q.

het college bij de eerste de beste tegenvaller terug moet naar de raad. Binnen een afbouwende subsidie lijkt ons een dergelijke reserve niet eenvoudig te realiseren. e.​ Tijdens de sluiting van Brogum gedurende de sloop- en bouwperiode lopen de organisatiekosten door. De meerjarige exploitatieraming geeft geen uitsluitsel over hoe de dekking hiervan precies verloopt.

4.3 Investeringsraming Hoewel een beoordeling van de investeringsraming an sich buiten de scope van ons onderzoek valt, hebben we wel gekeken naar de volledigheid van de investeringsraming. Afwijkingen en/of ontbrekende elementen in de investeringsraming kunnen immers negatieve effecten hebben op de exploitatie. Bijvoorbeeld omdat de ‘kostprijsdekkende’ huur uiteindelijk hoger uitvalt en/of omdat er door Brogum zelf nog extra (onvoorziene) investeringen moeten worden gedaan. In de ‘Investeringsraming nieuw poppodium’ (van Twillert, mei 2025), die aan BMC beschikbaar is gesteld, ontbreekt een post ‘onvoorzien’. De gemeente heeft aangegeven dat er buiten de raming die BMC heeft gezien een post ‘onvoorzien’ van € 0,4 miljoen is opgenomen. Dat is circa 10% van de geraamde investering. In de investeringsraming is een begrotingspost voor ‘gebouwgebonden installaties’ meegenomen, maar er is geen rekening gehouden met theatertechnische installaties (geluid, licht en audiovisueel) en met horecatechnische installaties. Ook ontbreekt een begrotingspost voor ‘losse inrichting’ (o.a. meubilair). Uit de stukken van Synarchis maken we op dat de gemeente eenmalig een taakstellend budget van € 258.000 voor de inrichting beschikbaar stelt, waarna Brogum zelf in haar exploitatie middelen moet reserveren voor toekomstige vervangingen.

Echter, een onderbouwing van die € 258.000 ontbreekt in de stukken die zijn

| 8 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

aangeleverd. Ook kan BMC geen aansluiting vinden tussen de omvang van de investering en de afschrijvingskosten die in de meerjarige exploitatieraming zijn meegenomen.

4.4 Jaarrekening 2024 Stichting Brogum De jaarrekening van Stichting Brogum is samengesteld door een extern administratiekantoor op basis van de door de stichting aangeleverde administratie. Er heeft geen accountantscontrole plaatsgevonden. In 2024 werd door de stichting een positief exploitatiesaldo van € 4.932 gerealiseerd (tegen een resultaat nihil in 2023). Het stichtingsvermogen kwam daarbij uit op € 113.524, waarvan € 94.101 vastligt in een bestemmingsreserve en € 19.423 een vrij te besteden reserve is. Binnen de bestemmingsreserve is € 45.000 gereserveerd voor het nieuwe Brogum. De buffer die hiermee wordt gecreëerd voor tegenvallers in de aanloop- en opbouwperiode van het nieuwe Brogum beoordelen we als ‘vrij beperkt’. Zie ook onze eerdere opmerking over een voorziening ‘aanloopkosten’.

4.5 Concept huurovereenkomst Er is door de gemeente een concept huurovereenkomst opgesteld voor de periode na oplevering van de nieuwbouw en de ingebruikname door de stichting (versie 27/03/2025). Inzake de verantwoordelijkheid van de verhuurder en de huurder met betrekking tot het onderhoud en de vervangingen wordt verwezen naar een demarcatielijst (zie hierna). Ook wordt melding gemaakt van het voornemen om een meerjarige onderhoudsplanning (mjop) op te stellen voor zowel het eigenarendeel onderhoud als het huurdersdeel onderhoud. Er zal sprake zijn van een ‘kostprijsdekkende’ huur. Deze moet nog worden vastgesteld, maar zal te allen tijde volledig worden gecompenseerd door subsidie. Derhalve zal de toekomstige huur geen negatief effect hebben op het exploitatiesaldo van de stichting.

4.6 Demarcatielijst onderhoud Door Synarchis is een concept ‘demarcatielijst’ (versie 1 april 2025) opgesteld inzake de verantwoordelijkheden met betrekking tot de eerste aanschaf, het dagelijks correctief, het preventief en het groot onderhoud. We missen in deze lijst geen essentiële zaken. Voor de toekomstige exploitatie is het wel van belang dat de verantwoordelijkheid voor de vervangingen van de theater-technische installaties volledig bij Stichting Brogum ligt (zie onze opmerking en/of vraag hierover in paragraaf 2.3).

4.7 Organisatiemodel Stichting Brogum bestaat op dit ogenblik uit een vierkoppig bestuur, een bezoldigd fulltime directeur, een zestal onbezoldigde coördinatoren (totaal 36-56 uur) en een aantal ‘overige vrijwilligers’ (circa 60). Het jaarlijkse festival Anywave is ondergebracht in een aparte rechtspersoon. Synarchis stelt in een notitie ‘Organisatiemodel Cultuurpodium Brogum’ van 3 juni 2024 voor om de post ‘salariskosten’ van € 74.000 in het kader van de schaalvergroting te verhogen tot maximaal € 150.000 (prijspeil 2024) om zo ruimte te bieden aan beperkte uitbreiding van de vaste formatie, nog door de organisatie zelf nader in te vullen.

| 9 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

We onderschrijven de door Synarchis voorgestelde versterking van de professionele organisatie van de stichting. De stichting is met één ‘beroepskracht’ na schaalvergroting nog kwetsbaarder dan ze nu is. Het is belangrijk dat de stichting voor de periode dat het podium wordt gebouwd en voor de fase na oplevering van het nieuwe Brogum een nader uitgewerkt organisatieplan opstelt en op basis van dit plan bepaalt hoe eventueel extra budget het meest efficiënt kan worden ingezet.

| 10 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

H5 | Analyse In dit hoofdstuk analyseren we de risico’s die samenhangen met de exploitatie van poppodium Brogum na realisatie van de nieuwbouw. We sluiten hierbij zoveel als mogelijk aan bij de risicoanalyse die door de gemeente zelf al eerder is opgesteld (zie hoofdstuk 2). Een ‘+’ betekent dat er een reële kans is dat het risico zich voordoet, een ‘-’ betekent dat de kans daarop klein is. A.​ Interne risico’s Gebeurtenis

Kans dat gebeurtenis zich voordoet

Impact

Maatregel om risico te beheersen en/of te reduceren

Prognose aantallen bezoeken concerten wordt niet gehaald binnen de gestelde termijn.

+/Brogum realiseerde in 2023 een gemiddelde zaalbezetting bij concerten van 42%. In de nieuwe situatie wordt uitgegaan van een gemiddelde bezetting van 53%. Gelet op de aard van het aanbod, het beperkte aantal concerten en de beoogde schaalvergroting lijkt dit realistisch.

Rekening houden met een negatieve afwijking van maximaal 20%. Dit heeft met name een effect op de netto horeca-omzet. Bandbreedte risico: € 10.000 - € 15.000.

Intensiveren van inspanningen op het gebied van marketing.

Prognose aantal bezoeken caféshows wordt niet gehaald binnen de gestelde termijn.

+ Het betreft hier een nieuwe activiteit, die zich niet heeft bewezen.

Rekening houden met een negatieve afwijking van maximaal 40%. Dit heeft met name een effect op de netto horeca-omzet. Bandbreedte risico: € 3.000 € 6.000.

Intensiveren van inspanningen op het gebied van marketing.

Prognose aantal bezoeken verhuringen wordt niet gehaald binnen de gestelde termijn.

Op basis van het aantal verhuringen dat nu al door Brogum wordt gefaciliteerd, lijkt dit geen risico.

Geen noemenswaardig risico.

Acquisitie op ‘verhuur’ is aandachtspunt. Ook hiervoor is een goede kennis van de lokale markt nodig.

| 11 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

Opmerkingen

Kennis van de lokale markt voldoende borgen in de organisatie. Investeren in een structureel goede relatie met boekers/ impresariaten.

Kennis van de lokale markt voldoende borgen in de organisatie.

BMC gaat ervan uit dat er vergunningtechnisch geen beperkingen zijn voor 'commerciële verhuur’.

Prognose gemiddelde bestedingen wordt niet gerealiseerd.

Gemiddelde bestedingen zijn realistisch. Voor een belangrijk deel zijn deze ook gebaseerd op de huidige praktijk.

Geen noemenswaardig risico.

Opbouw nieuwe exploitatie kent tegenvallers.

+ De ervaring leert dat er soms meer tijd nodig is om de inhoudelijke en financiële doelstellingen te halen.

Indien BMC zelf verantwoordelijk zou zijn voor de nieuwe exploitatie, zouden we bij de huidige inzichten willen beschikken over een (extra) budget ‘aanloopkosten’ van € 50.000 voor de eerste 36 maanden.

Post ‘aanloopkosten’ opnemen in de begroting en/of tijdig ‘weerstandsvermogen’ creëren.

Dit bedrag is dan beschikbaar voor bijvoorbeeld tijdelijke inzet van (extra) personeel, extra promotie/ gerichte marketing bij tegenvallende bezoekcijfers en voor onvoorziene uitgaven inzake de inrichting. Let op: het genoemde bedrag is niet per jaar, maar uit te smeren over de eerste drie volledige jaren van de nieuwe exploitatie.

Kosten stijgen sneller dan begroot en/of kunnen onvoldoende worden gecompenseerd door stijging van inkomsten.

+ Het beeld sectorbreed is dat de werkelijke kostenstijgingen hoger zijn dan de gemiddelde jaarlijkse indexatie van subsidie. Dit heeft onder meer te maken met 'cao-reparaties' en stijgende tarieven van ZZP’ers vanwege schaarste.

De impact wordt bepaald door het verschil tussen de indexatie van de subsidie en de (eigen) tarieven van de stichting, en de werkelijke inflatie.

Zeker in de eerste jaren van de exploitatie dient de indexatie van de gemeentelijke subsidie in de pas te lopen met de werkelijke inflatie. Dit aspect dient een vast gespreksonderwerp te zijn tijdens het periodieke bestuurlijke overleg.

Zie hoofdstuk 3: ‘Algemene trends en ontwikkelingen’.

Discontinuïteit organisatie.

+ Brogum is sterk afhankelijk van vrijwilligers en van een zeer beperkt aantal mensen met kennis en ervaring.

Rekening houden met 0,5 extra fte als buffer voor ‘uitval’ = ​ € 35.000 - ​ € 45.000.

Tijdig investeren in opvolging bestuur en kader.

| 12 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

B.​ Externe risico’s Gebeurtenis

Kans dat gebeurtenis zich voordoet

Impact

Maatregel om risico te beheersen en/of te reduceren

Opmerkingen

Concurrentiepositie van Brogum verzwakt.

+/Het is aannemelijk dat de concurrentie binnen de culturele en/of leisuresector in de komende decennia nog verder zal toenemen.

Omdat de impact hiervan van zoveel verschillende factoren afhankelijk is, is het risico van deze ontwikkeling eigenlijk niet te kwantificeren.

Het is belangrijk dat Brogum zoveel als mogelijk een eigen ‘community’ bouwt en investeert in eigen en/of lokaal talent.

Zie hoofdstuk 3: ‘Algemene trends en ontwikkelingen’.

+ De huidige onrust in de wereld maakt duidelijk dat er sprake is van een wankel ‘evenwicht’.

Omdat de impact hiervan van zoveel verschillende factoren afhankelijk is, is het risico van deze ontwikkeling eigenlijk niet te kwantificeren.

Voor de korte termijn: opbouwen van een ‘weerstandsvermogen’. Zie ook hiervoor.

De genoemde risico’s zijn vanzelfsprekend niet alleen van toepassing op Brogum, maar gelden voor de gehele sector in meer of mindere mate.

Conjuncturele schommelingen (hangt ook samen met het hiervoor genoemde risico).

| 13 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

Investeren in eigen en/of lokaal talent kost (aanvankelijk) meer geld dan dat het oplevert. Dit legt wel extra druk op de begroting. Dit dient tenminste een onderwerp te zijn in een nog op te stellen strategisch ondernemingsplan. Ook zou in het kader van dit ondernemingsplan een verkenning moeten plaatsvinden van de mogelijkheden voor een niet vrijblijvende (strategische) samenwerking met collegapodia in Zeeland.

C.​ Demografische risico’s Gebeurtenis

Kans dat gebeurtenis zich voordoet

Impact

Maatregel om risico te beheersen en/of te reduceren

‘Vergrijzing’ en ‘krimp’.

+ Beide ontwikkelingen/ trends zijn van toepassing op de gemeente SchouwenDuiveland.

Kan zonder maatregelen leiden tot ‘uitval’ van (potentieel) publiek, (eigen) vrijwilligers en kader.

Ook hiervoor geldt dat het, naast het aanbieden van een breed, toegankelijk programma, belangrijk is om aan een hechte ‘community’ te bouwen om zo voldoende ‘eigenaarschap’ (loyaliteit) bij de gemeenschap te creeeren.

| 14 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

Opmerkingen

H6 | Bevindingen en aanbevelingen Op basis van onze analyse komen we tot de volgende (samenvattende) bevindingen: 1.​ Met de raming die door Synarchis is opgesteld ligt er een goede en op hoofdlijnen valide basis voor de eerste drie volledige exploitatiejaren na de ingebruikname van het nieuwe Brogum. 2.​ In de meerjarige raming ontbreekt nog een post ‘aanloopkosten’. Op basis van onze ervaring met vergelijkbare exploitaties zouden we voor de eerste 36 maanden van de exploitatie rekening houden met een budget (risicoreserve) van € 50.000. 3.​ Het bandbreedterisico dat in de meerjarige exploitatieraming zit (basis: kengetallen) schatten we vooralsnog in op € 50.000 - € 70.000, exclusief de onder 2. genoemde ​ € 50.000, die primair bedoeld is voor zaken die (nog) niet zijn opgenomen en/of uitgewerkt in de begroting en/of die nu nog niet kunnen worden voorzien. 4.​ We onderschrijven de inhoud van de risicoanalyse die door de gemeente zelf is opgesteld. Dat geldt ook voor de door de gemeente geformuleerde beheersmaatregelen. Daarbij tekenen we wel aan dat de gemeente, o.a. in het kader van de ‘krimp’, terecht wijst op het belang van educatieve programma’s, talentontwikkelingstrajecten en andersoortige culturele programmering, maar dat hiermee naar onze waarneming in de meerjarige exploitatieraming (nog) geen rekening is gehouden. Zie ook eerdere constateringen 4advies.

5.​ Het is nog niet duidelijk wat de lange termijn effecten zijn van de investering in de theatertechniek op de exploitatie van Stichting Brogum (toekomstige vervangingen). 6.​ Er is door de stichting (nog) geen integraal ondernemingsplan opgesteld voor de exploitatie van Brogum na de ingebruikname van het nieuwe gebouw. Het plan wordt nu gevormd door losse documenten, waarvan de samenhang niet altijd duidelijk is. Er wordt nu overigens gewerkt aan een integraal ondernemingsplan. Daarvoor is een extern adviseur aangetrokken. Bijgevolg leidt dit tot de volgende aanbevelingen: A.​ Houd rekening met ‘aanloopkosten’ om het nieuwe cultuurpodium goed in de markt te zetten. Tref hiervoor een voorziening. B.​ Zorg ervoor dat er snel duidelijkheid komt over hoe de toekomstige vervanging van het deel ‘theatertechniek’ van Brogum wordt bekostigd. C.​ Laat de stichting een integraal ondernemingsplan voor de nieuwe exploitatie opstellen, inclusief de stappen die nog moeten worden gezet om een goede start te kunnen maken. Dit plan dient ook inzicht te geven in de benodigde personele capaciteit, zowel voor wat betreft de betaalde medewerkers als de vrijwilligers. D.​ Betrek bij het onder C. genoemde ondernemingsplan ook een verkenning van de mogelijkheden van een niet vrijblijvende (strategische) samenwerking met collega-cultuurpodia in Zeeland.

| 15 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

BMC ​ Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

Colofon 11 augustus 2025 Classificatie

:

Intern gebruik

Naam adviseur

:

Dick te Winkel

Projectnummer

:

PO054041

| 16 | Risicoanalyse nieuwe exploitatie cultuurpodium Brogum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15868116/1