CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.270 - Dhr. Tillema - Juridische Toelichting Antwoordnotitie Gebiedsvisie (1543693)

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Juridische Onderbouwing – Aanvulling Antwoordnotitie Gebiedsvisie Zierikzee Noordwest Onderstaande juridische toelichting onderbouwt het verzoek tot aanvulling en/of rectificatie van de Antwoordnotitie d.d. 20 mei 2025, op basis van relevante wetgeving en rechtspraak. Deze selectie is gericht op de kernpunten uit de brief: zorgvuldigheid, verwerking van participatie, vertrouwensbeginsel, en samenhang tussen participatie en het Woo-verzoek. 1. Zorgvuldigheid en motiveringsplicht (Awb art. 3:2 en 3:46) Een bestuursorgaan moet een besluit zorgvuldig voorbereiden (art. 3:2 Awb) en de motieven kenbaar maken (art. 3:46 Awb). Wanneer een gemeente substantiële en tijdig ingediende participatie-inbreng niet meeneemt, is sprake van strijd met deze beginselen. Voorbeeld: • ABRvS 13 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1963): de Afdeling vernietigde een besluit omdat geen inhoudelijke reactie was gegeven op een relevante zienswijze. 2. Vertrouwensbeginsel bij toezeggingen (Awb art. 3:14 en 2:4) Door op 20 maart 2025 schriftelijk te verklaren dat álle reacties tot 4 april worden verwerkt in een antwoordnotitie, wekt de gemeente gerechtvaardigd vertrouwen. Indien vervolgens reacties systematisch worden uitgesloten, is sprake van schending van het vertrouwensbeginsel.

Voorbeeld: • ABRvS 18 mei 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BP7053): toezegging van de gemeente gaf aanleiding tot gerechtvaardigd vertrouwen, ook al was deze niet geformaliseerd in beleid. 3. Verwerking participatie onder Omgevingswet De Omgevingswet eist een 'passend en inzichtelijk' participatieproces (art. 16.55 Ow jo. art. 5.1–5.6 Bkl). Het negeren van tijdig geleverde, inhoudelijke participatie-inbreng is onverenigbaar met deze vereisten. Voorbeeld: • ABRvS 18 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:48): uitsluiting van relevante input leidde tot vernietiging van het besluit wegens schending van de participatievereisten.

4. Samenhang Woo-verzoek en participatie Hoewel de Wet open overheid (Woo) en participatie juridisch onderscheiden zijn, mogen documenten die uit een Woo-verzoek voortkomen én deel uitmaken van de zienswijze of overleginbreng, niet worden genegeerd. Voorbeeld: • ABRvS 30 oktober 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3718): documenten die via Woo werden verstrekt en relevant waren voor besluitvorming, mochten niet worden uitgesloten van inhoudelijke beoordeling.

5. Informatieplicht richting gemeenteraad (Gemeentewet art. 169) Alle relevante stukken die van belang zijn voor besluitvorming moeten beschikbaar worden gesteld aan de raad (art. 169 lid 2 Gemeentewet). Het niet opnemen van inbreng van bewoners in het raadsdossier belemmert de democratische controle. Voorbeeld: • ABRvS 6 mei 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1434): het niet volledig informeren van de gemeenteraad over participatieresultaten leidde tot bestuurlijke onrechtmatigheid. Disclaimer: Deze notitie is op persoonlijke titel opgesteld, zonder pretentie van juridisch advies. De toelichting is bedoeld als onderbouwing vanuit het perspectief van een betrokken burger, met verwijzing naar relevante jurisprudentie en regelgeving. Voor formele juridische beoordeling dient onafhankelijk advies te worden ingewonnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15762565/1