2025.218 Bijlage 1 Blueyard Onderzoek Muziekonderwijs Zeeuwse gemeenten ONDER EMBARGO TOT 5 JUNI 2025 (1502683)
Tekst van het document
1
Inhoud Management summary .............................................................................................................. 3 1. Aanleiding en achtergrond ................................................................................................. 5 2. Onderzoek ........................................................................................................................... 7 3. Zeeuwse gemeenten en hun cultuurbeleid ......................................................................... 8 4. Wat is het ideale ecosysteem voor muziekonderwijs ? ....................................................... 9 DEEL A: MUZIEKONDERWIJS BUITEN SCHOOLTIJD............................................. 11 5. Wat is het ideale ecosysteem voor muziekonderwijs buiten schooltijd............................. 11 6. Schets van de huidige situatie ............................................................................................14 6.1 Aanbieders ......................................................................................................................14 6.2 Verenigingen ................................................................................................................... 15 6.3 Een gemeenschappelijke regeling (GR)..........................................................................16 7.
Perspectieven van stakeholders ......................................................................................... 17 7.1 Perspectief van de aanbieders ........................................................................................ 17 7.2 Perspectief van de gemeenten ........................................................................................ 17 7.2.1. De tien GR-gemeenten ............................................................................................. 17 7.2.2 Perspectief van de uittredende gemeenten Tholen en Reimerswaal .......................19 7.2.3. Perspectieven van de uitgetreden gemeenten Sluis en Vlissingen ......................... 20 7.2.4. Perspectief van de gemeente Terneuzen ................................................................. 20 7.3 Perspectief van de verenigingen .................................................................................... 20 7.4 Perspectief van cursisten en inwoners............................................................................21 8 Reflecties ........................................................................................................................... 22 8.1 Reflecties op muziekonderwijs buiten schooltijd .........................................................
22 8.2 Reflecties op de GR en de situatie van de Zeeuwse Muziekschool ................................ 27 8.2.1. Een GR of niet? ....................................................................................................... 27 8.2.2. Scenario’s ................................................................................................................ 29 8.3 Reflecties op de situatie van de Zeeuwse Muziekschool ............................................... 30 DEEL B: MUZIEKONDERWIJS ONDER SCHOOLTIJD............................................. 33 9. Wat is het ideale ecosysteem voor muziekonderwijs onder schooltijd ............................ 33 10. Schets van de huidige situatie in Zeeland ......................................................................... 35 10.1 Cultuuronderwijs op de scholen................................................................................... 35 10.2 Ondersteunende organisaties voor muziekeducatie onder schooltijd ........................ 36 11. Perspectieven van stakeholders ........................................................................................ 37 12. Reflecties op muziekonderwijs onder schooltijd .............................................................. 38 13. Aanbevelingen................................................................................................................... 40
© Blueyard – Eerde Hovinga | Marijn Cornelis April 2025
2
Management summary De Zeeuwse gemeenten vroegen Blueyard te onderzoeken hoe het muziekonderwijs op een passende en duurzame manier kan worden georganiseerd. Aanleiding hiervoor was zorg over de situatie van de Zeeuwse Muziekschool en de organisatie van het muziekonderwijs. Muziekonderwijs buiten schooltijd Voorwaarden voor een goed functionerend ecosysteem buiten schooltijd zijn zichtbaarheid, financiële en fysieke toegankelijkheid, breed aanbod, continuïteit en kwaliteit van het lesgeven, eerlijke arbeidsvoorwaarden, en faciliteiten zoals instrumentendepots en samenspeelplekken. Ook zijn vitale verenigingen en andere samenspeelmogelijkheden van belang. Zeeuwse muziekeducatie buiten schooltijd wordt voornamelijk verzorgd door de Zeeuwse Muziekschool en Toonbeeld (Terneuzen). Daarnaast zijn er lokale zzp’ers, kleine organisaties en muziekverenigingen. De Zeeuwse Muziekschool biedt een breed en professioneel aanbod, maar functioneert binnen een complexe GR-structuur en herstelt recent van financiële problemen. Inhoudelijk scoort de school goed, maar er zijn zorgen over de kosten, transparantie over geldstromen, en aansluiting van het aanbod op de situatie van de afnemers. De GR-structuur biedt schaalvoordelen, maar wordt door gemeenten als knellend en inflexibel ervaren, en er zijn zorgen over uittreding van gemeenten.
Toonbeeld biedt in Terneuzen een professioneel aanbod met goede faciliteiten als onderdeel van een breder Centrum voor de Kunsten, en wordt door de gemeente als effectief en betrouwbaar ervaren. In gemeenten zonder subsidierelatie met een muziekschool, zoals Vlissingen en Sluis, ontbreekt regie en is het aanbod versnipperd en minder goed vindbaar. Reflecties op muziekonderwijs buiten schooltijd Het ecosysteem buiten schooltijd vertoont sterke en zwakke kanten. Waar sterke aanbieders aanwezig zijn, is het aanbod zichtbaar en divers. In andere gebieden is er sprake van afnemende bereikbaarheid en kansengelijkheid. Bij de Zeeuwse Muziekschool verschilt het bereik sterk per gemeente en gaat er bij gemeenten met weinig cursisten veel geld naar de overhead. Omdat de huisvestingslasten worden gedeeld door alle gemeenten wordt het gevoel versterkt dat kleine gemeenten zonder eigen locatie oneerlijk veel bijdragen. Er is ontevredenheid over de GR, maar de gemeenten voorzien bezwaren of onmogelijkheden voor een overgang naar een andere organisatievorm. Wij concluderen dat het beëindigen van de GR en een andere organisatievorm geen onoverkomelijke obstakels kent.
3
Muziekonderwijs onder schooltijd Voorwaarden voor een goed functionerend ecosysteem onder schooltijd zijn de beschikbaarheid van vaardige of professionele docenten, inbedding als vast onderdeel van het curriculum en samenwerking met culturele organisaties of verenigingen buiten de school. Het muziekonderwijs onder schooltijd is de verantwoordelijkheid van de scholen. Zij worden hierin ondersteund door Cultuurkwadraat, Cultuurpunt Walcheren, Toonbeeld en KCE. De scholen hebben moeite om muziekonderwijs duurzaam te organiseren door onvoldoende tijd of financiële middelen. Zij ervaren geen knelpunten in de samenwerking met de culturele organisaties en de intermediairs. Bestuurders en organisaties noemen de structuur in Zeeland complex en versnipperd en de taakafbakening niet altijd helder. Over de combinatie van eerste- en tweedelijnstaken bij KCE en de Zeeuwse Muziekschool worden vragen gesteld. Reflecties op muziekonderwijs onder schooltijd De ondersteuningstructuur is complex, maar aangezien de scholen tevreden zijn is dit niet werkelijk een probleem. De vermenging van eerste en tweedelijnstaken is niet ideaal vanwege het risico op onjuiste belangenafweging, maar maakt ook dat kleinere organisaties juist massa krijgen. Boven de Westerschelde is de schaal groot genoeg om die taken te scheiden. Aanbevelingen o Zeeland heeft twee krachtige instellingen voor muziekonderwijs.
Koester en versterk die. o Omdat sterke organisaties cruciaal zijn, wordt Vlissingen en Sluis aangeraden opnieuw aansluiting te zoeken bij een robuuste organisatie. Tholen en Reimerswaal zouden hun voorgenomen uittreding uit de GR moeten heroverwegen, omdat herstructurering meer mogelijkheden biedt. o De Zeeuwse Muziekschool wordt geadviseerd kritischer naar het aanbod en de prijsstelling in kleinere gemeenten te kijken, en prestatieafspraken helder vast te leggen. o Voorgesteld wordt om de GR te beëindigen en de Zeeuwse Muziekschool om te vormen tot een zelfstandige stichting met subsidieregeling, gebaseerd op basis- en keuzepakketten. Prestatieafspraken en monitoring zijn onmisbaar; niet-nakoming moet consequenties hebben. Als de GR toch blijft bestaan, is herziening van kostenverdeling en uittreedsommen noodzakelijk. o Gemeenten wordt in overweging gegeven om scholen rechtstreeks te ondersteunen bij structureel muziekonderwijs, bijvoorbeeld via subsidie voor vakleerkrachten of inzet van verenigingen en culturele partners. o Geadviseerd wordt om de tweedelijnstaken van KCE onder te brengen bij Cultuurpunt Walcheren, om duidelijkheid in rollen en geldstromen te creëren. o Zolang scholen tevreden zijn en geen belemmeringen ervaren, wordt fusie van ondersteunende organisaties voor cultuuronderwijs onder schooltijd afgeraden.
4
1. Aanleiding en achtergrond De Zeeuwse gemeenten willen onderzoeken hoe het Zeeuwse muziekonderwijs op een passende en duurzame manier georganiseerd kan worden. Veel gemeenten in Nederland worstelen met de organisatie van muziekeducatie. Ze zoeken manieren om het betaalbaar en toegankelijk te houden, omdat muziek maken bewezen positief bijdraagt aan de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen. Samen musiceren draagt bij aan welzijn en sociale cohesie. Wanneer muziekonderwijs minder toegankelijk wordt door hoge kosten of verschraling van het aanbod, leidt dit niet alleen tot minder musicerende kinderen, maar ook tot ongelijkheid in kansen. Zeeuwse gemeenten staan voor dezelfde uitdagingen als elders, maar door lage bevolkingsdichtheid en grote afstanden is het risico op verschraling hier groter. Vooral in kleinere gemeenten blijft het een uitdaging om muziekonderwijs goed te organiseren en bereikbaar te houden. Op zowel gemeentelijk als provinciaal niveau zijn al eerder zorgen geuit over de toekomst van het Zeeuwse muziekonderwijs, zowel over de organisatie ervan als de mate waarin het aanbod aansluit op de behoeften van de gemeenten. Desondanks is er brede consensus over het belang van muziekonderwijs. In het Zeeuwse muziekonderwijs speelt de Zeeuwse Muziekschool (ZMS) 1 die al meer dan zeventig jaar bestaat, een belangrijke rol.
Sinds 1984 is de Zeeuwse Muziekschool door de gemeenten ondergebracht in een Gemeenschappelijke Regeling. In de afgelopen jaren heeft een aantal gemeenten besloten om uit de regeling te stappen. De Zeeuwse Muziekschool verkeert in financieel zwaar weer en het is de vraag welk effect nieuwe uittredingen zullen hebben.
1 Muziekschool Zeeland is de naam die sinds 2020 gebruikt wordt. De formele naam luidt de Gemeenschappelijke
Regeling Zeeuwse Muziekschool. In dit rapport gebruiken wij de naam Zeeuwse Muziekschool.
5
De Zeeuwse gemeenten en de provincie Zeeland vroegen aan advies- en onderzoeksbureau Blueyard om een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar het organiseren van muziekonderwijs in Zeeland, waarbij expliciet onderscheid te maken tussen de inrichting van het muziekonderwijs en de Zeeuwse Muziekschool. De Zeeuwse Muziekschool is namelijk niet het muzikale ecosysteem maar onderdeel hiervan. Doelstelling van de opdrachtgevers is om het muziekonderwijs in Zeeland op een duurzame manier te organiseren en te borgen voor de toekomst. Punten van onderzoek zijn: - Wat zijn de behoeften van de Zeeuwse gemeenten op het gebied van muziekonderwijs en wat zijn de behoeften van de inwoner, scholen en muziekverenigingen? - Is het - zowel inhoudelijk, financieel als geografisch - wenselijk om het muziekonderwijs gezamenlijk te organiseren? - Op dit moment is de Zeeuwse muziek- en (cultuur)educatie belegd bij de Zeeuwse Muziekschool, KCE, Cultuurpunt Walcheren en Toonbeeld. Welke inhoudelijke, financiële en organisatorische kenmerken van deze organisaties zijn relevant voor dit onderzoek? En wat betekent een herziening van de organisatie van het muziekonderwijs voor hen? - Welke lessen kunnen we leren van de wijze waarop andere muziek- of cultuurinstellingen in het land zijn georganiseerd? -
Als gezamenlijk organiseren de voorkeur heeft, welke duurzame vorm past hier anno 2025 bij? Hoe wordt dit praktisch vertaald in adequate doelstellingen, governance, bedrijfsvoering, - structuur en financiën.
6
2. Onderzoek Aanpak Voor ons onderzoek kozen we een brede aanpak om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het muziekonderwijs in Zeeland. We spraken met alle dertien wethouders, met vertegenwoordigers van de Zeeuwse Muziekschool, Cultuurpunt Walcheren, Toonbeeld, Cultuureducatie Zeeuws-Vlaanderen en Cultuurkwadraat. We analyseerden van deze organisaties de jaarverslagen, jaarrekeningen en relevante beleidsstukken. Ook spraken we met de provincie en de begeleidingscommissie van de gemeenschappelijke regeling en we woonden een door de provincie georganiseerd diner pensant bij met alle wethouders, gedeputeerde en ambtenaren over het onderwerp cultuureducatie. We spraken met het LKCA (Landelijk Kenniscentrum voor Cultuureducatie en Amateurkunst), Cultuurconnectie (de brancheorganisatie voor cultuureducatie, amateurkunst en volksuniversiteitswerk) en met Méér muziek in klas. Met een online enquête onder alle muziekverenigingen verzamelden we aanvullende inzichten over het ecosysteem, en we spraken met drie besturen van scholenkoepels. We verrichtten deskresearch, zowel naar de betrokken organisaties als naar landelijke trends. Tenslotte maakten we - om de Zeeuwse situatie in breder perspectief te plaatsen - een vergelijking met andere muziekscholen en aanbieders van muziekonderwijs in Nederland.
Dit rapport We gaan eerst in op de visies van de gemeenten en hun cultuurbeleid. Daarna schetsen we in hoofdstuk 4 hoe het ideale muzikale ecosysteem eruit zou moeten zien. Daarna delen we ons rapport op in twee delen: A. muziekonderwijs buiten schooltijd B. muziekonderwijs onder schooltijd. Elk deel heeft de volgende opbouw: - Schets van de huidige situatie - Perspectieven van betrokken partijen - Reflectie We sluiten af met aanbevelingen Onze aanbevelingen resulteren niet in één of twee kant-en-klare scenario’s waaruit de opdrachtgever simpelweg kan kiezen. In plaats daarvan presenteren we aanbevelingen op verschillende onderwerpen, die afzonderlijk kunnen worden overwogen en waarvan de gewenste invulling afhangt van de benadering van zowel de dertien Zeeuwse gemeenten als de betrokken organisaties. Wij adviseren om deze aanbevelingen in gezamenlijk overleg te selecteren en uit te werken.
7
3. Zeeuwse gemeenten en hun cultuurbeleid Om te bepalen hoe muziekonderwijs passend en duurzaam georganiseerd kan worden in Zeeland is het belangrijk om vast te stellen hoe de Zeeuwse gemeenten aankijken tegen cultuur en muziekonderwijs. In de gesprekken gaven alle Zeeuwse gemeenten aan dat zij kunst en cultuur en de cultuurdeelname door hun inwoners belangrijk vinden. Zij vinden dat actieve cultuurbeoefening bijdraagt aan persoonlijke groei en ontwikkeling, met name voor jongeren. Wie in aanraking komt met cultuur en kan ontdekken wat dat bijdraagt aan persoonlijk welzijn en geluk, kan daar de rest van zijn leven voordeel mee doen. Met name voor groepen die niet als vanzelfsprekend in aanraking komen met cultuur wordt regelmatig genoemd dat die kennismaking extra belangrijk is. Naast de persoonlijke impact, wordt ook de bijdrage gezien van cultuur aan sociale cohesie, versterking van identiteit, verbondenheid en trots op de omgeving. Tien van de dertien Zeeuwse gemeenten hebben in de afgelopen jaren een visie op cultuur geformuleerd - of werken daar nu aan. De bovenstaande uitgangspunten worden hierin weerspiegeld. Op basis van deze cultuurvisies wordt beleid geformuleerd om cultuurdeelname te stimuleren en te ondersteunen. Ook gemeenten zonder vastgesteld cultuurbeleid, benadrukken het belang van cultuurdeelname en hun motivatie om dat te stimuleren.
Deze motivatie om cultuur te ondersteunen blijkt ook uit de cijfers. Wanneer we naar de gemeentebegrotingen kijken zien we dat ten opzichte van de landelijke cijfers, het gemiddelde van cultuuruitgaven per persoon in Zeeland relatief hoog is. Gemeenten in Zeeland geven gemiddeld € 72 per inwoner aan cultuur uit. Dit is hoger dan in provincies zoals Drenthe (€ 52), Flevoland (€ 57) of Friesland (€ 67). Alleen de gemeenten in Groningen (€ 77) besteden gemiddeld meer. Ook de cultuuruitgaven van de Zeeuwse gemeenten ten opzichte van gemeenten van vergelijkbare grootte zijn relatief hoog, zij geven gemiddeld 87% meer uit aan cultuur dan gemeente met een vergelijkbaar inwonersaantal2. Deze motivatie om cultuur te ondersteunen sluit ook aan bij de betrokkenheid van Zeeuwen bij muziek. Uit de cijfers en inzichten in de Zeeuwse Cultuurmonitor 2024 3 blijkt dat amateurkunstbeoefening in Zeeland sterker vertegenwoordigd is dan landelijk. Het aantal inwoners dat een muziekinstrument speelt ligt iets hoger, het aantal muziekverenigingen is in Zeeland is met 30 verenigingen per 100.000 inwoners aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde van 19.
2 CBS 2024; Data Financiën Decentrale Overheden; https://www.financiengemeenten.nl/jive 3 https://www.zeeland.nl/sites/default/files/digitaalarchief/IB25_baa2081b.pdf?utm_source=chatgpt.com
8
4. Wat is het ideale ecosysteem voor muziekonderwijs ? Om te onderzoeken hoe muziekonderwijs in Zeeland passend en duurzaam georganiseerd kan worden willen we eerst vaststellen wat we hieronder verstaan. Er bestaat geen landelijke blauwdruk over wat goed muziekonderwijs inhoudt, maar er is wel veel ervaring met de verschillende manieren waarop muziekonderwijs wordt vormgegeven en wat daarin belangrijke elementen zijn. We bestudeerden de diverse manieren waarop muziekonderwijs in Nederland is georganiseerd en spraken met muziekschool- en conservatorium-directeuren, zelfstandige muziekdocenten, oprichters van coöperaties, verenigingsbestuurders, lokale ambtenaren, en orkest- en concoursdirecteuren. Op basis daarvan schetsen we het ideale muzikale ecosysteem en de elementen die daarin van belang zijn. We onderscheiden globaal drie onderdelen: o Kennismaking met en basis muziekonderwijs onder schooltijd, voor álle kinderen. o Verdiepend muziekonderwijs buiten schooltijd, voor kinderen en volwassenen die verder willen gaan in hun muzikale ontwikkeling of die elkaar willen ontmoeten of hun muzikaliteit onderhouden of verbeteren. o Actieve en gezonde muziekverenigingen, koren en orkesten die lessen of samenspeelmogelijkheden bieden.
In Deel A van dit rapport gaan we in op muziekonderwijs buiten schooltijd. Dat doen we omdat de vraag van de opdrachtgever werd ingegeven door de zorgen over de Zeeuwse Muziekschool. In Deel B gaan we in op muziekonderwijs onder schooltijd. Dit is een wezenlijk deel van het muzikale ecosysteem en voorwaardelijk voor doorstroom naar verdiepend onderwijs buiten schooltijd en een gezond verenigingsleven.
9
© Blueyard
In de volgende infographic geven we het muzikale ecosysteem weer met de elementen die daarbij van belang zijn.
10
DEEL A: MUZIEKONDERWIJS BUITEN SCHOOLTIJD
5. Wat is het ideale ecosysteem voor muziekonderwijs buiten schooltijd
© Blueyard
Idealiter kan iedereen in Nederland kennis maken met muziek, via laagdrempelige kennismakingscursussen of algemene muzikale vorming. Wie eenmaal het plezier van of de drive voor muziek maken heeft ontdekt, wil zich daarin verder ontwikkelen. De stem of het instrument beter leren beheersen, nieuwe vaardigheden ontwikkelen, maar ook leren samenspelen of leren om de skills te presenteren en op te treden. Om hier verder in te groeien, is het van belang dat er voldoende mogelijkheden en faciliteiten zijn.
Voor een goed functionerend ecosysteem buiten schooltijd is er een aantal voorwaarden. Zichtbaarheid is essentieel: muziekonderwijs moet goed vindbaar zijn via scholen, culturele organisaties, verenigingen en online platforms. Daarnaast speelt financiële toegankelijkheid een grote rol. Goedkoop en laagdrempelig kennismakingsaanbod en daarna betaalbare lesgelden. Speciale regelingen voor minder draagkrachtigen zorgen dat financiële drempels geen belemmering vormen om deel te nemen aan muziekles. Inhoudelijk moet het aanbod breed en toegankelijk zijn, met lessen voor alle leeftijden en niveaus. Een ruime keuze aan instrumenten en muziekstijlen, individuele - en groepslessen, 11
© Blueyard
samenspelmogelijkheden, voorspeelmomenten en theorielessen dragen bij aan een rijke muzikale leerervaring. Voor talentontwikkeling is een doorgaande lijn richting conservatorium belangrijk. Een veilige en fysiek toegankelijke locatie van de lessen is belangrijk . Idealiter zijn de locaties goed bereikbaar, op fietsafstand, of op plekken waar mensen al regelmatig komen, zoals scholen, bibliotheken of buurtcentra. Inspirerende lesruimtes dragen bij aan een prettige leerervaring. Kwaliteit en continuïteit staat of valt met deskundige en inspirerende docenten. Continuïteit in het lesaanbod is essentieel, zodat cursisten langdurig en structureel onderwijs kunnen volgen. Hierbij is fair practice een voorwaarde: muziekdocenten en professionals moeten kunnen rekenen op eerlijke arbeidsvoorwaarden en goede contracten zodat zij zich professioneel kunnen blijven ontwikkelen en langdurig betrokken blijven. Tot slot zijn faciliteiten cruciaal. Instrumentenverhuur of een instrumentendepot kan drempel verlagen, terwijl ontmoetingsplekken zoals voorspeellocaties en muziekverenigingen de sociale binding en muzikale groei versterken.
Naast lessen en cursussen is het belangrijk dat er voldoende samenspelmogelijkheden zijn. Muziekverenigingen bieden niet alleen samenspeelmogelijkheden, maar ook educatie en een sociale gemeenschap. Samenspel en -zingen is essentieel voor muziekonderwijs en versterkt de muzikale, sociale en cognitieve ontwikkeling. Actieve en gezonde verenigingen worden gekenmerkt door een stabiele organisatie met betrokken bestuursleden, deskundige inspirerende leiding en genoeg vrijwilligers. Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende leden zijn, en regelmatig nieuwe aanwas. Een goede financiële basis maakt dat verenigingen deskundige leiding kunnen inzetten, instrumenten kunnen aanschaffen en kwalitatieve optredens kunnen verzorgen. En ten slotte zijn er geschikte en betaalbare locaties nodig om op te treden en te repeteren. Met bovenstaande uitgangspunten ontstaat een sterk fundament voor toegankelijk en inspirerend muziekonderwijs buiten schooltijd, waarin iedereen de kans krijgt zich muzikaal te ontwikkelen en samen te spelen.
12
Hoe organiseer je dat? Muziekonderwijs buiten schooltijd goed organiseren vraagt in ieder geval één of meerdere sterke organisaties die muziekonderwijs aanbieden. Organisaties met organisatiekracht, innovatief vermogen en marketingkracht. Voorbeelden elders in het land leren dat in gemeenten waarin deze organisaties ontbreken en inwoners aangewezen zijn op diverse kleinere aanbieders en zzp’ers, het aanbod verschraalt, samenspelmogelijkheden verdwijnen, kwaliteit en veiligheid niet meer gegarandeerd is, en muziekonderwijs minder zichtbaar is, waardoor het aantal cursisten afneemt. Hoewel muziekverenigingen veelal zelfvoorzienend zijn, is gemeentelijke ondersteuning doorgaans van grote meerwaarde. Veel gemeenten hanteren subsidieregelingen voor concerten, het vergoeden van huurkosten, het faciliteren van repetitieruimtes of het inhuren van professionele krachten. Dergelijke regelingen helpen verenigingen niet alleen financieel, maar zorgen er ook voor dat cultuur toegankelijk blijft voor een breed publiek. Daarnaast pakken veel gemeenten een rol door locaties ter beschikking te stellen. Samenwerkingen van verenigingen met scholen, muziekdocenten en culturele organisaties kunnen bijdragen aan een continue aanwas van nieuwe leden, met name jongeren.
13
6. Schets van de huidige situatie 6.1 Aanbieders In de provincie Zeeland is verspreid over de eilanden een breed aanbod aan muziekonderwijs te vinden. De Zeeuwse Muziekschool speelt hierin een dominante rol, met gefinancierd aanbod door tien van de dertien Zeeuwse gemeenten. Daarnaast is er Centrum voor Kunsten Cultuuronderwijs Toonbeeld, een door de gemeente Terneuzen gesubsidieerde stichting die muziekonderwijs biedt, naast andere disciplines. Voor het overige is er aanbod door zzp’ers of kleinere ongesubsidieerde organisaties, zoals bijvoorbeeld muziekschool Musicande in de gemeente Oostburg. Naast deze aanbieders zijn er organisaties als Cultuurpunt Walcheren en Cultuureducatie Zeeuws-Vlaanderen, die laagdrempelig kennismakingsaanbod in de vrije tijd aanbieden, dat door sommige gemeenten gesubsidieerd wordt. Daarnaast zijn er tal van muziekverenigingen en koren die lessen aanbieden voor hun leden. De Zeeuwse Muziekschool De Zeeuwse Muziekschool heeft een breed aanbod. Voor peuters tot voor volwassenen met individuele- of groepslessen voor instrumenten of zang, kennismakingslessen, samenspel. Met circa 58 musici in dienst en +/- 25 zzp’ers. Er is er een zeer divers aanbod van circa 33 verschillende muziekinstrumenten, waaronder ook bijzondere instrumenten zoals klavecimbel, banjo, ukelele, en mandoline.
Er is aanbod van klassieke instrumenten en aanbod op het gebied van popmuziek. Er zijn 17 ensembles en koren, aanbod voor mensen met een beperking, hafabra-opleidingen, een dirigentencursus, voorspeelmogelijkheden, een talentenprogramma, een muziekinstrumentendepot en samenwerking met het conservatorium Utrecht. Er zijn leslocaties in de gemeenten Middelburg, Hulst, Zierikzee, Goes en Tholen en er worden lessen gegeven op locatie bij muziekverenigingen. De Zeeuwse Muziekschool heeft gekwalificeerde docenten in loondienst. We kunnen spreken van een muziekschool met een zeer breed aanbod. Financieel zwaar weer In de afgelopen jaren kampte de Zeeuwse Muziekschool met financiële problemen. Er was een structureel tekort, veroorzaakt door de impact van corona (waaronder een terugval in cursisten, teruggang van inkomsten uit projecten en een hoog ziekteverzuim) terwijl de personeelskosten door cao-aanpassingen en vervangingen juist stegen. In 2023 maakte de Zeeuwse Muziekschool een herstelplan met bezuinigingen op personeelskosten door efficiëntere inzet van docenten en vermindering van tijdelijke contracten en externe inhuur. Ook werd aan de GR-deelnemers een hogere bijdrage gevraagd. Om financiële problemen in de toekomst te voorkomen werden controle-
14
maatregelen ingevoerd, waaronder de herziening van de begrotingsstructuur, en inrichting van een ander systeem voor salaris- en financiële administratie. Eind 2024 werd het herstelplan afgerond met de prognose dat boekjaar 2024 licht positief wordt afgesloten en met een sluitende begroting voor 2025. Toonbeeld Toonbeeld in de gemeente Terneuzen biedt aanbod voor beeldende kunst, fotografie, theater en muziek. Voor dit rapport keken we alleen naar het muziekaanbod. Dat is vrij breed, maar beperkter dan dat van de Zeeuwse Muziekschool. Er zijn lessen vanaf 5 jaar, en een ruime keuze aan instrumenten (17). Er zijn 15 ensembles en er is samen met de Zeeuwse Muziekschool een muziekinstrumentendepot. Er is een harmonieopleiding, voorbereiding voor het conservatorium, en muziekonderwijs voor mensen met een beperking. Er zijn 57 personen werkzaam waarvan 30 in loondienst en 27 als zzp’er. De gemeenten Sluis en Vlissingen De gemeenten Sluis en Vlissingen hebben geen subsidierelatie met de Zeeuwse Muziekschool of Toonbeeld. Deze gemeenten hebben het muziekonderwijs ‘aan de markt overgelaten’. De gemeenten hebben zelf geen inzicht in het aanbod of het bereik. Muzieklessen worden gegeven door zzp’ers of door particuliere muziekscholen. Inwoners kunnen lessen afnemen bij de Zeeuwse Muziekschool voor een hoger tarief.
We mogen aannemen dat inwoners van Zeeuws-Vlaanderen uitwijken naar België, waar muzieklessen voor cursisten minder prijzig zijn.
6.2 Verenigingen Om een beeld te krijgen in het muziekonderwijs bij verenigingen in Zeeland, hebben we een enquête uitgezet onder 80 bij de Zeeuwse gemeenten bekende verenigingen (exclusief zangkoren). Met 36 respondenten (45%) is de respons redelijk tot goed, al blijft voorzichtigheid geboden bij generalisaties. De meeste respondenten hebben een sterk lokaal karakter en opereren binnen hun eigen gemeente. Lessen vinden vooral plaats in clubgebouwen, soms aangevuld met locaties zoals dorpshuizen, de Zeeuwse Muziekschool, scholen of bij externe docenten thuis. Het ledenaantal varieert, waarbij 40% tussen de 26 en 50 leden telt en 20% meer dan 100 leden heeft. Van de respondenten biedt 95% muzieklessen aan, zowel aan leden als niet-leden. Bijna tweederde doet dit met eigen docenten of dirigenten (betaald of vrijwillig). De Zeeuwse Muziekschool wordt door meer dan de helft ingezet, Toonbeeld door drie verenigingen. De financiering van de lessen gebeurt op verschillende manieren: bij 18 verenigingen dragen zowel leden als de vereniging bij, 9 combineren subsidies, verenigings- en ledenbijdragen, en bij 8 betalen de leden volledig zelf. Slechts één vereniging financiert de lessen volledig uit eigen middelen. 15
6.3 Een gemeenschappelijke regeling (GR) De Zeeuwse Muziekschool is een gemeentelijke organisatie in die zin dat het een openbaar lichaam is gebaseerd op een gemeenschappelijke regeling van tien Zeeuwse gemeenten. Tot 1985 was muziekonderwijs op school een verplichting in de Wet op het Primair onderwijs; gemeenten hadden de wettelijke plicht om muziekonderwijs buiten het primair onderwijs te faciliteren: de muziekscholen. Onder invloed van decentralisatie en veranderend economisch klimaat werd in 1986 die verplichting met de Harmonisatiewet Onderwijsvoorzieningen afgeschaft. Gestaag werden muziekscholen en kunstencentra afgestoten of in een nieuwe juridische vorm gegoten. Zeeuwse gemeenten kozen er in 1984 voor om het muziekonderwijs onder te brengen in de Gemeenschappelijke Regeling de Zeeuwse Muziekschool.
Wat is een gemeenschappelijke regeling? Gemeenschappelijke Regelingen zijn samenwerkingsverbanden tussen overheden, zoals gemeenten, provincies en waterschappen. GR’en komen in heel Nederland voor en worden gebruikt om gezamenlijk taken uit te voeren die te groot, complex of te kostbaar zijn om individueel te organiseren. Denk aan sectoren zoals afvalverwerking, openbaar vervoer, jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. De bekendste voorbeelden zijn de GGD’s en de Veiligheidsregio’s. Voor- en nadelen van delegatie van taken via een GR Schaalvoordeel levert doorgaans efficiency en kostenbesparing op. Dat geldt ook voor de expertise en professionaliteit van de gezamenlijke uitvoering, waardoor de kwaliteit verbetert. Uniforme uitvoering van beleid voorkomt bovendien versnippering en ongelijkheid. En in een GR blijft een zeker mate van invloed via het bestuur van de GR gewaarborgd. De extra bestuurslaag die een GR is, leidt echter ook tot tragere besluitvorming, minder transparantie en meer bureaucratie. Besturing van de GR - in gezamenlijkheid door alle betrokken gemeenten - is lastig: vele verschillende belangen en ook politieke overwegingen kunnen de effectiviteit en daadkracht in de weg staan. De gemeenteraadsleden staan op grotere afstand. Tenslotte zijn gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor tekorten van de GR, wat kan leiden tot onverwachte financiële lasten.
Solidariteit Omdat de kosten van de GR verdeeld worden op basis van inwoneraantal én op basis van gebruik, is er meestal geen sprake van directe financiële steun van grotere gemeenten aan kleinere. Het element van solidariteit van gemeenten met elkaar is gering. Solidariteit speelt wel een rol bij organisatievermogen. Groter gemeenten hebben meer mogelijkheid om complexe taken te organiseren en kunnen leunen op expertise en omvang van het gemeentelijke apparaat. Organisatie in een GR maakt het complexer, maar kleinere gemeenten profiteren van de grotere organisatiekracht.
16
7. Perspectieven van stakeholders 7.1 Perspectief van de aanbieders De Zeeuwse aanbieders van buitenschools muziekonderwijs zijn professionals die zich inzetten voor een breed en toegankelijk aanbod voor iedereen. Zij maken zich hard voor kwalitatief goed muziekonderwijs voor alle Zeeuwse gemeenten en staan open voor onderlinge samenwerking en uitwisselen van kennis en netwerk. De aanbieders maken zich zorgen over het afhaken van gemeenten binnen de gemeenschappelijke regeling en de toenemende neiging van gemeenten om zelfstandig muziekonderwijs op te zetten. Dit kan leiden tot versnippering en verschraling van het muziekaanbod. Daarom wordt het belang van een sterke, regionale culturele infrastructuur benadrukt, om een breed en toegankelijk aanbod te waarborgen. Daarnaast is er kritiek op het beperkte cultuuraanbod in bepaalde delen van Zeeland, met name in West-Zeeuws-Vlaanderen. Om dit te verbeteren, pleiten de aanbieders voor een professionele basis in het muziekonderwijs in alle gemeenten. Overheidssteun is hierbij cruciaal om de kwaliteit te waarborgen en te voorkomen dat muziekonderwijs volledig aan de vrije markt wordt overgelaten. De Zeeuwse Muziekschool geeft aan dat de gemeenschappelijke regeling stabiliteit biedt, maar ervaart deze ook als beperkend.
De besturing is ingewikkeld en soms op afstand en de regeling belemmert de aanvraag van externe subsidies, vooral bij Rijksfondsen. Dit roept zorgen op over de toekomstbestendigheid, flexibiliteit en innovatiekracht van de Zeeuwse Muziekschool.
7.2 Perspectief van de gemeenten We zoomen eerst in op de bevindingen van de wethouders van de tien gemeenten die buitenschools muziekonderwijs via de gemeenschappelijke regeling ondersteunen. De bevindingen van de drie andere wethouders bespreken we apart.
7.2.1. De tien GR-gemeenten Al onze gesprekspartners geven aan dat bereikbaar, betaalbaar en toegankelijk muziekonderwijs belangrijk is. Geen gemeente geeft aan te willen bezuinigen, hoewel niet uitgesloten wordt dat dit in de toekomst onvermijdelijk kan zijn. Meerdere gemeenten wijzen op de negatieve gevolgen die het verdwijnen van de Zeeuwse Muziekschool zou hebben voor de muzikale infrastructuur en de toegang tot muziekonderwijs.
17
De meeste gemeenten benadrukken het belang van lokaal bereik. Fysieke afstand wordt genoemd als een belemmering voor deelname aan muziekonderwijs. Met name kleinere en dunbevolkte gemeenten hebben het gevoel dat hun inwoners onvoldoende door de Zeeuwse Muziekschool bereikt worden – door afstand tot locatie en/of onmogelijkheid van de docenten om naar de gemeente te komen. De gemeenten geven aan dat de tarieven voor de inwoners voor het muziekonderwijs hoog zijn, maar voegen daar aan toe dat er ‘sociale potjes’ zijn om muziekonderwijs voor iedereen betaalbaar te houden. Ook worden de hoge subsidiekosten van de Zeeuwse Muziekschool regelmatig genoemd. Gemeenten herkennen de kwaliteit en breedte van het muziekonderwijs zoals dat door de Zeeuwse Muziekschool wordt aangeboden. Sommigen vinden dat de focus van de Zeeuwse Muziekschool te veel ligt op projecten die niet aansluiten bij de lokale vraag naar basisaanbod. Ze zien liever meer focus op muzieklessen en amateurbeoefening, dan op bijzondere projecten. Zorgen over de Zeeuwse Muziekschool In bijna alle gesprekken lag de focus op het functioneren van de gemeenschappelijke regeling en het functioneren van de Zeeuwse Muziekschool. De punten die daarbij naar voren komen zijn: Financiën en organisatie De financiële tekorten hebben het vertrouwen in de Zeeuwse Muziekschool geen goed gedaan.
Sommigen ervoeren het als een onaangename verrassing en voelden onmacht over de verhoging van de bijdrage aan de Zeeuwse Muziekschool. De meeste gemeenten noemen het gebrek aan financiële transparantie en onduidelijke verantwoording als knelpunt. Daarnaast wordt de zorg uitgesproken of de middelen voor KCE voldoende gescheiden blijven van de Zeeuwse Muziekschool. De reacties op het herstelplan zijn wisselend. Ofschoon niemand de noodzaak ervan ontkent is er scepsis over de duurzaamheid van de oplossingen. Anderzijds wordt ook opgemerkt dat kostenstijging door (landelijke) cao-verhogingen onvermijdelijk is en dat het knap is dat de Zeeuwse Muziekschool erin is geslaagd om de begroting weer sluitend te krijgen. De Begeleidingscommissie van de gemeenschappelijke regeling uit stevige kritiek op de financiële rapportages en begrotingen. Sommige gemeenten benadrukken dat de verhouding tussen kosten en prestaties verbeterd moet worden, terwijl anderen het gebrek aan urgentie en daadkracht bij de directie en het bestuur van de muziekschool bekritiseren. Verder wordt de communicatiestijl van de directie als eigenzinnig ervaren en ontbreekt volgens sommigen de transparantie die nodig is om vertrouwen te herstellen. 18
Het perspectief van de Zeeuwse Muziekschool hierop is dat er regelmatig en transparant is gecommuniceerd over het tekort en het herstelplan. De complexiteit van het herstelproces en wisselingen in bestuur en ambtenarij hebben de duiding volgens de Zeeuwse Muziekschool bemoeilijkt. Er heeft volgens de Zeeuwse Muziekschool geen onjuiste verschuiving in de begroting plaatsgevonden. In overleg met de begeleidingscommissie zijn correcties doorgevoerd omdat de begroting jarenlang verkeerd werd weergegeven. De structurele CAO-verhogingen zouden door de gemeenten moeten worden opgevangen, maar in 2023 en 2024 is dit met een incidentele bijdrage gedaan. De directie benadrukt dat communicatie zorgvuldig en afgestemd met het DB verloopt. Samenwerking binnen de GR-structuur Gemeenten erkennen dat samenwerking en solidariteit binnen de gemeenschappelijke regeling belangrijk is, vooral voor kleine gemeenten die zelfstandig geen muziekonderwijs zouden kunnen organiseren. Tegelijkertijd wordt de GR ervaren als verouderd, duur, inefficiënt en inflexibel, met een gebrekkige afstemming op de behoeften van individuele gemeenten. Het draagvlak binnen gemeenteraden voor de GR en daarmee de Zeeuwse Muziekschool staat onder druk, mede door het gevoel dat de GR een open einde-regeling is: gemeenten hebben weinig regie, maar moeten wel eventuele tekorten aanvullen.
Daarnaast wordt aangegeven dat besturing door tien verschillende gemeenten niet goed functioneert, omdat visies en behoeften uiteenlopen. Sommige wethouders vinden dat het GR-bestuur onvoldoende grip heeft en dat zij te weinig worden geïnformeerd. Er is brede consensus dat door uittreden van deelnemende gemeenten de solidariteit onder druk komt te staan en de kosten voor de overblijvende gemeenten hoger worden. Speculeren over alternatieven De GR- gemeenten speculeren over alternatieve modellen, zoals een stichting, coöperatie, of een aanbod in de vorm van een cafetaria- of menukaartmodel. Dit om meer flexibiliteit en sturingsmogelijkheden te hebben voor individuele gemeenten en om kansen te creëren voor andere financieringsbronnen. Echter, vaak hoorden we dat de hoge kosten, gezamenlijke besluitvorming en onzekerheid over de gevolgen belemmeringen zijn voor uittreden en ook dat voorliggend onderzoek van Blueyard mogelijk argumenten kan aandragen in deze zoektocht.
7.2.2 Perspectief van de uittredende gemeenten Tholen en Reimerswaal De gemeenten Tholen en Reimerswaal hebben in 2024 aangegeven uit de gemeenschappelijke regeling te treden, ofschoon de kosten daarvan hoog zijn. De overwegingen van de twee gemeenteraden waren dat de financiële situatie van de Zeeuwse Muziekschool instabiel was, met een forse subsidieverhoging zonder deugdelijke onderbouwing en onvoldoende grip op financiële risico’s. Daarnaast werd een gebrek aan transparantie en stroef verlopende processen benoemd, evenals de hoge kosten per cursist. 19
Beide gemeenten zagen uittreding als een kans om het muziekonderwijs lokaal te organiseren, dichter bij inwoners te brengen en sterker te verbinden met onderwijs en muziekverenigingen.
7.2.3. Perspectieven van de uitgetreden gemeenten Sluis en Vlissingen De gemeenten Sluis en Vlissingen zijn in 2018 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling van de Zeeuwse Muziekschool en er is sindsdien geen directe relatie meer met de Zeeuwse Muziekschool. Zij geven aan dat zij weinig zicht hebben op het effect van de uittreding. Het muziekonderwijs wordt nu georganiseerd via particuliere initiatieven, scholen en verenigingen. De omvang en de kwaliteit daarvan is onbekend en er is geen gemeentelijke regie op muziekonderwijs. In de gemeente Sluis zorgt de grensligging ervoor dat veel inwoners hun muziekonderwijs (vaak goedkoper) in België volgen. Er is behoefte aan een bredere beleidsmatige aanpak, maar de gemeente staat nog aan het begin van dit proces. In Vlissingen zou men graag meer inzicht willen krijgen in het bereik en de effectiviteit van het huidige muziekonderwijs. Er bestaan zorgen over de toegankelijkheid van muziekonderwijs, met name voor kinderen uit minder welvarende gezinnen.
7.2.4. Perspectief van de gemeente Terneuzen De gemeente Terneuzen is tevreden over de kwaliteit, continuïteit en bedrijfsvoering van Stichting Toonbeeld. Het inhoudelijke aanbod en het multidisciplinair werken wordt als positief benoemd. Wat betreft de verenigingen zou de samenwerking tussen verenigingen onderling beter kunnen. De subsidie, bedoeld om lesgelden betaalbaar te houden, is gekoppeld aan cursistenaantallen. Er wordt besproken hoe om te gaan met groeiende vraag. Men is tevreden over de locatie en faciliteiten, maar de stijgende energieprijzen en de duurzaamheid van het pand zijn een uitdaging. De cao-loonstijgingen, andere stijgende kosten en mogelijke bezuinigingen zijn onderwerp van zorg. De gemeente geeft aan geen behoefte te hebben aan een nieuwe gemeenschappelijke regeling voor muziekonderwijs. De gemeente Terneuzen is voorstander van robuuste organisaties, kennisdeling en samenwerking, maar zoekt dat eerder in samenwerking met de gemeenten Sluis en Hulst.
7.3 Perspectief van de verenigingen We hebben de Zeeuwse verenigingen bevraagd over het muziekonderwijs. Tweederde deel van de respondenten is (zeer) tevreden over de organisatie van de lessen, en ruim 70% waardeert de samenwerking met docenten. Toch ervaren verenigingen soms een gebrek aan afstemming en betrokkenheid van docenten bij het verenigingsleven. Door de beperkte beschikbaarheid van muziekdocenten in Zeeland zijn lessen niet altijd lokaal te organiseren, waardoor cursisten soms lange afstanden moeten reizen. Financiering van lessen en het vinden van geschikte docenten zijn knelpunten. Ook het afstemmen van lesmomenten op de beschikbaarheid van cursisten en docenten is een uitdaging. 20
Driekwart van de respondenten beoordeelt de kwaliteit van de lessen als (zeer) goed, al sluiten ze niet altijd goed aan op Hafabra-opleidingen. Continuïteit is een zorgpunt: hoewel cursisten meestal snel kunnen starten, kan docentuitval leiden tot langdurige onderbrekingen en verminderde motivatie. We hebben de verenigingen ook gevraagd welke andere uitdagingen zij ervaren. Niet verbazend is dat het afnemend aantal leden of beperkte groei vaak als een grote of zelfs zeer grote uitdaging (zorgelijk) wordt genoemd. In kleinere gemeenten wordt de afname van leden iets vaker als een grote uitdaging gezien. Dit kan wijzen op een gebrek aan jonge aanwas in minder bevolkte gebieden. In relatie tot dit probleem pleiten veel verenigingen voor meer samenwerking tussen verschillende muziekinstellingen en verenigingen in Zeeland en voor structureel muziekonderwijs en samenwerking met verenigingen in het primair onderwijs.
7.4 Perspectief van cursisten en inwoners Over de mening van cursisten kunnen we weinig uitspraken doen; de Zeeuwse Muziekschool, noch Toonbeeld hadden ten tijde van ons onderzoek een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd4. Weliswaar geven de meeste wethouders die wij spraken aan dat hun indruk van de diensten van zowel de Zeeuwse Muziekschool als Toonbeeld goed is, al wordt wel opgemerkt dat dat voornamelijk gebaseerd is op het feit dat hen weinig klachten bereiken. Ook over de behoefte van inwoners van Zeeuwse gemeenten weten we weinig. De Zeeuwse Muziekschool en Toonbeeld doen geen behoeftenonderzoek. Wat we wel weten is dat inwoners van Zeeland bovengemiddeld actief zijn in amateurmuziek; naar wat dat betekent voor de wensen en behoeften kunnen we slechts raden. In Tholen is in 2022 een enquête gehouden onder cursisten en inwoners. Daaruit kwam dat het muziekonderwijs werd beoordeeld als goed van kwaliteit. Aandachts- en verbeterpunten waren betaalbaarheid en toegankelijkheid voor iedereen, nabijheid, de wens voor een breder aanbod van instrumenten, en het aanbod beter onder de aandacht brengen. Ook werd aansluiten bij al bestaande samenwerkingen in de kernen genoemd.
4 De Zeeuwse muziekschool heeft in 2025 een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd.
21
8 Reflecties In dit hoofdstuk gaan we in op drie zaken: We gaan terug naar ons ideale muzikale ecosysteem. Voor muziekonderwijs buiten schooltijd hebben we vastgesteld dat er zeven elementen belangrijk zijn: zichtbaar en vindbaar, financieel, locatie, inhoudelijk, kwaliteit en continuïteit, fair practice en faciliteiten. We lopen deze onderdelen langs voor de Zeeuwse huidige situatie. Vervolgens gaan we in dit hoofdstuk in op de gemeenschappelijke regeling en tenslotte op de situatie van de Zeeuwse Muziekschool.
8.1 Reflecties op muziekonderwijs buiten schooltijd Als we de situatie in Zeeland in perspectief plaatsen valt een aantal zaken op. Zichtbaar en vindbaar versus bereik In tien Zeeuwse gemeenten is sprake van een sterke en zichtbare organisatie als aanbieder van muziekonderwijs. We zien het effect daarvan als we deskresearch doen. Het muziekonderwijs in Zeeland is in de tien GR gemeenten goed zichtbaar en vindbaar. De Zeeuwse Muziekschool en Toonbeeld zijn groot en zichtbaar genoeg om het muziekonderwijs bij een groot publiek onder de aandacht te brengen. In de gemeenten Sluis en Vlissingen echter is de vindbaarheid en zichtbaarheid van het aanbod moeilijk. Het aanbod in de gemeenten zelf is beperkter en anders georganiseerd. In de gemeente Sluis kunnen inwoners wel goedkoper terecht in België. Dit alles veroorzaakt een verschil in kansengelijkheid in de provincie. Ondanks de goede vindbaarheid van het muziekonderwijs in de tien GR gemeenten en in Terneuzen hoorden we regelmatig zorgen over het lage bereik van het muziekonderwijs. Of het bereik in Zeeland lager is dan gemiddeld in Nederland, weten we niet. Er zijn in ieder geval grote verschillen per GR-gemeente: op basis van het jaarverslag 2023 van de Zeeuwse Muziekschool zien we dat het bereik in de gemeenten Middelburg en Goes bovengemiddeld is, in Veere gemiddeld en in de overige gemeenten ondergemiddeld.
Het bereik in de gemeente Terneuzen is lager dan gemiddeld in Nederland. Het relatief lagere bereik is ook opvallend omdat Toonbeeld een breed muziekaanbod, een goed bereikbare locatie en relatief lage tarieven heeft. Mogelijk is dit te verklaren omdat muziekleerlingen naar België uitwijken, vanwege de lage tarieven daar, of vanwege de geografische situatie waarbij de kernen rondom Terneuzen op vrij grote afstand liggen van Toonbeeld.
22
2023
Aantal inwoners
Aantal cursisten
% Cursisten t.o.v. inwoners
Reimerswaal
23.000
90
0,39%
Tholen
26.000
147
0,57%
Borsele
22.800
158
0,69%
Schouwen Duiveland
34.000
248
0,73%
Noord Beveland
7.500
55
0,73%
Hulst
27.000
218
0,81%
Kapelle
13.011
127
0,98%
Veere
22.000
221
1,00%
Goes
39.000
511
1,31%
Middelburg
50.000
793
1,59%
Subsidie In onze interviews hoorden we opmerkingen over de hoge kosten van de Zeeuwse Muziekschool voor de gemeenten. Om dat in perspectief te plaatsen vergeleken we de hoogte van de subsidiebedragen in de Zeeuwse gemeenten en we zien daarbij dat de subsidie omgeslagen per inwoner en per cursist verschilt per gemeente. In de gemeenschappelijke regeling is de bijdrage van de gemeenten in de kosten gebaseerd op inwoneraantal en afname van docenturen. Hoe meer inwoners, hoe hoger de bijdrage in de vaste kosten. Bij gemeenten met weinig cursisten gaat er relatief veel geld naar de overhead en stijgt de gemiddelde uitgave per cursist. Daardoor voelt de bijdrage van gemeenten met weinig cursisten niet in balans. Dit zou je ook anders kunnen zien: de kosten zijn niet hoog, maar er wordt te weinig gebruik van gemaakt. Door het lage gebruik stijgt de gemiddelde bijdrage per cursist. Wat ons betreft zou dit een aansporing kunnen zijn om het bereik in die gemeenten te verhogen. Tarieven We merkten dat bij verschillende gesprekspartners de mening leeft dat muziekonderwijs in Zeeland prijzig is. Om dat in perspectief te plaatsen hebben we een vergelijking gemaakt van tarieven in Nederland. We keken naar de (jeugd)tarieven voor individuele lessen van verschillende muziekscholen en kunstencentra die door de gemeente gesubsidieerd worden.
Om een goede vergelijkingsgroep te maken namen we alle muziekscholen die aangesloten zijn bij branchevereniging Cultuurconnectie en die hun tarieven online publiceren, plus een steekproef van Centra voor de Kunsten in gemeenten met vergelijkbare grootte als gemeente Terneuzen. Niet alle aanbieders geven evenveel lessen per seizoen en ook duren de lessen niet altijd even lang, dus hebben we de tarieven geüniformeerd naar ‘prijs per uur’. Als we de vergelijking maken zien we dat het Zeeuwse aanbod niet bijzonder ‘duur’ of goedkoop is. Toonbeeld zit qua tarief aan de lage kant, en de Zeeuwse Muziekschool aan de hoge kant.
23
(Jeugd)tarieven individuele lessen. Plaats
Type
Tarief jaarcursus
Tijdsduur
Aantal lessen
Prijs per les
Prijs per uur
Weert Rijssen
Centrum vd Kunsten
€ 480
25 min.
36
€ 13,33
€ 32,00
Muziekschool
€ 495
25 min.
36
€ 13,75
€ 33,00
Krimpen
Muziekschool
€ 495
20 min.
36
€ 13,75
€ 41,25
Terneuzen
Toonbeeld
€ 670
25 min.
36
€ 18,61
€ 44,67
Hengelo
Centrum vd Kunsten
€ 749
25 min.
40
€ 18,73
€ 44,94
Sneek
Centrum vd Kunsten
€ 577
20 min.
38
€ 15,18
€ 45,55
Barneveld
Muziekschool
€ 720
25 min.
36
€ 20,00
€ 48,00
Oosterhout
Centrum vd Kunsten
€ 572
20 min.
35
€ 16,34
€ 49,03
Dronten
Centrum vd Kunsten
€ 646
20 min.
38
€ 17,00
€ 51,00
Hillegom
Muziekschool
€ 697
20 min.
40
€ 17,43
€ 52,28
Hoorn
Muziekschool
€ 801
24 min.
38
€ 21,08
€ 52,70
Zeeland
Zeeuwse Muziekschool
€ 728
20 min.
40
€ 18,20
€ 54,06
Veenendaal
Muziekschool
€ 701
20 min.
37
€ 18,95
€ 56,84
Alphen
Muziekschool
€ 689
20 min.
36
€ 19,14
€ 57,42
Amsterdam
Muziekschool
€ 1.110
25 min.
37
€ 30,00
€ 72,00
Tarieven voor niet-GR gemeenten Omdat in de gemeenten Sluis en Vlissingen het aanbod bij zzp’ers en particuliere muziekscholen ligt, kunnen we over die tarieven geen algemene uitspraken doen. De Zeeuwse Muziekschool biedt ook lessen aan voor cursisten uit gemeenten die geen financiële bijdrage leveren via de gemeenschappelijke regeling, maar hanteert voor hen een hoger tarief. Op de website wordt vermeld: “De gemeenten Vlissingen, Terneuzen en Sluis zijn geen onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling. Daarom gelden voor inwoners t/m 18 jaar uit deze gemeenten het ongesubsidieerde tarief. Voor inwoners vanaf 19 jaar blijven de tarieven gelijk.” Ter vergelijking: een jaarcursus van 40 lessen van 25 minuten kost voor GR-inwoners € 901, maar inwoners uit de niet-GR gemeenten betalen € 1.166, een verschil van ruim € 260. De Zeeuwse Muziekschool geeft aan dat deze tariefstelling mogelijk is, omdat de gebouwen, faciliteiten en docenten al beschikbaar zijn. Dit leidt tot de vreemde situatie dat GRgemeenten meer bijdragen dan de meerkosten die de Zeeuwse Muziekschool rekent voor niet-GR inwoners. Dit leidt dit tot ondermijning van de solidariteit binnen de gemeenschappelijke regeling, met alle risico’s van dien. Tarieven versus dienstverlening en aanbod Hoewel het tarief voor alle inwoners van de GR-gemeenten gelijk is, verschilt het daadwerkelijke aanbod per gemeente.
In kleinere gemeenten is het lesaanbod op een eigen locatie beperkt, of moeten inwoners naar een locatie elders reizen. Inwoners van bijvoorbeeld de gemeente Middelburg hebben daarentegen voor hetzelfde bedrag toegang tot een goed
24
uitgeruste locatie met meer keuzemogelijkheden, samenspelgroepen en aanvullende activiteiten. Dit leidt tot een gevoel van onevenwichtige prijs-kwaliteitverhouding bij de kleinere gemeenten. Locaties Verschillende gesprekspartners merkten op dat de huisvestingskosten van de Zeeuwse Muziekschool hoog zijn. De Zeeuwse Muziekschool beschikt over eigen locaties in de gemeenten Middelburg, Hulst, Goes, Zierikzee en Tholen, Toonbeeld heeft een goed uitgeruste voorziening in de gemeente Terneuzen. De huisvestingslasten van de Zeeuwse Muziekschool bedragen (€ 325.933). Omgerekend naar het aantal cursisten is dat lager dan bij Toonbeeld. Hierbij moeten we de kanttekening maken dat aan deze vergelijking veel onzekerheden kleven omdat locaties sterk verschillen in grootte, staat van onderhoud, faciliteiten en de eigendoms- en kostenstructuur. Gebruikelijk in Nederland is dat gemeenten bijdragen aan de huisvesting van een eigen locatie. Binnen de gemeenschappelijke regeling is dat niet het geval, en worden de huisvestingslasten van alle gemeenten samen omgeslagen naar alle deelnemende gemeenten. Dat is een model dat bij sommige gemeenten het gevoel versterkt dat ze onevenredig veel bijdragen voor anderen.
Inhoudelijk aanbod, kwaliteit, continuïteit, fair practice en faciliteiten Wat betreft inhoudelijk aanbod, kwaliteit, continuïteit, fair practice en faciliteiten zien we in Zeeland grosso modo hetzelfde beeld: bij De Zeeuwse Muziekschool en Toonbeeld zijn deze zaken op orde. In de gemeenten Sluis en Vlissingen ontbreekt hierop het zicht. Samengevat Zichtbaarheid en bereik o Het muziekonderwijs is in de tien GR-gemeenten en in Terneuzen is goed zichtbaar en vindbaar, maar in Sluis en Vlissingen niet. o Het bereik van inwoners verschilt sterk per gemeente. Subsidie o De gemeentelijke bijdrage binnen de GR is gebaseerd op inwonersaantal en docenturen, wat leidt tot verschillen in subsidie per gemeente. o Een laag aantal cursisten in een GR- gemeente leidt tot een hogere bijdrage per cursist. Tarieven o De tarieven van de Zeeuwse Muziekschool liggen ten opzichte van landelijke tarieven aan de hoge kant, Toonbeeld-tarieven zijn relatief lager. o De Zeeuwse Muziekschool rekent een hoger tarief voor niet-GR gemeenten, maar de meerkosten zijn lager dan de subsidie die GR-gemeenten bijdragen. Dit kan leiden tot ondermijning van de solidariteit binnen de GR. 25
Het tarief voor alle inwoners van GR-gemeenten is gelijk, maar het aanbod verschilt per gemeente. Gemeenten zonder eigen muziekschoollocatie ervaren hierdoor een oneerlijke prijs-kwaliteitverhouding. Locaties o De huisvestingslasten van de Zeeuwse Muziekschool zijn omgerekend naar aantal cursisten lager dan bij Toonbeeld. o Binnen de gemeenschappelijke regeling dragen alle gemeenten bij aan de totale huisvestingskosten, wat het gevoel van oneerlijke verdeling versterkt. Inhoudelijk en continuïteit o Inhoudelijk aanbod, kwaliteit, continuïteit en faciliteiten zijn bij de Zeeuwse muziekschool en bij Toonbeeld goed op orde. o In de gemeenten Vlissingen en Sluis ontbreekt zicht op deze aspecten. o
26
8.2 Reflecties op de GR en de situatie van de Zeeuwse Muziekschool 8.2.1. Een GR of niet? De Zeeuwse Muziekschool is voor zover wij hebben kunnen nagaan de enige muziekschool in Nederland die wordt georganiseerd via een gemeenschappelijke regeling. Zo’n regeling levert doorgaans schaalvoordeel, en daarmee efficiency en kostenbesparing op, maar we hebben gezien dat veel gemeenten niet tevreden zijn met deze structuur en die als knellend en ineffectief ervaren. Ook de Zeeuwse Muziekschool zelf heeft zorgen over de duurzaamheid en passendheid van deze structuur. Gezien de brede ontevredenheid rijst de vraag waarom de GR blijft bestaan. In onze gesprekken en ook in eerdere onderzoeken zijn verschillende bezwaren of onmogelijkheden de revue gepasseerd voor een andere organisatievorm. Wij concluderen echter dat de gehoorde argumenten minder zwaarwegend zijn. Kosten van opheffing Een veelgehoord argument tegen opheffing van de GR is dat de kosten hiervan onoverkomelijk hoog zouden zijn, met schattingen die oplopen tot €15 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op de optelsom van de uittreedsommen van alle gemeenten. Als we die rekensom maken op basis van de uittreedsommen zoals die in 2019 door onderzoeksbureau Significant Ape voor de gemeenten Sluis en Vlissingen berekend werden, komen we op minder dan de helft van die €15 miljoen.
Maar wat belangrijker is: de uittreedsom is geen boete, maar een compensatie voor te maken kosten door de resterende deelnemers: frictiekosten en desintegratiekosten, met name voor personeel dat niet meer ingezet zal worden. Bij een volledige opheffing en gelijktijdige transitie naar een ander model waarin de Zeeuwse Muziekschool blijft bestaan, dan vervallen de meeste van deze financiële verplichtingen. Frictiekosten, zoals wachtgelden en ontslagvergoedingen, kunnen aanzienlijk worden beperkt door personeel en voorzieningen over te laten gaan in een nieuwe structuur. Gebrek aan bestuurlijke consensus Er wordt opgemerkt dat het aan bestuurlijke consensus ontbreekt om de GR te beëindigen. Echter, volgens de regeling is een tweederdemeerderheid in het algemeen bestuur voldoende om tot beëindiging over te gaan. Reimerswaal en Tholen, die hebben aangegeven te willen uittreden, maken nu nog deel uit van de GR, waardoor het bestuur nog uit tien leden bestaat. Dit betekent dat instemming van zeven gemeenten voldoende is om te kunnen besluiten de GR te beëindigen.
27
Mededingingsregels en subsidiëring In eerdere onderzoeken5 werd gesteld dat muziekonderwijs niet zonder meer door gemeenten kan worden uitbesteed aan een externe organisatie, vanwege mededingingsregels. Financiering van de Zeeuwse Muziekschool zonder een aanbestedingsprocedure, zou kunnen leiden tot ongeoorloofde staatssteun. Een alternatief daarvoor zou ‘inbesteden’ zijn: de taak beleggen bij een aan de gemeente gerelateerde entiteit. Maar hiervoor geldt dat zij bestuurlijke zeggenschap moeten hebben over de organisatie, wat de facto neerkomt op een constructie die weinig van de nadelen van de GR oplost. In deze redenering wordt voorbijgegaan aan een derde optie: een duidelijke en transparante subsidieregeling, zoals bijvoorbeeld de gemeente Terneuzen dat bij Toonbeeld doet. In heel Nederland is dat een gebruikelijke vorm waarin subsidie wordt verstrekt aan culturele organisaties, op basis van beleidsdoelstellingen en voorwaarden die vooraf zijn vastgelegd. Een zelfstandige organisatie zoals de Zeeuwse Muziekschool zou in dat model gewoon subsidie kunnen aanvragen zonder dat er sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Toekomst van de Zeeuwse Muziekschool Ook genoemd wordt de vrees dat bij opheffing van de GR vanzelf ook de Zeeuwse Muziekschool beëindigd zal worden. Dit is een misvatting.
De GR regelt de bestuurlijke en financiële relatie tussen de gemeenten en de muziekschool, maar de Zeeuwse Muziekschool als instelling bestaat al langer dan de GR en kan ook blijven voortbestaan in een andere juridische vorm, zoals bijvoorbeeld een stichting. Opmerkelijk is dat de Zeeuwse Muziekschool in 1954 ook al als stichting het leven zag. Waarborging van gemeentelijke steun Dan is er de – wat ons betreft realistische - vrees dat er zonder de GR geen garantie meer is voor gemeentelijke ondersteuning van het muziekonderwijs. Zonder ondersteuning geen robuuste en zichtbare professionele organisatie, dus verschraling van het aanbod. Op andere plekken in Nederland is deze ontwikkeling – ook op dit moment – waar te nemen. Echter, alle gemeenten in Zeeland erkennen het belang van cultuur en muziekeducatie en willen zich sterk maken voor het bevorderen en faciliteren daarvan. Dat blijkt ook uit het feit dat de Zeeuwse gemeenten meer investeren in cultuur dan het landelijk gemiddelde. Er is weinig reden om aan te nemen dat gemeenten die muziekeducatie belangrijk vinden, hun ondersteuning van muziekeducatie zouden stopzetten of verminderen omdat zij meer zeggenschap krijgen over de besteding ervan. Belangrijk is ook dat de beëindiging van de GR voorziet de regeling in een stappenplan voor de liquidatie, waarin de gevolgen voor financiën moeten worden afgewikkeld.