2025.207 - Erik van den Bos architect v.o.f - Notitie principeverzoek uitbreiding bedrijventerrein Renesse 20221380 (1500325)
Tekst van het document
Memo
DATUM KENMERK VAN
13 februari 2023 20221380/54747/ Risto Louws
PROJECT OPDRACHTGEVER BIJLAGE(N)
20221380 Uitbreiding bedrijf Renesse Erik van den Bos Architect B.V.
PRINCIPEVERZOEK UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN RENESSE Memo
1.
INLEIDING
Op dit moment is geen uitgeefbaar bedrijventerrein meer beschikbaar op de Kop van Schouwen, alle beschikbare gronden zijn uitgegeven. In dat kader stelt initiatiefnemer voor het bedrijventerrein Duinzoom in Renesse uit te breiden met een strook aan de zuidzijde van het huidig terrein, waardoor een beperkte oppervlakte bedrijventerrein kan worden uitgegeven. De uitbreiding van het bedrijventerrein is bedoeld om groot verkeer uit het centrum van Renesse te weren. De bedoeling is dat bedrijven in het centrum hier een loods kunnen kopen of huren en hier goederen kunnen opslaan en deze op eigen gelegenheid en dus buiten de drukke tijden naar hun zaak kunnen brengen. Er zit immers de nodige (horeca)bedrijvigheid in het centrum van Renesse die kampt met problemen wat betreft bereikbaarheid. Door extra (opslag) bedrijfsruimte buiten het centrum, kan de drukte en congestie in het centrum verminderd worden. Er wordt geen detailhandel mogelijk gemaakt, dus er ontstaat geen concurrentie met het centrum. De beoogde uitbreiding zal plaatsvinden in de bestaande groenstrook ten zuiden van het terrein. De groenstrook heeft in het bestemmingsplan ‘Kop van Schouwen’ de bestemming ‘Groen - Landschappelijk’. De realisatie van een bedrijventerrein past niet binnen deze bestemming. Hierdoor dient een planologische procedure te worden doorlopen voor aanpassing van het bestemmingsplan.
In dit principeverzoek wordt onderzocht of planologisch medewerking kan worden verleend aan de beoogde ontwikkeling op basis van het gemeentelijk en provinciaal beleid. Verder worden de omgevingsaspecten beoordeeld in een quickscan. In hoofdstuk 2 is een beschrijving opgenomen van het project. In hoofdstuk 3 zijn het projectgebied en de huidige planologische situatie beschreven. In hoofdstuk 4 is het initiatief getoetst aan het geldende gemeentelijk en provinciaal beleid. Vervolgens is het initiatief in hoofdstuk 5 op hoofdlijnen getoetst aan de omgevingsaspecten waarbij is beoordeeld wat de randvoorwaarden zijn vanuit beleid en wetgeving en per aspect is beschreven of nader onderzoek noodzakelijk is. In hoofdstuk 6 is een doorkijk gegeven naar de Omgevingswet. Het principeverzoek sluit af met een samenvatting en de vraag om principemedewerking.
2.
BEOOGDE ONTWIKKELING
De beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein is voorzien in de groenstrook aan de zuidzijde van het bedrijventerrein. Hierbij wordt ervoor gezorgd dat er een beplantingsstrook van 10 meter breed behouden blijft, voor afscherming van het bedrijventerrein. Tegen de zuidelijke perceelsgrens bevindt zich nog een watergang en een onderhoudspad, ook deze worden behouden. Het gedeelte dat wordt getransformeerd tot bedrijventerrein is, afhankelijk van welk spoor gevolgd wordt binnen de regels van de Omgevingsverordening Zeeland, minimaal 5.000 m2 groot. Indien spoor 1 of 2 gevolgd kan worden wordt de uitbreiding een kleine 7500m2 groot. Vergelijkbaar met het huidige bedrijventerrein worden op het nieuwe bedrijventerrein bedrijven t/m categorie 3.2 toegelaten. In figuur 1 is de situering van de beoogde uitbreiding weergegeven.
Beoogde uitbreiding (spoor 3) Extra uitbreiding (spoor 1 / 2) Beplantingsstrook (min. 10m breed)
Figuur 1 – Beoogde uitbreiding (Rho Adviseurs, 2023)
2/17
3.
PROJECTGEBIED
Ligging en beschrijving projectgebied Het bedrijventerrein van Renesse is gelegen langs de N652 ten zuiden van de dorpskern. Het terrein wordt vanaf de rondweg ontsloten via de Lagezoom. Rondom het bedrijventerrein bevinden zich onder andere enkele verblijfsrecreatieterreinen, de gebiedsontsluitingsweg (N652) en een natuurgebied. Het projectgebied is gelegen aan de zuidzijde van het bedrijventerrein. De ligging is weergegeven in figuur 2. De grenzen van het projectgebied worden gevormd door het bedrijventerrein aan de noordzijde, de huidige groenstrook aan de oostzijde en aan de westzijde en het natuurgebied aan de zuidzijde.
Figuur 2 – Ligging projectgebied (luchtfoto, 2022)
In figuur 3 is de huidige inrichting van het projectgebied weergegeven. Hierin is te zien dat het projectgebied voornamelijk bestaat uit bosschages, verder is er een watergang en een onderhoudspad aanwezig. De bosschages zijn onderdeel van de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein, de bosschages bestaan uit inheemse bomen en struiken. Het projectgebied is circa 13.300 m2 groot. In figuur 4 is een aanzicht van het projectgebied weergegeven vanaf de N652 en in figuur 5 is een aanzicht van het projectgebied weergegeven vanaf de Kooijmansweg.
3/17
Figuur 3 – Huidige inrichting projectgebied (luchtfoto, 2022)
Figuur 4 – Huidig aanzicht projectgebied vanaf de N652 (Google street view, 2022)
4/17
Figuur 5 – Huidig aanzicht projectgebied vanaf de Kooijmansweg (Google street view, 2018)
Vigerende planologische situatie In het vigerende bestemmingsplan Kop van Schouwen dat is vastgesteld op 27 juni 2013 door de gemeente Renesse, heeft het projectgebied de enkelbestemming ‘Groen - Landschappelijk’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 6’ en ‘Waarde – Archeologie – 7’. In figuur 6 is de uitsnede van het projectgebied uit het vigerende bestemmingsplan opgenomen. De bestemming ‘Groen – Landschappelijk is uitsluitend bedoeld voor het behoud en/of herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de ontwikkeling van potentiële natuurlijke en landschappelijke waarden. Verder heeft het projectgebied aan de oostzijde en aan de westzijde een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 6’, hierbinnen geldt dat bij een verstoring groter dan 2500 m2 en 0,5 meter diepte archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. In het midden heeft het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 7’, hierbinnen geldt dat bij een verstoring groter dan 5000 m2 en 0,5 meter diepte archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Het uitbreiden van het bestaande bedrijventerrein past niet binnen de bestemming ‘Groen - Landschappelijk’. En afhankelijk van de bouwplannen zal een archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd naar eventueel aanwezige archeologische waarden.
5/17
Figuur 6 – Uitsnede geldend bestemmingsplan
6/17
4.
BELEID
Nationaal beleid Ladder voor duurzame verstedelijking Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. De vraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat ontwikkelingen groter dan 500 m 2 bvo worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van 5.000 m2 bvo, hierdoor is sprake van een stedelijke ontwikkeling en dient de ontwikkeling getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit betekent dat er een onderzoek naar de behoefte moet worden uitgevoerd. Provinciaal beleid Zeeuwse omgevingsvisie (2021) De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de
periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. Een duurzame en innovatieve economie; 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Hierbij is de Zeeuwse Omgevingsvisie in twee delen opgesplitst. De ambities die in deel A beschreven zijn, zijn strategische ambities met 2050 als horizon. Ze geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voor de kortere termijn (2030). Deel B van de Omgevingsvisie beschrijft uitgebreid de beleidsdoelstellingen voor 2030, de acties die daaraan bijdragen en welke partijen daar een rol bij spelen. Een groot deel van de acties in deel B is opgenomen in bestaande (uitvoerings)programma’s van verschillende samenwerkingsverbanden. De brede blik uit de Zeeuwse Omgevingsvisie kan helpen dwarsverbanden met andere programma's te signaleren en om nieuwe partijen te vinden die mee kunnen helpen bij de uitvoering. Wat betreft werkgelegenheid zijn het midden- en kleinbedrijf (MKB), agrarische bedrijven en de havens de motor van de Zeeuwse economie. De Provincie Zeeland heeft aangegeven dat zij economische ontwikkeling zo veel mogelijk wil faciliteren. Goede werk- en bedrijfslocaties zijn daarvoor nodig.
Er wordt gestreefd naar een concentratie op bedrijventerreinen. Doelstelling en inzet provincie Voor de steden en regio's is het kunnen aanbieden van voldoende aanbod van kwalitatief hoogwaardige bedrijventerreinen van groot belang. De provincie Zeeland bevordert optimale afstemming van vraag en aanbod van bedrijventerreinen,
7/17
herstructurering van bestaande terreinen, zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke inpassing en goede bereikbaarheid. Hiervoor wordt de duurzaamheidsladder gehanteerd. Regionale samenwerking Omdat de bedrijventerreinenmarkt regionaal georiënteerd is, werken gemeenten in regionaal verband samen en stemmen zij hun bedrijventerreinbeleid af in bedrijventerreinprogramma's. Omwille van een zorgvuldige planning verlangt de Provincie een consequente toepassing van de duurzaamheidsladder. Concentratie en bundeling van bedrijven Het is zowel ruimtelijk als economisch van belang dat bedrijvigheid geconcentreerd en gebundeld wordt ontwikkeld. Bedrijvigheid wordt daarom zoveel mogelijk geclusterd op bedrijventerreinen, met de nadruk op ontwikkeling van de grootschalige terreinen (80% van de toename van het areaal per regio vindt hier plaats).
Toetsing Er wordt gestreefd naar concentratie van bedrijven op bedrijventerreinen. Op figuur 7 is te zien dat het projectgebied door de provincie aangeduid is als kleinschalig bedrijventerrein. In het kader van concentratie en bundeling van bedrijven dient 80% van de toename van het areaal op grootschalige bedrijventerreinen plaats te vinden. Dit dient nagegaan te worden bij de gemeente bij verdere uitwerking van het project. Vooralsnog is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met de Zeeuwse Omgevingsvisie.
Figuur 7 – Kaart ‘Bedrijventerreinen Zeeland’ (Provincie Zeeland)
8/17
Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018 In de Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018 is het projectgebied gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. Voor bedrijven geldt ingevolge artikel 2.3 lid 1 en 2 dat bedrijven in beginsel op bedrijventerreinen moeten worden gevestigd. Voor nieuwe bedrijventerreinen is lid 3, 4 en 5 van artikel 2.3 ‘Bedrijven’ van belang. Deze artikelen luiden: 3. In de toelichting bij een bestemmingsplan voor een nieuw bedrijventerrein, alsmede de uitbreiding van een bedrijventerrein, wordt aannemelijk gemaakt dat: a. het plan bijdraagt aan of niet in strijd is met de doelstelling dat 80 procent van de bedrijvigheid regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan grootschalige bedrijventerreinen en b. duurzaam beheer en onderhoud van het bedrijventerrein gewaarborgd is. 4.In een bestemmingsplan wordt uitbreiding van op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening bestaande kleinschalige bedrijventerreinen niet toegelaten, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van een eenmalige beperkte afronding met ten hoogste 20% of 0,5 hectare waarbij de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert.
5.In afwijking van het vierde lid kan een verdere uitbreiding van een bestaand kleinschalig en goed ontsloten bedrijventerrein worden toegelaten indien in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert en de sanering en het voorkomen van heroprichting van bedrijven elders in de provincie Zeeland, met ten minste een gelijke oppervlakte als de uitbreiding, voor zover deze meer bedraagt dan 20% of 0,5 hectare, is gewaarborgd.’’
Door de ligging nabij Natuur Netwerk Zeeland gebied (zie figuur 8) is tevens ‘artikel 2.27 Afwegingszone natuurgebieden’ van belang. Dit artikel luidt: Artikel 2.27 Afwegingszone natuurgebieden a. In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden, niet zijnde binnendijken, zoals aangegeven in bijlage 9, met inachtneming van een ingevolge artikel 2.26 vastgestelde wijziging van de begrenzing, wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt. b. In een bestemmingsplan waarin een bevoegdheid tot afwijking van de regels door middel van een omgevingsvergunning wordt opgenomen, voor de in het eerste lid bedoelde gronden, wordt de regel gesteld dat de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend indien geen onevenredige aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het binnen 100 meter afstand gelegen natuurgebied plaatsvindt.
9/17
Figuur 8 – Kaart ‘Natuur Netwerk Zeeland’ (Provincie Zeeland)
Toetsing In de bedrijventerreinenkaart van de provincie Zeeland is het bedrijventerrein ‘Duinzoom’ van in totaal 12,84 hectare aangeduid als kleinschalig bedrijventerrein (zie figuur 7). Ook de beoogde uitbreidingslocatie maakt onderdeel uit van het kleinschalig bedrijventerrein. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein Duinzoom past binnen het provinciaal beleid (spoor 1). Als onverhoopt moet worden uitgegaan van de feitelijk bestaande situatie in het terrein of de bedrijfsbestemming op basis van het bestemmingsplan, kan ingevolge lid 3 van artikel 2.3. van de provinciale omgevingsverordening ook uitbreiding van een klein bedrijventerrein mogelijk worden gemaakt, mits 80% van de bedrijvigheid regionaal (op Schouwen-Duiveland) wordt geclusterd en dat duurzaam beheer en onderhoud wordt gewaarborgd (spoor 2). Uit informatie van de gemeente moet blijken in hoeverre de huidige bedrijventerreinen momenteel zijn geclusterd. Mocht de uitbreiding van het bedrijventerrein niet passen in deze verhouding, dan kan gebruik worden gemaakt van lid 4, waarbij een bedrijventerrein eenmalig beperkt afgerond kan worden met een maximum van 5000 m2, mits de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbeterd wordt (spoor 3).
10/17
Ingevolge artikel 2.27 dient aangetoond te worden dat met het voorgenomen initiatief geen onevenredige aantasting van het beschermde Natuur Netwerk Zeeland optreedt. Gelet op de ligging van het huidig bedrijventerrein en het type natuurgebied, is in de toekomstige situatie ook geen onevenredig nadelig effect te verwachten. Dit zal in de planologische procedure nader moeten worden onderbouwd. Conclusie De beoogde uitbreidingslocatie maakt onderdeel uit van het kleinschalig bedrijventerrein. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein Duinzoom past binnen het provinciaal beleid (spoor 1). Als onverhoopt moet worden uitgegaan van de feitelijk bestaande situatie in het terrein of de bedrijfsbestemming op basis van het bestemmingsplan, kan ingevolge lid 3 van artikel 2.3. van de provinciale omgevingsverordening ook uitbreiding van een klein bedrijventerrein mogelijk worden gemaakt, mits 80% van de bedrijvigheid regionaal (op Schouwen-Duiveland) wordt geclusterd en dat duurzaam beheer en onderhoud wordt gewaarborgd (spoor 2). Mocht de uitbreiding van het bedrijventerrein niet passen in deze verhouding, dan kan gebruik worden gemaakt van lid 4, waarbij een bedrijventerrein eenmalig beperkt afgerond kan worden met een maximum van 5000 m2, mits de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbeterd wordt (spoor 3).
Op het naastgelegen natuurgebied wordt geen negatief nadelig effect verwacht, gezien de ligging van het huidig bedrijventerrein nabij het natuurgebied en het type natuurgebied. Dit zal in de planologische procedure nader moeten worden onderbouwd. Gemeentelijk beleid: Bedrijventerreinen programma Schouwen-Duiveland 2010 Schouwen-Duiveland beschikt over 17 bedrijventerreinen: 4 grootschalige en 13 kleinschalige bedrijventerreinen. Daarnaast kent de gemeente 12 solitaire locaties die volgens de nieuwe provinciale Verordening ook als kleinschalig bedrijventerrein moeten worden aangemerkt. Bedrijventerreinen hebben een belangrijke plaats in de lokale economie. Circa 27% van alle werkgelegenheid van de gemeente bevindt zich op een bedrijventerrein. De totale werkgelegenheid in de gemeente groeide tussen 2012 en 2015 licht. Die groei bevindt zich vooral in Zierikzee. Business Park, Duinzoom, Straalweg II en de uitbreiding van bedrijventerrein Bruinisse zijn nog (relatief) nieuw. Op basis van eerdere ramingen en historische uitgifte ontstaat voor de periode 2016-2025 een vraag van circa 10 ha. Het gaat om uitbreidingsvraag: ‘autonome ‘ groei van lokale bedrijven. Het aanbod uitgeefbare hectares dat de gemeente Schouwen-Duiveland op dit moment heeft is circa 14 ha. Dit betekent een overaanbod van circa 4 ha. Het aanbod is daarmee circa 25% groter dan de vraag voor de komende 10 jaar.
Het aanbod is geconcentreerd op grootschalige bedrijventerreinen. Het provinciale beleid staat alleen uitbreiding van kleinschalige terreinen toe tot maximaal 0,5 hectare voor de uitbreiding van lokale bedrijven en alleen als sprake is van een ruimtelijke afronding van het terrein en de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbeterd. Conclusie Op basis van het Bedrijventerreinenprogramma Schouwen-Duiveland 2010 is er voldoende vraag naar nieuwe bedrijventerreinen. Met de beoogde ontwikkeling wordt een bestaand bedrijventerrein uitgebreid. Het gaat hierbij om het realiseren van opslagcapaciteit voor aan Renesse gebonden bedrijvigheid, zodat de verkeersdruk in het centrum afneemt. In het gemeentelijk beleid worden verder geen regels gesteld ten aanzien van nieuwe bedrijventerreinen. Het provinciaal beleid is hierbij leidend.
11/17
5.
OMGEVINGSASPECTEN
Algemeen In dit hoofdstuk wordt de realisatie van circa 5000 m2 bvo bedrijventerrein getoetst aan de verschillende milieuaspecten. Verkeer Met de functieverandering van ‘Groen’ naar ‘Bedrijf’ worden extra verkeersbewegingen mogelijk gemaakt. De worst-casverkeersgeneratie van deze ontwikkeling is berekend aan de hand van kengetallen uit CROW-publicatie 381. Voor de stedelijkheidsgraad betreft de gemeente Schouwen Duivenland een ‘weinig stedelijk’ gebied. Het projectgebied ligt in het buitengebied. Deze factoren bepalen samen het te hanteren kengetal (0,044). Uit deze factor volgt dat voor 5.000 m2 bvo bedrijventerrein in weinig stedelijk gebied, de verkeersgeneratie 220 mvt / etmaal bedraagt. Bij het uitwerken van de beoogde ontwikkeling dient onderbouwd te worden dat deze verkeersbewegingen niet tot verkeerskundige knelpunten leiden. Aangezien de verkeersgeneratie redelijk fors is dient hiervoor een mobiliteitstoets uitgevoerd te worden. Parkeren Voor de realisatie van het bedrijventerrein is tevens voldoende parkeergelegenheid van belang. Het parkeerkencijfer bedraagt 0,9 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De parkeerbehoefte bedraagt daarmee 45 parkeerplaatsen. Er is voldoende ruimte in het projectgebied om in de parkeerbehoefte te voorzien op het centrale eigen terrein.
Luchtkwaliteit Ontwikkelingen met een verkeersaantrekkende werking kunnen mogelijk gevolgen hebben voor de concentraties luchtverontreinigende stoffen langs de ontsluitende wegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de NIBM-tool. In figuur 9 blijkt dat de ontwikkeling Niet In Betekenende Mate bijdraagt aan luchtverontreiniging.
Figuur 9 – NIBM-tool
Via de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland GCN en GDN (www.geodata.rivm.nl), is bekeken hoe hoog de concentraties luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van het projectgebied zijn. In tabel 1 zijn de
12/17
achtergrondconcentraties ter plaatse van het projectgebied weergegeven en is getoetst of in 2020 aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan. Er is uitgegaan van de hoogste achtergrondconcentratie ter plaatse. Tabel 1 - Toetsing (2020) aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer
Stofcatego- Maximale plan- Hoogste achter- Maximaal Grenswaarde rie bijdrage 2020 grond optredende Wm 3 (µg/m ) concentratie concentratie (µg/m3) volgens (µg/m3) 2020 2020(µg/m3) NIBM rekentool (Rijkswaterstaat) NO2
3,94
16,63
20,57
40
PM10
0,77
20,29
21,06
40
PM2,5
0,77
13,99
14,76
25
Uit tabel 1 blijkt dat wanneer de maximale projectbijdrage bij de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden opgeteld in 2023, er alsnog aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan ter plaatse van het projectgebied. Door gebruikmaking van steeds betere technieken nemen de achtergrondconcentraties luchtverontreinigende stoffen jaarlijks af. Bedrijven en milieuzonering Met de voorgenomen ontwikkeling wordt het bedrijventerrein uitgebreid, waardoor vestiging van bedrijven t/m categorie 3.2 mogelijk worden gemaakt. Op basis van de publicatie Bedrijven en milieuzonering van de VNG dient ten opzichte van gevoelige functies zoals woningen van derden rekening te worden gehouden met richtafstanden. Voor categorie 3.2. bedraagt de maximale richtafstand 100 meter. In de omgeving van het projectgebied zijn een recreatieterrein en een woning aanwezig. In figuur 10 is de ligging van het projectgebied en de omliggende gevoelige functies weergegeven. De afstand vanaf het projectgebied tot het recreatieterrein bedraagt circa 82 meter. De afstand van de uitbreiding van het bedrijventerrein tot de kampeervelden bedraagt circa 104 meter. De afstand van het projectgebied tot de woonbestemming bedraagt minimaal 280 meter. Hierdoor kan een goed woon -en leefklimaat worden gewaarborgd. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het initiatief.
13/17
Figuur 10 – Afstand tot omliggende bedrijfshinder gevoelige functies (www.ruimtelijkeplannen.nl)
Geluid Binnen het projectgebied wordt de uitbreiding van een bedrijventerrein met 5.000m2 mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) betreft deze ontwikkeling geen realisatie van een geluidsgevoelige functie. Ook wordt geen nieuwe weg aangelegd, hierdoor is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet nodig. Dit neemt niet weg dat moet worden nagegaan of ter plaatse van omliggende woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Doordat de afstand tot omliggende woningen minimaal 280 meter is en de afstand tot de kampeervelden minimaal 104 meter is, kan gesteld worden dat ter plaatse van de woning en het kampeerveld een goed woon -en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Een 30km/h weg met een minimale ontsluitingsfunctie, zal immers nauwelijks geluid produceren. Landschap De beoogde ontwikkeling heeft een beperkte invloed op het landschap. De beoogde ontwikkeling vindt plaats aansluitend aan het huidig bedrijventerrein. Daarnaast wordt een beplantingsstrook van minimaal 10 meter gegarandeerd, waardoor de ontwikkeling is afgeschermd van de rest van het buitengebied. Voor het kappen van de bomen geldt een herplantplicht. In het kader van ruimtelijke kwaliteitsverbetering worden deze bomen aan de voorzijde van het bedrijventerrein, langs de randen terug geplant.
Op deze manier blijft het open karakter aan de voorzijde van het bedrijventerrein gehandhaafd. Voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit wordt eveneens voorgesteld een retentievijver aan te leggen aan de voorzijde van het bedrijventerrein. Hierdoor wordt het gebied zowel ecologisch waardevoller, door het aantrekken van meerdere flora en fauna, als meer klimaatbestendig, door het plaatselijk vasthouden en infiltreren van hemelwater. In figuur 11 zijn zoekgebieden aangegeven voor het herplanten van bosplantsoen (groen) en het aanleggen van een retentievijver (blauw).
14/17
Figuur 11 – Zoekgebieden voor het herplanten van bomen en aanleggen retentievijver (Rho Adviseurs, 2023)
Externe veiligheid In de nabije omgeving van het projectgebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig en vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. In de omgeving zijn er camping met propaantanks, maar het projectgebied is niet in de PR 10-6-contour gelegen. In het projectgebied worden geen risicovolle inrichtingen gerealiseerd. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig. Bodem De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een bestemmingswijziging van ‘Groen - Landschappelijk’ naar ‘Bedrijf’. Hierbij is sprake van een bodemgevoeliger gebruik, in vergelijking met de huidige situatie waardoor bodemonderzoek noodzakelijk is. Door middel van een milieuhygiënisch onderzoek naar de bodemkwaliteit ter plaatse dient aangetoond te worden dat een goed woon -en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Water De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling betreft een toename van verharding binnen het projectgebied. Een toename van de verharding heeft tot gevolg dat hemelwater sneller wordt afgevoerd en veelal minder geborgen/geïnfiltreerd kan worden in de ondergrond. Bij een ruimtelijk plan met een toename aan afstromend verhard oppervlak dien vooraf te worden
15/17
bepaald waarheen en hoe het overtollige hemelwater wordt geborgen (afgevoerd). Hiervoor dient een Watertoets uitgevoerd te worden, die met het waterschap wordt kortgesloten. Ecologie Soortbescherming In de huidige situatie is het projectgebied in gebruik als groenstrook. Middels een verkennend ecologisch onderzoek dient aangetoond te worden dat in het projectgebied geen beschermde soorten voorkomen, danwel dat beschermde soorten verstoord worden door de voorgenomen activiteiten. Als sprake is van beschermde soorten is nader onderzoek en eventueel ontheffing van de Wet Natuurbescherming noodzakelijk. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering zijn hierdoor uitgesloten. In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich vier Natura 2000-gebieden; op 840 meter ten noorden ‘Kop van Schouwen’, op 2,9 kilometer ten noorden ‘Voordelta’, op 3,49 kilometer ten zuiden ‘Oosterschelde’ en op 4,06 km ten oosten Grevelingen. Gelet op deze afstanden zal geen sprake zijn van extra verstoring als gevolg van de ontwikkeling. Ook kunnen negatieve effecten als gevolg van verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten.
Met het programma AERIUS Calculator dient een berekening uitgevoerd te worden voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Het projectgebied grenst wel aan Natuur Netwerk Zeeland gebied, waardoor aangetoond moet worden dat de ontwikkeling geen hier geen negatief effect op heeft.
Archeologie en cultuurhistorie Het projectgebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 6’ en ‘Waarde – Archeologie - 7’. De aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming), bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden ter plaatse. Ervan uitgaande dat de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein in een herziening van het bestemmingsplan planologisch wordt geregeld, is het niet nodig in dat kader een archeologisch onderzoek uit te voeren. De archeologische dubbelbestemmingen worden in de herziening overgenomen. In het kader van de verlening van de omgevingsvergunning voor bouwen wordt beoordeeld of archeologisch onderzoek noodzakelijk is, afhankelijk van de oppervlakte van de bodemverstoring. Besluit milieueffectrapportage Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling is sprake van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals benoemd in bijlage D van het besluit milieueffectenrapportage. Omdat er geen sprake is van een overschrijding van de drempelwaarden kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Er is een passende beoordeling nodig wanneer mogelijk significant negatieve effecten voor beschermde natuur optreden.
6.
DOORKIJK NAAR DE OMGEVINGSWET
Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet heeft niet alleen gevolgen voor het ruimtelijk instrumentarium, maar heeft ook gevolgen voor de sectorale beoordelingskaders en de afwegingsruimte die gemeenten daarbinnen hebben om te komen tot lokaal maatwerk. In de analyse in hoofdstuk 5 is uitgegaan van de nu geldende kaders. Het is echter ook van belang om een doorkijk te geven naar de mogelijke consequenties van het in werking treden van de Omgevingswet voor het realiseren van het bedrijventerrein. Centraal staat een evenwichtige toedeling van
16/17
functies aan locaties, waarbij de gemeente de kwaliteit van de fysieke leefomgeving moet waarborgen. De evenwichtige toedeling krijgt een bredere invulling dan het belang van een goede ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld zal meer aandacht moeten worden besteed aan het aspect gezondheid. Gezien de resultaten en conclusies van de analyse in paragraaf 3 is de verwachting niet dat de Omgevingswet grote gevolgen zal hebben voor de mogelijkheden om te komen tot de uitbreiding van het bedrijventerrein. Daarnaast wijzigen de instrumenten en de procedures. In overleg met de gemeente zal worden bepaald welke procedure het meest geschikt is om de gewenste ontwikkeling na invoering van de Omgevingswet mogelijk te maken. Als voor 1 januari 2024 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd of een verzoek om vergunning te verlenen in afwijking van het bestemmingsplan is ingediend, is het mogelijk om een procedure te doorlopen op basis van de huidige wet- en regelgeving.
7.
PRINCIPEVERZOEK
In dit principeverzoek zijn de mogelijkheden en belemmeringen onderzocht voor de uitbreiding van het bedrijventerrein ‘Duinzoom’ te Renesse. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat onder voorwaarden planologisch medewerking kan worden verleend aan de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein. De ontwikkeling past niet binnen het huidige bestemmingsplan ‘Kop van Schouwen’. Er is een planologische procedure nodig om de ontwikkeling mogelijk te maken. Op basis van het voorgaande is de vraag of de gemeente Schouwen-Duiveland medewerking wil verlenen aan het opstellen van een nieuw bestemmingsplan / omgevingsplan om de uitbreiding van het bedrijventerrein mogelijk te maken. In dit principeverzoek is gebleken dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein op verschillende manieren mogelijk is. Indien wordt uitgegaan van de bestaande situatie in het provinciaal beleid (spoor 1) of indien met de beoogde uitbreiding nog steeds 80% van de bedrijvigheid regionaal is geclusterd (spoor 2) is een uitbreiding van het bedrijventerrein met circa 7500m2 mogelijk. Indien spoor 2 en 3 niet mogelijk zijn kan ingevolge lid 4 van artikel 2.3 een bedrijventerrein eenmalig beperkt afgerond kan worden met een maximum van 5000 m2, mits de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbeterd wordt (spoor 3).
17/17