CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.203 Raadsbrief inrichting toegang maatschappelijke en vrouwenopvang Zeeland (1481715)

Gemeenteraad 28 mei 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbrief

Onderwerp Zaaknummer Datum Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever

inrichting toegang maatschappelijke en vrouwenopvang Zeeland 1481715 20 mei 2025 Werken, Wonen en Leven (WWL) C.H. Poortvliet Afdelingshoofd WWL

Inleiding In 2022 hebben de Zeeuwse gemeenten de Regiovisie Beschermd Wonen en Opvang Zeeland vastgesteld. Eén van de ontwikkellijnen in deze Regiovisie is het onderdeel ‘toegang’. Voor de toegang tot de maatschappelijke opvang (hierna: MO) zijn op dit moment drie aanbieders gemandateerd: Emergis, Leger des Heils en Juvent. Zij ontvangen vanuit het CZW Bureau subsidie om opvangplekken en ondersteuning te organiseren in Zeeland. De toegang tot deze opvangvoorzieningen loopt op dit moment via de aanbieders zelf. De aanbieders beoordelen de hulpvragen, verzorgen de toeleiding naar de opvangplekken en leggen waar nodig verbindingen met andere gemeentelijke voorzieningen, zoals het lokale Wmo-aanbod. Hoewel deze structuur in de basis functioneert, ervaren we als gemeenten ook een behoefte aan meer zicht en grip op de cliëntpopulatie, de kosten en de ontwikkelingen daarbinnen. Daarom is in de Regiovisie als speerpunt opgenomen dat we afspraken maken over hoe in de toekomst de toegang tot maatschappelijke opvang georganiseerd wordt. Aangezien de wens voor meer grip en zicht ook speelt voor de voorzieningen Veilige-/Vrouwenopvang, is er gedurende het onderzoek voor gekozen om VO ook mee te nemen in de gesprekken met partijen.

Kernboodschap Om afspraken te kunnen maken over de best passende toegangsvorm voor de voorzieningen MO, heeft onderzoeksbureau AEF de opdracht gekregen om verschillende scenario’s voor de toegang te onderzoeken. Hierbij rekening houdend met de regionale behoefte aan meer zicht en grip op de cliëntpopulatie en de kosten van MO. Gedurende het onderzoek heeft AEF met verschillende betrokken partijen gesproken: de zorgaanbieders, toegangsmedewerkers van de gemeenten en ervaringsdeskundigen. Aan de hand van hieruit verkregen inzichten zijn vier scenario’s opgesteld voor de toegang tot MO: · Aanbieders Plus: het behouden van de huidige toegang door aanbieders met aanvullende afspraken over gegevensdeling en monitoring; · Lokale teams: de toegang verplaatsen naar de individuele lokale teams van de Zeeuwse gemeenten; · Centrale toegang (extern): de toegang verplaatsen naar één regionale partij buiten de gemeente; · Centrale toegang (intern): de toegang verplaatsen naar het lokale team van één van de Zeeuwse gemeenten. Om te beoordelen welk scenario het meest passend is, is een afwegingskader opgesteld. Alle scenario’s zijn beoordeeld aan de hand van de criteria in het afwegingskader (effectiviteit voor zicht en grip, kwaliteit van de toeleiding, uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en congruentie) en de gesprekken die met betrokken partijen hebben plaatsgevonden.

Consequenties Toegang tot MO AEF heeft de verschillende scenario’s tegen elkaar afgewogen en aan de hand van de criteria beoordeeld. Op basis van die beoordeling komt het scenario ‘Aanbieders Plus’ als meest geschikte vorm voor de inrichting van de toegang tot MO uit het onderzoek. Gedurende het onderzoek werd namelijk steeds duidelijker hoe de toegang en de gegevensuitwisseling op dit moment zijn ingeregeld, welke behoefte gemeenten in de regio hebben en wat de opties zijn om hier wel aan te kunnen voldoen. Als die opties gerealiseerd kunnen worden, wordt het zicht en grip op de cliëntpopulatie al een stuk groter. Daarnaast blijft bij het scenario ‘Aanbieders Plus’ de toegang bij de aanbieders. Er zijn dus slechts kleine veranderingen nodig dus ook relatief weinig (extra) kosten. Het verplaatsen van de toegang is één van de andere drie opties, maar ook direct één van de meest ingrijpende. Daarnaast wordt de expertise van de aanbieders en Pagina 1 van 2

uitvoerend professionals maximaal benut als de toegang bij de aanbieders blijft en hoeven we geen andere partij daar opnieuw in te trainen. Uit het onderzoek blijkt dat geen van de inrichtingsopties voor de toegang helemaal perfect is. Het eventueel herinrichten van de toegang vraagt een grote inzet en er zijn minder ingrijpende maatregelen mogelijk om het zicht en grip te kunnen verbeteren. Daarom adviseert AEF om de toegang tot MO bij de aanbieders te behouden. Hierbij moeten wel aanvullende afspraken worden gemaakt over het uitwisselen van (verantwoordings-)gegevens, het samen in kaart brengen van trends en ontwikkelingen en de verbinding met het lokale Wmo-aanbod moet beter worden geborgd. Toegang tot VO AEF heeft gedurende het onderzoek ook de mogelijkheden onderzocht voor een eventuele herinrichting van de toegang tot VO. Bij VO is namelijk dezelfde aanbieder betrokken als bij MO. Ook een deel van de afwegingscriteria is hetzelfde. Zo moet zowel bij MO als bij VO voldoende expertise in huis zijn om de hulpvraag goed te kunnen beoordelen en snel toe te leiden naar een passende voorziening. Maar er gelden bij VO ook andere aandachtspunten en aanvullende afwegingen.

Zo gelden voor VO nog duidelijkere landelijke richtlijnen voor de toegankelijkheid van plekken en is het beschermen van de privacy van de inwoners die een beroep doen op de VO nog belangrijke vanwege de veiligheid. Ook speelt bij VO de noodzaak voor 24-uurs bereikbaarheid en het feit dat er nu al relatief goed zicht is op de cliëntpopulatie omdat de aantallen overzichtelijk zijn. Uit de gesprekken is ook gebleken dat de huidige toegang, die nu belegd is bij Emergis, als passend wordt ervaren voor VO. Dit heeft geleid tot de conclusie dat voor VO op dit moment het behouden van de toegang bij de aanbieder de meest geschikte optie is. Het verplaatsen van de toegang tot VO brengt namelijk risico’s met zich mee en vergt een grote inspanning die niet in verhouding staat tot het aantal VO-cliënten in de regio. Communicatie Via het CZWbureau stellen we de aanbieders van de uitkomsten op de hoogte en gaan we met hen in gesprek over de uitwerking van de rapportage in afspraken. Vervolg Vervolgproces Als alle Zeeuwse colleges hebben ingestemd met de variant Aanbieders Plus, worden de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoeksrapport geïmplementeerd. Dit zal in samenwerking met de betrokken partijen worden vormgegeven. Een ambtelijke werkgroep wordt hiervoor verantwoordelijk gesteld. Wij hopen u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd over de ontwikkelingen m.b.t.

de toegang tot Maatschappelijke Opvang en Veilige-/Vrouwenopvang. Bijlagen bijlage 1 - 'Toegang tot MOVO in Zeeland', rapport van AEF Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, S.J.A. Bronsveld

J.Chr. van der Hoek MBA

Secretaris

Burgemeester

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15572634/1