2025.102 Bijlage 7. Duidingsrapport minima 2024 (1334234)
Tekst van het document
Duidingsrapport Dashboard Minima Meting 2 over 2023 - 2024 Gemeente Schouwen-Duiveland
Opdrachtgever Gemeente XXXX
Opdrachtgever Gemeente Schouwen-Duiveland Datum Februari 2025 Auteurs Jitske Kooistra Anieta Boer KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
Inhoudsopgave Inleiding ...............................................................................................................................2 1. Minimahuishoudens ..........................................................................................................4 2. Minimakinderen ................................................................................................................7 3. Bereik minimaregelingen ...................................................................................................9 4. Energietoeslag 2023 ....................................................................................................... 12 5. Zzp ................................................................................................................................ 14 6. Voedselbank .................................................................................................................. 14 7. Schuldhulpverlening........................................................................................................ 15 8. Instroom en uitstroom ..................................................................................................... 16 Bijlage: BRP-koppeling & gebruikcijfers ............................................................................... 17
1
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
Inleiding Sinds 2023 brengt KWIZ jaarlijks de omvang en samenstelling van de minimapopulatie in de gemeente Schouwen-Duiveland in beeld. Hierin wordt tevens het bereik van de inkomensondersteunende regelingen weergegeven. De resultaten worden gepresenteerd in een online dashboard (Dashboard Minima), waar de gemeente zelf (extra) gewenste analyses kan maken door bijvoorbeeld in te zoomen op een bepaalde doelgroep. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen genoemd. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Weergave van de minimahuishoudens De cijfers worden in een online dashboard gepresenteerd waarin de gemeente zelf diverse analyses kan maken. Bij het dashboard wordt het huidige duidingsrapport geleverd voor verschillende analyses en duiding van de cijfers. Het dashboard (en deze rapportage) bevat momenteel de cijfers van twee meetmomenten: • •
Meting 1: gebruik van regelingen over de periode 1 juli 2022 tot 30 juni 2023 (peildatum 01-07-2023) Meting 2: gebruik van regelingen over de periode 1 juli 2023 tot 30 juni 2024 (peildatum 30-06-2024)
Voor iedere meting wordt het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wettelijk sociaal minimum (Wsm) weergegeven dat op basis van diverse registratiebestanden bij de gemeente in beeld is (zie hieronder). De doelgroep wordt weergegeven aan de hand van verschillende kenmerken zoals die in de BRP staan. Methodiek Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen aangeleverd: de Participatiewet, AIO, gemeentelijke minimaregelingen 1 en regelingen die in samenwerking met externe partijen worden aangeboden zoals het Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld en Volwassenfonds Sport en Cultuur. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het gebruik van voorzieningen. Daarnaast zijn bestanden gekoppeld van de schuldhulpverlening, zzp’ers en de energietoeslag om inzicht te geven in het gebruik van deze regelingen (onder de minimapopulatie).
De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op die van de oudste persoon in het huishouden. De verdeling naar inkomensbronnen is dus ook op huishoudniveau en daarbij kijken we naar de hoofd inkomensbron van het huishouden. De gebruikers van regelingen betreffen diegenen die gekoppeld konden worden aan de BRP en als minima zijn geclassificeerd. Voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld geven we het gebruik en bereik weer voor de totale gebruikers (dus ook de inwoners die niet gekoppeld konden worden op basis van het BRP) om een compleet beeld te geven. Schatting totale doelgroep Aangezien zowel KWIZ als de gemeente niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep minimahuishoudens die, doordat ze geen gebruikmaakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van de genoemde bestanden in 1 Het gaat hierbij om de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, collectieve zorgverzekering, bijzondere
bijstand, individuele inkomenstoeslag, tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken en gehandicapten, declaratiefonds en de studietoeslag.
2
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de beschreven onderzoeksmethode (vorige pagina). Daarnaast maken we, op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index, een schatting van het aantal minimahuishoudens dat niet bij de gemeente in beeld is, maar wél een laag inkomen en laag vermogen heeft. Zodoende kunnen we een inschatting maken van de totale doelgroep van het minimabeleid. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek niet mogelijk om gedetailleerde kenmerken van deze ‘ontbrekende’ doelgroep in beeld te krijgen. Minimahuishoudens tot 120 procent Wsm Aangezien de meeste minimaregelingen in de gemeente Schouwen-Duiveland een inkomensgrens van 120 procent Wsm hebben, is het inhoudelijk het meest interessant om van deze groep huishoudens de kenmerken weer te geven. In dit rapport wordt er daarom regelmatig naar minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm verwezen 2. Ter verduidelijking geven we onderstaand definitiekader.
Definitiekader ‘minimahuishoudens tot 120 procent Wsm’ Voor zowel de minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft als voor de geschatte totale doelgroep gaat het om de huishoudens die een inkomen hebben tot 120 procent Wsm én een eigen vermogen hebben dat onder de vermogensgrens van de Participatiewet ligt.
Opzet rapportage Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in de omvang en kenmerken van de groep minimahuishoudens. In het tweede hoofdstuk volgen de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen. Daarna volgen hoofdstukken over de minimaregelingen, de energietoeslag, zzp’ers en de schuldhulpverlening. In het dashboard en duidingsrapport worden de kenmerken weergegeven van de doelgroep die in beeld is, tenzij anders aangegeven. Bij het bereik van de minimaregelingen gaat het om de totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die niet in beeld zijn). Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/of openbare cijfers van het CBS.
2 De enige uitzondering op deze regel is de energietoeslag. Voor de energietoeslag is namelijk gekozen om
naar de groep minimahuishoudens te kijken met een inkomen tot 130 procent Wsm, omdat 130 procent Wsm de inkomensgrens is die de gemeente voor de energietoeslag hanteert.
3
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
1. Minimahuishoudens • • •
Het aandeel minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm is stabiel gebleven Het aandeel minimahuishoudens met een AOW-inkomen ligt lager dan we landelijk terugzien in vergelijkbare gemeenten Ruim driekwart van de minimahuishoudens heeft langdurige een minimuminkomen
Minimahuishoudens In beeld. Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente Schouwen-Duiveland op 30 juni 2024 in totaal 689 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit is 4,3 procent van alle huishoudens in de gemeente Schouwen-Duiveland. In vergelijking met de vorige meting is het totaal aantal en aandeel minimahuishoudens met een inkomen tot en met 120 procent Wsm dat de gemeente in beeld heeft, in grote lijnen stabiel gebleven. Tabel 1.1.1 Minimahuishoudens in beeld naar inkomensverdeling. In beeld
2022 – 2023
2023 – 2024
Tot 100% Wsm
565
3,5%
553
3,4%
100 tot 120% Wsm
135
0,8%
136
0,9%
Totaal
700
4,3%
689
4,3%
Schatting totale doelgroep. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft niet alle minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit komt omdat niet alle huishoudens die recht hebben op ondersteuning van de gemeente, hier ook daadwerkelijk gebruik van maken. Op basis van de Armoede Index wordt het totale aantal minimahuishoudens tot 120 procent Wsm geschat op 1.030 huishoudens (6,4 procent van alle huishoudens). Daarvan hebben circa 684 huishoudens een inkomen tot 100 procent Wsm. In het dashboard zijn de inkomenskenmerken van de totale geschatte doelgroep weergegeven. In vergelijking met de vorige meting is er een grotere groep minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. Het geschatte aandeel minimahuishoudens in de gemeente Schouwen-Duiveland ligt iets onder ‘De gemeente heeft naar schatting 67 het gemiddelde van andere gemeenten met procent van de huishoudens met een minder dan 50.000 inwoners, dat ligt op circa 7 inkomen tot 120 procent Wsm in procent. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft naar schatting 341 huishoudens met een beeld.’ inkomen tot 120 procent Wsm niet in beeld. Tabel 1.1.2 Schatting minimahuishoudens naar inkomensverdeling. Schatting
2022 – 2023
Tot 100% Wsm
667
4,1%
684
4,3%
100 tot 120% Wsm
352
2,2%
346
2,1%
1.019
6,3%
1.030
6,4%
Totaal
2023 – 2024
Kenmerken minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld De meeste regelingen in de gemeente Schouwen-Duiveland hebben een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Daarom geven we de kenmerken weer van de 689 huishoudens met een inkomen op 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. In het online dashboard staan ook kenmerken vermeld van huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. 4
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
Inkomensbron. Een inkomen uit de Participatiewet is voor het grootste deel van de minimahuishoudens in Schouwen-Duiveland de voornaamste inkomensbron (46 procent). Tussen de twee metingen is verdeling naar de verschillende inkomensbronnen stabiel gebleven. We zien twee minimale verschillen: • Het aantal huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet is sinds de vorige meting minimaal gedaald. Landelijk zien wij deze trend terug: het aantal mensen in de bijstand neemt af. • Het aantal en aandeel AOW’ers is ten opzichte van de vorige meting over 2022 – 2023 iets toegenomen. Gemiddeld zien we bij andere gemeenten dat het aandeel AOW’ers tussen de 20 en 25 procent ligt. Het aandeel in de gemeente Schouwen-Duiveland ligt hier net onder. Tabel 1.1.3 Inkomensbron van minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld. 2022 – 2023
2023 – 2024
Participatiewet
330
47%
317
46%
AOW
122
17%
126
18%
Ander inkomen
248
36%
246
36%
Totaal
700
100%
689
100%
Huishoudtype. Het aandeel alleenstaande huishoudens is over de twee afgelopen metingen grotendeels gelijk gebleven (meting 1: 55 procent; meting 2: 56 procent). Dit komt overeen met het gemiddelde aandeel minimahuishoudens dat alleenstaand is (50 tot 55 procent). Het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen is in de gemeente Schouwen-Duiveland daarentegen in beide metingen (13 procent) lager dan het landelijk gemiddelde (15 tot 20 procent). In verhouding tot het gemiddelde hebben huishoudens met kinderen in de gemeente Schouwen-Duiveland dus vaker een inkomen tot 120 procent Wsm. In de gemeente SchouwenDuiveland hebben gaat dit om een aandeel van 29 ‘In vergelijking met andere gemeenten hebben procent. huishoudens met kinderen in de gemeente SchouwenAchtergrond. 63 procent Duiveland vaker een minimuminkomen.’ van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond, 25 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 12 procent een westerse migratieachtergrond. De aandelen liggen iets anders dan de vorige meting (respectievelijk 65, 22 en 13 procent). Leeftijd. Het aandeel minimahuishoudens met inwoners van 66 jaar en ouder is in de periode 2023 – 2024 ligt toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. In de meest recente meting is de leeftijd onder 21 procent van de minimahuishoudens 66 jaar en ouder, in de periode 2022 – 2023 was dit 20 procent.
Tegelijk is er een kleine daling van de huishoudens met inwoners tot 45 jaar. Woonplaats. De helft van de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm woont in Zierikzee. In de overige plaatsen ligt het aandeel minimahuishoudens beduidend lager; het gaat dan om een aandeel van 3 tot en met 10 procent. Dit beeld is beide metingen vergelijkbaar. Doelgroepen Sommige doelgroepen moeten in verhouding vaker rondkomen van een minimuminkomen dan anderen. Eenoudergezinnen hebben in verhouding vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen. Van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (431 huishoudens) heeft een kwart een inkomen tot 120 procent Wsm3. Dit aandeel ligt een stuk lager bij de 3 Het gaat hierbij om eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen en om eenoudergezinnen met
zowel minderjarige als meerderjarige kinderen (eenoudergezinnen met alleen meerderjarige kinderen blijven buiten beschouwing). Dit geldt eveneens voor de meerpersoonshuishoudens met kinderen.
5
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen, dit is namelijk 3 procent. Daarnaast hebben huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een westerse migratieachtergrond of een Nederlandse achtergrond (zie figuur 1.1.1). Van alle huishoudens met een niet-westerse achtergrond heeft 37 procent (171 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. De verdeling van minimahuishoudens naar de verschillende plaatsen is vrij gelijk verdeeld; in elke plaats hebben huishoudens nagenoeg even vaak een minimuminkomen. Figuur 1.1.1. Aandeel migratieachtergrond van minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens, 2023 – 2024. 3% Nederlands achtergrond
Westerse migratieachtergrond
Niet-westerse migratieachtergrond
433 minimahuishoudens van alle 14.575 huishoudens met een Nederlandse achtergrond
85 minimahuishoudens van alle 1.164 huishoudens met een
7% westerse migratieachtergrond
171 minimahuishoudens van alle 467 huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond
37%
Langdurige minima4 Het aandeel minima dat voor drie jaar of langer moet rondkomen van een minimuminkomen is ten opzichte van de vorige meting gelijk gebleven. In beide metingen moest 73 procent van de minimahuishoudens langdurig rondkomen van een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is ruim driekwart van de doelgroep die in beeld is. Gemiddeld zien we dat dit aandeel rond de 70 procent ligt, het aandeel in Schouwen-Duiveland zit hier dus boven. Opvallend onder de groep langdurige minima is dat 89 procent een inkomen heeft van 100 procent Wsm. Verder is het aandeel AOW’ers 28 procent. Het is goed te verklaren dat er een relatief grotere groep AOW’ers een langdurig minimuminkomen heeft, aangezien pensioengerechtigden minder kans hebben op inkomensverhoging. Tot slot is 58 procent van de langdurige minima alleenstaand. Tabel 1.1.4 Langdurigheid minimahuishoudens in beeld tot 120 procent Wsm. 2022 – 2023
2023 – 2024
0 tot 1 jaar
67
10%
75
11%
1 tot 3 jaar
124
17%
108
16%
3 jaar of langer
509
73%
506
73%
Totaal
700
100%
667
100%
4 We definiëren langdurige minima als inwoners die al drie jaar of langer een inkomen hebben tot 120 procent
Wsm. Dit is namelijk de voorwaarde voor de individuele inkomenstoeslag (langdurigheidstoeslag).
6
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
2. Minimakinderen • • •
Het aandeel minimakinderen met een inkomen tot 120 procent Wsm is stabiel gebleven tussen meting 1 en meting 2 Het aandeel minimakinderen met een leeftijd van 0 tot 4 jaar is afgenomen Kinderen uit een eenoudergezin groeien in verhouding vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit een tweeoudergezin
Minimakinderen tot 18 jaar In beeld. Op 30 juni 2024 heeft de gemeente Schouwen-Duiveland in totaal 512 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 9,0 procent van alle kinderen (5.710 kinderen) in de gemeente Schouwen-Duiveland. Van de 512 minimakinderen hebben 330 kinderen een inkomen tot 100 procent Wsm. Dit zijn kinderen die op basis van het gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. In vergelijking met de vorige meting is het totaal aandeel minimakinderen met een inkomen tot en met 120 procent Wsm gelijk gebleven. Tabel 2.1.1 Minimakinderen in beeld naar inkomensverdeling. In beeld
2022 – 2023
2023 – 2024
Tot 100% Wsm
325
5,6%
330
5,8%
100 tot 120% Wsm
191
3,3%
182
3,2%
Totaal
516
8,9%
512
9,0%
Schatting. Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente ‘Het aantal kinderen dat opgroeit in Schouwen-Duiveland niet alle minimakinderen in een minimahuishouden is stabiel beeld heeft. Op basis van de Armoede Index gebleven.’ schatten we het totale aantal minimakinderen dat woont in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm op 413 kinderen (7,2 procent van alle kinderen). Het totaal aantal minimakinderen op 120 procent Wsm schatten we op 663 kinderen (11,6 procent). Dit ligt boven het gangbare aandeel van 8 tot 9 procent in vergelijkbare gemeenten. De gemeente heeft naar schatting circa 151 kinderen uit een gezin met een inkomen tot 120 procent Wsm niet in beeld. In vergelijking met de vorige meting is het aantal en aandeel kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden stabiel gebleven. Tabel 2.1.2 Schatting minimakinderen naar inkomensverdeling. In beeld
2022 – 2023
2023 – 2024
Tot 100% Wsm
411
7,1%
413
7,2%
100 tot 120% Wsm
254
4,4%
250
4,4%
Totaal
664
11,5%
663
11,6%
Kenmerken 512 minimakinderen tot 120 procent Wsm in beeld Ook in dit hoofdstuk geven we de kenmerken weer van de 512 minimakinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen op 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Inkomensbron. In beide metingen groeit minder dan de helft van de minimakinderen op in huishouden met een inkomen uit de Participatiewet (44 procent). Het grootste deel van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een andersoortige inkomensbron; bijvoorbeeld inkomen uit werk of een WW-uitkering (56 procent). 7
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
Tabel 2.1.3 Inkomensbron: kinderen in minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld. 2022 – 2023 Participatiewet Ander inkomen en AOW5 Totaal
2023 – 2024
228
44%
227
44%
288
56%
285
56%
516
100%
512
100%
Huishoudtype. Meer dan de helft (57 procent) van de minimakinderen groeit in 2023 – 2024 op in een tweeoudergezin, de overige 43 procent groeit op in een eenoudergezin. Het aandeel kinderen dat opgroeit in een tweeoudergezin is iets toegenomen ten opzichte van de vorige meting. Tabel 2.1.4 Verdeling naar huishoudtype: kinderen in minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld. 2022 – 2023
2023 – 2024
Eenoudergezin
230
45%
222
43%
Tweeoudergezin
288
55%
290
57%
Totaal
516
100%
481
100%
Achtergrond. Verder heeft 48 procent van de minimakinderen een niet-westerse migratieachtergrond (244 kinderen). Dit aandeel is toegenomen ten opzichte van de vorige meting (42 procent in meting 1). In verhouding zijn er in meting 2 minder kinderen met een Nederlandse achtergrond (meting 1: 33 procent; meting 2: 29 procent) en minder kinderen met een nietwesterse achtergrond (meting 1: 25 procent; meting 2: 24 procent). Leeftijd. Tot slot zien we dat er in verhouding minder jongere kinderen zijn in vergelijking met de vorige meting. In 2022 – 2023 had 12 procent een leeftijd van 0 tot 4 jaar en in 2023 – 2024 is dit 10 procent van alle minimakinderen. Doelgroepen Kinderen in een eenoudergezin groeien in verhouding vaker op in armoede dan kinderen uit tweeoudergezinnen: 31 procent van alle minderjarige kinderen uit een eenoudergezin groeit op in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit aandeel ligt voor minderjarige kinderen uit meerpersoonshuishoudens op 6 procent. Figuur 2.1.1. Aandeel type huishoudens met minimakinderen t.o.v. alle kinderen 2023 – 2024.
Kinderen in eenoudergezinnen
Kinderen in tweeoudergezinnen 6%
213 alle 684 kinderen uit een eenoudergezin, groeien op met een minimuminkomen
31%
290 van alle 5.001 kinderen uit een tweeoudergezin, groeien op met een minimuminkomen
Verder groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond; de helft van de kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond is dat 3 procent. 5
We nemen de inkomensbronnen AOW en overig inkomen samen bij de verdeling onder minimakinderen, omdat het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een AOW-inkomen klein is.
8
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
3. Bereik minimaregelingen • •
Het bereik van de regelingen is stabiel gebleven, maar kent een aantal kleine dalingen en stijgingen Het bereik van het Volwassenenfonds Sport & Cultuur is duidelijk gestegen. Mogelijk heeft deze regeling in de tussentijd meer bekendheid gekregen.
Gebruik minimaregelingen6 Momenteel hebben twee metingen plaatsgevonden: • Meting 1: het gebruik over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 (2022 – 2023). • Meting 2: het gebruik over de periode 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 (2023 – 2024). Tabel 3.1.1 Het gebruik van de minimaregelingen 7 8 Regelingen
2022 – 2023
2023 - 2024
Bijzondere bijstand • Rechtsbijstand • Bewindvoering • Overige bijzondere bijstand
224 huishoudens -
204 huishoudens 34 huishoudens 129 huishoudens 75 huishoudens
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen • Kwijtschelding 2023 • Kwijtschelding 2024
442 huishoudens -
430 huishoudens 479 huishoudens 430 huishoudens
Individuele inkomenstoeslag
211 huishoudens
218 huishoudens
Collectieve zorgverzekering • Pakket: Extra • Pakket: Uitgebreid
380 huishoudens 332 huishoudens 57 huishoudens
369 huishoudens 316 huishoudens 60 huishoudens
Tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten
586 huishoudens
509 huishoudens
Declaratiefonds volwassenen
294 huishoudens
283 huishoudens
Declaratiefonds kinderen • Sport, cultuur en recreatie • Zwemles
79 huishoudens 58 huishoudens 36 huishoudens
73 huishoudens 59 huishoudens 31 huishoudens
Volwassenenfonds Sport en Cultuur
35 personen9
126 personen
Jeugdfonds Sport en Cultuur
260 kinderen
275 kinderen
• •
Sport Cultuur
201 kinderen 22 kinderen
155 kinderen 16 kinderen
Stichting Leergeld
197 kinderen
205 kinderen
6 De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld
kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd. Uitzonderingen hierop zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Deze organisaties registreren niet op BSN en hun bestand is gekoppeld aan de overige bestanden op basis van gepseudonimiseerde persoonsgegevens. Dit maakt de koppeling iets minder compleet; we geven daarom het gebruik en bereik weer voor de totale gebruikersgroep (dus ook de groep die niet gekoppeld kan worden aan het BRP). 7 Bij sommige regelingen is een uitsplitsing gemaakt naar type vergoeding. Huishoudens of kinderen kunnen van beide vergoedingen of pakketten gebruikmaken, daarom tellen de aantallen niet op tot het totale gebruik van een regeling. 8 Voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld wordt het gebruik en bereik weergegeven voor 1,5 jaar in plaats van 1 jaar. Dit heeft te maken met registratie op jaarbasis 9 Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur is pas sinds juli 2022 actief. Daarom is het gebruik en bereik in de terugkijkperiode van de nulmeting nog relatief laag.
9
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de geschatte totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft)10. Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten met een inwonertal tot 50.000. Figuur 3.1.1. Bereik gemeentelijke minimaregelingen
• • •
•
50% 53% 30-35%
38% 40% 40-45%
Stichting Leergeld
Volwassenenfonds Sport en Cultuur
Declaratiefonds kinderen
Individuele inkomenstoeslag
Kwijtschelding
Bijzondere bijstand
2% 9%
Jeugdfonds Sport en Cultuur
45 - 55%
29% 27% 30 - 35% Declaratiefonds volwassenen
Bereik vergelijkbare gemeenten
23% 22%
30% 29% 30 - 40%
Bereik 2023 - 2024 (meting 2)
Collectieve zorgverzekering
54% 55% 45 - 55%
28% 25% 20-25%
66% 63% 70 - 75%
Bereik 2022 - 2023 (meting 1)
Het bereik van de bijzondere bijstand is van 28 naar 25 procent gedaald. Het bereik van de bijzondere bijstand ligt momenteel in lijn met het landelijk gemiddelde van 20 tot 25 procent. Voorheen lag dit percentage boven het landelijke gemiddelde 11. Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is gedaald van 66 naar 63 procent, dit ligt nu verder onder het landelijke gemiddelde van 70 tot 75 procent. Huishoudens die drie jaar of langer van een minimuminkomen moeten rondkomen, kunnen aanspraak maken op de individuele inkomenstoeslag. Deze regeling kent een bereik van 54 procent in meting 1 en van 55 procent in meting 2. Het bereik ligt in lijn met het gemiddelde; vaak is een bereik van zo’n 45 tot 55 procent gangbaar. In meting 1 maken 380 huishoudens gebruik van de collectieve zorgverzekering bij CZ, in meting 2 zijn dit 369 huishoudens. Deze kleine daling in huishoudens zien we terug in het bereik. Deze is van 30 naar 29 procent gedaald. Het bereik ligt aan de onderkant van het bereik dat we terug zien in vergelijkbare gemeenten van 30 tot 40 procent.
10 Bij het vaststellen
van de doelgroep voor een regeling, wordt rekening gehouden met de geldende voorwaarden voor een regeling. 11 Een hoog of hoger bereik van de bijzondere bijstand is niet per definitie een positief signaal. De bijzondere bijstand verstrekt ondersteuning bij specifieke, noodzakelijke (eenmalige) kosten. Een hoog gebruik en bereik van de bijzondere bijstand kan erop wijzen dat het aanbod aan minimaregelingen verschillende kosten niet dekt en niet voor alle minimahuishoudens voldoende ondersteunt. Een lager bereik bij de bijzondere bijstand kan om dezelfde reden wijzen op een aanbod aan minimaregelingen dat aansluit op de behoeften van inwoners.
10
Gemeente Schouwen-Duiveland
•
•
•
•
Versie 0.1
De gemeente biedt een Declaratiefonds aan waarmee zowel volwassenen als kinderen een vergoeding op het gebied van participatie kunnen aanvragen. Het bereik onder de volwassenen is gedaald van 29 naar 27 procent. Dit bereik ligt lager dan het landelijke gemiddelde van 30 tot 35 procent. Het bereik van het fonds onder kinderen in de gemeente kent ook een kleine daling: van 23 naar 22 procent. Gemiddeld is een bereik van 45 tot 55 procent gangbaar. In de gemeente Schouwen-Duiveland is het bereik van het fonds bij de kinderen dus lager dan gemiddeld. Volwassenen in de gemeente kunnen aanspraak maken op het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Binnen de doelgroep van volwassenen tot 120 procent Wsm in de gemeente hebben 35 inwoners gebruikgemaakt van deze regeling, dat komt neer op een bereik van 2 procent tijdens meting 1. Het bereik is in meting 2 gestegen naar 9 procent. De stijging kan verklaart worden doordat de regeling tijdens de Meting 1 nog relatief nieuw was en de regeling inmiddels meer bekendheid heeft gekregen. Kinderen kunnen vergoedingen voor sport en cultuur terecht bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Het bereik van deze regeling is van 50 procent gestegen naar 53 procent. Gemiddeld is een bereik van 30 tot 35 procent gangbaar. In de gemeente SchouwenDuiveland ligt het bereik dus aanzienlijk hoger.
In totaal hebben 205 kinderen een vergoeding van Stichting Leergeld ontvangen over de periode van meting 2. Het bereik van de regeling komt op 40 procent, dit is iets hoger dan het bereik in de Meting 1: 38 procent. Het bereik ligt inmiddels in lijn met het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten: een bereik van 40 tot 45 procent is gangbaar voor Stichting Leergeld.
11
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
4. Energietoeslag 2023 • •
Het gebruik van de energietoeslag is toegenomen, dit komt (deels) door de ruimere inkomensgrens in 2023 Het gebruik van de energietoeslag onder de minimahuishoudens is afgenomen
In dit hoofdstuk hebben de cijfers betrekking op de groep gebruikers die de energietoeslag 2022 (meting 1) en 2023 (meting 2) hebben ontvangen. Verder kijken we, in tegenstelling tot de rest van het rapport, naar minimahuishoudens die een inkomen tot 130 procent Wsm hebben.12 Energietoeslag 2023 onder alle inwoners van de gemeente Schouwen-Duiveland Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd; een regeling die iedere gemeente kon verstrekken als compensatie voor minimahuishoudens. In 2023 is de energietoeslag opnieuw uitgekeerd aan minimahuishoudens, in 2023 is de inkomensgrens van de toeslag verruimd naar 150 procent Wsm. De energietoeslag 2023 kon ook nog in een deel van 2024 worden aangevraagd. Voor de energietoeslag is er geen vermogenstoets gedaan, deze vermogenstoets wordt wel voor het overige deel van het minimabeleid toegepast. In totaal hebben 1.640 huishoudens gebruik gemaakt van de energietoeslag 2023; 12 procent van alle huishoudens in de gemeente Schouwen-Duiveland. Het gebruik van energietoeslag is toegenomen: 9 procent van alle huishoudens in de gemeente maakte gebruik van energietoeslag 2022 (vorige meting).
Energietoeslag 2022 & 2023 2022 We kijken naar alle huishoudens die de energietoeslag van 2022 hebben ontvangen, ook de eventuele nabetalingen die plaatsvonden in 2023 vallen hieronder. De inkomensgrens van de toeslag 2022 was 130 procent Wsm. 2023 We kijken naar alle huishoudens die de energietoeslag van 2023 hebben ontvangen, ook de eventuele nabetalingen die plaatsvonden in 2024 vallen hieronder. De inkomensgrens van de energietoeslag 2023 is in 2023 verruimd naar 150 procent Wsm.
Minimahuishoudens met de energietoeslag Van het totaal aantal huishoudens met de energietoeslag (1.640 huishoudens) is 38 procent (629 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden; van hen is bekend dat zij een inkomen hebben tot 130 procent Wsm en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. Het aandeel huishoudens met een niet-minimuminkomen (overige huishoudens) is logischerwijs groter in de meting van de energietoeslag 2023 dan in de meting van de energietoeslag 2022. De inkomensgrens van de toeslag is immers verruimd naar 150 procent Wsm in 2024. Dit betekent dat er buiten de doelgroep aan minimahuishoudens, meer huishoudens in aanmerking komen voor de energietoeslag. Tabel 4.1.1 Gebruik energietoeslag 2022
2023
Minimahuishoudens tot 130% Wsm
659
46%
629
38%
Overige huishoudens
771
54%
1.011
62%
1.430
100%
1.640
100%
Totaal
12 De reden hiervoor is dat de energietoeslag van 2022 tot een inkomensgrens van 130 procent Wsm is
toegekend in Schouwen-Duiveland. Door deze grens aan te houden in dit hoofdstuk, kunnen we de cijfers van beide metingen met elkaar vergelijken.
12
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
Niet alle minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent hebben de energietoeslag 2023 ontvangen. Van alle 786 minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm maakt 80 procent gebruik van de energietoeslag. Dit betekent ook dat 20 procent van deze minimahuishoudens de energietoeslag 2023 niet heeft ontvangen. In de vorige meting was het niet-gebruik van de energietoeslag 2022 onder minimahuishoudens 17 procent. Kenmerken gebruikers van de energietoeslag 2023 De 1.640 huishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag 2023 vormen meestal een alleenstaand huishouden (62 procent), hebben veelal een Nederlandse achtergrond (83 procent) en ruim de helft (56 procent) is 66 jaar of ouder.
13
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
5. Zzp •
Het aantal zzp’ers is toegenomen, ook onder de minimahuishoudens
Zzp’ers in minimahuishoudens Over de periode 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 waren er 2.533 zzp’ers in de gemeente Schouwen-Duiveland in beeld. Van de 2.533 zzp’ers is 2 procent (49 zzp’ers) bij de gemeente in beeld als minimahuishouden tot 120 procent Wsm. Tabel 5.1.1 Aantal zzp’ers 2022 - 2023 Minimahuishoudens tot 120% Wsm
2023 - 2024
42
2%
49
2%
Overige huishoudens
2.381
98%
2.484
98%
Totaal
2.423
100%
2.533
100%
Deze 49 zzp’ers vormen 7 procent van de 689 minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm zzp’er in de gemeente Schouwen-Duiveland (in de vorige meting ging dit om 6 procent). Onder de 689 minimahuishoudens (tot 120 procent Wsm) die de gemeente in beeld heeft, is 93 procent dus geen zzp’er. Kenmerken van de zzp’ers De zzp’ers zijn in de meeste gevallen tussen de 45 en 66 jaar (52 procent) en hebben grotendeels een Nederlandse achtergrond (89 procent). De zzp’ers komen voornamelijk uit meerpersoonshuishoudens zonder kinderen of met minderjarige kinderen (resp. 34 en 24 procent). De meeste zzp’ers zijn woonachtig in Zierikzee (32 procent).
6. Voedselbank •
96 procent van minimahuishoudens die bij de gemeente in beeld zijn, maakt geen gebruik van de Voedselbank
Minimahuishoudens & gebruik van de Voedselbank 13 In totaal maken in de gemeente Schouwen-Duiveland 42 huishoudens gebruik van de Voedselbank (in het eerste halfjaar van 2024). Het grootste deel van de gebruikers van de Voedselbank heeft een minimuminkomen tot 120 procent Wsm, namelijk 69 procent. Onder alle 689 minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm zien we dat 4 procent (31 huishoudens) van de huishoudens ook in beeld is bij de Voedselbank. Dat betekent dat 96 procent van de minimahuishoudens geen gebruik maakt van de Voedselbank.
13 Voor dit onderzoek zijn alleen de gebruikcijfers over het eerste halfjaar van 2024 geleverd. De gebruikers
van 2023 ontbreken. Het daadwerkelijke gebruik van de Voedselbank zal daarom waarschijnlijk hoger zijn dan in het rapport en dashboard is weergegeven.
14
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
7. Schuldhulpverlening • •
Vier op de tien SHV-gebruikers zijn in beeld als minimahuishouden In vergelijking met de vorige meting zien we in verhouding minder overlap tussen minimahuishoudens en huishoudens die schuldhulpverlening ontvangen
Minimahuishoudens met schuldhulpverlening In de periode 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 ontvingen in totaal 97 huishoudens een vorm van schuldhulpverlening via de PLANgroep in de gemeente Schouwen-Duiveland. Van deze 97 huishoudens is 41 procent (40 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden; van hen is bekend dat zij een inkomen hebben tot 120 procent Wsm en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. Tabel 7.1.1 Gebruik schuldhulpverlening 14 2022 - 2023
2023 - 2024
Minimahuishoudens tot 120% Wsm
39
46%
40
41%
Overige huishoudens
46
54%
57
59%
Totaal
85
100%
97
100%
Onder de 689 minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft met een inkomen van 120 procent Wsm, ontvangt 5 procent schuldhulpverlening (40 huishoudens). De overige 95 procent woont in een minimahuishouden en ontvangt geen schuldhulpverlening. Kenmerken van de gebruikers van schuldhulpverlening De 97 huishoudens die gebruikmaken van de schuldhulpverlening zijn veelal alleenstaand (43 procent), hebben in de meeste gevallen een Nederlandse achtergrond (82 procent) en bijna de helft heeft een leeftijd van 45 tot 66 jaar. Over Rood Over Rood is een landelijke non-profit organisatie die ondernemers met financiële zorgen bijstaat. In de gemeente Schouwen-Duiveland hebben in 2024 enkele personen gebruikgemaakt van deze ondersteuning. De aantallen zijn te klein om op te rapporteren.
14
De cijfers over het gebruik van schuldhulpverlening betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan het BRP dat voor dit onderzoek is aangeleverd. Er is een groep gebruikers van de schuldhulpverlening die niet gekoppeld kon worden aan het BRP. Dit betekent dat er een deel van de gebruikers van de schuldhulpverlening ontbreekt in het dashboard en het daadwerkelijke gebruik van de schuldhulpverlening hoger ligt.
15
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
8. Instroom en uitstroom In dit hoofdstuk vergelijken we de minimapopulatie van 1-7-2023 met die van 30-6-2024 door de onderzoeksbestanden naast elkaar te leggen. In tegenstelling tot andere hoofdstukken die over huishoudens gaan, gaat het in dit hoofdstuk over personen. Het gaat in dit hoofdstuk verder om personen met een huishoudinkomen tot 130 procent Wsm. • •
De minimapopulatie is met 14 personen afgenomen In- en uitstromers hebben veelal een leeftijd van 0 tot 27 jaar
Redenen van in- en uitstroom De instroom van nieuwe minima kan plaatsvinden door een daling van het (gezins)inkomen, echtscheiding, de geboorte van een kind in het huishoudens of door verhuizing van iemand met een minimuminkomen naar de gemeente. Bij uitstromers gaat het om personen van wie het inkomen is gestegen tot boven 130 procent Wsm. Bijvoorbeeld door werkaanvaarding, loonsverhoging, als gevolg van een andere huishoudsamenstelling of door overlijden of verhuizing naar een andere gemeente. Tussen 1-7-2023 en 30-6-2024 bestaat het aantal instromers in de minimapopulatie uit 289 personen en het aantal uitstromers uit de minimapopulatie uit 275 personen. De minimapopulatie is dus afgenomen met 14 personen. Bij de helft van de uitstromers, 52 procent, is een inkomensstijging de reden van uitstroom; zij hadden bij de vorige meting nog een huishoudinkomen tot 130 procent Wsm, maar in de huidige meting niet meer. De overige 48 procent is verhuisd of overleden en behoort daarom niet meer tot de minimapopulatie. Tabel 8.1.1 Reden instroom
Tabel 9.1.1 Reden uitstroom 2023 - 2024
Inkomensdaling Verhuizing naar gemeente Geboren in minimahuishouden Totaal
2023 - 2024
145
50%
Inkomensstijging
143
52%
129
45%
Verhuizing naar andere gemeente of overlijden
132
48%
Totaal
275
100%
15
5%
289
100%
Kenmerken instromers De instromers bestaan uit een relatief groot deel meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen (41 procent). Daarnaast is 27 procent alleenstaand. De grootste deel van de instromers heeft een leeftijd van 0 tot 27 jaar (44 procent), het minst vaak stromen mensen van de leeftijdscategorie 66 jaar en ouder in de minimapopulatie (8 procent). 41 procent van de instromers ontvangt ten slotte een overig inkomen (bijvoorbeeld uit werk of een WW-uitkering). Kenmerken uitstromers De uitstromers bestaan voor een kwart uit alleenstaanden en voor een 41 procent uit meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen. De grootste groep uitstromers heeft verder een leeftijd van 0 tot 27 jaar (42 procent), het minst vaak stromen mensen van de leeftijdscategorie 66 jaar en ouder uit de minimapopulatie (10 procent). Verder heeft de meerderheid van de uitstromers een Nederlandse achtergrond (57 procent). 17 procent had een bijstandsuitkering en 44 procent had een inkomen tot 100 procent Wsm.
16
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
Bijlage: BRP-koppeling & gebruikcijfers In onderstaande tabel staat de verdeling tussen de gebruikers die wél, en die níet aan de BRP konden worden gekoppeld. Gebruikers kunnen in sommige gevallen niet worden gekoppeld aan de BRP omdat ze bijvoorbeeld verhuisd zijn of overleden. De gebruikers die niet aan de BRP gekoppeld konden worden zijn derhalve niet meegenomen in de verdere analyses. De tabel dient als volgt gelezen te worden (bijzondere bijstand dient als voorbeeld): • In het bronbestand zijn 222 unieke personen geteld die in de periode 1 juli 2023 t/m 30 juni 2024 gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand. • Daarvan konden 208 personen worden gekoppeld aan de BRP. • 14 unieke gebruikers konden dus niet worden gekoppeld en komen niet terug in het gebruikscijfer in de rapportage. Het is onduidelijk om hoeveel huishoudens dit gaat. Omdat in het rapport wél op huishoudniveau wordt geteld, laten we deze 14 ‘onbekende gebruikers’ dus buiten beschouwing. • Let op: het gebruik van de meeste regelingen in het rapport is geteld op huishoudniveau en niet op persoonsniveau. De aantallen uit onderstaande tabel zijn dus veelal niet de aantallen waarover is gerapporteerd in het hoofdstuk over het gebruik en bereik van de regelingen. De teleenheid wijkt dus af. Totaal aantal gebruikers
Gebruikers gekoppeld aan BRP
Verschil
Bijzondere bijstand
222
208
14
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
456
430
26
Individuele inkomenstoeslag
226
221
5
Collectieve zorgverzekering
403
382
21
Tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten
600
574
26
Declaratiefonds volwassenen
288
284
4
Declaratiefonds kinderen
73
73
0
Volwassenenfonds Sport en Cultuur
126
85
41
Jeugdfonds Sport en Cultuur
275
184
91
Stichting Leergeld
205
201
4
Energietoeslag 2023
1713
1644
69
Zzp’ers
3027
2547
480
Voedselbank
49
42
7
Schuldhulpverlening
125
104
21
Regeling of voorziening
De bestanden worden aan elkaar gekoppeld op basis van versleutelde BSN’s. Hierop gelden enkele uitzonderingen. Een aantal organisaties registreert namelijk niet op BSN en hun bestand is daarom gekoppeld aan de overige bestanden op basis van gepseudonimiseerde persoonsgegevens. Dit maakt de koppeling iets minder compleet; dat is te zien aan het grotere verschil tussen het aantal gebruikers wat wel en niet gekoppeld kan worden aan de BRP t.o.v. andere regelingen. Om een volledig beeld te geven van het gebruik en bereik, geven we het gebruik en bereik in het rapport echter weer voor de totale gebruikersgroep (dus ook de groep die niet gekoppeld kan worden aan de BRP). Het gaat om het Jeugdfonds Sport & Cultuur, Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld.
17
Gemeente Schouwen-Duiveland
Versie 0.1
18