CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.099 bijlage 1 - duiding Anonieme brief inzake Brogum (1405987)

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Duiding door het college van B&W van de anonieme brief inzake handelen van de gemeente en stichting Brogum 2021-2024 behorend bij het collegebesluit d.d. 12 maart 2025 zaaknr 1405987. De anonieme brief is opgebouwd als een uitgebreide reeks vragen die moeten leiden naar bewijzen voor enkele beweringen die in de tekst impliciet oprijzen. . - De gemeente heeft in dit dossier op verschillende punten of momenten onzorgvuldig gehandeld door het niet volgen van procedures, onzorgvuldige besluitvorming en het omzeilen van controlemechanismen. - Het bestuur van Stichting Brogum heeft zijn controlerende functie niet waargemaakt of niet kunnen waarmaken. - Dit laatste, omdat de directeur het bestuur niet volledig heeft geïnformeerd over zijn contacten met de gemeente en over zijn handel en wandel binnen en buiten Brogum. De briefschrijvers zeggen geen schuldigen te willen aanwijzen. De ‘bewijslast’ voor onzorgvuldige besluitvorming, of misstanden, zou volgens de briefschrijvers duidelijk moeten worden uit de antwoorden op 57 (!) controlevragen die in de brief worden gesteld. De belangrijkste vragen, c.q. punten van onderzoek hierbij, zijn de volgende: 1.

In hoeverre is de Stichting betrokken bij de keuze van de gekozen variant (de basisvariant uit de haalbarheidsstudie)? Zijn hier getekende bestuursbesluiten van of heeft de gemeente dit eenzijdig bepaald op basis van hun beleidsplannen? Zijn er bespreek verslagen beschikbaar van overleg tussen de gemeente en het voltallige bestuur? Is op voorhand met het gehele bestuur besproken wat de impact van de verschillende varianten is op het huidige bestuur en de organisatie?’ 2. Hoe is de subsidieaanvraag van Stichting Brogum voor het jaar 2022 tot stand gekomen en 3. Er wordt in de beschikking 73.000, -- gespecificeerd voor “1 fte coördinator.” Hoe is dit bedrag tot stand gekomen en is dit gebaseerd op een aanvraag door de stichting, of heeft de gemeente dit zelf bepaald? 4. Waarom en op wiens voorstel is gekozen voor de constructie waarin de directeur als zzp’er aan de stichting zijn werkzaamheden factureert, en ligt hier ook een overeenkomst onder? 5. Wie heeft goedgevonden dat de directeur ook stichtingsvoorzitter werd en daarnaast ondanks een fulltime functie bij Brogum ook eigenaar bleef van diverse ondernemingen. En waarom heeft het bestuur dit goedgevonden? 6. Vanuit de toepassing van de Governance Code Cultuur hadden al 2023 de functies van voorzitter en directeur gescheiden moeten zijn.

Ook hadden de zakelijke belangen van de directeur en de zzp-constructie daarom nooit toegestaan mogen worden. 7. Wie heeft het takenpakket voor de directeur beschreven – de gemeente of het stichtingsbestuur. En waarom is dit (blijkbaar) pas in 2023 beschreven terwijl er al in 2021 subsidie voor werd beschikt. (NB: de briefschrijvers baseren zich hiervoor op de brief van Synarchis (openbaar via de raadsstukken) Zijn er ook andere of onderliggende documenten hierover? 8. De briefschrijvers suggereren (in de vragen 3 – 10 van hun brief) dat de gemeente heeft gehandeld in strijd met de ASV bij de beoordeling van de subsidieaanvragen vanaf 2022. Overigens is niet hier duidelijk of ze hier refereren aan de vorige of aan de huidige ASV. De briefschrijvers hebben kennis van de eerdere ‘klokkenluidersbrief’ (vorig najaar) en het gesprek dat B&W met de schrijver van de brief heeft gevoerd. Daarbij stellen ze dat de gemeente heeft nagelaten een integriteitsonderzoek in te stellen hoewel daarvoor wel aanleiding zou zijn. Kunnen we dat weerleggen?

1

N.B.: huidige situatie De briefschrijvers putten uit documenten tot eind 2024. Intussen is door het bestuur en in samenspraak met de gemeente wel het nodige in gang gezet: -

Het stichtingsbestuur is uitgebreid. Sinds eind 2024 is de functie van penningmeester ingenomen door een nieuw toegetreden bestuurslid. Met het bestuur is overeenstemming over invoering van het bestuur-directiemodel zoals beschreven in de documenten bij het raadsbesluit van 17 november 2024. De gemeente heeft het bestuur schriftelijk de opdracht gegeven om dit model uiterlijk op 1 juni 2025 in te voeren. Het bestuur heeft deze en volgende week kennismakingsgesprekken met 3 kandidaten voor de functie van bestuursvoorzitter. Eén hiervan is door de gemeente aan het bestuur voorgesteld. De directeur beëindigt de voorzittersrol zodra een nieuwe voorzitter is gekozen. Totdat deze feitelijk in positie is, wijst het bestuur uit zijn midden een vice-voorziter aan.

Onderstaand formuleren we puntsgewijs een antwoord op de bovengenoemde hoofdvragen. 1. In hoeverre is de Stichting betrokken bij de keuze van de gekozen variant? Zijn hier getekende bestuursbesluiten van of heeft de gemeente dit eenzijdig bepaald op basis van hun beleidsplannen? Zijn er verslagen beschikbaar van overleg tussen de gemeente en het voltallige bestuur? Is op voorhand met het gehele bestuur besproken wat de impact van de verschillende varianten is op het huidige bestuur en de organisatie? Het antwoord op deze vragen formuleren we als volgt. De keuze voor de basisvariant is tot stand gekomen in gesprekken tussen de gemeente en het stichtingsbestuur aan de hand van het rapport van 4Advies. Op dit moment was de functie van coördinator (cq directeur) nog niet ingevuld. Het bestuur handelde vanuit zijn gezamenlijke bevoegdheid. Wij hebben nu geen inzage in verslaglegging of besluitenlijsten van het bestuur uit deze periode, en hebben hier ook niet om gevraagd. Als gemeente dienen wij ervan uit te gaan dat het bestuur in het maatschappelijk verkeer handelt conform de wet en de statuten. De keuze voor de basisvariant (“basisscenario”) is vastgelegd in het collegebesluit/raadsvoorstel van 30 mei 2023 (zaaknummer 467458) op basis waarvan de raad op 21 juni 2023 besloten heeft tot feitelijke realisatie van het nieuwe cultuurpodium.

Deze zaak is echter al op 30 juli 2021 gestart. Dit leidt tot in ieder geval 2 conclusies - Het antwoord op vraag 3 in de brief kan, gezien de lange looptijd van deze zaak, niet anders luiden dan dat het stichtingsbestuur actief betrokken is geweest bij, en tenminste op de hoogte is gehouden van, de afwegingen die tot dit raadsvoorstel hebben geleid; - De aanstelling van de coördinator is gedurende deze periode voorbereid in overleg met het stichtingsbestuur. Er is mailverkeer tussen de gemeente en de (toenmalige) penningmeester van het bestuur rondom de financiële gevolgen hiervan (gedocumenteerd in een mailstring tussen de beleidsadviseur en toenmalig penningmeester d.d. 20/21 juli 2021) 2b. Waarom is in de openbare besluiten van B en W niets genoemd over de aanvraag, toekenning en vaststelling van de subsidie? In de brief van Synarchis aangeboden op 3 juni 2024 staat dat deze subsidie in september 2021 is aangevraagd en is gehonoreerd op 10 december van datzelfde jaar. Echter op de openbare website van B en W is niets terug te vinden rondom deze data. Het is niet gebruikelijk dat subsidietoekenningen afzonderlijk worden gepubliceerd. Het volledige subsidieprogramma 2022 is gepubliceerd als bijlage bij het collegebesluit van 26 oktober 2021 (zaaknummer 485420).

Hierin is vermeld dat de aanvraag van Brogum voor de aanstelling van een coördinator is verwerkt als een uitbreidingsinvestering. Op 25 januari 2022 (zaaknummer 504144) is dit in een wijzigingsvoorstel op het subsidieprogramma verwerkt. Zie ook ons antwoord bij punt 8. 3. Er wordt in deze beschikking 73.000,-- gespecificeerd voor “1 fte coördinator.” Hoe is dit bedrag tot stand gekomen en is dit gebaseerd op een aanvraag door de stichting, of heeft de gemeente dit zelf bepaald.

2

Het bedrag wordt direct vermeld in de conceptraming van baten en lasten in de eindrapportage van het haalbaarheidsonderzoek (bijlage bij de subsidieaanvraag 2022 van stichting Brogum (zaaknummer 487285). Hierin wordt vermeld een bedrag van 70.000,-- (bruto loonsom 1 fte) + een bedrag van 70.000x 5%= 3.500,-- voor “overige personeelskosten”, te interpreteren als overhead en onkosten aan de functie gerelateerd. 4Advies motiveert dit bedrag in de mailwisseling van 10 november 2021 met de beleidsadviseur als “gebaseerd op de loonsom van een leidinggevende in de cultuursector.” Overigens wordt hieraan toegevoegd dat precieze bepaling van het bedrag “afhankelijk is van welke CAO zal worden toegepast.” 4. Waarom en op wiens voorstel is gekozen voor de constructie waarin de directeur als zzp’er aan de stichting zijn werkzaamheden factureert, en ligt hier ook een overeenkomst onder. De directeur heeft in een mail aan de beleidsadviseur d.d. 26 januari 2022 aangegeven dat hij de functie van ‘interim-directeur’ – tijdelijk – zal gaan vervullen. De directeur meldt dit in de mail niet als een voorstel, maar als een besluit van het bestuur. In de mail wordt ook een verklaring hiervoor gegeven, en bovendien stelt de directeur dat dit een tijdelijke oplossing zal zijn.

De directeur heeft de mail in de “we-vorm” opgesteld, waarmee naar ons oordeel wordt bevestigd dat dit een besluit is van het bestuur, waarvan de directeur overigens zelf deel uitmaakte. In de mail geeft de directeur aan dat hij niet op de loonlijst zal komen te staan maar vanuit zijn eenmanszaak zal factureren. Ook schrijft hij dat er een overeenkomst tussen hem en het bestuur zal worden opgesteld. Voor zover ons nu bekend is er door de gemeente niet aan het bestuur gevraagd om deze overeenkomst met de gemeente te delen. 5. Wie heeft goedgevonden dat de directeur ook stichtingsvoorzitter werd en daarnaast ondanks een fulltime functie bij Brogum ook eigenaar bleef van diverse ondernemingen. En waarom heeft het stichtingsbestuur dit goedgevonden? Dit is een voorstel van het toenmalige bestuur van Brogum geweest aan de gemeente geweest, dat ook (eerder) – mondeling, ambtelijk – met de gemeente is afgestemd. Wij hebben dit geconcludeerd op basis van de verslagen van bestuursvergaderingen van stichting Brogum d.d. 21 oktober en 22 november 2021 die ons zijn toegezonden. Op 26 januari 2022 heeft de beleidsadviseur onze jurist naar zijn mening over bovenstaand mailbericht van Brogum gevraagd.

Deze heeft hierop de beleidsadviseur geantwoord dat dit “in principe geen gewenste situatie” oplevert: “[De directeur] wordt op deze manier opdrachtgever en opdrachtnemer.” Hij geeft aan dat dit strijdt met de Code Governance Cultuur, en vervolgt: “Nu ziet de subsidie in principe puur op het verrichten van activiteiten. Wij kunnen niet door middel van subsidievoorwaarden verregaande eisen stellen aan de inrichting van de interne organisatie van de subsidieontvanger. Wel kunnen we, denk ik, op basis van bestuurlijke verhoudingen hen verzoeken om intern toezicht goed te regelen. Dit valt op een gegeven moment nog moeilijk politiek uit te leggen. Ook over de verantwoording van de subsidies zijn eisen te stellen.” Naar aanleiding van deze mailwisseling heeft intern nader overleg plaatsgevonden. Conclusie hiervan luidde dat deze situatie tijdelijk kon worden gedoogd vanwege de opgave die er lag voor realisatie van een nieuw cultuurpodium vanuit de haalbaarheidsstudie. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat per 2023 de interne organisatie wel in lijn met de Code Governance Cultuur moest zijn gebracht. Er is in dit verband geen aanwijzing dat het ondernemerschap van de directeur en het feit dat hij van enkele bedrijven (mede-) eigenaar was, in deze zaak meespeelde.

Ook is bij de gemeente niet bekend of het bestuur van Brogum – waarvan de directeur deel uitmaakte – hierover een standpunt had, anders dan benoemd in de mail van de directeur op 26 januari 2022. 6. Vanuit de toepassing van de Governance Code Cultuur hadden al in 2023 de functies van voorzitter en directeur gescheiden moeten zijn. Ook hadden de zakelijke belangen van de directeur en de zzp-constructie daarom nooit toegestaan mogen worden. (zie hiervoor het kader dat op pag. 2 is ingevoegd en dat de actuele situatie weergeeft) Betrokkenen hebben geredeneerd dat de Code op dat moment nog niet aan de orde was, en dat in een later stadium alsnog zou worden ingeregeld. Vanuit de gemeente is daarbij geredeneerd (zie hierboven) dat de situatie tijdelijk gedoogd kon worden vanwege de noodzaak van bestuurlijke continuïteit en zekerheid in de uitvoering bij Brogum. De zakelijke belangen van de directeur zijn voor zover we kunnen nagaan hierbij niet aan de orde geweest. In de vragen bij Artikel 6 breiden de briefschrijvers hun vragen over toepassing van de Governance Code Cultuur uit. Met name wordt gevraagd waarom de Code niet al eerder van toepassing is verklaard. In de (huidige) ASV is over toepassing van de Governance Code Cultuur niets bepaald. Het toepassen van de Code is de verantwoordelijkheid van het bestuur. Er is inderdaad door de gemeente meerdere keren

3

benadrukt dat de Code van toepassing zou moeten zijn. Wat de gemeente erover heeft gecommuniceerd moet worden gezien als een belangrijke voorwaarde voor de inrichting van het stichtingsbestuur. Feit is dat in de raadsbrief bij het collegebesluit over het haalbaarheidsonderzoek (30 mei 2023, zaaknummer 467458) is gesteld dat “stichting Brogum dit vorm geeft in 2023, inclusief het aanpassen van de statuten.” Hieraan heeft Brogum nog geen gevolg gegeven. De briefschrijvers verbazen zich erover dat pas in 2024 (in een notitie van Synarchis) wordt verwezen over de implementatie van de governance, terwijl de raadsbrief stelt dat dit al in 2023 moet zijn geregeld. Het antwoord hierop is dat Synarchis niet eerder dan 2024 (of op zijn vroegst eind 2023) de opdracht heeft gekregen (of met de uitvoering daarvan is begonnen) om het inregelen van de governance schriftelijk voor te bereiden. Wie heeft het takenpakket voor de directeur beschreven – de gemeente of het stichtingsbestuur. En waarom is dit (blijkbaar) pas in 2023 beschreven terwijl er al in 2021 subsidie voor werd beschikt. (NB: de briefschrijvers baseren zich hiervoor op de brief van Synarchis (openbaar via de raadsstukken) Zijn er ook andere of onderliggende documenten hierover? De subsidieaanvraag voor 2022 is in 2021 ingediend kort voor de oplevering van het haalbaarheidsonderzoek.

De beleidsadviseur heeft desgevraagd toegelicht dat de wens van de raad was om vooruitlopend hierop in de begroting 2022 een post op te nemen voor zowel het bouwproject als de functie van coördinator. Daarom is in de subsidiebeschikking 2022 een verwijzing opgenomen naar deze functie. Voor de eerste maal heeft de stichting het takenpakket toegestuurd bij de subsidieaanvraag voor 2023 (zaaknummer 679658). Hierbij is vermeld: “voor 2023 zijn door het bestuur van de stichting Brogum de volgende taken vastgesteld voor de betaalde kracht.” (in bijlage de taakomschrijving) 8. De briefschrijvers suggereren (in de vragen 3 – 10 van hun brief) dat de gemeente heeft gehandeld in strijd met de ASV bij de beoordeling van de subsidieaanvragen vanaf 2022. Overigens is niet hier duidelijk of ze hier refereren aan de vorige of aan de huidige ASV. Vraag 3 luidt: “Hoe is de aanvraag van de subsidie tot stand gekomen? Gezien geen van de bestuurders van Brogum zelfstandig bevoegd is en er sprake is van een subsidieaanvraag, mag men ervan uitgaan dat er een getekend bestuursbesluit ten grondslag ligt aan de aanvraag, welke is ondertekend door alle bestuursleden.” Ons antwoord hierbij is: het is niet gebruikelijk dat de gemeente bij een ingediende subsidieaanvraag expliciet om deze besluiten vraagt.

De aanvraag is in het zaaksysteem aangevraagd (zaaknummer 487285) en daarin verklaart aanvrager de gevraagde gegevens ‘namens het bestuur’ te verstrekken. Vervolgens wordt in vraag 4 gevraagd waarom er in de besluiten van B en W niets wordt genoemd over aanvraag, toekenning en vaststelling van de subsidie. Om te beginnen is het niet gebruikelijk dat subsidietoekenningen afzonderlijk worden gepubliceerd. Het volledige subsidieprogramma 2022 is door ons gepubliceerd als bijlage bij het collegebesluit van 26 oktober 2021 (zaaknummer 485420). In dit collegebesluit is voorts vermeld dat de aanvraag van Brogum voor de aanstelling van een coördinator is verwerkt als een uitbreidingsinvestering. Op 25 januari 2022 (zaaknummer 504144) is dit in een wijzigingsvoorstel op het subsidieprogramma verwerkt. De briefschrijvers verwijzen (in vragen 5-7) naar de huidige ASV, waarin de uiterste indieningsdatum is gesteld op 1 juni van het voorafgaande jaar. Volgens de verordening die in 2022 gold, was de aanvraag tijdig ingediend. Het college heeft later dan 31 oktober op de subsidieaanvraag gereageerd, maar dit betrof een gewijzigde toezegging: de reden daarvoor is dat de subsidie werd verhoogd door middel van een uitbreidingsinvestering bij de begroting 2023. Er moest dus gewacht worden op vaststelling door de raad van de begroting voordat de beschikking kon worden afgegeven.

Zie ook hierboven. in artikel 4 van de brief wordt middels een aantal vragen gesuggereerd dat de gemeente en stichting de ASV niet naleven: 1) Is de raad op de hoogte van de totale hoogte en van de subsidie die vanaf 2022 werd uitgekeerd aan Brogum en welke eisen vanuit de ASV toen begonnen te gelden? Het antwoord is ja: de raad wordt jaarlijks geïnformeerd over het subsidieprogramma middels een raadsbrief. 2) Als het antwoord hierop ja is, waarom staat de raad dan toe dat de volgende bepalingen structureel geschonden worden: - Artikel 9 lid 2b van de ASV; de verlening is in strijd met een wettelijk voorschrift. Immers als blijkt dat de subsidieaanvraag niet tot stand is gekomen door een getekend bestuursbesluit, dan is de gehele subsidieaanvraag onwettelijk en daarmee de verlening ook.

4

Zie antwoord op vraag 3 onder hoofdvraag 8: het is niet gebruikelijk dat de gemeente bij een ingediende subsidieaanvraag expliciet om deze besluiten vraagt. De aanvraag is in het zaaksysteem aangevraagd (zaaknummer 487285) en daarin verklaart aanvrager de gevraagde gegevens ‘namens het bestuur’ te verstrekken. - Artikel 9 lid 3b wordt niet nageleefd. Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze is aangevraagd, dan dient de subsidie geweigerd te worden. Voor welke activiteiten was het aanstellen van een directeur noodzakelijk? Hoe is dit aangetoond door de stichting? Dit is niet in de aanvraag 2022 omschreven, wat verklaarbaar is vanuit volgtijdelijkheid: ten tijde van de subsidieaanvraag was nog niet duidelijk hoe de coördinatiefunctie zou worden ingevuld (zie ons antwoord op vraag 7, hierboven). Er was dus geen weigeringsgrond. Vanaf 2023 is de taakomschrijving wel meegezonden met de subsidieaanvraag. - Artikel 12 lid 2 van de ASV wordt niet nageleefd. Er is geen enkele VOG, ook niet van de bestuursleden, terwijl Brogum juist als extra doel heeft gekregen om activiteiten voor minderjarigen te organiseren. In de oude ASV die gold tot 31 januari 2023 was deze verplichting niet opgenomen. De bepaling waarnaar briefschrijvers verwijzen staat in de huidige ASV.

Waar het de omgang met minderjarigen betreft is het bestuur verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een VOG voor alle betrokken medewerkers. Overigens geldt hierbij de toelichting dat artikel 12 in de huidige ASV niet een actieve aantoningsplicht (van bezit van de VOG) verplicht stelt voor het bestuur. Op het moment dat de gemeente bezit van een geldige VOG wenst te kunnen beoordelen, dient dit expliciet in de subsidiebeschikking te zijn opgenomen” (uit de toelichting van Vijverberg Advocaten bij de ASV). - Artikel 13 lid 1 en 5 van de ASV worden niet nageleefd. In de huidige ASV wordt vermeld: De subsidieontvanger van een per kalenderjaar verstrekte subsidie die meer dan € 100.000 bedraagt, vormt een egalisatiereserve zoals bedoeld in artikel 4:72 AWB. (...) en maakt deze egalisatiereserve inzichtelijk in de administratie. In de oude ASV die gold tot 31 januari 2023 was deze verplichting niet opgenomen. De bepaling waarnaar briefschrijvers verwijzen staat in de huidige ASV. Het klopt dat de egalisatiereserve in de subsidieverantwoordingen over 2023 niet inzichtelijk is gemaakt in de administratie. Het eindresultaat van baten en lasten wordt toegevoegd aan stichtingskapitaal (verantwoording 2023, zaaknummer 1087690, financieel verslag). Wij hebben de directeur schriftelijk over deze tekortkoming in de jaarrekening 2023 geïnformeerd.

De directeur is door ons opgedragen om de verantwoording 2024 conform de eisen in de ASV op te stellen. Dit houdt in dat de jaarrekening moet zijn voorzien van een beoordelingsverklaring door een accountant. -Gezien het totaal van de subsidie is Artikel 16 van toepassing en dan met name lid 2c, namelijk het verstrekken van een accountantsverklaring bij de vaststelling van de subsidie. Dit is in ieder geval voor de jaren 2022 en 2023 niet uitgevoerd en zover als bekend is er voor 2024 ook nog geen extern accountant aangesteld. Wederom: deze bepaling is pas van kracht vanaf 2023 in de nieuwe ASV. In 2022 is zodoende nog voldaan aan de norm in de ASV. In 2023 is Brogum hierin inderdaad in gebreke gebleven. Om redenen van coulance heeft de gemeente de stichting niet verplicht om alsnog een accountantscontrole over 2023 te laten uitvoeren. Voor de verantwoording over 2024 is Brogum via de directeur nadrukkelijk gewezen op deze bepaling. -Gezien de directeur een fee factureert aan de stichting en er dus logischerwijs sprake is van uurtarieven in de berekening van subsidiabele kosten, zou artikel 18 ook van toepassing moeten zijn. In het bewuste artikel in de ASV wordt gesteld dat moet worden gehandeld “met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze”. Deze voorgeschreven subsidieregeling ontbreekt echter.

3) Wat is de reden van het college geweest om deze bepalingen niet na te laten leven door Brogum. Zeker gezien de twijfelachtige constructie met de directeur, had een controleverklaring dan niet meer comfort en zekerheid geboden? Immers de rechtmatigheid van al het bovenstaande had dan getoetst kunnen worden door een extern accountant. Zie bovenstaande opmerking. Echter, zoals al vermeld in de beantwoording van de vragen 5, 6 en 7, is op basis van de verstrekte informatie en de tijdelijkheid van de interim-functie zijn aan de vervulling daarvan door ons geen voorwaarden verbonden.

5

9. De briefschrijvers hebben kennis van de eerdere ‘klokkenluidersbrief’ (najaar 2024) en het gesprek dat B&W met de schrijver van deze brief heeft gevoerd. Daarbij stellen ze dat de gemeente heeft nagelaten een integriteitsonderzoek in te stellen hoewel daarvoor wel aanleiding zou zijn. In juli 2024 is door de portefeuillehouder een brief ontvangen die, kort samengevat, melding maakte van onregelmatigheden rondom Brogum. Omdat een deel van de brief ook over een vermeende schending van integriteit ging heeft de wethouder de burgemeester bij de behandeling van de brief betrokken. De inhoud van de brief is vervolgens onderzocht. Over de uitkomst heeft in oktober 2024 een gesprek plaatsgevonden tussen de briefschrijver, de burgemeester, de portefeuillehouder en het afdelingshoofd Ruimte en Milieu. De briefschrijver heeft destijds nadrukkelijk verzocht, ook in de brief zelf, deze als zeer vertrouwelijk te behandelen. Daar is gehoor aan gegeven. Vermeld moet worden dat de burgemeester geen integriteitsonderzoek kan instellen naar een burger. Daartoe staan, indien van toepassing, andere middelen open. Omdat de gemelde situatie raakte aan de subsidierelatie met Brogum is hetgeen in de brief vermeld stond volledigheidshalve wel getoetst. De toetsing gaf geen aanleiding voor nader handelen. Dat is ook gedeeld met de briefschrijver.

De burgemeester heeft wel aangegeven dat er sprake was van een interim situatie en dat een aantal zaken op organisatieniveau binnen Brogum nog aangescherpt zouden worden. Dit is door de portefeuillehouder ook opgepakt. Zie ook het kader blz. 2 “Huidige situatie”. De bevindingen zijn in voornoemd gesprek gedeeld met de briefschrijver en uitgebreid besproken. Deze heeft die ter kennisgeving aangenomen en op dat moment niet aangegeven niet tevreden te zijn met de uitkomst en heeft ook niet aangegeven alsnog nadere actie te verwachten Daarmee was voor de wethouder en de burgemeester op dat moment de brief voldoende afgedaan. De briefschrijvers vragen zich af de gemeenteraad, hierover is geïnformeerd. Deze informatie is niet gedeeld met de raad, omdat de schrijver van de brief nadrukkelijk had verzocht die als zeer vertrouwelijk te behandelen. Het verbaast de briefschrijvers dat de gemeente de subsidieaanvraag van Stichting Brogum voor 2025 opnieuw heeft toegekend terwijl ‘al deze feiten’ (gedoeld wordt op het bovenstaande) bekend waren Op het moment dat de subsidieaanvraag werd beoordeeld, had dit gesprek nog niet plaatsgevonden (september 2024). Eerder hebben we wel opgemerkt dat het activiteitenverslag over 2023 “summier” was en er vraagtekens waren bij de ingediende begroting 2025. Deze is in overleg met de beleidsadviseur aangepast en opnieuw ingediend.

We hebben ook gemotiveerd waarom wij de afrekening over 2023 hebben goedgekeurd in afwijking van het bepaalde in de ASV. De briefschrijvers suggereren dat het bestuur geen kennis had van het handelen door de directeur, en vragen waarom de gemeente niet met andere bestuursleden heeft gesproken. Hiervoor was geen aanleiding. De directeur was nog steeds eveneens lid van het bestuur. Het bestuur is gezamenlijk bevoegd; als gemeente moeten we ervan uitgaan dat wie dan ook als woordvoerder of contactpersoon optreedt, spreekt namens het bestuur. Bovendien werd in dezelfde periode op geregelde basis gesproken over het nieuwbouwproject tussen de gemeente, de architect, bureau Synarchis en Brogum waarbij in alle gesprekken zowel de directeur als een tweede bestuurslid aanwezig waren. Afsluitende vragen van de briefschrijvers. De briefschrijvers leggen vooral een relatie tussen de toekomstige ontwikkeling van Brogum en de huidige positie van de directeur, die – zoals hierboven uitvoerig aan de orde is gekomen – in de ogen van de briefschrijvers onrechtmatig deze functie heeft aangenomen en kwetsbaar is vanwege eigen zakelijke belangen buiten de stichting. Onze lijn hierin is dat de gemeente zich in en buiten rechte heeft te verhouden tot het bestuur, en daarmee ook afhankelijk is van de informatie die het bestuur aanlevert.

De gemeente kan niet anders dan ervan uitgaan dat a) het bestuur bestuurt, en b) de directeur handelt in opdracht van en met goedkeuring door het bestuur.

6

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15249105/1